Gebalde vuisten en niet de schone schijn

 

Soccer Football - Champions League - Feyenoord vs Napoli - De Kuip, Rotterdam, Netherlands - December 6, 2017 Feyenoord's Kenneth Vermeer celebrates REUTERS/Michael Kooren
Kenneth Vermeer, voorbeeld van niet opgeven. Slecht behandeld door Feyenoord, maar wie het laatst lacht. Goede wijn die geen krans behoeft. Handen in de lucht. De vuisten gebald. Op karakter verder ondanks meedogenloos harde tegenslagen. Dit beeld gekozen voor de nieuwjaarswens 2018. Reuters/Michael Kooren
Erwtensoepgala 2018. Traditie inmiddels. Ook de toespraak. Thema ditmaal: de schone schijn en de gebalde vuist.
Op de Academie voor Journalistiek in Tilburg heb ik meerdere keren meegemaakt dat deze Hogeschool opging voor een nieuwe officiële accreditatie. Onze directeur werd daar altijd heel zenuwachtig van. In zijn positie begreep ik dat wel. Het was gelukkig geen onverwachte inval van de keuringsdienst, nee haar komst werd altijd ruim van te voren aangekondigd. Kon je tijdig voor een nieuw behangetje zorgen. Kasten werden overhoop gehaald en het rook ineens doordringend naar ontsmettingsmiddel aan de Professor Gimbrèlelaan in Tilburg. Er was weer eens een nieuw onderwijssysteem ingevoerd, iets met competenties, de precieze naam ben ik kwijt, maar wat ik nog wel weet is dat er bij studenten en docenten over het algemeen grote ontevredenheid heerste. Dat competentiegerichte nieuwerwetse onderwijs, bedacht door naar een Haagse tekentafel verbannen mislukte onderwijskrachten, werd door niemand begrepen. Maar op de dag van de inspectie had iedereen door hoe het moest. De keuringsdienst maakte er ook een gewoonte van tijdens zijn inspectie openhartig te praten met een delegatie docenten. Zo’n ontmoeting verliep voor de directeur altijd naar wens. Dat kon ook niet anders want hij zocht de docenten zelf uit die mochten aanschuiven. Het gaat te ver om hier namen te noemen, maar het waren allemaal doetjes, kolfjes naar de hand van managers. Deze docenten, zelden of nooit op een redactievloer te vinden geweest, waren voor de directeur belangrijker dan de mensen die de drukinkt bij wijze van spreken nog op hun kleren hadden zitten. Twee weken later stond er altijd taart in de docentenkamer. En dan sprong de directeur van vreugde iedereen in de armen. Ja, ik heb een huilende onderdirecteur gezien. Tranen van opluchting. De accreditatiecommissie was vol lof aangaande alle onderdelen van het beoordelingsformulier. En dus konden we weer doorgaan met middelmatig hogeschoolonderwijs, waarbij niet de docent de student beoordeelde maar andersom, in verband met de zo gewichtige studenttevredenheid.
Waar moest mij dit in Tilburg toch aan denken? Aan de militaire dienst in 1970. Aan de artillerie in de legerplaats ‘t Harde op de Veluwe. Als daar een officiële inspectie kwam dan had de commandant aan één fles whisky voor een uur niet genoeg. Alle voertuigen moesten met een tandenborstel worden schoongemaakt en met oude molton lappen worden opgepoetst. Dagen en dagen stond onze verbindingsapparatuur buiten in de wind. Ook hier struikelde je overal over stofzuigers. Ramen werden gezeemd, je kunt het zo gek niet verzinnen. Aan twee soldaten van mijn lichting werd vriendelijk verzocht die dag van de inspectie niet op de kazerne te verschijnen doch lekker thuis te blijven. Daar hoefde geen verlofbriefje voor te worden ingevuld. Eén van die twee soldaten was een zekere Jansen uit Epe. Hij had meer arrest dan hij vrij rondliep. Maar de kapitein Aspers bleef desondanks als de dood voor hem. We gingen een keer naar de schietbaan in december en stonden daar al ‘s morgens om zes uur met de afgetelde kogels in ons hand. Maar we zagen geen hand voor ogen. Laat staan dat we de schietschijven konden ontwaren. Werd die Jansen verschrikkelijk kwaad om. Op hoge toon wilde hij weten waar Aspers was. Hij zou hem onmiddellijk voor zijn donder schieten. Aspers werd ingelicht en die vond het verstandig zich die nevelige dag niet op de schietbaan te wagen. Jansen hoefde nooit meer vroeg op voor een oefening met zijn uzi. Zijn wapen werd ingenomen. Overigens kregen we als compagnie een groot compliment van de inspectiecommissie. Nergens ook maar een spatje modder op de voertuigen, nergens stof op het verbindingsmateriaal, geen kogels zoek, en een hoog moreel onder de fantastische leiding van de onverschrokken kapitein Aspers die ons natuurlijk trakteerde op taart.
Voorgekookte onzin. En ja, de zorg voert anno nu ook (nog steeds) zulke toneelstukjes op. Een verpleeghuis kreeg, zo hoorde ik uit betrouwbare bron in een mantelzorgcafé, een verpleeghuis kreeg deze maand te maken met een audit. De directrice wist gelukkig ruim van te voeren op welke dag zij en haar verpleeghuis voor een examen moesten aantreden. De dagen ervoor legde het ingeslapen reservaat voor dementerenden één en al bedrijvigheid aan de dag. Heel raar maar eten dat net over de datum was moest nu ineens weg. Zelfs bij de peper werd gelet op hoe oud die was. Anders nooit. Scherp werd gekeken of het met de medicijnen allemaal wel in orde was en of de baxters in de juiste volgorde lagen. Alle bewoners werden met welriekende shampoo gewassen en gestreken. Personeelsleden kropen op handen en voeten onder de tafels door met boenwas. De directrice maakte ineens lange dagen. Ze was plots ook heel vriendelijk en attent naar iedereen toe. We krijgen de afleveringen van Hendrik Groen op ons netvlies. Het personeel werd geïnstrueerd zich bij vragen van de auditcommissie op de vlakte te houden. Niemand mocht klagen. Er moest veel gelachen worden. Een beetje neuriën kon ook geen kwaad. Ik verzin dit allemaal niet. Er kwamen proefsessies. Daarna nog enkele repetities. Tenslotte een generale. En maar neuriën. Op de tafeltjes van het restaurant verschenen tegen de gewoonte in verse bloemen. En jawel hoor, snel na de visitatie van de snuffelcommissie was er taart voor alle verzorgenden en verpleegkundigen van het reservaat. Het protocol was netjes nageleefd. De mappen waren op orde gebleken. Er ging ook niet één bewoner tijdens de inspectie dood. Op alle onderzoekpunten een score van een acht of meer. Zelden zo’n goed geordend en gezellig verpleeghuis gezien. En de minister en staatssecretaris konden doorkomen met hun extra poen. Inmiddels gaat het verpleeghuis weer over tot de gezapige orde van de dag. 
Waarom blijven we onszelf zo voor de gek houden? Waarom kondigen we een inspectie tevoren aan die geen enkele wezenlijke functie heeft? Waar blijft de Inspectie voor de Gezondheidszorg met zijn controle via verrassingsoperaties door lekeninspecteurs? Daarvan kun je de uitslag tenminste serieus nemen. Waarom laten we toe dat slechte verpleeghuizen, en die zijn er, meer dan ons lief is, waarom staan we toe dat slechte verpleeghuizen de maatschappij bij de neus kunnen nemen? Waarom zijn we zelf schuldig aan een scheef beeld van hoe het in werkelijkheid is? Maar ja, het beste is misschien wel om er maar om te lachen. Zoals ook om die malle wethouder. De gemeente ben ik vergeten. Maar na Oudjaar maakte hij de balans op. Een stel dwazen had een jaar eerder voor duizenden euro’s schade aangericht. Nu voor veel minder. De wethouder (modern openbaar bestuur) was opgetogen en maakte een rekensommetje. Hij besloot het schadebedrag van de vorige jaarwisseling dat hij al had gereserveerd aan de raddraaiers te schenken. Als beloning voor beter gedrag dan het jaar ervoor. En vervolgens sloopte het gespuis als dank zo’n beetje alle bushokjes van de gemeente waarvan ik helaas de naam kwijt ben. Of de wethouder het niet wat vreemd vond allemaal? Je rijdt voor de verandering een keer niet door rood zoals je altijd doet, de voetgangers zijn voor de afwisseling veilig, en de gemeente maakt daarvoor een bedragje over naar je bankrekening. Drie uur hulpdiensten uitgespaard. Laten we maar blijven lachen. Nee, de opgewekte wethouder vond het allemaal heel logisch. Een president in Amerika die bij zijn laatste medische keurig (van zijn rommelige bovenkamer) weer te horen kreeg over gezond verstand te beschikken. Maar stel nu eens dat er een andere uitslag was geweest, wat dan? Heel logisch jongelui een bedragje te geven als ze gemeenschapseigendommen niet vernielen. Heel logisch verpleeghuizen voldoende tijd te gunnen een audit te halen. Je zal als inspecteurs maar eens in een walm van urine terecht komen, op kleverig laminaat, en nergens bewoners aantreffen omdat die nog niet uit bed zijn gehaald bij gebrek aan voldoende personeel. Je kunt de werkelijkheid ook boetseren. 
Het laat zich raden, niets is zoals het vanavond lijkt. Ook hier, zullen we maar zeggen. Ik draai jullie een rad voor ogen. Ik had voldoende voorbereidingstijd. Nooit staat er hier een bloemetje op tafel, vanavond wel. Nooit wordt hier, anders dan nu, een glaasje wijn geschonken. Dagen en dagen ben ik hier met een stofdoek in de weer geweest. De vlokken vlogen me om de oren. Alle keukenkastje blinken. Zoek naar zilvervliesjes, of hoe die slappelingen heten mogen, gij zult niet vinden. Na vanavond laat ik het weer verslonzen. Maar dan hoop ik jullie accreditatie binnen te hebben voor een volgende fuif.
Afgelopen vrijdag waren Ellen en ik voor een periodieke raadpleging en controle bij de neuroloog Hoff van het Antonius. We kregen complimentjes. De volharding. Een geslaagde audit. Eén zonder schijnmanoeuvres. Complimenten ook later van een bij ons thuis op bezoek zijnde verpleegkundige. Ze had gereageerd op de advertentie in de Oud-Utrechter naar een plek als reserve verzorgende voor de vakantieperiode vanaf mei. Mevrouw had één nadeel. Ze had een poos in het management gezeten. Als gevolg ervan sprak ze soms met meel in haar mond. Gebruikte net even te vaak woorden als protocol, domein en transparant. Voor het overige: vriendelijke vrouw. Complimenten ook van haar voor hoe wij met de parkinson en Lewy Body omgingen. Waar kwam toch die niet aflatende energie bij ons vandaan? Niets was anders dan anders. We deden ons ook tegenover deze vrouw niet beter voor dan we waren. We vertelden. Niet alleen de neuroloog maar ook deze sollicitante vertelden we dat we een diepe buiging maakten naar onze kring verzorgenden en vrienden. En ik herhaal hier in deze woonkamer met de eerste snertwalmen, ik herhaal hoe verschrikkelijk dankbaar we zijn voor alle ondersteuning. Ik noem Wil, ik begin vandaag bij haar, ik noem Leroy en Dorothy, Diana en Elly, Trudy inmiddels ook, Albert, Thea, masseuse en schoonheidsspecialiste Melissa, Kristel Maassen in Kerkrade die Ellen van Kerst tot voorbij de jaarwisseling meerdaags verzorgde, wat een goudomrande geste was dat, haar man Marco en zijn afdeling van Lückerheide, elke middag eind december deed Ellen weer op zijn directiekamer haar middagslaapje, ik noem Charles en Ceciel. Een kleiner gezelschap dan anders, maar aangepast aan het ziektebeeld. De prikkels voor Ellen moeten functioneel zijn, en ook blijven. Verzorgenden en vrienden moeten energie geven en beslist geen energie kosten. We hebben gaandeweg geleerd langs die lijn te selecteren. Gisteravond keken we vanzelfsprekend weer naar Podium Witteman. Het ging over de genie Leonard Bernstein. Honderd jaar geleden geboren uit Russisch joodse ouders. Hij componeerde West Side Story. Met de choreograaf Robbins bracht hij iets fenomenaals op de bühne. In de uitzending van gisteravond werd het lied Tonight ten gehore gebracht. Ik stond in de keuken te roeren in een pan met zuurkool. Wat stond het geluid ineens hard. Bleek het Ellen te zijn. Ze zong mee. Nee, ze zong niet mee, ze galmde mee. Hoorde ik het goed, een stukje tekst in het Engels ook van Ellen? Ik herhaal wat ik bij de vorige keer zei toen we hier open huis hadden: veel kenners van dementie, ik ben er geen. Maar wat muziek zoal niet vermag! Eén ding is duidelijk: met huis wonen gaat bij de dementerende de eigen identiteit niet verloren. Had Ellen net zo op André Rieu gereageerd als op Bernstein? De kracht van de individualisering in de verpleegzorg. 
Voor Ellen op het erwtensoepfeest een paar attenties. Zij is gastvrouw en hoofdgast tegelijk. Een cadeaubon voor een speciale behandeling van de onwillige spieren door Melissa van het instituut Phoenix. Voor binnenkort bovendien een weekend terug in de mooie Belgische flaneerkustplaats De Panne. De hotelbrigade van Cajou kijkt er naar uit, schreven ze ons in een prachtige mail. Ze kijken vooral uit naar Ellen. Ik stond vanmorgen in alle vroegte even op het balkon. Ondanks de donkerte hoorde ik de eerste aarzelende vogelgeluiden. Gekwetter en dat al in januari. Geef ons ook morgen, inderdaad, laat dat zo zijn. Verlangend kijken we uit naar de bloeiende seringen en kersenbomen. Ik wens iedereen een normaal 2018 toe. Een jaar zonder fake. Een jaar waarin de waarheid ook de waarheid is en leugen weer leugens worden. Een jaar zonder al te veel poespas en narigheid en stress. Straks is er snert. Uit de veelbezongen keuken van Elly en Ber. Blijft er over dan kan er erwtensoep mee naar huis. Daarvoor zijn verkeersdrempels bestendige emmertjes met een deksel beschikbaar. Ik zocht naar een beeld voor de ons toegedichte bevlogen strijdlust. Ik vond dat in de geplaagde keeper Kenneth Vermeer. Armen in de lucht, de vuisten gebald. Niets van schone schijn. Het sneue liefdeloze Feyenoord kan voor hem de pot op. Terecht. Hij verdient respect. Krijgt dat ook weer. In Brugge. We komen er langs naar De Panne. Misschien trakteer ik mezelf wel op een voetbalavondje in Brugge tijdens ons verblijf in De Panne. Het voetbal behoeft atletische artiesten tussen de doelpalen. Wij willen katten onder de lat. Ze verdienen hun plek op het toneel. En al helemaal als ze zich na ernstige blessures steeds weten terug te knokken. Het kan nog zo tegenzitten, het draait om karakter. De gebalde vuist tegen de schone schijn. Dat is de titel voor dit erwtensoepgala. En ja, Van Bronkhorst: beschaafde twijfelaar, maar ook beschaafde twijfelaars zijn twijfelaars en ongeschikt. Hij brengt Feyenoord thans ongeluk. 
Oh ja lieve Ellen: als je in hotelabdij Rolduc in Kerkrade met Kerst geheel ontspannen de boel bij mekaar snurkt en ik je wakker maak, zo van: stop ermee, dan heb je gelijk: waar bemoei ik me eigenlijk mee. Ellen: ik houd van je. We gaan in 2018 onverdroten voort. 
 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *