Nog even bukte ze voor een handvol aarde van het getormenteerde en verweesde Kabul

De buik van het vliegtuig stond wijd open, het felle licht priemde het donker in. Een rij stille mensen schuifelde vooruit over de startbaan van Kabul. We noteren de zomer van 2021. Mijn verloofde Bashir gaf me een zacht rukje aan mijn hand. ‘Kom, we moeten gaan.’ Ik stond daar als aan de grond genageld. Ik probeerde mijn voet op te tillen en het verdoofde gevoel van me af te schudden, maar kon me niet verroeren. Ik wilde ontzettend graag die laatste momenten, voordat ik in Kabul aan boord ging, vasthouden en bukte me om een handvol aarde op te scheppen, die ik vervolgens in een slip van mijn hoofddoek knoopte. ‘Kom nou.’ Een nieuw salvo geweervuur – staccato, indringend – barstte los achter de omheining van het vliegveld: tadadadada. Lichtspoorkogels tekenden als dansende vuurvliegjes een boog onder het licht van de sterren.

Bashir trok weer aan mijn hand, harder nu. Ik schoot met een schok vooruit en sloot me aan bij de rij die het vliegtuig in ging. Binnen lieten we ons op de vloer zakken. Om ons heen zagen we uitdrukkingsloze gezichten en vochtige ogen, we werden ondergedompeld in het zachte gegons van lieve woordjes dat onderdrukte snikken overstemde. Uit vuile rugzakken kwamen aandenkens tevoorschijn. Schooldiploma’s. Babyschoentjes. Mijn verlovingsfoto’s. Ik zag een gelukkige vrouw die ik nauwelijks nog herkende. Het was heel onrechtvaardig. Voor mijn moeder, voor wie dit gewoon het zoveelste verlies was in een leven vol verliezen. Voor mijn broers en zussen, die altijd hadden gehoord dat ze een beter Afghanistan zouden erven. Voor de andere families die dagen en dagen bij het vliegveld hadden gestaan. Voor de radeloze achterblijvers natuurlijk ook, zij zeker ook, zij al helemaal.

In de laatste ogenblikken dat ik in mijn vaderland was, zong ik een lied over ballingschap.

Mijn land

Zo uitgeput van kwellingen

Mijn land

Verlangend zonder remedie en dus hoop

Mijn land.

Als iemand die gelaten afwacht

Mijn land

Als een woestijn vol zand

Mijn land

Als een treurend hart

Mijn land.

Ze zong. De tranen hoefden niet te komen, ze waren er al. Het land van haar vader. Aan het woord een imponerende jonge vrouw van nog geen dertig jaar. Ze omschrijft zichzelf als een prettig obsessief ambitieuze vrouw die niet wilde accepteren dat Afghanistan in de goot belandde, maar nu moet toegeven dat het toch de goot is geworden van waaruit geen terugkeer meer mogelijk lijkt. Biden, de westerse wereld, Nederlandse politici ook, het drama, de gewetenloosheid en de herinnering die niet alleen Rutte op gewenste momenten in de steek laat. Men heeft alleen maar herinnering aan zijn eigen heldendaden. Misschien wel omdat die zo gering zijn. Het land van haar vader. Haar moedige vader die zijn dochter liet studeren, zelfs liet studeren aan een universiteit in India. Die zijn dochter burgemeester liet worden van een aartsconservatieve provincie niet ver van de hoofdstad Kabul. Haar vader die zijn voetje voor voetje veroverde inzicht op gelijkwaardigheid tussen man en vrouw had moeten bekopen met zijn leven. Op straat, ja voor de deur van zijn huis en gezien door één van zijn kinderen, vermoord met kogels uit een kalasjnikov van de ontaarde Taliban. De moord werd nooit opgelost. Er werd zelfs geen moeite gedaan. De herinnering aan het geboorteland via een paar zandkorrels, haastig meegenomen naar de startbaan van de luchthaven van Kabul. De exodus van talent, de diaspora.

Het boek van Zarifa Ghafari grijpt je naar de strot. De jongste vrouwelijke burgemeester ooit in Afghanistan schrijft in Zarifa naar een adembenemende apotheose toe welk indringend slotakkoord de lezer niet meer loslaat. Ze schildert verderop in het boek als met penseelstreken op het doek de val van Kabul in de zomer van 2021 en ik zie nog Diana toen huilend hier thuis voor de tv zitten naast het bed van ons aller Ellen. De geschiedenis had zich herhaald in het land waar ook zij, Diana, net als Zarifa Ghafari , geboren was en ook zij, de o zo dappere Diana, net als de vrouwenrechtenactiviste, haar vader begraven wist. Ook zij zal het graf van haar vader nooit meer in haar leven gevaarloos kunnen bezoeken. Ze zou het lot tarten. Hoe mooi trouwens kan taal zijn. Proza zowel als poëzie. Hoe mooi is het te penselen met woorden die zinnen worden en die aansluiten op de vorige. Het boek van Zarifa is schitterend geschreven. Heel veel emotie, maar niet de emotie om de emotie, ik denk aan onze opdringerige talkshows, aan de blabla, aan Jinek en Beau, nee het is de taal, het geschreven woord over de geschiedenis en over hoe onze generatie de geschiedenis in gaat.

Zarifa Ghafari behoorde tot de vluchtelingen op de luchthaven van Kabul na alle politieke opportunistische lafhartigheid van de vrije rijke westerse nepwereld voor welke wij westerlingen ons diep, maar dan ook kraterdiep zouden moeten schamen. We zijn niet eens bestand tegen een avondklok omwille van onze eigen gezondheid met de coronapandemie. We vernielen Rotterdam omdat we in onze vrijheid zijn beknot. We brengen idioten voort als die mislukte dansleraar Engel. En het complotgenie op wiens naam ik gelukkig al niet meer kom. De rommelende rommelige defensieminister van Duitsland wier wartaal met een idiote kerstboodschap deze dagen terecht met beschamend ontslag werd bestraft. Soms kunnen we het nog. De autobiografie van Zarifa Ghafari is een regelrechte aanrader voor eenieder die onze planeet niet meer kan begrijpen en dat ook niet eens meer wil. De wereld zit vol Poetins. Medeschuldig aan barbarij. We vergaderen. We vergaderen maar al te graag. We vergaderen om ons gebrek aan talent, en het gemis aan dadendrang, te verdoezelen. Onze intrinsieke geopolitieke lafheid die honderdduizenden levens kost. De wereld van de weggebonjourde defensieminister van Duitland? Vol interessante ontmoetingen als een spannend jongensboek als we de maffe Duitse nu ex-minister Lambrecht mogen geloven. Maar hopelijk zijn er nog genoeg die dat niét doen.

Afgelopen zaterdag op uitnodiging op een ceremonie van de familie en vrienden van Diana. Er was een toespraak van de bevlogen oom Sangin, ooit burgemeester van Kabul in tijden dat bijvoorbeeld meisjes ook nog naar de universiteit konden. En dat je voor gek liep in een boerka, als achterlijk. Er was muziek. Er was eten. Veel te veel eten. Genoeg overheerlijke Afghaanse gerechten wat Diana ertoe bracht twee schalen in het vooruitzicht te stellen om mee te nemen naar huis. Om er ook Helin mee te verrassen en te verwennen. De veertig dagen rouw om het verlies van tante Lativa uit Baarn waren verstreken. Om mij heen stijlvolle mensen, kosmopolieten, die vanuit Afghanistan een veilig heenkomen hadden gezocht, en weten te vinden, in een eerdere shift toen de Taliban aan de macht kwamen. We spreken over de eind jaren negentig en de eeuwwisseling. Aan ons tafeltje bij de herdenking van de zus van de vader van Diana kwamen we ook te spreken over Zarifa Ghafari. De duim ging omhoog. Meer duimen gingen omhoog. Een vrouw die zich tegen de tradities en de stroom in omhoog had gewerkt in de vrouwonvriendelijke Afghaanse cultuur van irrationele achterstelling met misbruik bij de uitleg van de koran.

Schrijfster Zarifa van het gelijknamige boek keerde met internationale bescherming (Angela Merkel onder meer) en veiligheidsbeloften van de Taliban nog voor een paar dagen vanuit Duitsland terug in Kabul. Om er met knikkende knieën en koude rillingen de bouwstenen aan te dragen voor een hulporganisatie voor vrouwen. Ze organiseerde inzamelingsacties, onder meer voor een straatarme jonge weduwe die voor tweeduizend dollar haar jongste dochter van dertien wilde verkopen om de andere drie kinderen te eten te kunnen geven. Het meisje van dertien hoefde niet verkocht te worden aan wildvreemden met welke plannen die ook met het meisje zouden kunnen hebben gehad. De BBC riep Zarifa Ghafari uit tot een van de honderd meest inspirerende en invloedrijke vrouwen ter wereld. Ze ontving tal van onderscheidingen. Ze overleefde zes aanslagen op haar leven. Bij één ervan stond een deel van haar lichaam in brand. Haar kleren zaten vast aan de huid. In Duitsland, waar ze nu woont, staat ze onder permanente politiebewaking.

Het boek is een must to read. Absoluut. Nog even bukte deze dappere vrouw voor een handvol aarde van het getormenteerde en verweesde Kabul. Het is meer dan een aanrader, veel meer zelfs. Zoals ook ‘De zussen van Kobani’ waarschijnlijk eveneens aangestipt en gearceerd gaat worden als indringend, ingrijpend en meer dan een aanrader. Gelukkig worden er nog juweeltjes van boeken geschreven. ‘De zussen van Kobani’ is het verhaal over de kracht, de moed en de zelfopoffering, gebaseerd op waargebeurde feiten, van vrouwen die in Koerdisch Syrië het hart van de defensie vormen in de strijd tegen rivaliserende terroristen en terreurorganisaties, tegen het ultieme kwaad dat van meerdere kanten komt. De internationale gemeenschap keek toe. We geven een wereld door aan volgende generaties waarin niet meer te leven valt. Niet moeilijk te raden wie me op de inhoud van dát boek met heel zijn achtergronden gewezen heeft. Ze zat er zelf even voor in de gevangenis.

Het boek ZARIFA vloog bij de boekhandel in De Panne rond de jaarwisseling de deur uit. En terecht. Schitterend geschreven biografie/ autobiografie van een heldin. Hoogst actuele tekst in een wereld die van de wereld is. Een rijke aanvulling van de bibliotheek. De NPO (televisie) begint op 2 op de zondagavond intussen aan de vierdelige serie over Kabul.