In het spoor van de rolstoel naar de nalatenschap van architect Cuypers – en Matthijs die kenden we al van Parool

Aan de wandel op een ongekend zomerse dag in november. Flaneren ook. Aan de wandel bij zestien tot achttien graden, samen met Helin, naar de plek waar Diana zo dikwijls Ellen in haar rolstoel naartoe bracht. Als ze kwamen aan lopen dan stond de bediening al klaar om ze met thee naar hun vaste tafel tegenover het water en een grote witte plastic zwaan te helpen. Een beeld dat nooit vervaagt. Het Maximapark en het restaurant daar. Ooit maakte de beroemde architect Pierre Cuypers uit Valkenburg in Zuid-Limburg schetsen voor een bierhal op het Rembrandtplein in Amsterdam. Die bierhal kwam er nooit, het bleef bij tekeningen, de schetsen verdwenen in een bureaulade. Tot 2010-2011. Toen werd het werk van Pierre Cuypers uit de archieven opgediept, het stof er vanaf geblazen, en kwam er weliswaar geen bierhuis maar verrees er een theehuis middenin het door stedenbouwkundige Riek Bakker uit Rotterdam ontworpen Maximapark, de groene long van Leidsche Rijn dat Vleuten en De Meern met Utrecht ging verbinden. Het Lint. Restaurant Anafora, de Parkpergola. De Japanse Tuin, de Vlinderhof. Wandelaars, kuieraars, hardlopers, skaters, op zondag 13 november 2022 veel zonaanbidders in T-shirt. En een volop fotograferende Helin, voor een paar uurtjes weg uit haar studeerkamer. Ze keek haar ogen uit. Zoals ze een dag eerder ook ogen tekort kwam in het bos van Amelisweerd en Rhijnauwen. Er was zowat geen parkeerplaatsje meer te vinden daar. Tjokvol. We blijven nog maar even een chroniqueur. We beschrijven het leven en zijn rituelen.

Onderweg door het Maximapark ook even bij Intratuin binnengelopen. Overal blingbling met artikelen voor de kerstdagen. Engeltjes aan flinterdunne koordjes die al uitgezongen leken nog voordat we Sinterklaas hebben gevierd. Eén grote uitstalling van de geneugten van een gezond, zorgeloos en welvarend leven. De vluchtelingenstromen zijn ver weg. Zoals ook de aan flarden geschoten huizenblokken. En die kraamkliniek die door de Russen werd bestookt en in puin veranderde. Een wereld uit het lood. Kerstballen voor zes euro per stuk in alle denkbare kleuren en maten. Ach ja, en dat terwijl nagenoeg de gehele wereld in brand staat. En toch, het heeft ook wel wat die decembermaand. Hier nu al een verlichte achtertuin. Met het ingaan van de wintertijd veroorloof ik me het maar. Moest in het Maximapark denken aan oud-hoofdcommissaris van politie Eric Nordholt en zijn familie. Het gaat niet goed met zoon Ernst (MS) met wie Ellen en ik zo vaak optrokken in onze tijd van verpleeghuis De Ingelanden. Ernst vecht voor zijn leven, of heeft hij dat allang opgegeven? Waarschijnlijk wel, als ik de berichten mag geloven.

Ook voor de scherpzinnige Ernst vormde de dagbladjournalistiek een belangrijke pijler van zijn identiteit. Hij verloor ooit een kindje en ik ben hem erkentelijk voor wat hij me daarover vertelde. Dat was bij (toen nog) De Vier Balken in Haarzuilens. Ik ben Ernst ook nog steeds erkentelijk voor hoe hij mijn eerste boek over het omgaan door Ellen en mij met de ziekte van Parkinson recenseerde. ‘Dankjewel voor je liefde’ raakte hem in de kern. Het boek confronteerde hem met zijn eigen situatie. Hij wilde niet jaloers worden, werd het ook niet, maar toch. De woorden kwamen recht uit zijn hart. Hoeveel uurtjes brachten we niet met hem door, Ellen en ik. In het restaurant van verpleeghuis De Ingelanden met slappe wijn in veel te kleine stationsrestauratie glaasjes. Bij de etentjes van Elly Wolf wier reputatie haar voorbij golfde. En aan de voet van Kasteel De Haar in Haarzuilens, op de Brink, bij een uitbundige salade. Ernst hield van een sigaret en daarom van de frisse buitenlucht.

We gaan naar het sluitstuk van een bewogen jaar. De dood van Ellen heeft er ingehakt. We zoeken niettemin het licht. We gaan voor het leven. Licht in de duisternis, zeggen we dan. De klimaatverandering helpt ons een handje. ‘Nee Helin, dat zou jij toch helemaal moeten weten zeg! Geen foto van mij bij dat rare kunstwerk hier in het Maximapark. Een uitgebrand legervoertuig op zijn kant. Ik verbaas me erover dat de gemeente Utrecht zulke dingen subsidieert.’

****

‘De zeis van Matthijs kon elk moment vallen, op de gekste en meest onverwachte momenten.’ De burn-outfabriek draaide overuren bij de publieke omroep. Alsof de over het paard getilde, en voortdurend naar de ogen gekeken, Van Nieuwkerk van de duivel bezeten was, zó kon hij op de werkvloer tekeer gaan. ‘Ga op je knieën jij en zeg sorry meneer Van Nieuwkerk.De stakker ging ook nog eens op zijn knieën ten overstaan van zijn collega’s en kuste de schoenen van een proleet. Je weet niet wat je leest, en toch. Een loslopende gek die in een dwangbuis hoorde, alom bejubeld door het Nederlandse televisiepubliek. Hoe kun je leven met de wetenschap dat je zoveel collega’s met hun gezinnen kapot hebt gemaakt. Ik ken hem, die bekent geen schuld. Insiders weten nu te vertellen dat Matthijs aangeslagen is en verdrietig. Natuurlijk opnieuw alleen maar bezig met zichzelf. Je kon het op je vingers natellen.

Alle verantwoordelijken en superieuren bij de publieke omroep zijn zich ‘rot geschrokken’ van het meerdere pagina’s tellende rapport in de Volkskrant over de bloeddorstige coryfee Matthijs van Nieuwkerk. De onbehouwen presentator (met zijn charmes en hoofd dat van het scherm afspatte) ging bij De Wereld Draait Doorrrrr over lijken ten gerieve van zijn eigen populariteit en imago. Maar ach, wie hem een paar jaar bij Het Parool heeft meegemaakt en van een klein afstandje kon volgen verbaast zich nergens over. Vraag het ook oud-hoofdredacteur Sietze van der Zee. Hij merkte eens op: ‘Matthijs spuugde in de hand die hem voedde.’ Sietze hees Van Nieuwkerk bij Het Parool op het schild. Als dank bracht Van Nieuwkerk zijn leermeester ten val. Het gebeurde achter de rug van de hoofdredacteur. Weinig mensen in mijn leven tegen het lijf gelopen die zó met zichzelf en hun eigen carrière bezig waren en ook zó met zichzelf verguld bleken als de opgewonden alleskunner Matthijs van Nieuwkerk met een (toegegeven) encyclopedische kennis. Hij was veelzijdig, hij was expressief, een Pietje Bell, een zondagskind, de ideale schoonzoon, een vleier, maar o wee, een driftkop. Het moest wél allemaal om hem draaien. Geen enkele clementie.

Matthijs van Nieuwkerk draaide zélf door. Het kwalijke vooral is dat werkgever BNNVara nooit ingreep. En ondanks alle signalen de andere kant opkeek, en nu zijn handen in onschuld wast. DWDD was als talkshow een goudmijn en dus mocht de ene na de andere medewerker onder het schrikbewind van de presentator en de eindredacteur een burn-out oplopen. Dat hoorde zogezegd bij topsport in televisieland. Grensoverschrijdend gedrag (extreme woede-explosies en publieke vernederingen) van een psychopaat mag als bekend worden verondersteld bij de omroepbazen en in de kiem te worden gesmoord. Het wás ook bekend. Spijt achteraf is altijd zo makkelijk. Het is een cliché geworden. Daar brachten we als opleiding journalistiek voor een stage studenten naartoe. Wat een slechte voorstelling moeten die niet gekregen hebben van ons vak! Die studenten dachten natuurlijk dat dit abnormale gedoe normaal was… Onverantwoordelijk is het geweest, studenten naar DWDD te sturen!

Ben benieuwd naar de repercussies. Ook wat betreft de lafbekken rond de tiran. Wie bij de NPO het heft in handen heeft dient zijn medewerkers een veilig werkklimaat te bieden. Zoals ook overal elders. Hier moet het Openbaar Ministerie misschien wel aan te pas komen. Aantoonbaar zijn redactieleden door de gloriërende ijdeltuit Van Nieuwkerk de vernieling in gedraaid. Na jaren hebben sommigen nog steeds nachtmerries van de ‘maestro’. Sommige redactieleden zijn nooit meer de oude geworden. Geknakt. Achtervolgingswaan. Sommigen kijken nog steeds angstig over hun schouder of achter hun geen bloedhond staat. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Het heeft met de menselijke waardigheid en de menselijke maat te maken. Op deze zonnige novemberzaterdag in Amelisweerd en Rhijnauwen verbaast me niks meer als het om grensoverschrijdend gedrag in de televisiewereld gaat. In deze valse omgeving zou ook eens gestopt moeten worden met elkaar narcistisch prijzen toe te spelen. De schaduwzijde van prijzenfestivals zijn de intriges en de ellenbogen. Televisie doet karakters veranderen. Televisie haalt meermaals het slechtste in de mens naar boven. Blinde eerzucht. De kijkcijfers. De adverteerders.

Ik heb het even mogen meemaken. Totdat ik me ooit eens afvroeg wat die kerstbomen op de bloemenmarkt van het Janskerkhof te betekenen hadden. En Ellen op die zaterdagmiddag in het schemerdonker die zei dat het bijna Kerst was. Ik die tot het besef kwam dat ik bezig was als chef nieuwsdienst van Het Journaal door te draaien tussen al die ego’s. Diep in mijn hart nooit bij Het Journaal willen werken maar gezwicht toen ik gevraagd werd en uit 37 sollicitanten over bleef. Ineens hadden we heel veel vrienden, maar geen tijd om ook maar iets leuks met die vrienden te doen. Een jaren dertig huis in Hilversum gekocht om de afstand tussen Ellen en mij (op het Mediapark) maar zo klein mogelijk te houden. Al gauw dat huis weer verkocht. Opgejaagd wild voor een hoog salaris. Omstreeks diezelfde dagen – we waren tien jaar getrouwd en gingen er een weekend op uit in Epen in Zuid-Limburg – vonden ze mijn moeder dood in de badcel. Hersenbloeding. Haar crematie was bij het ingaan van kerstavond 1997. Ik wist: Ellen is mijn geluk en mijn leven. Een paar weken later nam ik ontslag. Mijn ambitie had een ernstige waarschuwing gehad.

Vrouwen en kinderen van Ambarawa moesten een kuil graven voor zichzelf en toen gooide de jap er een handgranaat in

Indrukwekkend en dit doet me veel.’ Onafhankelijk van elkaar spraken Diana en Wil zich op Bronbeek uit. De as van Ellen werd er deze zaterdag namiddag 5 november uitgestrooid bij het monument dat herinnert aan de oorlogsjaren en dat ter nagedachtenis is aan de doden en overlevenden van de jappenkampen voor vrouwen en meisjes in voormalig Nederlands-Indië. Met Diana en Wil (‘Het maakte me emotioneel’) haalden we het verleden terug, de vroegste jeugd van Ellen. Daarvoor moesten we op het statige landgoed Bronbeek zijn, op de grens van Arnhem en Velp. ‘Ik ben in gevangenschap geboren en ga ook in gevangenschap dood’, sprak Ellen eens vol verdriet. Die uitspraak vormde een van de zovele redenen haar terug naar huis te halen – waar ze eigenlijk nooit weg was geweest – en samen fulltime met enkele getrouwen de marathon bij de eigen haard van goud te vervolgen. Naarmate ik ouder word, word ik steeds meer onzeker, merk ik zelf. Misschien is het ook wel een zekere bevestiging die ik mis. De ziekte en het gemis van Ellen heeft er ingehakt.

De verstrooiing van de as was op Bronbeek als die aan de vloedlijn van De Panne, en toch weer anders. Op Bronbeek overheerste de geschiedenis van heel ver terug. Samen bezochten Diana en Wil er het museum. Zelf bleef ik in het park op een bankje achter. Samen bestudeerden Diana en Wil in het museum de foto’s en de verhalen als wandschilderijen. Eerder al waren we buiten langs de affiches gelopen. Bij het ophalen uit het museum van Diana en Wil stuitten we op een vrijwilligster die rondleidingen gaf. Een oude Indische vrouw. Op en top Indisch. Ik citeer haar: ‘Ambarawa? Ellen in Ambarawa. Dat ken ik ja, Ambarawa. Was het Ambarawa-6? Dan hebben Ellen en haar moeder geluk gehad. De vrouwen en kinderen van Ambarawa-10 moesten tegen het eind van de oorlog van de jappen een kuil graven en in die zelf gegraven kuil springen. Daarna werd er een handgranaat in die kuil gegooid. Geen enkele overlevende.’

We keken elkaar slechts vol verbijstering aan. Het was nieuw voor ons. Ellen had dit nooit verteld. Heeft ze dit eigenlijk wel geweten, dit van die kuil en Ambarawa-10? Als gezegd: heel indrukwekkend het bezoek aan Bronbeek, in alle opzichten, terwijl de avond viel. Als afsluiting een Indische maaltijd in de kumpulan van Bronbeek waar aan zowat alle tafels om ons heen reünies plaatsvonden. We stuurden enkele foto’s naar Helin en kregen ook enkele foto’s terug van de Zonzijde waar mijn huisgenote de kaarsen had aangestoken en lichtjes had aangebracht rond de houtskooltekening van Ellen uit het kamp van Ambarawa-6. Zo liefdevol wat Helin erbij schreef: ‘Zo betekenisvol dit alles en ik herdenk met jullie mee. Hier thuis zijn voor Ellen de kaarsen aan.’
Diana en Wil met de as van Ellen, overlevende van Ambarawa. Die zal enkele ogenblikken even verderop wordt verstrooid. Net als het strand van De Panne was Bronbeek indrukwekkend, maar net even ànders indrukwekkend.
Ach mijn lieve Ellen… Wat is het hard te kwijt te zijn. Hier voel ik dat des te meer.

Steeds meer het besef van hoe goed het is geweest om afscheid te nemen van het verpleeghuis. Thuis, niet ook nog eens in gevangenschap sterven. De thuissituatie kan niet anders dan Ellen energie hebben gegeven. Ze wilde leven.

Deze foto herinnert aan de verhalen van Diana over thuis en haar jeugd in Afghanistan. De verhalen over haar ouders, haar bij een bombardement om het leven gekomen vader, hun tuin, de planten, de geuren en de kleuren. De smaak van gerechten. Verhalen met omzien in dankbaarheid. Op deze zondag in 2018 net terug van de herdenking op Bronbeek van onmenselijkheid en vernederingen in de jappenkampen voor vrouwen en kinderen in voormalig Nederlands-Indië. Wil, tijdens het eten op zaterdagavond 5 november 2022 in de kumpulan van Bronbeek: ‘Ik leer, ik leer nog steeds, ik leer van Diana, ik leer van Helin, ik leer het vluchtelingenvraagstuk van meerdere kanten te bekijken, niet eendimensionaal, en ik schud vaak mijn hoofd over het gebazel van mensen die op hoge leeftijd kennelijk nog niets in hun leven hebben meegemaakt.’

****

Prachtige fragmenten vol eerbied Johan op locaties waaraan jij met Ellen zulke bijzondere herinneringen bewaart, Charles.

Gelukkig vond het slachtoffer van adoptiefraude en misbruik net op tijd haar eigen Mother Mary

Laat ik met een leestip beginnen nu de wintertijd vat op ons heeft. ‘Niet geboren op mijn verjaardag’, luidt de nieuwsgierig makende titel van een – in wezen ontluisterend – boek van een slachtoffer uit Sri Lanka, een slachtoffer van adoptiefraude, misbruik en pesterijen op school door leeftijdgenootjes. Ze doen Sam van den Haak in de weidse eenzaamheid van West-Friesland bij Hoorn vechten voor haar identiteit. Het is een prachtig boek, een juweeltje, in heel zijn eenvoud en heel zijn oorspronkelijkheid geschreven, tastbaar, gevoelsmatig, openhartig, met bovendien een mooi empathisch voorwoord van Karin Bloemen. Het is ook een leerzaam boek dat leest als een trein. Samantha (Sam) van den Haak heeft het aangedurfd, zoals cabaretière Karin Bloemen in haar voorwoord aankondigt, om het leven op te pakken en te gaan voor de positieve kracht die je kunt aanwenden. De schaamte voorbij, de woede loslaten. Reik niet naar de hemel maar haal hem met de zon naar je toe.

Het zijn woorden die me uit het hart gegrepen zijn gaandeweg het jaar waarin ik mijn lieve Ellen verloor. Het jaar 2022 waarin ik mijn grote liefde veertig jaar kende en straks op 18 december 35 jaar zou zijn getrouwd. Ik heb het even snel over de duim uitgerekend, maar eigenlijk hoefde dat niet echt, het zat al metersdiep in mijn hoofd en in mijn hart geplant. Het leven weer oppakken en durven te gaan voor de positieve kracht die een mens kan aanwenden. Ik sta er voor open. Dat betekende ook na het overlijden van Ellen weer sommige mensen loslaten. Niet iedereen begreep dat ik nog kieskeuriger was geworden aangaande de gezelschappen waarin ik me begaf. Niet iedereen begreep dat rust en structuur mede de draagmuur vormen van een nieuw leven zonder die persoon die mijn bestaan zozeer in de hoogglans zette. Ook mijn bestaan als mantelzorger, ik hoef alleen maar terug te denken aan de Oudejaarsavonden die nooit meer terugkomen zoals ze waren met die innige kus om 12 uur omdat we het weer gered hadden. En dan proefde ik haar blij dankbare tranen.

Sam van ‘Niet op mijn verjaardag geboren’ draagt haar boek op aan haar eigen Moeder Mary, naar de songtekst van de Beatles in Let It Be. En hoe toepasselijk. Haar eigen Mother Mary en het woordje ‘eigen’ dik onderstreept.When I find myself in times of trouble, Mother Mary comes to me, Speaking words of whisdom, Let it be… Een aanrader, de zo inspiratievolle, 278 pagina’s tellende paperback van een jonge vrouw die uiteindelijk niet alleen in Sri Lanka haar eigen familie terugvond, maar tegelijkertijd ook zichzelf. Ze groeide op in een peperduur adoptiegezin waarin het in de villa aan alles ontbrak, en nog wel het meest aan liefdevolle veiligheid. De rol van Mother Mary is een kerstvertelling op zich. Ze bestaat écht! Ze ontfermde zich over de verstotene, de handelswaar (als zovelen op Sri Lanka) nadat die door haar adoptieouders – op haar zeventiende nog maar – op straat was gezet. Wederom de deur gewezen. Voor de tweede keer in haar leven. Ze kreeg de opdracht haar sleutels in te leveren. Met gebogen hoofd verliet ze de pronkerige villa. Zwervend door de stad en op zoek naar een bankje in het park. De times of trouble.

Zoals de auteur haar boek opdraagt aan Mother Mary – ‘Toen mijn leven en ik een totale mislukking waren opende jij je huis en hart voor mij’ – zo draag ik de achttiende december op aan Ellen. Elke mij nog resterende dag in feite. Mijn onvergetelijke vrouw en soulmate. Mijn wijsgeer. Maar tegelijkertijd ook degene voor wie ik zoveel jaar een onwankelbare stevige schouder mocht zijn. De laatste jaren was het te doen gebruikelijk om ergens medio december hier thuis een bescheiden etentje met een glaasje te doen vóór en mét vertrouwelingen. De stal, de kribbe en herdertjes bij nacht. Ik wil die traditie in stand houden. De nostalgie. Op 18 december aanstaande wil ik vanaf zo ongeveer het middaguur met mijn inner Inner Circle naar de plek waar Ellen en ik elkaar het jawoord gaven: Kasteel Haarzuilens. Een wandeling door de kasteeltuin in kersttooi en een rondleiding door het feeërieke en al evenzeer op de feestdagen afgestemde kasteel zelf. In de kasteeltuin zullen we een gedeelte van de as van Ellen verstrooien. Het is een afsluiting. Want na de as verstrooiing op 24 september op het strand in De Panne volgt aanstaande zaterdag 5 november Bronbeek inclusief kumpulan in Arnhem (met Diana en Wil) en 1 december Gasselte en het stiltegebied Drouwenerzand in Drenthe (alleen). Over Gasselte en Drouwenerzand verhaal ik in mijn vorige blog. Overbodig er hier verder over te schrijven. Hun betekenis was groot, dat moge duidelijk zijn.

Wie naar bijgaande foto van Ellen kijkt, wie een parkinsonpatiënt in heel haar verkramptheid nog zo ziet glunderen, die beseft eens te meer hoe goed het is geweest dat deze prachtvrouw in levenden lijve het verpleeghuis verliet op 1 november 2016. En dat we Ellen daarna nog zes jaar dag en nacht op de Zonzijde hadden en haar er konden vertroetelen. Daar hoorde ze. Daar en daar alleen. Daar stierf ze uiteindelijk in mijn armen. Eén dag morfine, één dag slechts, ten teken dat ze op was, en dat het genoeg was geweest. De kaars doofde. Die doofde voorgoed. Ellen had een Mother Mary in meervoud. When I find myself in times of trouble… Het team stond er. Diana en Elly beiden vanaf het eerste uur. Bij terugkeer van Kasteel Haarzuilens zondag 18 december hoop ik hier thuis de rest van de Inner Circle ter aansluiting te treffen. Zo in de vooravond. Aan Elly & Ber – ook zo’n traditie- de vraag of ze met mij de, in gezamenlijkheid, aan de nieuwe ronde eettafel te nuttige maaltijd willen doornemen. De menukaart kortom. Ik heb er al een idee over. Het zal geen gemakkelijke afsluiting van dit bewogen jaar voor me worden, maar ik doe mijn best en richt me op het leven en het licht. En ik weet dat ik daarbij veel steun heb. De bezoeken ook aan Leeuwarden, om er maar eens wat te noemen. Van onschatbare waarde. Het is de rust en de vrede met mezelf. Geen verkeerde gezelschappen, geen chaotische mensen, maar structuur en ritme. Soberheid. En desnoods zelf een Mother Mary zijn, voor enkele anderen, een Mother Mary ook voor mezelf zijn. Zelfredzaamheid.

Ze is strijdbaar, laat Sam van den Haak haar lezers weten. Bewonderenswaardig. Ze kwam er achter dat haar bestaan één grote leugen was. When I find myself in times of trouble. Mother Mary was voor Sam van den Haak een redder in nood, zoals ze in haar opdracht schrijft. Er bleek zelfs met haar geboortedatum gesjoemeld te zijn. Samen met twintig anderen klaagt ze de Nederlandse Staat aan wegens adoptiefraude en kinderhandel. De schrijfster uit oorspronkelijk Sri Lanka wil haar juiste geboortedatum in haar paspoort. Hoe eenvoudig kan het zijn. Of toch niet?

De Panne. Elke maand inmiddels weer voor minstens twee dagen uitwaaien aan zee. Het strand en de vrijheid. De culinaire geneugten. Misschien wel dé plek voor de jaarwisseling deze keer. Hier in De Panne, op mijn vaste kamer 310 van hotel Cajou, met het raam open richting zee en het gekrijs van opgewonden meeuwen, ‘Niet geboren op mijn verjaardag’ van Sam van den Haak gelezen. Een pageturner. Adoptie is lang niet altijd rozengeur en maneschijn. Er bestaat van adoptie een romantisch beeld dat in veel gevallen totaal niet blijkt te kloppen. De kinderen worden vaak niet zozeer uit troosteloze omstandigheden gered maar daaruit weggehaald. Voor eigen gewin. Het is dikwijls handel. Handel in kinderen. Kwam San van den Haak op het spoor toen ik naar aanleiding van haar boek een interview met haar op de autoradio hoorde. Het interview klonk als een beheerste klacht richting schraapzucht en adoptiehandelaren. Ik moet dat boek kopen, dacht ik.

****

Wat weer een prachtig verhaal, mooi en warm geschreven aflevering Johan. Ellen zit ook diep in mijn hart. Zeker ook met Kerst. Ik denk nog steeds veel aan haar. En we zijn er voor jou, en zullen dat blijven. Op dat boek komen we terug, John en ik. Tot gauw weer bij ons in Leeuwarden. Liefs Wietske.

Ik sluit me bij Wietske aan Johan. Mooi en warm geschreven. En bedankt ook voor de uitnodiging om bovendien op je verjaardag met jou en Diana uit eten te gaan. Helin.

Mooie tekst. Ik reageer meteen: ik ben maar al te graag 18 december van de partij. Tot binnenkort voor opnieuw een urenlange wandeling, en dan rond Hilvarenbeek bij mij in de regio, Jan van den Heuvel.

Hallo Johan. De uitnodiging om 18 december te komen dineren als afsluiting van dit bewogen jaar vind ik een heel goed idee en ik kom natuurlijk graag om ook hiermee Ellen te herdenken. Goed van je dat boek aan te bevelen van ‘Niet geboren op mijn verjaardag’, bedankt , ik heb het ook inmiddels gekocht naar aanleiding van je enthousiasme hierover. Ik kom net uit de Domkerk en daar wordt vanmiddag ook de tentoonstelling ingericht door studenten van de Hoge School Utrecht over de geschiedenis van vluchtelingen vanaf de jaartelling tot heden. Hele mooie borden met teksten en foto’s  van joden , Irak, Iran, Syrië, Afghanistan, Libanon. Misschien een idee om met Diana en Helin deze tentoonstelling te komen bekijken. Hij is er tot 24 november. Lieve groet Wil.





Geen lakei en de bomen in Gasselte moesten eraan geloven

Lieve twee schreef ik de ouders en schoonouders ván deze week:

Op een zondagavond stond ik dromerig met Ellen aan de rand van een aardappelveld tussen Gasselte en Kostvlies. Het moet inmiddels bijna dertig jaar geleden zijn, zeker wel . We hadden tien jaar Rutte nog voor de boeg. En er bestond toen nog een grote volkspartij voor boeren, burgers en buitenlui die CDA heette. Een zwoele warme wind blies de gortdroge zwarte zandkorrels van het aardappelveld onze richting uit. Stof was het bijna. Geen mens verder te bekennen, geen enkel geluid. Slechts het heel zacht ruisen van het gebladerte van de metershoge eeuwenoude bomen. En die zandkorrels van het aardappelveld in ons gezicht. De krant, de basisschool Kaleidoscoop en Utrecht überhaupt waren heel ver weg. Ze deden er niet toe. Het aangenaam lege hoofd. De weidsheid. De schoonheid. Alleen de paardentram ontbrak nog met wat hoefgetrappel. En Wim Sonneveld. Ben ik ooit gelukkiger geweest dan op die zondagavond? Ik leerde er liefhebben. Van Drenthe. En het Groninger land leerde het me, iets verderop. Het Noorden maakte andere mensen van ons. De stress-lozen. In retrospectief. Beelden die over elkaar heen schuiven. Niets is blijvend, behalve in je hoofd. En in je hart. Binnenkort terug naar dat aardappelveld dat nu een golfbaan is.

Zeer bedankt voor jullie zo gastvrije mail. Wat een invitatie zeg! Heel erg fijn. Super! Top! Ik kom graag naar jullie in Mussel en Wedde en zal er zeker genieten van een gezamenlijke maaltijd en wandeling. En van jullie Groningse privépark met glazen huis. Ik zie er naar uit. Maar maak het voor jullie niet té druk hoor. Ik red me wel. Inderdaad, het wordt een bijzonder verblijf bij jullie. Even verderop, Stadskanaal voorbij, de grens met Drenthe over naar Gasselte hadden Ellen en ik in de jaren negentig een droomhuisje met rieten dak in de naaldbossen aan de rand van het stiltegebied Drouwenerzand. Daar zagen we de lammetjes geboren worden. Daar gingen we elk weekend met de twee katten Salvatore en Nicols, ieder in hun eigen kooitje, naartoe. Arriveerden we in de late namiddag op onze estate en had je die twee katten eens moeten zien op de achterbank. Ze snoven de dennengeur op en werden op slag dolenthousiast. Het hele weekend gingen ze achter de veldmuisjes aan en legden die op de deurmat alsof ze met elkaar een competitie deden. Wie bracht zogezegd de meeste thuis. En kreeg die twee katten maar weer eens te pakken en terug in hun kooi als we op zondagavond terug moesten naar Vleuten. Dat werd meer en meer ons werkadres. Ellen maakte lange dagen als onderwijskracht op het Kanaleneiland, en ik als chef van de buitenlandredactie van het Utrechts Nieuwsblad. De tijd van hoofdredacteur Max Snijders en zijn adjudanten Reinier van der Loo en Hans Goessens. Die laatste is niet oud geworden. Net de vijftig gepasseerd. Een klein jaar geleden stond ik plotseling in Amsterdam nabij het Gerechtsgebouw in een druilerige regentje aan zijn graf. Dat was schrikken, ook al wist ik dat hij al jaren niet meer leefde. Kanker.

Maar de katten dus. Salvatore was vernoemd, of hoe zeg je dat bij katten, naar onze bevriende honkballer Salvatore Varriale in Parma in Italië. Onze oogappel Nikkie dankte haar naam aan onze favoriete honkbalclub Nicols uit het Pim Mulierstadion in Haarlem. Ellen en ik hadden toentertijd nog het nodige met de honkbalsport, al was het een snel aflopende zaak. Er valt aan een wedstrijd voor steeds leger wordende tribunes geen lol te beleven, en als journalist geen eer te behalen. Ook in Gasselte wil ik, net als op het strand van De Panne, én op Bronbeek bij het monument ter nagedachtenis aan de jappenkampen voor vrouwen en jonge kinderen uit de Tweede Wereldoorlog in de Pacific, én in de kasteeltuin van Haarzuilens, onze feeërieke trouwlocatie destijds, ook daar bezijden het Drouwenerzand wil ik een beetje as van mijn onvergetelijke Ellen gaan strooien. In mijn eentje. De enige plek waar ik alleen heen ga. Naar de andere locaties in kleine groepjes, van wisselende samenstelling, maar met telkens wel steeds Diana, zij wél, als vaste factor. Drenthe was voor Ellen en mij misschien wel de meest bijzondere tijd van de bijna veertig jaar waarin ik me zo gelukkig voelde. Ellen en ik hadden dáár alle tijd voor elkaar. Het boshuisje was heel romantisch. Uren en uren werkten we op ons perceel. Tot het kappen van gevaarlijke bomen aan toe. Bomen waar het leven uit was. De drukke Randstad was ver weg. Voorheen nooit geweten dat het ’s avonds en ’s nachts zó stil kon zijn en zó donker. We verloren er het besef van tijd. En van moeten, almaar moeten. Die ervaring had ik ook de vorige keer bij jullie in Mussel. Ik sliep door tot ’s morgens tien. Toen belde ik naar huis en legde Diana nog de telefoon bij Ellen aan haar oor. Hoorde ik haar ademhaling. Nu is alles anders geworden. Ik leef vooral op mijn herinneringen. Niet dat ik het cultiveer, maar het is gewoon niet anders. Ook dit fraaie herfstige weertype is associatief. Misschien nog wel het meest van alle jaargetijden met zijn schakeringen.

Ik denk erover voor twee nachtjes te boeken bij jullie, jullie aanbod erg op prijs gesteld. We hebben zeker nog contact voor aanvang december, uiteraard. En ja, herinneringen, emoties. Afgelopen vrijdag beschikte ik over een nieuwe ronde eettafel met hartstikke mooie stoelen. Op tafel twee kandelaren. Brandende kaarsen. Roomwitte gordijnen dicht, als achtergrond. Een plaatje. Het emotioneerde me. Ineens moest ik huilen om Ellen. Die hoorde aan die nieuwe ronde rot tafel. Dat zijn van die momenten hè. Kaarsen uitgeblazen en boven de computer aangezet om op internet wat bij te lezen. Over alle ongein in de wereld. Ach ja. Over de poenige koning ook van wie een meerderheid in de Tweede Kamer nu eindelijk en terecht verlangt dat ie belasting gaat betalen. Het zal er niet van komen. Naar Qatar want de ene schending van mensenrechten is de andere niet. Handen schudden, bebloede handen. Vroeg naar bed gegaan, weg van die ronde tafel, en de volgende dag weer enigszins het mannetje. Weer met een smile door de supermarkt. Wees rijk met elkaar. Maar dat hoef ik jullie niet te zeggen. Ik heb er erg goed aan gedaan de Koerdisch-Syrische Helin op kamers te nemen. Ze is ongelofelijk sociaal. Ze is een gever, geen nemer. Ze brengt vrolijkheid. Ze zorgt voor reuring. ’s Morgens sta ik als een zeer met haar studie begane opa haar broodtrommeltje te vullen met een stukje fruit erbij. Ik moet er zelf om lachen. Onderweg naar Utrecht Centraal voor college aan de VU in Amsterdam lepelt ze naast me in de auto een schaaltje yoghurt leeg. Het bezorgt me weer een binnenpretje.

Gelukkig is relativeren niet mijn slechtste kant. In zelfrelativering ben ik bijkans nog beter. Eén stap verder brengt me tot een amusante lichte en te genezen vorm van zelfspot. Ach ja. Maar Ellen, mijn Ellen, wat mis ik haar. Wat mis ik haar warmte, haar kameraadschap, haar liefde. Wat laat ze een verschrikkelijke leegte achter. Maar dit is het leven. Ik wist vroeger dat ik rijk was, maar niet hoé onmetelijk rijk. Nogmaals heel veel dank voor jullie mail. Ik ga nu mijn Afghaanse ‘adoptie dochter’ Diana vergezellen naar een kantoor en daarna mijn Syrische ‘adoptie kleindochter’ Helin ophalen van het universiteitsfabrieksterrein in Utrecht. Scheelt het meisje de volgepropte stadsbus 28 tussen legio kletsnatte regenjassen en de nodige zwermen verkoudheidsbacillen. Het woord corona schrijf ik maar niet op. Morgen uit logeren bij vrienden in Leeuwarden – Wietske die zelfs nog de beide ouders van Ellen heeft gekend – en een week later weer eens naar alle bekenden in De Panne.

Tsja, Gasselte was een heel bijzondere tijd voor Ellen en mij. Op vrijdag begon ik ’s morgens al om zes uur op de redactie in Houten. Om half drie naar huis. Tenzij  vrijdagavond dienst, dan pas op zaterdag naar Drenthe. Dat was zo’n beetje één keer in de maand. Om half drie vrijdagmiddag naar huis betekende de katten ophalen. De weekendtas dan meestal al in de kofferbak. Met de katten naar het Kanaleneiland in Utrecht, om er op de Marco Pololaan Ellen op te halen van school. Kwam ze vrolijk zwaaiend aanlopen met vers brood van de Turkse bakker even verderop. Dat beeld is nu nog betekenisvoller dan destijds. Naar Drenthe een fractie voor de files uit. Langs Zwolle en Hoogeveen hogerop naar Assen. Twee uur rijden zo ongeveer. In Gasselte de absolute stilte en de rustgevende en zo inspiratievolle lucht of zweem van dennen en sparren. Drenthe een veilige haven. Die viel samen met mijn misschien wel mooiste tijd in de journalistiek en de meest beroerde. Die ook. Het vertrek van Max Snijders had er veel mee te maken. Het UN in handen van uitgeverij Wegener en alles werd anders. De mores. Ik voel weer de pijn van weleer.

Schrijven is mijn medicijn, dat merken jullie al. Met Wegener kwam er een nieuwe hoofdredacteur uit de provincie naar Houten en die speelde op de redactie alles en iedereen tegen elkaar uit. De gevestigde orde werd het leven zuur gemaakt. Ze kregen laatdunkend het etiket Snijderianen met NRC-kapsones. Het onderlinge wantrouwen op de redactie werd van bovenaf gevoed en groeide snel. Beginnelingen die in je artikel zaten te krassen, en het mocht, het moést. De één na de ander belandde in de ziektewet. De middelmaat regeerde. Drenthe later jaren negentig na alle hosanna op de buitenlandredactie met werkdagen van al gauw twaalf uur de functie van loslaten, het Utrechts Nieuwsblad loslaten. Drenthe de mooiste en ook beroerdste tijd uit mijn journalistieke jaren. Wegener en zijn zetbaas hieven de redacties buitenland en economie als zelfstandig op. Alleen de regio zou voor de abonnee nog tellen (en interessant zijn). Liefst alleen de eigen straat nog. Hoe dwaas konden leidinggevenden zijn. Wat een inschattingsfout. Ik heb er mijn hekel aan managers aan overgehouden. Hoe hersenloos. We zien het nu met Oekraïne maar het was destijds niet veel anders. We beleefden de jaren van de val van de Berlijnse Muur, de omvallende dominostenen in Oost-Europa als effect, de Balkanoorlog, de eerste Golfoorlog van de oude Bush tegen Saddam Hoessein, bedenk het maar. Het UN profiteerde van de eigen expertise die ze in huis had. Met inschatting van nieuws bijvoorbeeld en met afwegingen en keuzes en analyses. De kopij over buitenland en economie kwam daarna plots uitsluitend van een centraal Haags punt en de eigen expertise deed er niet meer toe. Een gestolen fiets uit een steegje bij de Dom werd ineens voorpaginanieuws. Afschuwelijk. Maar ook hoe ronduit afschuwelijk de omgang met de oudgedienden die een andere vorm van journalistiek voorstonden ter voorkoming ook van verlies van het lezerspubliek in de wijken met de Utrechtse intelligentsia.

Genoeg daarover. Er valt nog zoveel over te vertellen, maar toch. Het was traumatisch. Arme Ellen, je zat ineens opgescheept met een beroepsmatig verdrietige man. De journalistiek was immers een deel van mijn identiteit. Snijders was trots op zijn mensen, zijn opvolger minachtte ze uit eigen belang, die liet ze publiekelijk vallen om de autoriteiten te behagen. Anders dan zo kon hij niet tegen ze op. Op de redactie wist ik niet meer wie je wel en wie je niet vertrouwen kon. Er liepen klikspanen rond, spionnen van Wegener en zijn vazal de nieuwe hoofdredacteur. Met hoeveel zijn we wel niet, wij die op het hoogtepunt van hun carrière volkomen buiten hun schuld onthoofd werden en een trauma opliepen?! Ik kon thuis mijn verhaal nog kwijt, enkele bevriende collegae konden dat niet. Ik zaagde op onze 1,5 hectare bosgrond rond ons stulpje in Drenthe oude dode kerstbomen in mootjes. Ik vierde er mijn frustraties bot. Ellen had geduld met me. Ze begreep me. En wie nog meer? De hoofdredactie van het NOS-Journaal. Die kozen me uit 37 kandidaten voor de post van chef nieuwsdienst en verslaggeverij. Maar het werd niks. Het was een slangenkuil. En de hand ook in eigen boezem. Ik was nog lang niet over het verlies van mijn werk en status bij het UN heen. En televisie met voornamelijk hele korte itempjes was niks voor mij. Het veredelde huiskamerproject Rijn & Gouwe in Gouda bood verlossing. Terug bij een krant en de waardering die ik verdiende. De mensen in Gouda, misschien heb ik wel nooit zoveel van een redactie gehouden als van dat clubje van zes of zeven. Ze liepen zich het vuur uit hun sloffen, ook voor mij, zeer beslist ook voor hun coach. Drenthe en Groningen. De weekenden van Ellen en mij daar destijds. Gasselte en de gevoelige snaar. Ellen als mijn enige houvast in mijn hoogste professionele nood. Daarom ga ik met Ellen terug naar Gasselte. Ga ik Ellen in Gasselte gedenken. En juist in Gasselte doe ik dat alleen. 

Ha lieve Johan. Ik zie in jouw blogs ook jouw verdriet om het verlies en anderzijds de wil om weer wat leuks van het leven te maken. Zo mooi te lezen over het uitstrooien van de as van Ellen. Prachtig gedaan. Liefs. Nelly.

Eerbetoon aan Ellen in De Panne als een schilderij van Jacob van Ruysdael

Tenslotte in Hotel Cajou ook van de burgemeester van De Panne de vraag hoe wij een half jaar na haar dood de as-verstrooiing als eerbetoon en hymne aan Ellen ervaren hadden. De lange gestalte kwam met uitgestoken hand vanuit de ontbijtzaal van Cajou ook af op Diana en Helin. Twee heldinnen van me, zo stelde ik mijn reisgenoten aan de burgemeester voor. Hij vroeg naar hun achtergrond en liet zich informeren over hun betrokkenheid bij Ellen, hun ethos, en hun liefde voor haar vooral. Veel bleek hij al te weten, de burgemeester van De Panne die werd geflankeerd door hotelbaas Bruno die maar weer eens onze jarenlange vriendschap aanhaalde en onze vele bezoeken aan zijn hotel en aan De Panne. We wisten ons er ditmaal zelfs eregasten, vips. Wat werden we er in de watten gelegd!

Zaterdag 24 september, 17:00 uur: de vloedlijn, metershoge golven, pikdonkere wolkenpartijen, ze konden elk moment uiteen spatten zo leek, een schitterend panorama. Het luchtruim een schilderij van olieverf, het kon zo van Jacob van Ruysdael zijn, het brede strand van de meest zuidelijke badplaats van Belgisch Vlaanderen, Duinkerken in Frankrijk dichtbij, de plek met zo ontiegelijk veel herinneringen. Hoe ze daar op dat gloeiend hete strand van De Panne eens met een speciaal, door Diana geregeld, voertuig met rupsbanden van de reddingsbrigade door het zandstrand werd gemanoeuvreerd. Herinneringen mét Ellen en herinneringen áan haar. Met twee zeer dierbare mensen in De Panne. Met Diana, wie anders, en met natuurlijk ook Helin. En Ellen, Ellen zelf?, ze was erbij, zo voelden en beleefden we het voortdurend. Tegelijkertijd in Nederland bijval. Van (ex) schoondochter Geeta en haar gezin, en van andere zeer goede vrienden en vriendinnen, die als beloofd bij hun thuis om 17:00 uur 24 september een kaarsje voor Ellen aanstaken. Even later druk mail- en appverkeer met Nederland, en Hamburg, met de moeder van Diana, over hoe het was geweest. Welnu: mooi, eenvoudigweg mooi, eenvoudig mooi. Eng? Nee, voor nog geen meter eng.

Elk moment kon het gaan stortregenen, maar anders dan de rest van de zaterdag hielden we het droog. De as van de onvergetelijke Ellen werd door de golven van de Noordzee meegenomen, en het was goed. Ja werkelijk, het was goed zo. Het bleef onwezenlijk, heel onwezenlijk allemaal, maar toch. Na afloop van de as-verstrooiing een wandeling door de belangrijkste winkelstraat van De Panne, de Zeelaan, etalages kijken, een praatje bij onze vaste kledingzaak Hips, en later op de avond naar Belgisch-Franse culinaire gewoonte een vorstelijk bourgondisch diner met kabbeljauw in het gerieflijk volle restaurant van hotel Cajou. De warmtegloed. De bediening was er één met grandeur. ‘Op Ellen’, zeiden we tegen elkaar en we hieven het glas. Bij de koffie kwam de chef-kok van beneden langs voor een praatje en om speciaal Diana bij een weerzien na drie jaar te omhelzen.

‘Op Ellen’, zeiden we ook bij de koffie. Wij herinnerden ons een fantastische vrouw die had gevochten voor haar leven, maar die het uiteindelijk toch niet van parkinson had kunnen winnen. In november zal weer een gedeelte van de as van Ellen worden verstrooid. Dan, met een ander groepje, op Bronbeek in Arnhem bij het monument voor de slachtoffers en overlevenden van de jappenkampen voor vrouwen en kinderen in de Indische Archipel. Op het in de volle augustuszon wegbrandende gazon van Bronbeek werd (21/08) voor Ellen een minuut stilte gehouden, waarna het Wilhelmus klonk en de vlag gehesen werd. In de juiste volgorde van de driekleur, er werd ditmaal speciaal op gelet. Ellen bij de overleden overlevenden van de kampen dit jaar. Ze werd op Bronbeek herdacht. Wil was erbij en ook zij kreeg een brok in haar keel. In de aanloop naar de kerstdagen in december, met opnieuw een ander groepje, maar wel steeds Diana erbij, en met Wietske, de enige van ons die de ouders van Ellen nog heeft gekend, met een gedeelte van de as naar de tuin van het kasteel van Haarzuilens, erin ook, de plek van trouwen met Ellen, zo lang geleden alweer en nog steeds zo vers in het geheugen.

Voor een speciale video-opname in verband met haar inburgering en taal werd Helin naderhand óók en passant naar De Panne gevraagd. Ze was er voor het eerst. Ze was voor het eerst sinds haar vlucht vier jaar geleden uit Syrië naar Nederland buiten onze landsgrenzen. Voor het eerst in België. Helin, op de video: ‘Het was zó waardig. Ik was geen toerist in België, ik was er voor Ellen, van wie ik heel erg hield. Zo grappig in De Panne dat ze twee talen door elkaar heen spreken, Nederlands en Frans. Ik snap heel goed dat De Panne en Cajou voor Ellen speciaal waren. Zó lief en hartelijk iedereen. Het was een weekend om nooit meer te vergeten, en dat zal ik ook niet.’ En Diana tegen de burgemeester van De Panne: ‘Nog dagelijks denk ik aan Ellen. Er komt voor mij geen tweede Ellen.’

Het verhaal van de Panne 24-25 september 2022 in beeld. Het verhaal van een bijzondere zaterdag en zondag. Vroeg me tevoren af of ik het wel zou kunnen. Maar ik kon het. Op de golven van de zee. Onze gedachten gingen mee. Ze vergezelden de as.

Het gemis blijft. Er is een glans van het leven af en die glans keert nooit meer terug. Zolang geknokt en Ellen desalniettemin aan parkinson kwijtgeraakt. Verloren, zo voelt het echt. Een halfjaar geleden alweer, we beleven het als was het gisteren. Aan de zaterdagavond 30 april, toen ze in mijn armen stierf, kan niet met droge ogen worden teruggedacht. Het roept telkenmale zóveel emotie op. Zó beladen. Moet aan de vrijdag denken dat Ellen me heel bezorgd en vertederd kwam ophalen uit het Diaconessenhuis waar dokter Derks me aan mijn meniscus had geopereerd. Nooit meer aan teruggedacht maar nu wel. Ik was toen nog zo duidelijk iemands liefste. Ellen met een rolstoel voor mij aan mijn bed in wat ze geloof ik een uitslaapkamer noemen. Veel dank aan de mensen van hotel Cajou voor hun grandioze toegewijde gastvrijheid rond de as-verstrooiing en voor ook de ronde tafel die zondagochtend speciaal voor ons was gedekt. Met tafellinnen en alles d’r op en d’r aan. Decorum. Alles in stijl. Het mocht ons aan niets ontbreken. Dank ook Wil die ons bij terugkeer thuis opwachtte voor een bourgondisch glas rode wijn en een hapje. De foto’s vertellen het verhaal, de onstuimige zeegezichten die aan Jacob van Ruysdael doen denken, vermaard, die Haarlemmer van weleer, vanwege zijn landschappen en zeegezichten uit de zeventiende eeuw.

****

Hallo Johan!

Mooi en vooral ontroerend verhaal op je website. Met prachtige foto’s. Eigenlijk had ik gedacht dat jullie met een boot de zee op zouden gaan. En had Bruno de burgemeester uitgenodigd? Bruno was (of is) toch lid van de gemeenteraad? Ik had geen kaars in huis. Maar heb aan Ellen gedacht met een (brandend) waxinelichtje op tafel. Met ernaast de prachtige overlijdenskaart.

Groet,

Jan van Ewijk.

Emotioneel onder een topaasblauwe Friese hemel. Maar niet vanwege de kijkcijfers, nee dat zeker niet

En natuurlijk kwam de omroepwereld weer verkreukeld en emotioneel uit het weekend tevoorschijn. Je zou je emoties eens de baas zijn! Las dat de als ziekelijk omschreven Linda de Mol ergens emotioneel op had gereageerd. En ook haar dochter. De vrije val in het tranendal. Het had iets met Ilse DeLange te maken, en toch ook weer niet. En natuurlijk was ook Humberto Tan weer emotioneel zijn bed ingegaan, of zijn bed uitgekomen. De tegenvallende kijkcijfers. Eva Jinek emotioneel omdat haar kijkcijfers meevallen. Zandvoort was emotioneel, en ook het feestvarken zelf dat zo blij was een Nederlander te mogen zijn en emotioneel werd toen hij die woorden uitsprak. Dat zegt niet iedereen hem na tegenwoordig. Een emotionele coureur. Daar reageerde de prins met die bril van Pearle weer emotioneel op, en natuurlijk ook onze nationale waterlander Beau. Maxima was alleen in Amerika aangekomen, zonder WA. En niet zonder emotie. Het stond er toch echt. Was ze hem onderweg in het luchtruim verloren? Had ze hem naar Argentijns voorbeeld gevraagd ook eens boven zee uit een vliegtuig te springen? Maxima had er immers laatst een heerlijk gevoel aan overgehouden. Maxime Verhagen tastte met een roomboterzachte g emotioneel zijn geheugen af over de gaswinning in Groningen waar hele dorpen uit het lood hangen. Alle voetballers ruilden emotioneel hun oude club in voor een nieuwe omdat de miljoenen zo verdrietig maken. Worden we cynisch? Het ergste voor de mensheid moest nog komen: een dode Queen. Slaagde er afgelopen zaterdag in emotioneel niet achter te blijven bij al onze lokale wereldsterren.

Lees na Khaled Hosseini nu het schokkende en tegelijkertijd ook inspirerende levensverhaal van de Iraakse mensenactiviste Nadia Murad over haar vlucht uit handen van IS. Het boek van mijn huisgenote Helin te leen gekregen, en niet toevallig. Of ik het alsjeblieft wilde lezen, desnoods maar enkele hoofdstukken. ‘Ik zal de laatste zijn’, vertoont overeenkomsten met de verloren jeugd van de sinds enkele dagen volledig in Nederland ingeburgerde Syrische vluchtelinge Helin. Haar laatste examen inburgering zopas gehaald. Moed en veerkracht kenmerken de Koerdische meisjes die aan het monsterlijke godsdienstig verdwaasde IS wisten te ontkomen. Zoals ook Helin. Nadia Murad groeide op in Kocho, een dorpje in het noorden van Irak dat voornamelijk wordt bewoond door jezidi’s. Op 15 augustus 2014 voegde Islamitische Staat in Kocho een nieuw donkerzwart hoofdstuk vol rioollucht toe aan de genocide. Alle mannen en oudere vrouwen van Kocho werden geëxecuteerd. Nadia verloor in luttele minuten zes broertjes en haar moeder. De jonge vrouwen werden gespaard. Ze werden op markten verkocht als seksslavinnen. Een vrouw probeerde hangend aan een helikopter aan IS te ontkomen, ze sloeg ‘als een opengespatte meloen’ diep beneden op de rotsen te pletter. Na maanden van gevangenschap wist Nadia aan de bebaarde boevenbende van IS te ontsnappen. De vrouw die de Václav Havel Mensenrechtenprijs en de Sacharovprijs ontving, genomineerd is voor de Nobelprijs voor de Vrede en die voor de VN werkt, beschrijft in ‘Ik zal de laatste zijn’ de verschrikkingen die ze onderging. Wie dit leest mag zich verbazen over alle deels commercieel getinte huilpartijen van de vele schertsfiguren in onze westerse wereld. Wees, verkrachtingsslachtoffer, slaaf en vluchteling – het aangrijpende boek van het kaliber ‘De Vliegeraar’ en ‘Duizend Schitterende Zonnen’ was mee naar Leeuwarden.

Maakte er op een van zon doordesemde vroege-herfst-zaterdag een rondleiding en werd de Jacobijnerkerk binnengetrokken. De Jacobijnerkerk, ook wel De Grote Kerk, een Gotisch bouwwerk, tot stand gekomen tussen 1275 en 1320, op een compleet verstild stuk historische grond (joodse deportaties ook) in de Friese hoofdstad te midden van hofjes, de Jacobijner hofjes uiteraard, de voormalige joodse synagoge, het voormalige weeshuis, tuinen met buxus, eeuwenoude bomen, en architectuur. De stad op zijn mooist, zullen we maar zeggen. Ter rechter zijde in de kerk een tafel met daarachter twee dames in zomers mantelpakje. Naast hun tafel een andere tafel met daarop een groot tableau brandende waxinelichtjes. Bij de brandende waxinelichtjes een kaartje. Dat trok meteen mijn aandacht. De bezoekers van de Jacobijnerkerk van Leeuwarden werd gevraagd een waxinelichtje aan te steken voor Oekraïne en de vluchtelingen daarvandaan. Op mijn logeeradres nabij de Noordersingel van Leeuwarden lag ook mijn boek ‘De Vliegeraar’ van Khaled Hossseini en ik was net de apotheose voorbij bij het herlezen van deze hartverscheurende en niet meer uit de internationale bestseller lijsten weg te denken pageturner. Misschien gaf Khaled Hosseini me het zetje, zou zo maar kunnen. Net als Nadia Murad.

‘Dames, goede middag. Ik zie op dat bordje daar dat ik een waxinelichtje in deze Nederlands Hervormde Kerk kan opsteken voor Oekraïne. Maar mijn vraag: waar in deze kerk kan ik dat doen voor Afghanistan? En waar voor de Koerden in het noorden van Syrië en Irak?

Er valt een kerkelijke stilte. Devoot zoals een kerk devoot kan zijn.

De ene mevrouw: ‘ Daar zegt u zoiets. Dat weet ik niet. U overvalt ons ook een beetje met uw vraag. We zitten hier als vrijwilligers namens het kerkbestuur met folders en ansichtkaarten en ook niet meer dan dat.’

‘Maar u kent het briefje bij die waxinelichtjes? Oekraïne. Verder dan Oekraïne is er op onze planeet welbeschouwd geen leed voor de Nederlands Hervormde Kerk in Leeuwarden. Zijn we het overhaaste vertrek van de lafaard Biden uit Afghanistan vergeten nu ruim een jaar geleden? Wel eens gehoord van die vreselijke Ank Bijleveld die toen minister van Defensie was. Kaag, misschien wel eens van dat mispunt gehoord? Altijd is Kortjakje ziek en zo. Hoe hebben we de vrouwen en meisjes van Afghanistan zo verschrikkelijk in de steek kunnen laten, dames. Waar zijn de waxinelichtjes voor hun? En waar kan ik uw waxinelichtjes voor de Koerden vinden? Waar zijn de waxinelichtjes voor die jonge jezidi-vrouw uit het noorden van Irak die hoog in het luchtruim de buitenkant van een helikopter moest loslaten en als een uiteengespatte meloen op de rotsen te pletter viel? Kijken we in de kerk niet verder dan Oekraïne?’ We worden cynisch ja.

Weer die ene mevrouw: ‘Heus wel, het wereldleed houdt niet op bij Oekraïne. Voor mij in elk geval niet. En ook voor mijn vriendin niet. Ja toch?! Ik verbaas me over het verschil in vluchtelingen dat wij maken. Het ergert me dagelijks. Dat hoort niet. Ter Apel, ik raak ervan overstuur. Inderdaad, het is al zo ver gekomen dat Artsen Zonder Grenzen in ons land heeft ingegrepen. Om je dood te schamen. Wanhopige medemensen op de vlucht in de drek buiten ’s nachts. Maar alleen maar Oekraïne zal wel niet de bedoeling van de kerk zijn. Wij horen kaarsen te branden voor alle vluchtelingen uit oorlogsgebieden en vooral ook voor de achterblijvers.’

‘Ik ken van zeer nabij twee vrouwen die de slechtheid op zijn slechtst aan den lijve hebben ondervonden. Vanwege hun voel ik me hier geraakt. Oversekste terreurgroepen met godsdienstwaan. De vrouw van vijftig en de studente van 22 werken zich in Nederland het snot voor de ogen. Ondertussen verbouwt onze eigen verwende bevolking Rotterdam als er een avondklok wordt ingesteld. Klagen we steen en been over gesloten terrasjes omwille van onze eigen gezondheid. Kroketten die niet door mogen komen. Tegen een gedeeltelijke lockdown zijn onze hersencellen niet bestand. Ik geef les aan Oekraïners. Althans, dat was de bedoeling. Maar ze melden zich niet. Van mijn organisatie kreeg ik – ongelogen – te horen dat ze met vakantie zijn. Naar Kiev, of anders naar Malaga. Dat gun ik ze hoor, maar waarom leven wij van hype naar hype? Oekraïners hoeven niét in te burgeren – hoezo zij niet?! Leg het me uit. Waar is de veronderstelling op gebaseerd dat zij over een poosje wel weer teruggaan? Die oorlog van Poetin duurt voort tot het einde der tijden. Nergens gloort een oplossing. Dus ook inburgeren. De beelden vergeten van bibberende Afrikaanse Oekraïners die aan de grens met Polen door Poolse hulpverleners in de kou bleven staan? We hebben het over de EU. Wit ging voor. Waarom blijft ons medeleven beperkt tot onze blanke Europese achtertuin? We maken onderscheid tussen mensen, Europa en buiten Europa. Uw kerk doet er aan mee getuige dat rot briefje bij die waxinelichtjes.’

‘Meneer, u wilt dat het briefje met Oekraïne verdwijnt van de tafel daar? Ik kan dat met u meevoelen. Geen stemmig brandende waxinelichtjes voor Oekraïne alleen. Wij zijn het ook met u eens. Ja toch?’ Ze kijkt weer even naar schuin rechts waar haar vriendin instemmend staat te knikken. ‘Maar ik mag van de kerk het briefje niet weggooien. U vindt dat we het moeten verscheuren? Dat mag ik niet. En mijn vriendin evenmin. We krijgen dan last met het kerkbestuur. Maar als u het nu eens zelf verscheurt, dan geeft u de snippers aan ons, en doen wij die snippers in de prullenbak. En als er bezoekers komen die een waxinelichtje willen aansteken dan zeggen wij vanaf nu dat het voor alle oorlogsgebieden in de wereld is, voor alle mensen die onder oorlog de meest verschrikkelijke lijdensweg lijden en voor alle mensen die eraan wisten te ontsnappen. Verscheurt u het briefje maar en geef de snippers aan ons, we zijn het met u eens. Honderd procent meneer. Dat briefje hoort niet in deze kerk thuis.’

Een paar tellen later hoorden we van boven het Christian Müllerorgel uit 1727 en werden er handen geschud. Moest aan de latere generaties orthodoxe joodse bewoners rondom de kerk denken. Die laten bij het ingaan van de sabbat graag het licht aandoen door niet-gelovigen om zelf niet veel later ter verantwoording te hoeven worden geroepen. Moest aan Melle denken, de betreurde Melle uit Antwerpen, de wijk Berchem, de lange smalle straat, mijn zo flamboyante oud-collega die Alzheimer kreeg – zijn joodse buren leverden op vrijdagavond hun autosleutels bij hem in zodat hij hun wagen in de garage kon zetten. Daarna deed Melle op de overloop het licht voor zijn buren aan. Melle mocht dat. Hij had zich immers overal uitgeschreven. Behalve uit dat geweldige café op de Grote Markt van Antwerpen. Hoe heette dat ook al weer? Den Engel, als ik me niet vergis. Buiten een topaasblauwe hemel. Het Christian Müllerorgel van de Jacobijnerkerk speelde door en het maakte me emotioneel. Niet vanwege de kijkcijfers, niet vanwege de gaswinning, niet vanwege mijn kapotte wasmachine, niet vanwege de hoge kosten deze maand. Nee, niets van dat alles. Ik wist waarom.  

PS. In het Verenigd Koninkrijk een emotionele prinses Anne, zo lezen we, omdat ze naar de laatste wens van haar moeder een prominente rol heeft toebedeeld gekregen bij het officieel en ceremonieel (eerder poppenkast) rouwen om de dode Queen. De Britten maken er één langgerekte theatershow van en de media doen maar wat graag mee, ze spullen. Alsof er niet dagelijks duizenden mensen door oorlog om het leven komen. Alsof de vluchtelingenstromen niet blijven aanzwellen. Alsof miljoenen niet omkomen van de honger. Het Circustheater Elizabeth met aanstellerige Britten die naast afgoderij aan collectief geheugenverlies lijden, de dood van prinses Diana in herinnering roepend. Gênant eigenlijk, hoogst gênant, een vrouw badend in weelde die 96 mocht worden. loop de kinderafdeling van het Utrechtse revalidatiecentrum de Hoogstraat eens op. Gisteren een emotionele Willeke Alberti, volgens doorgaans welingelichte bronnen emotioneel vanwege de ziekte van een familielid en daarmee meteen naar de pers; vandaag de bejaarde zangeres weer emotioneel naar de showbizzpers maar nu vanwege het huwelijk van een kleinzoon. We blijven maar volschieten. Emotioneel: misschien tegenwoordig wel het meest gebruikte en misbruikte woord in de nieuwsvoorziening. Het toetsenbord raakt er vroegtijdig versleten van. Nadia Murad schudt waarschijnlijk haar hoofd om die hele soap. Ze zal de laatste zijn, vrij naar de titel van haar indrukwekkende en veel bewogen levensverhaal.


Zolang het de hond van Gordon goed gaat gaat het met heel Nederland goed, inclusief Ter Apel

Ook het ANP ging er niet aan voorbij. Nieuws van het kaliber Ter Apel, gaswinning, koopkracht en de oorlog in Oekraïne. Toto is ernstig ziek en wordt gelukkig liefdevol verpleegd in een duur ziekenhuis in Dubai. Duur? Een peperdure kliniek! Toto? Ja Toto, de hond van Gordon. Die is ten einde raad, Gordon. Die zit dag en nacht aan het bed van Toto, nou ja de mand dan. Maar Gordon was toch maar even naar het door hem zo gehate Nederland overgewipt om Shownieuws te woord te staan. Voor wat was Gordon eigenlijk even in Nederland, behalve Shownieuws dan, en week hij even van de zijde van Toto? Geen idee. Bij Toto denk je meteen aan Ter Apel in Groningen, de uithoek waar omwille van de aandeelhouders van de NAM hele dorpen uit het lood hangen.

Bij Toto, die suikerziekte blijkt te hebben, zie je de honderden fortuinlijke vluchtelingen voor je. De doorvoede kampeerders die aan de deur van het asielzoekerscentrum gezellig in Gods vrije natuur op een dor grasveldje bij elkaar zitten met een gitaar en een kampvuurtje en die intens profiteren van de klimaatverandering in de wereld. ’s Nachts nog altijd meer dan twintig graden. M’n liefje wat wil je nog meer. Het bracht menigeen in de jaloerse Randstad op het idee om tijdens de hittegolf van de afgelopen twee weken het dekbed voor ’s nachts van zolder te halen en in de achtertuin onder de perenboom en tussen de verlepte hortensia’s te leggen.

Kamperen in eigen achtertuin, aangespoord door de vluchtelingen in Ter Apel die van hun leven een openluchttheater maken. De romantiek van een romancier. Was vorige week voor een klein intermezzo met m’n kamerbewoonster Helin in Volendam. Want Volendam, dat moest ze gezien hebben. Nou, ze zág het durp aan het Markermeer. We waren in een smal straatje tussen de autospiegels door op zoek naar een parkeerplek. Helin vertelde over haar vlucht uit het Koerdische gedeelte van Syrië. Het ging over de oorlog en IS. Dus zo belangrijk was het allemaal niet. De misdaden in het extreme, en nog verder daarvandaan, moord en doodslag op de burgerbevolking van Noord-Syrië. In het rond vliegende ledematen van onschuldige burgers, van hele gezinnen. Achter me een auto die maar toeterde en bleef toeteren en lichtsignalen gaf. Dacht waarachtig dat er met de achterkant van mijn Skoda iets loos was. Stapte uit en daar ging het autoraampje open. Een blonde vrouw die aan het stuur brisant explodeerde als een handgranaat en op de bijrijdersstoel een echtgenoot die bij het schelden bijna zijn kunstgebit uitspuwde. Speeksel in draadjes.

Het vereist de herinvoering van het mondkapje. Of ik godver en nog vele keren godver niet wat harder kon rijden, want op de achterbank had hun hond het zo warm. Van het drama Toto had ik toen nog geen weet. Wat ik hier allemaal mee wil zeggen? Helemaal niets. Eigenlijk helemaal niets. In dat straatje in Volendam voltrok zich een tragedie rond een kwijlende hond op de achterbank waarvan zijn baasje en bazin vergeten waren een bak water mee te nemen. Dan halen we maar de schouders op dat bij het kamperen voor de poort van Ter Apel een baby van drie maanden bezweek. En dat een vluchteling dood bleef door een hartstilstand. En dat een andere volwassen vluchteling, die net als Toto suikerziekte had, stierf omdat hij al dagen en dagen geen medicatie van insuline had gehad.

Bestuurlijk falen, grapt Rutte. Want zo’n opmerking kun je uit zijn mond onmogelijk serieus nemen. Bij besturen horen fouten. Welja joh, we ginnegappen gewoon dat we dagelijks falen en ginnegappen door. Dat kan en gebeurt in Nederland. Het hele land is zoetjesaan één grote gedemoraliseerde aanfluiting en de leider van het spul grapt dat er hard gewerkt wordt aan verbetering. Daar had Artsen Zonder Grenzen zo te zien heel veel vertrouwen in. Al tien jaar ziet Rutte bestuurlijk falen niet tevoren aankomen. Het overkomt hem steeds. Met naast zich een groot kind dat Sophie Hermans schijnt te heten. Drie jaar lagere school en nog een pop onder haar arm. Verbetering? Moest voor mijn kamerbewoonster een instantie spreken en kreeg natuurlijk weer te horen dat alle medewerkers in gesprek waren. Alle medewerkers die natuurlijk in Scheveningen op het strand lagen te bakken waren in gesprek. De wachttijd bedroeg meer dan een uur. Onbegonnen werk. Belde daarna een andere organisatie en daar was het al niet veel anders.

De hond van Gordon, volg zijn gezondheidsproblemen via het ANP, heeft er geen last van. De hond op de achterbank van die malle auto in Volendam evenmin. Ze kwijlen zich luxueus en decadent door de crisis heen. Maar de vluchtelingen wel, die hebben wél last van ons structureel bestuurlijk falen. Met honderden, zo niet duizenden, tegelijk. Hoe je hiertegen te wapenen? Zie de foto. Met een door Helin gebakken taart. Met een glas witte wijn en met een sigaret. De fles binnen handbereik. Want hoe zat dat ook alweer bij Rutte tijdens het hoogtepunt van de corona? Hij sloot de bibliotheek maar hield de slijter open. Een tafel met kortom alles dat in theorie slecht is voor een mens. De zon ook, laten we de zon niet vergeten. Maar het is de enige manier om nog ’s avonds naar Het Journaal te kijken.

In Tubbergen liep een stel dorpelingen van om en nabij acht jaar met een bord karton tegen vluchtelingen. Kenden ze dat woord wel? Niet bij hun die vluchtelingen maar ergens anders, het kon ze niet schelen waar. Voor de poort van Ter Apel een baby van drie maanden dood bij een poging van de gevluchte ouders op een menswaardig leven? De kinderen in Tubbergen zullen waarschijnlijk denken: een dode baby van drie maanden brengt de oplossing van ons vraagstuk een stapje dichterbij.  

PS:

Toeval bestaat niet, zeggen ze, en ook: het heeft zo moeten zijn. Voor mijn keukenraam schuifelde al een hele tijd een mevrouw met haar fiets aan de hand. Die zocht natuurlijk iets. Eens vragen. Mevrouw zocht geen adres in het bijzonder maar vroeg zich af bij wie ze zoal zou gaan aanbellen. Hoezo? Ze zocht iemand naar wie de collectebussen toe konden en bij wie ze die later hopelijk goed gevuld en verzegeld weer konden worden opgehaald. Jarenlang was iemand contactpersoon voor die collectebussen geweest maar die was overleden. Dus waar konden die collectebussen voor december met kerst nu naartoe? ‘Niet bij mij, want ik doe niet aan collectes, maar probeert u het daar en daar eens.’ Toch maar even aan mevrouw de vraag om welke organisatie het voor die collectebussen ging. ‘Voor het Leger des Heils. Ai. Even later zaten we binnen aan de koffie met een plattegrond van de wijk en hoe de vijftien lopers in te delen. Nee, kerstavond niet naar het hoofdkwartier in Almere. Dat trek ik niet, dat weet ik nu al.

Het leven is oneerlijk, verzuchtte Diana afgelopen week. Zo voel ik dat ook. Maar toch weer anders dan zij. Diana overleefde de slechtheid op zijn slechtst. Helin ook. Ze slaagden erin de hel te ontvluchten. Bezichtigde afgelopen zaterdag in Leeuwarden de Jacobijnerkerk ofwel De Grote Kerk. Kon het niet laten daar de gastvrouw te wijzen op het meten met twee maten. Waarom alleen voor Oekraïners een kaarsje opsteken bij de Nederlands Hervormde Kerk in Leeuwarden? Stof voor een volgend blog.

‘Voor mij waren de bergen mijn beste vriend.’ Op de gedenkwaardige 15e augustus een brief aan de voormalige burgemeester van Kabul

Hallo Sangin.

Geniet, en nog eens: geniet Sangin! Met volle teugen, zeggen we dan. Dank voor je vriendelijke mail vanuit Duitsland. Geniet in Freiburg van de zon en van het zwemmen met je vrienden. Doe de lieve groeten aan tante Nasima. Jullie Afghaanse familie, jullie Afghanen, jullie zijn me zo dierbaar geworden. Ik voel me erin opgenomen. En dat weet je. Ja, het gaat redelijk goed met me. Met goeie en mindere dagen. Wat zeer positief meespeelt dat is dat ik voor gezelligheid in huis, en om betekenis aan mijn leven te kunnen blijven geven, een Koerdisch-Syrische vluchtelinge, een studente van me, Helin, op kamers heb genomen. Ik beschouw het nog steeds als een goed besluit. Graag kom ik weer met Diana naar Baarn. Uiteraard. Laat ons zeker contact houden. Ik was vorige week voor enkele dagen in de Belgische badplaats De Panne. Ik herlas er op het strand DUIZEND SCHITTERENDE ZONNEN van die fantastische, in jouw Kabul geboren, schrijver Khaled Hosseini. Nu lukte het mij wél het boek, een fenomenaal epos, uit te lezen, maar niet zonder tranen. Oh nee, zeker niet nee. Ik moest deze bestseller ook herhaaldelijk even wegleggen. Het Koerdisch-Syrische meisje Helin dat mijn zolderverdieping sinds deze maand huurt had zo’n onvergetelijk indrukwekkende zin om de oorlog onder woorden te brengen waaraan ze vier jaar geleden via Libanon wist te ontsnappen. We zaten in de tuin bij een glas ijskoud water onder de parasol te praten toen ze zei: ‘VOOR MIJ WAREN DE BERGEN MIJN BESTE VRIEND.’

De bergen, de bergen ja, ze boden bescherming tegen al het onrecht en alle gevaren in de meest extreme wrede boosaardige vorm. Ze ging dagelijks met doodsverachting naar school, met gevaar voor eigen leven. Ze probeerde er in de oorlog zo onaantrekkelijk mogelijk uit te zien om aan gedwongen prostitutie te kunnen blijven ontsnappen. En dan ben je een meisje van veertien. De bergen, jouw gedachten zullen bij dat woord ongetwijfeld afdwalen naar Pammier in je geboorteland Afghanistan. Diana vertelde erover op 15 augustus drie jaar geleden waar bijgaande foto van is. Ze had het over de geuren en kleuren van haar jeugd in Afghanistan. De tuin en haar ouders. En toen de barbaarse verwoesting van alles. De rechteloosheid. En dan zeg ik maar weer eens: Wat zijn we toch ongelofelijk rijk in Nederland. En wat kunnen wij ons verschrikkelijk druk maken om trivialiteiten en meer dan dat. Wat kunnen intrinsiek verwende mensen ontsporen! Een avondklok tijdens de lock-down met Covid in ons eigen gezondheidsbelang. We sloopten Rotterdam. Die onverantwoordelijke boerenprotesten van fanatici. Dat egoïsme. Diana heeft onder de taliban met twee kleine kindertjes twee jaar lang in een kelder gezeten waar ze niet uit kon omdat er geen man was om met haar naar buiten te gaan. Diana in een boerka, de schat, ik kan het me niet voorstellen en ik begin spontaan te huilen als ik er een voorstelling van probeer te maken. Ik kan het beeld niet op mijn netvlies krijgen. Misschien ook maar beter van niet.

Ach, jou hoef ik niets te vertellen als voormalig burgemeester van Kabul. Wat is er van je stad over. De mudjahedin, de taliban, IS, Al Qaida en noem ze maar op – gespuis is het, tuig van de richel, en dat is nog vriendelijk uitgedrukt. Eén pot nat. Het zijn beesten. Vrouwen zijn nog minder waard dan een straathond. Godsdienst kan het slechtste in een mens naar boven brengen. Dat doet het ook vaak. Het kan gemakkelijk tot waanzin leiden. Ik stond vorige week de uitwerpselen van de Belgische meeuwen van mijn auto te poetsen. Kwam er een buurvrouw op de fiets langs. Vroeg ik naar haar vakantie van vijf weken Zuid-Europa. Ze raakte twintig minuten lang niet uitgesproken. Ik dacht, nou ben ik benieuwd wanneer ze vraagt hoe het nou met mij is. Welnee. Ze was uitgepraat over zichzelf en haar vakantie en liet weten dat ze er maar weer eens vandoor moest. Ik keek haar na en kneep maar extra hard in mijn spons met zeepsop. Eendimensionaal, dacht ik. Het tekent de Nederlandse oppervlakkigheid van nu, denk ik wel eens. Oogkleppen. Egoïsme, egocentrische houding. Hedonisme ook. Telefoon, kromme vinger, acute behoeftebevrediging. Dat is ons straatbeeld geworden. Altijd ergens anders willen zijn dan waar je fysiek werkelijk bent. Ziek. Of is het om je op straat tegenwoordig een houding te kunnen geven?

Enfin, Diana is eindelijk naar Hamburg, naar haar biologische moeder. Ze heeft nog steeds veel verdriet van de dood van die andere moeder van haar, de vrouw die gaandeweg als haar Nederlandse moeder ging voelen, ze mist mijn lieve Ellen nog steeds dagelijks. Wat zij hier in ons huis en daarbuiten heeft gepresteerd is formidabel, dat is hogeschoolwerk. Ze is een weekje weg en ik ben komende zaterdag blij als de week om is. Ook dat heeft met missen te maken. De boeken van Hosseini impregneren mijn ziel. Wat een intens verdrietig verhaal over het leven van Mariam bij die proleet van een Rasheed in Duizend Schitterende Zonnen. Mariam die haar leven geeft voor het leven van haar concurrente Laila en dat moet bekopen met een executie door de zieke taliban in een vol stadion met al even geestelijk gestoorden op de tribunes. Ik wil het complete oeuvre van Hosseini lezen en aan mijn privébibliotheek toevoegen. Zijn boeken reken ik tot de beste uit mijn omvangrijke verzameling.

We zijn gek hier in Nederland dat we de vluchtelingen uit Oekraïne zoveel privileges geven omdat ze uit de eigen regio komen. Hoezo eigen regio? Ik houd niet van die privileges. De onderbuik. We hebben ons laten leiden door de onderbuik. Een mens is een mens, zonder onderscheid. Afghanen en Koerdische Syriërs behoren net zo goed tot mijn leefwereld als Oekraïners die geen inburgeringsplicht hebben. Hoezo eigenlijk niet? Kreeg officieel te horen dat veel Oekraïense vluchtelingen voor mij als taaldocent onbereikbaar zijn omdat ze, als ze al de Nederlandse taal willen leren, en velen willen dat niet, onbereikbaar blijven omdat ze deze zomermaanden met vakantie naar Kiev zijn, of anders naar Malaga in Spanje. Ik zal je de verdere informatie besparen, het is knotsgek, maar hoe erg ook wat zich in Oekraïne voltrekt, want het is natuurlijk verschrikkelijk, ik haat het Nederlandse vluchtelingenbeleid van met twee maten meten. En ik kan het beeld niet van me afzetten van dat vliegtuig vorig jaar op de luchthaven van Kabul waaraan de hyperventilerende bevolking zich vastklampte om uit de handen van de gewetenloze taliban te blijven en zich in veiligheid te brengen. Ter Apel en de wereld die bezig is te vergaan. Biden heeft met Afghanistan voor mij afgedaan en tussen hem en mij komt het nooit meer goed.

Waardeloze kerel. Anders dan Trump maar geen spat beter. Biden en de rest van de westerse wereld hebben vooral de vrouwen en meisjes van Afghanistan onbeschrijfelijk veel leed bezorgd. Ook de Nederlandse regering moet zich schamen. Rutte, Kaag, die waardeloze Ank van het CDA bij Defensie toentertijd, het hele stel kreupelhout. We hadden ons nooit uit Afghanistan mogen terugtrekken ook al is het probleem daar schier onoplosbaar. Mee eens? Ik begin nu opnieuw aan DE VLIEGERAAR van Khaled Hosseini, ook een boek dat niet weg te denken valt uit de bestsellerlijsten. Terecht. Hosseini is een vakman. Hij ontroert en laat me huiveren. ‘Voor mij waren de bergen mijn grootste vriend.’ Mijn buurvrouw Annemieke had het Helin van de andere kant van de schutting horen zeggen en kwam ’s avonds naar d’r toe met de woorden: ‘Helin, ik kreeg kippenvel toen ik je over de bergen van Noord-Syrië hoorde praten en de bescherming die ze jou als jong meisje boden.’

Vanaf het balkon hier, beste Sangin, wappert vandaag weer de Nederlandse vlag. We herdenken vandaag, zoals elk jaar op 15 augustus, het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. In de Pacific. In de Gordel van Smaragd. Aanstaande zondag ga ik met een bevriende oud-collega van Ellen, met Wil, naar de jaarlijkse herdenking op Bronbeek bij Arnhem van de slachtoffers van de jappenkampen op Java voor vrouwen en kinderen. Voor het eerst ga ik er naartoe zonder zelfs maar Ellen thuis in bed of in de rolstoel. Voor de eerste keer sinds haar dood. Alhoewel, ze is thuis, haar as is thuis, en met die as is Ellen thuis. Ellen is voor mij niet dood. Ik draag haar met me mee, overal waar ik ben. We herdenken deze week meer dan de Nederlandse slachtoffers die er in voormalig Nederlands-Indië gevallen zijn. We denken ook aan de mensen die alle ontberingen en gevaren overleefden. Zoals Ellen die zich achter bamboe en prikkeldraad bevond van 0 tot 6 jaar oud. Ratten at ze om iets in haar maagje te hebben. Het ontroert me telkenmale als ik hieraan denk. Ik kan ook momenteel nauwelijks zonder emotie over Ellen praten, niet eigenlijk.

Jarenlang ben ik bang geweest dat Ellen me zou overleven. Wie zou er dan voor haar gaan zorgen, was mijn angst. Diana nam die angst weg. Ik wist, mocht mij iets overkomen, dan zou er altijd nog Diana voor Ellen zijn, en blijven. Diana zou geen meter van Ellen wijken. Ook zij heeft het, als gezegd, zwaar met het verlies van Ellen. Ik gun haar prachtige dagen in Hamburg. Met haar moeder, met Maria & Dirk. We denken deze week ook aan alle ándere windstreken waar onschuldige burgers door oorlogsgeweld zinloos om het leven kwamen . Ik weet van Diana al zes jaar wat oorlog met een mens kan doen. Eigenlijk wist ik het al van Ellen. Ik zie het nu ook dagelijks bij Helin, 22 nog maar. Vier jaar veilig in Nederland nog maar pas. De oorlog zit in haar, die heeft zijn sporen nagelaten. Ik verbaas me over haar veerkracht. Maar ik zie haar kwetsbaarheid. Een neefje van haar vluchtte net vier jaar oud alleen van Syrië naar Nederland. Het gaat je voorstellingsvermogen te boven. Daarvoor de vlag vanaf mijn balkon. En een wandeling straks met Helin langs een stukje Loosdrechtse Plassen. Voor haar waren de bergen in haar tienerjaren haar beste vriend. Nu hopelijk onze vrijheid, nu is die hopelijk haar beste vriend, de vrijheid waarvoor de Nederlandse vlag thans vanaf mijn balkon wappert. Allereerst voor die ene onvergetelijk vrouw, mijn echtgenote, mijn soulmate, mijn minnares. Mijn Ellen die mij dagelijks blijft ontroeren.

****  

Wat een aangrijpend blog Johan. Heel mooi geschreven en ontroerend ! Hoe laat moet ik zondag bij je zijn om ter nagedachtenis aan Ellen naar de Indië-herdenking op Bronbeek te gaan? Lieve groet Wil.

Lieve Johan!! Even niets van ons gehoord, hoe gaat het met je? Je vroeg wanneer je een dagje kon komen, geef maar aan wanneer je dat fijn vindt, dan trekken wij onze agenda’s. De Indië-herdenking, 15 augustus. De datum zit vast in mijn geheugen. Mooi blog. We hopen snel van je te horen, pas goed op jezelf! Lieve groet, John en Wietske.  💕💕

Ha Johan. Ik en mijn familie hier in Hamburg hebben je blog gelezen. Prachtig. Ik bel je. Ja, wat mis ik Ellen. Ik ben nog elke dag in mijn hoofd met haar bezig. Die foto van Ellen en mij bij deze blog, ik herinner me die zondagmiddag achterin de tuin nog heel goed. Herinneringen Johan, herinneringen. Liefs van Diana.

Good old Johan. Bijzondere week zoals je schrijft. Inderdaad, speciale week van gedenken en herdenken. Sterkte, heel veel sterkte. Deze altijd weer bijzondere week zal wel het nodige met je doen. Het is er niet van gekomen om vóór mijn vakantie nog even langs te komen, ik doe dat zodra ik terug ben uit Frankrijk. Neem ik een lekker flesje voor je mee. Beste groet, Albert.

Dag Johan. Mooie blog weer. Dankjewel. Fijn voor Diana dat ze haar moeder weer eens kan zien. Ik ben benieuwd wat Helin van de Loosdrechtse Plassen vond. Volgende week kom ik graag weer op de koffie. We spreken dat nog af. Groet! Jan van den Heuvel.

Tropisch in Nederland. Vroeg uit de veren en laat naar bed. Het Kloosterpark in De Meern en de Vecht tussen Maarssen en Breukelen. Van het leven maken wat ervan nog te maken is. Verdere uitleg nu overbodig. Dit is wel even anders dan Ter Apel en onze asielopvang daar. De grote verschillen in de wereld beginnen een steeds groter pijnpunt te worden. En wij in Nederland maar vinden dat we overal recht op hebben. Als beschaafd land laten we medemensen buiten in de stromende regen slapen. België al evenzo. En daar sta je dan te midden van de westerse rijkdom aan de Vecht.

Anders ja, anders dan méestal anders – Ellen weer terug bij ons thuis

Het was anders. Anders dan méestal anders. Zó zei hij dat. En hij zei: Het was eigen, zo fantastisch eigen. Persoonlijk. Dat moest het ook worden, en dat werd het dan ook. Woonkamer en tuin vormden in alles het decor waartegen de uitvaart van Ellen mei 2022 onder zonnige omstandigheden plaatsvond. Het crematorium kwam er nauwelijks aan te pas, de aula al helemaal niet. Te beladen. Te zwaarmoedig, ongeacht de aankleding. Moderne kunst op strakke witte muren maken een aula tot niet minder dan een aula. En zei hij ook: tot het allerlaatste moment de gehele afscheidsceremonie thuis in de eigen omgeving begint heel langzaam, heel geleidelijk aan, maar toch duidelijk zichtbaar, in Nederland een nieuwe trend te worden. Hij merkte het in zijn werk. We zaten in de tuin onder het zonnescherm. Juli ging met een warmdroge bries over in augustus. Even eerder had hij Ellen weer thuisgebracht, zoals hij zei, ja die woorden gebruikte hij. Hij bracht Ellen weer bij me thuis. De as van Ellen in een trommel, laat ik dat maar zó zeggen, een trommel. Die woog zwaarder dan ik vooraf vermoedde. En ook kon vermoeden. Ik kuste de trommel en wist er aanvankelijk verder niet zoveel raad mee. Waar moest ik ‘m neerzetten? Was dit wat er van een mens overbleef? Het was onwezenlijk, surrealistisch. Hoe ging je met zoiets om? Tamelijk onbeholpen ging ik er mee om. Wellicht wel ja. Onhandig. Was dit een geluksmoment? Moest ik dat zó zien? Eigenlijk wist ik het niet. Het mocht niet te pijnlijk worden, geen kerk met traporgeltje, dat mocht het niet worden, en dat werd het ook niet. Nee gelukkig niet nee. Door hem, door de uitvaartleider die de trommel op de salontafel zette alsof dat de normaalste zaak van de wereld was. Hoe ga je met zulke dingen om? Ik wist het niet, en ik weet het eigenlijk nog steeds niet. Hij had een formulier bij zich dat ik moest tekenen, voor ontvangst, maar die handtekening kwam later wel. Ik ben hier niet goed in. Dat weet ik nu wel. We zaten even later onder het zonnescherm in de tuin, hij aan een glas kraanwater, ik aan een glaasje rosé, een restant van de vorige namiddag met Diana en haar oom en tante uit Baarn. De uitvaartleider bewonderde de tuin en genoot van de bloemenpracht. Van de kleurschakeringen ook. En van de vlinders. En van de diepte tot aan de zwaar verouderde en inwendig verpulverde conifeer die er over enkele weken aan moet geloven. De uitvaartleider wist wat het is de liefde van je leven te verliezen. Was hem zelf ook overkomen, twee jaar geleden nog maar. Echtgenote leed aan kanker. Het ging niet echt slecht. Er was hoop. Maar er kwam corona bij en die corona deed haar de das om. In het ziekenhuis schakelden ze moedeloos en met hangende schouders de machine uit. Het duurde nog enkele minuten toen overleed zijn vrouw. Jong nog. Van sterfprofessional naar amateur in de eigen privéomstandigheden. Hij ziet nu zijn vrouw terug in zijn drie dochters. Bewonderenswaardig hoe hij zijn leven op de rails hield. Na twee weken stapte hij weer de arena van begrafenissen en crematies in. Bewonderenswaardige man überhaupt. Zo anders dan mensen, en die ken ik ook, die in het verlies van een dierbare blijven hangen en het bijkans cultiveren. Bij hen lijkt op elk denkbaar toekomstperspectief een taboe te rusten. Ze asfalteren de rest van hun bestaan. Zwelgen, zei hij, zwelgen ja, hij wilde ervan weg blijven.

En zo wil ik het zelf ook. Daarom nu ook de bovenverdieping verhuurd. Voor reuring, voor de gezelligheid. Voor licht in huis. Licht en een stem. Potjes en pannetjes die van hun plek komen, omdat ze het uit zichzelf niet doen. Niet om de centen, die kunnen me geen lor schelen. Ik had kunnen verhuizen. Ik overwoog het, al snel na de dood van Ellen. Weg van hier. Maar nee. Dit is mijn huis. Hier ligt een groot deel van mijn geschiedenis, mijn geschiedenis met Ellen. Ik wilde naar Limburg, maar besloot hier te blijven toen er heel onverwachts met Vaderdag een zó ongelofelijk betekenisvol persoon met gebak voor de deur stond. En, die eenmaal weg, later nog één. Hun boodschap was duidelijk. Blijf waar je bent, blijf er met je herinneringen aan Ellen. Het huis is groot genoeg om iemand van de grote zolderkamer te laten genieten. Zeker met die kamernood ook onder studenten. Van boven de geluiden van een hoorcollege geneeskunde via de pc. De huurster hield Ellen nog in haar armen op het laatst. Het geeft een band. Ze liet me aarzelend de film Sisters in Arms zien over IS en hun slachtoffers, jonge Koerdische vrouwen en meisjes in het noorden van Syrië en Irak. Mujahedin, Taliban, IS – beestachtig. Religieus doorgedraaid beestachtig. De beelden van Sisters in Arms zijn te gruwelijk om te vertellen. Elk spoortje menselijkheid is zoek bij die verdorven gasten met baarden. Helin, een verloren jeugd. Moest aan onze avondklok met Covid denken. Onze intrinsieke maatschappelijke recalcitrantie en ontevredenheid. Ons misbruik van het democratische demonstratierecht. Over-verwende en gepamperde samenleving. Het affiche van het huidige Nederland. Tegenover mij een man die weet wat het is zijn vrouw aan corona te verliezen.

Anders, het is het trefwoord in deze blog. De uitvaart van Ellen had hij van heel dichtbij meegemaakt, de baas van uitvaartorganisatie Barbara, en hij had het met al zijn jarenlange ervaring als uitvaartleider als anders dan anders ervaren. Helemaal uniek was het nou ook weer niet, maar het kwam nog maar zelden zo voor. Nog wel. Maar hij zag een kentering. Zo was het. Hij zag een verschuiving. Het was voorsorteren op gemoedelijkheid, met het glas in de hand. Een staande receptie en daarna de tuin in naar de zitjes voor een kop pindasoep, wat stokbrood en spekkoek. Anders. Anders was het al meteen op zondag 1 mei toen hij kennis kwam maken voor de wensen ten aanzien van de crematie. ‘Er valt aan mij voor u niet veel te verdienen,’ moeten mijn eerste woorden aan de uitvaartleider zijn geweest. Hij haalde het moment terug onder het zonnescherm in de tuin. Zo’n begroeting viel hem zelden of nooit ten deel. Zelf kon ik het me niet zo goed meer herinneren. De eerste weken na de dood van Ellen leefde ik in een roes. Nog steeds wel een beetje trouwens. Nog altijd zoek ik in de kamer naar het bed waar Ellen op lag. Kom beneden en herken mijn eigen huiskamer soms niet eens. Het boek met offertes, of hoe je het ook moet noemen, of wilt noemen, kon gesloten blijven. En bleef ook op een enkel momentje na dicht. Hij merkte op dat hij in zijn werk steeds meer te maken kreeg met nabestaanden die van een uitvaart vooral iets heel intiems en specifieks wilden maken. Een bijrol voor het crematorium dat het overgrote merendeel van de bezoekers van de uitvaart niet eens te zien kreeg. Laat staan de aula. Ja, daar vielen voor hem verdiensten weg, maar hij haalde er zijn schouders over op. Er stonden huiselijke indrukken tegenover die hem niet snel meer loslieten. Het weer leende zich er in het geval van Ellen natuurlijk geweldig voor, het afscheid vooral ook in de tuin te laten plaatsvinden. Een tuin als een park die bezig was tot wasdom te komen. Het verse groen. Het nieuwe leven. Drie toespraken in een kring rond de baar. Vooraf de mededeling dat de gezichten beslist niet in de plooi hoefden te blijven.

Een glimlach, en liefst meer dan dat, hoorde bij hoe wij Ellen ons moesten blijven herinneren. Na de toespraken de gelegenheid om met een viltstift op het deksel van de kist een laatste boodschap aan Ellen te richten. Mooi in alles, dat was ze. Onvergetelijk. Gaaf. Het zorgteam dat de kist naar buiten droeg, en met slechts Diana en (ex) schoondochter Geeta de laatste onverbiddelijke gang naar het crematorium in Bilthoven. Daar pas de aanvechting een paar sigaretten tegelijk aan te steken. De achterblijvers van buiten voor de deur terug naar de tuin. Tot in de tuin muziek van Wibi die in alles Ellen in beeld hield. De piano. Het was eigenlijk een reünie en dat bleef het tot vroeg in de avond. Het klopte. Achteraf reacties van: zo ga ik het ook regelen, zo ga ik het ook voor mezelf vastleggen. Tevoren meerdere ideeën over hoe of wat als we Ellen uitgeleide zouden moeten doen. Want dat moment zou eenmaal komen met die rot ziekte parkinson. Maar in de thuissituatie tartte Ellen alle prognoses. Ze genoot zorg die haar raakte, tot in al haar vezels. Daarom ook het zorgteam met bovendien (ex) schoondochter om de kist naar de rouwwagen te dragen. Te rollen, beter gezegd. Over het pad met kinderhoofdjes van de voortuin. En ook maar één volgauto, de Fabia vanwaaruit de afgelopen jaren zoveel tekst kwam voor de boeken over ons omgaan met parkinson en lewy body. Als die Fabia eens kon vertellen. Nou die Fabia ging vertellen met altijd pen en papier op het dashboard. Die Fabia was een bron van anekdotes. ‘Waar is Ellen?’, vraagt de Koerdisch-Syrische huurster van mijn bovenverdieping? ‘Ellen is daar, bij de tv.’ Onder het zonnescherm leert de directeur van Barbara mij om te gaan met de gebeurtenissen ná de crematie. De as. De urn. Nu nog een trommel. De asverstrooiing. Ik vertel hem van De Panne. Van hotel Cajou. Van het strand en van Ellen die tot heel lang er ’s zomers bleef komen. Met een vol album aan foto’s. Met Diana, in alles (met mij en Elly niet te vergeten) haar steun en toeverlaat. Dat had hij al begrepen, de uitvaartleider, in de week dat Ellen thuis opgebaard lag. Veel draaide om die ene Afghaanse vrouw, zo westers nu, zo Nederlands nu, maar ondanks alles zo Afghaans. Op zondag 21 augustus traditiegetrouw naar Bronbeek voor de herdenking van de kampen op Java voor vrouwen en kinderen in de Tweede Wereldoorlog. De Jap. De Bersiap. En toen nog die handtekening. Het ontvangstbewijs. De uitvaartleider reikt me een pen aan. Bijzondere pen, voor een bijzondere vrouw, bedenk ik plots, een bijzondere vrouw die vreselijk goed zorgde voor mijn maatje Ellen. Ze leverde hogeschoolwerk af met de mooist denkbare toewijding. Degene die me nu het meest na staat. Als gememoreerd bij het afscheid van de onmisbare Ellen. Ik teken voor ontvangst. Ik ben hier niet goed in. Maar wie wel?

Twee dagen na het bezoek van de uitvaartleider met Helin naar de plek waar ik in geen jaren meer naartoe was geweest. Komt dat door de as? De dood was inderdaad nog niet zó dichtbij als met de as en Ellen die weer thuis werd gebracht. Met Helin naar buitenplaats/landgoed Slangevegt tussen Maarssen en Breukelen. Ze weet niet wat ze meemaakt. ‘Is dit ook Utrecht?’ Boten kijken aan het water in de volle zon op een luxe terras van vlonders. De rustgevende Vecht. De statige villa met tuin, een pleisterplaats om van te dromen, afficheert zich graag, en terecht, met een toost op het leven. Hoe toepasselijk. Woensdag weer naar Slangevegt maar dan met die andere zo betekenisvolle vrouw, de nummer 1. Slangevegt. Terug naar waar Ellen en ik op 18 december 35 jaar geleden ons huwelijksdiner hadden. Vijf jaar woonden we toen al samen. Wat vliegt de tijd. Het klinkt zo cliché, maar toch. Het woord vergankelijk zou niet moeten bestaan.

***

Buitenplaats Slangevegt op zaterdagmiddag 30 juli 2022. Helin vertellen over Ellen en onze jaren samen. Zij fotograferen. Zij kennismaken met het oer-Hollandse product bitterbal. ‘Ja Helin, inburgering. Ik ben bezig met je inburgering. Je bent pas officieel ingeburgerd in Nederland als je weet wat een bitterbal is. En binnenkort het hoofdstuk mosselen. Dat neemt Wil voor haar rekening.’

De Vecht. Alles in het teken van misschien wel de mooiste rivier van Nederland. Enig chauvinisme zal aan deze opmerking niet vreemd zijn. De Vecht is rustgevend. Ook hier wil ik met Ellen naar terug, niet alleen naar De Panne. Ook hier naartoe.

In dierbare herinnering. Hier was het ja waar we ons trouwdiner hadden en samen, Ellen en ik, nog diverse keren terugkwamen. Vaderdag hield me in deze omgeving. Door Diana, door daarna Helin. Vanwege ook al die anderen. Of je nu Diana neemt, of Helin, of ongeacht welk persoon uit hun omgeving, hun familie, ze willen vrede en veiligheid, ze talen niet naar geld, naar materialisme. Ze willen niet voortdurend over hun schouder moeten kijken en zich bedreigd weten. Ze willen geen vernederingen meer. Ze willen respect, een eerlijke plek onder de zon. Sisters in Arms zei genoeg. Een eerlijke plek onder de zon. Ik pak er Duizend Schitterende Zonnen van Khaled Hosseini bij.

****

Dank weer Johan voor een nieuw blog. Blijf schrijven. Vóór mijn vakantie kom ik bij je langs. Albert.

**** Bericht van de uitvaartleider van Barbara dat hij deze blog graag opneemt in het volgende nummer van zijn kwartaalblad. ****

Bij het afscheid van Ellen. Terug naar De Panne

De avond valt stilaan over De Panne. Het is al laat en het is er warm. Nog steeds. Het koelt iets af, maar ook niet veel. Tropische nacht op komst. Op kamer 310 vergeten de overgordijnen goed dicht te houden. Een sauna. De kusttram vanuit Knokke naar zijn eindbestemming op enkele kilometers van de grens met Frankrijk. Je ziet met enige fantasie een schim van Duinkerken aan de overkant. Na het overlijden van Ellen voor de derde keer in de Belgische badplaats met al zijn herinneringen. Die zijn er om te koesteren. En dat worden ze ook. Rechts in de Nieuwpoortstraat het vertrouwde hotel Cajou. Waar we met Ellen onze vaste kamer hadden. En Diana aan de andere kant van de gang die van haar, een paar deuren verderop. In De Panne zal langs de vloedlijn aan zee de as van Ellen worden verstrooid. Met Diana, wie anders, natuurlijk zij, bedenker van de plek voor de as verstrooiing, en met nog enkele anderen. Een paar maar. Op de vingers van één hand te tellen. De intimiteit. De tram en zijn symboliek. De eindhalte. De tram beeldt veel uit, zo niet alles. Binnenkort arriveert de as van Ellen in De Panne waar ze ondanks haar boosaardige parkinson en lewy body meerdere verwennerij vakanties hield en ook tweemaal, spontaan toegezongen, haar verjaardag vierde. Het kende zijn beperkingen, maar toch. Aan beperkingen kun je je aanpassen. Je leert het met een beetje goeie wil vanzelf. Een gekanteld bestaan, rafelrandjes, liever: kartelrandjes, maar we haalden er het optimale uit het leven met een dubbele ziekte. Zie hieronder de terugblik. Betoverend panorama. Een greep slechts uit de vele zorgvuldig bewaarde foto’s. Ze zijn met oude blogs weer op het netvlies te plaatsen. Speels gemak. Zelf nu wederom in De Panne. Diana vannacht voor de tweede keer oma geworden, en de Koerdisch-Syrische studente Helin die op mijn huis past en er in de woonkamer en in de tuin, veeleer een park, blokt voor haar laatste tentamen van dit lopend universiteitsjaar. Ze zit er in een speciaal project geneeskunde voor vluchtelingen. We noteren zondag 17 juli 2022. Warm? Bloedheet is het er. In De Panne dus. En overal elders in Europa. We gaan vandaag aan zee in België flierefluitend de dertig graden grens over. En anders morgen en overmorgen wel. Vooruitzichten van bijna veertig. Lag al om half negen ’s morgens als eerste op mijn bedje bij de kalmerende golven. Boek mee van Georges Simenon. De Teddybeer. Een grandioos goeie psychologische roman uit een opnieuw uitgebrachte serie bestsellers. Van ver het vrome zondagse binnenlokken geluid van de kerkklokken. Meeuwen om mij heen, meer niet. Slechts meeuwen. Krijsende meeuwen in een opgewonden duikvlucht naar wat zwerfvuil. Later een over de boulevard geüniformeerd paraderend muziekkorps op oefening. Een generale, wordt er gefluisterd. Zelfs het ongeoefend oor registreerde wat valse tonen. Maar alla. De oude hippie Jerôme beleeft in zijn fletse oranje zijden overhemd glansrijke dagen met zijn strandstoelen en parasols. Ze vliegen weg. In zijn houten hutje heeft Jerôme foto’s hangen van zijn schoolvriendinnetje en hemzelf. Ze zijn alweer zestig jaar getrouwd. Mevrouw Jerôme komt altijd na het middaguur naar het strand. Een strand vanaf het middaguur vol gebronsde huiden. ’s Avonds na het eten voor de deur van Cajou nagenieten bij een kop koffie. En Ellen in het hoofd. In het hart, in mijn hele wezen. Het gemis blijft, ondanks alles. Het gemis een plekje geven? Het is prietpraat. Een fotocollage van De Panne, Cajou, het strand, de zaterdagmarkt en wat al niet meer. Memories. De locatie waar we Ellen naar terugbrengen. Onderweg naar de kust deze keer een tussenstop in Lochristi bij Gent en Lokeren. Lochristi? Altijd al eens daar een kijkje willen nemen vanwege de indrukwekkende naam. Lochristi, zo on-Nederlands, on-Belgisch ook. Zo reli. Lochristi was inderdaad prachtig, maar zal in de herinnering altijd verbonden blijven met het wokrestaurant aan de Antwerpse Steenweg. Zelden zo’n grote verzameling obesitas bij mekaar gezien. Het botste en het klotste. Dat we niet met z’n alles door de vloer zijn gezakt! De vrouw tegenover mij, hoe oud zal ze geweest zijn?, 35 misschien?, ouder zeker niet!, de vrouw tegenover mij had van al het wokken en de ettelijke fabrieken aan cola zo’n omvangrijk achterwerk overgehouden dat ze slechts met één bil op haar stoel paste. Haar bilnaad rustte in de stoelrand en de tweede bil lebberde en lilde er overheen. Fascinerend gezicht. Smakelijk uitzicht. Haar borsten hingen al eerder op de avond in de soep. Het verontrustte niemand. En daar waggelde ze uitgehongerd door de zaal voor andermaal een nieuw opgewekt bord aan lichaamsonderhoud. Een maagverkleining? Te laat alreeds. En waarom ook eigenlijk? Hobbelpaard, dat kennen we, maar hier betrof het meer een manege waggelpaarden. Kinderen met hoofden en buiken als door een rijwielhandelaar bewerkt met een fietspomp. Kinderen van nog geen tien. In gedachten zag ik enkele gasten met een hijskraan van hun lege bord naar een weer vol geparachuteerd (of getackeld) worden. Obesitas, o obesitas. De cola was gratis. Dus hoorde ik een ander tafeltje vlakbij kraaien: ‘Breng ons maar meteen zes blikjes per persoon, kunnen we blijven zitten.’ Lochristi, het wokrestaurant, met een gemiddeld gewicht van de gasten van zo’n 130 kilo. Gemiddeld, want sommigen versleepten wel 150 kilo en meer lillend naar een volgend bord waarop ze hun rijst en spiesjes als een bouwpakket opstapelden. Van wokken naar Cajou in De Panne, een compleet andere wereld. Van wokken met dikkerds naar De Panne met ‘He ain’t heavy, he’s my brother’ uit 1969 van de Hollies, en geschreven door Bobby Scott en Bob Russell. Vochtige ogen van ontroering. Een wereldhit en een intens terugverlangen bij Jabbeke en De Haan naar die vrouw die nog geen drie maanden geleden overleed.

Vakantie in De Panne. Zon, tropische temperaturen, een bijkans dampende zee, een naar het kookpunt gedreven strand, hotel Cajou, en heimwee. Heimwee naar die ene vrouw die mijn leven glans gaf. Flaneren over de boulevard en kuieren door de Dumontwijk met zijn stulpjes in de duinen. En het grote gemis. De leegte. Maar niet met de bedoeling dit hier uit te venten. Hier worden de voorbereidingen getroffen voor een nieuw, en zeker niet laatste, eerbetoon aan de vrouw die mij deed beseffen wat belangrijk is in het leven, en wat maar slechts half, en wat helemaal niet. Goed advies van Diana in de meest zuidelijke badplaats van België de as van Ellen naartoe te brengen. Daar zal die verstrooid worden. Na afloop een mooi diner in Cajou waarvoor Bruno en Chris hun allerbeste personeelsleden in stelling moeten brengen. Zijzelf, en gerant Ivan natuurlijk, o zeer beslist de joyeuze Ivan uit Luik, en Manu van de bediening, en ’s morgens Bianca en Nancy voor het ontbijt. Ellen voelde zich rijk in De Panne, ze was er ook rijk met zoveel zorg om haar heen. Ze besefte het. Zelfs een rolstoel werd door Cajou geregeld in het naburige Veurne. Scheelde ons bagage in de Skoda Fabia. En om ook maar even toe te geven: voor de tweede keer een belofte aan mezelf gebroken. Beter: een afspraak met mezelf de nek omgedraaid. Namelijk te stoppen met schrijven. Kan het schrijven toch niet laten. Schrijven is blijven. Schrijven is een bron van inspiratie. Zoeken naar de juiste woorden, slijpen aan zinnen. Het vinden van bruggetjes. Het houdt de geest in werking. Het is een belangrijk onderdeel van mijn bestaan. De dag bij achttien graden ‘nog slechts’, achttien graden en de eerste zonnestralen beginnen met een wijd openstaande balkondeur en het schilderen met een penseel van woorden op het doek.

Zie die jongeman eens belangstellend kijken. Ja kerel, jouw tijd komt nog. De kus. Net klaar met het ontbijt. Op naar het strand. En weer een zomer in De Panne, konden we de klok maar terugzetten. Maar hoe velen zeggen me dit niet na. Een van de meest dierbare foto’s aller tijden.
Dineren in het restaurant van hotel Cajou. We noteren 2018. Kijk haar ogen eens helder staan. De verjaardag van Ellen, haar 76ste. Veel spanning vooraf altijd sinds de diagnose parkinson. En LB niet te vergeten. Zou Ellen de avond aankunnen? Zou het allemaal niet te vermoeiend zijn? Maar geheel in de geest van het boek dat ter gelegenheid van haar 76ste verjaardag in De Panne uitkwam: Een wonderbaarlijk ziekteproces. De boeken over Ellen lagen onder meer in de boekhandel in de belangrijkste winkelstraat van De Panne. Boekhandel De Standaard aan de Zeelaan, loodrecht op het strand. Ook hier bij De Standaard werd laatst weer eens naar haar gevraagd.
De heilige plek. De plek voor andermaal het afscheid. Het strand. Samen nog even ’s avonds op het strand van De Panne. Diana met het fototoestel klaar voor weer zo’n onvergetelijk beeld.

Met haar gouvernante Diana naar de zaterdagmarkt in De Panne. Ook zo’n vast ritueel. Er viel zoveel te genieten en dat deden we dan ook. Van de glooiende duinwijk ook vol architectuur met Brits aandoende cottages en villa’s ontworpen door vader en zoon Dumont vlak na 1900.

In een beeld kun je duizend woorden, en meer, vangen. Met de reddingsbrigade in een rolstoel op rupsbanden voor een halfuurtje tot bijna in zee bij een temperatuur als te vergelijken met 17 juli 2022. Tropisch. Dromerige omstandigheden. Even de zilte zee. Zo anders dan wegkwijnen in een verpleeghuis met vakantiekrachten van een uitzendbureau die van toeten noch blazen weten. We hebben die treurnis meegemaakt. Het verpleeghuis waar zelfs ook uitdrogingsverschijnselen zich voordeden. ‘We dachten dat onze bewoners geen dorst hadden, o konden ze niet bij hun glas?’

De zilte zee met twee strandliefhebbers. De zee en het strand, ze blijven in de herinnering met Ellen verbonden.

Gelakte nagels. Okergele stola. Waardigheid. Presentatie. Zorg die je raakt.

****

Dag Johan! Wat een mooie indruk in je blog over de tijd die jullie in liefde in De Panne hebben meegemaakt. Herinneringen. Koester ze, maar dat hoef ik jou niet te zeggen. Ik kom een dezer dagen weer op de koffie, mits het gelegen komt. Laat maar weten wanneer het uitkomt. Groet! Jan van den Heuvel.