‘Lees ik ineens over mijn volle nicht!’

Geachte meneer Carbo,

Zie hier opeens het verhaal van Ellen in het prachtige boekje ‘Mam kijk naar de sterren’! Ellen Palstra mijn volle nicht! Haar vader, W.F. Palstra, was de  halfbroer van mijn moeder. Mijn moeder was de oudste van drie meisjes. Oom Will! Het eerste en enige kind van de eerste vrouw van mijn grootvader (Wiebe?) Palstra. Die eerste vrouw heette zeer waarschijnlijk Engelbregs van Bevervoorde en is zeer jong overleden. Vermoedelijk in het kraambed, iets wat mij altijd is verteld. Ze kwam volgens de overlevering uit Kampen. De tweede vrouw was Elisabeth Wilhelmina(?) Kuh, waarschijnlijk uit Zeeland, maar gehuwd in Voorburg. Zowel mijn grootvader als mijn oom Will hebben hoge posities bekleed in het Leger Des Heils. Oom Will woonde in mijn vroege jeugd – Ellen was ongeveer vijf jaar ouder dan ik – op de Reinier Vinkeleskade in Amsterdam. Vlakbij ons. Ellen kwam heel vaak bij ons, en dan vooral bij mijn moeder, op bezoek. In die tijd zagen wij ook vaak onze Wiebe in zijn KLM-uniform. Hoe klein ik ook nog was, ik zag al een spetterende man, die mij vaak meenam voorop de fiets. Ik zou heel graag het e.e.a. willen weten, navragen, enzovoorts. Ik hoop dat u mij wilt helpen hiermee. Zoals u zult begrijpen, ben ik ook niet meer de jongste. Thuis werden mijn vragen over Indië, het Leger, en zo meer altijd afgedaan met tempo doeloe en verder niets. Alvast veel dank.

Met vriendelijke groet,

A. Mulock Houwen-Linssen.

 

Ach, meneer Linssen, wat een leuke verrassing die mail van u. Helaas kan Ellen zelf niet meer reageren. Ze zou het anders zeker hebben gedaan. Ik doe het nu voor haar. U heeft het natuurlijk gelezen in ‘Mam, kijk naar de sterren’: Ellen heeft parkinson en Lewy Body in een verder stadium. Lewy Body is anders dan Alzheimer. Dit syndroom met uitingen van dementie is aan parkinson gelieerd en houdt vooral in het opgesloten zitten in het eigen lichaam. We leven in en mét een vertraagde film. ‘Onze Wiebe in zijn KLM-uniform’, schrijft u. Wiebe ja, de favoriete broer van Ellen. Was verloofd met een baronesse of zoiets. Als tiener bewonderde Ellen die baronesse. Vanwege haar nagellak, lippenstift en sigaretten. Mondaine verloofde. Misschien wel mede daardoor verliet Ellen al vroeg het Leger des Heils. Ze ging van de tamboerijn bij de kerstpot in de Amsterdamse Pijp naar de dolle mina’s. Zong ze ineens heel andere liedjes. Ellen was van de naaldhakken, het vrouwelijke. Niet van wat ik nu vaak zie: dat seksloze in grijstinten. Ellen groeide in Utrecht uit tot een uitstekende onderwijskracht. Oogstte veel bewondering. Haar afscheid van het onderwijs was indrukwekkend. Met een speciale ontvangst op het stadhuis en als cadeau van de gemeente een reproductie van Corneille. Ik ben heel trots op Ellen. Ze is mooi in alle opzichten. Tot mij gekomen als ‘de verboden vrucht’. Ik wist me aanvankelijk geen raad met mijn verliefdheid. Daar stond ze ineens langs de kant van het honkbalveld: fotomodel. De dingen die u schrijft, heb ik Ellen horen vertellen. Toen we eens in Zeeland waren en Ellen het verkeersbord met Domburg zag, moesten we daar linea recta naartoe. Want daar kwam haar familie vandaan. Over Kampen heb ik haar ook gehoord. Meer dan eens. Tante Kuh ken ik van de verhalen. Indisch? Woonde zij niet op de Emmalaan in Amsterdam? Ellen wees me een statig pand daar in Oud-Zuid aan. Schitterende omgeving. Ach ja, de arme broer Wiebe. Ellen d’r oogappel in haar jeugd. Hij was te jong voor het jappenkamp met volwassenen en net even te oud voor het kamp met vrouwen en kinderen. Speelde hij ook niet grandioos piano? Hij werd ziek in zijn hoofd en verbleef jarenlang in een inrichting. Daar stierf hij. In Haarsteeg in Brabant. De hersenaandoening van Wiebe gaf veel verdriet. De oorlog op Java is nooit helemaal weggeweest. We staan er jaarlijks bij stil op Bronbeek. Ellen had een tamelijk eenzame jeugd. Met een huishoudster. Die was niet helemaal goed snik. Door haar vader zo gekozen omdat anderen eens konden denken dat een aantrekkelijke huishoudster heel misschien wel zijn maîtresse zou kunnen zijn. De jaren vijftig. Bedompt. Gluren naar de buren. Altijd maar bezig met wat de buren en anderen wel niet van je vonden! Of onverhoopt konden vinden. Een maffe huishoudster dus. Haar vader maakte carrière, de hoogste baas van het Leger in Europa. Haar moeder kreeg al rond haar zestigste dementie en werd tot haar dood verpleegd. Ellen was dubbel over haar tamelijk beroemde vader die ik terugvond in de krantenarchieven. Kreeg een Koninklijke onderscheiding, kwam op visite op paleis Soestdijk. Destijds ook voorzitter van de NCRV. Aan de ene kant was Ellen trots op haar vader. Maar aan de andere kant vond ze, vertelde ze me, dat hij wel eens wat vaker een arm om haar schouder had mogen slaan. Gemis aan affectie. Uit de verhalen maak ik op dat Will van stijl en steil was. En dat haar vader een binnenvetter was. Hij stortte zich op zijn werk toen zijn Britse vrouw de weg kwijt raakte. Will moet een heel verdrietig mens van binnen zijn geweest. Ellen maakt het naar omstandigheden redelijk goed. Maar het ziekteproces blijft onverbiddelijk. Ze wordt met liefde verzorgd. onmetelijke liefde. Dat verdient ze. Dubbel en dwars. Geen verpleeghuis maar thuis bij de eigen haard. Lees de blogs. Zoek gerust contact. Graag zelfs. We horen het wel. Mede namens Ellen een warme groet. Bedankt voor de digitale familiebrief! Namens haar! 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *