De karikatuur Stef Blok

Beste meneer Carbo,
 
Als uw oud-studente:
Hoe gaat het met u? En hoe gaat het met Ellen?
Ik mail u omdat ik u wil laten weten dat ik gisterenavond aangenaam verrast werd. Ik las uw blog getiteld lobi da basi. Ik houd van die zin. De combinatie van woorden lijkt eenvoudig, simpel. Maar de boodschap vind ik zo mooi, zo positief, zo krachtig. Genoeg over lobi da basi. 
Het lezen van uw blog heeft mijn avond gemaakt. Zoals mijn mail herinneringen naar boven haalde bij u, zo deed uw blog dat bij mij. Ik weet nog goed hoe u in een van uw eerste lessen vertelde dat u een reis ging maken, en dat u in het vliegtuig al het kaf van het koren zou scheiden. Geweldig vond ik dat – en erg snel.  Zo nu en dan lijkt het me heerlijk om weer even terug te gaan naar die tijd. Naar uw Krantenmoduul, met de stages het leerzaamste onderdeel van de gehele opleiding. En naar Suriname. Weer even student zijn, hard werken, nerveus zijn voor feedback die dezelfde dag nog in je mailbox verscheen. Ja, 2013 was een mooi jaar.
Ik weet niet of ik u ooit heb gevraagd waarom u mij vroeg naar Suriname te gaan. Als ik het heb gevraagd, is het antwoord mij – bij voorbaat mijn excuses – ontschoten. Daarom vond ik dit mooi om van u te lezen: ‘Doorzettingsvermogen kortom, de juiste vechtersmentaliteit. De ijzeren wil de journalistiek te halen. In die categorie zocht ik vaak ook naar studenten voor een beloningsstage bij De Ware Tijd in Paramaribo.’  
En waar ik het helemaal mee eens was, de zin: ‘En tot stilzwijgen waar stilzwijgen past, meneer Blok.’ Echt, precies, dát. 
Maar het allermooiste vind ik de herinneringen die bij u naar boven kwamen naar aanleiding van onze mailwisseling. Ik ben blij dat u dat zo leuk vond.
 
Een hele fijne dag toegewenst. Ook voor Ellen.
 
Hartelijke groet,
Evy
*****
Beste Evy, dank je wel. Het antwoord op de vraag waaraan studenten moesten voldoen om voor een stage in Paramaribo in aanmerking te komen is gegeven. De keus viel niet op de grote talenten die het allemaal kwam aanwaaien. Ik twijfelde nog wel eens aan hun weerbaarheid bij tegenslag en aan hun aanpassingsvermogen. Voor een bestaan in de tropen komt ook zelfredzaamheid om de hoek kijken. En incasseringsvermogen. Daar nog meer dan hier in Nederland. De meeste studenten die we voor drie maanden naar Suriname uitzonden, kwamen met mooie rapportcijfers terug. Behalve één. Een meisje dat aan de boemel ging en de bloemetjes buiten zette met een fotograaf. En dan kreeg ik bericht van de hoofdredactie van De Ware Tijd dat deze studente er niks van bakte en wat ik van plan was daaraan te doen. Op hun fotograaf hadden ze geen greep. Tot drie keer toe liet ik weten dat ze die verliefde studente, die geen regel op papier kreeg, terug naar Tilburg moesten sturen, maar dat vonden ze dan weer zielig. Welnu, dan houdt het voor mij op. Na alle achten en negens dus ineens iemand met een vier op Schiphol. Dat meisje liet ik ook nog eens tweemaal zakken op het eindexamen. Ging ze bij de directeur lopen klagen. Ik hield overigens mezelf mede verantwoordelijk voor die mislukte stage. Ik had tevoren mijn twijfels maar dacht: vooruit, we wagen het erop. Dom. Zoiets moet je niet doen. Ja, het is een harde leerschool die beginfase van de journalistiek. Ik moest zelf eens bij Het Parool een artikel tot zeven of acht keer overdoen. Lag er ’s nachts wakker van. Knarste mijn ondergebit kapot. Ellen heeft mij altijd met de krant moeten delen. Het was geen negen tot vijf bestaan. De ambtenarij zou ook helemaal niks voor mij zijn geweest. Geen enkel avontuur. Een hoog doorzon-gehalte. Er waren periodes dat mijn bed bij wijze van spreken op de redactie stond. Sprak er laatst nog over met Kees van Dam van het NOS Journaal. Hij passeerde me op een volkomen doorgeroeste ouwe damesfiets. Hij zat bij mij op de buitenlandredactie van het Utrechts Nieuwsblad toen ik daar chef was. Dat waren misschien wel mijn allermooiste jaren. Zeker mijn meest productieve. Met werkdagen van twaalf tot veertien uur. Ik overdrijf niet. We hadden het over de Golfoorlog, de eerste van pa Bush die Saddam Hoessein wel in leven liet. We spraken over Berlijn en de val van de Muur, ik was daar toen met pen en papier. Zag die Muur met eigen ogen vallen. Onvergetelijke ervaring. Ellen die voor de nachtdiensten pakketjes eten meegaf voor de gehele crew. We aten aan ons bureau en hielden het nieuws in de gaten. Ik had het allemaal nooit willen missen. De ontvoeringszaken als politieverslaggever, Berlijn en de Muur, Praag en Vaclav Havel, De Golfoorlog en generaal ‘Stormin’ Norman Schwarzkopf, de Balkan en Milosevic. Belfast ook. Het naargeestige Belfast. Op zaterdag aten we er in een restaurant. Op zondag vloog datzelfde restaurant bij een bomexplosie de lucht in. Stonden we ineens naar een geraamte te kijken. Verbijsterend was dat. En Caracas in Venezuela. Bezoek aan indianendorpjes in het uiterste zuiden van Venezuela. De bush bush. Ik honkbalde er tussen de hutjes van stro met de kinderen. Hoe ze daar aan honkbalmateriaal waren gekomen, weet ik nog steeds niet. Als verslaggever bij de Elfstedentocht en op Wimbledon. Maar als gezegd: hard werken, altijd maar weer hard werken. Ook als docent op de universiteit en de hogeschool. Met steun van Ellen die erop toezag dat ik niet overdreef. Daar diende ons boshuisje in Drenthe voor. Het jaar 2002 was ook onvergetelijk: Fortuyn, het huwelijk van Alex en Max, de val van het kabinet Kok. Ellen is redelijk stabiel. Ik prijs me gelukkig. Ik houd een lofzang op de vier verzorgenden. Ze doen het grandioos en ze gaan ook heel goed met onze privacy om. De vier doen Ellen en mij ook heel goed onze eigen identiteit behouden. Dat is belangrijk. Het werk aan de basis in de zorg zou veel meer gewaardeerd moeten worden. Wat zouden Ellen en ik zonder ons team zijn! Ik realiseer me dat elke dag. Opmerkelijk van hoeveel voor mij volstrekt onbekende mensen ik een aanvraag krijg voor één of meerdere boeken over ons omgaan met parkinson en Lewy Body. Het waren er in de afgelopen drie weken acht. Acht mensen die met Lewy Body werden geconfronteerd en ten einde raad waren. Zo anders dan verschillende figuren die van Lewy Body nog altijd verschoond zijn gebleven. Maar die zelfs ook mij nog heel goed durven te zeggen hoe het moet. Acht collega-mantelzorgers. Net als ik hadden ze vóór de diagnose nooit eerder van Lewy Body gehoord. We hadden destijds geen idee wat er allemaal met ons gebeurde en wat nog te gebeuren stond. Bizar hoor. Sommigen kochten onze hele serie vanaf ‘Dankjewel voor je liefde’. Zelf herlees ik momenteel ‘De Zaak Alzheimer’ van de schitterende Belgische auteur Jef Geeraerts. Ken jij die? Ik heb bijna zijn gehele oeuvre. De diagnose Alzheimer wordt tegenwoordig nog steeds gesteld aan de hand van de onderzoeksmethoden van professor Alois Alzheimer in 1906. Het werk van Jef Geeraerts kan ik je aanraden. Zeker met jouw interesses deze tip: Gangreen 1 en 2.  Die spelen zich af in de Congo. Het koloniale verleden van de Belgen. Dat is in België nog heel tastbaar aanwezig. Misschien daar nog wel meer dan hier in Nederland. Pas geleden in De Panne tjilpte ontbijtcheffin Bianca van hotel Cajou dat ik volgende keer toch echt weer Ellen moest meenemen. Kon ze haar en Diana weer eens verwennen. Dat gaan we doen, zei ik met lichte aarzeling. Het is immers wel drie uur in de auto en dan moet het bij Antwerpen niet tegenzitten. In restaurant Pammier de Afghaanse eigenaar: ‘Bent u nu alweer alleen? Waar zijn de dames?’ Toch maar weer proberen Ellen de rit naar de Belgische kust te laten maken? Ik ben op dat punt bijgelovig. Niet hospitaliseren. Ik luisterde al van het begin af aan niet naar alle kletsmajoors. Het begon met die slonzige directrice van het verpleeghuis in Nederhorst den Berg. Met Ellen niét op pad meer gaan? Alle adviezen daaromtrent sla ik al sinds 2011 in de wind.
We horen wel weer van je. Houd maar contact. Met een zeer hartelijke groet van Ellen en mij. 
 
Carbo boek Wonderbaarlijk.indd 
 
 
 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *