Zelfs de Holocaust afdoen als een fabeltje, laat staan Kobani. Hoe erg het met ons is gesteld!

Welke woorden moet je nog kiezen als uit representatief internationaal onderzoek blijkt dat van de Nederlanders na 1980 geboren een kwart niet in de Holocaust gelooft en die afdoet als een mythe ?! De Holocaust inderdaad afdoet als een verzinsel !!! Er zijn domweg geen woorden voor. Mogen we hier even heel diep ademhalen ?! Ruim 23 procent van de Nederlanders tot veertig jaar is van mening dat de uitroeiing van de Joden in de Tweede Wereldoorlog, en in de aanloop ervan, niet is gebaseerd op waargebeurde feiten en kortom niet heeft plaatsgevonden. Claims Conference komt met méér schokkende bevindingen. Maar liefst 59 procent van de Nederlandse ondervraagden na 1980 geboren weet niet dat door de nazi’s van Hitler zes miljoen Joden zijn omgebracht en dat er vernietigingskampen als Auschwitz, Bergen-Belsen en Dachau hebben bestaan. Claims Conference stelt vast dat de onderzoeksresultaten nergens in de wereld zó schokkend zijn als in Nederland.

Wat is de oorzaak van die bedroevende cijfers in Nederland? Ouders – de babyboomers vooral ook – die verzuimd hebben het oorlogsleed door te geven aan latere generaties? Ons onderwijssysteem met al die verlammende en tot ongelukken leidende hervormingen door de jaren heen, welke strapatsen veel ouders in onze grensprovincies zelfs deden besluiten hun kinderen in België of Duitsland op school te doen? De vakken geschiedenis en maatschappijleer geschrapt uit de lespakketten? Niet leuk genoeg, geschiedenis? Maakte zelf als docent op een rommelige hogeschool voor journalistiek mee dat het niet meer ging om hoe de docent dacht over de student, een normaal gegeven zou je denken, maar hoe de student de docent beoordeelde. De student mocht zelf op een zo gezellig mogelijke wijze zijn lespakketje met roostertje in elkaar knutselen op weg naar het einddiploma dat hem als het ware in de schoot geworpen werd. Want hoe meer einddiploma’s, hoe meer bonussen naar de verantwoordelijke onderwijsinstellingen. Hoe komt het toch dat Nederland zo vaak zo slecht scoort als nu weer bewezen met de Holocaust? De ontlezing die in weinig landen zo significant is als in Nederland? Het kabinet dat tijdens de lock-down in verband met de coronapandemie wel de slijter openhield maar niet de boekwinkel? Het kabinet dat de culturele sector al jaren de voet dwars zet?

Ben zelf ondertussen aangeland op de laatste pagina’s van ‘De zussen van Kobani’, adembenemend, tranen wellen op, het voortdurend slikken en wegslikken, en vraag me af hoeveel Nederlanders van na 1950 – ik doe maar een greep – geïnteresseerd zijn ín en iets afweten ván hoe er door Syriëgangers en het barbaarse en goddeloze schrikbewind van het kalifaat werkelijk is huisgehouden onder de Koerdische bevolking van bijvoorbeeld de provincie Aleppo nog geen tien jaar geleden. Wat heeft zich daar werkelijk afgespeeld? Al het slechte dat maar te bedenken valt, dát is dáár gebeurd. De hel op aarde. De apocalyps. Het einde der tijden. Huiveringwekkend. Ontvoeringen, verkrachtingen, seksslavernij, martelingen, onthoofdingen, lichamen gespiesd, uithongering, landmijnen en raketaanvallen, en waar moet ik in die opsomming stoppen? De reeks is eindeloos. Huiveringwekkend, als gezegd. Dood en verderf. In zijn meest extreme vorm. Achter mijn rug klinkt: Alles wat je aan vreselijkheden kunt bedenken heeft in Noord-Syrië plaatsgevonden, en waar was de rest van de wereld? We konden geen kant uit.’ Laura H. die in Mosul belandde en naar Nederland terug vluchtte, de vuistdikke pil over haar met lilapaars getint kaft, het boek ligt in mijn bibliotheek op een stapel waaraan het boek over de hemeltergende tragiek van de Koerden in Noord-Syrië wordt toegevoegd. Laura H. in Mosul en het kalifaat en alle misdaden in Kobani – we hebben het over krek dezelfde jaren in de recente geschiedenis van een wereld die zich heeft ontaard en tot een morele vuilnisbelt heeft gedegradeerd. Een kwart van de Nederlanders na 1980 geboren wuift de Holocaust weg als een fabeltje. Dat zal met de de slavernij op de plantages van Suriname wellicht ook zo zijn, en met de inhoud van ‘Zarifa’ en Afghanistan (33 graden onder nul momenteel) vermoedelijk niet anders, en met ‘De zussen van Kobani’ eveneens. Om maar te zwijgen over ‘Sisters in Arms’ van Caroline Fourest met in de hoofdrol Dilan Gwyn.

Ik citeer uit ‘De zussen van Kobani’. Ze kamden een klein hotel aan de rand van de stad uit, waar een grote groep IS-terroristen zich had schuilgehouden, de Koerdische strijders hadden de terroristen één voor één uitgeschakeld. In de kluizen achter de receptie troffen ze een groot aantal paspoorten aan van leden van het kalifaat. De commandante van de Koerdische vrouwenbrigade vroeg de Franse journalist Jean-Luc om de paspoorten te bekijken. De correspondent was gaan zitten op de enige bank die nog in de hotellobby stond en had de passen op stapeltjes gelegd. Journalist Jean-Luc bekeek de paspoorten. En hoe meer hij er inzag, hoe misselijker hij werd. Op een gegeven moment had hij nieuwe stapeltjes gemaakt en de paspoorten op land gelegd. Hij had paspoorten uit Noord-Afrika verwacht, en uit het Midden-Oosten. Maar nee. De terroristen kwamen uit Frankrijk, Engeland, België, Zweden, Noorwegen, Denemarken en uit Nederland. Jean-Luc stuurde zijn artikelen naar zijn krant. Maar die plaatste de verhalen niet (meer). Te ongeloofwaardig, te surrealistisch, opgeklopte verzinsels van een op locatie gehersenspoelde verslaggever, vond zijn hoofdredacteur. Druk van buitenaf in Parijs. Daar bezweek de hoofdredacteur onder. Turkije, de NAVO en de EU. De machtsmechanismen. Of de journalist dat in zijn werk wilde verdisconteren. Jean-Luc spatte tussen alle doden en gewonden en de puinresten in het door IS belegerde Kobani uit elkaar van woede en moest zich tijdens de telefonische tirade geregeld bukken om een kogel te ontwijken. Hij nam in razernij ontslag bij zijn krant, sloot zich aan bij Koerdische milities, bleef produceren voor internationale persagentschappen die hem en zichzélf serieus wilden nemen, en stierf tijdens een reportage smartelijk bij een raketaanval. Niet de westerse pers maar de Koerden van Noord-Syrië brachten hem de laatste eer. Zo verging het Jean-Luc.

Op 26 januari 2015 heroverden de Koerden met de Peshmerga, hun onwaarschijnlijk sterk gedisciplineerde vrouwenbeweging van vrijwillige strijders, een toonbeeld aan veerkracht, hun stad Kobani op IS. Duizenden en duizenden doden en verminkten onder de Koerdische bevolking. Op de heuvel werd de IS-vlag neergehaald en kon de Koerdische er weer wapperen. Het zijn aangrijpende pagina’s in het boek over Koerden, hun moed, hun trots en hun besef van hun geschiedenis. Doet me aan de Holocaust denken. En de onwetendheid in een land dat beheerst wordt door decadentie. Kobani bevrijd tegen de achtergrond die we momenteel maar al te zeer weten vanwege Oekraïne. De lijklucht die in de straten hing. Vermengd met de geur van urine. Er was veel bloed vergoten en de overlevenden van Kobani beloofden elkaar geen enkele druppel bloed ooit te zullen vergeten. De overlevenden beloofden elkaar dat ze hoop zouden blijven inademen en dat ze met hart en ziel zouden blijven vechten tegen het gemis aan respect voor het leven. Het gemis aan respect voor het leven in de meest vreselijke, en van hieruit nauwelijks voor te stellen, gedaanten. Beestachtig? Het doet geen recht aan dieren dit alles zo te formuleren. ‘De zussen van Kobani’ is een op waargebeurde feiten gebaseerd meesterwerk over het tienermeisje Zozan, een uitzonderlijk goede scherpschutter, en beschrijft ragfijn het gezin van vier personen waaruit ze voortkomt, van wie het meisje als enige de oorlog in haar geboortestad wist te overleven. Haar iets oudere zus werd door een IS-bandiet onthoofd waarvan Zozan getuige was omdat er satanisch – geen beter woord kan ik bedenken – een filmpje door IS was gepost en op social media rondging. Een grijzende IS-terrorist die twee hoofden zonder lichaam aan hun haren in de lucht hield en kwijlend droomde van de beloning van 72 maagden in het uiteindelijke paradijs. Het zou één maagd worden, een maagd van 72, en dat nog niet eens. In een zoekactie werd hij naar de eeuwige jachtvelden geschoten.

De Arabische lente die eerder in Tunis begonnen was, sloeg snel om naar de omringende landen waar dictatoriale regimes de knoet hanteerden en het bijvoorbeeld ook de Koerden verboden was een eigen vrije wil te hebben en uiting te geven aan hun eigen taal en cultuur. De opstand werd vooral door vrouwen geleid, onvoorstelbaar moedige vrouwen. Ze blijven nog steeds actief en strijden voor een vrije en seculiere samenleving. De vrouwen van Kobani werden uiteindelijk wereldberoemd. Er zijn nog altijd ettelijke honderdduizenden vrouwen die leven als slavinnen, staat in het nawoord van ‘De zussen van Kobani’ geschreven. Het boek mag zeker ook worden gelezen als een niet malse aanklacht tegen de Europese Unie, die vergadert en nog eens vergadert en waarvan de hoogste kwaliteit is het afgewende hoofd uit lafhartigheid en misrekening. Tijdens de bevrijding van Kobani hoort de onverschrokken Zozan ineens een stem achter zich. Ze draait zich om. Ze kijkt, ze kijkt nog eens, ze kijkt door haar tranen heen en ziet daar op de puinresten haar oma staan, ze slaakt een kreet, rent op haar oma af, en valt in haar armen . Ook oma blijkt de oorlog te hebben overleefd. Dus toch. Het zijn waargebeurde feiten. De tekst kruipt onder je huid. Leerlingen van het middelbaar en hoger onderwijs in Nederland, en al iets oudere leeftijd, het gaat om waargebeurde feiten !!!

We laten Zozan aan het woord. ‘Het gezicht van mijn oma stond intens verdrietig en tegelijkertijd heel gelukkig. Ogen zo helder, zo helder als glas, een gezicht zo oud geworden en zo vol groeven. Ik keek recht in het gezicht van ware LIEFDE.’ Het meisje was rijk. Ondanks de verloren jeugd. Ze kwam er achter wat ware LIEFDE in werkelijkheid was. En betekende. Dat was oma in Kobani en niet de gsm met beursberichten in de neoliberale westerse onbeschaafde nepwereld op weg naar verder jagen en jakkeren met een kromme vinger. Oma teruggevonden, maar in de strijd om Kobani tegen IS wel haar beide ouders en haar zus verloren, de één op nog gruwelijker wijze dan de ander. Hier valt deze blogschrijver stil.

Een ontroerend slot en terwijl ik het boek dichtsla lees ik over een kwart van de Nederlanders, na 1980 geboren, die de Holocaust als een mythe afdoen. En dat ruim meer dan de helft van de Nederlanders, na 1980 geboren, niet weet dat Hitler-Duitsland de vergassing en zo meer van zes miljoen Joden op zijn geweten heeft. Wat zullen de Nederlanders van de Koerden in Syrië, Turkije, Irak en Iran afweten? Geen klap? Huiveringwekkend. Om tegen deze bikkelharde feiten een daad te stellen mag er nog één onderwijsvernieuwing komen. Drie keer raden hoe en waar?  De bijenhouder van Aleppo? Geschreven door Christy Lefteri.  De vlucht van meer dode dan levende wanhopigen van hun hart beroofden uit Aleppo? Waar ligt dat ergens? Bestaat dat echt? De meest betreurenswaardige stad op aarde? Genocide? Allemaal fabeltjes waarschijnlijk.    

Nog even bukte ze voor een handvol aarde van het getormenteerde en verweesde Kabul

De buik van het vliegtuig stond wijd open, het felle licht priemde het donker in. Een rij stille mensen schuifelde vooruit over de startbaan van Kabul. We noteren de zomer van 2021. Mijn verloofde Bashir gaf me een zacht rukje aan mijn hand. ‘Kom, we moeten gaan.’ Ik stond daar als aan de grond genageld. Ik probeerde mijn voet op te tillen en het verdoofde gevoel van me af te schudden, maar kon me niet verroeren. Ik wilde ontzettend graag die laatste momenten, voordat ik in Kabul aan boord ging, vasthouden en bukte me om een handvol aarde op te scheppen, die ik vervolgens in een slip van mijn hoofddoek knoopte. ‘Kom nou.’ Een nieuw salvo geweervuur – staccato, indringend – barstte los achter de omheining van het vliegveld: tadadadada. Lichtspoorkogels tekenden als dansende vuurvliegjes een boog onder het licht van de sterren.

Bashir trok weer aan mijn hand, harder nu. Ik schoot met een schok vooruit en sloot me aan bij de rij die het vliegtuig in ging. Binnen lieten we ons op de vloer zakken. Om ons heen zagen we uitdrukkingsloze gezichten en vochtige ogen, we werden ondergedompeld in het zachte gegons van lieve woordjes dat onderdrukte snikken overstemde. Uit vuile rugzakken kwamen aandenkens tevoorschijn. Schooldiploma’s. Babyschoentjes. Mijn verlovingsfoto’s. Ik zag een gelukkige vrouw die ik nauwelijks nog herkende. Het was heel onrechtvaardig. Voor mijn moeder, voor wie dit gewoon het zoveelste verlies was in een leven vol verliezen. Voor mijn broers en zussen, die altijd hadden gehoord dat ze een beter Afghanistan zouden erven. Voor de andere families die dagen en dagen bij het vliegveld hadden gestaan. Voor de radeloze achterblijvers natuurlijk ook, zij zeker ook, zij al helemaal.

In de laatste ogenblikken dat ik in mijn vaderland was, zong ik een lied over ballingschap.

Mijn land

Zo uitgeput van kwellingen

Mijn land

Verlangend zonder remedie en dus hoop

Mijn land.

Als iemand die gelaten afwacht

Mijn land

Als een woestijn vol zand

Mijn land

Als een treurend hart

Mijn land.

Ze zong. De tranen hoefden niet te komen, ze waren er al. Het land van haar vader. Aan het woord een imponerende jonge vrouw van nog geen dertig jaar. Ze omschrijft zichzelf als een prettig obsessief ambitieuze vrouw die niet wilde accepteren dat Afghanistan in de goot belandde, maar nu moet toegeven dat het toch de goot is geworden van waaruit geen terugkeer meer mogelijk lijkt. Biden, de westerse wereld, Nederlandse politici ook, het drama, de gewetenloosheid en de herinnering die niet alleen Rutte op gewenste momenten in de steek laat. Men heeft alleen maar herinnering aan zijn eigen heldendaden. Misschien wel omdat die zo gering zijn. Het land van haar vader. Haar moedige vader die zijn dochter liet studeren, zelfs liet studeren aan een universiteit in India. Die zijn dochter burgemeester liet worden van een aartsconservatieve provincie niet ver van de hoofdstad Kabul. Haar vader die zijn voetje voor voetje veroverde inzicht op gelijkwaardigheid tussen man en vrouw had moeten bekopen met zijn leven. Op straat, ja voor de deur van zijn huis en gezien door één van zijn kinderen, vermoord met kogels uit een kalasjnikov van de ontaarde Taliban. De moord werd nooit opgelost. Er werd zelfs geen moeite gedaan. De herinnering aan het geboorteland via een paar zandkorrels, haastig meegenomen naar de startbaan van de luchthaven van Kabul. De exodus van talent, de diaspora.

Het boek van Zarifa Ghafari grijpt je naar de strot. De jongste vrouwelijke burgemeester ooit in Afghanistan schrijft in Zarifa naar een adembenemende apotheose toe welk indringend slotakkoord de lezer niet meer loslaat. Ze schildert verderop in het boek als met penseelstreken op het doek de val van Kabul in de zomer van 2021 en ik zie nog Diana toen huilend hier thuis voor de tv zitten naast het bed van ons aller Ellen. De geschiedenis had zich herhaald in het land waar ook zij, Diana, net als Zarifa Ghafari , geboren was en ook zij, de o zo dappere Diana, net als de vrouwenrechtenactiviste, haar vader begraven wist. Ook zij zal het graf van haar vader nooit meer in haar leven gevaarloos kunnen bezoeken. Ze zou het lot tarten. Hoe mooi trouwens kan taal zijn. Proza zowel als poëzie. Hoe mooi is het te penselen met woorden die zinnen worden en die aansluiten op de vorige. Het boek van Zarifa is schitterend geschreven. Heel veel emotie, maar niet de emotie om de emotie, ik denk aan onze opdringerige talkshows, aan de blabla, aan Jinek en Beau, nee het is de taal, het geschreven woord over de geschiedenis en over hoe onze generatie de geschiedenis in gaat.

Zarifa Ghafari behoorde tot de vluchtelingen op de luchthaven van Kabul na alle politieke opportunistische lafhartigheid van de vrije rijke westerse nepwereld voor welke wij westerlingen ons diep, maar dan ook kraterdiep zouden moeten schamen. We zijn niet eens bestand tegen een avondklok omwille van onze eigen gezondheid met de coronapandemie. We vernielen Rotterdam omdat we in onze vrijheid zijn beknot. We brengen idioten voort als die mislukte dansleraar Engel. En het complotgenie op wiens naam ik gelukkig al niet meer kom. De rommelende rommelige defensieminister van Duitsland wier wartaal met een idiote kerstboodschap deze dagen terecht met beschamend ontslag werd bestraft. Soms kunnen we het nog. De autobiografie van Zarifa Ghafari is een regelrechte aanrader voor eenieder die onze planeet niet meer kan begrijpen en dat ook niet eens meer wil. De wereld zit vol Poetins. Medeschuldig aan barbarij. We vergaderen. We vergaderen maar al te graag. We vergaderen om ons gebrek aan talent, en het gemis aan dadendrang, te verdoezelen. Onze intrinsieke geopolitieke lafheid die honderdduizenden levens kost. De wereld van de weggebonjourde defensieminister van Duitland? Vol interessante ontmoetingen als een spannend jongensboek als we de maffe Duitse nu ex-minister Lambrecht mogen geloven. Maar hopelijk zijn er nog genoeg die dat niét doen.

Afgelopen zaterdag op uitnodiging op een ceremonie van de familie en vrienden van Diana. Er was een toespraak van de bevlogen oom Sangin, ooit burgemeester van Kabul in tijden dat bijvoorbeeld meisjes ook nog naar de universiteit konden. En dat je voor gek liep in een boerka, als achterlijk. Er was muziek. Er was eten. Veel te veel eten. Genoeg overheerlijke Afghaanse gerechten wat Diana ertoe bracht twee schalen in het vooruitzicht te stellen om mee te nemen naar huis. Om er ook Helin mee te verrassen en te verwennen. De veertig dagen rouw om het verlies van tante Lativa uit Baarn waren verstreken. Om mij heen stijlvolle mensen, kosmopolieten, die vanuit Afghanistan een veilig heenkomen hadden gezocht, en weten te vinden, in een eerdere shift toen de Taliban aan de macht kwamen. We spreken over de eind jaren negentig en de eeuwwisseling. Aan ons tafeltje bij de herdenking van de zus van de vader van Diana kwamen we ook te spreken over Zarifa Ghafari. De duim ging omhoog. Meer duimen gingen omhoog. Een vrouw die zich tegen de tradities en de stroom in omhoog had gewerkt in de vrouwonvriendelijke Afghaanse cultuur van irrationele achterstelling met misbruik bij de uitleg van de koran.

Schrijfster Zarifa van het gelijknamige boek keerde met internationale bescherming (Angela Merkel onder meer) en veiligheidsbeloften van de Taliban nog voor een paar dagen vanuit Duitsland terug in Kabul. Om er met knikkende knieën en koude rillingen de bouwstenen aan te dragen voor een hulporganisatie voor vrouwen. Ze organiseerde inzamelingsacties, onder meer voor een straatarme jonge weduwe die voor tweeduizend dollar haar jongste dochter van dertien wilde verkopen om de andere drie kinderen te eten te kunnen geven. Het meisje van dertien hoefde niet verkocht te worden aan wildvreemden met welke plannen die ook met het meisje zouden kunnen hebben gehad. De BBC riep Zarifa Ghafari uit tot een van de honderd meest inspirerende en invloedrijke vrouwen ter wereld. Ze ontving tal van onderscheidingen. Ze overleefde zes aanslagen op haar leven. Bij één ervan stond een deel van haar lichaam in brand. Haar kleren zaten vast aan de huid. In Duitsland, waar ze nu woont, staat ze onder permanente politiebewaking.

Het boek is een must to read. Absoluut. Nog even bukte deze dappere vrouw voor een handvol aarde van het getormenteerde en verweesde Kabul. Het is meer dan een aanrader, veel meer zelfs. Zoals ook ‘De zussen van Kobani’ waarschijnlijk eveneens aangestipt en gearceerd gaat worden als indringend, ingrijpend en meer dan een aanrader. Gelukkig worden er nog juweeltjes van boeken geschreven. ‘De zussen van Kobani’ is het verhaal over de kracht, de moed en de zelfopoffering, gebaseerd op waargebeurde feiten, van vrouwen die in Koerdisch Syrië het hart van de defensie vormen in de strijd tegen rivaliserende terroristen en terreurorganisaties, tegen het ultieme kwaad dat van meerdere kanten komt. De internationale gemeenschap keek toe. We geven een wereld door aan volgende generaties waarin niet meer te leven valt. Niet moeilijk te raden wie me op de inhoud van dát boek met heel zijn achtergronden gewezen heeft. Ze zat er zelf even voor in de gevangenis.

Het boek ZARIFA vloog bij de boekhandel in De Panne rond de jaarwisseling de deur uit. En terecht. Schitterend geschreven biografie/ autobiografie van een heldin. Hoogst actuele tekst in een wereld die van de wereld is. Een rijke aanvulling van de bibliotheek. De NPO (televisie) begint op 2 op de zondagavond intussen aan de vierdelige serie over Kabul.

Mais! Nog maar drie toen ze alleen (!) op haar vlucht uit Syrië in Nederland arriveerde

Ze moest nog vier worden, Mais. Gevlucht uit de oorlog in Koerdisch Syrië. Op de vlucht via allerlei omwegen, vermoeienissen en onzekerheden haar ouders kwijtgeraakt. Nog geen vier jaar, en alleen in Nederland terecht gekomen. Helemaal alleen. Moet ik verder gaan? In haar broekzak een briefje met telefoonnummers en adressen van familie in Nederland. Drie jaar geleden middenin de nacht de bel bij de ouders van Helin op de Veluwe. Medewerkers van een hulporganisatie die een bundeltje kleren afleverden met daarin een heel klein frêle meisje: Mais. Een ‘postpakket’. ‘Dit zou weleens Uw kleindochtertje kunnen zijn.’ En het wás inderdaad het kleinkind van de verbijsterde en huilende opa en oma, de ouders van Helin. Op de arm van medewerkers van een hulporganisatie het nichtje van Helin en haar zussen en broers. Iedereen verdrong zich rond de vondeling. De ‘postbezorgers van DHL’ sloten de deur. De vondeling vocht tegen de slaap. Het keek beteuterd naar al die onbekende gezichten. Het keek maar zag niet. Het is als een kerstvertelling.

De ouders van Mais, oudere zus en zwager van Helin, waren op hun vlucht via omzwervingen als onder meer Bulgarije en Griekenland hun dochtertje in alle hectiek met improvisaties verloren. Er is geen voorstelling van te maken. De zus van Helin wil er nog steeds niet over praten, met niemand niet, te traumatisch. Tragiek in alle toonsoorten. Maar heeft het woord tragiek bij ons in rijk Nederland niet onder inflatie geleden? Bestaat hier eigenlijk wel een woord voor dat de lading goed dekt? Wellicht niet nee. Een groep vluchtelingen ontfermde zich over het kleine meisje en nam de dreumes mee naar Schiphol. Het briefje in de broekzak van de peuter, dat opgevouwen briefje, als dát er eens niet was geweest! Middenin de nacht: ‘Dit zou wel eens Uw kleindochtertje kunnen zijn.’ Hoeveel emotionele littekens kan een mens aan?!

Heel lang zei Mais op de Veluwe geen stom woord. Maanden en maanden ging dat zo. Ze keek alleen maar heel verdrietig voor zich uit. Eten wilde ze aanvankelijk niet. Haar ouders strandden in Griekenland, en niet voor even maar voor heel lang. Maanden en maanden gingen voorbij. Het werd een jaar en meer dan een jaar, bijna twee. Ogen van Mais die dof stonden. Opa en oma regelden alles voor het meisje dat ze alleen nog maar van Syrië kenden als pas geboren baby. Mais ging op de Veluwe naar school. Ze kreeg er een bijzondere behandeling van een heel bijzondere juf. De aanpassingsproblemen waren gigantisch. Geduld, alles draaide om geduld. Je kunt een kind uit de oorlog halen, zei Helin me eens, maar ook een oorlog uit het kind? Kun je de oorlog en het kwijtraken van haar ouders uit het kind halen? Wat ging er in deze peuter om?

Helin had me al eens eerder over Mais verteld. Maar gisteren, bij het ophalen van Helin na de kerstvakantie met haar familie, zat de inmiddels net 7 geworden Mais (Boogschuttertje) bijna een uur lang op de bank naast me en praatte honderd uit. Mijn hand rustte op haar schouder en een glimlach kruiste de mijne. Was dit het meisje over wie je een dik boek zou kunnen schrijven? Ja, dit was ze. Dit was ze echt. Vlechtjes. Bruine knikkers van ogen. Heel sociaal. Assertief ook. Goedlachs. Zo vertrouwd. Bewondering, diepe, ja zeer diepe bewondering voor de ouders van Helin die het kind twee jaar lang opvoedden en een bestemming in het leven gaven. Geduld, alles draaide om geduld. Twee stapjes naar voren en weer één achteruit. Twee stapjes naar voren en drie achteruit. NOAD, nooit opgeven altijd doorgaan.

‘Johan, we gaan toch naar de dierentuin? Dat heb je beloofd. Met mijn tante Helin hè? En met oma. Maar opa toch ook?! Gaan we morgen al? Want maandag moet ik weer naar school.’ Vloeiend Nederlands. Zachte stem. Rollende r. Af en toe zwaaien en ondertussen haar broertje van negen maanden in de gaten houden. Ze geeft in de tuin een demonstratie trampolinespringen.

Oh lieve Ellen, mijn onvergetelijk soulmate, liefste van me die ik nog elke dag mis, voor wie ik doorga alleen al om haar niet teleur te stellen, Ellen hier had je bij geweest moeten zijn. Zulke poppies had jij vroeger in de klas. Ik had altijd verschrikkelijk mooi werk. Ik had een gulzig vak zelfs. Altijd meer, meer, en nog eens meer. Het slokte je op. Maar dat van jou, Ellen, dat mocht er helemaal zijn. Jij gaf pas echt. Mais, de kaartjes voor de dierentuin in Amersfoort worden vandaag nog besteld hoor! Welke dieren wilden ze het liefst zien? Oh ja, de papegaaien en de tijgers. ‘Zijn er ook leeuwen in de dierentuin, Johan?’

Nog een vleugje van het kasteel De Haar.

Ach ja, de herinnering blijft aan een oudejaarsavond die ik met open vizier in ging, die met al dat heerlijke eten en drinken mijn dood had kunnen worden, en die me nu al heeft doen besluiten over een jaar voor de oudejaarsavond bij Cajou in De Panne bij te tekenen. Het plaatje met kreeft, oesters, krab, zalm en garnalen uit de vorige blog betrof in Cajou nog maar de ‘eenvoudige’ entree naar een culinaire, en ook in andere opzichten, gestoffeerde avond of zo men liever wil: een hoogmis. Of we later op de avond met de ganzenlever een beetje haast wilden maken, want in België mocht vanaf 1 januari geen ganzenlever meer in de restaurants geserveerd worden. We maakten haast en keken op de klok. De wijzers gingen verraderlijk snel naar twaalf uur. Plezierige avond met mijn tot oudejaarsavond nog onbekende tafelgenoot, de apotheker uit Brugge. Na de burgemeester van Veurne dan nu de apotheker van Brugge. Een avond zonder de zorg van de mantelzorg, maar als ik dan tóch had mogen kiezen…

Er valt vaak niet te kiezen. Ja, wel of geen hond. Daar kun je nog voor kiezen. En bij wél een hond, wat voor één. Een fatsoenlijke of een hond die je linkt aan een psycholoog. Een pekinees, moet meteen aan een pekinees denken. Zo’n afschuwelijke pekinees. In Nederland kun je ze zelfs thuis laten bezorgen. Met DHL. Dat kost dertig euro, meldt internet. Meer dan ooit leken er met deze jaarwisseling van die afschuwelijk kleine Franse hondjes in De Panne te bivakkeren. Van die schel keffende eenkennige onderdeurtjes. Aandoenlijk beeld die kleine hondjes in een overkapte kinderwagen . Want het regende. Het miezerde! Een brok in mijn keel. Geen peuter in de kinderwagen maar één of twee van die Franse…. En nu volgt een heel ‘vies’ woord. Sorry, dit woord is niet van mij, zo druk ik mij niet graag uit, in de regel niet nee, maar zo noemde Ellen dat griezelige speelgoedhondengrut altijd. Ze had er een bloedhekel aan. Er was een opvallende overeenkomst tussen de eigenaren. Gepoederde muisjes in De Panne met een alpinopetje boven een permanentje. Ze frequenteerden de traiteur. Zelfs heel af en toe een half zachte man met een hondje (met oorbellen !!!) in een kinderwagen gesignaleerd. Het kon niet erger. Dacht er zelf een rammelaar bij. Natuurlijk wagen de uitgehongerde Afrikanen met duizenden tegelijk op wiebelbootjes hun leven om via Spanje of Italië in Frankrijk en België naar die hondjes als toeristische attractie te komen kijken. En ja, en dan dat kleine dwergpekineesje in een kinderwagen in De Panne ter hoogte van de Casa met een bepluimd mutsje op en een truitje over het ruggetje met daarop de kerstman . Zo schattig. Zo liefdevol van de ouders van het pekineesje. Zo Joling. Het ding knabbelde op een zuurtje. Het ontroerde me met het boek Zarifa Ghafari uit Afghanistan onder de arm. Zarifa, weet U nog, die de International Woman of Courage Award won en tal van andere onderscheidingen kreeg uitgereikt onder zware politiebewaking. Ach lees dit boek en elke bezitter van een pekinees werkt op de lachspieren. Joling ook.

Leve de pekinees. Kan niet wachten om ze in De Panne weer te zien. Liefst in kerstuitmonstering. Of als paasei strakjes. Of met een strandhoedje. En in bikini. Welja. Ik zou er Joling wel eens over willen horen. De lieverd huilt nog dagelijks om zijn overleden moeder die 92 of zo mocht worden. Hoeveel kan een mens van zijn mamma houden. En dat cultiveren. Afgezien van mezelf en de Wit-Russen aan de overkant rukte iedereen hier meteen op 2 januari de kerstverlichting van de bomen. Of van de muur. Of de balustrade. Zo jammer. Rijd maar eens van De Bilt naar Zeist. Of omgekeerd. In alle tuinen nog volop kerstversiering. Rijd maar eens door Laren en Blaricum. Eén groot lichtjesfeest, nog steeds. Straks steek ik hier iedereen de ogen uit als het sneeuwt en mijn balkon associaties oproept met Oostenrijk en de wintersport. Dat wordt een ansichtkaart. Hoorde op de radio dat in tal van gemeenten de aanvankelijk trotse bezitters van een kerstboom niet eens de moeite namen om het ding van zijn piek en ballen te ontdoen. Nog volledig aangeklede kerstbomen aan de stoeprand. We jakkeren, we jagen, we hebben haast en zijn alweer met de paaseieren bezig. De gemeentereiniging spreekt alweer van een nieuwe trend. Uit Hoofddorp meldde Jan van Ewijk dat bij hem op oudejaarsdag het vuurwerk al ’s middags om drie uur begon en pas tegen tweeën ’s nachts ophield. Niet veel later want het was in Hoofddorp überhaupt verboden om particulier vuurwerk af te steken. Het waren bulderende bommen en granaten en Van Ewijk waande zich in Oekraïne, een land dat hij voor de oorlog graag met een bezoek vereerde.

En wat moest ik lachen om de mevrouw aan de kassa bij de Plus tegen wie ik op 2 januari zei dat het zo lekker rustig in de winkel was.

De kassière is een bekende van me en priemde haar wijsvinger in mijn richting: ‘Weet jij wat wij hier in de winkel op nieuwjaarsdag in alle vroegte meemaakten?’

‘Nee, geen flauw idee, want toen zat ik in De Panne?’

‘De Panne, waar is dat in godsnaam. Wat moest je daar?’

‘Ik wilde onder mensen zijn met een Bourgondische inslag. Geen spruitjesgeur. En het vuurwerk met kanonskogels ontvluchten waar ze in De Panne, Veurne, Ieper en Nieuwpoort sinds de Eerste Wereldoorlog tabak van hebben. Wat maakte je mee op nieuwjaarsdag, want dat wilde je me toch vertellen?!’

‘Nou, we gingen nieuwjaarsdag om 9 uur ’s morgen weer open. Middenin de nacht voor mijn gevoel. Hele drommen maffe mensen liepen elkaar zowat onder de voet en vlogen naar binnen de winkel in. Een cabaretvoorstelling. En maar rennen met hun karretje. Kwamen er twee van die uitgehongerde doorzonvrouwen naar me toe met de vraag waarom we pas om 9 uur waren opengegaan en niet om 8 uur. Want dat was anders ook altijd zo. Bij hun was de koelkast alweer leeg. Ik dacht: het eten nu alweer op? Ik keek in de winkelwagentjes van die twee en was rijp voor een ambulance. Alles in die karretjes weer hoog opgestapeld aan diepvries bitterballen, stokbrood, paté, flessen wijn, treetjes bier, chips, gevulde koeken, chocolaatjes en verzin het allemaal verder maar. Nieuwjaarsdag negen uur. Een normaal mens ligt net op bed. Of we al aan het afprijzen van de kerst- en oudjaars levensmiddelen waren toegekomen?! Ze bedoelden de wildgerechten in champignonsaus. Nee, we waren er niet ’s nachts voor in de Plus gebleven. Of we volgend jaar op nieuwjaarsdag om 8 uur wilden opengaan. Ik zal het doorgeven, zei ik.’

Ze nam een tabletje tegen brandend maagzuur. De kassière is volgend jaar met Oud & Nieuw vrij. Heeft ze nu al geregeld.

Ach arm Nederland. Het tekent het hedonisme. Ze knikte met haar blonde hoofdje., de kassière. het kakelde mee over arm Nederland . Verschrikkelijk zielig en kneuterig Nederland. Geen tijd te verliezen om op 2 januari weer de kerstversiering van de muur te rukken. Wachten nu op sneeuw en een wintersport tafereel. Land met een nieuwe directeur betaald voetbal die in nota bene Qatar schijnt te wonen en wiens tatoeages boven zijn overhemd uit komen. Maar liever serieuzer nieuws dan de KNVB: Internist en hoogleraar geneeskunde Marcel Levi deed met kerst weekenddienst in het ziekenhuis en het was er ‘Oud en Koud’, zoals hij schreef. Hij behandelde meerdere ouderen die met extreem lage lichaamstemperatuur meer dood dan levend door buren of familie op de vloer van hun woning waren aangetroffen en in allerijl naar het ziekenhuis moesten worden gebracht. De energierekening die deze ouderen dachten niet meer te kunnen betalen – de kachel maar alvast op twaalf graden. In het steenrijke maar o zo liberale Nederland, beet de bewogen Levi de regering in zijn column toe, vinden we het kennelijk al heel normaal dat ouderen met kerst onderkoeld op de vloer van hun huis liggen. De tegenstelling tussen onderkoelde bejaarden en de energiemaatschappijen die er meer dan warmpjes bijzitten. We hebben geen verzorgingshuizen meer zoals vroeger. De verpleeghuizen hebben geen personeel. En het weinige personeel dat er nog is vergadert en als het personeel niet vergadert zit het wel in overleg. Waarover? God mag het weten. Het neoliberale VVD- en CDA-denken heeft ons volledig gedemoraliseerd. Nu maar hopen dat die twee partijen bij de komende verkiezingen hun trekken thuis krijgen.

De weg werd in de Nederlandse gezondheidswereld geplaveid voor cowboys. Weet er alles van door mijn jarenlange mantelzorg. Ze pikten graag je persoonsgebonden budget in, reden in dure auto’s rond, gingen achter een bureau zitten van kapitale panden en verplaatsten paperclips en stuurden over het algemeen heel middelmatige verzorgenden op je af. Die ene, die ene uit Afghanistan, die was de uitzondering. Ach arm Nederland ja. Je wordt vanzelf een mopperende oude man. De politieke regie ontbreekt. Er zijn geen gezagdragers met gezag meer. Nederland: burgemeesters die het vuurwerk verbieden dat in hun stad overal open en bloot te koop is. Het is eigenlijk om je een rotje te lachen. Een openbaar bestuur dat keihard middenin zijn gezicht wordt uitgelachen. Wetshandhavers die niet handhaven omdat er geen beginnen aan is. Hulpdiensten die werken met gevaar voor eigen leven. Die zijn al blij als ze weer heelhuids thuiskomen. Wat zei de apotheker van Brugge ook alweer? Hij had even moeten slikken toen Bruno hem vertelde dat een Nederlander zijn tafelgenoot op oudejaarsavond in Cajou zou zijn. De apotheker hield immers van goede manieren. Het was met het neoliberalisme niet veel beter dan in Nederland, maar Nederlanders konden zo grof zijn en ongemanierd. Hij bezat een appartement in Benidorm en schaamde zich maar al te vaak voor de mensheid. Vooral voor Nederlanders. Broodje Dobben was nog tot daar aan toe, maar het volk dat achter Broodje Dobber schuilging!

Even later brak hij met veel lawaai en weinig decorum de steel van zijn lepel in een poging een krab van zijn stugge omhulsel te ontdoen. Of ik ook niet zo’n lekkere krab wilde uitproberen? Nee, in dat geram met een lepel waren Nederlanders niet zo bedreven. Ik kon hem oudejaarsavond nog niet vertellen dat de volgende dag om negen uur alweer de Plus in mijn woonstede volstroomde met overspannen koopjesjagers op zoek naar kant en klare afgeprijsde krab, tot deernisvolle ergernis van een het blonde hoofdje.

Een tweede anekdote om het jaar maar luchtig en goedgemutst mee te beginnen.


Helin op kerstavond. ‘Johan, je moet een dokter bellen, want met die griep van jou loopt de temperatuur op naar bijna meer dan 39 graden. Je bent de jongste niet meer.’

‘Schei nou uit, Helin, ik bel helemaal geen dokter. Hij ziet me aankomen. Dat bellen is voor mensen die bijna dood gaan.’

‘En toch wil ik dat je belt. Doe dat nou alsjeblieft’.

‘Nee, Helin, ik bel niet.’

‘Dan bel ik de weekenddokter, maar wie zeg ik dan dat ik ben? Ben ik je kamerhuurster, je huisgenote, je studente Nederlands, wat moet ik zeggen?’

‘Als je niet belt dan hoef je je daar ook niet druk om te maken.’

‘Ik bel wel.’ Ze drukt weer die thermometer tegen mijn voorhoofd. En nog eens checken in mijn hals.

‘Nou, als je per se wilt bellen, zeg dan maar dat ik je opa ben.’

Ze giechelt en ze grinnikt. ‘Die doen we, die is leuk.’

‘Dokter, mijn opa heeft 39.7 en ik maak me zorgen. Wat zegt U? Ik zal het opa vragen.’

‘De dokter vraagt naar je BSN, je nummer.’

‘Dokter, mijn opa zegt dat hij daar zijn bed niet voor uit komt.’

Ze houdt de gsm tegen haar rug. ‘De dokter zegt dat hij je groot gelijk geeft. Hij moet dat vragen, maar hij vindt het zelf ook onzin. Je geboortedatum is voldoende.’

‘Ja dokter, mijn opa is 72. Hij is al 72. Hij is heel eigenwijs ja. Ik zal hem zeggen wat hij moet doen. Paracetamol en thee, hij mag dus vier paracetamols per dag. Kamillethee. Ik geef het door. U wilt opa zelf spreken? Ik geef hem wel even.’

‘Ja dokter, zegt U het maar, ik luister.’

‘Wij doen weekenddienst om gebeld te worden hoor. Ik doe liever iets nuttigs op kerstavond dan duimen draaien. Het was heel verstandig van Uw kleindochter om te bellen. U mag trots op haar zijn. Begin meteen met twee paracetamols en nee, zoals U vertelde, glühwein is niet de beste remedie om van die koorts af te komen. Uw kleindochter is verstandiger.’

****


Hallo Johan !

Net je blog gelezen: ontroerend en hartverscheurend. Iets bekend over de ouders van Mais? En in Het Parool een artikel over een boek dat volgende maand uitkomt over de gouden jaren van Parool-Sport die jij als lid van de sportredactie hebt meegemaakt in de jaren zeventig en begin tachtig. Begrijp ik goed dat er ook een bijdrage van jou in zit? Wanneer laten we de horeca weer eens wat aan ons verdienen?

Groet,

Jan van Ewijk.

Groet van mij ook voor Helin, en natuurlijk ook Diana.

****

Oh Johan, wat een verhaal over Mais. Mijn hart breekt. Ja, dit is vluchten hè, ontroerend wat ik las, potverdorie nog aan toe zeg!

Jan van den Heuvel.

****

Ha Johan,


Wat een verhaal weer, van Helin, één van de talloze vluchtelingenverhalen. En dan zijn er altijd weer zowel aardige als kwaadaardige mensen op hun pad. Heel goed dat jij haar van die kamerverhuurders hebt bevrijd. Die zullen helaas wel weer een ander slachtoffer hebben gevonden. Ja, als de kassa maar rinkelt, gatverdegatver. En wat mooi dat Helin Ellen nog heeft gekend, dat moet voor jou in ieder opzicht heel prettig zijn!

En nu zat je weer in De Panne, dapper dat je dat aan durft. Ik weet niet waarom, maar het lijkt mij nu dubbel moeilijk. Laten we hopen dat de apotheker uit Brugge een aangenaam soort tafelgenoot was, niet van het klaaglijke type, maar iemand om mee te praten en naar te luisteren.

De dag dat jij mailde, waren wij bij het testcentrum in de RAI. En ja hoor, na bijna drie jaar voorzichtig zijn hadden we dan toch ook corona. Niks geen oud en nieuw bij vrienden aan de Waal, afspraken afgezegd en in zelfisolatie - wat een idioot woord - met een volle ijskast, een klein beetje alcohol, paracetamol, een stapel boeken en elkaar. Dat laatste was natuurlijk het beste, dat hoef ik jou niet uit te leggen.

We waren een beetje van de wereld, maar af en toe kun je die ook goed missen. Overigens kwam het ellendige wereldnieuws via de televisie wel binnen. Gisteren hebben we ons beter verklaard en het isolement beëindigd.

Johan, veel nieuws heb ik nog niet te zenden, ik laat het hierbij! O ja, jij hebt het over je bijna bonus kleindochter, wij hebben een soort bonus kleinzoontje van 7, kleinkind van mijn alweer vijf jaar geleden overleden zus. Andere keer vertel ik wel eens wat aardige anekdotes!

Hartelijk gegroet,

Jeannette

Hallo Johan,

Wat een hartverscheurend verhaal van Mais en wonderbaarlijk dat ze zich zo goed hersteld heeft. Een prachtig kind nu dat zich helemaal thuis voelt in Nederland. Met ontroering gelezen je blog.

Lieve groet, Wil.

****

Hi Johan, ijskoude handen en kippenveld kreeg ik toen ik het verhaal van Mais las. Het is zó herkenbaar. Op zo’n vlucht uit de oorlog kan je alles overkomen, het is allemaal ongewis. Tot morgen!

Liefs Diana.

****

Lieve Johan!

Dank voor je prachtige blog. Wat een mooi verhaal over Mais zeg! Ik heb het gelezen in mijn bed, griep, en was diep ontroerd! Je kunt je zoiets nauwelijks voorstellen en dat alles dan “ goedkomt” bij de ouders van Henin, het is werkelijk een wonder! Zo is de cirkel rond voor dit lieve meisje Mais.

Tot gauw weer, Wietske, en ook John.

****

Ha Johan, dat is een indrukwekkend verhaal! Wat een levenskracht heeft die hele familie als je zo een paar van hun overleversverhalen hoort. En dat de kleine Mais nu zo opgewekt en zo te horen ongestoord door het leven gaat, is natuurlijk het allermooiste.  Laat ze alsjeblieft niet ineens over een x aantal jaren toch vreselijke last van die traumatische gebeurtenissen krijgen.

Gek genoeg zag ik net jl donderdagavond op NPO 2 een heel goede BBC documentaire samengesteld uit filmpjes die een aantal vrouwen op hun mobieltjes maakten tijdens  de belegering van Mariupol, o a in het ziekenhuis. Heel sterke  overlevers ook. Een van hen had het telefoonnummer van haar moeder in de jaszak van haar kind gestopt, voor het geval het zoek zou raken. Was gelukkig niet nodig, maar je beseft ineens hoeveel mensen in uiterste nood weer tot zulke klassieke methodes grijpen.

Ja, wat zal je Ellen dan extra missen, als je zo’n meisje tegenkomt en haar op een ontspannen manier tot steun wilt zijn… Je hebt denk ik heel veel van Ellen geleerd als het gaat over kinderleed en hoe met kinderen om te gaan. Dat besef je toch wel hè?!

En natuurlijk gaan jullie naar de dierentuin met de hele familie!

Houd je goed, Johan, hartelijke gegroet,

Jeannette.

****

De apotheker van Brugge

Mooier, nóg symbolischer, kon niet, lieve Diana. Deze afbeelding die je me bij het ingaan van oudejaarsavond, een beladen laatste avond voor ons na een bewogen jaar, toestuurde op mijn retraiteadres Cajou aan de Meeuwenlaan in De Panne is alleszeggend. Die handen. Die vogels. Leven in vrijheid. Die opengevouwen handen. Het open gebaar naar de toekomst toe. De vrijheid voor de vogels, een vrijheid die eigenlijk de vrijheid afsmeekt voor alle vrouwen in Afghanistan op een menswaardig bestaan. En juist die is nu zo ver weg. Ik lees momenteel Zarifa Ghafari. Bij toeval zowat vond ik het boek over je bijna obsessief dappere landgenote bij De Standaard in de winkelstraat van De Panne. Daar ga ik altijd neuzen. Ik kan daar zeker een uur rondsnuffelen. Je kent die boekhandel. Verzengend eerlijk, dat boek. En mooi geschreven. Verfijnd. Ik verslind de pagina’s en buiten mijn hotelkamer raast 2022 zich met regen-woedeaanvallen een weg naar 2023. Ook in sombere donkerte buiten huist een zekere symboliek. De schrijfster Zarifa Ghafari uit Kabul moest na het laffe terugtrekken van de grijsaard Biden in de zomer van 2021 haar geboorteland halsoverkop ontvluchten. Ze was één van die wanhopigen op de landingsbaan van Kabul die zich in de complete chaos aan de laatste vlucht(en) vastklampte. Haar leven stond nóg meer op het spel dan alreeds het geval was. Zarifa Ghafari maakte, Diana, het gebaar van op jouw kaart. Maar voor de Taliban is ze er niet veilig mee. Ook in Duitsland niet. Ze staat in Duitsland onder permanente politiebewaking. Toen aartsconservatieven met een ziek hoofd Zarifa Ghafari niet te pakken kregen, namen ze wraak op haar vader die zijn dochter had laten studeren, in India nog wel, en zich verder had laten ontwikkelen. Een meisje hoorde niet te studeren maar te poetsen en kinderen te baren, net zo veel als haar man schuine streep eigenaar wenste. Een meisje dat naast haar vriendje op de bijrijdersstoel in de auto zat. De verknipte baardapen werden blind van woede. Ik lees dat één op de tien vrouwen in Afghanistan een bevalling niet overleeft. Bij het kind is het nog dramatischer. Het grote omslagpunt voor Zarifa Ghafari kwam in maart 2015 toen de 27-jarige Farkhunda Malikza door een grote menigte mannen op straat werd gelyncht. Met stokken en riemen sloegen ze op haar in. De studente Farkhunda was valselijk beschuldigd van het verbranden van de koran in een godshuis. De mannen hadden een verzetje nodig. Dus beschuldig je een jonge vrouw maar van iets wat ze niet heeft gedaan. De vele omstanders staken geen hand naar het slechtoffer uit. De misdadigers lieten een automobilisten stoppen en vroegen die over Malikza heen te rijden. Alles werd door enthousiaste toeschouwers gefilmd en de beelden gingen de hele wereld over. Ze noemt haar land mooi, de schrijfster, veel muziek en poëzie, bergen, imposante bergen, en kristalheldere luchten, maar het extremisme sleurt met heel zijn verdwazing het land de goot in waar het misschien wel nooit meer uitkomt. Afghanistan is momenteel al helemaal weer terug in de middeleeuwen. De daders van de lynchpartij werden niet gestraft, de zaak werd gesloten bij gebrek aan bewijs, en de ouders van Farkhunda vluchtten naar het buitenland. Onberedeneerbaar. Zoals Charkov in Oekraïne al melding maakt van legio – minstens 25 – martelkamers voor zelfs kinderen. We leven in een gespleten wereld. Waar schepen we het nageslacht mee op? De babyboomers zoals ik hebben er een puinhoop van gemaakt. We hebben gefaald. Ik begin nu aan de laatste uren van het sterfjaar van Ellen. Ik ben nerveus en ik heb lichte maagpijn. Ik ben onrustig. Het komt ergens vandaan en ik weet ook waarvandaan. Ik weet het. Straks val ik hier in Cajou in het feestgedruis. Ik heb er bewust voor gekozen. Het is niet goed te gaan kniezen. Ik heb een tafelgenoot voor de oudejaarsavond die ik nog helemaal niet ken. Een apotheker uit Brugge. Verloor ook de liefde van zijn leven. Helin zei het zo-even voortreffelijk aan de telefoon vanuit haar ouderlijk huis. Ik moet de veertig jaar met Ellen koesteren, veertig jaar met een vrouw als Ellen, dat overkomt niet iedereen. Spijker op z’n kop Helin, bravo!

Beste Johan,

Ja, wat een bewogen jaar heb jij achter de rug als in je kerstbrief aangegeven – en meteen aarzel ik, want is het wel achter de rug? Je hebt het zelf over naschokken, wat een goede omschrijving, vooral als je beseft dat de naschokken zwaarder kunnen zijn dan de schokken zelf. En dat laat je dan ook zien, hoezeer Ellen er niet meer is en tegelijk nog dichtbij en zelfs aanwezig zoals je schrijft. “Niemendalletjes” is beslist een understatement. Ik las het als de schok die je bij op het oog onbelangrijke handelingen – de niemendalletjes – kunt krijgen als je keihard beseft dat ze er niet meer is. Terwijl je haar nog zo ziet, hoort en voelt en ze er ook wel degelijk nog is, in je beleving van wat goed en mooi was en wat je meeneemt in je manier van dóór leven. Je blijft betrokken bij alle helpers, bij de actualiteit van Ter Apel en – godbetert – demonstrerende kinderen in Tubbergen.

Je hebt je gelukkig niet opgesloten in je rouw, maar je gaat door in het verlengde van de jaren met Ellen toen jullie huis dikwijls gevuld werd met helpers die daardoor ook weer krachtiger en zelfstandiger konden worden in hun nieuwe wereld. Wat ontzettend goed dat je Helin onderdak hebt gegeven, iemand die genoeg heeft meegemaakt, maar gelukkig ook niet bij de pakken neer gaat zitten en kennelijk haar draai weet te vinden in de wondere wereld van het Nederlandse Hoger Onderwijs. Je vraagt je af hoe iemand in een paar jaar zo goed Nederlands heeft kunnen leren dat ze op basis daarvan al kan studeren! Intelligentie, gedrevenheid en discipline en nu dus ook een stimulerende “hospes” met kopjes koffie en beslist ook wat bijstand daar waar het Nederlands misschien nog struikelblokken biedt.

Ik krijg de indruk dat je je leven met Ellen een plaats hebt weten te geven in het leven van nu, je verloochent je verdriet, het grote missen, niet maar je leeft wel dóór, je staat open voor anderen en je maakt je nuttig. Dat is goed om te horen in een wereld van veel te veel persoonlijk en maatschappelijk leed en agressie.

Johan, ik hoop en denk dat je het volhoudt, toch wens ik je daarbij veel kracht toe, want het gaat beslist niet vanzelf. Houd je goed!

Heel hartelijk gegroet,

Jeannette.

*

Hoi Johan, wat een prachtige mail van haar. Jeannette kan heel goed beschrijven, en schrijven. Was ze ook een journalist? Interessant dat ze een voormalige docente is en afgestudeerd is in de Duitse taal! Indrukwekkend! Ze heeft jouw situatie onder mooie woorden gebracht. Ik knoop aan bij wat ze heeft gezegd. Inderdaad in een wereld van zeer persoonlijk en maatschappelijk leed en agressie. Ik bel je deze oudejaarsavond als het twaalf uur is in Cajou op! Ik ken het daar hè, het is er zó warm. Fijne avond alvast met je vrienden daar. Wees niet verdrietig. Met veertig jaar liefde van Ellen was je rijk. Liefs vanaf de Veluwe, ook van mijn familie, Helin.

Lieve Johan, we missen je, maar zien je weer gauw, maak er maar een welverdiende gezellige oudejaarsavond in De Panne van. Groet al de mensen van me die ik er ken. Liefs Diana.

Lieve Johan. Sterkte vanavond en straks om twaalf uur. Laat de tranen gerust maar even komen. Is goed voor je. Bijzondere avond, zo beleven wij dat ook hier in Leeuwarden. Kus. Wietske en John.

Ha Johan. Er komt veel voorbij aan wensen op kaarten en in mails. Champagne en wijn. Maar belangrijker dan wijn: dat we in het nieuwe jaar gezond zijn (en blijven). Dat we het gezellig hebben ook. Bijzondere jaarwisseling zonder Ellen. Ook ik mis haar. Lieve groet, Wil.

De verschillende traiteurs van het op Frankrijk georiënteerde De Panne deden oudejaarsdag goede zaken. Lange rijen voor de overvolle winkels. Alleen al de vitrines waren een feest. Een feest van genot.

De aanvang op oudejaarsavond in Cajou van een culinaire hoogmis. De entree met kreeft, oesters, krab, garnalen en ham naar een vijf gangen diner toe tot ver na het nachtelijk uur. Er zou later op de avond nog ganzenlever volgen en hertenbiefstuk. (Met de ganzenlever moesten we ons haasten, want de restaurants in België mogen in 2023 geen ganzenlever meer serveren). Voor de liefhebber bij elke ronde een andere wijn. Ach, we hadden het misschien wel verdiend, zo’n uitspatting bij de afsluiting van dit jaar. Het leven is ook de kunst van dóór leven. Het leven op de rails houden. Ook om jezelf geven. Om twaalf uur bij het ingaan van een nieuwjaar kwamen inderdaad de tranen. Met champagne even alleen op mijn hotelkamer. Een heildronk, een gebaar naar het luchtruim. Lieve, lieve Ellen, kon je deze avond maar met me delen. Diana die me mailde dat ze me miste, dat besef al, gemist te worden, en Helin die me belde om te zeggen hoeveel ik voor haar betekende en dat ze als adoptie kleindochter van me hield. En ik dacht aan Ellen en gunde haar de rust na haar lange strijd (samen met mij) die op 30 april in het net verstreken jaar gestreden was. In gedachten altijd bij jou lieve onmisbare Ellen, my love!

*

Hallo Jeannette.

Dank voor je mooie mail die ik met belangstelling heb gelezen aan het ontbijt op mijn vaste logeeradres aan de Belgische kust welke met dit hondenweer noodt tot binnen blijven en onder de wol kruipen. Ik kom vandaag mijn gebruikelijke kamer 310 niet af, voorzie ik. Ik vrees enigszins alle opgelegde pandoer van de oudejaarsavond, het worden de beladen laatste uren van een bewogen jaar, maar ik moet er doorheen, ik heb immers mijn leven behoorlijk op de rit kunnen houden. Daar ben ik enkele personen wel zeer in het bijzonder dankbaar voor. Voor het eindjaardiner hier in hotel Cajou hebben ze me gevraagd of ik een tafel wil delen met een mij nu nog onbekende apotheker uit Brugge die ook zijn vrouw verloren is, en met een ingenieur die niet uit Brugge zelf komt maar uit de buurt ervan. Mij zijn boeiende conversaties in het vooruitzicht gesteld. Ik heb hier in De Panne een interessant, zeg maar gerust leerzaam en lezenswaardig boek gekocht: Zafira Ghafari, vechtster voor vrouwenrechten, de jongste vrouwelijke burgemeester in Afghanistan ooit. Vrouw en burgemeester van Changa in de provincie Wardak, maar vorig jaar voor de Taliban gevlucht naar Duitsland waar ze onder permanente politiebewaking staat. Ze overleefde zes aanslagen op haar leven. Haar vader moest de onverschrokken strijd van zijn dochter voor vrouwenrechten in Afghanistan bekopen met zijn leven. Nog niet eens dertig nu, deze imponerende Zafira Ghafari. Vertel me bij gelegenheid eens hoe het met jou, met jullie, is. Want ik hoor het graag.

Ik leerde Helin kennen toen ze nog maar betrekkelijk kort in Nederland was. Was het een halfjaar? Bij aanvang van de corona in elk geval. Ze had het azc nog maar net achter zich gelaten. Ze had zich gemeld bij Het Gilde voor een taalcoach. Het Gilde bestaat uit gepensioneerde types zoals jij en ik onder leiding van de vroegere rector van het Stedelijk Gymnasium in Utrecht. Vier jaar geleden vluchtte Helin hier alleen naartoe, achttien jaar nog maar, via Beiroet. Alleen al de verhalen over het ogenschijnlijk veilige Beiroet doen je nekharen recht overeind staan. Ze durft haar klassenfoto’s niet meer te bekijken want de helft erop is dood, in de oorlog omgekomen. Landmijnen, raketaanvallen. De exodus, de diaspora. Als door een wonder is Helin herenigd met haar ouders. Daar is ze nu, daar heb ik haar naartoe gebracht, en daar, diep op de Veluwe, haal ik haar over een dikke week weer op. Ik kan me er nu alreeds op verheugen, want het is stil hier in dit prachtige huis. Met die ouders heb ik heel goed contact, ze behoorden op mijn trouwdag 18 december laatst tot mijn gasten. Ik heb ze meegenomen naar het kasteel De Haar. Daar stonden ze naast hun dochter toen die met een traan ook een beetje as van Ellen verstrooide op de bijkans heilige plek. Helin heeft Ellen nog gekend. Haar zorgzaamheid viel meteen op. Er gaat iets van haar uit, veel zelfs gaat er van haar uit. De kinderen van Tubbergen denk ik dan. Vergeef ze oh Heer, ze wisten niet wat ze deden met dat stuk karton voor hun harses, maar hun ouders wisten het drommels goed, die godvergeten egoïstische en schaamteloze welvaartsouders die hun oren volledig hebben afgestemd op de ritsig-hedonistische STER-reclames. Eigenlijk zou je die voor twee weken aan de frontlijn in oorlogsgebied moeten droppen. Het zou ze leren, of niet eens…

Helin kwam veel bij ons thuis, ze was op haar veel te dure piepkleine snertkamertje van eerst in Leidsche Rijn heel eenzaam. Ze kocht bij een afzetter een tweedehands fiets die altijd stuk was en dan liep ze met haar boodschappen en die fiets aan de hand in de stromende regen huilend moederziel alleen terug naar haar aanvankelijke kamertje van drie keer niks. Had ik dat toen maar geweten. Daar mocht ze van een griezelige hospita niet eens bezoek ontvangen, zelfs haar ouders en zusjes niet, en geen geluid maken. Ze kwam voor les naar ons, maar tegelijkertijd om Diana te assisteren, en ze verzorgde mijn Ellen heel liefdevol. Bij ons kwam ze op warmte en gezelligheid af, nu bij mij heeft Helin boven de complete zolderetage. Haar kamer is als een warme deken die over haar heen sluit. Ze is statenloos. Van Syrië heeft ze geen paspoort meer, van Nederland nog niet, en Koerdistan bestaat niet. Maar Helin heeft al snel aan alle inburgeringseisen voldaan en ik loop nu met haar bij de IND. Van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, via een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, naar het Nederlandse paspoort. Ze droomt ervan arts te worden in een Nederlands ziekenhuis, of een Afrikaans. Alles in het teken van haar studie en het inhalen van de tijd die ze door de oorlog tekort gekomen is. Wat dat betreft doet ze me denken aan de Afghaanse schrijfster die nu in Duitsland ondergedoken zit en van wie ik een leerzaam boek onder handen heb. Op zaterdag doet Helin voor haar cv vrijwilligerswerk in het Diaconessenhuis voor zwaar gehandicapte kinderen. Nee, niet die van Tubbergen, die zijn anders gehandicapt. Ja, de niemendalletjes. Ik hoef niet met Ellen dure dingen te doen, maar gewoon voor elkaar een kop koffie zetten of even naar de Jumbo. Nog even genieten hier aan zee.

Ik kan wel blijven vertellen. Straks begint mijn nieuwe normale leven weer. Dan in de vroege ochtend het broodtrommeltje van Helin vullen en haar met broodtrommeltje naar het station rijden voor de trein naar de VU. Vast ritueel. In de auto peuzelt de studente haar yoghurt met fruit op. In de auto nog even wat lipstick op. Ik zou het niet meer kunnen missen. In dat opzicht voel ik me gezegend. Ik zie voorbeelden om me heen van stilstand en dat is niet goed. Ze vroegen me hier of ze een apotheker uit Brugge op oudejaarsavond aan mijn tafel mochten zetten. De apotheker verloor ook zijn vrouw. Welnu, zo blijf je als weduwnaar onder de mensen en in gesprek. Je doet nieuwe contacten op. Goed uiteinde en een gezegend begin. Treur niet te lang over de dood van die 95-jarige emeritus-paus, maar dat zit bij jou gelukkig wel snor. De dood van Pelé zegt ons allen meer.

Lieve groet. Met een goed uiteinde en een dito goed begin. Johan.

Ha lieve Johan, 

Ondanks het enorme gemis van jouw grote liefde Ellen wil ik je vanuit Bali via deze minder persoonlijke weg toch een voorspoedig en vooral gezond 2023 toewensen. Laten we contact blijven houden. 

Hartelijke groet,

Je oude honkbalmaatje tot in Parma toe, waar ik je verkering zag krijgen met Ellen,

Hans Walraven.

De Plek, in memoriam Ernst Nordholt

Zijn vader kende ik al wel, Ernst nog niet. Zijn vader maakte ik voor het eerst mee in Groningen toen hij daar korpschef was en ik in Amsterdam politieverslaggever voor Het Parool. Hoofdcommissarissen namen in die tijd geen blad voor de mond, het waren publieke figuren, en Eric was er al helemaal zo één. In Groningen gunde hij mij het nieuwtje dat hij de nieuwe hoofdcommissaris van politie van Amsterdam zou worden. Nou ja gunnen? Er zal wel iets anders, of tenminste meer, achter gezeten hebben. Uit strategische overwegingen koos de man natuurlijk voor de grootste krant van Amsterdam, de belangrijkste in elk geval: Het Parool. En Eric was een beetje links, PvdA, Annemarie Grewel, zo heette ze toch?, en Ed. van Thijn. Het bleef niet bij dat ene interview in Groningen. Er volgden er meer, veel meer, in de Marnixtraat tegenover de Lijnbaansgracht, met een glas donkerrode wijn en klassieke muziek uit een platenspeler of wat het ook was. Bach en Beethoven. Chopin ook. Het was allemaal anders dan anders. Een korpschef aan de rode wijn bij Beethoven over tasjesrovers in de Bijenkorf en verder rond de Warmoesstraat. Interviewde eens een Minister van Staat, Van der Stoel, Max van der Stoel, die een zo ongelofelijke asceet was, de Dood van Pierlala in persoon in feite, dat ik ‘m aan de Kneuterdijk moest vragen of het licht misschien aankon omdat ik mijn aantekeningenboekje wel in mijn hand voelde maar niet meer zag. Koffie of thee vergat Van der Stoel. Van een verwarming had hij nog nooit gehoord. Eric had zo zijn eigen entourage. Waarin hij opvallend vaak minder sprak over parkeerbonnen en draaideurcriminelen maar meer over Glimmen en die ene jongen van hem die later wel eens hoge ogen zou kunnen gooien in de journalistiek. Trots, hij was trots.

Die jongen studeerde aan Windesheim. In Zwolle. Die jongen deed hbo journalistiek en had volgens zijn vader een goed stel hersens. En nu kom ik zoetjesaan toe aan de titel van mijn bijdrage bij de veel te vroege dood van Ernst. DE PLEK, zo noem ik dit stukje. Ik geef dit stukje die titel mee: DE PLEK. Ik weet niet meer wie er nou eerder in verpleeghuis De Ingelanden een ‘hotelkamer’ betrok, Ernst of mijn lieve vrouw en muze Ellen, ik weet het waarachtig niet meer, maar daar in die toen nog tochtige bouwput Leidsche Rijn kwamen we elkaar voor het eerst tegen. Ernst had besloten zich met weinig mensen in te laten, maar voor Ellen en mij, en Elly Wolf, en de vrachtwagenchauffeur Paul, maakte hij graag een plezierige uitzondering. Of was Paul van de boortorens? Zulke details ben ik kwijt. De krant, en alles wat met de krant te maken had, en nieuws, en dan belangrijker nieuws dan de Heilige Graal Van Gaal, bond ons, Ernst en mij, van meet af aan.

Maar er was meer: de ergernis over mensen die zich te veel met je bemoeiden, die aan je privacy zaten en over je heen liepen als je niet uitkeek. We hielden het personeel in het verpleeghuis zogezegd kort. Het was in ieders belang dat ze een beetje bang voor ons waren. Wij waren de baas, in elk geval over onszelf. ’s Winters maakten we er een goede gewoonte elkaar rond vier uur ’s middags te ontmoeten in het ‘exclusieve hotel-restaurant’ van gekkenhuis De Ingelanden alwaar wij bij de ‘gerant’ een glas van het één of ander bestelden. Meestal was het wijn. Zwaar gesubsidieerde wijn. Dat proefde je ook. Volgens mij dronk Ernst rood. Had hij natuurlijk van zijn vader. Zelf hielden Ellen en ik het bij wit. De ‘gerant’ van het verpleeghuis, Rooie Wil of een Indisch schepsel dat voornamelijk Maleis sprak, zei dat het chardonnay was. We namen het voor kennisgeving aan. Het Indische wicht eens gevraagd of ze even snel met een glas water kon komen want Ellen had zich verslikt. Ellen stikte zowat. Nee, de idioot mocht van Rooie Wil niet achter de tap weg en niet aan tafeltjes bedienen. Ellen liep intussen rood aan. Natuurlijk schreeuwde ik Tante Jakarta (het is dat ze daar zo’n heerlijke keuken hebben, op Java) achter de toonbank vandaan en kwam ze met een glas water aandrentelen. Ik heb er tot de dag van vandaag spijt van dat ik haar niet heb vermoord. Ze wisten soms het bloed onder je nagels vandaan te halen, de imbecielen. Soms zaten Ernst en ik liever in de bajes dan in een verpleeghuis.

In mijn herinnering dronk Ernst ook wel port. Rode port. Ik vond hem geen jongen die bij De Telegraaf hoorde. Daar had hij te veel hersencellen voor. Zelfs meer nog dan ik. Zelfrelativering is niet mijn slechtste eigenschap. Zo’n beetje de enige met wie we ons inlieten was de directrice, mevrouw Sandra Kuypers, voor wie Ernst en Ellen toch wel een beetje haar favoriete bewoners waren. ‘Dag heren journalisten’, zei ze steevast als ze met een zware hutkoffer gelijk een minister onze tafel passeerde op weg naar huis. We hadden een vette streep voor. Ik schrijf dat zonder schroom. Zat eens in zwembroek voor haar bureau omdat ze me onmiddellijk wou spreken. Ze was net terug van vakantie op de Molukken of daar in die buurt. De aanleiding was weer eens een incident. Sandra was als de dood dat ik de bijna-dood van Ellen door verstikking aan de grote klok zou hangen. Een mevrouw van een paar deuren verderop was gaan dwalen en had ’s nachts een kussen op het gezicht van de slapende Ellen gedrukt. De nachtwacht bevond zich niet waar de nachtwacht zich had moeten bevinden. Dit had zo maar verkeerd kunnen aflopen.

Zijn journalisten een beetje arrogant? Of wensen journalisten niet door stratenmakers op zee gestoord te worden in hun analyses over het wereldgebeuren? Zijn ze überhaupt kritischer dan de gemiddelde? In elk geval hadden we voor ons drietjes zo’n beetje een vaste tafel om vier uur ’s middags met idioot kleine stationsrestauratie glaasjes. Daar paste je valse gebit zelfs niet in om even door te spoelen. Of de wijn naar migraine leidde viel na afloop niet vast te stellen. Migraine hadden we toch al vanwege de afhankelijkheid van derden en de frustratie over wat er allemaal om ons heen gebeurde. We waren ook nog eens tot ‘geheim’ adviseur van Sandra Kuypers benoemd. Buiten de lieve bewonerscommissie om. Het bleef bij veertien dagen, dat onbezoldigd adviseurschap. We leenden ons niet voor bezigheid-therapie. Het was geldsmijterij naar een adviesbureau dat niet serieus genomen had moeten worden. We waren blij als het voorjaar zich aandiende en we het gekkenhuis voor dikwijls een hele middag konden verlaten. De plek was Haarzuilens. In die bocht. De Vier Balken. Dat vriendelijke meisje met die te grote tatoeage dat er bediende. Was het in d’r nek? Ik kan het Ernst niet meer vragen. Zoenlippen had ze in haar nek staan, als ik me niet vergis. Haarzuilens. Het terras. Die monumentale bomen. Haarzuilens, ja. Dat schoolgebouw in rood en wit. Zondag 18 december ben ik er even gestopt om Ernst te herdenken.

Gisteren, zondag 18 december 2022. Het begon alweer vroeg te schemeren. Het zat zo: met een klein gezelschap kwamen we terug van Kasteel De Haar. In de kasteeltuin hadden we vanuit kleine potjes wat as van van mijn onmisbare Ellen gestrooid in de kasteeltuin. Aan de voet van het kerkje vooral. Daarna naar binnen het kasteel in. Overweldigend. Zeker ook naar de trouwzaal waar Ellen en ik op een halfjaar na 35 jaar geleden in het huwelijk waren getreden. Het ontroerde me. Kon je de tijd maar stilzetten.  Ellen die op het gladde houten bruggetje naar de trouwzaal toe bijna één van haar pumps verloor en later de trouwring liet stuiteren tot onder de verwarming. Veel om aan terug te denken op 18 december in het sterfjaar van Ellen. Eric Nordholt die zijn vaste chauffeur aan de Odenveltlaan 9 in Vleuten een fles rode wijn van superkwaliteit liet afleveren voor het bruidspaar. Ik ben het nooit vergeten, hoofdcommissaris Eric!

Een bijzondere zondag in 2022. IJskoud, een vrieskist zowat. De wateren bevroren. Hockeysticks op een kasteelslootje. Veel buitenlandse toeristen. Japanners en Chinezen vooral. Amerikanen ook. Chocolademelk met slagroom. Wel de veertig jaren samen gehaald, Ellen en ik, de 35 huwelijksjaren net niet. Terug van het kasteel reden we door Haarzuilens, en op de plek waar Ellen en ik tig keren met Ernst een glaasje hadden genuttigd bij een salade van het één of ander daar stond nu een grote tent voor een ijsbaan met van pret kraaiende dorpskinderen. De ouders verderop aan een glaasje niet-gesubsidieerde wijn dan wel rode port, en zonder in een verpleeghuis betutteld te worden. Zondag 18 december 2022. Gestopt voor een foto. Een plek met veel herinneringen voor drie mensen van wie er dus twee dit jaar waren overleden. Eerst Ellen, op zaterdagavond 30 april, en acht maanden later Ernst. Moest terugdenken aan de gesprekken die we in Haarzuilens voerden. Over de journalistiek, hoe kon het ook anders! Over de ethiek maar al te vaak. Over de mores. Over advocaten en strafrecht. Veel in retrospectief. Maar het ging dieper. Over verlies van waarden, eigenwaarde, door betutteling en bemoeizucht, als je niet uitkeek. Over zijn scheiding, zijn kinderen. Over mijn boeken. Zoals ‘Dankjewel voor je liefde’, subtitel ‘Omgaan met parkinson en dementie’, mijn boek uit 2014 dat hij had gerecenseerd. Wij wel, hij niet.  Zijn scheiding. Een meesterwerk, noemde hij ‘Dankjewel voor je liefde’, dat hij niet zonder tranen had kunnen uitlezen. Wij wel, hij niet.

En toen zaten we eens op een zwoele doordeweekse voorjaarsavond met z’n tweetjes op DE PLEK. Ellen lag in De Ingelanden al te slapen. De monumentale bomen van Haarzuilens als eerder aangehaald. De vogels bouwend aan hun nestje. Gepensioneerden die langs fietsten en hun hand opstaken. Zij wel, wij niet. En toen ineens begon Ernst te vertellen over het verlies van een kindje. Hij had nu drie kinderen kunnen hebben, maar hij had er twee. Maar in zijn hart… Hij vertelde over het verlies van dat ene kindje. Dat was nooit ver weg. Noemde een naam, en toen ineens… Wil je van deze plek de plek zien waar we de as van het kindje hebben verstrooid? Wil je het echt? Breng me er in de rolstoel maar heen. Breng me maar naar de plek. Het is een paar seconden lopen. Nou iets meer dan een paar seconden maar het scheelt niet veel. Kijk, daar verderop. Die boerderij en dan… Ik ben graag in Haarzuilens. Ik berust in mijn lot. Ik accepteer die rolstoel. Het zij zo allemaal. Fijn dat je me één keer eerder tegenhield omdat ik het niet meer aankon.’

De plek ja, van een wel zeer bijzondere betekenis. We stonden inmiddels aan de voet van het kasteel. Bij het gietijzeren toegangshek. Met die spijlen. De lange laan naar het kasteel zelf. Wij naar de plek niet ver van de plek. Daar nu stopte ik zondag 18 december 2022. In het volle besef dat Ernst lag opgebaard bij zijn ouders thuis in Vleuten. Ik pak de kaart erbij en weet het weer: Anniek. 

Ha die Johan.

Net je blog gelezen. Goed dat je blijft schrijven. Schrijven is voor jou als eten: eerste levensbehoefte. Overigens meen ik me te herinneren dat pa Nordholt naar de VVD geswitcht is. Mogelijk heb ik dat vernomen toen hij in Buitenhof verscheen. Griep? Hoorde ik dat goed? Thee jongen, veel thee drinken, en ervoor zorgen dat je De Panne niet hoeft te missen.

Jan van Ewijk.

*

Dank Johan, heel erg mooi. Dank ook voor je lieve woorden naar aanleiding van de uitvaart. Mirjam Nordholt.

*

Ha lieve Johan!

Hoe waren je kerstdagen? 
Dank voor je prachtige kerstbrief met zulke mooie foto’s en weer zulke prachtige verhalen. Dank daarvoor!
 
Tot ziens in het nieuwe jaar en lieve groet van hier, uit het 'Griephuis'. 
John en Wietske 💕💕

Veel niemendalletjes wens ik mijn vrienden en goede bekenden toe.

Taart op mijn verjaardag. Van mijn huisgenote Helin. Zelf gebakken. Ze stond er middenin de nacht voor op.

Het einde zowat van een bewogen jaar met naschokken die nog steeds voelbaar zijn. Dat zal zo blijven. Liefde is ook loslaten als tijd en omstandigheden daarom vragen. Het klinkt zo rationeel, maar nee, dát is het nu óok weer niet. Het gemis komt met golven. Eb en vloed. Niettemin gaan we voor het leven, voor het licht. De kerstoverpeinzing in het teken van alle liefdevolle reacties op de dood van Ellen in de voorbije maanden. De afgelopen weken hebben we de as van Ellen verstrooid op plekken vol dierbare herinneringen. In kleine groepjes, het deed ons veel. De beelden op onze website getuigen ervan. Fragmenten vervat in een film als fotocollage. Dank mijn oud-technicus en opnameleider, Jan, voor al je werk.

Wél de 40 jaren samen met Ellen gehaald, de 35 huwelijksjaren op een halfjaar na niet. Het zou de 18e van deze decembermaand zijn geweest. In plaats daarvan naar trouwlocatie Kasteel De Haar met de as van mijn muze. Zoals eerder naar vakantieadres De Panne (zie omslagfoto) met het zo vertrouwde Cajou aan de Belgische zuidkust. Naar Bronbeek met het gedenkmonument voor vrouwen en kinderen die in de jappenkampen stierven of de gevangenschap ternauwernood overleefden. En Gasselte in Drenthe (zie de foto) waar Ellen en ik een Hans en Grietje boshuisje met rieten dak bezaten voor de weekenden en vakanties bezijden het stiltegebied Drouwenerzand. Vooral daar, aan de rand van de hei, waar we de lammetjes geboren zagen worden, ons huisje met de herinneringen aan de jaren ’90, vooral dáar voelde ik Ellen het meest dichtbij. Dit alles, met dat verbluffende panorama, dat hadden we toch maar mooi meegemaakt. Dank Niske, moeder van mijn buurman Niels, voor de foto’s die ze in Gasselte tijdens de asverstrooiing maakte. Ik verwijs naar mijn blogs.

Wietske & John de 18e december mee naar Kasteel De Haar in kerkdorp Haarzuilens, feeëriek opgetuigd als apotheose van een jaar dat wegtikt. En de ouders van Helin, filmend door het kasteel. Haarzuilens. Een schitterend mozaïek. Een palet van kleurschakeringen. Wietske, haar noem ik in het bijzonder: zeventig jaar geleden klasgenootje en schoolvriendinnetje van Ellen. Ze vond haar na een halve eeuw terug via tal van omzwervingen op het internet. Haar verhaal erover werd bekroond en afgedrukt in een tijdschrift. Leeuwarden, fantastisch logeeradres, het afgelopen jaar bij Wietske en John al helemaal.  De eettafel als stamtafel als betrof het voetbal ‘analisten’. Over woordinflatie gesproken, trouwens. Vroeger op de krant was een analyse nog een analyse en voorbehouden aan specialisten in de financiële economie. Die zaten er dagenlang voor onder een leeslamp. Met voetbal op tv is een analyse hetzelfde geworden als borrelpraat in een handomdraai.

Al die mensen die zoveel van Ellen hielden wil ik nogmaals bedanken voor hun steun tijdens het ziekteproces van de vrouw die mijn levensgeluk vormde. En voor de steun aan mij om het verlies met fantoompijn zo goed mogelijk te hanteren. Ik noem ook de schrijfatleten van Parool-Sport die bij het heengaan van Ellen zo invoelend van zich lieten horen. Ik wil iedereen voor straks een vredige kerst toewensen en een naar hún omstandigheden ontspannen jaarwisseling. Een goede gezondheid vooral en zo min mogelijk gejaag en gejakker. (En kromme vinger van de gsm). Tegenwoordig denk ik wel eens: was ik in mijn werk niet ietsjes té ambitieus? Te perfectionistisch? Workaholic? Ja bah. Was het al het gestress wel waard? Het antwoord niet moeilijk te raden. Ik staar naar het luchtruim en wens haar terug. Al konden we maar even samen op de fiets naar de Jumbo. Ik mis vooral de niemendalletjes.  

Maar niet zonder voorbij te willen gaan aan het leed in een wereld die volkomen uit het lood hangt met eindeloos veel ontheemden, radenlozen, zieken en eenzamen. Zij ook, de buitenslapers, nog niet eens onder tentzeil de kletsnatte nacht in; zij voor wie Artsen Zonder Grenzen in Ter Apel op de bres moest springen. Wat stonden we als samenleving dit jaar daarmee voor schut.  Ik reed er pas geleden nog langs, langs Ter Apel. Voor de poort van het aanmeldpunt verkleumde medemensen rond een eetkarretje. De stoom van het eten vermengde zich met de adem van de zich warm stampende wachtenden voor wie geen plek was in de herberg. Nog zo één! Kinderen van acht – het werd zwart voor mijn ogen – die met een bord van karton voor hun hoofd in Tubbergen liepen te protesteren tegen asielzoekersopvang. Opvang voor hun eigen, op de oorlogsvlucht zijnde, leeftijdgenootjes bovendien. Een plaat voor hun harses. De Tubbergse welvaartskinderen van acht wisten waarschijnlijk niet eens wat ze deden, hun ouders wel. Ik zou bijna over Jezus beginnen als afvallige gereformeerde. De Bijbel is in dezen nooit ver weg. De kinderen wisten niet wat ze deden, vergeef ze oh Heer. There is a place for them, vrij naar Barbra Streisand. Over ‘eigen’ regio zal men mij niet horen, ongepast. Klinkt als recht hebben óp en anderen dat recht ontnemen. De misplaatste vanzelfsprekendheid.

Daarop wil ik mede inzoomen in deze kerstgroet. Zoals enkele jaren geleden toen de herinnering aan Zanka aan het Balatonmeer in Hongarije en de gevluchte burgers van de DDR centraal stond. Het was de aanloop naar de val van de Berlijnse Muur. Het jonge gezinnetje met een meisje van vier en een zuigeling dat voor een gesloten hek stond in hun Trabant. De tranen van wanhoop en verlatenheid die werden geplengd. De slagboom van Zanka. Vol = vol. De geopolitiek, de wereld als één geheel. Oorlog is voor elk slachtoffer grenzeloos traumatisch, ongeacht waar die oorlog zich afspeelde, of nog steeds afspeelt. Ik weet het van Ellen, hoe jong nog, een peutertje nog maar, achter prikkeldraad en bamboe vlechtwerk van 0 tot 6, op Java werden behalve overlevingsdrang ook angstgevoelens gezaaid. Op Bronbeek afgelopen oktober teruggedacht aan ‘Mam, kijk naar de sterren’, het boek dat ik samen met Ellen schreef over haar Indische peutertijd in het jaar van de diagnose parkinson.  Met de ziekte van Ellen en haar dood ben ik erg verbonden geraakt met Afghanistan en Koerdisch Syrië. Ik noem Diana, ik noem Helin. Beiden heel speciaal voor mij geworden. Mijn meest dierbaren. Ze vonden de weg naar mijn hart. Ik verwijs in dezen naar het huiveringwekkende boek van Nadia Murad (Kocho, 10 maart 1993, ook 10 maart net als Ellen). Nadia Murad, een iconische jezidi en mensenrechtenactiviste uit Koerdisch Irak. De genocide van Kocho in 2014. Wat zei Helin op een warme zomerse zondagmiddag in de tuin tussen de paarstinten van de alles zo schilderachtig overwoekerende vlinderstruiken? ‘In het noorden van Syrië waren de bergen mijn beste vriend.’ Bergen voor Helin om zich voor de vijand te verbergen. Haar schuilplaats.

Schuilt hierin ook de diepere betekenis van het woordje berg? De vijand kwam van meerdere kanten. Diana knikte bij de herkenning. Leven in angst, voor vliegtuigen, voor honden, voor geüniformeerden, voor verklikkers, voor raketten, voor landmijnen, voor gifgas, voor gedwongen prostitutie in het kalifaat, en meer dan dat. Hulde Helin, jij klein studiewonder, voor de 8 waarmee je dezer dagen van je tentamen aan de VU faculteit Geneeskunde thuiskwam. Nog maar vier jaar in Nederland en dan die volle 8. Helin op kamers genomen. Ik hoop haar stabiliteit en veiligheid te bieden na een door oorlog verloren jeugd. Zij van haar kant zorgt voor gezellige reuring en geluid, na de benauwende stilte die in mei thuis over me heen viel met de dood van Ellen. De kopjes kwamen niet meer van hun plek, sinds de zomer weer wel. De lafhartige en barbaarse beschietingen van ziekenhuizen, waar zware operaties volop gaande waren, en van kraamklinieken, waar op datzelfde moment vrouwen lagen te bevallen, het voor zijn soevereine bestaansrecht vechtende Oekraïne – die perversiteit kleurt dit jaar donker in. Miljoenen Oekraïners vanuit het Kremlin bewust in hun eigen huis de vrieskou in gebombardeerd. De wereld kijkt toe en vergadert. Mensenrechtenorganisaties die in Oekraïne martelkamers voor kinderen hebben ontdekt. De wereld kijkt toe. Ze vergadert. Maakt er notulen van. De misbruikte kinderen met bordkarton van Tubbergen (…) We gaan voor het leven en voor het licht.

Thuis een zelfgebakken taart door Helin, ze maakte me blij. Met een 7 en een 2 die ik in de gauwigheid wist om te draaien. Lieve dank Diana die bij haar thuis – een met snoeihard werken verdiend paleisje – de verjaardag van deze boogschutter organiseerde. Hogeschoolwerk in de dagelijkse verzorging van Ellen. Net als Elly, als Trudy, en tante Nasima, vanuit onbaatzuchtigheid. Ook de Iraanse Manal van de apotheek niet vergeten, de buddy van Ellen die van een afstand vol emoties de gebeurtenissen rond een menswaardig bestaan voor vrouwen in haar moederland volgt. En de executies van nu. Tranen bij een kop koffie toen ze hoorde dat ook in Den Haag gedemonstreerd zou worden tegen de verdwazing in Teheran. Een lieve eindejaar groet kortom voor al degenen die samen met mij mijn leven zijn betekenis lieten behouden, zo waardevol reageerden op de dood van Ellen, en zoveel van haar hielden. Ons huis, mijn onmisbare Ellen, blijft zich vullen met de geur van trassi. Ons huis blijft de warmte uitstralen, de gezelligheid ook, de zoete inval, waar Leroy van de osteopathie op 7 mei zo prachtig aan refereerde. En jij Ellen – mooi in alles, want dat was je, je was meer dan een fotomodel alleen – jij voelt nog immer als heel dichtbij en zelfs aanwezig en vertegenwoordigd. Dat gevoel neem ik deze dagen ook mee naar De Panne voor strandwandelingen en een bulderende Noordzee en woeste wolkenpartijen van Jacob van Ruysdael ter afsluiting van een bewogen jaar.   Alle goeds eenieder, Johan, die het kort wilde houden, maar bij aanvang carrière per woord werd betaald, en weer eens ‘uitschoot’.

Hoi Johan,

Zoals we al wisten…….Wat kan jij een belevenis/beleving toch mooi en intens 
beschrijven. Ik heb het vol aandacht gelezen en een paar tranen gelaten. 
Ik heb het altijd ontzettend gewaardeerd en mooi gevonden, hoe jij je hebt ingezet voor jouw Ellen. Ik heb het altijd gezegd tegen mijn vrienden en mijn Minouche, dat ik het gevoel heb, dat ik dat niet zou kunnen. Maar ik hoop dan ook dat het ons nog lang bespaard zal blijven. 
Ga lekker genieten in de Panne en geef het afgelopen jaar een speciale plek in je hart. Nogmaals goede feestdagen en tot in het nieuwe jaar. 

Liefdevolle groet,
Marc 

Dag Johan,

Hartelijk dank voor de mooie kaart en het verhaal. “Liefde is ook loslaten als tijd en omstandigheden daarom vragen”. Helemaal mee eens. Hopelijk vind je in deze periode ook voldoende liefde om de leegte wat op te vullen. 

Liefs,

Belle, Judith en Leroy .

*

Hallo Johan!

Dank voor je kerstkaart. En, vooral, voor de daarin opgenomen kerstgroet. In het kort eigenlijk een overzicht van het voor jou in het bijzonder zo bewogen jaar. Het is fijn te lezen dat je volop voor het leven kiest. Leven en dood zijn immers zo nabij. Veel plezier in De Panne met de beste wensen voor het volgende jaar.

Groet,

Jan van Ewijk

PS Uiteraard ook de beste wensen voor Diana en wonderkind Helin.

*

Heey Johan.

Verwacht van mij niet zo’n mooi epistel. Wat prachtig. Wat moet jij trouwens je vak missen. Dat denk ik telkens weer, bij elke mail. Ik houd het kort. Maar evengoed gemeend: de beste wensen voor jou en Helin die je op kamers hebt genomen en wat zo fantastisch is. Mooie evenwichtige tekst in je kerstbrief. Zowel verleden, heden als toekomst. Je blijft voor het leven gaan en voor het licht. Je kijkt ook nadrukkelijk vooruit. Geweldig! Spreek je een van de kerstdagen wellicht nog wel. Je hoort van me.

Met waardering, Charles.

*

Geweldige kerstkaart Johan, prachtig van beeld en inhoud. Dank je wel.

Marjon v.d. Meer.

*

Lieve Johan,

Wat een mooi omschreven herinnering aan jullie beiden. Wat heb je deze tekst weer ontzettend prachtig verwoord zoals ik dat gewend ben van jou. De mooie perioden die jullie samen hebben beleefd en waar je positief op terug kan kijken neemt niemand meer van je af. Alles zo weloverwogen om Ellen nog eervol in het “licht”  te zetten op de bijzondere plekken in jullie gezamenlijke leven. Ik heb alles met veel ontroering gelezen en kunnen zien.  Als ik het lees komen bij mij ook de beelden van de mooie charmante Ellen direct weer naar boven. Ik ben blij dat ik nog een tijdje wat voor Ellen heb kunnen betekenen en zal haar daarom ook nooit meer vergeten. Heel vaak heeft iedereen het over Ellen maar door jouw liefdevolle zorg en aandacht heeft ze tijdens haar ziekteproces nog heel lang samen met jou in jullie fijne woning kunnen verblijven. De vertrouwde omgeving en in gezelschap van haar Johan was Ellen altijd op haar plek. Het zal op sommige momenten nog best moeilijk zijn of blijven maar koester vooral de mooie momenten samen met Ellen want die hebben jullie zeker samen gemaakt.

Blijf in 2023 vooral vertrouwen op je eigen kracht en positiviteit die jij altijd uitstraalde.

Heel veel liefs,

Dorothy Gresnigt.

*

Hallo Johan. Ik heb nu ook de film gezien van de 4 x verstrooiing van de as van Ellen. Ik kan alleen maar zeggen: indrukwekkend. Mijn gedachten gaan terug naar mijn Carry, je hebt haar gekend.. Zoals ik je verteld zal hebben, is het as van Carry verstrooid in het KWF-bos in Dronten. Bij ‘haar’ boom. Destijds konden Matty en Danny een vaas uitkiezen met daarin een deel van de as van Carry. Ik koos er zelf later voor om een beetje as van Carry in mijn trouwring te laten plaatsen. Indrukwekkend jouw film. Indrukwekkend eerbetoon.

Liefs, Jan van Ewijk.

*

Ha Johan,

Een hele mooie film en dierbare herinnering aan Ellen. Dank je wel.

Lieve groet Wil.

*

Na die schitterende kaart nu ook de film gezien, wat mooi! We heffen het glas, ik kom naar je toe Johan. Ik heb een heel lekker flesje gescoord.

Lieve groet van Albert. Ook voor Diana en Helin.

*

Dag meneer Carbo.

Wat aardig van U dat U bij het versturen van Uw prachtige kerstbrief ook aan mij dacht en mij zelfs in Uw tekst noemde. Daarvoor wil ik U heel erg bedanken en U onder Uw moeilijke omstandigheden een goed eindejaar toewensen.

Manal.

*

Helin met haar moeder in Kasteel De Haar op de zondag van 18 december na het verstrooien van de as van Ellen. Op de achtergrond Diana.

Na vele jaren terug bij ons Hans en Grietje boshuisje met rieten dak- Ellen, ik vond het weerzien geweldig

We hadden er vrienden wonen. In Kostvlies. Een laantje met eeuwenoude bomen en daarachter boerderijen. Dat was Kostvlies. Boerderijen langs het laantje als strooigoed. Wim Sonneveld kon het hebben bedacht. Vanuit Kostvlies wandelden we langs het aardappelveld en zo verder en verder naar het stiltegebied Drouwenerzand, en zo wéér verder. In de week tussen de kerst en de jaarwisseling ontweken we de carbidbussen van de boerenzonen. Enkele beruchte plekken in Gasselte, bij dat schoolgebouw. Daar bulderde het van de carbid. Op één van die wandelingen stonden we naast het Drouwenerzand oog in oog met vier Hans en Grietje boshuisjes met rieten dak, elk op een behoorlijk perceel. Zeker behoorlijk voor Randstadbegrippen. Hemelsbreed lagen de boshuisjes helemaal niet zo ver van Kostvlies vandaan. Welnee, het was eigenlijk de provinciale weg naar Stadskanaal oversteken en tien minuten kuieren langs de voetbalvelden naar achteren. Overal boerderijen in die typisch Drentse stijl. Bij de bekendste makelaar in Gieten met bloeddrukproblemen, dat zag je zo, geïnformeerd of zo’n huisje te koop was. Niet direct maar hij kon ons op de wachtlijst plaatsen. Op nummer 1 van de wachtlijst? Voor een paar dure sigaren was er wel iets aan te doen. De makelaar had zo zijn connecties.

In de tijd dat de minder getalenteerden bij het Utrechts Nieuwsblad met veel vergaderen het wiel opnieuw gingen uitvinden over hoe er een krant moest worden gemaakt, de abonnee bepaalde wat de verslaggever schreef en niet langer de verslaggever, in die horrordagen, met zoals we nu zouden praten over grensoverschrijdend gedrag, kwam 2c van de vier Hans en Grietje boshuisjes met rieten dak in de verkoop. We waren er als de kippen bij. Kort daarna was de makelaar dood. Zoek geen verband met de wachtlijst en/of de dure sigaren van ons. Maar de makelaar ging dood. Zelf schuurden we de houten vloer van ons eerste koophuis. En we verfden die in de kleur die ze ossenbloed noemen, als ik me niet vergis. Veel ander werk werd uitbesteed. Het laat zich raden waarom. Twee linker handen. Enkele dode en halfdode metershoge dennenbomen werden vanwege instortingsgevaar gekapt door een boerenzoon uit het durp met een tractor met laadbak. Dat had die boerenzoon vaker gedaan, dat zag je zo. Er kwam een gloednieuwe keuken. Een groot raam om nog meer van het uitzicht te genieten. Eekhoorntjes plenty. Het werd een feest. We waren er altijd. Alle weekenden en de vakanties. De feestdagen zeker ook. We bleven de carbidbussen van de boerenzonen in de uitlopers van Gasselte ontwijken. ’s Morgens bij het wakker worden geen idee hoe laat het was. Zo donker, zo stil. De drukke Randstad was ver weg. De bramenstruiken dienden voor de jam.

We kochten even verderop bij de boer – Wip heette hij, kom er maar eens op – een lammetje dat, zodra het vet genoeg was, werd geslacht en waaraan Ellen steeds minder schoorvoetend meehielp. Om het te slachten, bedoel ik dus. Ik kon dat niet. Welnee zeg. Op zulke momenten maakte ik dat ik wegkwam. Eerst wekenlang aaien en knuffelen en dan slachten… Ik wist op zulke momenten niet wat er in mijn zo fijngevoelige echtgenote gevaren was. Het lammetje ging in talloze pakketjes in de vriezer. Een kleine correctie. Het slachten zelf gebeurde officieel via Wip in een slachthuis. In Hooghalen, was dat als ik me nog goed herinner. Maar daarna was het de beurt aan Ellen en onze vrienden. Lamskoteletten bij de vleet. En lamsgehakt is zeer beslist een delicatesse. We hadden zowaar een gehaktmolentje op de kop getikt. Lamsgehakt. Deden we weken en weken mee. Het arme lammetje. Wip werd met een nieuw bezoek vereerd en de vraag over enige tijd weer voor een lammetje te zorgen. Ik kreeg zo mijn eigen gedachten over het knuffelen door Ellen van lammetjes. Er kwam een broodmachine, een kleintje, we gingen zelf brood bakken. Het brood was een paar uur buitengewoon smakelijk, daarna werd het zo hard als een plank. Op vrijdagochtend ’s winters deed onze vriendin van Kostvlies de verwarming al aan zodat we eind van de middag vanuit Utrecht in een voorverwarmd paleisje kwamen met onze twee katten. Die waren overigens meestal het hele weekend de hort op in een poging elkaar af te troeven in het vangen van veldmuisjes.

De herinneringen kwamen rond Sinterklaas dit sterfjaar van Ellen weer volop naar boven. Met de moeder van mijn buurman Niels, woont er in de buurt, terug naar de plekken die in de jaren ’90 zoveel rust en dierbaarheid boden. Terug naar het Hans en Grietje boshuisje om er onbeschaamd naar binnen te gluren. De keuken stond er nog. Nog steeds die houten trap naar de zolder. Dat grote raam voor de verrekijker. Nog steeds hetzelfde zo’n beetje. Nog steeds ook op korte loopafstand die camping voor natuurliefhebbers die ook nog eens een bevestiging vormden van het broodnuchtere feit dat een mens met eenvoud en gezondheid het gelukkigst is. We hebben wat afgelopen daar. We maakten op het Drouwenerzand dikwijls een praatje met de schaapsherder en zagen zijn kudde uitgebreid worden met de geboorte van een nieuw lammetje. Stadsmensen die er achter waren gekomen dat Nederland voorbij Zwolle niet ophield, in tegendeel. Over het Drouwenerzand met een omweg naar de Spar in Gasselte voor wat boodschappen en een krantje. Naar de koopavond meermaals op vrijdag in Borger. Ik kan wel blijven vertellen.

In ons Hans en Grietje boshuisje met rieten dak zagen we Louis van Gaal met Ajax een Europa Cup 1 finale winnen. Van Gaal maakte toen aan de zijlijn nog zo’n rare sprong, het leek wel karate. Maakte Patrick Kluivert als jong jochie toen niet het enige doelpunt en was dat niet in 1995? Veel kwam er boven, terug in Gasselte en Kostvlies, veel aan schitterende herinneringen, bij het verstrooien van een gedeelte van de as van Ellen op de locatie die zeer beslist tot de mooiste jaren behoren. Dat zal zo blijven. Onvergetelijke huiselijke jaren met in de weekenden een volledig teruggetrokken bestaan. Ooit eens toen het flink had gesneeuwd lieten we ons huisje afdrukken voor de kerstkaarten. Had ik die stek nog maar, denk ik de laatste tijd net even te dikwijls.

Wat hadden we toch een geweldige bostuin daar in Gasselte! Had ik het huisje en de grond nog maar, denk ik nu wel eens. Maar het Hans en Grietje boshuisje met zijn rieten dak werd verkocht voor het koophuis van nu. En twee koophuizen, nee dat kon Bruin niet trekken. Er moest een keus worden gemaakt. Overigens werd het ook steeds drukker op de weg. We kregen een bloedhekel aan de files bij Zwolle en Hoogeveen.
Een blik op het stiltegebied van het Drouwenerzand waar we de lammetjes geboren zagen worden. Ons uitzicht destijds!

Had ik het huisje nog maar, zeg ik nu. Maar destijds was het een goede beslissing er afscheid van te nemen. Ellen verlangde na verloop van tijd ook weer naar het sociale leven met bezoek aan onder meer de uitreiking van de Zilveren Camera. En naar andere festiviteiten waarvoor ze haar nagellak en lippenstift kon blijven gebruiken… De kerstdagen en de jaarwisseling in Gasselte werden ingeruild voor Gran Canaria en de paarse en oranje bikini.

****

Wat een prachtig kerstverhaal, ik zie het voor me! Ik hou  van boshuisjes! Straks gaat je verjaardagskaart op de post, hoop dat je verjaardagskaart op tijd komt! 

Lieve groet,  John en Wietske, en tot zondag, jullie trouwdag. 💕💕

In het spoor van de rolstoel naar de nalatenschap van architect Cuypers – en Matthijs die kenden we al van Parool

Aan de wandel op een ongekend zomerse dag in november. Flaneren ook. Aan de wandel bij zestien tot achttien graden, samen met Helin, naar de plek waar Diana zo dikwijls Ellen in haar rolstoel naartoe bracht. Als ze kwamen aan lopen dan stond de bediening al klaar om ze met thee naar hun vaste tafel tegenover het water en een grote witte plastic zwaan te helpen. Een beeld dat nooit vervaagt. Het Maximapark en het restaurant daar. Ooit maakte de beroemde architect Pierre Cuypers uit Valkenburg in Zuid-Limburg schetsen voor een bierhal op het Rembrandtplein in Amsterdam. Die bierhal kwam er nooit, het bleef bij tekeningen, de schetsen verdwenen in een bureaulade. Tot 2010-2011. Toen werd het werk van Pierre Cuypers uit de archieven opgediept, het stof er vanaf geblazen, en kwam er weliswaar geen bierhuis maar verrees er een theehuis middenin het door stedenbouwkundige Riek Bakker uit Rotterdam ontworpen Maximapark, de groene long van Leidsche Rijn dat Vleuten en De Meern met Utrecht ging verbinden. Het Lint. Restaurant Anafora, de Parkpergola. De Japanse Tuin, de Vlinderhof. Wandelaars, kuieraars, hardlopers, skaters, op zondag 13 november 2022 veel zonaanbidders in T-shirt. En een volop fotograferende Helin, voor een paar uurtjes weg uit haar studeerkamer. Ze keek haar ogen uit. Zoals ze een dag eerder ook ogen tekort kwam in het bos van Amelisweerd en Rhijnauwen. Er was zowat geen parkeerplaatsje meer te vinden daar. Tjokvol. We blijven nog maar even een chroniqueur. We beschrijven het leven en zijn rituelen.

Onderweg door het Maximapark ook even bij Intratuin binnengelopen. Overal blingbling met artikelen voor de kerstdagen. Engeltjes aan flinterdunne koordjes die al uitgezongen leken nog voordat we Sinterklaas hebben gevierd. Eén grote uitstalling van de geneugten van een gezond, zorgeloos en welvarend leven. De vluchtelingenstromen zijn ver weg. Zoals ook de aan flarden geschoten huizenblokken. En die kraamkliniek die door de Russen werd bestookt en in puin veranderde. Een wereld uit het lood. Kerstballen voor zes euro per stuk in alle denkbare kleuren en maten. Ach ja, en dat terwijl nagenoeg de gehele wereld in brand staat. En toch, het heeft ook wel wat die decembermaand. Hier nu al een verlichte achtertuin. Met het ingaan van de wintertijd veroorloof ik me het maar. Moest in het Maximapark denken aan oud-hoofdcommissaris van politie Eric Nordholt en zijn familie. Het gaat niet goed met zoon Ernst (MS) met wie Ellen en ik zo vaak optrokken in onze tijd van verpleeghuis De Ingelanden. Ernst vecht voor zijn leven, of heeft hij dat allang opgegeven? Waarschijnlijk wel, als ik de berichten mag geloven.

Ook voor de scherpzinnige Ernst vormde de dagbladjournalistiek een belangrijke pijler van zijn identiteit. Hij verloor ooit een kindje en ik ben hem erkentelijk voor wat hij me daarover vertelde. Dat was bij (toen nog) De Vier Balken in Haarzuilens. Ik ben Ernst ook nog steeds erkentelijk voor hoe hij mijn eerste boek over het omgaan door Ellen en mij met de ziekte van Parkinson recenseerde. ‘Dankjewel voor je liefde’ raakte hem in de kern. Het boek confronteerde hem met zijn eigen situatie. Hij wilde niet jaloers worden, werd het ook niet, maar toch. De woorden kwamen recht uit zijn hart. Hoeveel uurtjes brachten we niet met hem door, Ellen en ik. In het restaurant van verpleeghuis De Ingelanden met slappe wijn in veel te kleine stationsrestauratie glaasjes. Bij de etentjes van Elly Wolf wier reputatie haar voorbij golfde. En aan de voet van Kasteel De Haar in Haarzuilens, op de Brink, bij een uitbundige salade. Ernst hield van een sigaret en daarom van de frisse buitenlucht.

We gaan naar het sluitstuk van een bewogen jaar. De dood van Ellen heeft er ingehakt. We zoeken niettemin het licht. We gaan voor het leven. Licht in de duisternis, zeggen we dan. De klimaatverandering helpt ons een handje. ‘Nee Helin, dat zou jij toch helemaal moeten weten zeg! Geen foto van mij bij dat rare kunstwerk hier in het Maximapark. Een uitgebrand legervoertuig op zijn kant. Ik verbaas me erover dat de gemeente Utrecht zulke dingen subsidieert.’

****

‘De zeis van Matthijs kon elk moment vallen, op de gekste en meest onverwachte momenten.’ De burn-outfabriek draaide overuren bij de publieke omroep. Alsof de over het paard getilde, en voortdurend naar de ogen gekeken, Van Nieuwkerk van de duivel bezeten was, zó kon hij op de werkvloer tekeer gaan. ‘Ga op je knieën jij en zeg sorry meneer Van Nieuwkerk.De stakker ging ook nog eens op zijn knieën ten overstaan van zijn collega’s en kuste de schoenen van een proleet. Je weet niet wat je leest, en toch. Een loslopende gek die in een dwangbuis hoorde, alom bejubeld door het Nederlandse televisiepubliek. Hoe kun je leven met de wetenschap dat je zoveel collega’s met hun gezinnen kapot hebt gemaakt. Ik ken hem, die bekent geen schuld. Insiders weten nu te vertellen dat Matthijs aangeslagen is en verdrietig. Natuurlijk opnieuw alleen maar bezig met zichzelf. Je kon het op je vingers natellen.

Alle verantwoordelijken en superieuren bij de publieke omroep zijn zich ‘rot geschrokken’ van het meerdere pagina’s tellende rapport in de Volkskrant over de bloeddorstige coryfee Matthijs van Nieuwkerk. De onbehouwen presentator (met zijn charmes en hoofd dat van het scherm afspatte) ging bij De Wereld Draait Doorrrrr over lijken ten gerieve van zijn eigen populariteit en imago. Maar ach, wie hem een paar jaar bij Het Parool heeft meegemaakt en van een klein afstandje kon volgen verbaast zich nergens over. Vraag het ook oud-hoofdredacteur Sietze van der Zee. Hij merkte eens op: ‘Matthijs spuugde in de hand die hem voedde.’ Sietze hees Van Nieuwkerk bij Het Parool op het schild. Als dank bracht Van Nieuwkerk zijn leermeester ten val. Het gebeurde achter de rug van de hoofdredacteur. Weinig mensen in mijn leven tegen het lijf gelopen die zó met zichzelf en hun eigen carrière bezig waren en ook zó met zichzelf verguld bleken als de opgewonden alleskunner Matthijs van Nieuwkerk met een (toegegeven) encyclopedische kennis. Hij was veelzijdig, hij was expressief, een Pietje Bell, een zondagskind, de ideale schoonzoon, een vleier, maar o wee, een driftkop. Het moest wél allemaal om hem draaien. Geen enkele clementie.

Matthijs van Nieuwkerk draaide zélf door. Het kwalijke vooral is dat werkgever BNNVara nooit ingreep. En ondanks alle signalen de andere kant opkeek, en nu zijn handen in onschuld wast. DWDD was als talkshow een goudmijn en dus mocht de ene na de andere medewerker onder het schrikbewind van de presentator en de eindredacteur een burn-out oplopen. Dat hoorde zogezegd bij topsport in televisieland. Grensoverschrijdend gedrag (extreme woede-explosies en publieke vernederingen) van een psychopaat mag als bekend worden verondersteld bij de omroepbazen en in de kiem te worden gesmoord. Het wás ook bekend. Spijt achteraf is altijd zo makkelijk. Het is een cliché geworden. Daar brachten we als opleiding journalistiek voor een stage studenten naartoe. Wat een slechte voorstelling moeten die niet gekregen hebben van ons vak! Die studenten dachten natuurlijk dat dit abnormale gedoe normaal was… Onverantwoordelijk is het geweest, studenten naar DWDD te sturen!

Ben benieuwd naar de repercussies. Ook wat betreft de lafbekken rond de tiran. Wie bij de NPO het heft in handen heeft dient zijn medewerkers een veilig werkklimaat te bieden. Zoals ook overal elders. Hier moet het Openbaar Ministerie misschien wel aan te pas komen. Aantoonbaar zijn redactieleden door de gloriërende ijdeltuit Van Nieuwkerk de vernieling in gedraaid. Na jaren hebben sommigen nog steeds nachtmerries van de ‘maestro’. Sommige redactieleden zijn nooit meer de oude geworden. Geknakt. Achtervolgingswaan. Sommigen kijken nog steeds angstig over hun schouder of achter hun geen bloedhond staat. Dat kan niet zonder gevolgen blijven. Het heeft met de menselijke waardigheid en de menselijke maat te maken. Op deze zonnige novemberzaterdag in Amelisweerd en Rhijnauwen verbaast me niks meer als het om grensoverschrijdend gedrag in de televisiewereld gaat. In deze valse omgeving zou ook eens gestopt moeten worden met elkaar narcistisch prijzen toe te spelen. De schaduwzijde van prijzenfestivals zijn de intriges en de ellenbogen. Televisie doet karakters veranderen. Televisie haalt meermaals het slechtste in de mens naar boven. Blinde eerzucht. De kijkcijfers. De adverteerders.

Ik heb het even mogen meemaken. Totdat ik me ooit eens afvroeg wat die kerstbomen op de bloemenmarkt van het Janskerkhof te betekenen hadden. En Ellen op die zaterdagmiddag in het schemerdonker die zei dat het bijna Kerst was. Ik die tot het besef kwam dat ik bezig was als chef nieuwsdienst van Het Journaal door te draaien tussen al die ego’s. Diep in mijn hart nooit bij Het Journaal willen werken maar gezwicht toen ik gevraagd werd en uit 37 sollicitanten over bleef. Ineens hadden we heel veel vrienden, maar geen tijd om ook maar iets leuks met die vrienden te doen. Een jaren dertig huis in Hilversum gekocht om de afstand tussen Ellen en mij (op het Mediapark) maar zo klein mogelijk te houden. Al gauw dat huis weer verkocht. Opgejaagd wild voor een hoog salaris. Omstreeks diezelfde dagen – we waren tien jaar getrouwd en gingen er een weekend op uit in Epen in Zuid-Limburg – vonden ze mijn moeder dood in de badcel. Hersenbloeding. Haar crematie was bij het ingaan van kerstavond 1997. Ik wist: Ellen is mijn geluk en mijn leven. Een paar weken later nam ik ontslag. Mijn ambitie had een ernstige waarschuwing gehad.

Vrouwen en kinderen van Ambarawa moesten een kuil graven voor zichzelf en toen gooide de jap er een handgranaat in

Indrukwekkend en dit doet me veel.’ Onafhankelijk van elkaar spraken Diana en Wil zich op Bronbeek uit. De as van Ellen werd er deze zaterdag namiddag 5 november uitgestrooid bij het monument dat herinnert aan de oorlogsjaren en dat ter nagedachtenis is aan de doden en overlevenden van de jappenkampen voor vrouwen en meisjes in voormalig Nederlands-Indië. Met Diana en Wil (‘Het maakte me emotioneel’) haalden we het verleden terug, de vroegste jeugd van Ellen. Daarvoor moesten we op het statige landgoed Bronbeek zijn, op de grens van Arnhem en Velp. ‘Ik ben in gevangenschap geboren en ga ook in gevangenschap dood’, sprak Ellen eens vol verdriet. Die uitspraak vormde een van de zovele redenen haar terug naar huis te halen – waar ze eigenlijk nooit weg was geweest – en samen fulltime met enkele getrouwen de marathon bij de eigen haard van goud te vervolgen. Naarmate ik ouder word, word ik steeds meer onzeker, merk ik zelf. Misschien is het ook wel een zekere bevestiging die ik mis. De ziekte en het gemis van Ellen heeft er ingehakt.

De verstrooiing van de as was op Bronbeek als die aan de vloedlijn van De Panne, en toch weer anders. Op Bronbeek overheerste de geschiedenis van heel ver terug. Samen bezochten Diana en Wil er het museum. Zelf bleef ik in het park op een bankje achter. Samen bestudeerden Diana en Wil in het museum de foto’s en de verhalen als wandschilderijen. Eerder al waren we buiten langs de affiches gelopen. Bij het ophalen uit het museum van Diana en Wil stuitten we op een vrijwilligster die rondleidingen gaf. Een oude Indische vrouw. Op en top Indisch. Ik citeer haar: ‘Ambarawa? Ellen in Ambarawa. Dat ken ik ja, Ambarawa. Was het Ambarawa-6? Dan hebben Ellen en haar moeder geluk gehad. De vrouwen en kinderen van Ambarawa-10 moesten tegen het eind van de oorlog van de jappen een kuil graven en in die zelf gegraven kuil springen. Daarna werd er een handgranaat in die kuil gegooid. Geen enkele overlevende.’

We keken elkaar slechts vol verbijstering aan. Het was nieuw voor ons. Ellen had dit nooit verteld. Heeft ze dit eigenlijk wel geweten, dit van die kuil en Ambarawa-10? Als gezegd: heel indrukwekkend het bezoek aan Bronbeek, in alle opzichten, terwijl de avond viel. Als afsluiting een Indische maaltijd in de kumpulan van Bronbeek waar aan zowat alle tafels om ons heen reünies plaatsvonden. We stuurden enkele foto’s naar Helin en kregen ook enkele foto’s terug van de Zonzijde waar mijn huisgenote de kaarsen had aangestoken en lichtjes had aangebracht rond de houtskooltekening van Ellen uit het kamp van Ambarawa-6. Zo liefdevol wat Helin erbij schreef: ‘Zo betekenisvol dit alles en ik herdenk met jullie mee. Hier thuis zijn voor Ellen de kaarsen aan.’
Diana en Wil met de as van Ellen, overlevende van Ambarawa. Die zal enkele ogenblikken even verderop wordt verstrooid. Net als het strand van De Panne was Bronbeek indrukwekkend, maar net even ànders indrukwekkend.
Ach mijn lieve Ellen… Wat is het hard te kwijt te zijn. Hier voel ik dat des te meer.

Steeds meer het besef van hoe goed het is geweest om afscheid te nemen van het verpleeghuis. Thuis, niet ook nog eens in gevangenschap sterven. De thuissituatie kan niet anders dan Ellen energie hebben gegeven. Ze wilde leven.

Deze foto herinnert aan de verhalen van Diana over thuis en haar jeugd in Afghanistan. De verhalen over haar ouders, haar bij een bombardement om het leven gekomen vader, hun tuin, de planten, de geuren en de kleuren. De smaak van gerechten. Verhalen met omzien in dankbaarheid. Op deze zondag in 2018 net terug van de herdenking op Bronbeek van onmenselijkheid en vernederingen in de jappenkampen voor vrouwen en kinderen in voormalig Nederlands-Indië. Wil, tijdens het eten op zaterdagavond 5 november 2022 in de kumpulan van Bronbeek: ‘Ik leer, ik leer nog steeds, ik leer van Diana, ik leer van Helin, ik leer het vluchtelingenvraagstuk van meerdere kanten te bekijken, niet eendimensionaal, en ik schud vaak mijn hoofd over het gebazel van mensen die op hoge leeftijd kennelijk nog niets in hun leven hebben meegemaakt.’

****

Prachtige fragmenten vol eerbied Johan op locaties waaraan jij met Ellen zulke bijzondere herinneringen bewaart, Charles.

Gelukkig vond het slachtoffer van adoptiefraude en misbruik net op tijd haar eigen Mother Mary

Laat ik met een leestip beginnen nu de wintertijd vat op ons heeft. ‘Niet geboren op mijn verjaardag’, luidt de nieuwsgierig makende titel van een – in wezen ontluisterend – boek van een slachtoffer uit Sri Lanka, een slachtoffer van adoptiefraude, misbruik en pesterijen op school door leeftijdgenootjes. Ze doen Sam van den Haak in de weidse eenzaamheid van West-Friesland bij Hoorn vechten voor haar identiteit. Het is een prachtig boek, een juweeltje, in heel zijn eenvoud en heel zijn oorspronkelijkheid geschreven, tastbaar, gevoelsmatig, openhartig, met bovendien een mooi empathisch voorwoord van Karin Bloemen. Het is ook een leerzaam boek dat leest als een trein. Samantha (Sam) van den Haak heeft het aangedurfd, zoals cabaretière Karin Bloemen in haar voorwoord aankondigt, om het leven op te pakken en te gaan voor de positieve kracht die je kunt aanwenden. De schaamte voorbij, de woede loslaten. Reik niet naar de hemel maar haal hem met de zon naar je toe.

Het zijn woorden die me uit het hart gegrepen zijn gaandeweg het jaar waarin ik mijn lieve Ellen verloor. Het jaar 2022 waarin ik mijn grote liefde veertig jaar kende en straks op 18 december 35 jaar zou zijn getrouwd. Ik heb het even snel over de duim uitgerekend, maar eigenlijk hoefde dat niet echt, het zat al metersdiep in mijn hoofd en in mijn hart geplant. Het leven weer oppakken en durven te gaan voor de positieve kracht die een mens kan aanwenden. Ik sta er voor open. Dat betekende ook na het overlijden van Ellen weer sommige mensen loslaten. Niet iedereen begreep dat ik nog kieskeuriger was geworden aangaande de gezelschappen waarin ik me begaf. Niet iedereen begreep dat rust en structuur mede de draagmuur vormen van een nieuw leven zonder die persoon die mijn bestaan zozeer in de hoogglans zette. Ook mijn bestaan als mantelzorger, ik hoef alleen maar terug te denken aan de Oudejaarsavonden die nooit meer terugkomen zoals ze waren met die innige kus om 12 uur omdat we het weer gered hadden. En dan proefde ik haar blij dankbare tranen.

Sam van ‘Niet op mijn verjaardag geboren’ draagt haar boek op aan haar eigen Moeder Mary, naar de songtekst van de Beatles in Let It Be. En hoe toepasselijk. Haar eigen Mother Mary en het woordje ‘eigen’ dik onderstreept.When I find myself in times of trouble, Mother Mary comes to me, Speaking words of whisdom, Let it be… Een aanrader, de zo inspiratievolle, 278 pagina’s tellende paperback van een jonge vrouw die uiteindelijk niet alleen in Sri Lanka haar eigen familie terugvond, maar tegelijkertijd ook zichzelf. Ze groeide op in een peperduur adoptiegezin waarin het in de villa aan alles ontbrak, en nog wel het meest aan liefdevolle veiligheid. De rol van Mother Mary is een kerstvertelling op zich. Ze bestaat écht! Ze ontfermde zich over de verstotene, de handelswaar (als zovelen op Sri Lanka) nadat die door haar adoptieouders – op haar zeventiende nog maar – op straat was gezet. Wederom de deur gewezen. Voor de tweede keer in haar leven. Ze kreeg de opdracht haar sleutels in te leveren. Met gebogen hoofd verliet ze de pronkerige villa. Zwervend door de stad en op zoek naar een bankje in het park. De times of trouble.

Zoals de auteur haar boek opdraagt aan Mother Mary – ‘Toen mijn leven en ik een totale mislukking waren opende jij je huis en hart voor mij’ – zo draag ik de achttiende december op aan Ellen. Elke mij nog resterende dag in feite. Mijn onvergetelijke vrouw en soulmate. Mijn wijsgeer. Maar tegelijkertijd ook degene voor wie ik zoveel jaar een onwankelbare stevige schouder mocht zijn. De laatste jaren was het te doen gebruikelijk om ergens medio december hier thuis een bescheiden etentje met een glaasje te doen vóór en mét vertrouwelingen. De stal, de kribbe en herdertjes bij nacht. Ik wil die traditie in stand houden. De nostalgie. Op 18 december aanstaande wil ik vanaf zo ongeveer het middaguur met mijn inner Inner Circle naar de plek waar Ellen en ik elkaar het jawoord gaven: Kasteel Haarzuilens. Een wandeling door de kasteeltuin in kersttooi en een rondleiding door het feeërieke en al evenzeer op de feestdagen afgestemde kasteel zelf. In de kasteeltuin zullen we een gedeelte van de as van Ellen verstrooien. Het is een afsluiting. Want na de as verstrooiing op 24 september op het strand in De Panne volgt aanstaande zaterdag 5 november Bronbeek inclusief kumpulan in Arnhem (met Diana en Wil) en 1 december Gasselte en het stiltegebied Drouwenerzand in Drenthe (alleen). Over Gasselte en Drouwenerzand verhaal ik in mijn vorige blog. Overbodig er hier verder over te schrijven. Hun betekenis was groot, dat moge duidelijk zijn.

Wie naar bijgaande foto van Ellen kijkt, wie een parkinsonpatiënt in heel haar verkramptheid nog zo ziet glunderen, die beseft eens te meer hoe goed het is geweest dat deze prachtvrouw in levenden lijve het verpleeghuis verliet op 1 november 2016. En dat we Ellen daarna nog zes jaar dag en nacht op de Zonzijde hadden en haar er konden vertroetelen. Daar hoorde ze. Daar en daar alleen. Daar stierf ze uiteindelijk in mijn armen. Eén dag morfine, één dag slechts, ten teken dat ze op was, en dat het genoeg was geweest. De kaars doofde. Die doofde voorgoed. Ellen had een Mother Mary in meervoud. When I find myself in times of trouble… Het team stond er. Diana en Elly beiden vanaf het eerste uur. Bij terugkeer van Kasteel Haarzuilens zondag 18 december hoop ik hier thuis de rest van de Inner Circle ter aansluiting te treffen. Zo in de vooravond. Aan Elly & Ber – ook zo’n traditie- de vraag of ze met mij de, in gezamenlijkheid, aan de nieuwe ronde eettafel te nuttige maaltijd willen doornemen. De menukaart kortom. Ik heb er al een idee over. Het zal geen gemakkelijke afsluiting van dit bewogen jaar voor me worden, maar ik doe mijn best en richt me op het leven en het licht. En ik weet dat ik daarbij veel steun heb. De bezoeken ook aan Leeuwarden, om er maar eens wat te noemen. Van onschatbare waarde. Het is de rust en de vrede met mezelf. Geen verkeerde gezelschappen, geen chaotische mensen, maar structuur en ritme. Soberheid. En desnoods zelf een Mother Mary zijn, voor enkele anderen, een Mother Mary ook voor mezelf zijn. Zelfredzaamheid.

Ze is strijdbaar, laat Sam van den Haak haar lezers weten. Bewonderenswaardig. Ze kwam er achter dat haar bestaan één grote leugen was. When I find myself in times of trouble. Mother Mary was voor Sam van den Haak een redder in nood, zoals ze in haar opdracht schrijft. Er bleek zelfs met haar geboortedatum gesjoemeld te zijn. Samen met twintig anderen klaagt ze de Nederlandse Staat aan wegens adoptiefraude en kinderhandel. De schrijfster uit oorspronkelijk Sri Lanka wil haar juiste geboortedatum in haar paspoort. Hoe eenvoudig kan het zijn. Of toch niet?

De Panne. Elke maand inmiddels weer voor minstens twee dagen uitwaaien aan zee. Het strand en de vrijheid. De culinaire geneugten. Misschien wel dé plek voor de jaarwisseling deze keer. Hier in De Panne, op mijn vaste kamer 310 van hotel Cajou, met het raam open richting zee en het gekrijs van opgewonden meeuwen, ‘Niet geboren op mijn verjaardag’ van Sam van den Haak gelezen. Een pageturner. Adoptie is lang niet altijd rozengeur en maneschijn. Er bestaat van adoptie een romantisch beeld dat in veel gevallen totaal niet blijkt te kloppen. De kinderen worden vaak niet zozeer uit troosteloze omstandigheden gered maar daaruit weggehaald. Voor eigen gewin. Het is dikwijls handel. Handel in kinderen. Kwam San van den Haak op het spoor toen ik naar aanleiding van haar boek een interview met haar op de autoradio hoorde. Het interview klonk als een beheerste klacht richting schraapzucht en adoptiehandelaren. Ik moet dat boek kopen, dacht ik.

****

Wat weer een prachtig verhaal, mooi en warm geschreven aflevering Johan. Ellen zit ook diep in mijn hart. Zeker ook met Kerst. Ik denk nog steeds veel aan haar. En we zijn er voor jou, en zullen dat blijven. Op dat boek komen we terug, John en ik. Tot gauw weer bij ons in Leeuwarden. Liefs Wietske.

Ik sluit me bij Wietske aan Johan. Mooi en warm geschreven. En bedankt ook voor de uitnodiging om bovendien op je verjaardag met jou en Diana uit eten te gaan. Helin.

Mooie tekst. Ik reageer meteen: ik ben maar al te graag 18 december van de partij. Tot binnenkort voor opnieuw een urenlange wandeling, en dan rond Hilvarenbeek bij mij in de regio, Jan van den Heuvel.

Hallo Johan. De uitnodiging om 18 december te komen dineren als afsluiting van dit bewogen jaar vind ik een heel goed idee en ik kom natuurlijk graag om ook hiermee Ellen te herdenken. Goed van je dat boek aan te bevelen van ‘Niet geboren op mijn verjaardag’, bedankt , ik heb het ook inmiddels gekocht naar aanleiding van je enthousiasme hierover. Ik kom net uit de Domkerk en daar wordt vanmiddag ook de tentoonstelling ingericht door studenten van de Hoge School Utrecht over de geschiedenis van vluchtelingen vanaf de jaartelling tot heden. Hele mooie borden met teksten en foto’s  van joden , Irak, Iran, Syrië, Afghanistan, Libanon. Misschien een idee om met Diana en Helin deze tentoonstelling te komen bekijken. Hij is er tot 24 november. Lieve groet Wil.