Blije geiten vervelen stierlijk

Ergerlijk al die personeelsbladen en interne magazines die zo schaamteloos aan zelfbevlekking doen en waarvoor zo onnodig veel bomen worden gekapt. Gaf ooit eens les aan een redactieteam van een politieregio. Na enkele sessies zette zich ook een voor mij totaal onbekende mevrouw aan tafel. Of ze ook tot de makers van het magazine behoorde die via scholing verwoede pogingen deden zich wat minder als blije geiten te gaan gedragen? Mevrouw kwam terug van zwangerschapsverlof. Of ze onze verrichtingen ondertussen ademloos had gevolgd?

Nee, dat had ze niet. De voorspelbaarheid van het hoogdravende pr-geneuzel had haar er niet toe kunnen verleiden om ook maar één keer het doorschijnende plastic condoom van het personeelsblad te peuteren. De post waaraan zoveel politiezweet vergoten was, ging ongezien hups de pedaalemmer in. Precies dat probeerde ik nou al een paar weken de andere leden van de ‘politiekapel’ aan hun verstand te brengen. Het moest speelser, creatiever, origineler, verrassender – en in zelfcensuur gemarineerde reclamezuilen voor het management en Raden van Bestuur geen trek – daar schoten alleen de beleidsmakers iets mee op.

Ook koepelorganisaties in de verpleegzorg weten van wanten. Ook hun redacties tikken zich de vingers paarsblauw in de onuitroeibare behoefte aan zelfbevlekking. Telkenmale weer laten ze de fanfare uitrukken. Bert Haanstra was er een kleine jongen bij. Heel bont maakte een zorgketen het eens door cliënten niet zélf te laten zeggen hoezeer ze het naar hun zin hadden, maar door dat als redactie wel eventjes te doen. En dat ook nog eens in ronkende bewoordingen die deze rollatorschuifelaars nooit gebezigd konden hebben. Nimmer een veeg uit de pan in dit soort uitgaven. Nooit eens iets van een luis in de pels. Bij hete bliksem bang de vingers te branden. Nooit eens iets waarom te lachen valt. Wiens brood men eet….

Daarom zijn de blogs van bijvoorbeeld een Ernst Nordholt uit het repertoire ‘Kroniek van een Klein Bestaan’ een hele verademing. Ze zijn thans gebundeld voor een prachtig boek. Die blogs zoomen dikwijls in op wat er zoal binnen de muren van verpleeghuis De Ingelanden gebeurt. Ze zijn nuttig omdat Ernst als MS-patiënt de ene keer vol waardering is over De Ingelanden, maar een andere keer ook scherp en snedig uit de hoek kan komen voor een kritische noot. Dan heeft hij zijn kroontjespen vilein in een eierdopje ironie gedoopt voor een vermanende column over bijvoorbeeld taaie kippenpoten die door de halfzijdig verlamde cliëntèle van het verpleeghuis éénarmig natuurlijk met geen mogelijkheid aan de vork te rijgen waren en ook voortdurend van ieders bord sprongen. Hetgeen de verzorgenden tevoren hadden kunnen bedenken. De meeste kippen ploften tussen de rolators en de rolstoelen op het laminaat.

Geestig beschreven ook de voortdurende vervanging van de douchekoppen met legionellafilter en het door veel bureaucratische rompslomp maanden en maanden moeten wachten op een aangepast bed vanwege de stroeve heupen. En zo is er meer, veel meer. Ernst die weliswaar hulpbehoevend is maar die zich in het verpleeghuis niet als een Malle Gerritje laat behandelen. De Ingelanden vaart er wel bij. Schouderklopjes, De Ingelanden krijgt er de nodige, en terecht, ik kijk er immers zelf dagelijks in de keuken – schouderklopjes dus die pas dàn op de juiste waarde kunnen worden geschat als men niet louter voor kwispelstaartende koorknaap wil spelen.

Lezers willen anekdotes. Verpleeghuisbewoners zoeken humor. Er valt vaak al zo weinig meer te lachen. Ze houden van het timmermansoog en het detail. Ze willen dat misstanden, of wat daar bij in de buurt komt, niet onder het tapijt worden geveegd. Daar heeft ook de leiding iets aan in zijn missie ongeneeslijk zieke en sterk afhankelijke mensen een veilige woonomgeving te bieden – een plek waarin niet alleen hun verzorging centraal staat maar ook het met activiteiten en egards voorkomen van afstomping en mummificering. De schrijfbenadering als door Ernst Nordholt verleidt tot het gretig afscheuren van het plastic condoom als dat al om zijn nieuwe boek zit.

Het gaat in de kern toch altijd weer om de diepmenselijke verhalen. Om emotie, om de gevoelstemperatuur. Bewoner Frank van De Ingelanden die dagen achtereen naar de kerk in Vleuten scootmobielde om het oefenen voor de Mattthäus Pasion bij te wonen. Brood mee en razend enthousiast. ‘Ik was er niet weg te slaan joh’. Een andere bewoner van De Ingelanden (nee niet Ernst, een ander) die op een zondag tweeënhalf uur bij de glazen hoofdingang op een afgesproken lift had zitten wachten en het toen maar op gaf met: ‘Mijn vrouw is me kennelijk vergeten’. Ze zijn er bij bosjes in de Nederlandse verpleeghuizen, de chronisch zieken die vereenzamen. Er valt ook veel triestigheid te schrapen van de marmeren vloer in de hal van De Ingelanden. De echte verhalen liggen er.

Ernst Nordholt is niet vies van zelfspot. Knap. Want het verdriet om zijn MS en alle onmachtige frustratie klotsen vaak als wild water tegen zijn enkels aan. Je ziet hem met zijn shampoohoofd naar beneden sodemieteren als -nog in de thuissituatie- de zitting van zijn douchestoel van de muur komt en ook acht tegels verruïneert. Ontroering bij zijn verslagje van de neuropsychologische test welke een verdere achteruitgang niet kan verhullen. Het gemis van zijn kinderen hakt erin. Zijn vrouw ruilde hem in voor een ander, dát ongeveer. Het leven van alledag in een verpleeghuis en een croniqueur die de buitenwereld toont dat tussen gezond en ziek slechts een stippellijn loopt.

Anderen moeten zeggen hoe goed je bent. Ernst Nordholt brengt De Ingelanden tot leven als een gemeenschap met vreemdsoortige dorpelingen zoals overal elders. Hij deelt plaagstoten uit en weet zich tegelijkertijd in een bovengemiddeld goede zorgomgeving. Ook de van zwangerschap teruggekeerde politiemevrouw van destijds die het condoompje maar rustig om het bedrijfsblad liet zitten, ook zij zal in geval van Kroniek van een Klein Bestaan de ‘Carmiggeltjes’ verslinden en tot slot mompelen: Hè was nou nog effe doorgegaan’.

 

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *