Als we maar lang genoeg wachten

 

Ellen_fotoAnneliesVerhelst_048

Foto: Annelies Verhelst


Jouw tijd komt nog wel’, zei iemand me laatst. Mijn tijd zou nog wel komen? Ik zocht mijn Paternoster. Het was goed bedoeld. Het moest als een opkikkertje klinken. Ik liet het maar zo. Daarvoor vond ik de persoon, die mijn gebutste leven in de wachtkamer zette, veel te aardig en respecteerde ik haar ook te zeer vanwege de jarenlange niet aflatende zorg voor een zwaar gehandicapte zoon. Menig ander had de wind van voren gekregen, zij niet.

Jouw tijd komt nog wel?’ In de zithoek van het zorghotel tikte Niek verontwaardigd zijn gebronsde voorhoofd aan. Laat hij nou net even eerder tegen zijn vrouw hebben gezegd dat haar tijd NU was en ‘om de donder’ niet later! ‘En zij zich maar voor mij wegcijferen. Nu jij voor twee maanden vakantie naar Benidorm, beval ik haar. Daar gingen we altijd twee keer per jaar naar toe totdat ik ging sukkelen. Hartfalen, een hersenbloeding, dat zo ongeveer. Ze mag pas over twee maanden terugkomen. Moet ze kunnen redden, want ze kent daar de halve wereld. En als ze toch heimwee krijgt dan houdt het op natuurlijk. Zolang zij in Benidorm zit, blijf ik hier in het zorghotel op maar een paar honderd meter van ons huis’.

Niek was marinier geweest. Werd er een kind geboren dan zag hij het anderhalf jaar later pas terug. Uit Utrecht, wij? Ook toevallig, daar had hij in zijn jeugd gewoond. In de Schepenbuurt, in de Schoenerstraat. Of ik die kende, de Schoenerstraat? En met een hoofdknik: ‘Daar kunt u nog wel even in vooruit, in dat boek, hoeveel pagina’s zijn dat wel niet’. ‘Weet je Niek, wat voor jullie Benidorm is, dat is Paramaribo voor mij. Daar gaat die pil ook over, een romantrilogie van Astrid Roemer. Maar zelfs een weekje Suriname zonder Ellen durf en kan ik niet aan. Ze is hulpbehoevend, aanzienlijk meer dan jij zo te zien’.

Maar Ellen woonde toch officieel in een verpleeghuis, nota bene een bovengemiddeld goede omgeving, hij had me dat toch zelf horen zeggen, waarom dan niet die ‘Statenbijbel’ van Astrid Roemer achterna, al was het maar voor een paar dagen? Ja waarom? Vragen die vliegensvlug meanderden in mijn bovenkamer. Omdat ik een freak ben die alles onder controle wil houden? Omdat ik zelfs in het verpleeghuis maar met moeite de zorg voor Ellen uit handen kan geven? Omdat ik vind dat het in het verpleeghuis op sommige punten beter kan, en ook beter moet? Omdat in het verpleeghuis te veel afhangt van wie er dienst heeft en van de vorm van de dag? Omdat ik een fatalist ben geworden en vrees voor het ergste als ik me zover van huis begeef? Maar ik weet evengoed dat ik vooral geestelijk steeds meer uitgeput raak. Twee collega’s, bijna gelijktijdig met pensioen gekomen, de één voor vier maanden naar Italië, de ander een lange rondreis door Zuid-Korea – ronduit jaloersmakend. Wat is ons met de ziekte van mijn geliefde niet allemaal ontnomen! Maar zolang ook verpleeghuizen niet de rust geven waarnaar ik zo verlang…

De ouwe zeeheld knikte. Veel anders kon hij niet.  

Weet je Niek, met haar parkinson is een half uurtje fysiotherapie als manna voor mijn liefste. Vier dagen per week breng ik haar naar de sportschool. Namen we in het verpleeghuis het zorgplan door en vroeg ik de arts of Ellen niet één maar twee keer per week fysiotherapie in het verpleeghuis kon krijgen. Zou mij een beetje ontlasten. Twee keer was goed, kreeg ik te horen, maar dan verviel het half uurtje tekenen en schilderen. Kwestie van iets krijgen en er iets anders voor inleveren. Ik zag de logica niet. Modern zorgboekhouden. Verpleeghuisbewoners simpelweg als objecten zien. Maar die kunstzinnige therapie was heilig. Daar moesten ze van afblijven. Ik kreeg een brainwave. Als de sportschool nou eens één keer per week naar het verpleeghuis kwam? De berg en Mozes zogezegd. Of de sportschool op de fiets wilde springen voor een behandeling in het verpleeghuis was natuurlijk de grote vraag. Zo ook de bereidheid van de fysiotherapeuten van het verpleeghuis om collega’s van buitenaf in hun domein te dulden. En wat ik je nu zeg, Niek, maakt opstandig en schuurt: Medicort was dezelfde dag akkoord, van het verpleeghuis ondanks aandringen na zes weken nog steeds geen antwoord. Daar word ik verdrietig van, en moe. Dit voelt als onverschilligheid’.

We vielen stil als korjalen op het water. Ik weet het, de boodschapper heeft het in de regel gedaan. Maar zulke ervaringen, en ze staan niet op zichzelf, schaden vertrouwen. Ze ondergraven het vele goede werk dat in de verpleegzorg wordt verricht. Ik moet de vinger aan de pols houden. We zijn al zo kwetsbaar en afhankelijk, en dan dit. En zulks ook nog eens op de drempel van Wereld Parkinson Dag. Hoe serieus neemt de zorgsector zijn cliëntèle de facto? Jouw tijd komt nog wel? Als we maar lang genoeg wachten ja.

Ellen_fotoAnneliesVerhelst_078

foto: Annelies Verhelst

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *