Liefdesverklaring met Pasen aan ons boshuisje in Drenthe

Over het weer zullen we met Pasen 2019 niet te klagen hebben.
Over topdrukte op de wegen met kilometerslange files (voor wie daar van houdt) al evenmin.
Gisteren tijdens de vroege avondspits al een voorproefje voorgeschoteld gekregen.
Stapvoets en bumper aan bumper tussen de campers en eerste caravans vanuit Abcoude met zijn overvolle en uitbundige terrassen terug naar huis.
‘Wie werkt er tegenwoordig eigenlijk nog?’ vroeg oud-collega Jeannette uit Amsterdam met wie we in Abcoude de Paasdagen inluidden. Van haar huis bij Carré naar het Amstel Station had ze over de hoofden kunnen lopen. Geen terrasstoel onbezet. Zo ook in Abcoude.
Iedereen zat daar al halverwege de middag volop aan de witte wijn en een bittergarnituur. Ook wij. Het was voor de obers niet te belopen. Daarna dat hopeloze verkeer, er was geen doorkomen aan.
Het deed Witte Donderdag aan vroeger denken. Afdwalende gedachten. Aan de tijd dat we nog ons boshuisje in Gasselte in Drenthe bezaten. Nou ja huisje? Kasteel! We worstelden ons toen vaak eerst voorbij Amersfoort, daarna voorbij Zwolle en vervolgens langs Hoogeveen. Om met twee katten op de achterbank ons romantische huis met rieten dak tussen de welriekende sparren en de dennen te bereiken. Een huis dat in alles aan Hans en Grietje deed denken. Een onbekommerd bestaan. Eenmaal daar snoven de katten de boslucht op, en stoven ze de auto uit, om alleen nog maar bij ons terug te komen om vol trots hun zoveelste koortsachtige verovering aan veldmuizen te tonen. Die arme stakkers eindigden op onze deurmat. Wij werden geacht onze twee katten te complimenteren en ze een knuffel te geven. We deden het soms met tegenzin.
Op de overvolle A2 van Abcoude naar Utrecht overviel me min of meer heimwee naar die prachtige zorgeloze jaren in Drenthe. Altijd met Pasen kwam daar om ons heen leven in de brouwerij. Het landleven hernam zich. Achter ons perceel met duizend vierkante meter bostuin lag een brede strook met bomen en struiken en aan de overzijde van het kortste stuk bevond zich een camping voor speciale natuurliefhebbers op sandalen die voornamelijk leefden op wortelsap en kruidenthee. Als het nou dan toch zo moest, was deze camping eigenlijk een ideale om in de buurt te hebben. Je mocht er niks. Alleen maar luieren. De campingbewoners ontvluchtten met Pasen de grote stad en ruilden in Drenthe alle stadsgeluiden inclusief gillende sirenes van ambulances en politiewagens graag in voor prettig in het gehoor liggend vogelgetjilp. Het leek wel of alles er op fluistertoon ging. Alles rustiek. Zandpaden en karrensporen. Wim Sonneveld in het hoofd. Het paste bij de rest van de omgeving en al helemaal bij het stiltegebied van het Drouwenerzand met zijn schaapskudden pal om de hoek. Daar observeerden we de geboorte van de lammetjes. Daar plukten we pannen vol bramen voor de jam. Daar sleepten we wel eens een tuinstoel naartoe, naar dat Drouwenerzand. Je zag er dikwijls geen sterveling. Je kon er in je nakie gaan liggen zonnen. Deden we wel eens.
Zelf sloegen we bijna geen weekend over om naar Gasselte te gaan. Vrijdagavond de boodschappen in Borger. Of anders in Gieten. Zomer en winter naar Drenthe. Uitroepteken! Kerst, Oud & Nieuw, Pasen, Pinksteren: Drenthe! Koninginnedag? Drenthe! Daar zagen we Ajax in 1995 in Wenen tegen AC Milaan de Europa Cup winnen. Mooie tv met Kluivert en Van Gaal. Voor logees een tentje tussen de lelietjes-van-dalen op een stukje gras. De meeste boeken bevonden zich in ons boshuis, niet in onze huurwoning in Vleuten. Dat huis aan de Odenveltstraat 9 groeide steeds meer uit tot een werkadres. Kleding kocht Ellen steeds vaker in Zuidlaren. Chique-de-friemel daar tussen het paardenvolk. Het beeld van Pasen? Tulpen en narcissen. De bermen als een erehaag waanzinnig geel van kleur. Lijnzaad? En die camping met zijn stacaravans waaruit de naar rust en sereniteit verlangende stedelingen hun matrassen en dekens sleepten om in de buitenlucht de vochtig-winterse klammigheid te laten verdwijnen. Ook de fietsen kwamen weer tevoorschijn. Banden werden opgepompt. Mandjes voor een picknick gevuld en aan het stuur. Een warme wind blies verderop over een uitgestrekt aardappelveld dat toen nog een aardappelveld was. Voelbaar nog de ontroering aan de rand van dat aardappelveld van enkele vierkante kilometers pikzwart stuifzand door de droogte. De ontroering van die zondagavond van Eerste Paasdag met achter de verre horizon helemaal niks behalve vagelijk iets van een kerktoren. Daar ergens lag Gieten. En daarachter Rolde. De mensen spraken er een dialect dat het meest weghad van een silo met bieten. 
In het gehucht Kostvlies met zijn monumentale bomen, dat al helemaal het decor van Wim Sonneveld, kocht Ellen jaarlijks een lammetje voor consumptie. Riep het opgewekte dier tijdens de wandelingen bij zich en voelde dan of het al aardig dik werd. Die kant van haar kende ik tot dusver nog niet. Had dit ook nooit achter haar gezocht. Maar niets lekkerder dan lamsgehakt, eerlijk is eerlijk. Ellen draaide dat lamsgehakt zelf door een molentje. Ze sneed (of hakte) ook zelf de koteletten aan plakken of hoe je dan noemt. Ze speelde in Drenthe voor keurslager. Schort voor. Het lammetje dat lam werd en in mootjes ging belandde in een grote vriezer thuis in Vleuten. Ooit viel in de provincie Utrecht ‘ns massaal de stroom uit. Voor vele uren. Dat hebben we geweten. Een bloedbad. Alle onderdelen van het lam konden spontaan, nou ja spontaan…, de container in. Vond er één bij een bezinepomp. 
Sprak vanochtend onze nieuwe buurman over Mussel, Musselkanaal en Stadskanaal. Daar blijkt-ie vandaan te komen. Daar groeide hij op. Boerenzoon uit de zuidoosthoek van Groningen. Vertelde hem dat we destijds vaak naar de markt in Stadskanaal gingen. Daar aan die trekvaart van het langgerekte lintstadje Stadskanaal bevond zich ook een immense stoffenzaak voor tafelkleden, servetten en hoezen van kussens. Die maakten we zelf. Wij? Nee zij! Of beter: zij met een vriendin. Ikzelf, ik zaagde bomen. Schuurde het schuurtje op. Verfde de voordeur bordeauxrood. Of heet dat ossenbloedrood? Het was de tijd van overnames in de journalistiek en het warempel moeten solliciteren naar je eigen baan om die te behouden. Het was de tijd van goeroes die beweerden dat alles kort, korter en nog korter moest  omdat de lezer geen tijd meer had voor lange en mooi geschreven stukken. Niet de tijd van de paas- en vreugdevuren maar van de ordinaire brandstapel. Leon de Wolff was zo’n goeroe. Hij kreeg later parkinson. Zoals ook de adjunct van de krant in Groningen die mij inhuurde voor gastoptredens in het schrijven van analyses en columns. 
In Drenthe leerden we beseffen hoe donker het ‘s nachts kon zijn. In het Westen is het nooit echt nacht. Drenthe was ideaal ter onthaasting met beiden een drukke en vermoeiende baan. We maakten werkweken van veertig tot vijftig uur. Zeker wel. We leefden niet zonder ambitie. Bepaald niet nee. Achteraf denk ik: had het niet een onsje minder gekund? Maar hadden we dan bereikt wát we bereikt hebben? We profiteren er nu van met die hoge ziektekosten. Het boshuis zorgde voor balans en deed ons telkens weer op tijd het grote wereldnieuws relativeren. Het boshuis verzachtte de pijn om het verlies van de kroontjespen in de dagbladpers. En de pijn om een voortdurend veranderend onderwijssysteem met achtereenvolgende bazelende PvdA-bewindslui en hun tekentafels.
Na vijf weken Java en Bali besloten het boshuis te koop te zetten. We wilden meer gaan reizen. We wilden ook iets anders dan onze huurwoning aan de Odenveltlaan 9 in Vleuten met het lawaaiige verkeer voor de deur. Op een zaterdag ontving de makelaar twee geïnteresseerden in ons boshuis. Wij bezagen het van een afstandje, van onder een boom in de tuin. We begluurden argwanend de rondleiding en wonden ons op over de inbreuk op onze privacy. Twee vreemde mensen die met de makelaar uit Gieten door ons huis kuierden alsof wij niet bestonden en die ongegeneerd aan onze spullen zaten. En er natuurlijk arrogant commentaar op leverden. Eenmaal weg die twee aspirant-kopers riepen we de makelaar toe dat we hem nog even iets te zeggen hadden. We hadden besloten van de verkoop van ons gelukhuisje af te zien. Hij mocht het weer uit de verkoop halen. Het hoorde bij niemand anders dan bij ons tweetjes en bij onze katten. Sally en Nicols, ze waren als kinderen. Tot op hoge kattenleeftijd. 
Enkele jaren later werd het toch verkocht, dat boshuis. De aanvankelijk langzaam op gang gekomen drukte naar het Noorden toe werd almaar hectischer en tot overmaat van ramp begonnen ze ook nog eens op onze route met her en der ingrijpende wegwerkzaamheden. Zwolle als pijnpunt. Verderop Hoogeveen als irritatiesluis.Voor Drenthe kwam als vervanging Gran Canaria. Enkele jaren achtereen de meivakantie en de kerstvakantie vaste prik in hotel Riu Palmeras (suite 529) op Gran Canaria. Met alles erop en eraan. Met zicht op een helderblauwe zee en met vooral ook zijn uitmuntende buffetten. ‘Ja’, zei Ellen dan, ‘na Drenthe vind ik het toch ook wel weer ‘ns leuk om in avondjaponnetjes te lopen en mijn mooie nagellak niet te hoeven verpesten met het maken van bramenjam en zo.’ Bos werd strand. Nooit meer ergens zo’n breed strand gezien als op Playa del Inglés. Ineens lagen we met Oud & Nieuw op het strand te bakken in de zon. De jaarwisselingen op Gran Canaria brachten we met een fles champagne en twee plastic glazen door op het strand te midden van vooral aangename Duitsers. Want die heb je ook. De nacht naar Nieuwjaarsdag deden we geen oog dicht. Vlakbij een discotheek die vooral door travestieten werd bezocht die pas ‘s morgens om zeven uur uitgefeest bleken. ‘Dit is de laatste keer dat ik hier ben geweest’, hoorde ik Ellen dan jammeren. Even later aan het ontbijt was ze de travestieten alweer vergeten en lonkte het strand en de verdere grandeur van een rijk leven. De laatste keer op Gran Canaria had Ellen al parkinson. En ook Lewy Body, naar later bleek. Die laatste keer kuste ze in de aankomsthal de vloer met de woorden: ‘Ik heb het gehaald, ik ben er gekomen, het is gelukt, ondanks alles.’ Dagelijks gingen we voor een ijsje, een cappuccino of een jus d’orange naar uitspanning Mozart. De zonnebrand was altijd dichtbij. Zo ook het optimisme.
Sweet memories. Gelukkig hebben we nooit geleefd naar ‘dat komt later wel’. Wat zouden we dan nu een spijt hebben gehad. De file vanuit Abcoude naar Utrecht loste Witte Donderdag langzaamaan op. Dat gold niet voor de herinneringen. Gelukkig niet nee. De herinneringen bleven en zijn een terugblik waard. Drenthe passé, Gran Canaria ook. Wat zouden we er nog graag naartoe vliegen. We zouden er een godsvermogen voor over hebben. Naar ons boshuis met zijn rieten dak in Gasselte zou ikzelf kunnen toerijden. Voor een kijkje vanachter een spar. Maar ik durf niet. Te pijnlijk waarschijnlijk. Geen zin in heimwee. De huidige achtertuin, nu alweer twintig jaar, vergoedt veel. Zonzijde als de Hof van Eden. We leven daar meer, daar in die tuin, dan in huis. 
Voor ons de idylle van de achtertuin met Pasen 2019. Het rijke bezit waarin het jonge groen in rap tempo de grond uit spuit en waarin de zitjes met parasols en wijnkoeler zullen herinneren aan de lange zomer van vorig jaar. Een knipoog naar Drenthe en Gran Canaria. Een vette zelfs. Alweer met diepe kniebuigingen de eerste aanval achter de rug op het onuitroeibare en naar overwoekering neigende zevenblad. Jaren geleden met een paar planten meegekomen uit Drenthe, dat zevenblad. Een natte doek over de constructie van het zonnescherm. Ondertussen Ellen op een luie stoel met zonnecrème in een tuinhoekje.
Ze wisselt redelijk goeie dagen af met minder redelijk goeie. Naar het beeld van parkinson. Ze oogt tevreden. Vaak die onweerstaanbare glimlach. Eetlust van iemand die wekenlang in retraite was. Ze koestert nog steeds het leven. 
De passieve lift hebben we afgelopen week nog voorlopig kunnen uitstellen. De huidige actieve is door medewerkers van medische hulpmiddelenleverancier Medipoint geoptimaliseerd en verder aangepast aan de motoriek van Ellen.
Mee-verende kussentjes om het kale buizenstelsel en zo meer. Ook de veiligheidsgordel wordt vervangen. Niet meer onder de oksels maar meer in de rug en onderrug. Ze noemen het bij Medipoint een korset. Een korset dus. 
Lof voor die jonge monteur van net dertig die vertelde aan de vooravond te staan van een zware operatie welke zijn echtgenote deze dagen moet ondergaan. Hij hoopte er maar het beste van, zijn twee kleine koters evenzeer. We duimen voor het gezin. Voor de monteur even geen terrasje deze fraaie  Paasweelde. Zijn baas Meindert heeft voor meteen na de paasdagen een bezoek aangekondigd. Hij brengt persoonlijk een nieuwe veiligheidsgordel. Eén die minder strak onder de oksels zit.  
Ellen praat weinig. Nauwelijks eigenlijk. Alhoewel… Ze probeert het momenteel vaker dan een poosje terug. Maar het blijft weinig. Maar ze is er wel bij. Het slikken gaat de laatste tijd weer wat beter. De pimpelpaarse arm van een geknapt bloedvat heeft zich goeddeels hersteld. Volgens kenners duidt dit op een over het algemeen goeie conditie. Het is ook de één op één verzorging. 
En nu maar hopen dat we samen óok de zomer halen en de geplande vakantie van bijna veertien dagen in Limburgs Kerkrade kan doorgaan. Een mooi vooruitzicht om naartoe te leven.
Dank Marco voor je invitatie. Maar eerst de Pasen met zon, met veel zon. Met twee nieuwe boeken voor in een tuinstoel: Paul van Vliet met ‘Brieven aan God en andere mensen’ en Johan Fretz met ‘Onder de Paramariboom’. Mooie titels, beide. Bij Paul van Vliet meeslepend de brief aan Más Argens dat veertig jaar lang zijn Spaanse vakantiehuis was. Inderdaad, soms als de wind in de hoge bomen ruist en de hemel strak staat van helderblauw…. Ja dan…. Hoe herkenbaar. Suite 529. Aardappelveld. Zwarte stof. Een lome ongedwongen zondagavond met Pasen. De echo van een ander tijdsgewricht. En eveneens: hoe herkenbaar dat warmbloedige, eigenzinnige eerbetoon aan een bijzondere omgeving rond de Paramariboom… De tropennacht. De krekels. Het hondengeblaf bij het krieken. De geuren en de smaken. De rook van brandend tuinafval. Vuurtje stoken. Blauwgrond. Suriname als smeltkroes. De brasa. 
Leven is loslaten. Maar niet zonder slag of stoot. Leven is: het belangrijkste van alles zo lang mogelijk en onder de meest uiteenlopende omstandigheden, hoe zwaar ook, proberen te behouden.
HAAR!  
****

Oud-studente en thans fotografe Annelies Verhelst schreef terug van haar reis naar Ethiopië:

Hi Johan!

Zalig Pasen!

Ethiopië was complete bonnefooi haha. Maar ik heb wel een serie gemaakt die ik binnenkort ga exposeren. (17 mei om 17u is de opening in Lola Luid, Derkinderenstraat 44 in A’dam, mocht je toevallig tijd en zin hebben). Prachtig en intrigerend land, Ethiopië. Heel veel mooie lieve mensen ontmoet, en echt heel anders dan andere plekken in Afrika, of in elk geval waar ik geweest ben. Ze zijn er verschrikkelijk stipt en geïrriteerd als je vijf minuten te laat komt bijvoorbeeld, om maar iets te noemen. 

En wat fijn te horen dat Ellen stabiel gaat. Echt geweldig dat je zulke goede mensen om haar heen hebt weten te verzamelen om haar te verzorgen. En ook echt heel goed en verstandig dat je af en toe even tijd voor jezelf neemt. Kan me indenken dat je een kleine reset af en toe wel even kan gebruiken. Ik zit morgen twee uur in de trein, kan ik mooi je blogs even bij lezen.

Geniet van deze mooie dag vandaag, en een dikke knuffel aan Ellen!

Liefs, Annelies

****


Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *