Slenaken waar onze zomervakantie zo vaak begon

pils1

Proost! Enkele jaren achtereen begon de zomervakantie voor ons steevast op deze plek: op het hotelterras in Slenaken, nauwelijks een kilometer van België verwijderd. Terug in hotel Klein Zwitserland met het weidse panorama om oude herinneringen weer naar boven te halen. We lieten de meegereisde verzorgende Diana uit Afghanistan vol trots de bergen bij Vaals en zo verder zien. Hoe dom kan een mens zijn. Diana zag de Nederlandse ‘gevaarten’ voor stoeptegels aan. Of die ook waren voorzien van eeuwige sneeuw? Op zaterdag klassieke muziek met een concert in de hotelabdij van Rolduc. Soms neuriede Ellen mee. Iets te weinig zachtjes, afgaande op de verstoorde blik van de organisator, een verkreukelde idioot, die wij na afloop aanraadden eens bij de Blokker langs te gaan voor een strijkbout. Aan tafel heette hij vanaf dat moment voor ons De Broek. Hoe iemand zich zo met een inleidend praatje voor een groot opgedoft publiek durfde te vertonen. Alsof hij ’s nachts op zijn hotelkamer urenlang met een violiste en zijn kleren nog aan had liggen ravotten. Muziek als balsem voor de ziel. Aan het einde van het concert applaudisseerde ook Ellen mee, uit zichzelf, een onvergetelijk beeld.  De brok in de keel. Hoe meer ervaring met dementie hoe minder je ervan begrijpt. Velen zijn kenners, ik ben er geen. In Rolduc voor Ellen en mij de bruidssuite. We hadden er een verrekijker nodig om elkaar vagelijk te zien. Mooie kamer, dat mag gezegd, tevoren was een employé speciaal naar de Gamma geweest om een toiletverhoging te kopen. Vriendelijke geste, alleen: geen rolstoel die door de smalle opening van de doucheruimte ging. We lachten er maar om en improviseerden. Rolduc is geweldig, al gaat het er soms onnozel aan toe. Een kamer voor een invalide met een deur naar het toilet en de douche waar de rolstoel niet doorheen kon, zo smal. Van Kerkrade door Simpelveld naar Eys, Mechelen, Epen en Slenaken en maar door, en nog eens door, over de smalle idyllische weggetjes, zwoegende en hevig transpirerende amateurwielrenners en wandelaars ontwijkend. Wat een landschap! Hoeveel kilometers voetstappen liggen er van ons wel niet! We wandelden ons er de blaren op de voeten. En namen onderweg een pilsje. Zoals ook zondag 13 augustus. Soms is het verdraaid leuk nog eens even achterom te kijken. Ik zeg het de onvergetelijke Zomergast Eberhard v.d. Laan graag na. 

 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *