Bij 15 augustus, 75 jaar later: Waardoor komt het dat het leven wordt zoals het wordt?

Beste Charles:

Het leven is een pijp kaneel, iedereen zuigt eraan en krijgt zijn deel. Dat probeerden ze ons vroeger wijs te maken. Geloof jij het? Meer dan rijmelarij is het niet. Sommigen worden onevenredig hard getroffen. Een Duits wonderkind deed me dat weer beseffen. Werkelijk een meester in het beschrijven van het labyrint van de persoonlijkheid. De verpletterende liefdesgeschiedenis ‘Het einde der eenzaamheid’ dat je aan mij uitgeleend hebt, behoort zonder enige overdrijving en met diep respect voor de nog betrekkelijk jonge auteur Benedict Wells tot de allermooiste boeken van alle merendeels mooie boeken die ik de afgelopen paar jaar hier thuis gelezen heb. Aangrijpend goed. Wat een fantastische karakterbeschrijvingen. Twee jongens en een meisje in hun puberteit die in één klap bij een verkeersongeluk hun beide ouders verliezen. Ja, en dan? De drie wezen trekken elkaar aan en stoten elkaar af. Ze reageren alle drie heel verschillend op de dood van hun beide ouders. De één springt uit de band, de ander wordt een in zichzelf gekeerde nerd. Benedict Wells, van 1984, München, is een schitterende schrijver, op het geniale af, en met ‘Wonderschoon’ zegt de gerenommeerde Duitse krant Frankfurter Allgemeine in zijn boekrecensie verschrikkelijk veel maar eigenlijk nog veel te weinig. ‘Zorg dat je deze roman leest met je meest geliefde persoon in je nabijheid, want die ga je stevig en teder willen vastpakken, luidt één van de vele recensies. Het bleek maar al te waar. Het kan niet anders dan dat Benedict Wells hier geheel of gedeeltelijk zijn eigen verhaal vertelt. De roman is méér dan wonderschoon. Het beschrijft meeslepend het leven in zijn diverse grillige etappes met bergbeklimmingen, steile afdalingen en valpartijen. In ‘Het einde der eenzaamheid’ herkende ik heel veel van mezelf. Jij wellicht ook. Namelijk het verlangen en de honger naar geluk om dat te delen met de ware en eenmaal intens gelukkig mét de ware de vaak verlammende angst dat geluk te verliezen als zandkorrels die door je vingers glippen. En dan slaat ondanks alle waakzaamheid het noodlot toch toe en wordt dat geluk je wreed afgepakt. Het levensverhaal van de hoofdpersoon in ‘Het einde der eenzaamheid’, de aanvankelijk schuchtere maar in zijn huwelijk opgebloeide Jules Moreau, pakte me tot in al mijn vezels. Alles zo subtiel en sereen verwoord, en zo dramatisch goed. Ik zat in deze tropische week met ‘s avonds nog een temperatuur van tegen de dertig graden veelvuldig met tranen in mijn ogen in mijn tuinstoel het levensverhaal van Jules Moreau en zijn familie (half Frans, half Duits) te lezen. Eén keer klapte ik het boek dicht, dat was vandaag, en omdat ik de buren daar geen deelgenoot van wilde maken, hen absoluut niet, ging ik binnen zitten huilen. Het was heel lang geleden dat ik gehuild had. Ik dacht waarachtig dat ik dát niet meer kon. Ik heb zoveel om de zieke Ellen gehuild dat ik dacht dat ik geen tranen meer overhad. In de arme Jules herkende ik mezelf. Waar het de plotselinge veel te vroege dood van mijn vader betrof. Een vader die ik altijd een beetje afwees en met wie ik geen band had. De spijt daarover kwam later. Een altijd aandacht trekkende moeder die nadien manisch-depressief werd. Als ze in een depressie geraakte dan leek het alsof in haar ziel de gordijnen dichtgingen. Dan kwam ze haar bed niet meer uit. Aan die vrouw viel niet te ontsnappen, als ik al zover wilde gaan. Een gemankeerd bestaan tussen mijn achttiende en dertigste. Mijn eigen moeder een paar keer uit de isoleercel van een psychiatrische kliniek bij Amersfoort bevrijdt. En het restje. Het blijft tot op de dag van vandaag een diavoorstelling met de vraag hoe ze het destijds klaarspeelden manisch-depressieven en schizofrenen domweg plat te spuiten. One Flew. Zon & Schild – het zijn altijd namen die zo liefdevol klinken. Ik zag de wrede binnenkant. De journalistiek en het honkbal waarin ik me volledig verloor. De bindingsangst. En toen de romance en meer dan romance met Ellen. Arme Jules in ‘Het einde der eenzaamheid’. Wees worden. Op het internaat een teruggetrokken en onbereikbaar meisje leren kennen. Dat meisje Alva door zijn gedrag van onhandige binnenvetter uit het oog verliezen en haar enkele jaren niet meer zien. Maar dan ineens weer contact en met haar, aanvankelijk met een ander getrouwd, een tweeling krijgen. Op de top van de Mount Everest van het levensgeluk ineens de hel van kanker bij Alva (dan nog geen veertig). De worsteling met dat gegeven. De behandeling met chemo slaat in eerste instantie aan. Uitzinnige vreugde. Er gaan in een minuut geen zestig seconden maar honderdzestig. Maar de leukemie komt terug met fatale gevolgen. Je ziet Jules maanden achtereen verweesd als in zijn tienerjaren door de gangen van het ziekenhuis lopen naar de kamer van zijn vrouw en moeder van de tweeling van (pas) zeven. De leegte, de machteloosheid, de frustratie, de angst voor wat allemaal nog meer komen gaat, de nutteloosheid, de herinnering aan de dood van zijn ouders, het vergaan van zijn wereld – het boek verscheen alweer een paar jaar geleden en Benedict Wells moet nog geen dertig zijn geweest toen hij de laatste hand legde aan ‘Het einde der eenzaamheid’. Hoe kan iemand op zo’n jonge leeftijd zo’n empathisch meesterwerk afleveren, ongelofelijk! En ja, dan pak je even later de NRC zoals afgelopen donderdag. Lees ik daarin een tenenkrommend jankverhaal over twee volle pagina’s met drie ontroostbare examenscholieren die door de coronamaatregelen (shit allemaal, toegegeven) hun diploma-uitreiking, gala en feestweek aan hun verwende neus voorbij zagen gaan. Een zekere Annabel van achttien vertelde ons (misschien wel zwaar aan de antidepressiva) dat ze zes jaar lang naar die diploma-uitreiking in de Grote Kerk van Gorinchem had uitgekeken. Zie je het voor je? Dat de NRC zich voor die onzin leent! Normaal gesproken zouden de jongens en meisjes met hun diploma voor een pretweek naar Portugal zijn gegaan. Daar moest een streep door. Het alternatief voor Annabel, of één van die twee andere scholieren, dat weet ik even niet meer, aan het eind van hun Latijn uiteraard, was met pa en moe mee naar Ibiza, wat de ontgoocheling en zinsbegoocheling niet kon wegnemen. Er kwam een malle psycholoog schuine streep gedragsdeskundige aan het woord en die zei dat het niet doorgaan van de diploma-uitreiking in de Grote Kerk van Gorinchem, een gala en/of een feestvakantie in Portugal wel eens kon doorwerken bij een mens en zichtbaar kon worden op latere leeftijd. Daar moesten we niet geringschattend over doen. Ik zag het al voor me. Komt er één in 2040 voor de rechter. Vraagt de advocaat om verzachtende omstandigheden omdat twintig jaar geleden de diploma-uitreiking niet was doorgegaan door een pandemie met een onzichtbare vijand. En dan de rechter die tot vrijspraak besluit. Want ja, zonder diploma-uitreiking komt menigeen vanzelf op het slechte pad. Ik schrijf zelden of nooit naar de krant. Deze keer wel. Wat een gelul vond ik dat artikel. Geen enkele kritische vraag of opmerking van de verslaggeefster. Al het geneuzel nam ze op als een inhalige spons van de Wibra. Dit had niets van doen met een goede journalistieke grondhouding. Mevrouw de verslaggeefster leed met de jongeren mee. Met de manier waarop ze de geslaagden interviewde moedigde ze alle prietpraat nog verder aan. Ik dacht nog: die kinderen weten niet waar ze over praten, als dit van die Grote Kerk in Gorinchem het ergste is wat ze in hun leven meemaken dan mogen ze God op hun blote knieën danken. Uit verveling slopen jongeren deze dagen de boel in de Haagse Schilderswijk en op het Kanaleneiland en in Overvecht in Utrecht. Misschien moeten we voor die vernielzucht ook wel begrip tonen. Dan keer je terug in het boek ‘Het einde der eenzaamheid’ en irriteer je je aan zo’n NRC met een verhaal dat niet in mijn brievenbus thuis hoorde maar in hun redactionele prullenbak. Ik kan mij me van mijn diploma-uitreiking op de hbs aan de Koningsbergerstraat in Utrecht nauwelijks meer iets herinneren. Eigenlijk helemaal niets meer. En dat terwijl ik toch een bijna fotografisch geheugen heb. Nog steeds wel, gelukkig. Het was niet de tijd dat docenten bijna vocaal klaarkwamen om in een volle aula te jubelen hoe goed we wel niet waren en hoe gezegend met onbegrensd talent. Vandaag, 15 augustus, vieren we de capitulatie, 75 jaar geleden, van de jap in onder meer voormalig Nederlands-Indië. De vlag wapperde al vroeg vanmorgen vanaf ons balkon. De overgave van Japan betekende destijds voor Ellen nog niet het einde van de oorlog en het leven achter bamboe vlechtwerk en prikkeldraad . En met honger onder de meest deplorabele, smerige omstandigheden. Bij het minste of het geringste werden de kampbewoners geslagen, want de jap sloeg graag en sloeg hard. Een ander leven dan met oorlog kende Ellen nog steeds niet toen ze vier was. Dat bleef nog even zo. Op de capitulatie van Japan en het einde van de Tweede Wereldoorlog in de Archipel volgde vrijwel meteen de Bersiap met voor de blanke Nederlanders de Indonesiërs als hun vijand en de voormalige vijand Japan als hun beschermer. Hoe vreemd kon het gaan. Het is waar wat je laatst zei over die boerenzoon die zijn puberteit in oorlogstijd beleefde. En toen in Nederland de oorlog voorbij was, moest hij voor zijn nummer naar Indië om in de kampongs te gaan vechten. Bijna tien jaar van zijn leven met oorlogsgeweld. Tien jaar oorlog. De gestolen jeugd. Zou hij ook in de krant hebben geklaagd over het gemis van een diploma-uitreiking in de Grote Kerk van Gorinchem? Zou Annabel uit de NRC vandaag naar de tv-uitzending van de jaarlijkse herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië hebben gekeken? Ik vermoed van niet. Ze zijn louter met zichzelf bezig en wij moedigen dat nog aan ook. Het boek ‘Het einde van de eenzaamheid’ van Benedict Wells durf ik haar niet eens aan te raden. Ik ga een biefburgertje voor Ellen op de plaat doen. En daarna kom ik een glaasje bij je halen. Ik zie dat het buiten nog 31 graden is. Het laatste hoofdstuk van het door jou aan mij uitgeleende boek bewaar ik tot vanavond. Dan komt er onweer, doe ik wat kaarsen aan, plaats ik Wibi weer achter de piano, of nodig ik Beethoven bij ons uit, en dan kruip ik gezellig bij Ellen in bed. Doe ik wel even haar zonnebril af. De dingen komen en gaan, lees ik alvast even stiekem op de laatste pagina bij Benedict Wells. Zijn hoofdpersoon Jules leerde dat accepteren, ook al bleef de moeder van zijn kinderen voortdurend in zijn hoofd en in zijn hart. Die tweeling van zeven, die jongen en dat meisje die hand in hand definitief afscheid van hun moeder kwamen nemen en nog heel even op haar sterfbed in het ziekenhuis naast haar kwamen liggen en haar streelden. Een vader die erbij staat en geluidloos huilt, zich omdraait en naar de gang beent. Waardoor komt het dat het leven wordt zoals het wordt? Het werd zo pijnlijk mooi opgeschreven. En ik ben blij nu te weten dat ik nog tranen heb en huilen kan.

We zijn over de helft van augustus. Het blijft warm en klam. Daar veranderen de stortbuien niets aan. Zodra de zon verschijnt stijgt de temperatuur naar tropische waarden. De lange zomeravonden worden kortere benauwde avonden. Met de kaarsen aan op verschillende plekken in de tuin. Ellen doet het wonderbaarlijk goed. Dat is in niet geringe mate ook te danken aan haar zorghofhouding. De dames verrichten onvoorstelbaar goed werk. En dan zie je laffe Kamerleden in looppas de benen nemen als er gestemd moet worden over meer geld voor de zorg aan ouderen en zieken. Het was een gênante vertoning van mensen die uit politiek eigenbelang bereid waren zichzelf niet serieus te nemen. We zullen er bij de verkiezingen rekening mee houden.

Geweldige recepten!
Lieve Ellen,
Wat een heerlijke Indische recepten staan er in je boek. Daar ga ik zeker gebruik van maken. Het ziet er erg mooi uit met schitterende foto’s van jullie tuin. Ik ben er erg blij mee. Veel dank aan Elly en Anne , dat hebben ze geweldig gedaan. Kom zaterdag even bij jullie buurten.
Groetjes van hier aan Johan en jou,
Liefs Wil

Johan