Na vele jaren terug bij ons Hans en Grietje boshuisje met rieten dak- Ellen, ik vond het weerzien geweldig

We hadden er vrienden wonen. In Kostvlies. Een laantje met eeuwenoude bomen en daarachter boerderijen. Dat was Kostvlies. Boerderijen langs het laantje als strooigoed. Wim Sonneveld kon het hebben bedacht. Vanuit Kostvlies wandelden we langs het aardappelveld en zo verder en verder naar het stiltegebied Drouwenerzand, en zo wéér verder. In de week tussen de kerst en de jaarwisseling ontweken we de carbidbussen van de boerenzonen. Enkele beruchte plekken in Gasselte, bij dat schoolgebouw. Daar bulderde het van de carbid. Op één van die wandelingen stonden we naast het Drouwenerzand oog in oog met vier Hans en Grietje boshuisjes met rieten dak, elk op een behoorlijk perceel. Zeker behoorlijk voor Randstadbegrippen. Hemelsbreed lagen de boshuisjes helemaal niet zo ver van Kostvlies vandaan. Welnee, het was eigenlijk de provinciale weg naar Stadskanaal oversteken en tien minuten kuieren langs de voetbalvelden naar achteren. Overal boerderijen in die typisch Drentse stijl. Bij de bekendste makelaar in Gieten met bloeddrukproblemen, dat zag je zo, geïnformeerd of zo’n huisje te koop was. Niet direct maar hij kon ons op de wachtlijst plaatsen. Op nummer 1 van de wachtlijst? Voor een paar dure sigaren was er wel iets aan te doen. De makelaar had zo zijn connecties.

In de tijd dat de minder getalenteerden bij het Utrechts Nieuwsblad met veel vergaderen het wiel opnieuw gingen uitvinden over hoe er een krant moest worden gemaakt, de abonnee bepaalde wat de verslaggever schreef en niet langer de verslaggever, in die horrordagen, met zoals we nu zouden praten over grensoverschrijdend gedrag, kwam 2c van de vier Hans en Grietje boshuisjes met rieten dak in de verkoop. We waren er als de kippen bij. Kort daarna was de makelaar dood. Zoek geen verband met de wachtlijst en/of de dure sigaren van ons. Maar de makelaar ging dood. Zelf schuurden we de houten vloer van ons eerste koophuis. En we verfden die in de kleur die ze ossenbloed noemen, als ik me niet vergis. Veel ander werk werd uitbesteed. Het laat zich raden waarom. Twee linker handen. Enkele dode en halfdode metershoge dennenbomen werden vanwege instortingsgevaar gekapt door een boerenzoon uit het durp met een tractor met laadbak. Dat had die boerenzoon vaker gedaan, dat zag je zo. Er kwam een gloednieuwe keuken. Een groot raam om nog meer van het uitzicht te genieten. Eekhoorntjes plenty. Het werd een feest. We waren er altijd. Alle weekenden en de vakanties. De feestdagen zeker ook. We bleven de carbidbussen van de boerenzonen in de uitlopers van Gasselte ontwijken. ’s Morgens bij het wakker worden geen idee hoe laat het was. Zo donker, zo stil. De drukke Randstad was ver weg. De bramenstruiken dienden voor de jam.

We kochten even verderop bij de boer – Wip heette hij, kom er maar eens op – een lammetje dat, zodra het vet genoeg was, werd geslacht en waaraan Ellen steeds minder schoorvoetend meehielp. Om het te slachten, bedoel ik dus. Ik kon dat niet. Welnee zeg. Op zulke momenten maakte ik dat ik wegkwam. Eerst wekenlang aaien en knuffelen en dan slachten… Ik wist op zulke momenten niet wat er in mijn zo fijngevoelige echtgenote gevaren was. Het lammetje ging in talloze pakketjes in de vriezer. Een kleine correctie. Het slachten zelf gebeurde officieel via Wip in een slachthuis. In Hooghalen, was dat als ik me nog goed herinner. Maar daarna was het de beurt aan Ellen en onze vrienden. Lamskoteletten bij de vleet. En lamsgehakt is zeer beslist een delicatesse. We hadden zowaar een gehaktmolentje op de kop getikt. Lamsgehakt. Deden we weken en weken mee. Het arme lammetje. Wip werd met een nieuw bezoek vereerd en de vraag over enige tijd weer voor een lammetje te zorgen. Ik kreeg zo mijn eigen gedachten over het knuffelen door Ellen van lammetjes. Er kwam een broodmachine, een kleintje, we gingen zelf brood bakken. Het brood was een paar uur buitengewoon smakelijk, daarna werd het zo hard als een plank. Op vrijdagochtend ’s winters deed onze vriendin van Kostvlies de verwarming al aan zodat we eind van de middag vanuit Utrecht in een voorverwarmd paleisje kwamen met onze twee katten. Die waren overigens meestal het hele weekend de hort op in een poging elkaar af te troeven in het vangen van veldmuisjes.

De herinneringen kwamen rond Sinterklaas dit sterfjaar van Ellen weer volop naar boven. Met de moeder van mijn buurman Niels, woont er in de buurt, terug naar de plekken die in de jaren ’90 zoveel rust en dierbaarheid boden. Terug naar het Hans en Grietje boshuisje om er onbeschaamd naar binnen te gluren. De keuken stond er nog. Nog steeds die houten trap naar de zolder. Dat grote raam voor de verrekijker. Nog steeds hetzelfde zo’n beetje. Nog steeds ook op korte loopafstand die camping voor natuurliefhebbers die ook nog eens een bevestiging vormden van het broodnuchtere feit dat een mens met eenvoud en gezondheid het gelukkigst is. We hebben wat afgelopen daar. We maakten op het Drouwenerzand dikwijls een praatje met de schaapsherder en zagen zijn kudde uitgebreid worden met de geboorte van een nieuw lammetje. Stadsmensen die er achter waren gekomen dat Nederland voorbij Zwolle niet ophield, in tegendeel. Over het Drouwenerzand met een omweg naar de Spar in Gasselte voor wat boodschappen en een krantje. Naar de koopavond meermaals op vrijdag in Borger. Ik kan wel blijven vertellen.

In ons Hans en Grietje boshuisje met rieten dak zagen we Louis van Gaal met Ajax een Europa Cup 1 finale winnen. Van Gaal maakte toen aan de zijlijn nog zo’n rare sprong, het leek wel karate. Maakte Patrick Kluivert als jong jochie toen niet het enige doelpunt en was dat niet in 1995? Veel kwam er boven, terug in Gasselte en Kostvlies, veel aan schitterende herinneringen, bij het verstrooien van een gedeelte van de as van Ellen op de locatie die zeer beslist tot de mooiste jaren behoren. Dat zal zo blijven. Onvergetelijke huiselijke jaren met in de weekenden een volledig teruggetrokken bestaan. Ooit eens toen het flink had gesneeuwd lieten we ons huisje afdrukken voor de kerstkaarten. Had ik die stek nog maar, denk ik de laatste tijd net even te dikwijls.

Wat hadden we toch een geweldige bostuin daar in Gasselte! Had ik het huisje en de grond nog maar, denk ik nu wel eens. Maar het Hans en Grietje boshuisje met zijn rieten dak werd verkocht voor het koophuis van nu. En twee koophuizen, nee dat kon Bruin niet trekken. Er moest een keus worden gemaakt. Overigens werd het ook steeds drukker op de weg. We kregen een bloedhekel aan de files bij Zwolle en Hoogeveen.
Een blik op het stiltegebied van het Drouwenerzand waar we de lammetjes geboren zagen worden. Ons uitzicht destijds!

Had ik het huisje nog maar, zeg ik nu. Maar destijds was het een goede beslissing er afscheid van te nemen. Ellen verlangde na verloop van tijd ook weer naar het sociale leven met bezoek aan onder meer de uitreiking van de Zilveren Camera. En naar andere festiviteiten waarvoor ze haar nagellak en lippenstift kon blijven gebruiken… De kerstdagen en de jaarwisseling in Gasselte werden ingeruild voor Gran Canaria en de paarse en oranje bikini.

****

Wat een prachtig kerstverhaal, ik zie het voor me! Ik hou  van boshuisjes! Straks gaat je verjaardagskaart op de post, hoop dat je verjaardagskaart op tijd komt! 

Lieve groet,  John en Wietske, en tot zondag, jullie trouwdag. 💕💕