Geamuseerd ten strijde tegen de naveltruitjes op het hbo

20190723_095843
Er is zoveel te doen om de hitte dat je het er op voorhand verschrikkelijk warm van krijgt. Nederland praat zichzelf kokende hersenen aan. En een zinsbegoocheling. Maar trok half Nederland, en zelfs meer dan half Nederland, niet elke zomer vrijwillig naar Zuid-Frankrijk, Spanje, Portugal of Griekenland? En was het daar niet altijd bloedheet? Veertig graden vormde geen enkel beletsel jezelf in het strandzand te wentelen alsof je als een garnaal op de barbecue lag. Evenmin om uren en uren in de auto te staan bij ANWB- alarmcentrale Lyon. Mooie foto genomen door Trudy. Vroeg in de ochtend. Ellen met het puntje van haar tong uit mond. De Telegraaf zou schrijven dat deze vrouw niet wist waar ze het zoeken moest. De krant zou Celsius en Fahrenheid verwarren. Silence Is Golden. Vrouw met hoed. Mooie titel voor deze foto. Vrouw met hoed neemt het ervan. 
****
Ons huis wordt een fort. Een prachtig fort. Een bunker. Al gebruik ik dat woord liever niet. Het roept nare associaties op. Een fort dus. Ramen en deuren dicht. Zonnescherm uit. Parasols uitgeklapt. De gordijnen toe. Het dekbed verwisseld voor een lakentje. Nog vroeger naar bed dan anders al. En nog vroeger uit de veren dan te doen gebruikelijk. Begonnen aan een week waar we Ellen doorheen gaan loodsen. Doorheen moéten loodsen. Het belooft dichtbij de veertig graden te komen. Weermannen en –vrouwen buitelen over elkaar heen om het ons te melden. Protocollen vliegen ons om de oren. Rijkswaterstaat gaat de komende dagen gestrande weggebruikers meteen naar het dichtst bij zijnde benzinestation afvoeren. Ter afkoeling bij de airco. De Telegraaf waarschuwt ons dat eind van de week de helft van onze kinderen en bejaarden dood is. Er is geen kleur voorradig voor de code die onze koning wil afkondigen. De NS verwacht dat alle rails zal kromtrekken. Einde openbaar vervoer over het spoor. De binnenschippers vrezen voor binnenwateren zonder water. Voelt veertig graden anders dan 37? Het zal toch niet? Het lijkt me stug. Diana voor bijna twee weken met vakantie. Naar de Alpen. Met moeite nam ze vanochtend voor even afscheid van HAAR Ellen. Want zo zegt haar Afghaanse familie het intussen: ‘Diana, hoe is het met jouw Ellen?’ HAAR Ellen. Zoals ook de anderen dat beleven vanuit hun grote toewijding: Trudy, Elly, Esmé, Eva en ook Zulay. Met Trudy alvast een tropenrooster voor Ellen afgesproken. Gisteren, zondag 21 juli, met Ellen een wandeling van dik twee uur. Vanaf twee uur. Fraaie nieuwbouw in ons Maximapark. De groene long. Joggers, hondenuitlaters, rollerskates. Bij Castellum samen even geluisterd naar een open lucht concert. Ook naar Maximus Brouwerij geweest er vlakbij. Een trendy uitspanning die deed denken aan de Provence op een lome benauwde zondagmiddag. Bezoekers met een pilsje of een wijntje vrolijk aan lange tafels in gras dat al in geen weken meer gemaaid was. Zo herinnerden we ons Fayance. Een geweldige ambiance dat Maximus dat vakantiegeluk opriep. En dat was het ook, vakantiegeluk. Bij Maximus een kraam met lp’s. Nog die ouwe 78-toeren platen. Elpees uit de jaren ‘60. Hoe kon het ook anders. Ik zag The Animals, The Who, The Byrds. Ze draaiden die muziek ook, daar in dat hoge gras dat in geen weken gemaaid was. Turn-turn-turn.
Verdriet om een vriend die enkele dagen eerder gedwongen werd opgenomen op een gesloten afdeling van een verpleeginstelling. Het voelt als een wervelstorm. Hij komt nog goed uit zijn woorden. Hij beseft alles nog. ‘Mijn grootste probleem is dat ik er niet uit kan. En dat ik de hele dag achterna wordt gezeten door een medebewoonster die vroeger rechter was of griffier bij de rechtbank. Ze zit maar aan me te plukken als ze de kans krijgt.’ Moest er ondanks alles verschrikkelijk om lachen. Hij ook.  
Turn-turn-turn. 
Van Maximus terug naar huis en een mevrouw van 81 die vroeg of ze een stukje met ons mee óp mocht lopen. Afgelopen Kerst was ze haar man verloren. Die had tijdens een zware hartoperatie een hersenbloeding gekregen maar daarna niettemin nog acht jaar geleefd. Thuis. Niet in het verpleeghuis. Waar hij aanvankelijk zat met de mededeling van de directrice dat deze man nog maar zes weken te gaan had. Dat had die directrice weer van de dokter. Dus wat haalde zijn echtgenote zich op de hals met het besluit haar man zelf thuis te gaan verzorgen?! Welnu, dan maar zes weken thuis met hygiëne en aandacht. Ze trof haar man een keer ‘s morgens op de vloer van zijn kamer aan. Hij beweerde er al drie uur te liggen. Het verpleegpersoneel kaatste terug dat dit een leugen was. Maar hoe geloofwaardig zijn ze in het verpleeghuis vaak? Naar huis dus ook al stribbelde de directrice tegen. Die zes weken werden acht jaar. Sindsdien, zo vertelde onze onverwachte metgezellin, ziet ze geen van haar vier kinderen meer. Waarom? Geld. De erfenis. Het feit dat het vermogen vooralsnog overging op de langst levende. De vrouw was ook even aangeschoven aan een tafel in het hoge gras van de Brouwerij en was er royaal aan de appelsap gegaan. Waarom ook niet. De kinderen moesten nog maar even op hun geld wachten. Thuis verorberde Ellen met graagte de pindasoep die Elly ondertussen had afgeleverd. Buurman Charles stapte binnen met een koud flesje witte wijn onder de arm. Ging er weer een tartaartje op de elektrische plaat. En werden daarna de teksten van Ievon uit Molenschot bij Breda weer onder de loep genomen. Ievon wie? Een vrouw met een schitterende carrière vanuit een voorzichtig begin in het familiebedrijf van haar man. Daar heersten vanzelfsprekendheden die helemaal niet zo vanzelfsprekend waren. Op je bruiloft bijvoorbeeld van je zwager te horen krijgen dat je van nu af aan geacht wordt mee te werken in het familieconcern. Je zwager die niet alleen je zwager is geworden maar ook maar meteen je werkgever en baas. Uiteindelijk een oud-collega aan de journalistenopleiding. De directiesecretaresse bij het hbo die zeer mee leefde toen Ellen parkinson kreeg en LBD. Ze verloor haar man anderhalf jaar geleden. Tamelijk plotseling. Zat ze ineens alleen in een heel groot huis naast een golfbaan. Een verbluffend mooi huis. Wit en strak. Een staaltje van de allerbeste architectuur. Ze is gaan schrijven. Ze is als auteur nog in de fase van de zwangerschap. Daarna de geboorte. Het strelen van het kaft. Vervolgens de postnatale depressie. Dan het gat van het niet meer hoeven. Haar boek komt eraan. Ik bewonder haar vechtlust.
 ****
 
Ik weet nog goed dat we het er in de onderlinge gesprekken over hadden. Dat er nú toch zeker wel een hele dure mevrouw als directiesecretaresse was aangetrokken. Ze leek zo weggelopen uit één van de restaurants met meerdere Michelinsterren. Ze was anders, ze was duidelijk anders dan alle andere administratieve krachten van de School voor de Journalistiek in Tilburg. De nieuwe mevrouw op de kamer naast de directeur liep in mantelpakjes en op hoge hakken. Niet op plateauzolen. Ze was duidelijk niet van de vale en half versleten spijkerbroek of iets van joggingstretch. Niet op haar werk althans. Ze voorzag zich dagelijks van een herkenbaar Frans parfummetje en van lippenstift en van nagellak. We zeiden nog tegen mekaar: als de directeur met haar ergens verschijnt, zal men vermoeden dat hij de ambtelijk secretaris is die voor die mevrouw haar tas mocht dragen. Deze mevrouw –klein van stuk, en blond, maar niet dom – kwam duidelijk uit een heel andere wereld dan het onderwijs. Een ander milieu. Een milieu met representatie. Het deed eerder denken aan de makelaardij, de architectuur, het hotelwezen. Zoiets. Of een beter restaurant. Zou ze bij Cas Spijkers in Oisterwijk gastvrouw zijn geweest. Dat moest haast wel. Iets dergelijks in elk geval.
 
We zaten er als docenten niet zo heel erg ver naast. Dat werd al snel duidelijk. Dat bleek ook wel. Wat heet! En het boek dat zij over haar arbeidsverleden schreef, maakt alles nog eens extra duidelijk. Ievon van Gelderen had verder gekeken dan haar neus lang is toen zij in Tilburg bij de journalistenacademie als directiesecretaresse begon. Ze was zakelijk, representatief als gezegd, was even klassiek als mijn eigen Ellen, en bleek niet van de klok. Terugblikkend op die jaren bij Journalistiek herinner ik me vooral haar bovengemiddelde interesse voor de mensen om haar heen. En haar gezonde nieuwsgierige belangstelling voor het vak van journalist en wat daar zoal voor komt kijken. Ze wilde wéten. Wéten! Daarin was ze bij de administratie in feite een beetje een buitenbeentje. Velen leefden computer gestuurd. De meeste anderen werkten bij Journalistiek maar het had even gemakkelijk ergens anders bij Fontys kunnen zijn geweest. Als gezegd: anders. Ze was anders. Brabants, dat zeker. Maar niet van Tilburg of van Eindhoven waar Fontys zijn werkterrein had. Maar van Breda. Ievon was Breda. En als het niet Breda was geweest dan vermoedelijk anders wel Den Bosch. Steden die zuinig waren gebleven op hun cultuur en uitstraling. Steden van het carillon en de authentieke kinderhoofdjes waarmee de binnenstadstraatjes zijn geplaveid. Ze was ook van Knokke en van Cannes. Een beetje chique kortom, dat kon ook helemaal geen kwaad.
 
Voor assistentie bij de prestigieuze mediatrainingen aan politiecommissarissen, officieren van justitie en zo meer hoog spul was ze geknipt. Voor het onderdeel ‘De Overval’, waarbij de hoge heren (en dames) bij binnenkomst meteen al op de trap met snorrende camera en gevoelige microfoon op de huid werden gezeten, en door elkaar werden geschud, speelde ze meermaals voor boze buurvrouw die zich door de instanties kwalijk beetgenomen voelde. Zo iemand die bij het gezag even verhaal kwam halen. Alles in scène gezet, maar niettemin. Ach ja, die overval op de trap recht tegenover de kamer waar deze directiesecretaresse domicilie hield: de Bekende Nederlanders In Wording kregen onverwacht vragen naar actuele zaken en maakten er met hun antwoorden (meer hun gedraai) en lichaamstaal zo’n erbarmelijke kermis van dat ze in het écht maar beter meteen naar een uitkeringsinstantie konden vluchten. Zo’n journalistenopleiding levert veel anekdotes op. Ik geef er één prijs. In de tijd van Ievon op de opleiding voor hogepriesters en – priesteressen der journalistiek was het in de mode dat de jonge studentes hele korte truitjes droegen. En broeken die ergens beneden aan de heup bleven hangen. Dat nog wel. De navel pontificaal zichtbaar met meestal een piercing. Heel gezellig voor de studenten en toch ook wel veel docenten. De directeur was ondertussen vervangen door een directrice voor wie journalistiek net zo goed kantklossen had mogen zijn. Maar die wel een einde wenste te maken aan het naaktlopen door de gangen van de academie. Zulks gaf geen pas. Aan haar secretaresse de taak de half blote meisjes erop te attenderen dat ze er aan de Professor Gimbrèrelaan waren om te studeren en niet om te paraderen met hun blinkende navel en dagelijks geschoren schaamhaar. In haar boek zal Ievon vertellen over haar zedige preken als Moeder Overste ter voorkoming van verdere verloedering in kleding en gedrag op de School voor Journalistiek in Tilburg.
 
Ik herinner me dat ik voor een mediatraining eens een eerstejaars liet ophalen om een brandweercommandant te interviewen. Een goeie oefening, leek me zo. Voor die brandweercommandant maar ook voor deze zeer getalenteerde en gewiekste studente van wie ik nog weet dat ze ergens uit een calvinistisch gehucht in Zeeland kwam. Ik was haar tutor. Wat dat precies inhield weet ik nog steeds niet. Vóór mijn verblijf in Tilburg had ik nog nooit van het woord tutor gehoord. Ik was als tutor een soort mentor maar ook weer niet. Nu ik erover schrijf, duizelt het me weer. Enfin, het was schitterend weer, de zomervakantie naderde en het bleek alras de goden verzoeken om één van de beste studentes uit het eerste jaar te belonen met een heus tv-optreden tijdens een mediatraining. Door het ruitje zag ik de technicus met het meisje komen aanzetten. Ze kwam regelrecht uit een leslokaal en ze liep praktisch in bikini met in haar hand een ballpoint en een opschrijfboekje. Ik kreeg zowat een rolberoerte. De brandweercommandant zat met zijn rug naar dat ruitje. Terug, terug jij, gebaarde ik. De brandweercommandant draaide zich om maar was gelukkig te laat. Juffrouw Bikini was alweer achter de coulissen verdwenen. De man moet anders hebben vermoed dat hij zijn mediatraining volgde in een bordeel. Ook met dit meisje van achttien of negentien jaar zal Ievon van Gelderen vermoedelijk wel een gesprekje hebben gehad over textiel. Zeker in een stad als Tilburg die het jaren en jaren van textiel moest hebben.
 
Iets heel anders: de opgeklopte discussie over het vermeende provocerende karakter van Zwarte Piet en diens bestaansrecht ging geheel en al voorbij, en gelukkig maar, aan de Hogeschool voor Journalistiek van mega onderwijsfabriek Fontys. Jaren achtereen verscheen onze directiesecretaresse op 5 december op school met bij zich een verdraaid leuk kereltje in pietenpakje. Het verdraaid leuke kereltje liep met zijn jutezak alle docentkamers af om iedereen iets van chocola of marsepein te geven. Het jongetje hoefde niet geschminkt te worden want hij had van zichzelf al iets bruins. Het was geweldig leuk te zien hoe serieus de kleinzoon van Ievon zijn opdracht nam. Het was een geestig ritueel op een school die wel wat meer rituelen kon gebruiken. Fontys was niet bepaald hartveroverend. Eenmaal weg verwaterde het contact al gauw.
 
Zelf ging ik al op met 63ste weg om volledig voor mijn aan parkinson en Lewy Body lijdende muze Ellen te gaan zorgen. Het werd een gepast gemis. De invoering van de zelfsturende competentiegerichte lespakketten met een hoog gehalte aan studenttevredenheid boven docenttevredenheid was een zoveelste Haagse aanval op het onderwijs met vernietigingswapens gebleken. Spijtig maar waar. Diverse keren klaagde ik aan het bureau van de directiesecretaresse dat de hbo een bedenkelijke weg was ingeslagen die hoofdzakelijk schrijfsoldaatjes kon opleveren. Ievon trok later de deur achter zich dicht. Niet van harte maar ze was 65 geworden, pensioengerechtigd en pensioenbestendig. En regels waren nu eenmaal regels ook al was het kabinetstreven er toen al op gericht werknemers op den duur tot hun tachtigste te laten doorwerken. Ievon mopperde en gaf haar eens ongelijk. Haar boek over haar arbeidsverleden rechtvaardigde al helemaal haar teleurstelling. Er bestaan nog altijd mensen die hun identiteit evenzeer ontlenen aan hun werk. Niet louter aan hun privéleven. Was ze niet ooit begonnen in het familiebedrijf van haar man Paul? Daar was het van: praatjes vullen geen gaatjes. Daar hoorde het werk er net zo bij als een bord havermoutpap als ontbijt. En wat te zeggen van haar job voor de gemeente Breda die eruit bestond dat ze voor asielzoekers een toegewezen woning inrichtte. De gekste dingen maakte ze mee, maar ook leuke en fascinerende. En het ontwapende onthaal met veel exotisch eten bij een dankbaar gezin uit Afghanistan. Uit eigen ervaring weet ik dat het omgaan met migranten het migrantenvraagstuk tastbaar maakt en van een menselijk gezicht voorziet. Uit eigen ervaring weet ik hoe veel migranten – uit Afghanistan, Iran en Colombia om maar eens wat te noemen- de Nederlandse samenleving verrijken met hun aanwezigheid. Ievon van Gelderen spreekt er zelf ook over in haar boek. Ook over excessen. Die verbloemt ze niet. Een boze man die van de gemeente geen tv kreeg en dreigde zijn flat in de brand te steken. Als een gek baande Ievon zich door het verkeer van Breda om maar gauw een televisietoestel te regelen en erger te voorkomen. De jerrycan met benzine had ze al zien staan.
 
Aan haar boek begon ze na de dood van Paul. Die overleed nog tamelijk plotseling. Bij Paul was weliswaar leukemie vastgesteld maar er was nog altijd geen enkele indicatie dat hij het loodje zou leggen. In tegendeel. Hij was nog behoorlijk actief. Zijn dood kwam plotseling. En niet lang daarna zette Ievon zich aan het schrijven. Ze begon over haar schouder naar de jaren in het arbeidsproces te kijken. Verschillende banen met verschillende belevenissen. Vaak zelf de stoute schoenen aangetrokken voor een baan waarvan het onmogelijk werd geacht dat ze die kreeg en die ze toch met haar sleepnet als een vis binnenhaalde. Intussen gingen we om de zoveel tijd samen ergens wat eten met een glas witte wijn erbij. Was het in Oosterhout? Ik geloof het wel. Ze had een heel pakket aan A4-tjes bij zich waarvan ze hoopte dat het ooit nog eens tot een uitgave zou leiden. Of ik er eens naar wilde kijken. Of ik het wat vond. Ze had altijd al eens haar belevenissen op papier willen zetten. Wie had ze als doelgroep voor ogen? Een goeie vraag. Wist ze toen nog niet. Misschien wel dat kleine kereltje dat voor Zwarte Piet speelde maar allang geen klein kereltje meer was en die ook allang niet meer in 5 december geloofde. Schrijven is voelen met je pen. Ievon tastte met de pen haar geschiedenis af, haar carrière. Schrijven vergt geduld. Schrijven is schuren, plamuren, gronden en pas daarna de glansverf. Voor veel studenten van het hbo was dat teveel gevraagd. Die gingen in voetbaltermen voor de lange trap. Voor lange halen snel thuis. Ievon niet. Toewijding. Het is één van haar grote verdiensten. In de dingen een uitdaging zien. En ik weet het: mijn rode viltstift werd gevreesd onder de studenten, en later ook bij Ievon. En tegelijkertijd was het van: kom maar op. Studenten die het al te bont maakten, en voor wie ik meer dan één rode viltstift nodig had, die bracht ik de tweede viltstift in rekening. Dat heeft de school nooit geweten, maar het was een leuke bijverdienste. Ik klap hier even uit de school. Prozaïscher: uit de biecht, zoals ze in Vlaanderen zeggen.Want ik deed natuurlijk bovendien iets op de prijs. Voor Ievon hoefde ik niet extra naar onze plaatselijke boekhandel voor kantoorbenodigdheden. 
 
Het is fantastisch werken met een ambitieus iemand. Met iemand ook die buitengewoon leergierig is. Je kunt wel ambitieus zijn maar niet altijd gaat dat gepaard met leergierigheid. Voor schrijven moet een mens zitvlees hebben. En discipline. Zelfdiscipline. Schrijven is beelden oproepen. Schrijven doe je meeslepend. Je probeert de lezer van de ene zin naar de volgende te krijgen. Schrijven is ook schrappen. De chronologie loslaten. Zoveel als kan. We hadden op de School voor de Journalistiek in Tilburg gelijk. De nieuwe directiesecretaresse had wel iets met architectenbureaus, de makelaardij, het hotelwezen en Cas Spijkers. De mantelpakjes en hoge hakken hoorden bij haar. Zoals haar interesse voor de journalistiek en zijn moeilijkheidsgraad geenszins gespeeld waren. Ze had er oprecht belangstelling voor.
 
We waren op weg naar ongeëvenaarde temperaturen van tegen de veertig graden. Nederland met de overtreffende trap van een hittegolf. We hielden ons hoofd zolang mogelijk onder water. ‘Mijn teksten heb ik tot vervelens toe doorgenomen. Hier wat strepen en ergens anders weer wat veranderen. Het ligt even stil om me aan andere zaken te wijden. Nee, niet de hitte. Een kapotte maaimachine, de stofzuiger die er genoeg van had, de lekkage waardoor het dak een grote onderhoudsbeurt moet krijgen, autopech, enzovoorts. Laat ons weer een eetafspraak maken. En fijn dat je meedenkt over een drukker,’ schreef de vrouw die momenteel ook nog altijd druk is bij de politie waar ze met een luisterend oor aan een soort afreageerlijn zit. Ook daarover vertelt ze openhartig en behartigenswaardig in haar boek. Ze vertelt over een man die middenin de nacht opbelde en even van zich af wilde praten alvorens zich in wanhoop van het leven te beroven. Tegenover Ievon kondigde hij zijn dood alvast aan. Zo anders dan de jonge moeder die over de pas geborene begon en graag van via de informatielijn wat adviezen wilde.
Een boeiend leven op papier. Een heel boeiend leven zelfs. Meer dan dat van een zondagskind. Eigenlijk een autobiografie. Ze liet zich niet kisten. Nooit niet. Schrijven doe je vanuit het hart. De inspanningen die Ievon verrichtte onderstrepen dat.
 
 
 
 
 
 
 
      

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *