Het sprookje van Ledeacker

Een heel bijzondere ervaring, het bruisende Afghaans-Bosnisch huwelijksfeest op de druilerige en bij tijd van wijle waterkoude zaterdagavond van 2 november in Ledeacker. Ledeacker? Ik las het eind september toch goed op de uitnodiging?! Nooit eerder van gehoord, van Ledeacker. Het was niet de naam van het partycentrum. Dat heette immers Nabat. Maar wat in godsnaam was Ledeacker dan wel, en hoe kwam je daar? Ledeacker bleek bij raadpleging een plaatsje, eerder een onbeduidend buurtschap, van wellicht een kleine verzameling vrijstaande huizen, aan de aarde toegeworpen als strooigoed. En met vermoedelijk een stamcafé met vaantjes en bierpullen aan een rekje. Met van die hoge barkrukken ook waar je als klein manneke op moet klauteren en onderwijl vervaarlijk naar voren schiet. Tandartsen verdienen goudgeld aan die wiebel barkrukken.
Ledeacker moest ergens naast Sint Anthonis liggen, leerde internet. In het westelijke gedeelte van Brabant? Daar zocht ik het aanvankelijk, naar Roosendaal toe en Bergen op Zoom. Wouwse Plantage en zo. In die koers. Sint Anthonis deed aan wielrenners denken, zo’n merkwaardig dorp waar ze in december ’s nachts voor hun kerststukjes de struiken uit andermans tuin spitten. Maar ik vergiste me deerlijk. Ik was in de war met het ondeugende Sint Willebrord. Daar jatten ze je voortuin bij donker leeg en fietsen ze tot sint-juttemis vol epo rond de kerkklok.
Sint Anthonis – ach natuurlijk, niet van het wielrennen maar van de motorcross! – lag ook helemaal niet in de richting van Frans Bauer en Fijnaart en dat potsierlijke nagebootste Vaticaan in Oudenbosch waar ik ooit nog eens met geluidstechnicus Cees Muit bij de Chinees had gegeten. Ergens om de hoek, in Hoeven?, of Hoven?, gaven we een cursusavond journalistiek aan medewerkers van het bisdom Breda. Ledeacker was naar Tiel toe, naar Nijmegen, langs Malden, en verder nog richting Venlo, met op de borden ook al, voor de schrik, Keulen. Ooit na veel omwegen de tomtom uit ergernis uit het autoraampje geflikkerd. Vóór Keulen op tijd de A73 af bij Boxmeer. Dan de borden Sint Anthonis volgen. Tevoren zorgen dat de tank vol benzine zat. En een jerrycan benzine ter geruststelling als extra in de kofferbak. Ik ging immers de wildernis in op zaterdagavond 2 november.  
Bij Haps kreeg ik het zaterdagavond toch even benauwd. Haps? Bestond dat ook al? Ik kende alleen een Haps op de positie van linksback in het gênant ronddolende Feyenoord. Toch zaterdagavond maar even bij een pompbediende geïnformeerd of het nog ver was naar Ledeacker. Je kon nooit weten.
Ledeacker? Daar had de vriendelijke pompbediende nog nooit van gehoord. Nog nooit van gehoord? Nee meneer, dat ken ik niet. Transpiratie en het tegenovergestelde van obstipatie. Heeft U daar een date? Want ik had bij het pompstation inmiddels ook een bloemetje uit een emmer met water gevist. Stond met bloemen in mijn nieuwe lange camel overjas en daaronder mijn eigen trouwpak uit 1987. Een date? Welnee pompbediende, een bruiloft! De pompbediende leek daaraan te twijfelen. Hij dacht niet dat Ledeacker bestond. Wel Lede-akker. Zó diende dat brave gehucht namelijk te worden uitgesproken. ‘U bent er al voorbij meneer.’ Ook dat nog. Maar nu wist ik wel zeker dat Ledeacker überhaupt bestond. De weg er naartoe ging door de middle of nowhere. De ruitenwissers maakten overuren en ploegden zich naar een vroegtijdige vervanging. Ter plaatse moest in mijn arm geknepen om te beseffen dat het écht waar was wat er zich voor mijn ogen afspeelde. Het was op die vier vierkante meter Lede-akker drukker dan in Amsterdam op het Leidsche Plein. Midden op straat in Lede-akker een verkeersregelaar in een lichtgevend roodoranje hesje. En verderop nog één. Op de hoek een touringcar van de bekende vervoersorganisatie Pouw. Auto’s die net als ik een parkeerplaatsje hoopten te vinden. In neonletters Nabat. Buiten bij de ingang op het grind het kleumende jonge echtpaar Erna en Abdullah. De twee mochten nog niet naar binnen en moesten nog even geduld opbrengen. Het leek me fatsoenlijk om dan zelf ook maar even te wachten. Maar waarop? Een verkoudheid?  
En toen was het dan zover. Het bruidspaar als een werkelijk sprookjesachtige verschijning in het maanlicht stapte naar binnen en ik er achteraan. De gang door en langs de hagelwitte toiletdeuren en de garderobe met uitpuilende kapstokken. Was als de dood dat ik op de sleep van de trouwjurk zou gaan staan. Zou net iets voor mij zijn geweest. Toen de grote zaal in met wel zeker driehonderd genodigden. Ineens schreed het jonge paar door een haag van vuurwerkfonteinen. Dit was werkelijk een fantastisch schouwspel. Dit was groots. Spektakel. Er klonk applaus, een staande ovatie, er werd gezongen. Het jonge paar naar de dansvloer. Het jonge echtpaar óp de dansvloer. Bedacht nog net op tijd dat ik zelf de pas moest inhouden. Anders had ik als dorpspastoor ook in het vuurwerk gelopen met mijn nieuwe camel overjas, daaronder mijn eigen trouwpak uit 1987 en de bloemen waarvan de pompbediende vermoedde dat die voor een date waren.
Het was een zware week geweest om voor Ellen een mondhygiëniste te regelen binnen een termijn van drie maanden. De mantelzorger als een brok gewapend beton. Je moet alles bevechten in de gezondheidszorg. Eerst drie maanden wachten en daarna met anderhalve dag terecht kunnen. Waar een mantelzorgoffensief gelijk een precisiebombardement al niet goed voor bleek. Weer het bewijs dat een mantelzorger zich niet met een kluitje in het riet moet laten sturen. Een doorverwijzing van de mondhygiëniste voor het trekken bij Ellen van een afgebrokkelde kies leverde vervolgens eerst bij het UMC en daarna bij het Antonius het voorgeprogrammeerde antwoord op van een wachttijd van negen weken, en vermoedelijk nog veel langer. Het leek de Galecopperbrug wel met die Bijzondere Tandheelkunde. Ellen moest nog maar even doorbijten met die afgebrokkelde kies. De receptionistes in beide ziekenhuizen begrepen niet dat ze eigenlijk automatisch voor de mantelzorger een bed reserveerden op de hartbewaking. Een wachttijd van drie maanden, hoezo gek? Daar hadden de receptionistes nooit eerder iemand over horen klagen. Welnee, natuurlijk niet, Nederlanders klagen niet, iedereen slikt en stikt. Iedereen bijt op een afgebrokkelde kies en zo nodig op een houtje. Dacht er ook over naar het Malieveld te gaan om daar de graszoden om te woelen zoals half Nederland. Gelukkig bood de VU aan de Zuidas in Amsterdam uitkomst. Een vlotte afspraak. Met een week. Het kon dus wel, een afspraak. Op de afdeling van prof. dr. Maria Rodrigues. Niet de eerste de beste deze Colombiaanse tovenares. Een zware week achter ons en een zware week in het verschiet dus. En tussen het fonteinvuurwerk en die driehonderd Afghanen en Bosniërs en wat Nederlanders gingen ineens alle spanningen en vermoeidheid op de loop. Alle stress verdween als sneeuw voor de zon. Hoe snel kan dàt gaan! Het wonder van Ledeacker.
Op de dansvloer ontdekte ik de moeder van de bruidegom, verzorggende Diana, in trance op uitheemse muziek. Met opgestoken haar en in een zalmkleurige lange jurk alsof ze zo was weggelopen van het filmfestival van Cannes. Dit was even anders dan Ellen onder de douche zetten. Schitterend! Daar waren haar zusters en haar moeder. Zwager Dirk. Haar broer ook, rechter in Afghanistan, taxichauffeur in Hamburg. Haar moeder zoende me en ik zoende haar terug. Of was de volgorde andersom? ‘Ellen’, klonk het. Deze grand lady nog niet eerder ontmoet, maar het gevoel haar al jaren te kennen. En eigenlijk was dat ook zo. Allemaal mensen die geregeld aan Diana vroegen hoe het met HAAR Ellen ging. Een tante zei door alle verhalen van Diana van Ellen te houden ook al kende ze alleen maar die verhalen. Familie uit Canada, Duitsland, Tunesië, overal vandaan. En Enschede, als we dat ook even gemakshalve tot het buitenland mogen rekenen. Ik sprak het ene moment Engels, het andere moment Duits, en even later een klein mondje Frans. En vervolgens Tukkers, de voertaal van de mevrouw die mij naar mijn bordje eten begeleidde. Bordje? Prachtig plateau. Ik werd ook aan tientallen tantes, ooms, neven en nichten voorgesteld. Leerde dat je in Afghanistan tot een bepaalde stam behoort. Die reikt in belangrijkheid verder dan wat wij gewoonlijk onder familie verstaan.
Dit was met recht een grandioze avond. Eén uit het boekje. Dit voelde als een beloning voor mijn mantelzorg. En dat alles in het weekend dat we tevens vierden (met Bossche Bollen van de PLUS in de aanbieding) dat Ellen alweer drie keer 365 dagen weg was uit het verpleeghuis en fulltime thuis. Met dank aan het bruidspaar. Met dank voor hun invitatie. Thuis was Wil bij Ellen. Kaarsen aan, tv aan, boek bij de hand. En had ik nou goed gezien dat Wil een tijdschriftje bij zich had met de koopjes van de toch al zo spotgoedkope Vomar? Ellen en Wil: beiden aten macaroni. Later op de avond kwam Elly op de koffie af. Zelf even ondergedompeld in een surplus aan genieten in Rede-akker. De stembanden hadden het even zwaar als onderweg de ruitenwissers. Had me er al veel van voorgesteld, maar niet dat het trouwfeest zo’n geweldige ambiance zou opleveren. Om nooit meer te vergeten. De meeste dames in het lang. Zelfs geen enkels zichtbaar. Zijden glans. De mannen strak in het pak.
Hoffelijkheid. Stijl. Trotse mensen en wat voelde ik me vereerd. !!! En de moeder van de bruidegom maar stralen. Eerst de huwelijksvoltrekking op Slot Zeist. Ze was er vaak voorbij gekomen, vertelde ze, maar had er nooit naar binnen durven gaan. Slot Zeist imponeerde. Imponeerde niet alleen haar maar iedereen. En nu in de avonduren Lede-akker. Kijk eens, genoot de moeder van de bruidegom uit, kijk eens wat er na onze gedwongen vlucht uit Afghanistan van mijn jongen in Nederland terecht is gekomen! De gunfactor met uitroeptekens. 
Op een gegeven moment door een Afghaanse schone meegetroond naar het buffet. Nooit eerder zoiets dergelijks gezien. Ik doel (mevrouw mocht er ook zijn) voor alle duidelijkheid op het buffet. En ik kom toch beslist niet net uit een ei. Het woord uitgebreid deed de werkelijkheid tekort. Allemaal Afghaanse gerechten onder kroonluchters op mooi met damast gedekte tafels over een totale lengte van wel vijftien meter. Mijn gids bij deze ontdekkingstocht naar al het exotische eten vertelde me dat ze uit Enschede kwam en tolk van beroep was. Op een gegeven moment durfde ik het aan om naar haar leeftijd te vragen. Dat paste in ons gesprek, anders zou ik dat zeker niet hebben gewaagd. ‘Nou, raad eens?!’
Och Jezus! Raden? Zo risicovol mevrouw! Dertig, zei ik om haar te plezieren, en in elk geval geen flater te slaan. Ze riep onmiddellijk haar man erbij en vroeg me om die dertig jaar nog eens te herhalen. Ik kon niet meer stuk bij dit goedlachse Afghaanse echtpaar. De dertigjarige ging met mij alle schalen en kommen langs om te adviseren wat ik het beste kon nemen. We spraken over zoveel oprechte Afghaanse uitbundigheid. ‘En achter die uitbundigheid gaan diepmenselijke verhalen schuil, hoorde ik haar zeggen. Ik knikte. Allemaal dezelfde verhalen en ook eenieder het specifiek zijne of het hare. Ik moest denken aan die vrachtwagen in Engeland met die dode Chinezen in de vriesruimte. De tolk uit Enschede raadde mijn gedachten aan die verstekelingen. Ik probeerde me een voorstelling te maken van de bange wanhopige sprong in het onbekende. Ik kreeg steeds meer bewondering voor de mensen om mij heen.
En ik had al zoveel bewondering. Een avond die liters energie gaf gelijk de bluesmiddag van een maand eerder bij Trudy in Houten in het kader van ‘Gluren bij de Buren’. Dat was het wonder van Houten. Nu dus het wonder van Lede-akker. Op gezette tijden moet een mantelzorger alle soesa van thuis even achter zich laten. 
Na twee uur trouwfeest in omgekeerde richting weer de duisternis in. Herfst. Geen echte regen maar je werd er toch zeiknat van. Een groet naar de roodoranje hesjes. Pouw stond er nog met zijn touringcar. Lede-akker uit. Met de complimenten voor de ruitenwissers. Door Sint Anthonis. Aan mijn linkerhand een stil dorpscafé. Eén klant aan de tap, zag ik in de gauwigheid. Zo’n hoge barkruk. Op de radio voetbalde PSV zich tegen Sparta naar nieuwe ellende. FC Twente speelde tegen AZ al binnen een paar minuten met een man minder. Twente in het zwart, vertelde de verslaggever. Hoe toepasselijk. Oude bekende Andy Houtkamp versloeg vanuit Mexico een honkbalwedstrijd voor de radio. Dure grap. Bijna in Boxmeer. Daar de A73 weer op. En toen telefoon in de onverwoestbare Skoda. Diana. Waar ik was? Dat wist ze toch? Ik was weer terug naar de thuisbasis. Met in de Skoda radio en verwarming aan. Hoever was ik al weg van Ledeacker? Ook Diana wist niet precies hoe ze die plek moest uitspreken. Ik had het over Boxmeer richting Haps. Wat? Haps! Dat kwam goed uit. Want waar Diana voor belde: ze had eten voor Ellen, voor mee naar thuis, de keuken was een pretpakket aan het samenstellen. Of ik kon omkeren.
****

Lijkt me geweldig zo’n bruiloft. Heb wat gemist, lees ik. Ben je bij Haps nog teruggegaan naar Diana voor het eten? Jan van Ewijk. 

Wat een mooi artikel over het huwelijk van Diana’s zoon. Wat een lieve vrouw is Diana, toch ook op die avond weer aan Ellen denkend! En wat een giga feest. Gaat er bij ons toch wel wat calvinistisch zuiniger aan toe. Tot gauw en lieve groeten voor jullie. Charles.

****

Gelukkig geen terugkeer uit Ledeacker in een leeg en aardedonker huis. Moest denken aan de persoon die ergens dit jaar zei: ‘Ik ben mijn vrouw kwijt, jij hebt haar nog, jij bent beter af.’ Kreeg er zaterdagavond wat meer begrip voor. In de huiselijke warmte wachtte Ellen. Wil deed haar leesbril af, legde haar tijdschrift weg, zette de tv uit en informeerde naar zin in een pinot gris. Verhalen over alle plezier in Ledeacker en het werd in no time middernacht. Wil: ‘Wat moet dat trouwfeest een geweldige belevenis zijn geweest, wat fantastisch, wat geweldig ook voor Diana.’ We hadden het over trots, incasseringsvermogen en doorzetten. Ellen leek mee te luisteren. Het enige geluid was na twaalven ’s nachts uiteindelijk nog slechts het aanzwellende gehuil van de wind door de afvoer van de openhaard. De zondag zou in ledigheid worden doorgebracht. Met het inmiddels vertrouwde beeld van thuis in eigen huis. 

20190812_115215_resized

The day after the day before… Deze vroege donderdagochtend 7 november maar meteen met de deur in huis vallen: het is heel goed gegaan met Ellen bij Bijzondere Tandheelkunde van het VU-ziekenhuis in Amsterdam. Er is zonder malheur en enig mankeren een kies getrokken. Die afgebrokkelde links boven, en Ellen gaf geen kik. Verdoving en trekken van de kies: alles bij elkaar twintig minuten. Geen napijn ook. Geen bloeding. Mondspoelwater bleef ongebruikt. Voorafgaande aan Amsterdam goede steun genoten van Elly en Charles, bij terugkeer van Diana. Want het is in de loop der tijd wel een stuk ingewikkelder geworden auto in en auto uit. Een strak scenario gehanteerd. In december wordt er een tweede kies getrokken aan de VU. Van 11 december proberen we onze trouwdag 18 december te maken ’s middags. Zodat Diana als rolstoelbegeleidster en tandartsassistente mee kan. De in alles kouwelijke Zuidas van Amsterdam-Zuid met de Rai naar Buitenveldert toe zal ook haar schrik aanjagen. Zoals ons gisteren weer. Het is er onwerkelijk. Een spookhuis. Aanvalsgolven op je gemoed. Op amper een half uur rijden van huis waan je je er een figurant in een griezelfilm van Alfred Hitchcock. Boulevard Burn-Out. Hoe kun je als VU in hemelsnaam hier je Bijzondere Tandheelkunde huisvesten voor zwaar zieke patiënten ???? We noemen het ook niet langer de Zuidas maar de Stress-as. Een mierenhoop van jachtige mensen in de duurste kleding met attachékoffertjes en tegelijkertijd holle niets ziende ogen. De lege blik. Surrealisme. De wereld van het geld. De wereld van de magnetron en de opwarmmaaltijden. De wereld van voornamelijk de Gezonde Succesvolle Medemens. Iedereen op de Gustav Mahlerlaan en omliggende straten met een telefoon aan zijn oor. Of anders wel turend naar het schermpje in de hand vol buitengewoon belangwekkende mededelingen. Rennen, rennen, rennen. Vliegen, vliegen, vliegen. De ene mens nog belangrijker dan de andere. Misschien wel het afschuwelijkste stukje Nederland. Wat heet! Het meest bizarre stukje Nederland. Een openluchttheater. City Pacemaker. Ons zakencentrum gelijk het zakenimperium van Londen en New York. Alles op en in elkaar gebouwd omdat de grondprijs er torenhoog is. Sky high. Hier heerste de gezelligheid van een tochtige grafkelder. Hier regeerde de munteenheid. Vliegtuigen van en naar Schiphol boven je hoofd. Boven je hoofd ook de trein van en naar station Rai. Een tingelende en jengelende tram. Politie met gillende sirene voor een spoedklus, een uitruk. Honderden fietsers voor je bumper. Oren die spontaan beginnen te suizen. De Stress-as. Het WTC en de VU. En enkele banken. Nergens aan de stoep kunnen parkeren. En dat toch noodzakelijkerwijs heel even doen met een rolstoel en een invalidekaart (die aan de Zuidas niets waard blijkt). Op eigen risico. Een hardvochtige boete van dik driehonderd euro weten te ontlopen. De weliswaar fraaie parkeergarage van de VU, maar zo afschuwelijk smal en compact (grondprijs) met allemaal opgewonden toeterende automobilisten. Want snel, snel, snel. Ontluistering. Haast, haast, haast. Het eigentijdse Nederland. Het stil en diep verlangen naar de provincie. Naar Wim Sonneveld en het tuinpad van grind van mijn vader. Iemand achter een rollator werd de huid vol gescholden. Ze liep in de weg. Een automobilist die de parkeergarage wilde verlaten, draaide niet snel genoeg aan zijn stuur en kreeg een concert aan claxonneren over zich heen. Wijsvingers naar transpirerende voorhoofden. In deze brutale en van de pot gerukte hectiek vormde de behandelkamer van Bijzondere Tandheelkunde gisteren vanaf kwart over één een oase van rust. En van vertrouwen. En de foto boven doet niet vermoeden dat de plek slechts een half uur rijden van de Stress-as verwijderd is. Het gaat goed met Ellen. Vandaag ont-stressen. We proberen bij te komen van twee uurtjes aan de Amsterdamse Zuidas.

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *