‘Tot binnenkort Ellen, zeggen we bij Cajou’

Beste Ellen (en Johan).

Het was weer een eer en een genoegen om jullie te mogen ontvangen – het is wonderlijk Ellen dat je er nog steeds in slaagt om jouw verjaardag hier te vieren.

De ongelooflijke moed (in het Vlaams zeggen we “courage”) van Johan en de onvoorwaardelijke steun van Diana (!) maken het mogelijk om telkenmale terug af te zakken naar De Panne en te kunnen genieten van de zon, het eten en uiteraard het gezelschap.

Eén woord hiervoor: chapeau!

Tot binnenkort!  

Chris & Bruno.

****
In restaurant Pammier in De Panne zondagavond een echtpaar (achterin de vijftig?) uit de buurt van Leuven aan het tafeltje naast ons. Ze keken stiekem begerig naar wat wij voorgeschoteld kregen. Ze waren vooral geïnteresseerd in al die aparte Afghaanse gerechten die bij ons op tafel kwamen. Ze hadden al naarstig en nieuwsgierig gezocht, maar die delicatessen stonden niet op de kaart. Uitleg over het hoe en waarom. De verjaardag van Ellen werd deze dagen ook op z’n Afghaans gevierd. Pammier pakte uit! De komst was al ruim van tevoren aangekondigd vanuit het Utrechtse. En ondertussen ging dat mondje van Ellen maar open en nog eens open voor de zoveelste lepel gekruide hartigheid uit den vreemde. Diana die vertelde over vroeger en thuis en over haar ouders van wie vader bij een oorlogsbombardement om het leven kwam. Vader was apotheker. Een welgesteld gezin. Af en toe een paar woorden dari met haar landgenoot, de restauranthouder die ooit in Moskou afstudeerde in de Afghaanse letteren en die al evenzo voor de Taliban op de vlucht sloeg. Ik had het hem beloofd, de restauranthouder, in november, ik zou mét Ellen en Diana terugkomen voor een maaltijd in Pammier. Het werd de verjaardag van Ellen. Het was hem een eer. En Diana glom van trots. De lieve Ellen was in goeden doen. 
Buiten hield de storm huis. Hondenweer. De trambedrading zwiepte en zwiepte. De straatverlichting deed het niet. Een scherm van regen. De storm floot nu en dan hoge schelle tonen rond het huizenblok. Geen mens op straat. 
‘Hoe ziet u uw eigen toekomst?’ vroeg aan het tafeltje naast ons de man uit Leuven mij plotseling. Ik was stomverbaasd. Waarom die vraag. En ja, hoe zag die toekomst eruit? We hadden hem van parkinson en Lewy Body verteld. En als haast altijd bij Lewy Body de vraag: wat is dat eigenlijk? Nou, iets anders dan Alzheimer.  
‘Meneer, er kan een moment komen dat ik alleen verder moet, ik besef dat elke dag, al bijna tien jaar lang.’ 
‘Maar hoe ziet die toekomst van u er dan uit?’
‘Geen idee meneer, maar ik zal Ellen niet teleurstellen en mijn rug recht houden. Beloofd is beloofd. Ik eis van mezelf elke tegenslag, hoe groot ook, te trotseren.’ 
‘Zeg hem toch waarom je dat zo graag wilt weten’, mengde de vrouw uit Leuven zich in de conversatie. Hij haalde zijn brede schouders op. Liet merken dat zijn vrouw dat maar moest doen. ‘Nee jij.’
De man boog zich naar voren, hield een lepel tussen duim en wijsvinger: ‘We hebben een appartement hier in De Panne. Een levensgroot terras erbij. Mooi, mooi, mooi. Paradijselijk mooi. Gekocht met grootste plannen. De Panne is rustgevend. Ik ga er soms ook alleen naartoe. Net als u, zoals ik u zo-even hoorde vertellen. Dan loop ik het liefst tegen de wind in. Uitwaaien. Mijn hoofd leegmaken. Mijn eerste vrouw overleed tien jaar geleden aan kanker. Mijn wereld stortte in. Volledig. Ik leerde mijn huidige vrouw kennen. Ik leefde op. Ik veerde op. Daar zit ze, recht tegenover mij. En zij, ach lieverd zeg het toch zelf maar.’ 
‘Ja meneer, en nu heb ook ik kanker, net als zijn eerste vrouw, er is niets meer aan te doen.’
‘U…?’
De vraag bleef steken ergens in de keel.
Er viel even een berustende stilte. Even? Niet even nee. Er viel een lange stilte. Maar geen beklemmende stilte. ‘Wat erg’, hoorde ik Diana zeggen. Ze gunde de vrouw een blik vol medeleven. De man spreidde zijn armen. Een gebaar van: zo is het en niet anders. Hij maakte een grimas. We zochten naar woorden. We moesten als mantelzorgers in De Panne maar eens sámen tegen de straffe wind in gaan lopen en de man uit Leuven informeerde (om het gesprek weer een andere wending te geven?) naar de samenstelling van de Afghaanse sauzen bij ons op tafel. Ellen at rustig door. Registreerde ze alles? Misschien heus wel. Zag ik de vrouw uit Leuven heel stiekempjes even een traan wegpinken?
De Afghaanse eigenaar van Pammier na afloop tegen Diana: ‘Jullie eerste huis hier in De Panne is Cajou. Mijn vrouw en ik bieden jullie er een tweede huis bij: bij ons, Pammier.’ Even later hielp hij Ellen met de rolstoel van het (drie treden) stoepje af. De straatlantaarns deden het nog steeds niet. Een prooi van de storm. De trams bleef in de remise. We staken de trambaan over de duisternis in naar de overburen van Cajou. Gelukkig werkte het pasje op de voordeur. Cajou was al in diepe rust. We waren de enige overgebleven bewoners in het gehele hotel. De rest had ’s middags uitgecheckt. Het was een wonderschone avond, een diepzinnige ook, een woeste buiten, een bijzondere verjaardagavond. 
****
Van Ellen,
Ik wil jullie (in een brief aan alle vrienden en goede bekenden) met blijdschap bedanken voor de hartelijke felicitaties die ik over de mail en per telefoon de afgelopen dagen ontving. Het waren er heel wat.
Lieve woorden waarvan de schriftelijke zijn terug te vinden op onze website. Ze werden me allemaal voorgelezen.
Johan tast mijn brein af, zelf kan ik het helaas niet meer zeggen, hij doet dat voor mij. In mijn geest. Hij is mijn pen. Hij is mijn volzin. 
Afgezien van het onstuimige weer betekende De Panne voor mij een werkelijk schitterend verjaardagscadeau. Alles ging goed. Ook de reis. Een verwelkoming met dikke kussen (in het Vlaams en in het Frans) afgelopen zaterdag door bijna de voltallige brigade van ons vertrouwde familiehotel Cajou. ‘Mevrouw Ellen, u flikt het toch maar weer om hier te zijn.’
We zijn dit verjaardagweekend wel buiten geweest, maar niet veel. Hooguit even terloops.Te link. Storm met aan zee windstoten van 130 kilometer per uur. Zandstralen. Weggeblazen waaghalzen op de boulevard. We hoorden het naderhand van een echtpaar uit de buurt van Leuven. De tram reed niet meer. Eigenlijk lag het gehele openbaar vervoer zondag grotendeels plat. Af en toe een bus als noodvoorziening. Hondenweer was het. Verschillende keren rukten de hulpdiensten uit. Dan was er weer ergens iets van de gevel geklapperd. Golfplaten en zo. Johan begint op zulke momenten dan Georges Simenon te citeren, ik laat hem maar. Diana had geen paar seconden eerder in de Nieuwpoortstraat moeten lopen of ze had een hard voorwerp vanaf het dak op haar hoofd gekregen. Niet aan denken. Het was een weekend voor de valhelm. 
Diana werd tijdens het winkelen (ze liep wat kledingzaken voor zichzelf en haar kleinzoon Ryan af) anderhalve meter opgetild en als een veertje een stukje verderop weer op het trottoir neergezet. Of beter: neergekwakt. Ondertussen lagen Johan en ik zondagmiddag anderhalf uur te zonnen op de hotelkamer met het kamerraam zo ver mogelijk open en stevig vastgezet. En het bed tot tegen de venterbank die met kussens was omgetoverd tot voetensteun. Zonnen in het raamkozijn. Onze vaste kamer 303, naar de duinen gericht, bevindt zich enigszins in een hoek van Cajou die weinig wind vangt, en de zon had bovendien al behoorlijk veel kracht. Genieten. Ja heus, er waren ook perioden met zon waaroverheen dan weer wolkenpartijen schoven. Die op hun beurt weer gedecideerd werden weggeblazen door de straffe wind. Vooral weerkundigen moeten het meteorologisch fascinerend gevonden hebben. 
Het gevoel van een heel lang zorgeloos weekend. Met zaterdagavond mosselen bij Bruno van Cajou en zondagavond (mijn feitelijke verjaardagdiner) buiten de kaart om een tafel vol diverse authentieke Afghaanse gerechten bij Pammier waarvan Diana zei: sommige heb ik in geen twintig jaar meer gegeten. Haar smaakpapillen maakten een terugreis naar haar geboortegrond die ze door oorlog misschien wel nimmer meer te zien krijgt. Ze heeft zich erop ingesteld.
Opmerkelijk: drie keer afgelopen weekend werden we aangesproken door volstrekt onbekende mensen. Onder het eten in Cajou, onder het eten in Pammier en tijdens een glas wijn zondagnamiddag in de pub Stella Artois om de levo dopa wat sneller te laten indalen. Alle drie de keren de vraag naar hoe het met me was. En wat leuk ons weer te zien, maar wat ons toch steeds opnieuw in De Panne bracht? Nou ja, driemaal raden! De gemoedelijkheid met zon, strand en zee en zoals nu een flink portie zuidwester. De gastvrijheid ook. De Belgische keuken. Levenskunst. Slaapuurtjes ook overdag op de hotelkamer met het gezicht naar de duinen. Dat is vakantie. Er even helemaal uit, een nieuw behangetje zogezegd. Het buitenland op drie uur rijden met deze keer mazzel op de Ring van Antwerpen. En eveneens in die bocht bij Gent afslag Oostende en Calais. Geen opstoppingen en hinderlijke kilometerslange files. Alleen het gaspedaal deed er toe.
Het ene echtpaar: ‘We wonen recht tegenover Cajou, we komen uit de buurt van Geel, meer in het noorden van België, we hebben hier een appartement voor weekenden en vakanties en zien jullie geregeld vanaf ons balkon.’ Ze zeiden dat ze me al een paar maanden gemist hadden, zagen ze Johan alleen over straat gaan.
Die mevrouw in pub Stella Artois vanuit de zithoek wijzend op Diana: ‘ik heb vorig jaar zomer toen het zo verschrikkelijk warm was nog tegen u gezegd dat ik vond dat u zo fantastisch voor uw cliënte zorgde.’ Diana glunderde: ‘Ik weet dat nog, en ik weet ook nog waar ik u ontmoette.’
De Panne voelde als een warm bad. Ondanks de venijnige zeven graden Celsius.  
En nu ga ik proberen ook mei te halen voor De Panne. Want er zijn weer plannen. Wie die niet meer maakt, is uitgepoept zoals ook op de website geregeld staat. Positivisme! 
Dank Elly voor de salade die je bij thuiskomst vandaag had klaargezet. Geweldig meid! En wat een verrassing die cd’s van Wibi Soerjadi bovenop de pianomuziek die Trudy mij al cadeau had gedaan.
Straks onder de douche en dan slapen, slapen en nog eens slapen. Tot morgenochtend acht uur. Een pensionaris verdient haar rust. 
Lieve groet van mij en nogmaals bedankt voor jullie felicitaties waarin weer een grote betrokkenheid met ons tot uitdrukking kwam.
Ellen.
 
20170310_111146_resized_1
 
De vroege zondagochtend. Het ontbijt bij Bianca van hotel Cajou net achter de kiezen. Op kamer 303 met zwier uitgeserveerd. Roerei met (een paar flinters) spek. (De taille!). Driehoekjes Franse kaas. Croissants. Yoghurt met fruit. Jus d’orange. Is dit ons geheim? Misschien. Elke dag in Cajou vanwege ons matineuze levensritme al tussen zeven en half acht een thermoskan sterke koffie op de kamer. Krantje erbij. De eerste bedrijvigheid beneden ons met de komst van leveranciers. Het voelt zo vertrouwd. Is dit het geheim? Wellicht. De bekende straatgeluiden. De vuilnisman die elke vroege morgen de hotels aan de Nieuwpoortstraat en Meeuwenlaan afgaat. De knarsende tram van de gehele kustlijn bijvoorbeeld ook. Zijn getingel. Tjilpende vogels. De vertrouwde straatgeluiden. Oog en oor behouden hiervoor. 
Moed houden bij tegenslag. Als het leven niet meer op rolletjes loopt dan toch alles doen om het leuk te laten zijn, en ook zo te houden. Waken voor zelfbeklag. Voorbeelden om ons heen van hoe dát afloopt – voorbeelden van waar zelfmedelijden toe leidt. Tot ontevredenheid. Tot depressies. Tot destructie ook. Energie die voorgoed wegstroomt. Bewondering voor postbode Jan. Ex-postbode Jan, moet ik schrijven. Hij is gestopt. We misten hem al. Het bleef bij hem niet bij parkinson. Hij tobde met zijn linker oog. Flitsen. Sterretjes. Slecht zicht. Ziekenhuis. Tumor. Oog verwijderd. Wordt binnenkort een glazen. Verder zoeken. Kanker uitgezaaid. Ook de lever aangetast. Levensverwachting een half jaar tot hooguit een jaar. Jan fietst door De Meern. Stapt bij ons voor de deur af en doet zijn verhaal. Manmoedig.
Bewonderenswaardig. 
Op de autoradio een programma over de valkuilen van een mantelzorger. Die betreedt inderdaad een mijnenveld als-ie niet uitkijkt. Denken dat je de enige bent die er zo beroerd aan toe is. Niet in staat zijn de zon in het water te zien schijnen. Jezelf voortdurend inbeelden dat alles bij jouzelf vele malen erger is dan bij een ander. Zo herkenbaar allemaal maar toch: fout! Ach, al eens de persoon anoniem aangehaald die vanuit een schier rimpelloos bestaan precies wist hoe je met een chronische ziekte en de pijnlijke gevolgen moest omgaan. Maar die zelf helemaal in de war raakte – tot braken toe – van een haperende computer. Omring je niet met zulke mensen, maar met de juiste.
Strijdlust. Een vaste uitwaaistek. Nieuwe contacten aangaan. De Panne als voorbeeld. Het had evengoed Vlissingen kunnen zijn of IJmuiden. 
Ellen op de foto voor de deur van hotel Cajou dat achter haar aan het verbouwen is voor onder meer een nieuwe ontbijtzaal met veel glas en veel licht. Dat belooft wat! Achter haar wordt ook het terras verbreed. Zodat het meer zon gaat pakken. Medio april moet alles klaar zijn. Over het kruispunt is op de foto links de achterkant van een witte bestelbus te zien. Die is van Pammier dat ons letterlijk en figuurlijk tegenover Cajou een tweede thuis in De Panne aanbood. Even verderop de zee. Deze keer met opgewonden manshoge schuimkragen waar de totale wereld aan bierbrouwerijen niet tegenop kan. 
Drie dagen vol windvlagen en regen. Onstuimig weertype. Maar ook zo nu en dan zon in De Panne. Meestal leek die zon schuil te gaan achter gaasdoek. Maar eenmaal vrij veel warmtestralen. Maart en zijn staart. Meteorologen haalden hun hart op. Wij hielden op straat ons hart vast. Verlies van een toupet was nog het minste ongerief. 
Een weekend met van alles en nog wat in de lucht. En na het weekend met windkracht acht (tot meer) teruggeblazen naar Nederland met nieuwe energie voor zeker drie weken. Een stormachtige verjaardag. Niet zo heel veel anders dan vorig jaar toen we een uitstapje maakten naar Duinkerken en daar weg regenden. Schuilende mensen in een poncho bij de bushaltes, een armoedig gezicht.
En toch! 
We bedanken natuurlijk ook de thuiszorgwinkel in Brugge met dependance in Veurne die precies volgens het draaiboek een uitstekende rolstoel voor Ellen afleverde. Zonder die rolstoel (nagenoeg op maat) was het voor Ellen in De Panne toch nèt even minder gerieflijk geweest. Ze zat er de etentjes bij Cajou en Pammier in uit! Met steun voor nek en schouders.
Was het Cajou een eer en genoegen Ellen weer te kunnen omhelzen? Het was wederzijds. Zo schrijven we terug. Het was alle moeite/voorbereiding en vermoeienis onderweg dik en dik waard. 
kustvrij3
De snikhete zomer van 2018 in De Panne. Nog vers in het geheugen. We leven toe naar weer een paar van die wonderschone dagen daar aan de kust. In mei? Hopelijk.
Het rooster voor de dames Diana, Trudy, Elly, Esmé en Eva houdt er al rekening mee.
De boekhouding ook.
‘Ellen, zullen we weer naar zee gaan?’ 
‘Ja, alsjeblieft.’
Een snelle reactie. Wonderwel. Verrassend? Zeker wel. Oogcontact. Het slikken gaat momenteel tamelijk soepel. Het praten wordt evenwel moeilijker en moeilijker. Maar dit klonk duidelijk verstaanbaar. Zelfs voor iemand die in de auto zijn hele leven lang de muziek te hard had aanstaan bij Van Morrison en zo. 
Ja alsjeblieft! 
Het zijn cadeautjes. 
Hoe verschrikkelijk erg moet het voor chronisch zieken met nog voldoende besef niet zijn om in de verpleeghuizen als kleine kinderen betutteld te worden alsof ze de gemeenschap alleen nog maar tot last zijn. 
‘De zee’, hoorde ik Ellen naast me op bed toch werkelijk fluisteren terwijl ik genoot van een boek dat zich afspeelt in West-Vlaanderen. Als de wind die kant weer op staat….

 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *