‘Voor mij waren de bergen mijn beste vriend.’ Op de gedenkwaardige 15e augustus een brief aan de voormalige burgemeester van Kabul

Hallo Sangin.

Geniet, en nog eens: geniet Sangin! Met volle teugen, zeggen we dan. Dank voor je vriendelijke mail vanuit Duitsland. Geniet in Freiburg van de zon en van het zwemmen met je vrienden. Doe de lieve groeten aan tante Nasima. Jullie Afghaanse familie, jullie Afghanen, jullie zijn me zo dierbaar geworden. Ik voel me erin opgenomen. En dat weet je. Ja, het gaat redelijk goed met me. Met goeie en mindere dagen. Wat zeer positief meespeelt dat is dat ik voor gezelligheid in huis, en om betekenis aan mijn leven te kunnen blijven geven, een Koerdisch-Syrische vluchtelinge, een studente van me, Helin, op kamers heb genomen. Ik beschouw het nog steeds als een goed besluit. Graag kom ik weer met Diana naar Baarn. Uiteraard. Laat ons zeker contact houden. Ik was vorige week voor enkele dagen in de Belgische badplaats De Panne. Ik herlas er op het strand DUIZEND SCHITTERENDE ZONNEN van die fantastische, in jouw Kabul geboren, schrijver Khaled Hosseini. Nu lukte het mij wél het boek, een fenomenaal epos, uit te lezen, maar niet zonder tranen. Oh nee, zeker niet nee. Ik moest deze bestseller ook herhaaldelijk even wegleggen. Het Koerdisch-Syrische meisje Helin dat mijn zolderverdieping sinds deze maand huurt had zo’n onvergetelijk indrukwekkende zin om de oorlog onder woorden te brengen waaraan ze vier jaar geleden via Libanon wist te ontsnappen. We zaten in de tuin bij een glas ijskoud water onder de parasol te praten toen ze zei: ‘VOOR MIJ WAREN DE BERGEN MIJN BESTE VRIEND.’

De bergen, de bergen ja, ze boden bescherming tegen al het onrecht en alle gevaren in de meest extreme wrede boosaardige vorm. Ze ging dagelijks met doodsverachting naar school, met gevaar voor eigen leven. Ze probeerde er in de oorlog zo onaantrekkelijk mogelijk uit te zien om aan gedwongen prostitutie te kunnen blijven ontsnappen. En dan ben je een meisje van veertien. De bergen, jouw gedachten zullen bij dat woord ongetwijfeld afdwalen naar Pammier in je geboorteland Afghanistan. Diana vertelde erover op 15 augustus drie jaar geleden waar bijgaande foto van is. Ze had het over de geuren en kleuren van haar jeugd in Afghanistan. De tuin en haar ouders. En toen de barbaarse verwoesting van alles. De rechteloosheid. En dan zeg ik maar weer eens: Wat zijn we toch ongelofelijk rijk in Nederland. En wat kunnen wij ons verschrikkelijk druk maken om trivialiteiten en meer dan dat. Wat kunnen intrinsiek verwende mensen ontsporen! Een avondklok tijdens de lock-down met Covid in ons eigen gezondheidsbelang. We sloopten Rotterdam. Die onverantwoordelijke boerenprotesten van fanatici. Dat egoïsme. Diana heeft onder de taliban met twee kleine kindertjes twee jaar lang in een kelder gezeten waar ze niet uit kon omdat er geen man was om met haar naar buiten te gaan. Diana in een boerka, de schat, ik kan het me niet voorstellen en ik begin spontaan te huilen als ik er een voorstelling van probeer te maken. Ik kan het beeld niet op mijn netvlies krijgen. Misschien ook maar beter van niet.

Ach, jou hoef ik niets te vertellen als voormalig burgemeester van Kabul. Wat is er van je stad over. De mudjahedin, de taliban, IS, Al Qaida en noem ze maar op – gespuis is het, tuig van de richel, en dat is nog vriendelijk uitgedrukt. Eén pot nat. Het zijn beesten. Vrouwen zijn nog minder waard dan een straathond. Godsdienst kan het slechtste in een mens naar boven brengen. Dat doet het ook vaak. Het kan gemakkelijk tot waanzin leiden. Ik stond vorige week de uitwerpselen van de Belgische meeuwen van mijn auto te poetsen. Kwam er een buurvrouw op de fiets langs. Vroeg ik naar haar vakantie van vijf weken Zuid-Europa. Ze raakte twintig minuten lang niet uitgesproken. Ik dacht, nou ben ik benieuwd wanneer ze vraagt hoe het nou met mij is. Welnee. Ze was uitgepraat over zichzelf en haar vakantie en liet weten dat ze er maar weer eens vandoor moest. Ik keek haar na en kneep maar extra hard in mijn spons met zeepsop. Eendimensionaal, dacht ik. Het tekent de Nederlandse oppervlakkigheid van nu, denk ik wel eens. Oogkleppen. Egoïsme, egocentrische houding. Hedonisme ook. Telefoon, kromme vinger, acute behoeftebevrediging. Dat is ons straatbeeld geworden. Altijd ergens anders willen zijn dan waar je fysiek werkelijk bent. Ziek. Of is het om je op straat tegenwoordig een houding te kunnen geven?

Enfin, Diana is eindelijk naar Hamburg, naar haar biologische moeder. Ze heeft nog steeds veel verdriet van de dood van die andere moeder van haar, de vrouw die gaandeweg als haar Nederlandse moeder ging voelen, ze mist mijn lieve Ellen nog steeds dagelijks. Wat zij hier in ons huis en daarbuiten heeft gepresteerd is formidabel, dat is hogeschoolwerk. Ze is een weekje weg en ik ben komende zaterdag blij als de week om is. Ook dat heeft met missen te maken. De boeken van Hosseini impregneren mijn ziel. Wat een intens verdrietig verhaal over het leven van Mariam bij die proleet van een Rasheed in Duizend Schitterende Zonnen. Mariam die haar leven geeft voor het leven van haar concurrente Laila en dat moet bekopen met een executie door de zieke taliban in een vol stadion met al even geestelijk gestoorden op de tribunes. Ik wil het complete oeuvre van Hosseini lezen en aan mijn privébibliotheek toevoegen. Zijn boeken reken ik tot de beste uit mijn omvangrijke verzameling.

We zijn gek hier in Nederland dat we de vluchtelingen uit Oekraïne zoveel privileges geven omdat ze uit de eigen regio komen. Hoezo eigen regio? Ik houd niet van die privileges. De onderbuik. We hebben ons laten leiden door de onderbuik. Een mens is een mens, zonder onderscheid. Afghanen en Koerdische Syriërs behoren net zo goed tot mijn leefwereld als Oekraïners die geen inburgeringsplicht hebben. Hoezo eigenlijk niet? Kreeg officieel te horen dat veel Oekraïense vluchtelingen voor mij als taaldocent onbereikbaar zijn omdat ze, als ze al de Nederlandse taal willen leren, en velen willen dat niet, onbereikbaar blijven omdat ze deze zomermaanden met vakantie naar Kiev zijn, of anders naar Malaga in Spanje. Ik zal je de verdere informatie besparen, het is knotsgek, maar hoe erg ook wat zich in Oekraïne voltrekt, want het is natuurlijk verschrikkelijk, ik haat het Nederlandse vluchtelingenbeleid van met twee maten meten. En ik kan het beeld niet van me afzetten van dat vliegtuig vorig jaar op de luchthaven van Kabul waaraan de hyperventilerende bevolking zich vastklampte om uit de handen van de gewetenloze taliban te blijven en zich in veiligheid te brengen. Ter Apel en de wereld die bezig is te vergaan. Biden heeft met Afghanistan voor mij afgedaan en tussen hem en mij komt het nooit meer goed.

Waardeloze kerel. Anders dan Trump maar geen spat beter. Biden en de rest van de westerse wereld hebben vooral de vrouwen en meisjes van Afghanistan onbeschrijfelijk veel leed bezorgd. Ook de Nederlandse regering moet zich schamen. Rutte, Kaag, die waardeloze Ank van het CDA bij Defensie toentertijd, het hele stel kreupelhout. We hadden ons nooit uit Afghanistan mogen terugtrekken ook al is het probleem daar schier onoplosbaar. Mee eens? Ik begin nu opnieuw aan DE VLIEGERAAR van Khaled Hosseini, ook een boek dat niet weg te denken valt uit de bestsellerlijsten. Terecht. Hosseini is een vakman. Hij ontroert en laat me huiveren. ‘Voor mij waren de bergen mijn grootste vriend.’ Mijn buurvrouw Annemieke had het Helin van de andere kant van de schutting horen zeggen en kwam ‘s avonds naar d’r toe met de woorden: ‘Helin, ik kreeg kippenvel toen ik je over de bergen van Noord-Syrië hoorde praten en de bescherming die ze jou als jong meisje boden.’

Vanaf het balkon hier, beste Sangin, wappert vandaag weer de Nederlandse vlag. We herdenken vandaag, zoals elk jaar op 15 augustus, het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië. In de Pacific. In de Gordel van Smaragd. Aanstaande zondag ga ik met een bevriende oud-collega van Ellen, met Wil, naar de jaarlijkse herdenking op Bronbeek bij Arnhem van de slachtoffers van de jappenkampen op Java voor vrouwen en kinderen. Voor het eerst ga ik er naartoe zonder zelfs maar Ellen thuis in bed of in de rolstoel. Voor de eerste keer sinds haar dood. Alhoewel, ze is thuis, haar as is thuis, en met die as is Ellen thuis. Ellen is voor mij niet dood. Ik draag haar met me mee, overal waar ik ben. We herdenken deze week meer dan de Nederlandse slachtoffers die er in voormalig Nederlands-Indië gevallen zijn. We denken ook aan de mensen die alle ontberingen en gevaren overleefden. Zoals Ellen die zich achter bamboe en prikkeldraad bevond van 0 tot 6 jaar oud. Ratten at ze om iets in haar maagje te hebben. Het ontroert me telkenmale als ik hieraan denk. Ik kan ook momenteel nauwelijks zonder emotie over Ellen praten, niet eigenlijk.

Jarenlang ben ik bang geweest dat Ellen me zou overleven. Wie zou er dan voor haar gaan zorgen, was mijn angst. Diana nam die angst weg. Ik wist, mocht mij iets overkomen, dan zou er altijd nog Diana voor Ellen zijn, en blijven. Diana zou geen meter van Ellen wijken. Ook zij heeft het, als gezegd, zwaar met het verlies van Ellen. Ik gun haar prachtige dagen in Hamburg. Met haar moeder, met Maria & Dirk. We denken deze week ook aan alle ándere windstreken waar onschuldige burgers door oorlogsgeweld zinloos om het leven kwamen . Ik weet van Diana al zes jaar wat oorlog met een mens kan doen. Eigenlijk wist ik het al van Ellen. Ik zie het nu ook dagelijks bij Helin, 22 nog maar. Vier jaar veilig in Nederland nog maar pas. De oorlog zit in haar, die heeft zijn sporen nagelaten. Ik verbaas me over haar veerkracht. Maar ik zie haar kwetsbaarheid. Een neefje van haar vluchtte net vier jaar oud alleen van Syrië naar Nederland. Het gaat je voorstellingsvermogen te boven. Daarvoor de vlag vanaf mijn balkon. En een wandeling straks met Helin langs een stukje Loosdrechtse Plassen. Voor haar waren de bergen in haar tienerjaren haar beste vriend. Nu hopelijk onze vrijheid, nu is die hopelijk haar beste vriend, de vrijheid waarvoor de Nederlandse vlag thans vanaf mijn balkon wappert. Allereerst voor die ene onvergetelijk vrouw, mijn echtgenote, mijn soulmate, mijn minnares. Mijn Ellen die mij dagelijks blijft ontroeren.

****  

Wat een aangrijpend blog Johan. Heel mooi geschreven en ontroerend ! Hoe laat moet ik zondag bij je zijn om ter nagedachtenis aan Ellen naar de Indië-herdenking op Bronbeek te gaan? Lieve groet Wil.

Lieve Johan!! Even niets van ons gehoord, hoe gaat het met je? Je vroeg wanneer je een dagje kon komen, geef maar aan wanneer je dat fijn vindt, dan trekken wij onze agenda’s. De Indië-herdenking, 15 augustus. De datum zit vast in mijn geheugen. Mooi blog. We hopen snel van je te horen, pas goed op jezelf! Lieve groet, John en Wietske.  💕💕

Ha Johan. Ik en mijn familie hier in Hamburg hebben je blog gelezen. Prachtig. Ik bel je. Ja, wat mis ik Ellen. Ik ben nog elke dag in mijn hoofd met haar bezig. Die foto van Ellen en mij bij deze blog, ik herinner me die zondagmiddag achterin de tuin nog heel goed. Herinneringen Johan, herinneringen. Liefs van Diana.

Good old Johan. Bijzondere week zoals je schrijft. Inderdaad, speciale week van gedenken en herdenken. Sterkte, heel veel sterkte. Deze altijd weer bijzondere week zal wel het nodige met je doen. Het is er niet van gekomen om vóór mijn vakantie nog even langs te komen, ik doe dat zodra ik terug ben uit Frankrijk. Neem ik een lekker flesje voor je mee. Beste groet, Albert.

Dag Johan. Mooie blog weer. Dankjewel. Fijn voor Diana dat ze haar moeder weer eens kan zien. Ik ben benieuwd wat Helin van de Loosdrechtse Plassen vond. Volgende week kom ik graag weer op de koffie. We spreken dat nog af. Groet! Jan van den Heuvel.

Tropisch in Nederland. Vroeg uit de veren en laat naar bed. Het Kloosterpark in De Meern en de Vecht tussen Maarssen en Breukelen. Van het leven maken wat ervan nog te maken is. Verdere uitleg nu overbodig. Dit is wel even anders dan Ter Apel en onze asielopvang daar. De grote verschillen in de wereld beginnen een steeds groter pijnpunt te worden. En wij in Nederland maar vinden dat we overal recht op hebben. Als beschaafd land laten we medemensen buiten in de stromende regen slapen. België al evenzo. En daar sta je dan te midden van de westerse rijkdom aan de Vecht.

Johan