
Niets tegen een negen tot vijf baan natuurlijk. Die moeten er ook zijn. Niets tegen van negen tot vijf, als de uitoefenaar maar niet vanaf drie ’s middags zijn tas al heeft ingepakt en voortdurend op de klok kijkt om naar huis te gaan. Kom nog maar net uit het universum van de zorginstanties. Als mantelzorger werd je er stapelgek van. Telefonische bereikbaarheid een drama. Gezegend een Koert Lindijer met veertig jaar correspondentschap in Afrika waarover kortelings zijn boek ‘Een wolkenkrabber op de Savanne’ verscheen. Een magistraal boek over Afrika, zeg ik journaliste Caroline de Gruyter volmondig na. Correspondenten hebben nooit rust. Ze gunnen zichzelf geen rust. Ze reizen en ze trekken. Gehijg van hun opdrachtgever(s) in hun nek. Waar blijft het artikel? ‘Oh, sta je op een bergpaadje met om de hoek rebellen met vuurwapens en kapmessen? Doe dan maar even voorzichtig.’ Correspondenten, ze onderschatten nogal eens de gevaren waaraan zij zich met hun nieuwshonger wagen. De euforie van scoren.
‘Een wolkenkrabber op de savanne’ is een meesterwerk. De bundel gaat ook over óns, recenseert Caroline de Gruyter, en inderdaad: de terugblik op veertig jaar Afrika brengt de mondaine, bijna liederlijk verwende mens in de rijke westerse wereld met een diepe zucht voor zijn eigen spiegel. Dit kan niet waar zijn, denk je bij het lezen van Koert Lindijer onwillekeurig, maar het is wel degelijk waar. Rwanda bijvoorbeeld, Congo ook. Lindijer zag de meest verschrikkelijke verschrikkingen. Dit kan alleen maar een baan zijn voor iemand die zijn verstand is verloren, zal menig buitenstaander zeggen. De luie ambtenaar bijvoorbeeld die tegen mantelzorgers zo graag zei dat hij ergens helaas nog niet aan toegekomen was. Correspondenten, altijd op pad, altijd bezig met het volgende verhaal. Ver van huis en improviseren. Of thuis en de hele dag telefoon van een ongedurige redactie in Amsterdam of Rotterdam. Je moet dus een gaatje in je hoofd hebben. Misschien is dat ook nog wel een beetje waar. Eritrea, Ethiopië, Soedan, Oeganda, Rwanda, Kenia en zo kunnen we nog even doorgaan. Van je hobby je werk maken en van je werk een bestaan dat met een zijden draadje boven het ravijn bungelt.
Ik pak er een passage bij. ‘Bij slachtoffers en daders raast de oorlog altijd door in hun hoofd. De emoties in en na een oorlog zijn zó extreem. De winnaar voelt zich euforisch en heldhaftig. De gewone burger die het geweld over zich heen krijgt, blijft echter heel lang bang en wordt schrikachtig. Kampala (Oeganda) begon weer een beetje op een gewone stad te lijken, maar viel er ergens een verdwaald schot dan doken mensen schichtig weg. Oegandezen wilden mij als Nederlandse correspondent voor NRC en NOS best hun verhalen vertellen, heel feitelijk, over hun martelingen, over moord op vrienden en verkrachting van familieleden. Onderkoeld leken ze daarbij. Tot ze onverhoeds wegzonken in gedachten, gingen trillen en zweten. Ze werden opgeslokt door eenzaamheid. In gewonde samenlevingen lachen de tanden maar zwijgen de harten.’ Lindijer kwam in zijn correspondentschap tienduizenden zwijgende harten tegen. Zelf maak ik ook iets mee van hoe de brute kracht van oorlog de slachtoffers impregneert.
Diepe buiging voor de correspondent Koert Lindijer die zijn werk en leven zocht in een eigenlijk onmogelijk continent. Het continent van Idi Amin, van Obote en Okello, van Moi en Biwott, Mobutu, en van andere bloeddorstige oorlogshitsers met hoogmoedswaan en zonder enig politiek kompas. Lindijer schrijft er indringend over. Het continent van geweld en genocide. Van bloedsporen waar je ook maar keek. Van zelfvernietiging. Maar tegelijkertijd het continent van de Deense schrijfster Karen Blixen die een koffieplantage opzette en in 1937 haar memoires schreef onder de titel ‘Op een farm in Afrika’. Bijna een halve eeuw later de verfilming ervan door regisseur Sydney Pollack met hoofdrollen voor Meryl Streep en Robert Redford. ‘Out of Africa, opgenomen in Kenia, de herinnering aan die film bezorgt me nu weer kippenvel. De filmmuziek van ‘Out of Africa’ – gebaseerd op Mozart – durfde ik niet op de uitvaart van Ellen ten gehore te brengen uit vrees voor breken. Zelfs nu laat ik het achterwege. Het is allemaal van een ontroerende romantische schoonheid. Maar Koert Lindijer stipt nog eens ragfijn aan hoe beledigd de zwarte bevolking van Afrika was met de kaskrakers over het Afrika van zeg maar Prins Bernhard – ook zo’n lekker dier – die zich in Tanzania en elders graag liet fotograferen. Olifanten en ivoor. Leopold II van België, slechter dan slecht. Uitbuiting. Slavernij. Rechteloosheid. ‘Out of Afrika’. Karen Blixen was er één van dedain. En verheven, ver verheven, boven de geboren Afrikanen. En zij als witte niet alleen. Ik las over de moeder van Roger Whittaker. Racisme in alle vezels.
Ellen, lieve Ellen, wat waren wij onder de indruk die voorjaars zaterdagavond in 1984 in de bioscoop van Amsterdam-West. Wat een romantiek. Wat een schitterend script. Wat een fantastische filmmuziek. De tranen stonden in je ogen van ontroering. Die beelden! The Lion King ook. Ook zo’n voorbeeld van hoe Afrika te kon drogeren. Maar het waren de witten, hele generaties witten, die voor een bedrieglijke beeldvorming zorgden van het Afrikaanse continent. Dit was óók Afrika, maar niet meer dan dat. Dit Afrika was slechts voor weinigen weggelegd. ‘De wolkenkrabber op de savanne’ is bewogen, meeslepend en kleurrijk als portret van de regio, en bovendien van de auteur zelf die in 1973 voor het eerst Nairobi aandeed. Je raakt niet uitgelezen in dit meesterwerk. Nee, geen negen tot vijf baan. Hij ging en oogstte. Hij ging op zoek naar het verhaal. Hij zocht de ziel. Altijd maar bezig met zijn vak met een onuitputtelijk uithoudingsvermogen. Maar vond ook een Afrikaanse vrouw, trouwde en kreeg kinderen. In gewonde en verwonde samenlevingen lachen de tanden maar zwijgen de harten. Een topprestatie vervat in een boek.
‘Geweld hoorde bij mijn werk, daar had ik geen problemen mee, oorlogsverslaggeving buiten Kenia deerde me niet. Maar in eigen land voelde het anders. Ik moest me daar veilig wanen. De steeds maar groeiende onrust in Kenia noopte me tot verslaggeving over rellen, over beschietingen met traangas, en over arrestaties. Dat maakte me kwetsbaar. Op een keer versloeg ik met twintig Keniaanse collega’s een illegale massabijeenkomst tegen president Moi in een arm deel van Nairobi. Zo’n tien soldaten omsingelden mijn Land Rover en hoewel we ons identificeerden als journalisten voerden ze ons af naar het hoofdbureau van de geheime dienst. Daar vertelden ze dat journalisten tot bloedens toe in elkaar geslagen werden. Steeds meer knaagde de vraag aan mij hoe ik in deze politieke turbulentie kon blijven werken en hoe ik kon blijven wonen in mijn moederland Kenia.’
PS.
Af en toe volg ik nog het nieuws. Wat zouden de Hagenezen Koot & Bie van Rutte en consorten gehakt hebben gemaakt met hun ongeëvenaarde satire! Is er ooit zulke goeie televisie gemaakt, vraag je je nu af? De dood van Wim de Bie is geen verrassing. Hij was al jaren ernstig ziek. Begonnen met parkinson. Net als Ellen. Ik ken het proces, of beter: ik denk het te kennen. Ook vanuit de ervaringen in Lückerheide in Kerkrade/ Chèvremont waar ze zogezegd in parkinson zijn gespecialiseerd.. Bie was een icoon. Bie was een held met zijn teksten en typetjes en alles wat je je maar aan creativiteit kunt voorstellen. Keek op de Week, Juinen, De Klisjeemannetjes, De Tegenpartij. Hij speelde Mémien Holboog, Dirk, Hekking, professor Akkermans en Cor van der Laak. Als je uit het raam keek zag je die types lopen, ze bestonden echt. De grandioze Wim de Bie die dertig jaar geleden al voor Caroline van der Plas speelde. Met BBB als de Tegenpartij. Een blogger ook avant la lettre. Begonnen op het Dalton Lyceum in De Haag. Het Simplistisch Verbond. Kees van Kooten. De beste televisie denkbaar. Baanbrekend. Helaas eigent Bekend Nederland zich alweer Wim de Bie toe. Zo kenmerkend. Zo kenmerkend voor die ranzige wereld die nu ‘in shock’ is, maar die misschien wel nooit meer van zich liet horen toen Bie de glorieuze Bie niet meer was. Eendagsvlinders verlieten de icoon. B-artiesten dringen zich nu op het podium. Ze zijn in shock. Ze huilen de hele dag. Ze slaan deze Paasdagen over. Ach gut o gut. Heeft het ziekteproces vanuit parkinson van Ellen me zo kritisch gemaakt? Ik weet het niet. Wel weet ik dat ik het met haar dood moeilijker heb dan enkele maanden geleden. En toen al had ik het moeilijk. Slecht slapen, geen eetlust en energieverlies. Zou zo graag wat in de tuin doen, maar voor wie, voor wat? We gaan de maand in van haar dood vorig jaar. Ik haat de zomertijd, de dagen duren me te lang. De ziekte van Parkinson was voor Ellen en mij een lijdensweg. We voelden ons ook vaak in de steek gelaten en niet begrepen. Later die krokodillentranen. Bekende Nederlanders lijken die uitgevonden te hebben. Zoals met Bie. Scoren, jezelf in het nieuws brengen, ten koste van Wim de Bie. Met parkinson ga je de weg alleen met enkele zeer dierbaren naar het onvermijdelijke. BN’ers ….. We hebben al genoeg met de middelmaat te stellen. Al wil ik Tony Eijck, schrijf ik zijn naam goed?, geen middelmaat noemen. Maar toch. Wim de Bie had pech, net als Ellen, en net als Rob de Nijs, en als zoveel anderen. Het proces van aftakeling twaalf jaar lang dagelijks meegemaakt, dus enig idee van hoe het Wim de Bie vergaan is en zijn wereld kleiner en kleiner werd. In shock? De clichétaal van opdringerige buitenstaanders. In shock? Haast wel zeker niet de familie. Die is misschien verdrietig opgelucht dat aan een lijdenweg een einde kwam.