Rotary straft ondankbare mantelzorger

Beste E.
Ik mag mij met Ellen en Diana niet inschrijven voor het mantelzorgdiner in Harmelen. Voor straf niet. Ben stout geweest. Heel stout.
Ja, je leest het goed.
Het is me door de heer K. van jullie Rotary ten strengste verboden. Ik ben als mantelzorger een te zwaar geval.
En K. kan daarover oordelen want hij is ook zelf mantelzorger. Zei hij. Daarom begrijpt hij me ook zo goed (…).
Je nodigde mij speciaal met Ellen als gast uit en je wilde me ook eens een lezing laten houden over een gekanteld bestaan. Maar helaas. Vergeet het. Ik zit er overigens niet mee. In sommige circuits voel ik me niet thuis. 
Ik ben niet dankbaar genoeg geweest voor jullie goede werken. Vond K. En dat geeft geen pas. Vond K. Nestgeur VVD. Barmhartigheid verdient een diepe kniebuiging. Ook van de zieke Ellen. En gevouwen handen. Gods genade. In de AZC’s slaan die hebberige opvreters ook al te weinig de ogen neer. De VVD en ik moet braken.
Je vroeg of ik me wilde opgeven voor het mantelzorgdiner van de Rotary. Maar dat is me verboden. Hier spreekt ongeschoren links tuig. 
Ik moest er al meteen erg om lachen. Heb ooit een ervaring gehad met dames van de Lions. Wat waren die vrouwen, opgetuigd gelijk blinkende kerstbomen, blij met zichzelf. En wij in het verpleeghuis achter de geraniums werden geacht blij te zijn met hun bezoek aan ons. En wat waren we blij! De teefjes hadden toch maar even tijd voor ons kunnen vinden. We gedroegen ons als een heel peloton Linda de Mollen. En maar giechelen en hinniken wij. Leve het gratis kadetje met pekelvlees. Wat namen die dames van de Lions zichzelf serieus en wij lachten het stel achter de hand uit. Overigens wil ik nadrukkelijk een uitzondering maken voor een vriendin van ons bij de Lions. Die liet WEL eerst en vooral haar hart spreken. Bij haar niet van: zie mij eens! Bij haar zoon en dochter net zo. Chapeau. 
Kijk, ik moest ons deze week via de pc opgeven voor Harmelen. Nou vooruit. Acht pogingen maar steeds de melding dat het inloggen was mislukt.
Ik kreeg er als digibeet een kunstkop van. Toen heb ik jullie gewoon een mailtje gestuurd met namen en adres. Volgens mij moet zoiets ook voldoende zijn. Zeker als het om mantelzorgers gaat. Snappen jullie bij de Rotary dan werkelijk niet dat mantelzorgers wel iets anders aan hun hoofd hebben en aan hun fiets hebben hangen dan die opgeklopte flauwekul? Waarom niet gewoon een korte mail zonder verdere poespas?
Maar dat mocht niet van de heer K. Want hij had ook behoefte aan privacygevoelige info of iets dergelijks.
??????
En er waren wettelijke bepalingen. De wet? De wat? De wet? Voor een etentje?
??????
Zou het verzoek om zoutloos wegens te hoge bloeddruk tegenwoordig, ik noem maar een dwarsstraat, privacygevoelige informatie zijn welke aan strikt wettelijke bepalingen gebonden is?
Toen heb ik me toch weer aan de digitale kunstuitoefening gezet. Zonder succes. ‘Inloggen mislukt’. ‘Inloggen mislukt’. Het hield niet op. 
Flikker op, dacht ik. Wat is dit voor een onzin. Irritatie. 
Toen heb ik jullie solide secretaris-generaal K. een geërgerd mailtje gestuurd waarop hij per omgaande liet weten dat, en ik citeer, ‘de negatieve toon’ hem niet beviel. Mantelzorgers kunnen negatief zijn! Ze zijn per definitie onderhevig aan stemmingswisselingen. Ze lopen dagelijks de marathon. Over spijkers. Geef als Rotary geen mantelzorgdiner als je van mantelzorg geen donder begrepen heb, liet ik K. weten. Mantelzorgers zijn opstandig van tijd tot tijd. Ach ja, als het leven niet meer klopt. Kreeg van de week wettelijk controle vanwege ons PGB van een heel vriendelijk meisje van 24 lentes namens de zorgverzekeraar. Ik hoefde me in mijn eigen huis niet te legitimeren en Ellen ook niet. Maar in de brief vooraf stond dat ik er rekening mee moest houden dat in mijn eigen huis naar mijn identiteitskaart kon worden gevraagd. Of mijn paspoort. Of ik wel was wie ik dacht dat ik was, zo ongeveer. Er is veel gesjoemel met die persoonsgebonden budgetten, ik weet het. Maar toch. Hoe ik de kwaliteit van de zorg voor Ellen bewaakte, vroeg het meisje me. Door te zijn wie ik ben. Vond ze een mooi antwoord. Ik ook. En het meisje moest maar eens goed om zich heen kijken. Een huis om door een ringetje te halen. Nog steeds. Eigenlijk gaven veel vragen me de indruk dat de zorgverzekeraar zichzelf kwam controleren. Of de verzorgende op tijd werd uitbetaald door de SVB? Ja natuurlijk, want anders had ik wel aan de bel getrokken. Dat was waar. Moe werd ik ervan. En toch waardeerde ik Noami. Ze zei alleen nooit een boek te lezen. 
En vervolgens dat gezeik met die bal gehakt van de Rotary. Daar zat ik al helemaal niet op te wachten. Al die gewichtigdoenerij. Daar kunnen mantelzorgers niet tegen. Die leven allang niet meer om eerst en vooral aardig te worden gevonden. Die hebben zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Dat snap je of dat snap je niet. K. snapt er geen jota van. Ik ben bezig met geborgenheid. Ik ben bezig met Ellen het veilige gevoel te laten behouden. Daar kan ik een voortdurende melding als ‘Inloggen mislukt’ niet bij gebruiken.  
Negatieve toon dus. Want ja, jullie club had het toch zo goed met de mensheid voor. Daar twijfel ik geen seconde aan. Maar dat is iets anders dan ook getuigen van invoelend vermogen ten aanzien van mantelzorg. Mantelzorgers kunnen ironisch zijn, cynisch ook, dat zijn uitingsvormen van overleven. Het pantser. Ik ben soms als mantelzorger onhebbelijk, ik weet het zelf. Maar ik ben moe en er is geen ruimte voor moe. Ooit werkte ik als mediatrainer in Hilversum voor Hans Kriek. Hij verloor zijn geliefde Hetty. Nog maar 45, Hetty. Hans boekte het liefst een straaljager om God ter verantwoording te roepen. Razend was-ie dat God hem Hetty had afgepakt. Kletste deze week even met een echtpaar van een paar huizen verderop. Beiden van het gereformeerde kalifaat. Wat een ongelofelijke zeurkousen stelde ik voor de zoveelste keer vast. Ze zijn van de pijntjes. Vroeg oud. Mantelzorgers worden misschien wel minder verdraagzaam. 
Negatieve toon. Waarop van mij richting jullie opperwachtmeester de korte reactie dat ik hoopte dat hij ondanks de schrik van mijn ‘negatieve toon’ er toch in zou slagen (o ironie) ‘de dag goed door te komen’.
Kennelijk onderging K. bij mij onbedoeld een zenuwkanaalbehandeling. En zonder verdoving nog wel. Hij belde. Ik had ook nog de fout gemaakt hem met die voornaam voor een vrouw aan te zien. Ai. Het kon allemaal niet erger. 
Daar was meneer K. dus aan de telefoon. Namens de Rotary! Waarom ik me eigenlijk had aangemeld als ik zo negatief was? Maar ik had mij niet uit mezelf aangemeld, ik was gevraagd! Alleen daarom al zou ik van zijn fratsen gevrijwaard moeten blijven. 
Ik was niet dankbaar genoeg. Want Ellen en ik kregen toch maar gratis heerlijk eten aangeboden. Hoefde de Rotary helemaal niet te doen. 
Daar had hij een punt. Een gegeven paard. Ik was inderdaad niet dankbaar genoeg jegens de vrijgevige Rotary. Je had Diana moeten zien kijken. Was ze terug in het AZC bij Winterswijk? De voedselbank? 
Rotary toch, wat laat je je kennen.  
Ik wees K. op een van de meest afschuwelijke zaterdagmiddagen in het middelmatige verpleeghuis DI in de bouwput Leidsche Rijn. Waar de bewoners die droeve zaterdagmiddag tot huilen toe ‘verwend’ werden met een high tea van omhoog gevallen brallerige en tsjilpende parelkettinkjes van de Lions uit Bilthoven. Erger volk bestaat niet. Keeltje, aardappeltje. Poederdoos. 
‘Mevrouw, wat heeft u? MS? Ach, wat erg toch voor u. Neem toch nog een boterhammetje, u krijgt het van ons. Wij betalen. Uit eigen zak. Het is feest vandaag. En u mevrouw daar aan de overkant. Hersenbloedinkje? Ach, ach, het leven staat soms vol onaangename verrassingen. Neem nog een bonbon mevrouwtje. Het zijn Belgische. De beste die er zijn. Heeft u er al vijf achter de kiezen? Pak gerust nog een zesde, wij betalen. Gezellig hè vanmiddag. U bent er echt even uit hè.’
‘Meneer Carbo’, tikte een bewoonster van het reservaat DI mij aan: ‘Wilt u voor mij de zuster waarschuwen. Ze moet me komen ophalen. Ik wil hier weg. Ik wil naar boven. Naar de afdeling. Dit verdraag ik niet. Ik heb geen zin in liefdadigheid van mensen die zo blij zijn met zichzelf. Laat de zuster me komen verlossen van dit stel.’
Overdrijf ik? Absoluut niet. Hier is geen woord aan gelogen. Eén van de dames uit Bilthoven bleek in de gezondheidssector werkzaam. Als arts. Ze wist tussen die dementerenden en mensen van de somatiek met haar figuur geen raad, en dat gaf ze ook toe. Ik zweer het je. Ze betrad een voor haar totaal onbekende wereld in het verpleeghuis. Onwennig keek ze in het reservaat om zich heen. Was dit nou een verpleeghuis? 
Verpleeghuisbewoner Ernst (MS) en ik doorstonden de kwelling naar Gods woord vol liefdadigheid jegens de zielige medemens door al om 14 uur naar witte wijn te vragen. Daar waren de dames uit Bilthoven niet op berekend. Wel op sherry. Hoe moest dat nou? Mocht er in het verpleeghuis al voor vijven alcohol worden geschonken? In de dure lanen van Bilthoven wel, maar ook in het verpleeghuis? Liever niet, zag je de dames uit Bilthoven denken. Het zou ze alleen maar nóg meer op kosten jagen. En ze zagen al de bodem van hun portemonnee. Waarom niet een bonbon? Met een beetje mazzel had je er één met likeur. Bewoner Frank vroeg om een biertje. Oké dan, als hij dat blikje stiekem achter een pilaar aan zijn mond zou zetten. Want het was niet de bedoeling dat het gehele verpleeghuis aan de Heineken ging. De dames uit Bilthoven moesten hun tuinman kunnen blijven betalen. Kon Frank niet beter een paar augurkjes nemen?
De bewoner met MS die voor zijn ziekte bakker was geweest vroeg aan één van dure dames uit Bilthoven of zij deze middag kon aftrekken van de belasting? Golden hun goede werken als aftrekpost bij de fiscus? Want dan nam-ie nog zonder gewetensbezwaar een sandwich. Deze Ed uit Maarssen zat intussen ook aan een biertje. Pilaren genoeg. Het was half drie. 
Drie bewoonsters lieten zich voortijdig terugbrengen naar hun afdeling. Hoofdschuddend. Ze kotsten op die kouwe kak. En die schijnheiligheid. Ik citeer hier even. 
Dat hield ik de heer K. voor. Schande, schande. Vond hij. Maria Magdalena. De ChristenUnie en het kinderpardon. Ik zei hem dat hij met zijn zalvende praat bij mij herinneringen opriep aan die zaterdagmiddag die me deed denken aan halfnaakte inboorlingen uit de bush bush die zich de opdringerige poepiechristelijke en zelfvoldane zendelingen en missionarissen van Onze Lieve Heer van het lijf probeerden te houden. Neem nog een bonbon! Ze zijn gratis! Maar Bilthoven, we zitten vol, de broekriem! 
K. kende mij wel. Van het verpleeghuis. En wat voor een verpleeghuis! Met vlag en wimpel door elke ver van tevoren aangekondigde overheidsinspectie. Welaan. Een hele prestatie. Die zaterdagmiddag met de Lions? Hij wist ervan. Deed voorkomen alsof hij erbij was geweest. De bewoners hadden genoten, de stakkers. Nare man die Carbo. Arrogant. Scherpe tong. Negatief. Het personeel moest altijd voor hem op zijn hoede zijn. Geen land mee te bezeilen. Een klootzak kortom. (Alleen niet als assertiviteit geboden was om bij de verpleeghuisleiding persoonlijk de nek uit te steken voor niet alleen zijn eigen vrouw maar voor de gehele bewonerspopulatie).
K. kende mij. Van een verpleeghuis met een te veel aan misstanden en mismanagement. En Carbo die zijn mondje roerde. Omdat zijn vrouw het zelf niet meer kon. Aha, nou begreep ik het.
K. leek weggelopen uit een AZC, als veldmaarschalk. ‘We moesten altijd heel dankbaar zijn voor wat ons als vluchteling in het AZC werd toegeworpen.’ 
Ja Diana. Misselijkmakend. Zoals ook het volkomen onnodig weggooien van overgebleven eten in het verpleeghuis. Spoel maar door de toiletpot! En maar roepen dat de zorg onbetaalbaar wordt. Dacht zelf aan Sinterklaas en strooigoed. Wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is de roede van K. Zie ginds komt de stoomboot. 
En Trudy, onze andere vaste verzorgende: ‘En dan ook nog roepen die kerel dat hijzelf eveneens mantelzorger is. Dan had-ie er toch meer van moeten begrijpen. Ballenclub.’ Vriend Jan uit Hoofddorp: ‘Wat hadden jullie überhaupt daar in Harmelen te zoeken. Rotary en Lions, blijf daar van weg.’
‘Wat hebben onze bewoners weer genoten’, hoorde ik later die zaterdagmiddag iemand zeggen. ‘Nee personeelsmevrouw, u bent blind, niet alle bewoners en hun mantelzorgers hadden genoten. Ze waren nog meer geconfronteerd met hun onderdanige situatie dan anders al. Sommigen dropen achter hun rollator verdrietig af. Ze waren behandeld alsof ze van de bedeling waren. Als onderkruipsels. Ze moesten na vijf bonbons ook maar een zesde in hun mond proppen. Mensen die vóór hun ziekte ongetwijfeld meer presteerden dan die verwende en oervervelende tantes uit Bilthoven. Twee van die griezels zaten voortdurend met elkaar te praten. Over als ze weer vrij werden gelaten uit het verpleeghuis en met elkaar naar hun eigen vijfgangen diner konden. ‘Mijn man? Die is chirurg.’ Ik bezag Ellen en dacht: Meid, waar hebben we dit aan verdiend, wat hebben we verkeerd gedaan in ons leven? Jij was niet de vrouw ván, jij was jij. 
Dit kwam allemaal bij me boven met die malle ijdeltuit K. aan de lijn.
Hoe anders en mooier dat pianoconcert voor bewoners en hun familie. Dat pianoconcert in samenwerking met het conservatorium en in het verpleeghuis georganiseerd door Lieke! ‘Johan, Ellen nodigt jou als haar trouwe maatje uit om zondag te komen genieten van….’ Ik raak er weer geëmotioneerd van. Stond ik daar met het kaartje thuis op de deurmat. Een uitnodiging van Ellen. De rillingen liepen over mijn rug. En Lieke? Bleef zelf buiten de schijnwerpers. Mijn bloemen waren na afloop voor haar. Bij slachtoffers van parkinson en Lewy Body gaat de liefde niet zozeer door de maag maar veeleer door het oor. De etentjes van Elly Wolf, je kent haar, voltrokken zich in het verpleeghuis in een andere sfeer. Een betere sfeer. Daar mochten we voor betalen. Elly? Top!
Ach ja, ik ben laatst een blog zo begonnen: Het omgaan met parkinson en Lewy Body is al een hele opgave. Onmenselijk in vele opzichten. Maar daar blijft het niet bij. Helaas niet nee. Het omgaan met de omgeving is bijkans nog vele malen zwaarder. Ik krijg in volle zalen bij artsen, verpleegkundigen en mantelzorgers de tranen in hun ogen met mijn ervaringsfeiten. Vermoeidheid en telkens weer je grenzen verleggen. Dat is mantelzorg. Uitputting. Veerkracht. De dip. Bemoeizucht. Het gevoel van: nog even en ik ga er zelf aan. Dat is mantelzorg. Misschien zouden Rotary en Lions eerst eens naar een lezing van een ervaren mantelzorger moeten luisteren en pas daarna moeten overgaan tot een aalmoes aan getroffenen. Die hebben hun TROTS. Die wensen hun ZELFRESPECT te behouden. Mantelzorgers zijn geamputeerd en voelen van uur tot uur de fantoompijn. Tegenwoordig noemt men zich in het rijke Nederland al verschrikkelijk gauw mantelzorger. Soms al van hun kat of hond. Ik heb het bij ervaring, wat ik nu zeg. Iemand die haar hondje als mantelzorger naar het einde begeleidde. Zo treurig kan het zijn. En ondertussen maar ouwehoeren over een teveel aan migranten. Mevrouw was mantelzorger van haar hond. Ik werd helemaal wee van binnen. Ik snap inmiddels dat zieken en hun mantelzorgers zich vol afgrijzen terugtrekken op hun eigen territorium. Ik doe het zelf ook steeds meer. De buitenwacht ligt me vaak zwaar op de maag. 
De diagnose Lewy Body was in 2011 nog tamelijk vers. Ellen bewoog zich nog redelijk goed in ons grote sociale circuit. Goeie bekenden gaven een feestje. Daar werden we altijd voor uitgenodigd. Toen plots niet meer. Waarom niet? Weet je wat we te horen kregen? ‘Het leek ons beter voor jullie om jullie niet voor dat feestje te vragen, in jullie eigen belang.’ Heerlijk toch zulke meedenkers! Ik was tot moord in staat. Het stigma. Daarom ook werkten die parelkettingen van de Bilthovense Lions bij mij als een rode lap op een stier. En toonde de heer K. aan dat Ellen en ik (en Diana) niet in Harmelen thuishoren.
Al was ik voor en vanwege jou heus gekomen. Uit grote waardering. Maar het mag niet van K. Ik was stout en heb straf van de Rotary. Weldoeners moet je met een buiging en met je pet in de hand tegemoet treden. Ik was het even vergeten. En ja, voor zo’n club ga ik uiteraard geen lezing geven. Als Ellen het allemaal zelf nog kon zeggen. Vaak denk ik: lieverd, wat gaat er nog steeds in je hoofd om. Laat mij maar om me heen slaan. ik doe het ook voor jou. Ik doe het met name voor jou. Ik hoef niet aardig gevonden te worden. Jij had meer in je pink dat die troela’s uit Bilthoven in hun hele lijf. Neem nog een sandwich. De Lions betalen. Meneer K. raakte even de verkeerde snaar.  
Johan.
PS. Sprak gisteren hier op de stoep twee buurtbewoners. Je gelooft me waarschijnlijk niet maar het is echt waar. Verpleeghuis. Verzorgende vraagt aan mevrouw Van Puffelen (laat ik haar maar zo noemen) of ze bruin of wit brood wil. Geen antwoord. Nog een keer die vraag. Iets luider. Geen antwoord. Alleen mevrouw Van Puffelen die grote ogen opzet. Geen antwoord? Dan ook geen brood. Later hoort de verzorgende, zo’n jong ding, dat mevrouw Van Puffelen door haar ziekte niet meer kan praten. En nu komt het! ‘Dan had ze me dat moeten zeggen.’
En nou denk jij dat ik dit uit mijn duim zuig. Niet dus.
PS 2  Vanuit Florida. 
Hoi Johan.
Ik ben bezig een boek te schrijven over de periode dat ik van 1983 -2017 met mijn bureau Brain Box in Hilversum (en daarna) mediatrainingen gaf. Natuurlijk kom ik jouw naam ook tegen en jouw sollicitatiebrief. Bij het zoeken op internet las ik jouw situatie met Ellen. Dat was shocking voor mij. Omdat ik Ellen heel gezond in mijn herinnering had. Prachtig hoe jij met haar bent omgegaan en dat ook blijft doen. Ontroerend en indrukwekkend jullie website. Wat een verhalen! Ik raak niet uitgelezen. Ik ken dat gevoel van zolang als mogelijk vasthouden wat je hebt. Veel meegemaakt wij, de afgelopen tijd. Vertel ik je wel. Count your blessings Johan! Wil je weer eens contact met mij hebben Johan? Ik zou dat erg op prijs stellen. We zijn elkaar helaas uit het oog verloren. Ik woon nu in Florida. Ik geef je mijn telefoonnummer. Het tijdverschil is zes uur. Sterkte met alles wat je doet, ook veel sterkte voor Ellen.
Groet.
Hans Izaak Kriek.
**** 
Ha die Hans.
Wat een verrassing om weer eens van je te horen. Na vijftien jaar of zo! Uit Florida! Worden we daar ook al gelezen? Laat eens weten wanneer en hoe je daar terecht bent gekomen, in Florida. De verwezenlijking van een heimelijk lang gekoesterde wens nadat jij je bedrijf op het Mediapark had verkocht? En hoe is het met Gea? Een boek, een autobiografie? Ben benieuwd. Mooie tijd was dat met die mediatrainingen bij Brain Box. Vooral die calamiteitentrainingen herinner ik me nog heel goed. Onvergetelijk. Gemeentebesturen die na de vuurwerkramp in Enschede en die al even afschuwelijke nieuwjaarsbrand in dat Volendams café de zenuwen hadden. Gemeentebesturen die in de gaten kregen dat bij calamiteiten praten niet zo maar praten was. En die ineens beseften dat in de communicatie met de pers grote onherstelbare fouten gemaakt konden worden. Ik herinner me met Ellen bezoek aan jou en Gea in Naarden. We zijn ook eens met z’n vieren wezen eten in de buurt van Weesp. Jij had al het nodige privé voor je kiezen gehad. De dood van de vrouw met wie je Brain Box had opgericht. Er komt weer veel boven. Jouw huwelijk daarna met Gea dat in gala werd voltrokken door de oud-vakbondsleider en latere burgemeester van Tilburg Johan Stekelenburg. Onder de kroonluchters van een Brabants kasteel! Ben je Dick Ebbenhorst naar Florida nagereisd? Die en zijn vrouw Alice wonen of woonden er parttime ook. Dick kwam net als jij ook van de TROS. God nog aan toe, wat woonde Dick majesteitelijk in Bosch en Duin. Van hem kocht ik destijds de Communication Factory. Vanuit dat bedrijfje werkte ik voor jou. Je kunt gerust zeggen dat Ellen over de CF de algemene leiding had. Die deed de tarieven, de administratie en de planning. Al die bonnetjes die we voor de fiscus moesten bewaren. En hoe is het met Gert van Brakel van toentertijd RTL? Nooit meer iemand zoveel sigaren op een dag zien roken als Gert. Met hem deed ik de meeste mediatrainingen in Hilversum. Overigens vond ik sommige BN’ers als mediatrainer een farce. Geldverspilling. Die deden maar wat, vooral lullen over zichzelf, geen enkele didactische kwaliteit. Die waren van de anekdotes. Hoofdrol voor zichzelf. Eén begon eens zo: ‘Het draait vandaag om kort, bondig en helder. Maar laat ik mezelf eerst even aan u voorstellen.’ Aan het einde van haar verhaal waren we anderhalf uur zinloos verder. Niemand die zijn geld terugvroeg. IJdelheid der ijdelheden. Het lag natuurlijk ook aan sommige trainees. De sukkels met stropdas en een teveel aan aftershave waren bereid een hoop geld te betalen om een hele dag recht tegenover een landelijk bekende televisiefiguur te zitten. Of ze wat leerden deed er niet toe. Vergapen aan. Ik trainde eens met een bekende vrouw van de tv die de dag begon met de vraag: Wie hebben we eigenlijk vandaag in de schoolbanken zitten? Over voorbereiding gesproken. En later bij de trainees maar hameren op voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Later ging het toch anders met de mediatrainingen op de persacademie in Tilburg. Ik kreeg daar al gauw zelf de leiding over een groepje trainers die stuk voor stuk ook deelnamen aan het studentonderwijs. Even anders. Ervaren lesgevers met op de revers een diploma in didactiek. In Tilburg excelleerde Jeroen Terlingen. Van eertijds weekblad Vrij Nederland. Daar gaf Jan de Graaff aan studenten les in de audiovisuele media. Jan, een gevierd televisieverslaggever ooit voor de VARA, gaf bovendien mediatrainingen. En hoe! Geen mooiere stem dan die van Jan de Graaff. En de man stond zich nergens op voor. Een verschrikkelijk goeie adjudant bij de mediatrainingen was ook Jan Breugelmans. Van huis uit helemaal geen journalist. Geen BN’er. Hij was hoogleraar massacommunicatie en zeer charismatisch. Jan kon analyseren. En hij sprak nooit over zichzelf. Voor Jan deed Jan er niet toe. Hij gaf les. Tilburg had zich meer moeten profileren. Maar de mediatrainingen aan de academie dienden voornamelijk als derde geldstroom. De Brabanders waren bovendien te bescheiden. Bij het horen van het woord Hilversum kregen ze een kleur. 
Hier gaat alles redelijk goed. We zijn niet zielig. Soms heb ik het gevoel behandeld te worden alsof we wel degelijk zielig zijn. Of dat we genadebrood eten. Door de Rotary bijvoorbeeld. Dikwijls gebeurt het onbedoeld. Kwetsbare mensen zijn gemakkelijk te raken. De omgeving kan het nog wel eens erger maken dan het op zich al is. Maar zie de ZON! Zoals een oud-studente me van de week schreef: ‘Meneer Carbo, u kunt terugkijken op een fantastische carrière en u had er een schitterende vrouw bij. En die vrouw heeft u nog steeds.’ Spijker op zijn kop! Schitterende vrouw en schitterend geformuleerd. Ben ondanks alles toch wel rijk. Opmerkelijk hoeveel oud-studenten er naar verhouding nog contact zoeken. En nu jij! Uitstekend begin van de dag. We hebben pech. Botte pech. We hadden andere verwachtingen van onze pensioenjaren. We hadden in Paramaribo kunnen wonen, om maar eens wat te noemen. Of een halfjaar hier en een halfjaar Gran Canaria. Theaters, musea – samen kan niet meer. De bioscoop? Helaas. Kon ik Ellen maar beter maken. Maar nee, dat gaat niet. Het is zoals het is. Het schrijven van boeken biedt troost. Dat schrijven biedt ook anderen troost. De pen! Diepere gevoelens toevertrouwen aan het papier. Het fijnste compliment dat mensen, die in hetzelfde schuitje zitten, me kunnen maken is dat mijn schrijven inspireert. Praat me maar gauw bij over jouw boek. Ik ga je bellen, en ik zal je uitgebreider schrijven dan nu. Keep in touch!
Groet van Ellen en mij.  

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *