Mais! Nog maar drie toen ze alleen (!) op haar vlucht uit Syrië in Nederland arriveerde

Ze moest nog vier worden, Mais. Gevlucht uit de oorlog in Koerdisch Syrië. Op de vlucht via allerlei omwegen, vermoeienissen en onzekerheden haar ouders kwijtgeraakt. Nog geen vier jaar, en alleen in Nederland terecht gekomen. Helemaal alleen. Moet ik verder gaan? In haar broekzak een briefje met telefoonnummers en adressen van familie in Nederland. Drie jaar geleden middenin de nacht de bel bij de ouders van Helin op de Veluwe. Medewerkers van een hulporganisatie die een bundeltje kleren afleverden met daarin een heel klein frêle meisje: Mais. Een ‘postpakket’. ‘Dit zou weleens Uw kleindochtertje kunnen zijn.’ En het wás inderdaad het kleinkind van de verbijsterde en huilende opa en oma, de ouders van Helin. Op de arm van medewerkers van een hulporganisatie het nichtje van Helin en haar zussen en broers. Iedereen verdrong zich rond de vondeling. De ‘postbezorgers van DHL’ sloten de deur. De vondeling vocht tegen de slaap. Het keek beteuterd naar al die onbekende gezichten. Het keek maar zag niet. Het is als een kerstvertelling.

De ouders van Mais, oudere zus en zwager van Helin, waren op hun vlucht via omzwervingen als onder meer Bulgarije en Griekenland hun dochtertje in alle hectiek met improvisaties verloren. Er is geen voorstelling van te maken. De zus van Helin wil er nog steeds niet over praten, met niemand niet, te traumatisch. Tragiek in alle toonsoorten. Maar heeft het woord tragiek bij ons in rijk Nederland niet onder inflatie geleden? Bestaat hier eigenlijk wel een woord voor dat de lading goed dekt? Wellicht niet nee. Een groep vluchtelingen ontfermde zich over het kleine meisje en nam de dreumes mee naar Schiphol. Het briefje in de broekzak van de peuter, dat opgevouwen briefje, als dát er eens niet was geweest! Middenin de nacht: ‘Dit zou wel eens Uw kleindochtertje kunnen zijn.’ Hoeveel emotionele littekens kan een mens aan?!

Heel lang zei Mais op de Veluwe geen stom woord. Maanden en maanden ging dat zo. Ze keek alleen maar heel verdrietig voor zich uit. Eten wilde ze aanvankelijk niet. Haar ouders strandden in Griekenland, en niet voor even maar voor heel lang. Maanden en maanden gingen voorbij. Het werd een jaar en meer dan een jaar, bijna twee. Ogen van Mais die dof stonden. Opa en oma regelden alles voor het meisje dat ze alleen nog maar van Syrië kenden als pas geboren baby. Mais ging op de Veluwe naar school. Ze kreeg er een bijzondere behandeling van een heel bijzondere juf. De aanpassingsproblemen waren gigantisch. Geduld, alles draaide om geduld. Je kunt een kind uit de oorlog halen, zei Helin me eens, maar ook een oorlog uit het kind? Kun je de oorlog en het kwijtraken van haar ouders uit het kind halen? Wat ging er in deze peuter om?

Helin had me al eens eerder over Mais verteld. Maar gisteren, bij het ophalen van Helin na de kerstvakantie met haar familie, zat de inmiddels net 7 geworden Mais (Boogschuttertje) bijna een uur lang op de bank naast me en praatte honderd uit. Mijn hand rustte op haar schouder en een glimlach kruiste de mijne. Was dit het meisje over wie je een dik boek zou kunnen schrijven? Ja, dit was ze. Dit was ze echt. Vlechtjes. Bruine knikkers van ogen. Heel sociaal. Assertief ook. Goedlachs. Zo vertrouwd. Bewondering, diepe, ja zeer diepe bewondering voor de ouders van Helin die het kind twee jaar lang opvoedden en een bestemming in het leven gaven. Geduld, alles draaide om geduld. Twee stapjes naar voren en weer één achteruit. Twee stapjes naar voren en drie achteruit. NOAD, nooit opgeven altijd doorgaan.

‘Johan, we gaan toch naar de dierentuin? Dat heb je beloofd. Met mijn tante Helin hè? En met oma. Maar opa toch ook?! Gaan we morgen al? Want maandag moet ik weer naar school.’ Vloeiend Nederlands. Zachte stem. Rollende r. Af en toe zwaaien en ondertussen haar broertje van negen maanden in de gaten houden. Ze geeft in de tuin een demonstratie trampolinespringen.

Oh lieve Ellen, mijn onvergetelijk soulmate, liefste van me die ik nog elke dag mis, voor wie ik doorga alleen al om haar niet teleur te stellen, Ellen hier had je bij geweest moeten zijn. Zulke poppies had jij vroeger in de klas. Ik had altijd verschrikkelijk mooi werk. Ik had een gulzig vak zelfs. Altijd meer, meer, en nog eens meer. Het slokte je op. Maar dat van jou, Ellen, dat mocht er helemaal zijn. Jij gaf pas echt. Mais, de kaartjes voor de dierentuin in Amersfoort worden vandaag nog besteld hoor! Welke dieren wilden ze het liefst zien? Oh ja, de papegaaien en de tijgers. ‘Zijn er ook leeuwen in de dierentuin, Johan?’

Nog een vleugje van het kasteel De Haar.

Ach ja, de herinnering blijft aan een oudejaarsavond die ik met open vizier in ging, die met al dat heerlijke eten en drinken mijn dood had kunnen worden, en die me nu al heeft doen besluiten over een jaar voor de oudejaarsavond bij Cajou in De Panne bij te tekenen. Het plaatje met kreeft, oesters, krab, zalm en garnalen uit de vorige blog betrof in Cajou nog maar de ‘eenvoudige’ entree naar een culinaire, en ook in andere opzichten, gestoffeerde avond of zo men liever wil: een hoogmis. Of we later op de avond met de ganzenlever een beetje haast wilden maken, want in België mocht vanaf 1 januari geen ganzenlever meer in de restaurants geserveerd worden. We maakten haast en keken op de klok. De wijzers gingen verraderlijk snel naar twaalf uur. Plezierige avond met mijn tot oudejaarsavond nog onbekende tafelgenoot, de apotheker uit Brugge. Na de burgemeester van Veurne dan nu de apotheker van Brugge. Een avond zonder de zorg van de mantelzorg, maar als ik dan tóch had mogen kiezen…

Er valt vaak niet te kiezen. Ja, wel of geen hond. Daar kun je nog voor kiezen. En bij wél een hond, wat voor één. Een fatsoenlijke of een hond die je linkt aan een psycholoog. Een pekinees, moet meteen aan een pekinees denken. Zo’n afschuwelijke pekinees. In Nederland kun je ze zelfs thuis laten bezorgen. Met DHL. Dat kost dertig euro, meldt internet. Meer dan ooit leken er met deze jaarwisseling van die afschuwelijk kleine Franse hondjes in De Panne te bivakkeren. Van die schel keffende eenkennige onderdeurtjes. Aandoenlijk beeld die kleine hondjes in een overkapte kinderwagen . Want het regende. Het miezerde! Een brok in mijn keel. Geen peuter in de kinderwagen maar één of twee van die Franse…. En nu volgt een heel ‘vies’ woord. Sorry, dit woord is niet van mij, zo druk ik mij niet graag uit, in de regel niet nee, maar zo noemde Ellen dat griezelige speelgoedhondengrut altijd. Ze had er een bloedhekel aan. Er was een opvallende overeenkomst tussen de eigenaren. Gepoederde muisjes in De Panne met een alpinopetje boven een permanentje. Ze frequenteerden de traiteur. Zelfs heel af en toe een half zachte man met een hondje (met oorbellen !!!) in een kinderwagen gesignaleerd. Het kon niet erger. Dacht er zelf een rammelaar bij. Natuurlijk wagen de uitgehongerde Afrikanen met duizenden tegelijk op wiebelbootjes hun leven om via Spanje of Italië in Frankrijk en België naar die hondjes als toeristische attractie te komen kijken. En ja, en dan dat kleine dwergpekineesje in een kinderwagen in De Panne ter hoogte van de Casa met een bepluimd mutsje op en een truitje over het ruggetje met daarop de kerstman . Zo schattig. Zo liefdevol van de ouders van het pekineesje. Zo Joling. Het ding knabbelde op een zuurtje. Het ontroerde me met het boek Zarifa Ghafari uit Afghanistan onder de arm. Zarifa, weet U nog, die de International Woman of Courage Award won en tal van andere onderscheidingen kreeg uitgereikt onder zware politiebewaking. Ach lees dit boek en elke bezitter van een pekinees werkt op de lachspieren. Joling ook.

Leve de pekinees. Kan niet wachten om ze in De Panne weer te zien. Liefst in kerstuitmonstering. Of als paasei strakjes. Of met een strandhoedje. En in bikini. Welja. Ik zou er Joling wel eens over willen horen. De lieverd huilt nog dagelijks om zijn overleden moeder die 92 of zo mocht worden. Hoeveel kan een mens van zijn mamma houden. En dat cultiveren. Afgezien van mezelf en de Wit-Russen aan de overkant rukte iedereen hier meteen op 2 januari de kerstverlichting van de bomen. Of van de muur. Of de balustrade. Zo jammer. Rijd maar eens van De Bilt naar Zeist. Of omgekeerd. In alle tuinen nog volop kerstversiering. Rijd maar eens door Laren en Blaricum. Eén groot lichtjesfeest, nog steeds. Straks steek ik hier iedereen de ogen uit als het sneeuwt en mijn balkon associaties oproept met Oostenrijk en de wintersport. Dat wordt een ansichtkaart. Hoorde op de radio dat in tal van gemeenten de aanvankelijk trotse bezitters van een kerstboom niet eens de moeite namen om het ding van zijn piek en ballen te ontdoen. Nog volledig aangeklede kerstbomen aan de stoeprand. We jakkeren, we jagen, we hebben haast en zijn alweer met de paaseieren bezig. De gemeentereiniging spreekt alweer van een nieuwe trend. Uit Hoofddorp meldde Jan van Ewijk dat bij hem op oudejaarsdag het vuurwerk al ’s middags om drie uur begon en pas tegen tweeën ’s nachts ophield. Niet veel later want het was in Hoofddorp überhaupt verboden om particulier vuurwerk af te steken. Het waren bulderende bommen en granaten en Van Ewijk waande zich in Oekraïne, een land dat hij voor de oorlog graag met een bezoek vereerde.

En wat moest ik lachen om de mevrouw aan de kassa bij de Plus tegen wie ik op 2 januari zei dat het zo lekker rustig in de winkel was.

De kassière is een bekende van me en priemde haar wijsvinger in mijn richting: ‘Weet jij wat wij hier in de winkel op nieuwjaarsdag in alle vroegte meemaakten?’

‘Nee, geen flauw idee, want toen zat ik in De Panne?’

‘De Panne, waar is dat in godsnaam. Wat moest je daar?’

‘Ik wilde onder mensen zijn met een Bourgondische inslag. Geen spruitjesgeur. En het vuurwerk met kanonskogels ontvluchten waar ze in De Panne, Veurne, Ieper en Nieuwpoort sinds de Eerste Wereldoorlog tabak van hebben. Wat maakte je mee op nieuwjaarsdag, want dat wilde je me toch vertellen?!’

‘Nou, we gingen nieuwjaarsdag om 9 uur ’s morgen weer open. Middenin de nacht voor mijn gevoel. Hele drommen maffe mensen liepen elkaar zowat onder de voet en vlogen naar binnen de winkel in. Een cabaretvoorstelling. En maar rennen met hun karretje. Kwamen er twee van die uitgehongerde doorzonvrouwen naar me toe met de vraag waarom we pas om 9 uur waren opengegaan en niet om 8 uur. Want dat was anders ook altijd zo. Bij hun was de koelkast alweer leeg. Ik dacht: het eten nu alweer op? Ik keek in de winkelwagentjes van die twee en was rijp voor een ambulance. Alles in die karretjes weer hoog opgestapeld aan diepvries bitterballen, stokbrood, paté, flessen wijn, treetjes bier, chips, gevulde koeken, chocolaatjes en verzin het allemaal verder maar. Nieuwjaarsdag negen uur. Een normaal mens ligt net op bed. Of we al aan het afprijzen van de kerst- en oudjaars levensmiddelen waren toegekomen?! Ze bedoelden de wildgerechten in champignonsaus. Nee, we waren er niet ’s nachts voor in de Plus gebleven. Of we volgend jaar op nieuwjaarsdag om 8 uur wilden opengaan. Ik zal het doorgeven, zei ik.’

Ze nam een tabletje tegen brandend maagzuur. De kassière is volgend jaar met Oud & Nieuw vrij. Heeft ze nu al geregeld.

Ach arm Nederland. Het tekent het hedonisme. Ze knikte met haar blonde hoofdje., de kassière. het kakelde mee over arm Nederland . Verschrikkelijk zielig en kneuterig Nederland. Geen tijd te verliezen om op 2 januari weer de kerstversiering van de muur te rukken. Wachten nu op sneeuw en een wintersport tafereel. Land met een nieuwe directeur betaald voetbal die in nota bene Qatar schijnt te wonen en wiens tatoeages boven zijn overhemd uit komen. Maar liever serieuzer nieuws dan de KNVB: Internist en hoogleraar geneeskunde Marcel Levi deed met kerst weekenddienst in het ziekenhuis en het was er ‘Oud en Koud’, zoals hij schreef. Hij behandelde meerdere ouderen die met extreem lage lichaamstemperatuur meer dood dan levend door buren of familie op de vloer van hun woning waren aangetroffen en in allerijl naar het ziekenhuis moesten worden gebracht. De energierekening die deze ouderen dachten niet meer te kunnen betalen – de kachel maar alvast op twaalf graden. In het steenrijke maar o zo liberale Nederland, beet de bewogen Levi de regering in zijn column toe, vinden we het kennelijk al heel normaal dat ouderen met kerst onderkoeld op de vloer van hun huis liggen. De tegenstelling tussen onderkoelde bejaarden en de energiemaatschappijen die er meer dan warmpjes bijzitten. We hebben geen verzorgingshuizen meer zoals vroeger. De verpleeghuizen hebben geen personeel. En het weinige personeel dat er nog is vergadert en als het personeel niet vergadert zit het wel in overleg. Waarover? God mag het weten. Het neoliberale VVD- en CDA-denken heeft ons volledig gedemoraliseerd. Nu maar hopen dat die twee partijen bij de komende verkiezingen hun trekken thuis krijgen.

De weg werd in de Nederlandse gezondheidswereld geplaveid voor cowboys. Weet er alles van door mijn jarenlange mantelzorg. Ze pikten graag je persoonsgebonden budget in, reden in dure auto’s rond, gingen achter een bureau zitten van kapitale panden en verplaatsten paperclips en stuurden over het algemeen heel middelmatige verzorgenden op je af. Die ene, die ene uit Afghanistan, die was de uitzondering. Ach arm Nederland ja. Je wordt vanzelf een mopperende oude man. De politieke regie ontbreekt. Er zijn geen gezagdragers met gezag meer. Nederland: burgemeesters die het vuurwerk verbieden dat in hun stad overal open en bloot te koop is. Het is eigenlijk om je een rotje te lachen. Een openbaar bestuur dat keihard middenin zijn gezicht wordt uitgelachen. Wetshandhavers die niet handhaven omdat er geen beginnen aan is. Hulpdiensten die werken met gevaar voor eigen leven. Die zijn al blij als ze weer heelhuids thuiskomen. Wat zei de apotheker van Brugge ook alweer? Hij had even moeten slikken toen Bruno hem vertelde dat een Nederlander zijn tafelgenoot op oudejaarsavond in Cajou zou zijn. De apotheker hield immers van goede manieren. Het was met het neoliberalisme niet veel beter dan in Nederland, maar Nederlanders konden zo grof zijn en ongemanierd. Hij bezat een appartement in Benidorm en schaamde zich maar al te vaak voor de mensheid. Vooral voor Nederlanders. Broodje Dobben was nog tot daar aan toe, maar het volk dat achter Broodje Dobber schuilging!

Even later brak hij met veel lawaai en weinig decorum de steel van zijn lepel in een poging een krab van zijn stugge omhulsel te ontdoen. Of ik ook niet zo’n lekkere krab wilde uitproberen? Nee, in dat geram met een lepel waren Nederlanders niet zo bedreven. Ik kon hem oudejaarsavond nog niet vertellen dat de volgende dag om negen uur alweer de Plus in mijn woonstede volstroomde met overspannen koopjesjagers op zoek naar kant en klare afgeprijsde krab, tot deernisvolle ergernis van een het blonde hoofdje.

Een tweede anekdote om het jaar maar luchtig en goedgemutst mee te beginnen.


Helin op kerstavond. ‘Johan, je moet een dokter bellen, want met die griep van jou loopt de temperatuur op naar bijna meer dan 39 graden. Je bent de jongste niet meer.’

‘Schei nou uit, Helin, ik bel helemaal geen dokter. Hij ziet me aankomen. Dat bellen is voor mensen die bijna dood gaan.’

‘En toch wil ik dat je belt. Doe dat nou alsjeblieft’.

‘Nee, Helin, ik bel niet.’

‘Dan bel ik de weekenddokter, maar wie zeg ik dan dat ik ben? Ben ik je kamerhuurster, je huisgenote, je studente Nederlands, wat moet ik zeggen?’

‘Als je niet belt dan hoef je je daar ook niet druk om te maken.’

‘Ik bel wel.’ Ze drukt weer die thermometer tegen mijn voorhoofd. En nog eens checken in mijn hals.

‘Nou, als je per se wilt bellen, zeg dan maar dat ik je opa ben.’

Ze giechelt en ze grinnikt. ‘Die doen we, die is leuk.’

‘Dokter, mijn opa heeft 39.7 en ik maak me zorgen. Wat zegt U? Ik zal het opa vragen.’

‘De dokter vraagt naar je BSN, je nummer.’

‘Dokter, mijn opa zegt dat hij daar zijn bed niet voor uit komt.’

Ze houdt de gsm tegen haar rug. ‘De dokter zegt dat hij je groot gelijk geeft. Hij moet dat vragen, maar hij vindt het zelf ook onzin. Je geboortedatum is voldoende.’

‘Ja dokter, mijn opa is 72. Hij is al 72. Hij is heel eigenwijs ja. Ik zal hem zeggen wat hij moet doen. Paracetamol en thee, hij mag dus vier paracetamols per dag. Kamillethee. Ik geef het door. U wilt opa zelf spreken? Ik geef hem wel even.’

‘Ja dokter, zegt U het maar, ik luister.’

‘Wij doen weekenddienst om gebeld te worden hoor. Ik doe liever iets nuttigs op kerstavond dan duimen draaien. Het was heel verstandig van Uw kleindochter om te bellen. U mag trots op haar zijn. Begin meteen met twee paracetamols en nee, zoals U vertelde, glühwein is niet de beste remedie om van die koorts af te komen. Uw kleindochter is verstandiger.’

****


Hallo Johan !

Net je blog gelezen: ontroerend en hartverscheurend. Iets bekend over de ouders van Mais? En in Het Parool een artikel over een boek dat volgende maand uitkomt over de gouden jaren van Parool-Sport die jij als lid van de sportredactie hebt meegemaakt in de jaren zeventig en begin tachtig. Begrijp ik goed dat er ook een bijdrage van jou in zit? Wanneer laten we de horeca weer eens wat aan ons verdienen?

Groet,

Jan van Ewijk.

Groet van mij ook voor Helin, en natuurlijk ook Diana.

****

Oh Johan, wat een verhaal over Mais. Mijn hart breekt. Ja, dit is vluchten hè, ontroerend wat ik las, potverdorie nog aan toe zeg!

Jan van den Heuvel.

****

Ha Johan,


Wat een verhaal weer, van Helin, één van de talloze vluchtelingenverhalen. En dan zijn er altijd weer zowel aardige als kwaadaardige mensen op hun pad. Heel goed dat jij haar van die kamerverhuurders hebt bevrijd. Die zullen helaas wel weer een ander slachtoffer hebben gevonden. Ja, als de kassa maar rinkelt, gatverdegatver. En wat mooi dat Helin Ellen nog heeft gekend, dat moet voor jou in ieder opzicht heel prettig zijn!

En nu zat je weer in De Panne, dapper dat je dat aan durft. Ik weet niet waarom, maar het lijkt mij nu dubbel moeilijk. Laten we hopen dat de apotheker uit Brugge een aangenaam soort tafelgenoot was, niet van het klaaglijke type, maar iemand om mee te praten en naar te luisteren.

De dag dat jij mailde, waren wij bij het testcentrum in de RAI. En ja hoor, na bijna drie jaar voorzichtig zijn hadden we dan toch ook corona. Niks geen oud en nieuw bij vrienden aan de Waal, afspraken afgezegd en in zelfisolatie - wat een idioot woord - met een volle ijskast, een klein beetje alcohol, paracetamol, een stapel boeken en elkaar. Dat laatste was natuurlijk het beste, dat hoef ik jou niet uit te leggen.

We waren een beetje van de wereld, maar af en toe kun je die ook goed missen. Overigens kwam het ellendige wereldnieuws via de televisie wel binnen. Gisteren hebben we ons beter verklaard en het isolement beëindigd.

Johan, veel nieuws heb ik nog niet te zenden, ik laat het hierbij! O ja, jij hebt het over je bijna bonus kleindochter, wij hebben een soort bonus kleinzoontje van 7, kleinkind van mijn alweer vijf jaar geleden overleden zus. Andere keer vertel ik wel eens wat aardige anekdotes!

Hartelijk gegroet,

Jeannette

Hallo Johan,

Wat een hartverscheurend verhaal van Mais en wonderbaarlijk dat ze zich zo goed hersteld heeft. Een prachtig kind nu dat zich helemaal thuis voelt in Nederland. Met ontroering gelezen je blog.

Lieve groet, Wil.

****

Hi Johan, ijskoude handen en kippenveld kreeg ik toen ik het verhaal van Mais las. Het is zó herkenbaar. Op zo’n vlucht uit de oorlog kan je alles overkomen, het is allemaal ongewis. Tot morgen!

Liefs Diana.

****

Lieve Johan!

Dank voor je prachtige blog. Wat een mooi verhaal over Mais zeg! Ik heb het gelezen in mijn bed, griep, en was diep ontroerd! Je kunt je zoiets nauwelijks voorstellen en dat alles dan “ goedkomt” bij de ouders van Henin, het is werkelijk een wonder! Zo is de cirkel rond voor dit lieve meisje Mais.

Tot gauw weer, Wietske, en ook John.

****

Ha Johan, dat is een indrukwekkend verhaal! Wat een levenskracht heeft die hele familie als je zo een paar van hun overleversverhalen hoort. En dat de kleine Mais nu zo opgewekt en zo te horen ongestoord door het leven gaat, is natuurlijk het allermooiste.  Laat ze alsjeblieft niet ineens over een x aantal jaren toch vreselijke last van die traumatische gebeurtenissen krijgen.

Gek genoeg zag ik net jl donderdagavond op NPO 2 een heel goede BBC documentaire samengesteld uit filmpjes die een aantal vrouwen op hun mobieltjes maakten tijdens  de belegering van Mariupol, o a in het ziekenhuis. Heel sterke  overlevers ook. Een van hen had het telefoonnummer van haar moeder in de jaszak van haar kind gestopt, voor het geval het zoek zou raken. Was gelukkig niet nodig, maar je beseft ineens hoeveel mensen in uiterste nood weer tot zulke klassieke methodes grijpen.

Ja, wat zal je Ellen dan extra missen, als je zo’n meisje tegenkomt en haar op een ontspannen manier tot steun wilt zijn… Je hebt denk ik heel veel van Ellen geleerd als het gaat over kinderleed en hoe met kinderen om te gaan. Dat besef je toch wel hè?!

En natuurlijk gaan jullie naar de dierentuin met de hele familie!

Houd je goed, Johan, hartelijke gegroet,

Jeannette.

****