Naar het Medisch Tuchtcollege

Dit is een op wrange feiten gebaseerde open brief aan de huisarts. Het overheidsbeleid is erop gericht ernstig zieken zo lang mogelijk liefdevol in de thuissituatie te verplegen. De zorg in Nederland is anders al helemaal niet meer te betalen. Verzorging thuis? Onderstaande brief pleit ervoor dit NIET te doen. De kwestie is intussen ook (en alsnog na ampele overwegingen) aangegeven bij de Inspectie en het Medisch Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg. Meespeelt dat de huisartspraktijk dermate slecht en dus gevaarlijk bereikbaar is voor mensen met een rollator, loophek, rolstoel of scootmobiel dat het gerust onverantwoord mag worden genoemd dat de vaste huisarts tussen 10 en 15 augustus geen visites reed (als aan ons meegedeeld). Het Medisch Tuchtcollege heeft de kwestie ontvankelijk verklaard en wacht het verweerschrift van huisarts P. af. Die vroeg om uitstel. 
 
Beste P,
 
Niet voor het eerst zijn wij in gesprek over de dames aan de balie van je praktijk die ik verwijt beslissingen van medische aard te nemen waarvoor zij niet geëquipeerd zijn. En die zich de facto zouden moeten beperken tot doortastende en op de patiënt betrokken ondersteunende dienstverlening. Dat ondersteunende dienstverlening onderstreep ik. Bij deze dames is Ellen niet veilig. En op dat aspect leg ik de vinger. Niet voor het eerst, als gezegd. Ik heb er al eens uitvoerig met jou over gesproken en in mijn boeken over geschreven. Er ligt te veel macht bij de balie. Om die constatering kun jij niet heen. Dat is medisch onverantwoord. Daar spreek ik je op aan. Er is op de praktijk een onderlinge loyaliteit. Maar ik spreek je aan op OOK loyaliteit met de patiënt. Trouwens, daar, bij de patiënt, zou jouw eerste loyaliteit mijns inziens moeten liggen. Je hebt er een eed voor gezworen. Niet voor de franje hopelijk staat jouw naam met koeienletters op een bord in de tuin van de praktijk aan het water in De Meern. 
 
Ik waardeer je werk in het asielzoekerscentrum. Daarover geen misverstand. Maar het mag niet zo zijn dat iemand als Ellen daarvan de dupe is. Ze is aan haar laatste levenscyclus bezig. Dat vereist accuratesse. Vrijdag was je niet voor haar beschikbaar. Oké. En die bereikbaar. En zulks is niet oké. De zwaarste gevallen zoals Ellen laat je toch anders achter dan ik mocht ervaren? Je liet haar aan haar lot over. Vrijdag niet beschikbaar. Maar de maandag erna ook niet, als ik afga op je baliepersoneel. Want dan moest je in overleg. Dan zou je geen visites rijden. Met andere woorden: twee werkdagen voor Ellen niet beschikbaar. Twee dagen weg uit het bluswater. Dat zijn de blote feiten. De eerstvolgende mogelijkheid was aanvankelijk woensdag. Dus dinsdag ook niet. Drie werkdagen dus niet. Een schande. En dat stel ik aan de kaak. Heb jij intussen een tweedaagse werkweek? Van jouw baliemedewerkers verwacht ik geen medische beslissingen, maar wel inzicht – ja zeker, wel inzicht – in het patiëntenbestand. Teneinde een juiste afweging te maken. Zeker als jij zo dikwijls weg bent. Ellen in het laatste stadium van parkinson en dementie schuif je op vrijdag niet door naar de woensdag van de daaropvolgende week. Bovendien: hoe vaak heb ik de afgelopen 21 maanden als continu mantelzorger een beroep op jou gedaan? Zelden of nooit. Ellen zit dik onder het gemiddelde, zo heb ik al eens te horen gekregen. Ik ben met het benaderen van huisarts, en ook neuroloog, en wie verder ook, altijd zeer terughoudend. Je bent drommelsgoed van onze situatie op de hoogte. Ik laat niet met ons spotten.
 
Stel dat dit jou eens met je vrouw was overkomen, of je baliemedewerkster met haar man of vriend! Jullie zouden wel anders piepen. Of had jij je schouders opgehaald? In dat geval is jouw echtgenote niet te benijden.
 
De gang van zaken afgelopen vrijdag bracht mij in de hoogste staat van paraatheid en deed een beroep op mijn assertiviteit. We zijn graag meer dan een geboortedatum. 
 
Ik word stapelgek van die onzin in de zorgsector met allerhande protocollen, richtlijnen, overleggen, vergaderingen en de verdere nodeloze rimram. Ik heb wat dat betreft al een hele griezelfilm in twee verpleeghuizen achter de rug. Waar is de oude authentieke huisarts gebleven? Als het vrijdag mis was gegaan dan had ik zeker via een advocaat langs juridische weg een claim ingediend met voldoende redenen omkleed. Je was nat gegaan.  
 
Mijn grootste grief is:
 
1. Het gebrek aan inlevingsvermogen aan de balie. Het tendeerde naar onverschilligheid. Dat gebeurt onder jouw leiding! 
2. Het ontbreken bij het baliepersoneel (de goeden niet te na gesproken) van kennis van de patiënte, in casu mijn echtgenote. Daar heb jij een rol in. Bij het intikken van de geboortedatum van Ellen zou er op jullie scherm een uitroepteken moeten verschijnen, of een vlaggetje, of een stormbal. In elk geval iets van attentie. Iets van extra aandacht. Jij bent eindverantwoordelijk! 
3. Het vanuit latentie niet adequaat handelen maar eerder afschuiven en afwimpelen. Ik durf zelfs te spreken van afpoeieren. Dat gebeurt onder jouw leiding!
 
Mantelzorgers kunnen boos zijn. Heel boos. Je kunt als praktijk mantelzorgers ook boos maken en ze over de kling jagen. Je hebt me pis- en pislink gemaakt. Besef ook dat ik inmiddels al meer dan 4000 dagen mantelzorger ben, waarvan een groot deel fulltime. Veel mantelzorgers leven in rauwe rouw. Er heerste een vrijdagsfeer bij jou op de praktijk. Als de kat van huis is. Jij mag je de kermis aanrekenen! Ik mag na al die jaren veronderstellen – nee: eisen – dat bekend is dat ene Johan Carbo zichzelf al jaren voor zijn vrouw wegcijfert en alleen contact met de dokter zoekt als hij daartoe een zeer dringende noodzaak ervaart. Een zeer dringende! En die was er. Compassie man! Empathie! Je hebt met mij te maken met iemand die het liefste wat hem is overkomen aan het verliezen is en die vrouw – Mijn Levensader, met hoofdletters geschreven – is onvervangbaar. Zij kan niet meer voor zichzelf opkomen, daarom doe ik het. De problemen in de Nederlandse gezondheidszorg zijn niet allereerst van financiële aard. Het is de mentaliteit. Het is de bureaucratisering. De afstandelijkheid. De onverschilligheid. Na ons de zondvloed. Die aspecten, noem het constateringen, hebben ook stuk voor stuk mede een rol gespeeld met het Ellen vanuit het verpleeghuis weer volledig naar huis halen. 
 
Het beeld van Ellen afgelopen vrijdag liet zich door mij als niet-medicus moeilijk inschatten, daar is een arts voor. Maar ik zag dat het niet goed ging. Al drie dagen sliep ze aan één stuk door. Haar blik was die van een dode. Eten en drinken geven lukte nauwelijks. Het kwam er weer net zo uit. Slikproblemen en hoesten. Rauwe hoest. Diarree. Ik weet uit de literatuur het verloop van parkinson en Lewy Body en ik vreesde het ergste. Zulks roept emotie op. En met die emotie en angst voor het einde van Ellen moet ik anders bij jullie terecht kunnen dan vrijdag het geval was. Ik heb dit ook uitvoerig besproken afgelopen vrijdagavond met de waarnemend arts van de weekenddienst. Hij zou jou nog contacten. Er is vanaf de receptie van D.W. afgelopen vrijdagochtend en -middag flagrant ondermaats en onprofessioneel (en dus onverantwoordelijk, en dus kwalijk) op mijn telefoontjes gereageerd. Te idioot om los te lopen. Vind je het gek dat ik op hoge poten naar de praktijk ben gekomen? En als het afgelopen vrijdag fout was gegaan dan had ik me ook onherroepelijk met een strafklacht tot de Inspectie en het Medisch Tuchtcollege gewend. Dit even los van die claim.   
 
Vrijdagmorgen werd ik geconfronteerd met de mededeling dat als het met Ellen niet levensbedreigend c.q. spoedeisend was, ik geduld moest hebben. Want jullie waren in overleg. Overleg? Overleg? Dooddoener! Letterlijk en figuurlijk! Doe je werk! Verschans je niet altijd achter overleggen. Organiseer de boel zo dat een zware patiënt als Ellen niet in de kou hoeft te staan. Zou ik je mogen zeggen dat er tussen direct-levensbedreigend en een steenpuist nog een heel veld aan mogelijkheden ligt? Het punt was nu juist dat ik mijn verantwoordelijkheid nam en zekerheid wilde – zekerheid! – bij het ingaan van het weekend. Mijn bedoelingen waren zuiver en overeenkomstig de verantwoordelijkheid die ik al vele jaren ten aanzien van de zieke Ellen op mijn schouders draag.
 
Waarom geeft jullie systeem niet aan welke patiënten vanwege de aard van hun ziekte extra aandacht verdienen en niet op de lange baan geschoven mogen worden? Met andere woorden: waarom realiseert zo’n ondergeschikte aan de balie zich niet dat bij bellen voor Ellen Carbo-Palstra het niet gaat om flauwekul en hypochondrie? Ik kwalificeer de gang van zaken afgelopen vrijdag als broddelwerk van jullie kant. En ik heb als mantelzorger het recht, en zelfs de taak, daarop in te zoomen. Je verdient een draai om je oren van de Inspectie en van het Medisch Tuchtcollege. Je verdient het dat ze een kwalijke aantekening van je maken. 
 
We hebben hier te maken met een patiënte die aan een ernstige chronische ziekte lijdt en twee achtereenvolgende hittegolven probeert te overleven. Ik heb afgelopen vrijdag bij mijn woede-uitval aan de balie gedaan wat van de eindverantwoordelijken bij jullie mocht worden verwacht. Daarna stuurde je mij een mevrouw (geen volwaardige arts) die het bestond tegen mij te zeggen:
‘Ik kom niet voor u maar voor uw echtgenote.’
‘U bent een onaangenaam mens in de omgang.’
 
Wat zullen we nou beleven? Vanwaar die kapsones? Volstrekt ongepast. Mevrouw had wel degelijk met deze mantelzorger te maken. Mevrouw kwam vooringenomen poolshoogte nemen. Als ijskonijn. Ik heb haar weggestuurd. De situatie leende zich ook niet voor een aio. Aan de arts van de Meentweg had ik de steun die ik vrijdag zocht. Jij moet je daarvoor kapot schamen. Hij begon al over een hospice. Daar moest ik me misschien wel op gaan voorbereiden. Later maakten we op dit punt toch nog even een voorbehoud, noem het een pas op de plaats.  
 
Ik vind het beschamend wat ik met jouw praktijk vrijdag heb meegemaakt. Het pleit er bijna voor om dementerenden, anders dan medisch wenselijk, en anders dan de overheid voorstaat, NIET zo lang mogelijk in de eigen thuissituatie te houden. Maar ik doe het wel. Je bent schromelijk in gebreke gebleven. Een belangrijke vraag die ik je mondeling ga stellen is: heb je, alvorens naar het asielzoekerscentrum te gaan, instructies aan de baliepersoneel op de praktijk achtergelaten aangaande urgente telefoontjes? Rolt er een markering uit je computersysteem zodra voor bijzondere patiënten wordt gebeld? En hoe liggen de verhoudingen op jouw praktijk tussen de artsen en de ondersteunende dienst? Met andere woorden: aan wie is bij D.W. de patiënt overgeleverd? Aan niet-medisch geschoolde jonge dames? Hebben die de regie? We komen erover te spreken. Ik laat er geen gras over groeien. 
 
Gegroet. Johan.
 
Uit fatsoen zijn de naam van de huisarts en zijn praktijk beperkt gebleven tot initialen. Dat geldt niet voor de brief naar de Inspectie van de Gezondheidzorg van het ministerie in Den Haag. 
 
Beste P. (2):
Je bezoek (pas) woensdag aan Ellen heeft weinig meer opgeleverd dan de bevestiging van mijn kant dat je onderschat (en blijft onderschatten) hoe slecht de gang van zaken op vrijdag 10 augustus was. Je hebt ons in feite laten barsten. Waarmee je ook de verzorgenden van Ellen diep hebt geschokt. Je hebt aangetoond dat Ellen bij jou niet in goede handen is. Op diverse voor de hand liggende vragen wenste jij bij het huisbezoek geen antwoord te geven. De reden daarvoor hield je voor jezelf. Curieus. Het lijkt mij in mijn situatie een normale en reële vraag, welke instructies jij aan je assistentes achterlaat in geval van een nevenactiviteit in het asielzoekerscentrum. Eigenlijk wilde je nergens antwoord opgeven, je dook weg voor je verantwoordelijkheid. Maar ondertussen zei je wel dat je het zou betreuren als we naar de andere dokterspraktijk zouden overstappen. Je liet ons evenwel geen keus. Ik zal het Medisch Tuchtcollege vragen om een oordeel over wat ik zie als een ernstig verzuim. Als het nu eens om jouw echtgenote was gegaan of één van de kinderen? Zou je er dan genoegen mee hebben genomen dat je huisarts de boel zo in de steek gelaten had als jij bij ons deed? Verweer je maar bij het Medisch Tuchtcollege. Je verdient een berisping. Wederom groet, Johan. 
 
 
  
 
 
 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *