Van supermarkt naar supermarkt voor Noah uit de NRC

 je
Las het voorbije paasweekend in de vaste NRC-rubriek ‘Jong’ geboeid een mooi mini-interviewtje met een zekere Noah. Een scholiere van zestien uit De Meern. Afgaande op de foto dacht ik: ik heb haar wel eens eerder gezien. En toen las ik dat ze een bijbaantje had in een supermarkt. Die Noah was ik dus ooit eens ergens aan de kassa tegengekomen. Maar interessanter waren de meeste andere dingen. Zuid-Afrikaanse van oorsprong. Twee maanden te vroeg geboren. Ongeveer in haar derde maand naar Nederland gekomen. Geadopteerd door een Nederlands echtpaar. Van wie hij advocaat. Zij secretaresse. Op haar achttiende verjaardag voor Noah alle informatie beschikbaar over haar biologische ouders. Dan weet ze of ze uit Kaapstad komt, of Johannesburg, of waar dan ook, welke township misschien wel. Op zich zou ze graag willen weten of haar biologische moeder nog leeft. En zo ja, hoe en waar. De kop boven het verhaal: ‘Ik ben blij dat ik geadopteerd ben.’ Haar uitleg daarover in het artikel. Er sprak een grote liefde uit voor haar ouders in De Meern. Een grote dankbaarheid ook. Wist onder het lezen natuurlijk nog niet dat het artikel vooral haar grootouders van vaderskant zo enorm zou emotioneren. Noah zou blijkens het verhaal een zeer talentvolle hockeyster zijn. Trainde wel drie tot vier keer per week. Dat moest bij Fletiomare zijn natuurlijk. Ze had een sportopleiding aangeboden gekregen. Maar gekozen voor de zorgsector. Om ooit nog eens verpleegster in een ziekenhuis te worden. Ze volgde inmiddels een opleiding in de zorg. En zou ook alreeds stage lopen bij de instelling Abrona die ze zelf had benaderd. Begeleiding namens Abrona van mensen met een al dan niet aangeboren hersenaandoening. Noah wilde niet alleen voor zichzelf gaan in haar leven. Het klonk in het artikel allemaal heel oprecht. Later vernomen dat het ook inderdaad zo was. Maar goed, dat wist ik nog niet toen ik Tweede Paasdag Ellen een stola en een cape omdeed en in de rolstoel naar de auto reed. Met de krant in de hand samen alle supermarkten van De Meern af. Die Noah moest te vinden zijn en die viel misschien wel te strikken als nummer vier in het Dream Team van Ellen voor de verzorging en begeleiding. Misschien wel een zeer geschikte om straks met de vakanties in te vallen. En om bij fraai en aanlokkelijk weer dit voorjaar en deze zomer met Ellen in het Maximápark wandelingen te maken met de rolstoel. Enfin, eerst naar de PLUS. Daar kenden ze geen Noah. Toen naar drie Albert Heijns. Zo achterlijk zijn we hier: drie AH’s op de vierkante kilometer. Over achterlijk gesproken. Vader advocaat. Dus knoopte ik daar vrijwel meteen Albert Heijn aan vast voor het bijbaantje aan de kassa. Elitair denken, noemen we dat. Maar het was steeds: Nee, nee, nee. Begon het leuk te vinden. Hoe vaker ik mijn hoofd stootte, hoe meer het op een ware zoektocht begon te lijken die een beloning verdiende. Het regende, het miezerde, en met Ellen (gele nagellak uiteraard) met Pasen het naspelen van het spannende programma Spoorloos. De Jumbo? Daar misschien? Het meisje uit de krant was ook bij de Jumbo niet bekend. Ook daar al niet. We daalden af – want zo voelde het – naar de Aldi en de Lidl. Ook mis geschoten. Toen de Vomar. En jawel hoor. Al die jongens en meisjes daar dromden om de rolstoel teneinde een blik op de krant te kunnen werpen. Noah! Hun Noah in de krant. Ze vergaten op slag de andere klanten. Er werden plots geen vakken meer bijgevuld. De NRC ging van hand tot hand. Noah! Maar die werkte alleen op zaterdag bij de Vomar. Nu was ze dus vrij. Zat misschien wel bij haar trotse opa en oma aan de cola. Eén van de winkelmeisjes besloot een app te sturen. Of ze met een zekere meneer en mevrouw Carbo contact wilde leggen. Waar Nora eigenlijk zo ongeveer woonde in De Meern? Bleek in onze wijk te zijn. Nota bene een paar onnozele straten verderop. Het werd al met al een kostelijke Tweede Paasdag. Geen eieren zoeken maar een meisje uit de NRC. In feite jammer dat we haar al na een uur hadden opgespoord. Daags erna belde ze ons op. Heel schuchter. Voor een afspraak. Om kennis te maken. Eind van deze middag viel ze hier binnen tijdens een geweldige onweersbui. Ze was in gezelschap van de (eveneens) geadopteerde dochter van onze pedicure. Ze bleken vriendinnen. Noah was zenuwachtig, zoals ze vertelde. Ze had van de pedicure al mooie verhalen over Ellen gehoord. En haar was verteld dat er over Ellen diverse boeken waren geschreven. Die wilde ze graag lezen. Ze zou een exemplaar mee krijgen. Hoe ze zo in de NRC terecht was gekomen? Nou gewoon eigenlijk. Een mevrouw liep met een blocnote bij Abrona rond en vroeg het frêle donkere meisje of ze geïnterviewd wilde worden. Dat wilde Noah wel. Ze had het heel interessant gevonden zo over zichzelf te vertellen. En dat nog wel voor de krant. Ondertussen weer een klap onweer bij de schuifpui. Kende ik de schrijfster van het interview? Ja, die had ik wel eens ontmoet. Dat vond Noah prachtig om te horen. Een sollicitatiegesprek uit het boekje. Noah zat inderdaad geregeld bij de Vomar aan de kassa. Als er een bij-kassa moest komen. Ze legde uit wat dat in godsnaam was. Meestentijds vulde ze vakken. Voor een grijpstuiver. Schrok van het uurloon bij die supermarkt. Slavendrijvers, maar ik hield me nog net op tijd in. Wilde over de zopas overleden Winnie Mandela beginnen, maar liet het zo. Nu was Noah aan de beurt om vragen te stellen. Oh jee. Ze bekeek vol interesse de foto’s van Ellen op de piano. Wat Ellen voor werk vroeger had gedaan? Ellen de liefde van mijn leven? Ze straalde van oor tot oor. Wat parkinson zoal inhield? Hoe dat zat met de spieren? Ze had al bedacht dat ze met Ellen heel veel praktijkervaring kon opdoen voor later. Voor later als verpleegster in het ziekenhuis. Ze was beschikbaar. Heel graag beschikbaar zelfs. Op zaterdag was moeilijk, vanwege het hockey, maar op zondag absoluut niet. Alhoewel, zaterdag kon ook wel, vóor of ná het hockey. Ik gaf haar het advies om nog even over het aanbod na te denken. Twee uur later stuurde ze van thuis een berichtje. ‘Beste Ellen en Johan, ik wil ontzettend graag voor Ellen zorgen. Dank u wel voor vanmiddag. Noah.’ Zo stond het er. Ze wilde ontzettend graag voor Ellen zorgen. Dat mag ze doen. Er staat zelfs al een mentor klaar voor de zestienjarige uit de NRC.

Johan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *