Lobi da basi

Met ‘Lobi da basi’ en ‘Gran tangi’ sloot oud-studente journalistiek Evy van der Sanden haar twee mails af. Ze vormden een onverwachte aangename verrassing – zeker aangenaam hoe ze aan Suriname refereerde terwijl hier buiten de drabsneeuw met dwarrelvlokken werd voorzien van een nieuwe maagdelijk witte bovenlaag. De kerstverlichting in de voortuin ging aan voor een idyllisch plaatje. Ellen nog in diepe slaap. Even verderop hoorde ik deze steenkoude vroege ochtend de eerste buurtbewoner zijn autoruiten krabben. IJspegels aan de balustrades. En dan een mail over Suriname. De tropen op het netvlies. Studenten kwamen en gingen. Aan de Erasmus in Rotterdam en bij Fontys in Tilburg. Ze studeerden af en meestal hoorde je vervolgens nooit meer iets van ze. Waarom ook wel? Geregeld kwam je later in de betere kranten met gepaste trots de namen tegen van de betere studenten. Ik was geen gemakkelijke docent. Stelde hoge eisen. Te laat komen was een doodzonde. Een zin was niet zo maar een zin. Daar moest bloed doorheen stromen gelijk een malse biefstuk van Loetje. Een zin diende liefdevol op het beeldscherm te verschijnen. Vakmanschap bevolen. Een stukje schrijven was niet zo maar wat regels kakken. Schrijven was schuren, plamuren, slijpen, vijlen, enzovoorts, enzovoorts. Schrijven op de vierkante millimeter nauwkeurig. Eerst gronden en dan pas de glansverf. Spreekvaardigheid en uitdrukkingsvaardigheid op papier. En het geschrevene moest iets met de lezer doen! Het geschrevene  mocht nooit zo droog zijn als je schoenzool. Het moest de lezer raken! Niks van roef roef. Uit den boze. Studenten hielden van me of hadden een hekel aan me. Het had meestal met hun eigen instelling te maken. Het meest gaf ik om de studenten die van een vijfje een zesje maakten, en van een zesje een zes plus. En soms vandaar naar een zeven min. Ik hield niet eens het meest van de studenten die het kwam aanwaaien. Het waren de harde werkers die de meeste sympathie oogsten. Doorzettingsvermogen kortom, de juiste vechtersmentaliteit. De ijzeren wil de journalistiek te halen. In die categorie zocht ik vaak ook naar studenten voor een beloningsstage bij De Ware Tijd in Paramaribo. Ze stonden te dringen, de studenten die voor drie maanden naar Suriname wilden. Ik was er zelf een keer of acht voor mijn werk. Mij werd er een hoofdredacteurschap aangeboden. Niet gedaan, Ellen werd ziek. Maar anders… Eén keer was ze mee. Het eerste jaar van haar parkinson. Wat zij heeft met Bali heb ik met Suriname. Van vliegveld Zanderij naar Paramaribo schrok Ellen een beetje van Suriname. Loslopende, rondscharrelende kippen. Broodmagere, verdrietige straathonden. Ter hoogte van Lelydorp een dooie hond op de weg. Zwerfvuil in de bermen. Hutjes van golfplaten in nederzettingen van de nakomelingen van de eertijds van de plantages gevluchte creoolse slaven. Brommertjes zonder uitlaad en koolmonoxide. Leven op straat. Zuid-Amerika en niets anders. Geen hoofdredacteurschap. Het werd een mentorschap in de Malebatrumstraat in het historische centrum van Paramaribo waar veel van de boeken van Cynthia McLeod zich afspelen. Suriname fascineert. Suriname daagt uit tot liefhebben. Een brasa waard. Suriname ademt de oude koloniale sfeer die tot bescheidenheid noopt. En tot stilzwijgen waar stilzwijgen past, meneer Blok. Want wat hebben we niet op ons geweten. Zeevarend Nederland en de kerfstok. Nederland en de Spaanse bok. Nederland als uitvinder van de Surinaamse concubine. Suriname maakte meer indruk dan Indonesië. En Indonesië weer meer dan de Antillen. Moet ineens weer denken aan die zich vergalopperende VVD’er Blok, de idioot. Nog maar sinds 1975 is Suriname onafhankelijk. Dat lijkt lang maar is dat niet voor een eigen ontwikkeling. Hier thuis zeker anderhalve meter aan boeken over Suriname. Wij zijn en blijven het land schatplichtig. Herinneringen ja, ze kwamen met de mails van Evy weer boven. Herinneringen aan de voormalige plantages, aan Blauwgrond, Fort Zeelandia, de rondleiding daar, de kogelgaten van de Decembermoorden, de Waterkant, hotel North Resort, onze uit graniet opgetrokken chauffeur Dolf en noem maar op. Het AHKCO of wel de journalistenopleiding in Paramaribo. Waarvan het gebouw na een paar stortbuien warm water veranderde in een zwembad. En het regende nogal eens in Suriname. De schimmel stond eens in mijn koffer. Die temperatuur daar! Die vrolijkheid! Rond middernacht nog even zwemmen voor het slapen gaan met een whisky binnen handbereik. En ‘s morgens om half zes of eerder eerst een duik in het zwembad van North Resort en dan de les van die dag voorbereiden bij het ontbijt. Dolf die om half negen ’s ochtends de auto voorreed. Leuk van oud-studente Evy om me aan dat alles weer eens te herinneren. 
*******
(3) Beste meneer Carbo,
Ik heb de blogs gelezen. Een feest der (gedeeltelijke) herkenning waar het over Suriname gaat, regelmatig tranen in mijn ogen waar het over Ellen gaat. Het is heel mooi, lief en krachtig hoe u over Ellen schrijft. De liefde spat ervan af. En volgens mij bent u heel sterk – ‘Als het leven je een rotstreek levert… Wat dan en hoe dan? Welnu, dan toch volhouden. Dan de rechte rug.’
Dat klopt, je moet wel. Het maakt de situatie niet minder verdrietig. Ondanks alle kracht en liefde die uit de blogs en uw mail spreken, ben ik er een beetje verdrietig van geworden. De blogs over Ellen hebben veel indruk gemaakt. Ze raakten me.
Ik vind het daarom ook een beetje lastig om nu vrolijk te beschrijven hoe mijn persoonlijke band met Suriname is. Toch een poging: het land speelt inderdaad elke dag een rol in mijn leven. Niet omdat ik er woon, hoewel ik overweeg om vrijblijvend een paar maanden in Suriname te gaan werken, maar omdat ik geestelijk elke dag met Suriname bezig ben. Loop je door mijn appartementje, dan vind je van alles terug wat met Suriname te maken heeft. Van pangi’s en een kalebas tot een keukenschort met de Surinaamse vlag en teloh met tri. Ik probeer nog altijd een beetje Sranan Tongo te leren en een van mijn beste vrienden is Surinaams. Ik luister naar Surinaamstalige muziek en zodra ik Hans Buddingh’ tegenkom op de redactievloer van NRC, gaat het over Suriname. Mijn collega’s van de buitenlandredactie van NRC – waar ik als online kracht werkte – gaven me onlangs een Surinaams kookboek en een boek over boeroes cadeau bij mijn afscheid. Zo kan ik dingen blijven opnoemen.
Wat leuk dat u nog altijd contact heeft met oud-studenten. Ivo ken ik nog wel. Ik heb wel eens met hem afgesproken (ik denk voor mijn scriptie voor mijn afstuderen.) En Cees ken ik ook nog wel, van gezicht.
Fijn dat u het attent vindt dat ik u mail. Ik moest u wel een keer mailen. Wanneer mij gevraagd wordt hoe ik toch bij Suriname terecht ben gekomen, komt u onherroepelijk aan bod in mijn verhaal. Als u me niet gevraagd had voor die stage, had ik zeer waarschijnlijk een heel andere band met Suriname gehad. Had ik een van mijn beste vrienden wellicht niet ontmoet. Had ik geen verhalen geschreven over het slavernijverleden. De interesse in Suriname hebben u en vervolgens mijn stage aangewakkerd. Ik ben daar zo ontzettend blij mee, dat een mail sturen met een bedankje het minste is wat ik kan doen.
Ik hoop dat u en Ellen nog veel mooie momenten meemaken en lang van elkaar kunnen genieten. Lobi da basi. Liefde is de baas.
Lieve groet,
Evy
*******
(2) Wat een leuke aangename mail (en verrassing) zag ik zo-even op het scherm van de pc voorbij komen. Jazeker Evy, ik herinner me jou nog. Heb er ook een gezicht bij. Wat een vriendelijke woorden. Mijn dank. Hoe het met mij gaat? Mijn lieve mooie Ellen, die alles voor mij betekent, mijn muze en fotomodel, je herinnert je haar, ze heeft parkinson Ellen en dat heeft ons leven drastisch veranderd. Ze woont thuis. Wéér thuis na een verpleeghuisepisode. Ik zorg voor haar. 24 Uur de klok rond. Samen met drie dames die elkaar afwisselen. Een leeftijdgenoot van jou op de reservebank. Ellen is net uit logeren geweest bij een van de verzorgenden. Bij Diana in Zeist. Diana is zo’n beetje Ellen d’r hofdame. Een asielzoeker uit Afghanistan met een indrukwekkend levensverhaal. Eigenlijk een boek waard. Het gaat uitstekend met de verzorging van Ellen. Majesteitelijk in feite. Ellen behoeft veiligheid en warmte en die krijgt ze. Volop. Over het omgaan met parkinson en het syndroom van Lewy Body heb ik sinds 2014 elk jaar een boek geschreven en uitgebracht. Mooie recensies op gekregen. Nog steeds bestellingen. Op de boekenlijst van de Alzheimer Stichting. Je vindt er meer over op onze website.
De boeken brachten me in het lezingencircuit. In november nog in Dendermonde bij Brussel. Een volle zaal met artsen en verpleegkundigen. De Belgische kustplaats De Panne is ons tweede thuis geworden. Daar recupereer ik elke zes weken gedurende een weekendje. Op de site die ik zonet noemde vind je bij de rubriek ‘Archief’ en ‘maart 2017’ twee uitvoerige blogs met herinneringen aan Suriname. Titel ‘Domweg gelukkig op de redactievloer van Stevie Wonder’. Suriname was misschien wel de kroon op mijn werk. De kroon op een lange succesvolle carrière. Een loopbaan van vooral hard werken. Misschien ook wel aardig voor jou: ‘december 2018′: ‘De slagboom van Zánka, de bergtoppen van Pammier’. Het is mijn (ons, ook van Ellen) kerstverhaal dat hier in het Utrechtse paginagroot werd gepubliceerd in een krant. Elke dag Suriname nog een rol in je leven? Persoonlijk? Heb je een Surinaamse partner? Woon je er? Laat maar eens weten. De Parbobode ken ik wel. Ziet er gelikt uit. Mooie uitgave. Heel attent van je om eens te mailen. Ik heb met een paar studenten van weleer nog steeds een beetje contact. Zo ben ik tussen Kerst en de jaarwisseling hier in de buurt (in Houten) met Ivo Evers (ook DWT en nu EenVandaag) wezen eten. Zijn (ex) vriendin (Annelies) heeft voor mijn website gezorgd. Veel foto’s op die website van Annelies en ook genomen door Diana Sharifi. Zij is onherroepelijk uitgegroeid tot Ellen d’r beste vriendin. En iemand met een grote praktijkervaring in de verzorging van een patiënte met parkinson. Lees ook maar eens blog ‘Uit logeren in Zeist, een feestje’. Illustratief! Volgende week mijn vaste etentje in Amsterdam bij oud-collega en docente Duits Jeannette Klusman en haar echtgenoot Marc. Technicus Cees Muit en zijn vrouw komen geregeld vanuit Rotterdam bij ons op bezoek. Tsja, en wat ik al zei: als het leven je een rotstreek levert… Wat dan en hoe dan? Welnu, dan toch volhouden. Dan de rechte rug. Ik doe mijn best. Het is zoals onze bevriende buurman Charles deze week zei: ‘Je realiseert je steeds meer wat liefde is, liefde geven aan de ander vooral ook.’
Van hier een zeer hartelijke groet.
Johan.
 *******
(1) Beste meneer Carbo
Ik weet niet of u nog weet wie ik ben, dus voor de zekerheid stel ik mezelf nog eens voor. Mijn naam is Evy van der Sanden en ik heb in 2013 les van u gehad op de Fontys Hogeschool voor Journalistiek. U heeft me destijds gevraagd of ik drie maanden stage wilde lopen bij De Ware Tijd. Daarvoor wil ik u nu, ruim vijf jaar later, nogmaals heel erg bedanken.
Dankzij u speelt Suriname nog elke dag een rol in mijn leven. Op zowel persoonlijk als journalistiek vlak. Er wordt weleens gevraagd of ik stiekem geen Surinaams bloed heb.
In april vorig jaar nam ik mijn moeder mee naar Suriname. Ik wilde dat ze zou snappen wat het land zo bijzonder maakt voor mij. Toen ik uit het vliegtuig stapte op Zanderij, had ik het gevoel dat ik thuiskwam. Dat klinkt misschien wat sentimenteel of dramatisch, maar ik vind dat bijzonder.
En wat betreft de journalistiek: zo nu en dan schrijf ik voor Parbode en NRC over Suriname of onderwerpen die gerelateerd zijn aan het land. Zo interviewde ik in 2018 Gerard Spong over het decembermoordenproces, voor Parbode. En ik maakte het jaar ervoor een spread over de kwaliteit van de lesstof over het slavernijverleden en een spread over de digitalisering van de slavenregisters, voor NRC.
Dat alles heb ik aan u te danken, want met mijn stage bij De Ware Tijd werd het zaadje gepland voor mijn liefde voor Suriname. Dus nogmaals: heel erg bedankt daarvoor. Gran tangi.
Ik hoop dat het goed gaat met u.
Hartelijke groeten,
Evy van der Sanden

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *