Bij het afscheid van Ellen. Terug naar De Panne

De avond valt stilaan over De Panne. Het is al laat en het is er warm. Nog steeds. Het koelt iets af, maar ook niet veel. Tropische nacht op komst. Op kamer 310 vergeten de overgordijnen goed dicht te houden. Een sauna. De kusttram vanuit Knokke naar zijn eindbestemming op enkele kilometers van de grens met Frankrijk. Je ziet met enige fantasie een schim van Duinkerken aan de overkant. Na het overlijden van Ellen voor de derde keer in de Belgische badplaats met al zijn herinneringen. Die zijn er om te koesteren. En dat worden ze ook. Rechts in de Nieuwpoortstraat het vertrouwde hotel Cajou. Waar we met Ellen onze vaste kamer hadden. En Diana aan de andere kant van de gang die van haar, een paar deuren verderop. In De Panne zal langs de vloedlijn aan zee de as van Ellen worden verstrooid. Met Diana, wie anders, natuurlijk zij, bedenker van de plek voor de as verstrooiing, en met nog enkele anderen. Een paar maar. Op de vingers van één hand te tellen. De intimiteit. De tram en zijn symboliek. De eindhalte. De tram beeldt veel uit, zo niet alles. Binnenkort arriveert de as van Ellen in De Panne waar ze ondanks haar boosaardige parkinson en lewy body meerdere verwennerij vakanties hield en ook tweemaal, spontaan toegezongen, haar verjaardag vierde. Het kende zijn beperkingen, maar toch. Aan beperkingen kun je je aanpassen. Je leert het met een beetje goeie wil vanzelf. Een gekanteld bestaan, rafelrandjes, liever: kartelrandjes, maar we haalden er het optimale uit het leven met een dubbele ziekte. Zie hieronder de terugblik. Betoverend panorama. Een greep slechts uit de vele zorgvuldig bewaarde foto’s. Ze zijn met oude blogs weer op het netvlies te plaatsen. Speels gemak. Zelf nu wederom in De Panne. Diana vannacht voor de tweede keer oma geworden, en de Koerdisch-Syrische studente Helin die op mijn huis past en er in de woonkamer en in de tuin, veeleer een park, blokt voor haar laatste tentamen van dit lopend universiteitsjaar. Ze zit er in een speciaal project geneeskunde voor vluchtelingen. We noteren zondag 17 juli 2022. Warm? Bloedheet is het er. In De Panne dus. En overal elders in Europa. We gaan vandaag aan zee in België flierefluitend de dertig graden grens over. En anders morgen en overmorgen wel. Vooruitzichten van bijna veertig. Lag al om half negen ‘s morgens als eerste op mijn bedje bij de kalmerende golven. Boek mee van Georges Simenon. De Teddybeer. Een grandioos goeie psychologische roman uit een opnieuw uitgebrachte serie bestsellers. Van ver het vrome zondagse binnenlokken geluid van de kerkklokken. Meeuwen om mij heen, meer niet. Slechts meeuwen. Krijsende meeuwen in een opgewonden duikvlucht naar wat zwerfvuil. Later een over de boulevard geüniformeerd paraderend muziekkorps op oefening. Een generale, wordt er gefluisterd. Zelfs het ongeoefend oor registreerde wat valse tonen. Maar alla. De oude hippie Jerôme beleeft in zijn fletse oranje zijden overhemd glansrijke dagen met zijn strandstoelen en parasols. Ze vliegen weg. In zijn houten hutje heeft Jerôme foto’s hangen van zijn schoolvriendinnetje en hemzelf. Ze zijn alweer zestig jaar getrouwd. Mevrouw Jerôme komt altijd na het middaguur naar het strand. Een strand vanaf het middaguur vol gebronsde huiden. ‘s Avonds na het eten voor de deur van Cajou nagenieten bij een kop koffie. En Ellen in het hoofd. In het hart, in mijn hele wezen. Het gemis blijft, ondanks alles. Het gemis een plekje geven? Het is prietpraat. Een fotocollage van De Panne, Cajou, het strand, de zaterdagmarkt en wat al niet meer. Memories. De locatie waar we Ellen naar terugbrengen. Onderweg naar de kust deze keer een tussenstop in Lochristi bij Gent en Lokeren. Lochristi? Altijd al eens daar een kijkje willen nemen vanwege de indrukwekkende naam. Lochristi, zo on-Nederlands, on-Belgisch ook. Zo reli. Lochristi was inderdaad prachtig, maar zal in de herinnering altijd verbonden blijven met het wokrestaurant aan de Antwerpse Steenweg. Zelden zo’n grote verzameling obesitas bij mekaar gezien. Het botste en het klotste. Dat we niet met z’n alles door de vloer zijn gezakt! De vrouw tegenover mij, hoe oud zal ze geweest zijn?, 35 misschien?, ouder zeker niet!, de vrouw tegenover mij had van al het wokken en de ettelijke fabrieken aan cola zo’n omvangrijk achterwerk overgehouden dat ze slechts met één bil op haar stoel paste. Haar bilnaad rustte in de stoelrand en de tweede bil lebberde en lilde er overheen. Fascinerend gezicht. Smakelijk uitzicht. Haar borsten hingen al eerder op de avond in de soep. Het verontrustte niemand. En daar waggelde ze uitgehongerd door de zaal voor andermaal een nieuw opgewekt bord aan lichaamsonderhoud. Een maagverkleining? Te laat alreeds. En waarom ook eigenlijk? Hobbelpaard, dat kennen we, maar hier betrof het meer een manege waggelpaarden. Kinderen met hoofden en buiken als door een rijwielhandelaar bewerkt met een fietspomp. Kinderen van nog geen tien. In gedachten zag ik enkele gasten met een hijskraan van hun lege bord naar een weer vol geparachuteerd (of getackeld) worden. Obesitas, o obesitas. De cola was gratis. Dus hoorde ik een ander tafeltje vlakbij kraaien: ‘Breng ons maar meteen zes blikjes per persoon, kunnen we blijven zitten.’ Lochristi, het wokrestaurant, met een gemiddeld gewicht van de gasten van zo’n 130 kilo. Gemiddeld, want sommigen versleepten wel 150 kilo en meer lillend naar een volgend bord waarop ze hun rijst en spiesjes als een bouwpakket opstapelden. Van wokken naar Cajou in De Panne, een compleet andere wereld. Van wokken met dikkerds naar De Panne met ‘He ain’t heavy, he’s my brother’ uit 1969 van de Hollies, en geschreven door Bobby Scott en Bob Russell. Vochtige ogen van ontroering. Een wereldhit en een intens terugverlangen bij Jabbeke en De Haan naar die vrouw die nog geen drie maanden geleden overleed.

Vakantie in De Panne. Zon, tropische temperaturen, een bijkans dampende zee, een naar het kookpunt gedreven strand, hotel Cajou, en heimwee. Heimwee naar die ene vrouw die mijn leven glans gaf. Flaneren over de boulevard en kuieren door de Dumontwijk met zijn stulpjes in de duinen. En het grote gemis. De leegte. Maar niet met de bedoeling dit hier uit te venten. Hier worden de voorbereidingen getroffen voor een nieuw, en zeker niet laatste, eerbetoon aan de vrouw die mij deed beseffen wat belangrijk is in het leven, en wat maar slechts half, en wat helemaal niet. Goed advies van Diana in de meest zuidelijke badplaats van België de as van Ellen naartoe te brengen. Daar zal die verstrooid worden. Na afloop een mooi diner in Cajou waarvoor Bruno en Chris hun allerbeste personeelsleden in stelling moeten brengen. Zijzelf, en gerant Ivan natuurlijk, o zeer beslist de joyeuze Ivan uit Luik, en Manu van de bediening, en ‘s morgens Bianca en Nancy voor het ontbijt. Ellen voelde zich rijk in De Panne, ze was er ook rijk met zoveel zorg om haar heen. Ze besefte het. Zelfs een rolstoel werd door Cajou geregeld in het naburige Veurne. Scheelde ons bagage in de Skoda Fabia. En om ook maar even toe te geven: voor de tweede keer een belofte aan mezelf gebroken. Beter: een afspraak met mezelf de nek omgedraaid. Namelijk te stoppen met schrijven. Kan het schrijven toch niet laten. Schrijven is blijven. Schrijven is een bron van inspiratie. Zoeken naar de juiste woorden, slijpen aan zinnen. Het vinden van bruggetjes. Het houdt de geest in werking. Het is een belangrijk onderdeel van mijn bestaan. De dag bij achttien graden ‘nog slechts’, achttien graden en de eerste zonnestralen beginnen met een wijd openstaande balkondeur en het schilderen met een penseel van woorden op het doek.

Zie die jongeman eens belangstellend kijken. Ja kerel, jouw tijd komt nog. De kus. Net klaar met het ontbijt. Op naar het strand. En weer een zomer in De Panne, konden we de klok maar terugzetten. Maar hoe velen zeggen me dit niet na. Een van de meest dierbare foto’s aller tijden.
Dineren in het restaurant van hotel Cajou. We noteren 2018. Kijk haar ogen eens helder staan. De verjaardag van Ellen, haar 76ste. Veel spanning vooraf altijd sinds de diagnose parkinson. En LB niet te vergeten. Zou Ellen de avond aankunnen? Zou het allemaal niet te vermoeiend zijn? Maar geheel in de geest van het boek dat ter gelegenheid van haar 76ste verjaardag in De Panne uitkwam: Een wonderbaarlijk ziekteproces. De boeken over Ellen lagen onder meer in de boekhandel in de belangrijkste winkelstraat van De Panne. Boekhandel De Standaard aan de Zeelaan, loodrecht op het strand. Ook hier bij De Standaard werd laatst weer eens naar haar gevraagd.
De heilige plek. De plek voor andermaal het afscheid. Het strand. Samen nog even ‘s avonds op het strand van De Panne. Diana met het fototoestel klaar voor weer zo’n onvergetelijk beeld.

Met haar gouvernante Diana naar de zaterdagmarkt in De Panne. Ook zo’n vast ritueel. Er viel zoveel te genieten en dat deden we dan ook. Van de glooiende duinwijk ook vol architectuur met Brits aandoende cottages en villa’s ontworpen door vader en zoon Dumont vlak na 1900.

In een beeld kun je duizend woorden, en meer, vangen. Met de reddingsbrigade in een rolstoel op rupsbanden voor een halfuurtje tot bijna in zee bij een temperatuur als te vergelijken met 17 juli 2022. Tropisch. Dromerige omstandigheden. Even de zilte zee. Zo anders dan wegkwijnen in een verpleeghuis met vakantiekrachten van een uitzendbureau die van toeten noch blazen weten. We hebben die treurnis meegemaakt. Het verpleeghuis waar zelfs ook uitdrogingsverschijnselen zich voordeden. ‘We dachten dat onze bewoners geen dorst hadden, o konden ze niet bij hun glas?’

De zilte zee met twee strandliefhebbers. De zee en het strand, ze blijven in de herinnering met Ellen verbonden.

Gelakte nagels. Okergele stola. Waardigheid. Presentatie. Zorg die je raakt.

****

Dag Johan! Wat een mooie indruk in je blog over de tijd die jullie in liefde in De Panne hebben meegemaakt. Herinneringen. Koester ze, maar dat hoef ik jou niet te zeggen. Ik kom een dezer dagen weer op de koffie, mits het gelegen komt. Laat maar weten wanneer het uitkomt. Groet! Jan van den Heuvel.

Johan