Waar het écht om gaat zie je met je hart en niet met je ogen

‘Hier is mijn geheim. Heel simpel: je kan alleen goed zien met je hart. Waar het écht om gaat, kan je niet zien met je ogen.’ Het zijn de eerste regels, ontleend aan Antoine De Saint-Exupéry, in de 23ste roman van de onweerstaanbare Chileense schrijfster Isabel Allende. ‘Er is een ster waar alle mensen en dieren gelukkig zijn, en waar het beter toeven is dan in de hemel, want je hoeft niet dood te gaan om er te komen.’ De zin herinnert aan Ellen, zoals zoveel aan haar doet terugdenken. De zin zou in ‘Mam, kijk naar de sterren!’, over de jaren van mijn Ellen in het jappenkamp en de repatriëring erna, niet hebben misstaan. Er is een ster, en je hoeft niet dood te gaan om er te komen. Het is de rode draad in ‘De wind kent mijn naam’, met de op de cover geportretteerde Anita Diaz uit El Salvador als hoofdpersoon. Ze is zeven jaar als ze samen met haar moeder uit El Salvador wegvlucht voor alle geweld van rivaliserende terreurgroepen en aan de grens met de Verenigde Staten wordt tegengehouden en van haar moeder wordt gescheiden.

De ijzingwekkende praktijk van de wereld waarin we nu leven. De wereld van alledag die met onoverbrugbare tegenstellingen naar de knoppen is. Vluchtpogingen op goed geluk. Wanhopige mensen die een zee in lopen zonder te kunnen zwemmen. Of zonder eten en drinken door een woestijn struikelen. Naar boven turen, de ster achterna. Moeder wordt teruggestuurd naar waar ze vandaan kwam. Terug naar Latijns-Amerika. Het kind Anita Diaz verhuist naar een puur smerig vluchtelingenkamp. Daar wordt ze uiteindelijk gered door een maatschappelijk werkster die haar in San Francisco een veilig en gestructureerd thuis bezorgd bij de joodse violist Samuel Adler wiens levensgeschiedenis grote gelijkenissen vertoont met die van het jonge meisje. Ook Adler werd ooit van zijn moeder gescheiden, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, door het antisemitisme in het verstikkende Wenen, gevoed door de bandeloze bende nazi’s van Hitler. De koude rillingen lopen bij het lezen van deze roman over je rug. Familiegeschiedenissen die zo dicht bij elkaar komen dat ze elkaar bijkans raken. Samen met de jonge maatschappelijk werkster probeert Samuel Adler in het belang van Anita Diaz haar moeder te vinden.

Een schitterend thema. Gezinshereniging, ach, al erg genoeg dat de vermaledijde rechterflank van de Nederlandse ontregelde politiek zó behept is met handhaving van de eigen welvaart en het eigen welzijn dat die het fundamentele mensenrecht op gezinshereniging ter discussie stelt en zo mogelijk wil loslaten. Zullen we over niet al te lange tijd nog gaan terugverlangen naar Mark Rutte nu na zijn val de losgeslagen asielwoordvoerder van de VVD-fractie in de Tweede Kamer al loopt te flirten met de PVV? Ruben Brekelmans? De man heeft er ongetwijfeld de nieuwe Koerdisch-Turkse aanvoerster (zelf bootvluchtelinge eertijds) van zijn neoliberale volkspartij mee in verlegenheid gebracht. Frans Timmermans kan tevreden zijn.

‘De wind kent mijn naam’ gaat over ontworteling én verlossing. Verlossing, zoals in geval van Samuel Adler een oude kolonel uit het Oostenrijkse leger in de eerste Wereldoorlog die hem in Wenen verborg voor de nazi’s en die de jongen naar Engeland wist te krijgen. En het quakersechtpaar later in de VS dat na enkele kille weeshuizen en emotieloze adoptiegezinnen verlossing bracht. De liefde voor de viool én de piano kwam terug. De achterflap verwoordt het heel treffend: ouders die grote offers brengen voor hun kinderen. Kinderen die dankzij die offers kunnen blijven dromen, dromen van een betere toekomst, ondanks onbarmhartige omstandigheden. En altijd weer die ongelijke kansen. Wie levend uit een oorlog komt staat desondanks jaren en jaren in de maatschappij op achterstand. Het is de taal, het is de portemonnee, het zijn de trauma’s die nooit ver weg zijn. Ik zie het van dichtbij. Zeer dichtbij, dagelijks. Volgende week het laatste examen van Helin (vluchteling, gezinshereniging, verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht per mei) in haar tweede studiejaar geneeskunde. Elke dag om vijf uur op. Wat zou ze zonder LavAzza zijn! En maar stampen, die lesstof. Daarna vakantie. Friesland, een paar dagen aan de meren bij Woudsend en Balk. En twee dagen Zuid-Limburg. Samen met min of meer tweelingzus Ala en de net iets jongere Zainab.

Koffie in het eerste kasteel dat ze in Limburg tegenkomen. Op de route lijkt dat Elsloo te worden. Vakantie! Die vakantie begint met een heel bescheiden feestje in ‘Park Zonzijde’ voor haar familie. De achtertuin die is dicht gegroeid als een heel mooi stadspark. Alleen haar familie, meer niet. Hoofdgast het inmiddels zevenjarige nichtje Mais, het magere sprietje Mais met haar vlechten dat drie was toen ze op haar vlucht uit het noorden van Syrië haar beide ouders ergens onderweg verloor. Pas na ruim twee jaar de hereniging met haar ouders. In die ruim twee jaar zaten de ouders van Mais in uitzichtloosheid vast in een vuil vies onhygiënisch vluchtelingenkamp in Griekenland en werd Mais opgevoed door haar opa en oma op de Veluwe waar ze als een postpakketje midden in de nacht was afgeleverd. Tranen vloeiden. De tragiek werkt nog altijd door.

Deze peuterjaren komen dicht bij ‘De wind kent mijn naam’. Of vertaald naar de Koerden: ‘De bergen zijn mijn beste vriend’. Jeugdervaringen die tegen elkaar aan schuren. Isabel Allende (zelfde geboortejaar als mijn onmisbare Ellen) is de meest gelezen Spaanstalige auteur met een jaloersmakende vitaliteit indachtig het lot dat Ellen (beiden van 1942) met haar parkinson trof. Maar ook het leven van Isabel Allende was verre van louter rozengeur en maneschijn. Meer iets van doornen. Zo verloor ze één van haar twee kinderen, haar dochter, op tamelijk jonge leeftijd aan een mysterieuze ziekte. Ze werd een politiek vluchteling in Venezuela en Spanje – een banneling zogezegd – nadat de met Reagan en Thatcher heulende generaal Pinochet in Chili de macht had gegrepen. De vader van Isabel Allende was familie van de beroemde socialistische Chileense president Salvador Allende. De schrijfster kan met recht een globetrotter worden genoemd. Ze woonde in haar jeugdjaren ook in Libanon en Bolivia. Telkens weer blijkt uit haar werk de betrokkenheid met de wereld om haar heen en het lot van de mensen die helemaal achteraan in de rij stonden toen de prijzen werden verdeeld. ‘Hier is mijn geheim. Heel simpel: je kan alleen goed zien met je hart. Waar het écht om gaat, kan je niet zien met je ogen.’

Diana voor enkele dagen naar een trouwerij van een nichtje in Toronto in Canada? Haar moeder die bij Diana thuis blijft logeren tijdens haar afwezigheid? Dan gaan we voor een dagje uit. Tilburgse Jan als gids. Naar Goirle en iets verder nog, naar een uitspanning op de grens met België. De stad heeft er plaatsgemaakt voor maisvelden. De mais staat er metershoog. Paarden in de wei. Langs een bomenrijk verstild weggetje een voormalige abdij. De monniken zijn er weg, maar niet de witte wijn en de garnalenkroketten. Voertaal aan dit tafeltje houtje-touwtje Duits. We letten al helemaal niet op de naamvallen. Het woord Stau komt geregeld terug in de gesprekken. Hopeloos onderweg van al vóór Gorinchem naar Nieuwendijk. Van boven de rivieren wordt hagel gemeld. We merken hier tussen de hortensia’s niks van dat al.