De Grote Drie onder één paraplu

mosselke

Werken in de zorg. Het kan ook leuk en ontspannen. Vergaderen doen we nooit. We onttrekken ons nimmer, en voor nog geen halve seconde, aan onze primaire verantwoordelijkheid met het flauwe cliché: ‘We zijn in overleg.’ In overleg? Hoe dat zo en waarover dan wel niet allemaal? Nooit achter gesloten deuren de werktijd vol kletsen en ondertussen flagrant verzaken. Want dat is vergaderen veelal: het erbij laten zitten, verzaken. We sturen elkaar af en toe een app. Behalve de chef. Want die weet bij God niet hoe dat moet. Maar hooguit een app, onderling. Of we scharen ons aan tafel achterin de tuin tussen het wilde gebladerte en nemen dan het rooster voor de komende twee maanden door. Zo werkte De Telegraaf jaren en jaren ook toen die nog met afstand de grootste krant van Nederland was. Eenmaal eveneens met het virus van vergaderen besmet, kwam bij De Telegraaf de klad erin. De abonnees liepen weg. Vergaderen verdoezelt onvermogen. Ook één van mijn eigen vroegere hoofdredacteuren had een bloedhekel aan vergaderen. Dat was voor de talentlozen, zei hij altijd. Als je werkelijk geen raad meer wist met je tijd, en ook niets anders kon, dan ging je als nietsnut achter een thermoskan koffie een fakeagenda zitten door leuteren. Ik hoor het deze vroegere hoofdredacteur nog zeggen. Ik blijf hem dankbaar voor zijn wijze woorden. Natuurlijk kun je de situatie rond Ellen niet helemaal met een verpleeginstelling vergelijken. Toegegeven. Maar één ding is zeker: aan al dat geneuzel onder het mom van overleg en vergadering zou in de verpleegzorg een rigoureus eind gemaakt moeten worden. En wel per direct. Schone taak voor de Inspectie. Mooie opdracht vanuit het ministerie aan de Inspectie om eens uit te zoeken hoeveel tijd de verpleegzorg nu werkelijk effectief steekt in de mensen die voor meerdere uren per dag verpleegzorg behoeven. In overleg? Vergaderen? Oncontroleerbaar gezwam in de ruimte. De bewoners hebben er geen donder aan. Als opgemerkt: de bewoners wordt kostbare zorg onthouden met quasi gewichtigdoenerij en prietpraat. ‘We zijn in overleg.’ Geloof je het zelf? Luchtfietserij. Wij hebben op de Hogeschool in Tilburg eens een jaarlang over één en hetzelfde agendapunt vergaderd. Namelijk: hoe reiken wij de diploma’s uit? Alsof in al die veertig jaar daarvoor nog nooit een student was geslaagd! Doorgaans hebben in vergaderingen en tijdens overleggen de minst presterenden het hoogste woord. Ja, dank je de koekoek. Het voelt als een uitje. Ze worden er trouwens vanzelf manager mee. Bij Het Parool kreeg ooit eens een andere ex-hoofdredacteur door een groot deel van de redactie voor de voeten gegooid dat hij de wekelijkse plenaire had afgeschaft. Ook duidelijk geen liefhebber van vergaderen, die hoofdredacteur. De man besloot de plenaire bijeenkomsten onder druk weer in te voeren. Hij koos (geraffineerd) voor de vrijdagmiddag van vijf tot zeven. Van de honderd redacteuren kwamen er de eerste keer tien opdagen. Een week later nog maar vijf. En weer een week later twee. Twee van de honderd! De wegblijvers bleven vergaderen belangrijk vinden, maar niet aan het eind van de vrijdagmiddag. Een te ongunstig tijdstip. Uit betrouwbare bron weet ik dat deze hoofdredacteur achter gesloten deur zich rot heeft zitten lachen om zijn redactie. Hij kwam nog met het voorstel van de zondagavond. Toen begreep de Parool-redactie hoe laat het was. Er viel met deze hoofdredacteur niet te spotten. Moest aan deze hoofdredacteur denken toen ik laatst iemand zocht in ons voormalige verpleeghuis. Ik belde de receptie. Die probeerde me minutenlang vreugdeloos door te verbinden. Tenslotte de mededeling dat de hele afdeling in overleg zat. Welja! Om het wiel uit te vinden, natuurlijk. Schrijnende gevallen waaien vanuit de verpleegzorg onze weelderige achtertuin in. Neem dat bordje mosselen voor een bewoner die niet naar het restaurant kon komen. Hij moet bij het eten worden geholpen. Net als Ellen. De verzorging presteerde het om te zeggen dat ze eerst zelf gingen lunchen. Ze kwamen nooit meer terug. Ondertussen een plaag van vliegen rond dat bord met koude mosselen. Ze kropen zelfs in de schelp. En dan dat reservaat in Rotterdam dat een lastige dementerende bewerkte met een stroomstoot. Bij wet verboden. De minister gaat de zaak onderzoeken. De minister wint tijd. De minister gaat eerst met zijn caravan op vakantie naar Zuid-Frankrijk. Hoe slecht moet een verpleeghuis er al niet voorstaan als een bewoonster in het ziekenhuis eerst onder de douche moet worden gezet alvorens door de gynaecoloog geholpen te kunnen worden. Misdadig. De directrice van het betreffende verpleeghuis gun ik twee weken cel in plaats van twee weken naar de hagelwitte stranden van de Maldiven. Het zou dat mens in haar bloemetjes zomerjurkje en op haar naaldhakjes leren. Veel lof aan het begin van de vakanties richting de vaste verzorgenden van Ellen. Chapeau. Alle waardering. Ze zijn ons een zegen. En niet zo’n klein beetje ook. Ellen en ik, we weten wat we aan ze hebben. Altijd op tijd. Altijd bij de les. Ze zijn niet opdringerig, ze weten hun plaats. Empathie. Compassie. Sociale vaardigheden ontsproten aan sociale intelligentie. Ze verstaan hun vak en dús lopen ze hun cliënte en haar mantelzorger niet tig keer per dag advies te geven (en te irriteren). De computer moet voor de drie verzorgenden van Ellen nog worden uitgevonden. Maar omgekeerd durf ik te stellen dat wij ook goed voor de verzorgenden zijn. Het is de wisselwerking. Op de foto zijn we net klaar met het bespreken van het rooster voor augustus. We vieren dat Ellen niet naar het ziekenhuis hoeft om onder narcose te worden geholpen zodra de afgebroken kroon pijn gaat veroorzaken. Nee, onze Chinese tandarts in Maarssen gaat Ellen zelf behandelen, en zonder narcose. Bood hij deze week aan. Hij heeft een zwak voor Ellen. Wie niet? En graag behalve deze mantelzorger ook één van de drie verzorgenden mee om even voor tandartsassistente te spelen. Hij zag met eigen ogen wat Diana bij Ellen voor elkaar kreeg. De Chinese tandarts zoekt het succes niet in narcose maar in de rust van de eigen tandartspraktijk en in het vertrouwen dat Ellen in haar verzorgenden stelt. ‘Ik zag het meteen tijdens de controle van het gebit. Verzorgende word je niet, je bént het. Het zit in de genen.’ Dat mantra hanteert ook de in parkinson gespecialiseerde neuroloog van het Antonius. Hij laat zich mede leiden door ervaringsdeskundigen. Niet steeds meer en meer pilletjes maar daarentegen telkens wat minder. Het wijkt af van de gebruikelijke gang van zaken, maar waarom daaraan conservatief vasthouden? Van eerst viermaal daags drie pilletjes levo dopa naar twee. En sinds kort van twee naar één. Ook de verzorgenden constateren dat het lichaam van Ellen veel meer ontspannen is. Nog steeds drie keer per week de fysiotherapie. In de rolstoel gaat Ellen er deze ongekend tropische zomer als een ommetje met een verzorgende naartoe. Extra aandacht bij de fysiotherapie voor de hals en het slikken. De achilleshiel bij parkinson. De verzorgenden in het zonnetje. Eind deze week gaat de fantastische Trudy met haar gezin naar Oostenrijk. Zodra Ber de Vierdaagse van Nijmegen weer heeft uitgelopen neemt de al even rotsvaste Elly hem mee op vakantie naar Terschelling. In die periode gaan we zelf weer naar Bruno en Chris van Cajou in De Panne. En naar de overjarige hippie Jerôme van de strandbedden en parasols. Het is thuiskomen aan de Belgische zuidkust met zicht op wereldkampioen Frankrijk. We zijn bij de nummer 3 van de wereld en even verderop huist de nummer 1. Die kunnen we in de verte zien. Wat wil een mens nog meer! Diana mee. Cajou weet niet beter. Vaste kamer, ook voor haar. Ben altijd bang dat Diana in De Panne verkering krijgt met een Belg of een Fransman, dan zijn we haar kwijt. Zij dus weer mee naar zee. Om daarna met haar familie voor een paar dagen reünie naar Engeland te vliegen. De weersvooruitzichten blijven goed. De zomer is onvergetelijk. Zelden nog binnen gegeten. Proost, verzorgenden, op een daverend mooi vervolg van de onvergetelijke en nog lang niet afgelopen zomer van 2018 – maanden waarin alle mogelijke records gebroken worden. Zie de statige bomen in de verte op de foto. Het lijken wel cipressen. Het doet aan Italië denken. Aan Toscane. Aan Dante. Zo droog al weken als in de Povlakte. Ik denk aan Parma. Daar waar het allenmaal begon. Zo warm als op Sicilië. Een lange tafel als in de Provence. Rosé als in de Algarve. De vakanties kunnen beginnen. De Panne, we komen eraan! Prepareer maar alvast de ganzenlever. Zoals in de Dordogne. En de kikkerbilletjes zoals voorbij Lyon richting Bourg-en-Bresse. En de volgende vergadering? Al heel gauw weer. Ergens half oktober, zeker niet eerder. Niet lullen maar poetsen. Zit daarin misschien ook voor een deel het succes van onze boeken over het omgaan met parkinson en Lewy Body dementie? Gisteren vanuit het Belgische Dendermonde de vraag een exemplaar van ‘Dankjewel voor je liefde’ op te sturen naar het ‘Expertisecentrum Dementie’ aldaar. En ook van ‘Geef ons ook morgen’. Hoe zijn die mensen ons trouwens op het spoor gekomen? Bij de kassa van de Action zag ik heden ineens dikke tranen bij Ellen onder haar exotische paarse zonnebril vandaan komen. ‘Maar Ellen, het is toch niet erg om hier de washandjes te kopen? Ze kosten hier geen drol.’ Ik probeerde het zo-even maar met een grapje. Maar verstond ik het nou goed? Had ik haar ‘Ik wil nog niet dood’ horen zeggen? Gauw de Action uit met die washandjes. De eerste gebruiken voor het afdrogen van de tranen. ‘Maar je gaat nog helemaal niet dood Ellen!’ Daar kwamen nieuwe tranen. En daarna die onweerstaanbare glimlach. Het zonnetje bereikte het bankje op het pleintje. Vlakbij blies de viskraam de lucht van gebakken kabeljauw onze kant op. ‘Lieve verschrikkelijk lieve Ellen, je hebt een uitmuntende dag. Dat merkte ik vanochtend al. Iedereen vindt juist dat je het zo goed doet!’ Lachen door de tranen heen. Zoals toen bij Albert Heijn. Toen was het: ‘Ik wil ook weer kunnen lopen.’ Thuis wachtte Esmé. De back-up van de Grote Drie. Ze legde Ellen voor haar middagslaapje op bed. ‘Lig je goed zo lieve schat?’ ‘Ik ben al weg meissie.’ De Grote Drie. Artiesten. Ellen heeft haar eigen Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans. 

 

Beste meneer Johan Carbo, 

Vanuit Dendermonde bij Gent:

Wat leuk dat u de streek West- en Oost-Vlaanderen kent! Dat is toevallig. Ik las uw blogs. Voetbal brengt mensen duidelijk dichter bij elkaar! Ondertussen zijn we gelukkig al wat bekomen van de spannende strijd die onze Rode Duivels geleverd hebben. Ik ben zeer geïnteresseerd om uw boek ‘Dankjewel voor je liefde’ te lezen. Zou het mogelijk zijn dit laatste exemplaar op te sturen? Wij willen de verzendkosten uiteraard graag op ons nemen. Begrijp ik het goed dat u regelmatig nog in Dendermonde langs komt? In dat geval bent u uiteraard ook hartelijk welkom. Alvast bedankt voor uw fijne reactie. 

Met vriendelijke groeten, 

Leentje Vanderniepen 
Expertisecentrum Dementie Meander Dendermonde.  

 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *