Chanel brengt Ellen op de versiertoer

20190812_115215_resized

 

Na een wandeling van dik een uur weer thuis. En op de foto. Maandag 12 augustus. Kijk die ogen. Ze leven. Ze staan uitdrukkingsvol. Een impressie van een expressie die ons doet juichen. Aan die ogen zien we of ze een betere dag heeft of een mindere. De colour rouge. Knalrood T-shirt, zwarte stretch trainingsbroek. Van Nike. Steekt af. Felle kleuren. Ze fleuren. Jammer dat de parfum van Coco Chanel niet dwars door het beeldscherm de neusgaten vertroetelt. Jammer. Niet zo maar parfum. Maar Coco Chanel. Cadeautje van Diana. Noemen ze dat in de parfumwereld niet monstertjes? Ici Paris en Douglas. Pure verwennerij. Ze is zeer enthousiast over de natuurschoon in Beieren en Oostenrijk teruggekeerd van vakantie. Ze zag weer bergen als in Afghanistan. Anders dan die molshopen van Zuid-Limburg. Stoeptegels, noemde ze het ooit eens, die hoogteverschillen bij Vaals. Elke vakantiedag in de Alpen moest ze toch wel even aan Ellen denken. We geloven haar op haar woord. De draad weer opgepakt. Ook met wandelen. Het is warm en droog. Stilte voor de storm met code geel. Er wordt regen verwacht, heel veel regen. Dreun onweer erbij. Mogelijk wat hagel ook. Daar gaat de tuin! De vlinderstruiken worden alvast gekortwiekt. Er is anders geen doorkomen aan naar de voordeur. Nederland leeft van codes naar codes inmiddels. Onderweg zijn de dames even bij de schooltuintjes aan de rand van de voetbalvelden wezen kijken. Ze mochten er van de beheerder dahlia’s plukken. Die staan er in overvloed. De dahlia’s zijn voor de mantelzorger. Ellen oogt ontspannen. De ogen, de ogen zeggen alles en vertellen het verhaal.

In De Panne twee dagen eerder, zaterdag 10 augustus, aan een tafeltje naast het onze een mevrouw van de Belgische grens met Frankrijk. Niet Moeskroen, maar daar vlakbij. Haar vader ook parkinson. En bovendien eveneens Lewy Body. Ze vertelde al een hele tijd geen contact meer met haar vader te hebben. Bij hem had de Lewy Body dementie gezorgd voor veel agressie. Werd ze stapelgek van. Mevrouw, geschatte leeftijd 45, had haar vader al een paar jaar niet meer gezien en ook niet meer gesproken. Ze had er afstand van genomen. Maar beter zo. Tsja. Voor wie? Deed denken aan een meneer in ons vroegere verpleeghuis. Ook parkinson en Lewy Body. De man lanceerde zich dagelijks achter een levensgevaarlijke rollator die met ‘m op de loop ging. Of liever: aan de haal. Veel valpartijen. Bont en blauw. Van een omgekeerd remsysteem hadden ze in ons vroegere verpleeghuis kennelijk nog nooit gehoord. Een lieve man? We moesten maar goed oppassen, adviseerde zijn kleindochter eens in de lift. We moesten maar op onze hoede blijven. Kon die medebewoner niet vrijelijk in de woonkamer bij de messen en vorken van de keukenhoek? We waren door het verpleeghuis niet voor hem gewaarschuwd. Waarom eigenlijk niet? Privacy meneer! De verzorgende schokschouderde erbij. Privacy ging boven veiligheid. Niet uit te leggen natuurlijk, ook niet door het verpleeghuispersoneel, maar de veiligheid was secundair. De wet. Had die man anderen wat aangedaan dan was dat natuurlijk heel vervelend geweest, maar zijn privacy was gewaarborgd gebleven. Tot aan de bloedspatten toe. Privacy gewaarborgd en daar ging het tenslotte om. De wet schreef strenge regels ten aanzien van de privacy voor.

Feliciteerde ondertussen de mevrouw met boze vader vanwege haar verjaardag. Want dat vertelde ze: jarig en haar verjaardag werd gevierd aan de kust met zo te zien de nodige bombarie. En Ellen? Niets van dat agressieve. Ingetogen. Volkomen ingetogen. Gelijkmatig. Hooguit kun je stellen dat Ellen snurkt, wat ze vroeger nooit deed. De sirene van de BB op de eerste maandag van de maand is er niks bij. Ellen snurkt een complete symfonie van Gustav Mahler bij elkaar. Nog even en we hebben de politie aan de deur. Eigenlijk gaat het nog steeds hartstikke goed. Eigen haard. Goud waard. ‘s Nachts alleen een kopje water. Om het snurken geen schade aan de keel te laten aanrichten. Nooit nachtbraken. Ze is de extreme hitte met veertig graden voortreffelijk doorgekomen. Ze is weer klaar voor de viering donderdag 15 augustus van de Japanse capitulatie en het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië. De vlag weer uit. Na 15 augustus volgt 25 augustus op Bronbeek. Waar in de ochtenduren wordt stilgestaan bij alle verschrikkingen, alle leed en alle angst in de jappenkampen en aan de Birma-spoorlijn. Op Bronbeek hebben we de zondvloed meegemaakt, maar ook tropische temperaturen die ons tijdens de ceremonie onder de bomen bracht. Ergens tussen 15 en 25 augustus krijgt het Ellen-kwintet een roos met een speciale tekst in de geest van hoe Ellen het zou hebben opgeschreven als het haar allemaal nog gelukt zou zijn.

Diana, Trudy, Elly, Esmé en Zulay – ze doen hun werk niet alleen maar voor het geld. In tegendeel. Ze getuigen van toewijding. Ze houden van Ellen. Ze laten hun hart spreken. Ze zijn op tijd en praten niet op een kleutertoontje tegen Ellen. Geen infantilisering. Geen betutteling. Werk is voor het kwintet een deel van hun identiteit, net als dat voor ons vroeger gold. Je wás onderwijskracht, je wás journalist. De identiteit. Het is een voordeel met een klein zorgteam te werken. Een dagelijkse in- en uitloop van een heel peloton dames is iets voor de kippen en hun haan van Barneveld maar niet voor de zorg. Je bouwt met springerige passanten geen band op en juist om vertrouwen en vertrouwdheid draait het. ‘Ellen in topvorm. Ze spreekt de woorden uit die we allemaal dagelijks tegen haar zeggen. En dan plots: “Joopje, waar is Joopje?” Wat mooi hè en wat leuk! Het zijn cadeautjes die ze ons geeft. Ik heb onze app-groep gevraagd alvast te kijken naar wie wanneer kan werken met de feestdagen. Kun jij tijdig met het verdere rooster aan de gang.’ Trudy regelt het app-verkeer. Ze is ook van de huisapotheek. ‘Het badschuim raakt op en ook de tandpasta’. Diana is ook pedicure en schoonheidsspecialiste. Elly kookt, elke maandag voor een hele week. De Thaise kippensoep is momenteel in trek. Ook bij de buren. De nieuwe van nummer 10 die momenteel zijn keuken eruit sloopt met veel gebonk en gehamer probeert de pindasoep van Elly uit. 

Ach ja, we spraken als gezegd in De Panne de grensstreekmevrouw van het tafeltje naast ons. En naderhand nog een mevrouw. Ergens anders was dat, aan zee, waar we gezandstraald werden. Mevrouw was Belgische. Net als die andere. Maar deze woonde in Engeland. Met haar Britse man. Op de parkeerplaats stond hun sportwagen. Verstappen zou er jaloers op zijn geweest. Wat een bolide! Alleen al die uitlaat kostte zo te zien een godsvermogen. Er was ook nog zoiets als een klein hondje. Dat vierpotige dingetje moest in elk geval een hondje voorstellen. Nerveus gevalletje aan een rood riempje. Strikjes in wat als oortjes moest worden verondersteld. De echtgenoot was vooral met dat hijgerige speelgoed bezig. Raar gezicht voor een man. Zij was even over voor haar ouders die Belgische. Niet eens zulke oude ouders nog. De één nog goed, de ander niet meer, Alzheimer. Ze woonden nog samen thuis, haar ouders, maar eigenlijk ging dat niet meer. Ze ploeterden zich de dag door. Beetje thuiszorg, maar veel was het niet. Lieve oude ouders waren het. Hadden altijd voor hun kinderen klaar gestaan. Had mevrouw, geschatte leeftijd 55, ook broers en zusters? Zeker wel, een jongere broer. Die woonde zelfs bij zijn ouders in de buurt. Maar ze zagen hem nooit. Broerlief kon niet tegen ziekte. Dus stond hij er met zijn rug naartoe. Wat lastig voor die broer dat hij er niet tegen kon, concludeerden we, en we nipten nog maar eens aan onze inmiddels lauwe koffie. Afgehaakt, die broer. Zou hij kinderen hebben? En zou hij zich nooit eens afvragen hoe het hemzelf later zou kunnen vergaan? Misschien wel net zo. Hoe moet dat later als de zorg helemaal niet meer te betalen is? Langer thuis wonen? Maar hoe? In een zwaar vervuild huis vol ongedierte?

Wat is ons perspectief? Maar later? Wat is later? Over dat toekomstperspectief dat er voor de rijke westerse wereld misschien wel helemaal niet is zei een vriendin uit Velsen later op maandag van 12 augustus 2019: ‘Een jonge collega van mij zit sinds haar vakantie in juni ziek thuis te wachten op een burn-out. Want die is volgens mijn collega in aantocht. Vlak voor de vakantie stierf haar schoonvader onder behoeftige omstandigheden met wie ze jaren geen contact meer had gehad en de vakantie zelf liep enigszins anders dan ze had verwacht. Door een overboeking. Daar kan geen verdronken bootvluchteling tegenop natuurlijk. De dokter kan niets vinden, maar mijn collega is zwanger van een burn-out. Weet ze heel zeker. En ze wacht die burn-out thuis af. Wat ze thuis zoal uitspookt? In de stad op een terras kan ze het verlies van haar schoonvader met wie ze járen geen contact had en die vreselijke overboeking een plekje geven, hopelijk. Dat kwebbelt de kwebbel tenminste.’

Nog geen burn-out maar wel alvast ziek thuis. Als dít geen humor is! Wellicht een idee om dit landelijk in te voeren en er beleid van te maken. Met betaald ziekteverlof om niet ziek te worden. Arm Nederland. Arm België. We leven in de ik-maatschappij, zo kreeg ik bijna twintig jaar geleden al eens letterlijk van een intimus te horen. Ik dacht dat-ie een grapje maakte. De ik-maatschappij? Jazeker, de ik-maatschappij. Het was ieder voor zich en God voor ons allen. En voor God mocht ik de overheid invullen. Of ongeacht welke instantie ook. Eigenlijk was ik toen al gewaarschuwd. Verwacht niets. Leven vanuit de gedachte: wat levert het mij op. En levert het mijzelf niets op, of onvoldoende, dan draai ik me om.

Moest aan die twee Belgische vrouwen van circa 45 en 55 terugdenken toen ik Ellen zag terugkomen in de rolstoel met op haar schoot de dahlia’s van de schooltuintjes. De hele Zonzijde rook naar Chanel. Coco Chanel maakt onweerstaanbaar. ‘Jullie verdienen respect’, merkte onze goeie kennis Carli uit Brabant deze ochtend op. Carli is directeur van een paar zorginstellingen. Respect? Welnee Carli! Het is anders. Heel anders. Maak het klein. En houd het klein. Houd het licht, zou Youp van ’t Hek zeggen. Genieten van het handen schudden op straat in De Panne. Van een babbeltje links en rechts. Het raam van de hotelkamer in De Panne wagenwijd open richting de duinen en het gezicht naar de zon. Hoofd in de kussens. De stilte van de zomerse zaterdagavond in augustus. Een soort eucharistieviering. Laat elkaar niet in de steek. En zeker niet op het moment dat de één de ander het hardst nodig heeft. Doe recht aan het woord liefde. Facebook, getwitter, dure apparatuur – het kan me allemaal gestolen worden. Er is teveel oppervlakkigheid. Ik ben een romanticus. 

‘Ellen wat ruik je lekker.’ ‘Jaaaa.’ Parkinson. Lewy Body. Parkinson én Lewy Body. Moeilijk kunnen praten. Maar nog altijd wel in staat tot een heel kort verleidelijk antwoord met die lang aangehouden metersdiepe erotische a. Ze was even op de versiertoer. Op tafel een boek. ‘De kunst van het veldspel’.      

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *