Lukaku: er gaat een siddering van genot door de natie

Zondagochtend. De eerste juli. Bloedheet is ‘t inmiddels alweer. En pas elf uur. Amper elf uur. De dag begonnen met het in alle vroegte sproeien van de tuin. Die krijgt een opdonder als we niet uitkijken. Hoelang heeft het al niet geregend? Die arme hortensia’s. Terug van de rolstoelwandeling naar de Japanse tuinen en de pagode in het nabij gelegen Maximapark. Thuis aan de voordeur – het levert een prachtig plaatje op van een fotogenieke vrouw. Want dat blijft ze. Ze gaat gebukt onder de aanhoudende warmte. Mr. Parkinson verzet zich. Ook de hortensia’s zuchten. De vlinderstruiken vechten voor wat ze waard zijn. Hun bloemenweelde is in aantocht. En beeldbepalend waar het om de voortuin gaat. Paars-hemelsblauw, als een levensgroot boeket, voorbijgangers stappen er soms zelfs voor van hun fiets. Juli begonnen zoals juni ons in eindeloos genieten achterliet: het mooiste weer van de wereld. Boog me over de rolstoel toen het slikken van Ellen even wat moeilijk ging. ‘Redt u het meneer?’ Achter me een vriendelijke pensionaris. Ja, ik redde het. Dit ontroerde me. Wat had ik deze vraag de afgelopen toen jaar graag gehoord uit de mond van enkele mensen van wie ik hoopte, en verwachtte, dat ik op ze zou kunnen rekenen bij tegenspoed. Maar nee. De dertig graden ook deze dag opnieuw binnen handbereik. Een krachtige warme passaatwind. Het buitenleven van de Provence. En van Toscane. Het lome Nederland aan de Côte d’Azur of verplaatst richting Malaga. Maar wat kost dat tropische weer Ellen een hoop energie. Ze ligt na het middaguur voor Pampus. Een gesel is het voor onze diva. Morgen maar weer ‘s ochtends even met de rolstoel op pad voor een boodschap en na twaalven Ellen op bed voor een heel lang tukkie. Slapen in de koelte. En drinken, liters water drinken. Biertje af en toe. Zo’n Radler. We maken haar er zelfs eventjes voor wakker. Een Zuid-Europese zondagmiddag wordt het weer. De schuifpui open, de roomwitte gordijnen gedeeltelijk toe, af en toe een flinke windvlaag en binnen het slaapje. Een kostbaar weekend ligt gaandeweg weer achter ons met twee smaakvolle uitgebreide lunches in onze eigen restauranttuin. Hoe zullen we die noemen? ‘Maak er wat van’. Zou die naam al bestaan voor een uitspanning? Of: ‘Een draaglijk heden’. Of: ‘Een lange neus’.  De lange neus naar Mr. Parkinson en zijn zwager Mr. Lewy Body. Op zaterdag de Hollandse Nieuwe van de Volendammer en een exquise zalmsalade; op zondag uit de oven paprika’s op z’n Afghaans met kalfsgehakt en bijzondere kruiden. Net als de roti en de kikkerbilletjes: om je vingers bij af te likken. Het ging er bij Ellen in als Gods woord in de spreekwoordelijke ouderling van de Veluwse bible belt. Een parasol boven het hoofd. De zonnebril op. Chardonnay in wijnglazen met een hele hoge steel. Weinig kramp in de ledematen. Nauwelijks pijnlijk samengeknepen spieren. Zou het door de warmte komen? Of ook vanwege de levo dopa die vorig jaar van drie pilletjes per inslikronde terugging naar twee en begin vorige week van twee naar één? En misschien na de zomer wel van één naar nul. Geen novum in de carrière van onze in parkinson gespecialiseerde medisch deskundige, maar tot dusver weinig vertoond. De neuroloog vond het minderen alleszins het proberen waard. Het gebeurt dus zelden. Er is vaker sprake van het opbouwen van de medicatie dan van afbouwen. Las op internet dat deze eerste juli onze nationale nietsnut Estelle Cruijff jarig is. Veertig geworden. Wat heerlijk voor d’r. Golddiggertje. Jarig op Ibiza natuurlijk. Te midden van haar vele vrienden en vriendinnen. Zonnebrillen en champagne. Het leven als een aaneengesloten vakantie. Veertig geworden, de schat, en wij armzalige sukkels bekijken de plaatjes van Ibiza. Het WK nam ondertussen in de achtste finales afscheid van Argentinië, Portugal en Spanje na ingeval van Spanje een werkelijk miraculeuze redding op de laatste penalty door de Russische keeper. Hogeschoolwerk was dat. Duiken naar de verkeerde hoek maar de bal ondertussen toch wegtikken met het uiterste puntje van zijn schoen. Moskou explodeerde van vreugde. Erna wederom keepersstuntwerk bij de penalty’s van de Denen en de Kroaten. De Denen die in Nederland spelen bij Ajax en Feyenoord verprutsten het vanaf de stip. Toeval bestaat niet. Vooral bij de heer Schöne zag je de tragedie al van heel ver aankomen. Met de Argentijnen verdwijnt wellicht ook de mesjogge Maradona voor een poosje van de buis. Jammer. Maradona was geestig. Nergens gelezen of hij zich als een hoopje ellende van de tribune heeft gestort of van ontsteltenis voor een Russische tram is gesprongen. In elk geval won Frankrijk. Morgen de Belgen. Kijken op het strand van De Panne. De verzorgenden (van wie Trudy deze eerste juli dertig jaar getrouwd!) waken over de majesteit. De drie dames lossen elkaar af volgens een nauwkeurig spoorboekje. De koelkast is voor de achterblijvers rijkelijk gevuld. Maandagnamiddag rijst en een prutje van tomaten en dergelijke. Afkomstig uit de zoveel sterren keuken van de Wolfjes. Dinsdagnamiddag een Afghaanse ovenschotel, het uiterst succesvolle gerecht waarop Diana ons bij haar thuis op Wereld Alzheimer Dag trakteerde. Er zijn ook pannenkoeken. Een fles rode wijn is geschonken door vriend Albert Schuurmans. Het is een topper die wijn!  Godendrank – Barón del Cega. We maken van alles een klein feestje. ‘Ik heb het zo verschrikkelijk warm!’ ‘Ik weet het Ellen, ook van het voetbal krijg je het warm, het WK is veel leuker dan gedacht.’ Jammer op 1 juli overigens dat het ongemeen spannende voetbal  van de Spanjaarden en de Russen de aandacht wegsnoepte van andere zaken. Zoals het jaarlijks stilstaan bij de slavernij. Nu zapten we van het ene net naar het andere. Maar 1 juli – 1 juli 1863. Honderdvijfenvijftig jaar geleden. Officieel werd toen door Nederland, als een van de laatste intrinsiek onbeschaafde westerse landen, de slavernij afgeschaft. Wie ooit in Suriname is geweest, beseft al helemaal dat  Nederland met gebogen hoofd bij de slavernij dient stil te staan. Met een kleine populatie telde Suriname in 1963 vijftigduizend slaven. Bij de afschaffing van de slavernij werden niet de slaven maar de plantagehouders schadeloos gesteld, het had natuurlijk andersom moeten zijn. ‘Hoe duur was de suiker.’  Lézen!  En ach, wat had men destijds lieflijke namen verzonnen voor de plantages. Namen met Rust, Hoop, Vrede, en ga zo maar door. In werkelijkheid draaide het om het doodvonnis met de Spaanse bok.

 

juli

Er gaat een siddering van genot door de natie 
Dit verzin ik natuurlijk allemaal. De Duim. Een hele grote duim. Gewoon allemaal uit die spreekwoordelijke duim gezogen. Die kleine zakjapannertjes kwamen tegen de onthutste Belgen meteen na rust op 0-1, heel fraai bovendien, en daarna ook nog eens op 0-2. Nog fraaier. Oef! Doodse stilte bij onze zuiderburen. Bomen die hun blad lieten vallen. Een koude bries die opstak vanuit zee. De bedrading van de beroemde kust-tram die begon te zwiepen. Niemand die de tekst van de Brabançonne nog uit zijn hoofd wist. De Duim. Met een hoofdletter D. Verzinsels. Niet geloven dit alles. Ook niet dat naast me op het volle winkelplein van badplaats De Panne een ouder echtpaar zijn broodje braadworst van de barbecue uit radeloosheid – of was het nijd? – ongegeneerd wegsmeet. Inclusief de klieder Franse mosterd. De mosterd van net over de grens. Bij 0-2 was dat. En niet geloven dat even verderop twee bejaarden, door alle naarbinnen gegoten plastic bekers Stella Artois natuurlijk, al zó verschrikkelijk ver heen waren dat ze tegen een lantaarnpaal begonnen te lullen. Leuk stel, daar niet van. Aandoenlijk stel. Zij met een geel, rood, zwarte pruik op. Hij met aanvankelijk een mombakkes voor. Maar door die mombakkes kon de lantaarnpaal niet goed verstaat wat de dronkenlap de lantaarnpaal precies te vertellen had. Allemaal verzonnen. Ook dat de Belgen, als bezeten door de duivel, daarna in 25 waanzinnige minuten terugkwamen. Tot 1-2 en ook nog tot 2-2. Iedereen weer in hoerastemming. En dat ze als apotheose in de slotseconden van de reguliere speeltijd, heel miraculeus, oog van de naald, en naar hooguit het bizarre script van een ongeneeslijke fantast, er 3-2 van maakten. De trommelvliezen braken. Of kan dat bij trommelvliezen niet? Niet geloven allemaal. Allemaal verzonnen. De fantasie gaat soms met een stukjesschrijver op de loop. De Panne ontplofte bij 3-2. Wildvreemde mensen sprongen elkaar in de armen en gaven elkaar een kus alsof het Oud & Nieuw was. Er werden tranen vergoten. Tranen van geluk. Maar ik hallucineer! Ben niet erg bij mijn positieven. In België willen ze dat de spelers niet langer het volkslied in verschillende talen door elkaar heen zingen. De één in het Nederlands, de ander Frans en dan nog een halvegare in een beetje brabbel Duits. Er zijn er ook die de welluidende zinnen van de Brabançonne afwisselen in het Nederlands en Frans. Die maken er een mengelmoesje van. Dat  zijn de ergsten. Nee, één taal, en daarvoor komt het Engels het meest in aanmerking. Een hele discussie is hierover gaande voorbij Hazeldonk.
Misschien was het toch waar, en helemaal geen duimzuigerij, dat er een siddering van voetbalgenot door de massa van honderden en nog eens honderden zonbruine lijven in De Panne galoppeerde zodra de massieve Afrikaanse Belg Lukaku aan de bal kwam. Hij hoefde die bal nog niet eens te hebben. Dat het ding naar hem onderweg was, was al voldoende voor de aanloop naar een nationaal orgasme met indianenkreetjes. Lukaku heeft de status van superheld verworven, meer nog dan één van de anderen. De hele natie ligt aan zijn voeten. Het is raar ontwaken na een krankzinnige avond waarop ik voor mijn doen verschrikkelijk laat mijn hotel binnenstapte. Iedereen bevond zich nog op straat nabij een bierpomp. De braadworst met mosterd was teruggelegd op de barbecue. Uit de geluidversterkers klonk in housestijl het ‘Let it be.’ En maar stampen en vrolijk joelen die Belgen. 0-1, 0-2, 1-2, 2-2 en 3-2 – het moet toch echt zo zijn gegaan. Nederland zou door die verdomd technisch vaardige Aziatische dribbelaarsjes onder de voet zijn gelopen. We mogen al blij zijn met uiteindelijk een serie penalty’s in de verlenging van de verlenging tegen Vaticaanstad. Andorra wordt al lastiger. Zeker berg op. San Marino? Wij hebben geen Lukaku. Wij Nederlanders brallen ‘We are the champions’. Belgen houden het op: ‘Let it be.’ Het typeert het verschil in volksaard. Ze staan veel dichter bij de Beatles en het aardse dan wij. Toch worden wij ooit nog eens wereldkampioen en dat eerder dan de Belgen. De Belgen leven van dag tot dag. Hotelbaas Bruno had geen idee tegen wie de Belgen ná  Brazilië moeten en op welke dag. Wij Nederlanden weten al wie we allemaal uitschakelen op het volgende WK, en ook dat erna. Ach ja, een mens wil zich ergens aan kunnen vastklampen.
Nee, ik heb die thriller tussen de Belgische badgasten in het uitbundig dansende De Panne absoluut niét verzonnen. Las ergens dat het niet mag verbazen als de levensverwachting van de gemiddelde Belg met een paar jaar is gedaald. Twaalf seconden van onoplettendheid werden Japan fataal. België gilde het uit. En alles bleef heel. Wij hier beginnen zelfs al bij een overwinning van alles en nog wat te vernielen. De kronkel. Geen bushokje is veilig bij ons. Daar geen enkel sein op rood. Tegen half elf een sms van Ellen en Diana naar De Panne.‘Geweldige wedstrijd, België is door!’ Zo bijzonder zo’n berichtje van thuis. En Trudy en Elly die eveneens wat van zich lieten horen. Denk wel eens: ooit zullen zulke berichtjes ophouden. Dan ben ik echt alleen. Verdringen, die gedachte. Een Nederlander moet met zijn fikken van een Belgisch volksfeest afblijven. Die moet zijn plaats weten. Dus las ik het mailtje tegen elven op mijn kamen in het uitgestorven hotel en luisterde ik naar de discostampers die van buiten, van onder mijn raam, kwamen. Geen mooier mantelzorgverlof dan dit. Ik ben er het team van Ellen heel dankbaar voor. Ze is in goede handen. Nog altijd blij met de beslissing Ellen weer helemaal fulltime naar huis te halen. Daar hoort ze en nergens anders. Onderweg naar De Panne beluisterde ik ter hoogte van Lochristi en Lokeren een BB-er, een Bekende Belg. Niet dat ik ooit van de man gehoord had. Ben zijn naam ook alweer kwijt. Doet er niet toe. Maar hij adviseerde Nederlanders om niet in België naar het voetbal te komen kijken. En al helemaal niet een grote keel op te zetten en zijn land te komen aanmoedigen nu wij het in de kwalificatie niet hadden gered tegen C-landen als Gibraltar, Lapland en de Republiek der Verzamelde IJsschotsen. Of we hem goed begrepen hadden over onze autoradio en of we weer naar huis wilden terugkeren via de eerste afslag. Niet gedaan. Doorgereden. Sterker nog: komende vrijdag heel misschien weer De Panne. Bruno en Chris hebben nog een kamer vrij. En weer graag gebakken ganzenlever als heilig avondmaal. Beter dan die braadworst op het plein.De zorgzusters van Ellen hebben me weer weggestuurd. Brazilië. In zwembroek zag ik ze op het strand van De Panne ‘s middags in het voorprogramma tegen Mexico. De strandtent Albert I met de Boeddha. Waarom stuurde die niet op Mexico aan? Hoewel. Moet geen probleem zijn, Brazilië. Reputaties zijn er om te sneuvelen op het slagveld. Wie van de Jap wint, kan de rest van zijn leven niet meer verliezen. Ai, ai, ai – nu verlaat ik pardoes de krijtstrepen van het voetbalveld. Doordenkertje. Voor de verfijnde geest. Las ook juist weer de officiële uitnodiging voor Ellen voor Bronbeek in augustus. Gaan we heen. Al is het maar voor die ene ronde langs het monument met al die namen van mensen die in de kampen verbleven en er alle onbarmhartigheid moesten ondergaan. Het werd hun dood, of net nog niet. Terug naar het voetbal. Het berust allemaal op waarheid. Niets gefantaseerd. Werd daags erna wakker met aanvankelijk een spijkertje in het hoofd. En de krankzinnige voetbalavond alleen maar braaf zwarte koffie gedronken nota bene. België ontsnapte. Een wedstrijd die geen commentator nodig had. En zeker geen kletskous à la Snoeks verdiende, maar wel spannende begeleidende filmmuziek.

 

Geachte heer Carbo, Beste Johan,

Uw reservatie is in goede orde genoteerd.  Tot vrijdag J.  Ingesloten de Brabançonne – ter voorbereiding.

Mvgrn,

Bruno.

‘O dierbaar België

O heilig land der vaad’ren

Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.

Aanvaard ons kracht en het bloed van onze adren,

Wees ons doel in arbeid en in strijd.

Bloei, o land, in eendracht niet te breken;

Wees immer u zelf en ongeknecht,

Het woord getrouw, dat ge onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht. (x3)’

Een symfonie voor de smaakpapillen

 

Het draaide uit op een ware symfonie voor de smaakpapillen. Net Mahler maar dan anders. In een volgend leven worden we restauranthouder met het echtpaar Wolf in de keuken en in de bediening. Ze droegen weer een eersteklas eucharistieviering op aan het altaar van culinair genot. Zo bouwen we een eigen tabernakel. De afsluiting in stijl van een geslaagde maand juni. Inderdaad, om je vingers bij af te likken. Ook deze beelden als onderdeel van de röntgenfoto van ons leven. ‘Ik kan de laatste tijd erg opstandig worden over de gevolgen van mijn hersenbloeding, dan barst ik in snikken uit’, vertrouwde Maggy ons toe. Zo begrijpelijk. Ze had gedacht allang weer als een ballerina door het leven te kunnen. Niet dus. Voetje voor voetje. Een pirouette is er niet meer bij. En de mantelzorger? Haar Henk bijvoorbeeld? Als aangehaald in de korte speech alvorens de roti op tafel kwam: de mantelzorger moet heel blijven, moet van een keukentrapje af blijven, zo niet dan zijn we nog veel verder van huis. Een stralende Maggy op de tweede foto. En daar doen we het voor. Aan de kop van de tafel de bijna jarige chef-kok Ber Wolf. Op de eerste foto, ook van tafel 1, onder meer Diana kip kluivend zoals zij in De Panne de billetjes van die arme kikkers laat ondergaan. Ach ja De Panne: volgende week daar op het strand kijken naar de Belgen in de achtste finales van het WK. Ik gokte op Senegal of Colombia, maar zag die kleine zakjapanners over het hoofd. Voor een korte overnachting is de bezemkast van Cajou meer dan voldoende. Net als met de asperges Eerste Pinksterdag was er andermaal volop zon tijdens de Paramaribo-uurtjes. Gaandeweg de dag ging de temperatuur naar 25 graden in de schaduw. Zonnescherm en parasols dus, overal in de tuin waar de aankleding werd nagebootst van een culinaire hoogmis op de verstilde zondagmiddag voorbij Lyon richting het merengebied van l’Ain. Een idylle. ‘Lieve Ellen, weet nog dat we op z’n Bocuses aten ergens voorbij Villars-les-Dombes en dat jij ineens naar het toilet ging?’ Ze kijkt me aan alsof ze zeggen wil: maak dat de kat wijs. Ze bleef toen lang weg. Dat maakte ongerust. Of ze niet goed geworden was? Welnee. Even het  geld natellen. Bij terugkeer aan tafel: ‘Ik was bang dat we dit nooit zouden kunnen betalen en dat ze ons naar de afwasmachine zouden sturen. Het zou een afgang zijn geweest.’ Zoete herinneringen. Aan een trolley – zo heet zo’n ding toch? – met daarop de meest exquise kazen als dessert. Dan mocht je er drie of vier aanwijzen voor een puntje. Zo ook het gebak. Het spul liep regelrecht  je bord af als je te lang wachtte. De jaren waarin een puike gezondheid als een vanzelfsprekendheid werd beschouwd. Het is een mooie formule geworden: onze gasten brengen zelf hun wijn mee. Wij het eten. Zo ging het bij de asperges, zo voltrok de feestelijkheid zich ook op de schranspartij met roti. In juli zal het niet anders zijn. Dan mosselen op de menukaart. En wie geen mosselen verdraagt, mag op een wrap rekenen met zalm of carpaccio. Het zijn avonden die een mens dubbel en dwars doen genieten en weer de broodnodige energie geven. Op het leven! Ook Ellen genoot. Dat zag je aan hele korte terloopse reacties. ‘Waar is mijn portemonnee?’ ‘Er is al betaald Elletje!’ En weer even het beeld van een doorsnee verpleeghuis. De bewoners met de kippen op stok. Ook die kippen die uiteindelijk bij Ber Wolf in de pan belanden. Ellen zat aan. Totdat haar chaperonne het welletjes vond na de koffie en de truffel die bij de Vomar in de weekaanbieding was. ‘Weet je nog Ellen dat jij een jongetje in de klas had van wie zijn Surinaamse ouders een klein afhaalrestaurantje aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht runden? Helemaal vooraan op die Amsterdamsestraatweg naast een winkeltje in feestartikelen. Meermaals haalden we daar op vrijdagmiddag roti voor het weekend. En trots dat die mensen waren dat ze ook juf Ellen als klant hadden! Weet je nog Ellen?’ Meestal kijkt de Ellen van nu me bij zulke vragen ondoorgrondelijk aan. Het masker van parkinson.  Dat was deze week niet anders. En toch, weer even een prikkel. Of ze het een geslaagde roti-fuif vond? ‘Geweldig’. En dat was het ook. Ook al omdat wie inschrijft niet op het allerlaatste moment nog afzegt. Nee, iedereen is er ook altijd. Met flesje onder de arm. Of een jerrycan met limonade. De vruchtensapdrinker verloor onderweg naar de asperges de dop van zijn jerrycan van de Jumbo. Onder het rijden gutste de helft van de inhoud over zijn autobekleding. Hij kwam de laatste keer zelfs met lege handen. Jerrycan inclusief dop vergeten. We lieten hem toch maar binnen. Volgende keer doet Elly er ook nog even een kleine bingo bij. Met als prijs de sweater die één van de gasten na de roti in de tuin achterliet. Geschonken, zullen we maar denken. De gulle gever was één van de weinigen bij wie de roti geen okergele sporen op de kleding had achtergelaten. Ach ja natuurlijk, hij zat in hemdsmouwen bij die 25 graden. Die trui lag eenzaam in de rookhoek. Nog vóór de mosselen komt Wil met een initiatief. Bij aanvang juli gaat ze in onze tuin een barbecue verzorgen. En er is iets met de nieuwe haring aanstaande. Ondertussen de Duitsers weg van het WK en Argentinië door. Het meest geniet ik van Diego Maradona. Telkens weer. Heeft heel zijn lijf opgepompt behalve zijn hersens. Verstandig dat een heel ziekenhuis aan artsen met hem mee gaat de tribune op. Het propje is in de war. Heel erg in de war. iets te veel in de war voor een officiële ambassadeur van de FIFA. Het gaat er in zijn hoofd heel onrustig aan toe. Een symfonie, een kakofonie. Mahler wil er niets mee te maken hebben. 

 

roti3roti

Een röntgenfoto van ons leven

DSC01007

 

Juni 2018 in zes afleveringen

 

Schrijf jij?’

‘Ja, ik schrijf, hoe raad je het zo, Ellen.’

 Het floept er bij haar zo maar ineens uit, heel plotseling. En óf ik schrijf. 

Stilte. Ze kijkt om zich heen. Ze bestudeert het schilderij van die Chinees of Chinese boven haar bed. Ze kent er elke penseelstreek van. 

‘Wil je weten wat ik zoal schrijf?’

‘Ja.’

‘Over jou vooral ook, over hoe dapper je met de parkinson omgaat. En over hoe verschrikkelijk veel ik van je houd. Over hoe we elkaar geen seconde uit het oog verliezen.’

Stilte. Het mysterie van dementie. Maar zeggen ze niet: je ziet hem of haar denken… Het lijkt wel of Ellen de boel in haar brein op orde probeert te krijgen. Ze schudt bovenin het bed op. Ze fronst haar wenkbrauwen. 

‘Schrijven is fijn Ellen, dat weet jij toch? Inde van Erven mailde me gister dat ik dat heel lichtvoetig doe, dat schrijven. Maar ondertussen… Ook zij volgt onze blogs. Ze complimenteerde ons met onze wilskracht. Inde zit momenteel in Zwitserland. Ze wil binnenkort weer eens bij ons langskomen. We kregen ook een mail van Jeannette en Marc uit Piëmonte in Italië. Die  kamperen daar op een berghelling op 1200 meter hoogte. Ze kunnen er de sneeuw zowat aanraken. Ze nodigden ons uit om in juli naar hun huis in Frankrijk te komen. Cees en Riek zijn terug uit New York en Washington. Ze komen donderdag op bezoek. Ze belden vanaf Schiphol.’

Ze luistert, Ellen. Weer die ogen naar dat schilderij. Wat komt er van dit alles bij haar binnen? Het blijft gissen. Ze probeert het voor haarzelf op een rijtje te krijgen. 

Stilte. Nietszeggende ogen inmiddels. Ach die ogen…. Ogen die spreken. Of niet. 

Ze valt in slaap. Ik schud haar wakker. Ik vertel haar dat Noord-Korea een leider heeft die hoognodig toe is aan een kapper als Danny. Maar wat kan Ellen dat vlezige mannetje met dat opgeschoren haar nou schelen. Ander onderwerp proberen. De over de leeftijd van haar toyboy jokkende wildebras en seksoma Paay. Ook geen reactie. Of ze trek heeft in een Radler?

Een wat? 

‘Een biertje schat! Nul procent en met citroen!’

‘Lekker.’

Ze is ineens weer klaar wakker en ik…. Ik schrijf. Ik klauter met mijn vermoeide tillift-knieën naar boven en schrijf het weer op. Ik schrijf en schrijf. Ik documenteer. Het is een röntgenfoto van ons huidige leven. Ja liefste, ik schrijf. 

 

Hallo Johan en Ellen.

Ik heb ‘Schrijf jij?’ gelezen en daarna nog een keer: wat is het toch een fascinerend verhaal. Dit is het gewoon, dementie als een ongrijpbaar iets! 
Toen ik gisterenavond wegging en Ellen gedag zei, hoorde ik haar zeggen, en je was mijn getuige: ‘Dag lieverd bedankt’. 
Dat zijn de mooiste cadeautjes! Super!
Trudy
Een röntgenfoto van ons leven (2) 
‘Schrijf jij?’ Die vraag van enkele dagen geleden was zo intrigerend dat ik erop voortborduur. 
‘Ja Ellen, ik schrijf. Welhaast elke dag. Het liefst in de vroege uurtjes. Dan bedoel ik: bij zonsopgang. Dan heb ik de meeste inspiratie. De morgenstond, weet je nog. Met een volle kan koffie! Sereniteit om mij heen. Ik houd van de stilte. De blogs zijn een röntgenfoto van ons leven. Dit schrijf ik in de trein, in de vooravond van zaterdag 16 juni. Ik zit in de trein van Brussel naar Aalter. Daar in Aalter staat op één of andere onduidelijke sintelbaan bij het station onze Skoda. Van Aalter rijd ik straks een klein uurtje verder naar Cajou in De Panne. Mijn maag rammelt. Ik zal rond half negen aanschuiven voor het diner. Bruno serveert gegrilde griet met een excellente vissaus. Ik verheug me erop. Heel erg zelfs. Maar ik mis je schat, hier in die bijna lege coupé. Ik zoek afleiding in de interview-marathon met de 75 geworden Hugo Camps. Een ongeschoren geestverwant uit de journalistiek. Vroeger schold ik op zijn sportcolumns in Elsevier. Herinner jij je dat nog? Dat was nog in onze tijd in Amstelveen. Ik stopte verontwaardigd met hem wekelijks lezen toen hij van de voetballer Frank Rijkaard een filosoof maakte. Camps liet Rijkaard en andere sporters heel elitair diepzinnige woorden bezigen die ze helemaal niet in hun vocabulaire hadden. Laat staan dat ze die woorden kenden. In zijn boek verdedigt Camps zich daarvoor met de opmerking dat hij het geoorloofd vindt om geïnterviewden mooier, en vooral ook verstandiger, op papier te laten lijken dan ze in feite zijn. Flagrante onzin met honger naar bombastische tovenarij. Ik beleefde destijds meer genoegen aan de columns van ene Pim Fortuyn in Elsevier. Maar schrijven kan hij, die Bourgondiër. In prachtige metaforen. En met taalvondsten. Deze zuiderbuur produceert alinea’s om op te zuigen. Als het maar geen sport is. Met talent alleen doe je weinig bij het schrijven. Het komt aan op discipline en nog eens discipline. Daarin heeft die Belg uit Hasselt gelijk. Ook ik maakte mee, en werd er afschuwelijk treurig van, net als deze Belgisch Limburger, dat er steeds minder ambitie en vaardigheid was om van een krant iets moois te maken. Met het ontbreken van kunde verdween ook de wil. Er kwam een omslag. Alles moest kort, korter, kortst – en een verhaal werd ontdaan van zijn literaire ziel. Jij weet er alles van, Ellen. Ook tegen mij werd meermaals gezegd dat ik te breedsprakig was. Maar jezus nog aan toe zeg, taal is zo bijzonder, doe er dan ook iets mee! Ik vind het heerlijk om van een reeks woorden beeldende zinnen te boetseren. Eerst dansen de woorden over het scherm en daarna vallen ze heel secuur op hun plek. Ja Ellen, ik schrijf. Het is meer dan een vak, het is identiteit en continuïteit in het leven. Ik zit dus in de trein. We gaan richting Gent en daarna nog één halte, die van Aalter. Geestdodend lintvormig plaatsje, dat Aalter, om eerlijk te zijn. Huizen achter rolluiken. Dat verlaten stationnetje en de twee lagen flats in pastelkleuren er tegenover, ze doen me aan Toscane denken. Maar daar hebben ze er nog warmer weer bij. Hoewel dat de laatste tijd behoorlijk schijnt tegen te vallen. Geweldig dat de dames elkaar afwisselen in de zorg voor jou, met daarbij Diana natuurlijk als de primus interpares, de eerste onder haars gelijken. Het geeft me een gerust gevoel nu ik even weg ben. Gisteren vroeg Bruno waar jij was? Ik kwam net uit de lift van Cajou. Ik vertelde hem dat ik ook eens even helemaal alleen moest zijn. De herontdekking van jezelf. Teruggeworpen op mezelf. Uitwaaien. Want wie niet voor zichzelf zorgt, kan het onmogelijk volhouden om voor een ander te zorgen. Even loslaten. Maar dan ook volkomen loslaten. Niet gemakkelijk. Ik gaf Bruno er een treffend voorbeeld van. Namelijk dat ik de lift terugstuurde naar mijn kamer in Cajou voor de vijf uur-medicijnen van jou. Zo was ik nog voorgeprogrammeerd. Maar ik hoefde natuurlijk helemaal niet aan jouw medicijnen te denken, ik had twee dagen mantelzorgverlof in een land waar ik vanwege het WK overal banieren zie wapperen met de Belgische driekleur. Cajou heeft zijn parkeerplaats omzoomd met vlaggenmasten. Als Hollander dook ik in Cajou onder mijn dekbed van schaamte. We zijn nu trouwens met de trein in Gent aangekomen. Diana mailde me zo-even dat haar schoondochter en kleinzoon Ryan vanmiddag bij jullie op bezoek waren. En dat jullie waren wezen lunchen in het Maximapark. En dat Ryan wel honderd vragen aan je had. Wat was ik daar graag bij geweest, schat. Ik was vanmiddag in Brussel. Aan zee was het, anders dan een dag eerder, ronduit niks. Ook de Boeddha kon niet voor zon zorgen. Zwaar bewolkt en af en toe motregen. Shirt aan, shirt uit. Naar Brussel voor het seniorenprijsje van zes euro. In Brussel heb ik een lange wandeling gemaakt. Naar plekken waar ik vroeger voor mijn werk moest zijn. Ik had mijn nieuwe modieuze schoenen aan. Die bruine, die Italiaanse, ze glommen als een spiegel. Je raadt het al. Met blote voeten natuurlijk in die schoenen. Hardleers. Blaren. Blaren aan beide hielen. Tot bijna bloedens toe. Pleisters gekocht maar die lieten steeds weer los. Ik strompelde. Ik liep uiteindelijk in Brussel op blote voeten terug naar het station. Mijn schoenen had ik bovenop mijn boek over Hugo Camps in een papieren tas gedaan. Het opschrift van die zwarte tas in sierlijke rode letters? ‘Passie voor schoenen’. Ik zweer het je! En daarboven: ‘Aad van den Berg, voor uw modeschoeisel.’ Aad zal zich voor mij, de clochard, hebben geschaamd daar op mijn overige zonbruine blote voeten door het stadsverkeer van Brussel. Jij trouwens ook.’
Een röntgenfoto van ons leven (3)
‘Ja Ellen, ik schrijf. Om te boekstaven. De röntgenfoto. Het was meer dan een vleugje Vaderdag bij thuiskomst gister, zondag 17 juni. Ik rook het al in de gang, lieve Ellen. Wat had Diana haar best gedaan om samen met jou, jazeker samen met jou uitroepteken, mij te verrassen met in bladerdeeg verpakte Afghaanse smullerij. ‘Kijk maar eens in de oven Johan, heb jij verdiend, dat vonden wij’, glunderde Diana. Jullie waren voor die surprise speciaal samen met de rolstoel naar de Jumbo geweest. Geweldig. Het zijn door jouw ziekte niet onze gemakkelijkste jaren, onvervangbare schattebout. Maar het zijn wel jaren waarin wij nog dichter naar elkaar zijn toegegroeid dan al het geval was en waarin wij door omstandigheden zeer bijzondere mensen hebben leren kennen. Zoals Diana. Zoals ook Elly die wist dat ik alleen naar De Panne was en die, naar ik hoorde, zaterdagochtend spontaan even Diana kwam assisteren. En zoals Trudy die vrijdag langer bleef zodat ik voor de files uit zonder al te veel oponthoud en soesa langs Antwerpen kon komen. En zoals Wil die op haar beurt Trudy weer afloste om met jou naar cd’s te luisteren bij een kop thee en een glas witte wijn. Ja, die bladerdeegtraktatie was meer dan een vleugje Vaderdag toen ik ons huis weer binnenstapte en de oven rook. Moest erg lachen, Ellen, om de wekelijkse column in NRC van Youp. Het megalomane afscheidsweekje van Humberto Tan werd op de hak genomen. En hoe! Zo’n zin als ‘allerhande tragische dwergen zongen valse liedjes over vriendschap voor de ontslagen presentator’ – een juweeltje. Elk woord in die ene zin heeft zijn betekenis. Dan houd je van taal. Het schenen zulke verschrikkelijke liedjes te zijn geweest dat Tan keer op keer begon te snikken. Niets mooier dan televisietranen, of ze nou iets voorstellen of niet. Nep is het, liefste, volslagen nep. Narcisme en egoïsme. Bravo Youp. De bekende spijker. Je was weer goed op dreef. Inderdaad: na vijftig jaar nam Paul van Vliet in de uitverkochte Haagse schouwburg afscheid met slechts een dankbare buiging naar zijn publiek. Verder geen tralala. Geen traan, geen valse liedjes. Applaus en een buiging. En inderdaad: Paul en Humberto, verschil moet er zijn. Zeggen ze niet altijd, Ellen, dat een mens geen appels met peren moet willen vergelijken. Dat doe ik misschien wel als ik de columns van Youp naast die van Hugo Camps leg. Maar toch: de doorgeslagen theatrale bombastiek van Camps ontbreekt gelukkig bij de beduidend lichtvoetiger en directere Youp. Die is komisch en veeleer relativerend. De barokke Camps verdrinkt meermaals in zijn ketting aan zwaarwichtige woorden. Hij gaat me soms finaal boven de pet. Maar niet als hij het over zijn vrouw heeft en daarnaast de krant als zijn maîtresse. Dat herken ik wel. Jij ook hè? Toch altijd iets van een workaholic gehad. Exemplaren van onze verzamelde blogs in ‘Geef ons ook morgen’ liggen nu in De Panne in de plaatselijke boekwinkel, Ellen. Ik zag ze in de schappen. En toen ik er toch was: ik wilde weer wat te lezen hebben en stond er met twee zopas op de Vlaamse literatuurmarkt verschenen boeken in mijn handen. Welke van de twee zou ik nou kopen? Hugo Camps die met al zijn gerook nog het meest tot zijn eigen verrassing 75 geworden was of een biografie over wijlen de ascetische en verweesde koning Boudewijn van België? De onkreukbare, gladgeschoren en diepchristelijke Boudewijn was geliefd in zijn laatste jaren. Zijn vrouw Fabiola minder, zo begreep ik. Kwam ondertussen in die boekwinkel in gesprek met een man die met Boudewijns rare neefje Laurant in Antwerpen in de klas had gezeten. De man vertelde me dat die holle bolle Gijs van een Laurant als jochie al schijt had aan de ganse wereld. Aan Laurent zat elk schroefje los. De schuld daarvan kreeg zijn vader, de vorige koning der Belgen. ‘Die heeft zich nooit iets aan zijn kinderen gelegen laten liggen. Die heeft nooit iets aan opvoeding gedaan. Je ziet het bedroevende resultaat.’ Einde citaat vanuit die boekwinkel. Ik besloot met lichte aarzeling toch maar voor Hugo Camps te gaan. Ach Ellen, er zit veel venijn in de politieke columns van Camps en de hoogdravendheid kan dat alles niet verhullen. Gelet op enkele reacties op straat, zodra ik het boek op een terrastafeltje voor me had liggen, is de interviewer annex columnist hier in België een soort luis in de pels. Ik zie wenkbrauwen omhoog gaan. Dat is dan weer prachtig. Het schijnt hier zo te zijn: je bent voor hem of tegen hem, een tussenweg is er niet. We zijn intussen alweer een dag verder, lieverd. Maandag 18 juni. De dagenraad net voorbij. Elly was er voor de zorg alweer vroeg bij. En ze had spareribs bij zich. Voor later deze week. Ze verwennen ons. Club Brugge gaat niet door met onze held Vermeer. Hij is te duur voor een te vaak langdurig geblesseerde keeper. Kan ik me iets bij voorstellen. In Cajou had Peter me hier al voor gewaarschuwd. Te blessuregevoelig op zijn oude dag deze dertigplusser. Terug naar Feyenoord dus. Ik heb meegedaan aan een enquête op internet of ze Vermeer in Rotterdam weer onder de lat zouden moeten terugbrengen. Ik heb ‘ja’ gestemd. Uiteraard. Er zijn al veel reacties binnen: 65 procent daarvan wil dat Kenneth Vermeer weer een faire kans krijgt in De Kuip. Leroy zei te hopen dat de goalie naar FC Utrecht komt. Want Vermeer pakt punten. Gruwelde van de tv-reclame van een brillenboer. Die biedt de glazen ‘helemaal gratis’ aan. Niet gratis dus, maar ‘helemaal gratis’. Taalverkrachting. Het is een soort Laurent maar dan niet als wildeman achter het stuur maar achter het toetsenbord. Er zou tegen opgetreden moeten worden. Je bed pompte zich gisteravond vol lucht naar een gewicht van honderddertig kilo. Ruim voldoende voor ons tweeën. We lagen te luisteren naar klassieke muziek. Je kuste me hartstochtelijk. Was je zó blij dat ik er weer was? Ik ontdekte dat er in een paar dagen tijd steeds meer in bloei was gekomen in de tuin. We keken er samen naar. Dementie, icoon van me, het blijft voor mij een mysterie.’ 

Een röntgenfoto van ons leven (4)

‘Ellen, hoe is-ie?‘ ‘Goed hoor.’ Een stralende lach bij terugkeer van de fysiotherapie. Vast van stem. Dat doet de mens weer goed. Later op de dag: ‘Jopie. Jopie, wat waait het toch.’ Ik moest niezen. ‘Gezondheid mijn jongen.’ Het blijft met die dementie raadselachtig allemaal. Ellen had een ongelukje. Ik moest haar zelf verzorgen. ‘Dat kan je goed hoor.’  Ze neuriet. Ze zingt. Ze glundert. Ze heeft een topdag. ‘Ja Ellen, ik schrijf. Ziel en zaligheid, axioma. En zonder veel te zeggen, heb je me nog steeds heel veel te vertellen. En ik anders jou wel. Het maakt lyrisch. Onze kok Ber is dit weekend jarig. Dit blog in het bijzonder voor hem. Volgende week zullen we Ber toezingen bij de roti met vrienden in onze tuin. Het belooft een stralende dag te worden met zon en rond de 24 graden. Ik gebruik maar niet het damasten witte tafelkleed. Zonde met die curry, levensgevaarlijk.’ Elly schuift even aan. Heeft in haar auto een extra houten eettafel voor de roti. 

‘Ja, ik wil zeker met je naar Antwerpen’, reageerde Jan in het mailtje, Ellen. ‘Alleen’, ging hij verder, ‘geloof ik niet dat België verder komt dan de poulefase.’ Gisteren stond er een ingezonden stuk van hem in de Volkskrant over de videoref. Hij schreef: ‘Verkort: geen probleem. Maar ook tekstueel aangepast. Zoek de fout in de tekst of beter in het ontbreken van een woord in een zin. Prachtig werk weer van Diana , Elly en Trudy! Jezus, wat ben jij goed in het selecteren van mensen! Eén foutje in je laatste blog. Je schrijft: “De schuld daarvan kreeg zijn vader, de huidige koning der Belgen.” De vader van Laurent is Albert en dat is niet de huidige koning van België. Dat is Filip, de oudere broer van Laurent.’

Verdomme ja zeg! De jeneverkoning is allang afgelost door zijn keurige stramme zoon Filip. En nu, Ellen, even in de gaten houden wanneer België ’s avonds om acht uur, dat staat al vast, speelt zodra ze de poulefase wel degelijk hebben overleefd. En dan met de drie zorgzusters, die onder de naam Team Carbo een whatsapp met elkaar zijn begonnen, of hoe dat in moderne taal heten mag, zien te regelen dat zij weer over jou waken tijdens mijn voetbaluitstapje naar Antwerpen. Om er aan de Schelde ook mosselen te eten natuurlijk. Zoals in mijn docenttijd met Melle, voorafgaand aan een avondcursus. Ach ja Melle, die goedzak, alweer twee jaar dood inmiddels , langer zelfs. Melle met wie ik in Brussel niet in een hotel logeerde maar in een donkerbruine morsige hoerenkast omdat de Hogeschool voor Journalistiek het een beetje goedkoop wilde houden. Nou goedkoop was het zeker. We brachten de luizen en vlooien mee naar huis. Maar het kruis bleef onaangetast. In alle opzichten.

Weet je nog, lieve Ellen, dat wij in 1994 of zo samen voor de krant zijn wezen kijken naar de Belgen op een levensgroot scherm in het centrum van Brussel? Ik was er door het Utrechts Nieuwsblad naartoe gestuurd voor een sfeerverslag. In mijn verhaal vergeleek ik de wedstrijd met een filmscript van Alfred Hitchcock. Een hoop volk op de been dat aan het slot verdwaasd afdroop. Wij anders ook. België dat op volle toeren draaide, werd toch afgetroefd. In de verlenging, als ik me niet vergis. En niet in de laatste minuut maar in de laatste seconde. Wezenloos bleef het volk aanvankelijk met de handen voor de betraande ogen op zijn klapstoeltje zitten. Zombies waren het ineens die niet eens in de gaten hadden dat het was gaan regenen en niet zo’n klein beetje ook. Dit had niemand kunnen verzinnen, zelfs Hitchcock wellicht ook niet. Ik pieker me suf tegen wie de Belgen speelden, het zullen de sluipmoordenaars der Duitsers wel weer zijn geweest. Die sloegen wel vaker toe als ze met één been in de hel stonden. Er was toen veel ophef rond een in alle haast tot Belg genaturaliseerde goaltjesdief. Hij scheen gebukt te gaan onder gokschulden.

Het loopt trouwens telkens verkeerd met die Belgen af als ik op een marktplein naar ze ga kijken. Alsof de duvel ermee speelt. In 1986 op het WK in Mexico leek het waarachtig wel op een afrekening door Onze Lieve Heer. Alsof die met de Belgen nog een appeltje te schillen had. Was het niet de halve finale? In de verlenging verprutsten de Belgen een paar dotten van kansen. Dat moet Onze Lieve Heer razend hebben gemaakt. Hij liet de Argentijnen ook even aan de bal komen en jawel hoor: Diego Maradona. Belgen zijn eigenlijk schlemielen, stelde ik in 1986 in Antwerpen voor toen nog Het Parool vast. Maar ik hield mijn mond. Op dezelfde avond als die wedstrijd liep in Antwerpen het Vlaams Blok uitdagend te folderen. Duister volkje met spandoeken. We woonden nog in Amstelveen. In Nederland waren er verkiezingen. Jij stemde ook voor mij. Bij volmacht. Heb jij je toen aan de opdracht gehouden welk hokje je moest inkleuren? Heb er nooit meer aan gedacht daarnaar te vragen. Nee, niet slapen nu, luisteren, ik lees je voor uit eigen werk. De Belgen teerden in 1986 op Enzo Scifo. Een prachtige voetballer. Waar zou hij gebleven zijn? Dat hoeven we ons niet af te vragen van Andrés Escobar. De verdediger van Colombia was in Mexico zo onfortuinlijk om tegen de VS in eigen doel te schieten: 1-2 en de Colombianen naar huis. Deden de meeste spelers wijselijk niet. Eentje daarentegen wel. Daar in dat land van voetbal, maffia en drugs wachtte Andrés Escobar een verrassing. Hij werd doodgeschoten. Als ik me niet vergis voor de deur van een discotheek in Medillin. Een zekere Nico Verbeek heeft het prachtig opgeschreven in ‘Eigen doelpunt’, een tamelijk dikke pil over narco-baronnen van het slag Pablo en gepoederde neuzen.

Twee jaar geleden met Taco in De Panne wezen kijken. Mijn ‘corpulente vriend’, duidde hotelbaas Bruno hem heel beschaafd. België op het WK tegen Ierland of Noord-Ierland, één van die twee. Ik zie ons nog, dappere Ellen, vertrekken uit de parkeergarage van het verpleeghuis De Ingelanden. ‘Die ongelofelijk grote rode koffer van Taco! ‘Hoeveel dagen denk je weg te blijven?’, vroeg ik hem nog. In hotel Cajou in De Panne kreeg Taco zijn hutkoffer ternauwernood door de deur van kamer 209. Die koffer en Taco samen was te veel van het goede voor 209. Het zweet stond op zijn voorhoofd. Klotsende oksels. Of we misschien van kamer konden ruilen. Hij 210 en ik 209. Waarom ook niet. Op zijn kant en met een beetje wrikken kreeg Taco zijn koffer inclusief zichzelf bij 210 naar binnen. Het was werkelijk hilarisch. Het paste allemaal net. En dan te bedenken dat we een paar uur later feitelijk alweer naar huis konden. We stelden vast dat we samen het Belgische elftal voor minder geld en beter hadden gecoacht. Ze hadden twee lilliputters in de verdediging staan. Beiden één meter tien. Meer zal het niet geweest zijn. Daar wisten de Ieren wel raad mee. Dezelfde avond nog lag het hoofd van de suïcidale Belgische bondscoach op het hakblok. Hij was vergeten die twee dwergen een laddertje mee te geven het veld op. Het werd nog een heel gedoe om van die dwaze bondscoach af te komen, hij kreeg contractueel een miljoen mee voor een zomerhuisje op de Azoren. De tragikomische Belgische Muppetshow bekeken we op 210. Met beneden ons een paar honderd joelende en kleumende Belgen met een bevroren Stella Artois in hun hand. Het regende en het was koud. Taco had van alles bij zich behalve jaeger ondergoed. Hij koos voor zijn dekbed.

En nu eens kijken, lieve Ellen, of Jan gelijk krijgt met een Belgische uitschakeling al in de poule. Dat zal toch niet waar zijn? Dan kan Bruno weer alle vlaggenmasten rond zijn parkeerplaats van Cajou uit de grond halen. Verbitterd wellicht. Wat moet dat een treurig schouwspel opleveren. Erger nog dan met blaren op blote voeten door het stadsverkeer van Brussel en de nieuwe schoenen in de papieren tas met een uitbundig en ronkend opschrift van de leverancier. De Rode Duivels zullen de laatste zestien wel halen. Dan moeten ze voor een knock-out op maandag 2 of dinsdag 3 juli tegen, gokje, Senegal of Colombia. Of Polen. Die Polen wereldkampioen in het gehate Moskou, dat wordt de meest onstuimige roomse zaadlozing sinds eeuwen. Maar nee, vergeten die Polen. Goeie genade, Colombia misschien wel. Dat eindigt dan misschien wel weer met een revolverheld en in een plas bloed.’

Een röntgenfoto van ons leven (5)
Jeetje Ellen, ik heb Hugo Camps maar even terzijde gelegd. Op pagina 181 van zijn boek kreeg ik zowat een bloedspuwing. Ik lees even een passage voor: ‘Ach, wielrennen en doping. Wat wil je dat ik hierover in dit boek zeg? Ik ben een dopingliberaal. Elke volwassene heeft het zelfbeschikkingsrecht over zijn lichaam. Ik heb in dat verband geen lessen te geven. Ik beken deemoedig schuld. Ik heb renners zien spuiten in het laatste halfuur van de koers. Als journalist heb ik dat niet gemeld. Ik vond dat hun lichaam mij (en mijn pen) niet toebehoorde. En dat vind ik eigenlijk nog steeds. We kunnen eindeloos palaveren over de ‘oneerlijkheid’ van doping. Sport en zeker wielrennen is als een kerkdienst. De aanbidding staat voorop.’ Maar Ellen, een verslaggever dient toch weg te blijven van aanbidding? Het woord oneerlijkheid, liefste, plaatst deze idioot tussen aanhalingstekens. Zo rommel je je wel door een Tour en Giro als dik betaalde verslaggever. Parijs-Roubaix? We kijken indien nodig gewoon de andere kant op. Of we tellen de kasseien. Niets mag de dweperij met hemel en hel verstoren. Dat noemt zich journalist! Dat is een vakantieganger op kosten van de abonnee op krant of opinieweekblad. Ontving voor zijn journalistieke arbeid nota bene zowel in België als in Nederland een Koninklijke onderscheiding. Hij zegt ook een pagina verder dat het commentaar van wielerjournalisten los staat van de feiten. Het is gênant. Wielerjournalistiek! Let op deze zin, pagina 182: ‘De zelfcensuur – of noem het participerende journalistiek – van wielerjournalisten is legendarisch. Ze weten meer dan een soigneur over rode bloedlichaampjes, groeihormonen, vetzuren en ijzerquota, maar wat ze weten is doorgaans off the record.’ Lees de biografie van de renner Thomas Dekker die naar de kloten ging. Heb je diens fietsjaren eenmaal geconsumeerd dan resteert de verbijstering. Het is wel een heel aparte invulling van het begrip participatie door Camps. Ben benieuwd wie dit in een Nederlandse of Belgische krant gaat recenseren, en hoe. Zodra ik dit boek uit heb, ga ik ook eens na hoeveel barokke zinnen taalkundig niet eens kloppen. En zo’n zin als: ‘Liever de fietspomp dan gekte’ – volkomen ridicuul als je het tot je laat doordringen. De fietspomp leidt immers tot gekte als je de fietspomp goed gebruikt. Trouwens, de fietspomp is van de renner, de gekte van het wielervolk. Onzinnige vergelijking dus. En daar wemelt het van. Genoot gisteravond van Kroatië, lieve Ellen. Puik elftal op het WK. Wat een ballenploeg dat Argentinië. Die arme keeper. Heet ook nog Caballero, als ik me niet vergis. Had na zijn blundertje helemaal een zuurstoffles nodig. Maar erger: die coach met die potsierlijke armen. Net een nachtportier, zei later Jan Mulder op de Belgische zender. Die armen volledig onder de tatoeages. Dan heb je op voorhand geen enkele autoriteit als coach. Zo’n kermisklant zou zijn colbertje niet mogen uitdoen, zou ik verordonneren als ik van de Argentijnse voetbalbond was. ‘Jij houdt dat jasje aan, en overhemden met zeer lange mouwen, vriend!’ Ik kijk naar België eerst met Taco en na de poulefase met Jan. Taco vroeg me of ik froufroutjes wilde meebrengen voor bij de koffie. Dat doet me aan heel vroeger denken. Het zijn toch koekjes? Weet je, lieve Ellen, dat we ook eens met zijn drietjes naar België zijn geweest – Taco, jij en ik? Naar Knokke. Dat moet een jaar of zes geleden zijn geweest. Ook toen was er een voetbal-WK aan de gang. Van Knokke toen dateert nog de openingsfoto van onze website. Die uit een bistro aan de Lippenslaan, een dure winkelstraat voor bontjasdragers, die foto waarop ik wapper met de oranje bankpas van de ING. Fotograferen kan die Taco als de beste, net als schrijven. Bovendien: een onovertroffen causeur. En maar kouten. Wond zich op over die Oost-Europese betonnen kolossen pal aan zee. Makelaars, projectontwikkelaars, uitzichtvernielers, de maffia. Jij had toen het verpleeghuis in Nederhorst den Berg als pied-à-terre. Over die tijd praat ik. Ik was aan dat hotel in Knokke gekomen op internet. Hotel met Britse inslag. Een kamer voor ons tweetjes en één voor Taco, het kostte bijna niks. St. Pol heette dat hotel, of iets in die buurt. Had hij toen ook zijn grote rooie hutkoffer bij zich? Moet wel, want volgens zijn eigen verhalen sleept hij dat onding al zijn hele leven achter zich aan. Kwamen we daar, vond Taco de kamer te klein voor twee overnachtingen. Hij behoefde zuurstof. En onderweg had hij nog zó gekankerd op zijn broer die nooit voor minder ging dan een Hilton, en liefst nog duurder. In Knokke hielp de receptie Taco aan de bruidssuite. Niet met John, want die was toen nog niet in beeld, maar met een champagnekoeler. Daar in die weelderige bruidssuite hebben we met Taco naar een zaterdagavondwedstrijd van het WK gekeken. Weet bij god niet meer wie tegen wie. Ik geloof Marokko. Of anders Algerije. Tunesië? nee, Tunesië kan het niet geweest zijn. De volgende dag zouden we elkaar om half tien aan het ontbijt treffen. Maar om tien uur en om half elf nog geen Taco. Wij bellen naar die bruidssuite. Hij nam niet op. Nog eens bellen. Of de hotelreceptie eens op de deur kon bonzen. Geen enkele reactie. Half elf werd elf uur. Ram op de deur met de vlakke hand, daarna met de gebalde vuist. Zou hij ‘m gepiept zijn? Het ontbijt liep al een beetje op z’n end. We begonnen zelf maar te eten. Of de receptie misschien even de bruidssuite zou kunnen binnenlopen? Dat mocht officieel niet. Zeker niet bij de bruidssuite. Maar of ze toch geen uitzondering wilden maken? Want misschien was de heer Slagter van de bruidssuite wel dood? Door overmatige inspanning. Om de receptie aan het bed van de heer Slagter te brengen, moesten er formulieren worden ingevuld. Ondertussen nog maar eens bellen en op de deur roffelen. Naar de parkeerplaats om te kijken of zijn auto er nog wel stond. Weet je nog Ellen? ‘Die is naar huis’, kreunde jij, ‘die is ons vergeten.’ Kwam er een mevrouw bij ons aan tafel. Ze was de gast tot aan zijn bed genaderd. Al het leven leek uit Taco te zijn verdwenen. Nee, ze had hem niet durven aanraken. Daar waren geen formulieren voor. Inmiddels was het ontbijt afgelopen. Er kwam een stofzuiger. En jawel hoor, daar verscheen ten langen leste de bewoner van de duurste kamer te laat voor het ontbijt. Het was bijna kwart voor twaalf. En onze afspraak was half tien. Hoezo ontbijt al afgelopen? Daar begreep de heer Slagter geen snars van. Dat kon men hem met dat afgetrainde broodmagere lijf toch niet aandoen! Hij rammelde van de honger. En die stofzuiger, of die stofzuiger niet weg kon? En hij kon toch wel een boterham krijgen? Hij had tot drie ’s nachts tv zitten kijken. Tot later nog zelfs. En maar zappen. En hij had vanuit de bruidssuite veel nachtelijk spoedwerk voor één van zijn stichtingen gedaan. Dat verdiende een gebakken ei. Het hotel bleek in een milde bui. De heer Slagter veerde op: oh een eitje…. Of er ook een plakje ham onder dat ei kon. De nacht had hem zowat naar een andere wereld geholpen. Hij had ook nog zitten nagenieten van zijn fotoreportage over ons. Hoe iemand met een betrekkelijk eenvoudig toestelletje toch zulke verdraaid mooie foto’s kon maken! We knikten. Een geroosterde boterham met marmelade zou er ook wel ingaan. Het personeel liep zijn benen onder zijn kont vandaan voor de eenzame bruidegom. Een tweede ei. Ditmaal kaas eronder. Ondertussen klaagde de heer Slagter over zijn broer die in hotels altijd privileges wenste. Welja, een tweede kannetje koffie, waarom ook niet. Waarom we niet gezellig een kopje koffie met hem mee dronken. Dat vereiste een groter kannetje. Waren de suikerklontjes al weggehaald? De stilist Slagter was over het hotel zeer te spreken. Direct na afloop van zijn ontbijt om half één: ‘We moeten maar weer eens gaan, ik heb thuis nog een hoop werk voor mijn stichtingen liggen.’ 
Een röntgenfoto van ons leven (6 en slot)
Het is een privilege journalist te zijn. Dat ben ik met Hugo Camps eens. Bij dat privilege hoort ook het gevecht tegen de hatelijke deadlines van de eindredactie en het afkicken steeds maar weer. Toch maar weer zijn boek erbij gepakt op deze tochtig koude junizondag. De vierentwintigste alweer. Zeker ook lof voor Camps. Zoals voor zijn passages over het Anderlecht van vroeger. Zonder meer meeslepend. De grandeur van voorzitter Constant vanden Stock. Die stierf ‘met sneeuw in zijn hoofd’ in 2008 in zijn riante appartement in Brussel dat was omgebouwd tot een hospitaal. In de ene kamer ‘Meneer Constant’, in een andere zijn aristocratische echtgenote ‘Mevrouw Claire. Ook zij dement, naar ik begreep. ‘Ze wisten al heel lang niet meer van elkaar.’ Camps schrijft er respectvol over. Sereen bijna. De enige speler die ooit tot het appartement van de heilige alleenheerser Vanden Stock doordrong, zou in de jaren zestig Jan Mulder zijn geweest. Tot grote jaloezie van alle Vlamingen uit de toenmalige ploeg van Anderlecht. Jan Mulder veroverde trouwens helemaal een status aparte daar. Totdat de rest er genoeg van kreeg. Volgens Camps ging Mulder te ver toen hij in het spelershome voor de ogen van iedereen Catherine Deneuve versierde. Mooie teksten. Die oude Brusselse spelersnamen: Trappeniers, Verbiest, de Congolees Kialunda, Van Himst, Puis, Heylens, de Nederlandse Limburger Bergholtz, de zachtmoedige Maastrichtenaar Pummy Bergholtz die bij het verzakelijkte Feyenoord niet kon wennen, later Rensenbrink – nostalgie in paars-wit. Ach ja, Juliën Kialunda, de onverschrokken verdediger, gehouwen uit natuursteen. Hij ging terug naar de Congo. Enkele jaren later stond hij bij ‘meneer Constant’ op de stoep. Hoofd gebogen. Pet in de hand. Berooid en ziek, aids. Vanden Stock betaalde het ziekenhuis. Kialunda stierf in Antwerpen. Jammer dat Camps hieraan in zijn boek voorbijgaat. Tien jaar geleden op mijn vrije middag tijdens een workshop in Cobbegem reed de hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws me naar de wijk Anderlecht in Brussel en naar het Vanden Stockstadion. Daar ga ik ooit nog eens naar terug, nam ik me voor. Het is er nooit van gekomen. Toch maar eens doen een keer. Ach Ellen, terecht toonde Mulder zich gister als vaste studiogast bij de Belgische televisiezender lyrisch over het vertoonde Belgische spel tegen die arme Tunesiërs. Opgetogen, dat waren Taco en ik ook. Jij was ondertussen met Diana aan de wandel in het Maximapark.  Ik geniet van de zelfspot van Taco. Die heb ik zelf overigens ook. ’s Avonds die Duitsers die in minuut 95 van de Zweden wonnen. Verrassing? Welnee. Terecht? Ja volkomen. Het zijn net wolven, die Duitsers. Ze loeren en blijven loeren en maken je als tegenstander bloednerveus. Je weet dat je eraan gaan. Maar hoe? En wanneer? Maar je gaat eraan. Je bent hun prooi. Er is geen ontsnappen aan. Het mooiste voetbal tot dusver kwam van de Colombianen. Nog geen enkele reden voor een liquidatie. Reden voor een uitbundige feeststemming. Het zag Colombiaans geel op de tribunes. Hoe komen al die honderden en nog eens honderden mensen trouwens aan de centen voor zo’n dure trip naar Rusland? Hele gezinnen. Zingen en springen. Een ware galavoorstelling tegen de verdrietige Polen. Het leek vaak wel driebanden. De Colombianen van de bedaagde coach José Nestor Pékerman – qua verschijning zou je deze oude bekende uit Argentinië eerder het directeurschap van een verpleeghuis toedichten dan van een swingend voetbalorkest – vonden elkaar met als het ware een biljartkeu in de hand. En ik vergeet nog bijna hun tempowisselingen. Duitsers uitgehongerde wolven, Colombianen dorstige hazewindhonden. Hier paste de bombastische woordenvloed. Pékerman behaalde grote internationale successen met de Argentijnse selectie onder twintig. Hij heeft al zijn huisdieren vernoemd naar de plekken die hem de grootste euforie brachten: Qatar, Malaysia en Argentina. Dat wordt straks een kalf van een hond erbij: Moskou geheten. Alhoewel. Eerst nog Senegal en door die poulefase komen. En als je eenmaal de Duitsers tegenkomt dan is het vroeg of laat gebeurd. 
Aan het einde van zijn boek gaat Camps op de knieën voor zijn huidige vrouw Martine. Na tal van omzwervingen zijn rustpunt. Ja, zo noemt hij dat vanuit zijn huurflat in Knokke: zijn rustpunt. Dat ben jij voor mij, lieve Ellen. Ook nu nog altijd. Na de wedstrijd van Hazard en Lukaku tegen Tunesië verliet ik Taco en ging ik nog even naar Amsterdam. De benen strekken. Mijn verlofuurtjes goed besteden. De zon brak door en het was even aangenaam weer. Het was zaterdagnamiddag. Ik parkeerde de Skoda op de Nieuwe Prinsengracht. Vandaar wandelde ik via het Jonas Daniël Meyerplein naar het Waterlooplein en zo verder naar de Nieuwmarkt en het Rokin. Veel mensen en veel terrassen. Ik had het misschien niet moeten doen. Maar ik wandelde en werd overvallen door melancholie en eenzaamheid. Verdriet om jou drong zich aan mij op. Ik wilde me niet laten kennen, maar toch. Naar huis dacht ik, daar pak ik een biertje, daar laat ik iets van de Chinees komen, daar is mijn rustpunt, daar bevindt zich de persoon die ik overal in mijn hart mee naartoe draag. We blijven strijdbaar Ellen! De parkinson mag ons er nog steeds niet onder krijgen. Ik vond Hugo Camps heel aandoenlijk aan het einde van zijn boek. Over Martine, over zijn twee dochters, over zijn vier kleinkinderen. Ontving een mail van een oud-collega die het in die mail alleen maar over zichzelf en zijn carrière in de journalistiek had. Geen halve zin met de vraag naar ons. Het had iets armoedigs die mail, mijn rustpunt. ‘We zijn elkaars steun en toeverlaat’, zei ik voor het slapen gaan. ‘Jaaaa’, klonk het. Die a lang aangehouden. Gretig bijna. Ons rustpunt. En even uitgeschreven voor juni. 

Onder het wakend oog van Boeddha

veurne2veurne

We blijven boekstaven. We blijven het proces volgen als chroniqueur. Juni 2018 beleefde voor ons zijn ouverture in De Panne, luierend aan zee. Het mooiste weer van de wereld. Ontbijt buiten op het hotelterras. Met gerookte zalm en omelet. Een feest op zich. Een trouvaille die locatie. Over een stel houten vlonders Ellen bovendien met veel precisie naar het uiterste puntje van de strandtent Albert I. Daar in de kussens, daar haar zonnebrand en cappuccino. Met cacao, we zijn streng in de Italiaanse koffieleer. Kijk naar de achtergrond, laat je fantasie werken, kijk naar de kleding van die wandelaarster: als je niet beter wist dan zou je denken dat deze foto uit de jaren vijftig van de vorige eeuw stamt. De voorbijgangster op de achtergrond laat alleen haar enkels heel gewaagd onbedekt. En die houten strandhokjes… de fotoachtergrond lijkt van een eeuwigheid geleden. Ellen is relaxed, de grootste kwaliteit die de Belgische kust haar te bieden heeft. Onder het wakend oog van Boeddha. Naar The Tremeloes uit 1967: Silence is Golden. De dertig graden in De Meern, zonder ook maar een zuchtje wind, sloopten ‘La El’ zowat in de slotapotheose van mei. Dacht nog: hoelang moet haar lijdensweg nog duren? Met die benauwde warmte nauwelijks samengetrokken spieren, geen pijn, geen paracetamol, maar wel zwaar ademend aan het einde van haar Latijn. De Panne bood met verkoeling uitkomst. Hoe anders dan verpieteren in een verpleeghuis achter gesloten gordijnen en onder een irritant zoemende ventilator. Hoor nog die verpleeghuisdirectrice in haar vale jeans wijsneuzerig zeggen dat ik niet zoveel met Ellen moest sjouwen. Knokke, De Panne? Of ik gek geworden was! Dat is alweer zes jaar geleden. Mijn Ellen kon beter in het tehuis blijven en wennen aan de andere bewoners die de hele dag zonder navigatie onrustig achter hun rollator over de gang banjerden. Dat ‘wennen’ met die kopjes thee als zoethoudertje was Ellen haar dood geworden. Dat mens, tuk op hospitaliseren, had er weinig van begrepen. De kettingroker uit Nederhorst den Berg had ons bij aanvang juni 2018 eens stiekempjes moeten gadeslaan in Cajou en bij Albert I. Strandtenthouder Jerôme vertoonde zich er ook weer met zijn paardenstaart, nou ja paardenstaat…, knotje in een elastiekje, en in zijn oranje-zijden overhemd. Als ze me zouden zeggen dat Jerôme een groot kunstschilder is, zou ik het meteen geloven. Volgende keer weer strandstoelen bij hem huren. Misschien krijgen we de parasol er weer gratis bij. De artistiekeling en charmeur weet Hollanders te paaien. In het eerste weekend van juni ook een uitstapje naar het oude, tijdens twee wereldoorlogen goeddeels gepaard gebleven stadje Veurne, op twintig minuten autorijden van ons vaste hotel Cajou. Het statige Veurne oogde loom op zaterdagmiddag met aan de Grote Markt de talrijke renaissancegebouwen. De mosselpannen op de terrastafeltjes. Het zat ditmaal mee, zowel naar De Panne toe als na drie dagen weer terug naar huis: geen enkele file, tweemaal een rit van pakweg drie uur. Te doen, nog steeds. Op het strand een mantelzorger die weer een beetje op verhaal kwam met veel lezen ook. ‘De verdwijning van Josef Mengele’, een fascinerende roman over wellicht de geheimzinnigste folteraar van het Derde Rijk. Een boek dat de auteur Olivier Guez diverse literaire prijzen opleverde. In een intrigerend spel met feit en fictie reconstrueert de schrijver de mythe achter de engel des doods. Veel lezen, met ook mee naar het strand de biografie over het latere leven van het napalmmeisje Kim Phuc Phan Thi uit Vietnam. Het moment dat zij als negenjarige naakt en brullend (nee: krijsend) van de pijn wegrent voor het helse vuur van napalmbommen is voor altijd gevangen in die iconische foto uit 1972. Natuurlijk kwamen in hotel-restaurant Cajou de kikkerbilletjes weer op tafel. Voor Ellen, de smulpaap, ook gerechten met garnalen. Vanzelfsprekend ijs toe. Vanille-ijs met slagroom tot aan het plafond. In De Panne gaat boekhandel De Standaard exemplaren van ‘Geef ons ook morgen, de jihad van een mantelzorger’ aan de kassa verkopen. En ook van het liber amicorum ‘Wonderbaarlijk toch! Weer een verjaardag in De Panne’. Net als thuis kent ons leven zowat óp de grens met Frankrijk zijn vaste patronen (en rituelen). Zelf heel vroeg op en al ver voor zevenen aan de koffie in de lounge. Ellen om acht uur wekken voor haar eerste medicijnen. Direct na het avondeten zij naar bed. Zelf dan nog even naar beneden voor een espresso aan de hotelbar, plus een ommetje over het strand. Tussen dat vroeg op en vroeg naar bed voor Ellen haar rustmomenten. De vaste verzorgende en ik lossen elkaar dan af om Ellen op de hotelkamer niet alleen te laten. Er kan niks gebeuren, maar toch, het is het idee. Ach, er is door ziekte zoveel verloren gegaan, maar desondanks met improvisaties ook nog zoveel overgebleven. Ooit sprak een verwante: ‘Ik laat me niet meezuigen in  jullie ongeluk’, doelend op de ziekte van Ellen en alle consequenties. Nee, dacht ik, laat je vooral niet meezuigen als de betekenis van een medemens een zo geringe blijkt. Maar als ik naar de foto met de Boeddha kijk dan zeg ik: bestudeer het plaatje, waak over je dierbaren, en al helemaal met extra inzet zodra ze door ziekte buiten hun schuld afhankelijk zijn geworden. Vertrap het verleden niet. En zie nog een heel klein beetje toekomst. Jij bent de toekomst voor de volstrekt afhankelijke. 

Maandag 4 juni 2018. In de verpleeghuizen zouden ze het een pyjama-dag noemen. Maar Ellen heeft geen pyjama, een nachtpon of iets dergelijks evenmin. Ellen komt eigenlijk zowat niet van bed af. Ze slaapt en slaapt. Gaandeweg de dag loopt de temperatuur weer op. Het weerbeeld is fantastisch maar de parkinson verdraagt een temperatuur van zo’n 25 graden maar amper. ’s Middags rond drie uur gaat Ellen de tuin in, onder het zonnescherm en dicht bij bovendien een parasol. Ze heeft moeite met slikken. Het hoofd voortdurend gebogen. Maar weer eens de les haar zo in die rolstoel geen avondeten te geven. Ellen beseft niet dat ze moet kauwen en doorslikken. De macaroni komt weer net zo haar mond uit. Dit zijn de momenten voor een mantelzorger om hopeloos te worden. Hopeloos en radeloos. Stapelgek ook. Kleding die zo weer de was in kan. Geen enkele communicatie. Maar dan ook geen enkele. M’n liefste maar weer terug op bed rond half zes. En het doet haar goed. Er valt een last van haar af. Op bed glijdt de macaroni er wel in. Geen kusjes voor de lepel maar een mond die voldoende ver opengaat. En kauwen en slikken. Het jeansvrouwtje uit Nederhorst zou zeggen: ‘Zie je wel, je moet niet zo sjouwen met je vrouw, zet haar achter een kopje thee de godganse dag.’ Welnu, als 4 juni de prijs is voor 1 tot en met 3 juni, het zij zo. Zelf de avond doorgebracht in de tuin om daar sommige planten en struiken in bedwang te houden. Sommige bodembedekkers groeien tot over het grindpad. Hier en daar toch weer een slak gevonden. Wat zouden wij zonder de tuin zijn, ons el dorado. Halverwege de avond aan Ellen de vraag of ze het gezellig vindt als ik naast haar kom liggen met de krant. ‘Ja leuk.’ Twee woordjes slechts, twee kostbare woordjes, de mantelzorger kan er weer even tegen. En Ellen ook, de yoghurt fietst zonder stuurbekrachtiging probleemloos naar binnen. 

Mooie foto’s Johan! Hier doe je het voor en ondersteunen wij jullie! Leroy.

Dag Johan, wat een pracht verhalen weer op jullie site. Het ontroert me. Dankjewel. Ik hoop weer snel met jullie bij te praten. Een hartelijke groet voor jullie. Puck.

Donderdag 7 juni 2018. We nemen er een krantenwijk bij. Op een stuk pizza verloor Ellen een kroon. De pizza was nochtans van zeer goede kwaliteit. Je kunt ze bij de Jumbo wel om een boodschap sturen. De tandarts in Maarssen verwees Ellen voor aanvang juli naar de kaakchirurg van het Antonius in Leidsche Rijn. Voor mensen met een hersenaandoening is het al helemaal belangrijk dat hun gebit in orde is. Ontstekingen zijn funest. We gaan een krantenwijk lopen, Ellen in de rolstoel mee. Dat wordt standaard om vijf uur in de morgen op. Vóór die kaakbehandeling in juli, misschien wel de eerste van meerdere, daar werd toch wel op gezinspeeld, eerst het tuinfeestje met roti op het menu. Iedereen kan behalve Wil. Die moet die dag bridgen van ’s middags twaalf tot het moment dat één van het vriendinnenkwartet ’s avonds van haar stoel kukelt. Wil had deze week een mooi verhaal. De dames, met hun eigen spelregels, de kaarten worden niet of nauwelijks tegen de borst gehouden, voorzeggen mag, maakten eens een gezellig uitstapje naar Barcelona. Ook daar de hele dag bridgen en ondertussen wijntje treintje. Lol tot en met. ’s Avonds laat wilden de kaarters nog één rondje, als afzakkertje. De vier kregen van de hotelober een ‘drankverbod’. Ik citeer Wil. De ober stuurde de gepensioneerden naar bed. Ze deden het ook nog. Nee, geen wijn meer. Het verhaal was leuk genoeg om Wil de suggestie te doen, de andere drie bridgers mee te namen naar onze roti binnenkort. Mogen ze al rond het middaguur achterin de tuin beginnen met kaarten. En worden ze aan het einde van middag even naar voren geroepen voor roti. Wil heeft er wel oren naar. Bovendien geldt inmiddels al de regel dat bij onze periodieke etentjes de gasten hun eigen consumpties meenemen. Verzorgende Trudy is weer thuis na twee weken IJsland. Voor haar op Schiphol een overgang van meer dan twintig graden. Wat heet! Wel 25! Ellen zucht opnieuw onder de gesel van tropische omstandigheden. Het is ook nooit goed (…) Bezig aan ‘Wij slaven van Suriname’ van de schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom naar wie later de universiteit van Paramaribo werd vernoemd. Zijn indrukwekkende verhaal over de opstand van de slaven in Suriname bracht in de jaren dertig van de vorige eeuw in Nederlandse literaire kringen de pennen volop in beweging. De Kom overleed in 1945 in een concentratiekamp. Begin van de avond van donderdag 7 juni een vriendin van ons op bezoek. Ze werkt ergens in ’t Gooi in een verpleeghuis. We laten haar gewoon even heel kort aan het woord: ‘Ach Here God wat een armoe weer vandaag. Ik was met zes bewoners een busritje maken naar een uitspanning. De meesten stonken naar de urine. Sommigen hadden ontstoken ogen. De kleren onder de vetvlekken.’ Ze legt haar hand op het voorhoofd van Ellen. Ze drukt er een kus op. ‘Jij gelukkig niet meisje. Jou blijft een hoop bespaard. Het is godgeklaagd wat ik zoal in dat verpleeghuis zie, en ruik. En laten ze het vooral niet allemaal op personeelstekort gooien. Het is ook de mentaliteit. Onverschilligheid. En onkunde.’ Het verhaal doorverteld aan iemand anders uit de zorg. ‘Ik kom wekelijks in een Utrechts verpleeghuis en neem dan een bewoner, voor wie de familie mij heeft ingeschakeld, mee naar het restaurant. Ik zorg altijd dat ik om twaalf uur ’s middags terug ben op de afdeling. Want dan krijgt die meneer zijn oogdruppels. Meld ik me van de week op de afdeling terug, zegt zo’n uitzendkracht, het stikt er daar van, dat mijn cliënt zijn oogdruppels van twaalf uur allang heeft gehad. Dat kon natuurlijk helemaal niet, dat kon onmogelijk, want ik had hem voor elven meegenomen. Die uitzendkracht bleef er bij, meneer had zijn oogdruppels van twaalf uur gekregen. Bleek ze helemaal niet van die oogdruppels op de hoogte te zijn, ze zei maar wat. Je zult maar aan zulke hittepetitjes overgeleverd zijn. Ik ben gelukkig niet op mijn mondje gevallen. Het is mensonterend. Mijn man en ik zijn heel stellig: wat er ook met ons gebeurt, geen verpleeghuis, dat nooit.’ 

 

Beste Johan,

Als ik zo naar de foto van je website kijk, met Ellen bij die Boeddha , dan waren het mooie dagen in De Panne! Het is fijn dat jullie het, met alle mensen om je heen, zo goed hebben. Hoop dat jullie met een goede zomer blijven genieten en de aandacht voor de kaakbehandeling niet teveel energie kost. Ook je dagboek blijft mooi om te lezen. De fragiliteit van mensen die er wonen, en de zorgen of de aandacht voor iedereen, blijft in vele verpleeghuizen het grote aandachtspunt.

We houden contact. Een hartelijke groet. Ronnie van Diemen.

 

‘Schrijf jij?’

‘Ja, ik schrijf, hoe raad je het zo, Ellen.’

 Het floept er bij haar zo maar uit, heel plotseling. En óf ik schrijf. 

Stilte. Ze kijkt om zich heen. Ze bestudeert het schilderij van die Chinees of Chinese boven haar bed. Ze kent er elke penseelstreek van. 

‘Wil je weten wat ik zoal schrijf?’

‘Ja.’

‘Over jou vooral ook, over hoe dapper je met de parkinson omgaat. En over hoe verschrikkelijk veel ik van je houd. Over hoe we elkaar geen seconde uit het oog verliezen.’

Stilte. Het mysterie van dementie. Maar zeggen ze niet: je ziet hem of haar denken… Het lijkt wel of Ellen de boel in haar brein op orde probeert te krijgen. Ze schudt bovenin het bed op. Ze fronst haar wenkbrauwen. 

‘Schrijven is fijn Ellen, dat weet jij toch? Inde van Erven mailde me gister dat ik dat heel lichtvoetig doe, dat schrijven. Maar ondertussen… Ook zij volgt onze blogs. Ze complimenteerde ons met onze wilskracht. Inde zit momenteel in Zwitserland. Ze wil binnenkort weer eens bij ons langskomen. We kregen ook een mail van Jeannette en Marc uit Piëmonte in Italië. Die  kamperen daar op een berghelling op 1200 meter hoogte. Ze kunnen er de sneeuw zowat aanraken. Ze nodigden ons uit om in juli naar hun huis in Frankrijk te komen. Cees en Riek zijn terug uit New York en Washington. Ze komen donderdag op bezoek. Ze belden vanaf Schiphol.’

Ze luistert, Ellen. Weer die ogen naar dat schilderij. Wat komt er van dit alles bij haar binnen? Het blijft gissen. Ze probeert het voor haarzelf op een rijtje te krijgen. 

Stilte. Nietszeggende ogen inmiddels. Ach die ogen…. Ogen die spreken. Of niet. 

Ze valt in slaap. Ik schud haar wakker. Ik vertel haar dat Noord-Korea een leider heeft die hoognodig toe is aan een kapper als Danny. Maar wat kan Ellen dat vlezige mannetje met dat opgeschoren haar nou schelen. Ander onderwerp proberen. De over de leeftijd van haar toyboy jokkende wildebras en seksoma Paay. Ook geen reactie. Of ze trek heeft in een Radler?

Een wat? 

‘Een biertje schat! Nul procent en met citroen!’

‘Lekker.’

Ze is ineens weer klaar wakker en ik…. Ik schrijf. Ik klauter met mijn vermoeide tillift-knieën naar boven en schrijf het weer op. Ik schrijf en schrijf. Ik documenteer. Ja liefste, ik schrijf. 

 

Hallo Johan en Ellen.

Ik heb ‘Schrijf jij?’ gelezen en daarna nog een keer: wat is het toch een fascinerend verhaal. Dit is het gewoon, dementie als een ongrijpbaar iets! 
Toen ik gisterenavond wegging en Ellen gedag zei, hoorde ik haar zeggen, en je was mijn getuige: ‘Dag lieverd bedankt’. 
Dat zijn de mooiste cadeautjes! Super!
Trudy

 

 

 

 

De donorwet en de internationalisering van het dierenpartijwezen

moordend

Dag Taco.

Las waarom Marianne Thieme zelden parlementaire vergaderingen van de Tweede Kamer bijwoont. Geen tijd. Ze is veel het land uit vanwege ‘de internationalisering van het dierenpartijwezen’. Ja, zet voor een beetje frisse lucht maar eerst even je balkondeur open. Zo’n Thieme zit met vijf zetels in de volksvertegenwoordiging! Je zou dit soort idiotie bijna gebruiken om alles via referenda te laten beslissen. Maar nee. Misschien verleidt een dierendonorwet Thieme tot een paar spaarzame uurtjes in de Kamer. Ter zake nu. Met interesse je oproep gelezen bij mijn eerste kopje koffie van hedenochtend. Ik begrijp het betoog van Hans van Veenendaal, en ik ben het ook wel hier en daar met hem eens. Maar ik steun jou daarentegen wél. Maar luister: het systeem voornamelijk creëert stoethaspels, zoals jij ze noemt, en niet andersom. Daar ben ik van overtuigd. Ik doel vooral op de mores in de politiek. Parlementariërs moeten daarin mee vanwege hun eigen hachje. Ze fungeren als stemvee. Velen komen met veel strijdlust en ambitie naar de Kamer, maar veranderen daar bliksemsnel in grijze muizen. We moeten nodig iets zeggen van de CPN van eertijds Paul de Groot en Marcus Bakker. In de Kamer is geen ruimte voor een eigen geluid. Die mores, die verander je niet één twee drie. Ze zijn ingesleten. Daarom: gooi dat raadplegend referendum niet weg. En iets anders: WIJ zijn niet de baas, niet die volksvertegenwoordigers, het hogere partijechelon is de baas, die hebben de macht. We mogen om de zoveel tijd naar de stembus, en ons daarna verbazen en ergeren. Referenda: onder het huidige politieke handjeklap heel goed zelfs, graag dus, maar die referenda (eens met jou) beperken tot ethische kwesties binnen de kaders van het grote algemene belang. Inderdaad, een hak zetten is een zwaktebod. Geef ik Van Veenendaal gelijk in. Dat (een hak zetten) mag nooit een argument zijn. En er is meer waarbij je de indruk wekt je vooreerst (al dan niet vanwege de warmte) te laten leiden door (overigens te plaatsen) irritatie en afschuw van de Haagse operette. Zelfgenoegzaamheid? Je kunt die honderdvijftig Tweede Kamerleden toch niet over één kam scheren. Met irrationele opwinding ondergraaf je je goeie intenties. Waarom ik een goed onderbouwd en glashelder geformuleerd referendum voor speciale aangelegenheden als ethische kwesties zou willen is….. 1. de voortdurende vergeefse pogingen van de oppositie om de almacht van de coalitie te doorbreken zoals laatst andermaal (voor de zoveelste keer) bleek in relatie tot het teflonmannetje zoals jij hem noemt. Er wordt gestemd langs fractielijnen en -discipline. Ergerlijk. Fractietucht, schrijf jij. Eens! Veel Kamerdebatten zijn bij voorbaat een farce. Debatten zijn een middagje en avondje elkaar voor de camera vliegen afvangen met spreekvaardigheid en quasi cabareteske spitsvondigheden. Een ander pijnpunt voor mij is (2.) het gemakkelijke tussentijdse vertrek van gekozen parlementariërs naar aanlokkelijker (carrièreperspectief/ partijprioriteiten) plekken dan het Binnenhof. Ze gaan tijdens hun termijn zelfs om strategische redenen naar de lokale politiek (niet alleen Dijksma, PvdA, Amsterdam en mevrouw Van Tongeren, GroenLinks). Dat is kiezersbedrog. Ik moet ook even denken aan die ongelofelijke Wassenaarse trut die als nota bene fractievoorzitter van de PvdA in de Senaat een buitengewoon belangrijk en doorslaggevend debat (Pia Dijkstra) (persoonlijke levenssfeer van de burger) volgde vanuit haar strandstoel op de Maldiven. Hoe kon dit? Ook dit is volksverlakkerij. In de top van de PvdA moeten ze geweten hebben dat die Marleen Barth op een exotisch eiland ver weg met een flacon zonnebrand zat te snipperen. Waar ik ook erg veel moeite mee heb is dat de uitkomst van de gemeenteraadsverkiezingen veelal niet is terug te vinden in de samenstelling van de stadsbesturen. Het regent weer voorbeelden hieromtrent. Ons politieke systeem lijdt aan metaalmoeheid. Noem het anders roestvorming. Erosie man! Je ziet het ook met die achterkamertjespraktijken om aan een nieuwe vicevoorzitter van de Raad van State te komen. Maar belangrijker zijn voor mij de argumenten 1. en 2. Je maakt, vind ik, principieel je termijn van vier jaar af in de Kamer. Tenzij je doodziek wordt. Of ineens dood blijft, dan heb je al helemaal geen keus. En bij een stemming niet braaf je fractieleider na papegaaien. Maar ja, het systeem, sektarisch gedoe, je wordt geacht jezelf indien nodig te verloochenen. Kijk naar de huidige fractie van D66. Kwesties als de donorwet zijn, wat mij betreft, voor referenda zeer goed verdedigbaar. Dan gaat het dus aantoonbaar om de direct-persoonlijke-levenssfeer. Daar gaat die gewetenloze huisjesmelker uit de fractie van de VVD niet over. Komt tenslotte mijn argument nummer 3. Die man, ik ben zijn naam even kwijt, het voorbeeld staat niet op zichzelf, had op morele gronden nooit tot de Tweede Kamer mogen doordringen. Opmerkelijk dat niet een onpartijdig gremium daarover besliste maar de top van de VVD zelf. En die dacht maar aan één ding: de getalsverhouding in de Tweede Kamer. Ook hier faalt de parlementaire democratie. De zaak rond die huisjesmelkende VVD’er is niet uniek. Er is een patroon. Kortom Taco: er is zoveel mis aan de dagelijkse gang van zaken op het Binnenhof, hetgeen nog steeds als democratie wordt verkocht, dat het schrappen van raadplegende referenda in dit stadium een stomme zet zou zijn. Nog even heel kort ter afhechting Hans van Veenendaal. Hij schrijft: wij kunnen de volksvertegenwoordigers kiezen en wegsturen. Ik heb mijn sterke twijfels of dit de facto ook zo is. Het morele gehalte is vaak te gering gebleken. En populisten? Een dooddoener. Zeiden ze van Rotterdam ook, had je in de tijd van Fortuyn de PvdA in Rotterdam moeten horen! We waren er beiden als docenten van de Erasmus zelf getuige van. We stonden er met onze neus bovenop. De politiek steile Gerbrandy’s van deze tijd nemen te snel en te vaak het woord populist in hun mond, maar vergeten hun eigen rol. Zoals ook Van Veenendaal, als niet-politicus, zo ik veronderstel, me even te makkelijk het woord populist laat vallen. Gegroet. Johan.

(Je vroeg naar Ellen. Die ligt hier voor Pampus. Dertig graden is te veel van het goede voor iemand met parkinson. Zeker als het ook nog eens zo ongelofelijk benauwd is. Geen zuchtje wind. Ellen beleeft die warmte als een straf, als een juk. Wat zal het momenteel een toestand zijn in die verpleeghuizen met onvoldoende personeel. Die zorg in Nederland lijkt me trouwens meer prioriteit te verdienen dan de internationalisering van het dierenpartijwezen. Zo’n Kamervoorzitter moet bij Thieme maar eens de temperatuur opnemen). 

NB. Op de valreep Taco.

Tijdens het ongeremde natuurgeweld van dinsdagmiddag en –vooravond 29 mei, waardoor de Zonzijde in een mum van tijd finaal onder water liep, vertoonde de baronesse ‘La El di Parma’ weer de eerste tekenen van leven.
Daarvóor had ze, als gezegd, vanwege de moordende warmte zonder ook maar een zuchtje wind voornamelijk voor Pampus gelegen – of op apegapen, zo men wil.
Ellen heel ver weggestopt op een stoel bij de pui onder het zonnescherm of anders op het luchtkussen van Medipoint te bed: dat was een paar dagen voornamelijk het beeld. Haar favoriete drankje: een koud biertje. Toen ineens hagelstenen als eieren zo groot. De Skoda zag het water aanzwellen tot halverwege de gloednieuwe vier banden. Waarom ik ineens aan Beatrix moest denken en haar kapsel op Curaçao, of waar het ook was, dat weet ik niet. Maar ik dacht aan Beatrix. Kwam misschien wel door mijn twee vlinderstruiken in de voortuin, die tot dan zo prachtig mooi in het gelid stonden te ‘hemelen’. Geen tak tot dan armzalig. Maar onder de overlast van een wolkbreuk code Bordeauxrood, voilà.
De ruimte tussen het huis van Charles op nummer 16 en dat van ons op 12 was veranderd in een sloot. Maar dat verhinderde ons niet om met een buitenboordmotor aan de rolstoel bij Charles en Ceciel de afspraak na te komen voor een heildronk van een goed Gall & Gall merk. De wijn stimuleerde ons het te hebben over het Kamerlid Marianne Thieme (zo heet ze toch?).  Zij meldt zich zelden in de Tweede Kamer. Ze is veel in het buitenland voor ‘de internationalisering van het dierenpartijwezen’… Hoe meer witte wijn hoe beter wij deze door het volk gekozen parlementariër begrepen. Je kakelt op kosten van de belastingbetaler in het buitenland met al even geschifte zusterpartijen.
Ondertussen bleef het warm en benauwd en verhoogde dat ons meeleven met de verpleeghuizen. Als die dier-dogmatische Thieme dat stomme gewauwel met die zusterpartijen eens liet schieten voor een paar dagelijkse nuttige uurtjes tijdens een hittegolf in de verpleegzorg!!! 
Deze donderdagmorgen 30 mei in alle vroegte om half zes rook het buiten naar Suriname. De tuin als tropisch regenwoud. Vochtdampen die langzaamaan als flinterdunne mistflarden optrokken. Het rook naar grondlucht en rotting. Suriname bracht me van rotting en bodem op roti, en roti herinnerde me aan die mooie pinksterdag met asperges. En die asperges… Die asperges aan levenslust en levenskunst. Hoe blijft je het optimale halen uit een leven waarvan je niet accepteert dat het kapseist. Waarom zou je ook!
Waarom niet in juni voor de mosselen uit met een klein clubje aan de roti in onze weelderige en naar periodiek culinair vertier snakkende achtertuin?
Elly Wolf was er meteen voor de porren. (‘Je weet ik kook graag voor jullie’).
Nog even dit: er draait momenteel een juweel van een serie op de radio. Ze volgen een echtpaar van wie de vrouw in een verder stadium van Alzheimer verkeert. Haar mantelzorgende echtgenoot kan er niet meer tegenop en moet zijn vrouw aan de zorgen van een verpleeginstelling toevertrouwen. Die man is gebroken. Je ziet het voor je hoe hij een tas inpakt voor zijn vrouw. De echtgenoot voelt zich schuldig, hij heeft gefaald, maar het lukte niet meer zijn vrouw nog langer thuis te houden. Het liep uit de hand. Je ziet het voor je hoe die lamgeslagen man op een stoel in zijn woonkamer om zich heen kijkt naar alle spullen die ook zijn vrouw toebehoren. Een schilderij, zou hij daar nog wel alleen van kunnen genieten? Zou dat eigenlijk wel mogen? Zou hij straks in zijn eentje kunnen kijken naar hun gemeenschappelijke spullen, aangeschaft over een lange reeks van gelukkige jaren? En dan wordt er aangebeld en verschijnt een mevrouw van Alzheimer Nederland. De man wordt boos op die vrouw. Hij beschuldigt Alzheimer Nederland ervan met gedichten en folders een nog veel te rooskleurige voorstelling van zaken te geven waar het deze mensonterende rot ziekte betreft. Er komt ook nog even een buurvrouw langs om gedag te zeggen. Het echtpaar kan altijd op haar rekenen. Die mensen zijn er. Maar de meesten houden het niet vol. Ach, ik herinner het me als de dag van gisteren dat ik Ellen voor het eerst naar een verpleeghuis bracht. Ik voelde me de lafaard die ik totaal niet was. Ik moest colleges geven in Tilburg en hing kotsend boven een wc-pot. Luisterend naar de radio begon ik van dat verdrietige mij onbekende echtpaar te houden. Ik begreep die man volkomen toen hij zei zich zo te ergeren aan bemoeizuchtige adviseurs. Een gekapseisd leven en ik keek in onze Skoda schuins naar Ellen en dacht: we slaan ons er toch maar goed doorheen, nog steeds. Soms wil ik er de brui aan geven maar dan val ik gelukkig net op tijd in zo’n radioprogramma. Dan denk ik: ik ben niet de enige. 

 

Ha Johan.

Volkomen eens met Taco. Ik steun zijn oproep. Jij bepleit minder emotioneel zijn, akkoord, snap ik, maar ook kan ik begrijpen dat we ‘ze’ een hak moeten zetten. Taco geeft een goeie onderbouwing. Jij schrijft over die dierenzusterpartijen in het buitenland. Ik had er ook over gehoord. Die Thieme zit voortdurend in het buitenland. Wat bezielt haar? Betalen wij daarvoor nou belasting? Ik heb nog nooit zoiets geks meegemaakt. Het verhaal van Hans van Veenendaal vind ik wat magertjes. Geef mij dan maar Taco! Ik steun hem. 

Charles.

 

Johan:

Twee dingen:

Ik vind dat Taco terecht zegt ‘laten we ze een hak zetten’. De burger wordt toch ook een hak gezet door opeens 1,4 miljard pegels per jaar aan steenrijke hedge funds te doneren? De grote meerderheid van de D66 -,  CU –  en zelfs CDA-stemmers is het daarmee niet eens. Met dat structurele geld zou een stap gezet kunnen worden om de problemen in onderwijs, zorg en bij de politie op te lossen.

Hans van Veenendaal: kunnen wij (burgers) volksvertegenwoordigers wegsturen? Ze plakken vier jaar vast!

Jan van Ewijk. 

 

Hallo Taco,

Dank voor je heldere uiteenzetting. Ik ben het met een belangrijk ding oneens. Het argument hak zetten is waarbij je mij kwijtraakt. Ik heb in korte tijd teveel simpele stellingen gehoord die in referenda zijn voorgelegd. Ik wil je graag de idioot Jan Roos in herinnering brengen. In de huidige wereld van Facebook en YouTube is menig wereldburger niet in staat om helder na te denken over zaken die er echt toe doen. Ik kies ervoor om daar de volksvertegenwoordigers voor te gebruiken. Die kunnen wij kiezen en wegsturen. Ik zou graag pleiten voor een kiesdrempel waardoor er minder versnippering ontstaat en de populisten minder kans krijgen.

Conclusie is dat ik je niet steun in de handtekeningen. Overigens waardeer ik enorm jouw oprechte standpunt in deze.

Groet en ik hoop jou (jullie) snel weer te zien en spreken.

Hans van Veenendaal.

 

Beste vrienden,

Ik stuur jullie onderstaande mail in een poging dit akelige kabinet van dat teflonmannetje (alles glijdt van hem af, zelfs een vriend(in) een voet dwars te zitten. De initiatiefnemers van ‘’Hart voor de Democratie’’ willen met 300.000 handtekeningen proberen te voorkomen om het raadplegend referendum niet zomaar af te schaffen en dat we via zo’n plebisciet als democraten ons onomwonden kunnen uitspreken of die donorwet er nu wel of niet moet komen.  Laat ik jullie eerst mijn keuze kenbaar maken: ik ben voor de donorwet en ik ben onder bepaalde voorwaarde voor het doorslaggevend referendum (geen volksraadpleging), mits de vraagstelling zelfs voor een kind te begrijpen valt. Daarbij lenen niet alle politieke onderwerpen zich voor zo’n referendum. Kijk naar de politieke chaos en verdeeldheid in het Verenigd Koningrijk over Brexit.Maar zowel de donorwet als een doorslaggevend referendum is bij uitstek geschikt om ons te laten stemmen of we dat nu wel of niet een goed idee vinden. De parlementaire democratie – gebaseerd op algemene verkiezingen van partijen en hun vaak loze beloften en het extreem gehalte aan zelfgenoegzaamheid van politici die de kiezer veelal 4 jaar niet meer zien staan – is als vertegenwoordiger van de kiezer bij bepaalde grote, voor ons allemaal belangrijke zaken, niet toereikend. Daarover behoren we ons dan rechtstreeks uit te spreken. Met name de VVD (de ‘’nacht van Wiegel’’) en het CDA (dat nog steeds denkt dat het volk vanaf de kansel verteld moet worden wat zij moet doen) zijn mordicus tegen een referendum. Laten we ze even een hak zetten en ze met 300.000 handtekeningen (of meer) tot de orde roepen. Die politieke stoethaspels onder de Binnenhof-stolp moeten we weer eens even laten weten dat uiteindelijk WIJ de baas zijn en niet die baantjesjagers, bonnetjeszoekers en aan de fractietucht onderworpen opportunisten van dat politieke carrousel in Den Haag.

Namens alle echte democraten bij voorbaat dank en tot ziens.

Taco

 

Zo’n tuin, alleen dáarmee al zijn we rijk

We laafden ons de zaterdagmiddag voor Pinksteren aan de uitbundige preek over liefde van die formidabel indrukwekkende, zwarte Amerikaanse bisschop Michael Curry. De Brits-Amerikaanse huwelijksplechtigheid bracht vooral ook prinses Diana weer op ons netvlies. Niet zoveel op met blauw bloed, monarchieën en erfopvolging, alle middeleeuwse pracht en praal en het ingestudeerde volautomatische gewuif naar het gepeupel. Maar dit was toch even anders. Het hoofd van de episcopaalse kerk in de VS had het over het geloof als steunpunt tijdens de slavernij. Het was adembenemend en meeslepend qua inhoud en intonatie. Dit oversteeg alles. We lieten ons meteen erna verder ontroeren door dat briljante Afro-Amerikaanse gospelkoor met zijn vertolking van ‘Stand By Me’ (1961/ Ben E. King). ‘When the night has come and the land is dark, oh darlin’ stand by me.’ De dubbele culturele achtergrond van de bruid weerspiegeld in wat de vonk en de sensatie mocht worden genoemd in St. George’s Chapel op Windsor Castle. Nauwelijks nog te overtreffen. Het was een doorbraak. De Britse koninklijke familie was te gast op zijn eigen feestje. Je zag het stijve Britse hof denken: ‘Zo kan het dus ook!’ De actrice Meghan en haar verlegen moeder brachten een stel houten Koninklijke Klazen in een andere wereld. Wat zou de oude Queen in haar gifgroene mantelpakje, met wel heel erg contrasterend dieppaars ruikertje op haar hoedje, bij die vurige preek nog meer hebben gedacht? Ja, het kon ook anders, en verder? Was ze trouwens niet in de war met die kleurencombi? Veronderstelde ze bij het opstaan dat ze naar tennisfinale op Wimbledon moest in plaats van naar een Royal Wedding? Charles die de bruid mocht ‘weggeven’. Rare uitdrukking trouwens dat ‘weggeven’. Dat had overigens beter een ander kunnen doen. Trump bijvoorbeeld. Dat zou onovertrofen televisie hebben opgeleverd. Die zou het exotische bruidje waarschijnlijk voor zichzelf hebben gehouden. ‘Wat een ouwe lul die Charles’, hoorde ik onze verzorgende Elly vooral tegen zichzelf zeggen. ‘Ik hoop dat Ber van mij over acht jaar nog steeds wat vlotter is.’ Dat zal toch wel? Ze zou Ber vast waarschuwen. Elly Wolf vormt aangenaam gezelschap om naar royalty te kijken. Een moordwijf. ‘Toen ik trouwde zat ik met Ber van mij in één auto. Moet je dit zien, het kan niet op. ‘Ik had ook een boeketje bij me. Had ik in de auto op mijn schoot in een schoenendoos met stro. Anders waren die bloemen er geweest nog voordat we op het gemeentehuis waren. Het vroor die dag dat het kraakte.’ Elly was het eens dat je niet in een trouwjurk van zeventigduizend euro kon verschijnen. Haar trouwjurk kwam van de lapjesmarkt in Utrecht, als ik me nog goed herinner. Had haar moeder genaaid. En toen dat telefoontje naar ons, uit Limburg. Van een ons volslagen onbekende mevrouw. Ze introduceerde zichzelf met een boterzachte G als mantelzorgcoach in enkele verpleeginstellingen. Ze vroeg naar ‘Dankjewel voor je liefde’ en de andere boektitels over het omgaan met parkinson en Lewy Body dementie. Ze had erover gehoord, en over gelezen. Of ze de boeken over Ellen voor haar werk mocht gebruiken en waar ze die kon bestellen? Hoe het toch met Ellen na al die jaren parkinson nog zo relatief goed bleef gaan! Het antwoord was terug te vinden in onze boeken en viel zeker ook uit de preek van die Amerikaanse bisschop te halen. Liefde. Geborgenheid. Geloof. Niet zozeer in OLH, eigenlijk helemaal niet in OLH, maar in onszelf. Stand by me! Dat zeker ook bovendien. En meer. Een supertrio verzorgenden voor Ellen. Een klein hecht groepje getrouwen. Een adresje om de hoek dat heel dikwijls voor ons meekookt. Ze willen er niet eens geld voor. Een grandioos goeie relatie met de huisarts, de fysiotherapie en de apotheek. Assertiviteit als wapen om er ogenblikkelijk op af te gaan zodra er met de belangen van Ellen zelfs nog maar dreigt te worden gesold. Desondanks, en openlijk toegegeven, ook veel aanvaringen van de mantelzorger met zichzelf. Want het blijft een slijtageslag met rafelranden. Goeie en leerzame boeken bieden de mantelzorger bij dips uitkomst. Zoals ‘Raadselvader’ waarin Jolande Withuis de pen als scalpel gebruikt om met chirurgische precisie het leven van haar communistische vader te ontleden. ‘Ja’, hoorde ik mezelf tegen die onbekende mevrouw uit Limburg zeggen: ‘We hebben een tuin, een onbeschrijfelijk mooie tuin. Daar in die overweldigende en weelderige tuin, daar ontmoet je de liefde van de natuur. Ik ga ‘m voor de Pinksteren weer verder optuigen, die tuin, met prachtig gedekte tafels om ons supertrio verzorgenden en hun aanhang op asperges te trakteren. Zo’n tuin, alleen daarmee al is een mens rijk. Het adresje van om de hoek kookt. Eenieder brengt een fles witte wijn mee. Een enkeling zijn fles vruchtensap.’ (Dat er één onderweg de dop van zijn plastic bidon sap verloor, en de helft aan sap onderweg verloor, dat wist ik natuurlijk nog niet). Ze luisterde, de mantelzorgcoach uit Limburg. Ze moest achteraf zelf maar op onze website kijken naar de foto’s. Want ja een staffotografe, die hadden we ook. En oh ja, na de asperges stond alweer een volgend dinertje gepland. Op voorspraak van buurtgenoot Elly Wolf. Mosselen. Het hele clubje had al ingetekend. Was dit ons geheim? In elk geval nooit bij de pakken neerzitten, funest gewoon. Je op een zaterdagmiddag laten inspireren door een Amerikaanse bisschop wiens vader als activist meevocht voor de beëindiging van de rassenscheiding in de VS. En genieten zodra Ellen weer even uit haar schemering tevoorschijn kwam. Zoals bij de fysiotherapie bijvoorbeeld. In de wachtkamer een apathische moeder met een vervelend jengelend kind. De onbenul bladerde afwezig in een beduimeld tijdschrift. Ellen die vanuit haar rolstoel het hoofd oprichtte met: ‘Hou je kop eens even jij.’ Overbuurvrouw Cinta, ook in die wachtkamer voor haar wekelijks fysiotherapie, die grote ogen opzette. En Cinta toen op fluistertoon: ‘Heel goed Ellen, heel goed hoor, ze worden tegenwoordig niet meer opgevoed.’ De schooljuf van oudsher openbaarde zich in enkele seconden daar in die krappe wachtkamer. Het kind hield meteen zijn muil. Het viel volkomen stil. Moeder bleef apathisch. Het leek haar zelfs allemaal te ontgaan, de stakker. Ach, je wordt tegenwoordig al gauw genomineerd voor de prijs van Vader of Moeder van het Jaar. In Engeland is prins William kandidaat. Het juryrapport: ‘Hij weet toch maar wekelijks enkele ogenblikken te vinden om heel even met zijn kinders te spelen.’ Kate heeft William voorgedragen. Durf dan maar eens te weigeren. Stand by me Ellen! ‘Zullen we da’lijk whisky kopen? Zo’n klein heupflesje? Lekker met koffie en slagroom. Irish koffie voor na de pannenkoeken. Doe ik hetzelfde als in Cajou. Houd ik een lucifer bij de whisky. Verwarm ik het spul. Moet alleen niet ons huis met tuin en al de lucht in vliegen. Wat vind jij?’ Een grijns. ‘Doen. Nippie nippie.’ 

 

pink3

pink2

pink1

‘Dit was genieten met Pinksteren. Wat bracht Elly weer een geweldig diner met asperges op tafel. Die fruitsalade ook! Wat was er veel werk van gemaakt en wat was de tuin mooi ingericht.  Veel dank. Maggy & Henk.

Hallo Ellen en Johan. Even een berichtje van ons. IJsland is een prachtig land. Veel schitterende natuurelementen van watervallen, warmtebronnen, en zo meer. Helaas ook bijna per uur een wisselend klimaat. Hier nu acht graden, maar van alles al gehad: storm, regen, kou, en o ja: heel af en toe ook de zon. Dus ik ben blij dat onze huurauto stoelverwarming heeft haha. Vandaag beginnen we aan onze rondtoer. Lieve groeten van Norbert en Trudy.

Hallo Trudy en Norbert.

Dank voor jullie mail uit IJsland. Wat vreselijk leuk en vooral ook attent. Ik las over jullie ontberingen toen ik even, om de tropische warmte van welhaast dertig graden te ontvluchten, aan een zoektocht was begonnen naar de zonnecrème. Eenmaal weer beneden meldde Diana zich en kon ik voor twee uurtjes mantelzorgverlof met een boek naar de Vinkeveense Plassen. Zwaaide eerder je collega Elly Wolf uit. Die is naar de Toppers in het Johan Cruijffstadion. Indrukwekkende vakantie van jullie. En verdomd nog aan toe zeg, jullie maken me oprecht nieuwsgierig naar IJsland. Moest lachen om die stoelverwarming. Genieten hoor! Ellen gaat goed. Het is zoals haar collega-parkinsonpatiënt Jan van Amerongen, de postbode, deze week zei: die hitte is goed voor de spieren. Geen paracetamol nodig als pijnstiller. Geen enkele, de hele dag niet. Geen spieren die voortdurend opstandig samentrekken. Maar de vermoeidheid doet zich gelden. Meer nog dan anders. Ellen ligt veel op bed in de schaduw. Veel drinken. Een biertje op z’n tijd. Gisteravond helemaal achterin de tuin gezeten. Rosé in een koeler en de kaarsen aan. Dit was het even. Fijne dagen nog toegewenst en dank voor jullie mail. Lieve groeten vanuit de zondagsrust in De Meern. Hoor alleen nog maar vogels. 

Johan.

Dag Johan,

Goed om weer een dagelijks moment uit jullie leven te mogen lezen. Nog leuker met hoeveel humor en scherpte je dit in blogs beschrijft.

Het is en blijft bijzonder hoe Ellen zich stabiel houdt. Zeker ook door het trio dat jij beschrijft: de liefde, maar bovendien jouw aanhoudende optimisme, met soms een vleugje venijn naar de maatschappij, het houdt jou scherp, én! je standvastigheid om zo optimaal mogelijk nog jaren met elkaar door te brengen.

Fijn om te zien en nog steeds bijzonder (ik weet dat jij dat normaal vindt) om te mogen aanschouwen hoe jij deze rol vervult.  Je weet hoe 80% van de patiënten dit helaas anders moet ondergaan. Dus voor jou, geen Vader van het Jaar, maar Echtgenoot van het Leven!!!!!!!.

Mocht er ooit een award hiervoor in het leven geroepen worden, dan zal ik als een ridder voor jou/jullie strijden, om deze prijs aan jou toe te kennen.

Ik wens jullie een zonnig zomerweekend toe. Woensdag ga ik je haar weer in iets minder professorale staat knippen! Ik reken ook op Ellen. Breng haar weer mee!

Danny.  

 

 

 

Belgische zuidkust als een toverdrank

 eitjepannetje

Lieve Chris en Bruno.
Johan probeert in mijn hoofd te kijken. Hij verwoordt wat ik niet meer zeggen kan. Hij leest mijn geest. Mijn brein, beter gezegd. Dat doet hij ook tijdens zijn lezingen en in de boeken over ons. Het onderstaande hebben we zo-even op onze website geplaatst. Die site wordt nog altijd door velen trouw bezocht. Ik wil jullie bedanken voor alle liefs de afgelopen dagen wederom genoten. Vooral ook wil ik jullie bedanken voor de voortreffelijke wijze waarop jullie met mijn twee, aan elkaar gelieerde, ziektes omgaan. Ik voel me geaccepteerd, zeker ook ‘s avonds aan het diner. Ook de tafelgasten om mij heen laten dat vaak merken. Ik proef respect. Ik kom graag weer terug, in juni al. De spaghetti gisteravond was overheerlijk. Fijn dat Bianca er ook vanmorgen was voor het ontbijt. Te meer hulde aangezien we uit vrees voor fileleed heel vroeg in de auto stapten. Bianca kwam er speciaal eerder voor van huis. 
Liefs van Ellen voor jullie allemaal.

 

De Panne als panacee. Als een toverdrank. Opnieuw bewezen. Wéér was het volop genieten en opkikkeren in het Belgisch-Franse kuuroord. En vooral ook in gemoedelijk en bourgondisch familiehotel Cajou met al zijn aan persoonlijke aandacht en warmte ontsproten grandeur. Ellen behoudt er haar waardigheid. Geen stigma. Heel veel dank richting het echtpaar Bruno en Chris en hun fantastische hofhouding. Knap, razend knap om zoveel jaren achtereen het hotel met dezelfde brigade te runnen en op een zo fantastisch hoog niveau te houden. Andermaal een majesteitelijke ontvangst en verzorging met alle avonden prachtige diners – op zaterdagavond speciaal voor ons en de verzorgende een hoofdschotel met van knoflookolie glanzende kikkerbilletjes. Alsof we met onze smaakpapillen de Hof van Eden betraden. Ellen had haar goeie dagen en de wat mindere. Schommelende dagkoersen. Het fluctueerde. Gelijk Wallstreet. Soit. Het hoort erbij. Ook de mindere dagen. Dan was ze moe. Dan bleef ze moe. Dan was het hoofd gebogen en bleef dat zo. Natuurlijk de vaste wandelingen over de boulevard en door de rustieke Dumontwijk – bergje op en bergje af – te midden van de verstilde duinen. Alreeds veelvuldig bezongen die schitterende omgeving met cottages van de architecten vader en zoon Dumont. Boeiende bouwstijlen! Jammer dat sommige optrekjes zoveel achterstallig onderhoud vertonen en erger: verwaarloosd zijn. Op de dag van bijgaande foto’s rebbelde Ellen aan één stuk door. Pretogen. Ze was niet altijd even goed te verstaan, maar dat deed er niet eigenlijk toe. Het deed niets af aan de vreugde. In de O.L.V van Fatima uiteraard een kaarsje opgestoken en een wens gedaan. Die wens laat zich raden. Het is wonderbaarlijk, maar Ellen gaat nog maandelijks een paar dagen op vakantie. In het buitenland! Aan ‘de nazi en de psychiater’ buitengewoon interessant leesvoer op het strand van De Panne. Over de aanloop naar de processen van Neurenberg, de psychologische en psychiatrische voorbereidingen daarop, en over de narcistische (totaal gebrek aan morele waarden) oorlogscrimineel en ziekelijke ijdeltuit Hermann Göring vooral. Hij gaf zich in 1945 als gevangene over aan de Amerikanen met zestien koffers vol gejatte medailles, dollars, juwelen en cyanidecapsules. Een fascinerend en diepgravend boek over een man die liet zien dat het kwaad overal de kop kan opsteken. En over een Amerikaanse legerpsychiater in Neurenberg die eenmaal weer thuis bij zijn vrouw zelf knetter werd en zelfmoord pleegde identiek aan zijn beruchte patiënt Göring. Misschien zelfs wel met een capsule die hij van Göring als souvenir (zonder aanhalingstekens) cadeau had gekregen. Las ergens dat het niet meer zo zou boteren tussen het poenige echtpaar Yo en Les. Hoe moet het nou met hun tatoeages? Welk opgewonden huwelijk is trouwens tegen Qatar bestand? Een tatoeëerder in Zweden zou zijn dag niet hebben gehad. Zijn slachtoffer kreeg van schrik een hartaanval. Gelukkig zou Patty Brard zich weer volledig in Nederland willen vestigen. Je kunt geen dag zonder nieuws. Club Brugge voetbalkampioen van België. We leefden mee via de tv op onze hotelkamer. Club Brugge zonder, dat wel, onze geblesseerde favoriet Kenneth Vermeer in de goal. Spijtig. Het enige minpunt aan de 1-1 tegen Standard in Luik. Wat is dat toch met die Vermeer dat hij de laatste twee jaar zo sukkelt met langdurige kwetsuren? Lichamelijk niet meer tegen topsport opgewassen? En hij is zoveel completer en dus beter dan zijn rivaal tot voor kort bij Feyenoord. Die Australiër – ik wil niet op zijn naam komen – heeft een traptechniek van een beginneling. Op woensdagmiddag voorafgaande aan de verkeerschaos van Hemelvaartsdag naar De Panne afgereisd. Op de vertrouwde hotelkamer neergestreken na een rit van bijna viereneenhalf uur. Antwerpen: zie er tegenwoordig maar eens door de vermaledijde Kennedytunnel te komen. Ellen genoot als enige van al het blinkende blik om haar heen dat zich richting Gent (en zo verder) wurmde. Op de hotelkamer meteen ’s avonds een met veel egards uitgeserveerde maaltijd van asperges met garnalen en witte wijn. Na vijf overnachtingen vertrokken op maandag voor dag en dauw. Hoe is het toch te verklaren dat Ellen in De Panne na het innemen van haar levo dopa geen pijn had van opstandig samengetrokken spieren en ze geen paracetamol ter verzachting behoefde? En dat haar mantelzorger er vaak het risico loopt zich te verslapen? Veel verwennerij. Sangria. Krantje. Zon en strand. Terrasjes. Een bruine huid. Zeer bruine zelfs. Maar aan de Belgische kustlijn ook relatief koude uren met vanuit zee een venijnige wind. Extra pluim voor Bianca, de dirigente van het ontbijt in Cajou. Elke ochtend om half acht alvast een kannetje koffie voor op de kamer. En yoghurt voor Ellen. De volgende keer krijgt Bianca speciaal een bloemetje van ons. Gaan we dan voor naar de zaterdagmarkt in De Panne. Thuis na een rit van onvoorstelbaar nauwelijks drie uur. De natuur deed ondertussen zijn werk. Onze enkele tientallen meters diepe achtertuin in alle schakeringen groen. Het lover was de grond uitgespoten! En bloemen, de eerste bloemen, diepblauwe wilde geraniums, blauwe pinksterbloemen, en ook passiebloemen in paars. Een plaatje die tuin met verschillende zitjes, helemaal bij strijklicht. Onze eigen ansichtkaart. Eigenlijk zijn we nog steeds een beetje rijk. Het leven is ver-ruk-ke-lijk, schreef de romanticus Remco Campert al geruime tijd geleden. Inderdaad. Gelijk heeft-ie. De vakantiedagen kwamen als geroepen. Net op tijd. We hadden even een ander behangetje nodig. Weer even een andere omgeving om de accu op te laden. Het hoofd in de zeebries. De emotie ging de ratio overheersen. De Panne + bij terugkeer uitstekende kwartaalcijfers voor Ellen bij bloedonderzoek (periodieke check ups) inspireerden tot de organisatie met Pinksteren van een tuinmaaltijd van asperges voor de verzorgenden met hun aanhang en een paar vaste getrouwen. Op z’n Provençaals een lange gedekte tafel onder de luifel. Of verderop in de tuin tussen twee vlinderstruiken met hun gelijk pubers onvoorstelbaar gretige groeistuipen. Dat wordt vooraf een rit naar het tuincentrum voor een paar potten lavendel als aankleding op tafel. Misschien een gestoffeerd idee om de asperges aan de vooravond van Pinksteren zelf uit de grond te steken bij boeren in Limburg ter hoogte van Weert. Deden we in het verleden wel eens. Of anders brachten Limburgse studenten journalistiek wel een wagonlading asperges gewikkeld in natte theedoeken mee naar hun college. Welja, een ritje Weert. Zouden we dan toch echt de kunst verstaan om er onder alle omstandigheden nog iets fijns van te maken? Wie het weet, mag zijn vinger opsteken. Wacht even, we steken zelf de vinger op. 

 

Johan!
Ik volg jullie via jouw blog, dat is handig zo’n site. Heel fijn om te lezen dat het goed gaat. En fantastisch dat het zelf organiseren van zorg zo goed verloopt,  ik heb grote bewondering voor jullie. Maar dat had ik al meteen bij onze kennismaking,  jullie zijn een bron van inspiratie!
Iris Tjong.

Als de Skoda eens kon praten

deschat 

  

In de (zopas gratis door de garage met was gepoetste) Skoda op weg voor een paar boodschappen. We rijden de Zonzijde af. Of is het ‘uit’? 

‘Ellen, kijk eens, overal vlaggen.’

‘Hoera, 10 maart!’

‘Watte??? Welnee gekkenhuis, niks 10 maart, 4 mei, Dodenherdenking. Je bent helemaal niet jarig.’

‘Hoera.’  Armen die een heel klein beetje in de lucht gaan. ‘Hoera.’ 

De auto naar de kant van de straat gemanoeuvreerd. Te hard lachen maakt immers ongelukken in een woonwijk.

‘Oké, die tulpen van Albert Heijn van vanmorgen zijn voor je verjaardag, jij je zin.’

‘s Avonds veel ach en wee tijdens de verzorging door steunpilaar Elly Wolf.

‘Ellen, hou nou op met dat gekreun en gesteun alsjeblieft, je lijkt godsamme wel een ouwetje.’

‘Dat ben je zelf ook bijna.’

‘Welnee, zie me nog eens staan in korte broek en op slippers. Geen grammetje vet. Nou ja, een paar grammetjes. Mij hoor je niet piepen. Wie legt mij – ik zeg míj – straks zo lekker in bed? Morgen gaat de vlag weer uit, Ellen. Doen alle anderen om ons heen ook. Dan ben je opnieuw jarig. Oké?’

Haar gezicht straalt. Bij de pinken. Zoals ze zo-even ook heel alert/ gefascineerd (en weg uit de schemering) luisterde naar de stemmige muziek tijdens de Dodenherdenking op de Dam.

De kuur tegen een gemeen loerende bronchitis en een heel voorzichtig beginnetje van een longontsteking slaat aan, zo te horen. Er wordt niet meer gereuteld. Op het weer van de laatste tijd is het moeilijk haar voor buiten te kleden. De wind kan nog guur zijn. Zodra de zon zich meldt, loop je te zweten. Alle winkelcentra bij ons zijn tochtgaten. Vooral rolstoelhouders hebben het zó te pakken. Die reutelhoest joeg schrik aan. Maar nu wordt het echt zomers! En bijna weer De Panne aan zee! 

Ik neem me voor ook op 5 mei weer een bos tulpen voor haar te kopen. Ze kan niet vaak genoeg jarig zijn.

Op Bevrijdingsdag Ellen gewassen en gestreden voor het tuincentrum. 

‘We gaan de potten laten vullen met geraniums en zo, Ellen.’

‘Moet dat?’

‘Ja, dat moet. Laat ik maar eens streng zijn.’

‘O jee.’ 

Ach, ik rouw, en voel dat ook zo. Ik voel mijn benen. Pap. Knieën die tegensputteren. Ik verleg steeds meer de pijngrens. Ik gun mezelf dikwijls geen tijd en geen rust. De buren gaan op Bevrijdingsdag ‘Utrecht onveilig maken’. Had graag meegedaan. Maar dan wel met Ellen. Helaas. Jaloeziescheuten. De poging, zo goed en zo kwaad als het gaat, in de waarheid verder te leven. Gelukkig komt de diva ‘La El’ soms nog heel geestig en gevat uit de hoek. Dan veer ik op. Het zijn de opkikkertjes zoals ‘Hoera’. Ze vullen de leegte. Het zijn de vitaminebommen. Dan komt de energie terug.

Die ‘dure meneer’ die op Bevrijdingsdag plots achter de struiken van zijn voortuin tevoorschijn schoot, hij had gelijk. ‘Moeilijk hè?’ Ik begreep hem aanvankelijk niet zoals hij in zijn nette pak en met zijn autosleuteltjes in zijn hand ineens achter me stond. Vriendelijke man die naar een receptie moest, zo leek. Inderdaad, zei ik hem, moeilijk was het, knap lastig. Ik wist eigenlijk geen raad met de okergele stola van Ellen. Het was op de vroege ochtend nog allemaal krap aan met de zon. Hij corrigeerde me. ‘Nee, ik bedoel iets anders, ik bedoel die ziekte, mijn vrouw, mijn vrouw heeft ook Alzheimer. Uw vrouw parkinson en een vorm van dementie die met parkinson te maken heeft? Allemaal even verschrikkelijk.’ Vertelde de onbekende over het vlaggen en dat Ellen dacht dat het voor haar verjaardag was. Een wrang lachje. ‘Herken ik. Ik ga da’lijk weer naar mijn vrouw toe. Het is dagelijks pendelen geworden, pendelen tussen hier en het verpleeghuis. En dat met al die vrolijkheid om je heen van de lente en die bijzondere dagen in mei.’

Hij noemde de naam van het verpleeghuis. Iets met ‘park’, in Vleuten. ‘Knap wat u doet. Mij lukte het op een gegeven moment niet meer om mijn vrouw thuis te houden. Het ging gewoonweg niet meer. Dan praat ik over anderhalf jaar geleden. Het is leeg geworden, het leven is leeg geworden. Weinigen die dat begrijpen.’ Hij zuchtte en schudde nog maar eens zijn grijze hoofd. 

Hij zou nog zo graag. Zo ook ik… M’n soulmate ‘La El’ niet minder. Maar er kan nog met haar gelachen worden. Bij rouw kunnen maar weinigen je adviseren. Rouw beschouw ik als de achterkant van liefde. Wie het meest afweet van die liefde en de achterkant? Driemaal raden.

De Skoda.

Johan!
Hi kerel, je leuke en treffende blogs gelezen, en tja, werkelijk niet te geloven wat er soms bij Ellen
nog uit komt. En die reactie met die baby van Esmé, waanzinnig mooi! Ja, het zijn
mooie toetsen van wat er nog door haar heen gaat. Blijven uitproberen joh, vooral
gekke situaties. Helemaal met je eens over al dat gedoe om de Dodenherdenking.
Ik stond er weer, dit jaar, op het Domplein. Bomvol (nou ja, in
overdrachtelijke zin). We waren voorbereid op schreeuwers, maar gelukkig
hoefde ik met teksten niet in te grijpen. Heb je gekeken naar RTV Utrecht ,
het werd direct uitgezonden?
John en ik willen proberen naar jullie toe te fietsen, morgen of zo, want dan is
het nog heel mooi weer. Maar we bellen tijdig.
Wellicht tot heel snel ziens makker,
Taco. 
Ik zie het voor me, ik zie die handen van Ellen in een ‘Hoera!’ van haar dijbenen een paar centimeter omhoog komen. Wat mooi opgeschreven. Ik zie het allemaal voor me. Ontroerend blog. Liefs voor jullie van John. 

Een halve eeuw na de hemelbestorming

Daar is ze dan! Een middag om in te lijsten. En dat doen we dan ook. De daad bij het woord. De bevriende verzorgende Esmé Wolf (vanuit het verpleeghuis met Ellen vaak op pad voor een Surinaams broodje hete kip) (‘Jopie wast toch wel’) kwam haar grote aanwinst showen. Dochter Gigi, bijna drie maanden, prachtige oogopslag, een beauty. Huilen? Welnee! Lachen, steeds maar weer lachen. Gigi ontmoet Ellen. En andersom. Of bestaat die titel al? Zeker wel! Herinneringen komen boven aan Tony van Verre ontmoet… Een onwaarschijnlijke goeie en daarom terecht legendarische radioserie uit de late jaren zestig en de eerste jaren zeventig van de vorige eeuw. Interviews van de bovenste plank met acteurs en schrijvers. Met Ko van Dijk bijvoorbeeld ruim veertig jaar geleden. Met Simon Carmiggelt. Met wie eigenlijk niet. En de ontvanger met het luisterend oor niet aan de radio maar erin. Maar afijn: Gigi en Ellen. Ellen en Gigi. Je zou er bijna een documentaire van maken. De foto’s vertellen het verhaal. Fantastisch’, zou Ellen ook naderhand nog een paar keer zeggen op de vraag hoe ze de kennismaking met de spruit had gevonden. ‘Fantastisch.’ Hetgeen ook geldt voor alle individuele reacties uit de inner circle op de foto’s die een plek kregen in de tweede druk van WONDERBAARLIJK TOCH! Ook van die tweede (verder uitgebreide) druk vinden binnenkort exemplaren hun weg naar de Belgische badplaats De Panne. We geven niet op en reizen zeer binnenkort weer die richting op. De boulevard aan de voorzijde van familiehotel Cajou lonkt onweerstaanbaar. Om de verkeersdrukte bij Antwerpen zoveel mogelijk te tackelen reizen we op aangepaste tijden. Met ditmaal een boek van de Belgische journalist (oud-hoofdredacteur De Morgen) Paul Goossens in de kofferbak mee. Een bundel over het roemruchte jaar 1968. Het jaar van de hemelbestormers en de maatschappelijke ontrust. Het revolutionaire jaar van ‘Leuven Vlaams’, van Nanterre in Frankrijk, van de Vietcong, van de Russische inval in Praag, van Jan Pallach, van Daniel Cohn-Bendit, van Rudi Dutschke, van Andreas Baader, van Gudrun Esslin, van de moord op Martin Luther King in Memphis. Ben benieuwd wat Gigi daar over een paar jaar op school van mee krijgt. Wat leert zij straks van het ’68-erfgoed? Vormde 1968 de start van – in positieve zin –  vrijer denken of braken we toen de  constituties onherstelbaar en tot diepe treurnis af? 

gi2 gi1

 

Een por in de lenden

Een goede gezondheid is een kostbaar bezit. We wensen het elkaar op een kerstkaart telkens weer toe. Maar vaak zonder besef van de diepere betekenis van die woorden. Gold jarenlang zeker ook voor ons. Ziek zijn is prijzig. Peperduur. Een ander gaat er enkele keren per jaar voor met vakantie naar een ander continent. Toch maar liever niet mopperen. We wonen in Nederland. De zorg is overgeorganiseerd. Dat wel. Maar liever zo dan helemaal niet georganiseerd. De Ellen van 2013 is niet meer de Ellen van 2018. De parkinson en Lewy Body hebben zich niet onbetuigd gelaten. Monsterlijke aandoeningen. De indicatiestelling uit 2013 zou gemakkelijk opgehoogd kunnen worden van een vijf naar een zeven of acht, zo adviseerden zorgingewijden mij. En met een hogere indicatie zou ook een iets hoger persoonsgebonden budget bewerkstelligd kunnen worden, rekening houdend met inmiddels 24 uur zorg de klok rond. Niet alleen zorg overdag maar ook voortdurend beschikbaar ‘s nachts. Net even meer armslag, het zou als manna proeven. Om die reden het CIZ aangeschreven, het Centrum Indicatiestelling Zorg in Utrecht.

Op vrijdagmorgen 23 februari meldde zich bij ons thuis namens het CIZ de onderzoekster Wlz. Als een veertje waaide ze hier letterlijk als vanzelf naar binnen. De winter had het verlaat op zijn heupen. Vriendelijke vrouw. Ik noem haar Bea. Ze kwam Ellen in ogenschouw nemen. Pakte een blocnote met wat vragen. Lustte zij een kopje koffie? Vast wel. En mocht dat misschien ook oploskoffie zijn? Geen enkel bezwaar. Ze begon ondertussen met Ellen over ditjes en datjes, maar kreeg geen reactie. Het scheelde een hoop vragen uit het blocnote. Ik zag haar strepen. Of beter: wegstrepen.

Of ik eens een dag van Ellen kon schetsen. Ik schetste. Of ik eigenlijk wel aan mezelf toekwam? Of ik niet teveel op mijn smalle schouders nam? Aan de overkant reden de buren weg met op het dak van hun auto zo’n grijze lijkkist van hard plastic voor de wintersport. Toen beging ik een stommiteit. Ik ging foldertaal uitslaan. Ik antwoordde dat ik blij was dit allemaal nog voor mijn liefste te kunnen doen. Meende ik ook. Daar meende ik elk woord van. Ik verlegde steeds weer mijn energie. Ook dat meende ik. Maar ik had het niet zo moeten zeggen. Dacht ik. Het leek me een te dure waarheid. Daar ging ons uitzicht op nog meer aangepaste zorg. Vreesde ik. Was ik maar meer een strateeg. Bea liet zich de oploskoffie smaken.

Bezag Ellen naast me in haar rolstoel. Waarom zij? Waar had zij die afschuwelijke rot ziekte toch aan verdiend? Ik was te eerlijk. Ik had in een strategische huilbui moeten uitbarsten. Had niet bestaande psychologen en psychiaters moeten opvoeren. Had over onoplosbare depressies moeten beginnen. Over een bijna doodervaring met een keukenmes. Het was zo’n onbewaakt ogenblik van een beetje trots op mezelf. Maar ik had me moeten gedragen alsof ik zopas met holle ogen en een gevarendriehoek uit het ravijn kwam. Liever nog: ik had me moeten presenteren alsof ik volslagen ontredderd in dat ravijn lag dood te bloeden. Nee, ging ik me daar zeggen dat ik ‘alles onder controle’ had. Wat was de vraag van Bea ook alweer? Mijn wijze lessen op de mediatrainingen smolten weg als sneeuw bij een plots onverklaarbare hittegolf in de winterse Alpen. Ik citeerde Vaclav Havel over hoop en zingeving, de presidentiële dichter die ons een schouder bood. Arme Bea. Wat kon haar die Vaclav Havel nou schelen.

Het zal de cafeïne geweest zijn. Ineens werd ik een tikkeltje ondeugend naar de overheid toe. Ik haalde uit naar Rutte cum suis. Hoezo die bureaucratische rimram rond die indicatie acht? Was de samenleving met het weer volledig naar huis halen van Ellen niet veel goedkoper uit dan toen ze nog officieel in de verpleeginstelling woonde? Ik wist niet beter dan dat ik niet alleen mezelf maar ook de samenleving een dienst bewees met het thuis verzorgen van Ellen. Maar dat zag ik volgens Bea toch verkeerd. Achterhaalde visie. Onze neoliberale op keiharde winstcijfers gestoelde maatschappij was met Ellen nu duurder uit dan voorheen in het verpleeghuis. Omdat ze dan vast en zeker niet meer zou hebben geleefd? Ik vroeg het maar. 

Bea zou heus positief adviseren tijdens haar reguliere groepsoverleg. Want zij zag met eigen ogen hoeveel zorg Ellen nodig had. Het antwoord zou niet lang op zich laten wachten. Een paar dagen hooguit. Dat hoorde ik toch goed? Zo had ik een zorgambtenaar nog nooit horen praten. Hooguit een paar dagen? Een veeg teken? Groepsoverleg? Verschool deze onderzoeker Wlz zich alvast achter een voor ons ongrijpbaar ambtelijk collectief? ‘Wacht even mevrouw, de groep?’ Jazeker, de groep. Goed begrepen. Maar voor de groep waren wij, afgezien van deze Bea, toch wildvreemde personen? Hoe konden die nou oordelen. Hoezo groep? Ook hier zo’n modieus zelfsturend team, een kostenbesparende nieuwigheid in de zorg die straks natuurlijk weer een farce blijkt? Moest aan een onderzeeër denken met een zelfsturend team aan bemanning. Het bootje komt nooit meer boven water. Werd er over ons beslist met handopsteking? Een gruwelijke gedachte.

Begon zowaar naar de naakte non en naar de slager te verlangen. Mijn gedachten dwaalden af. Naar die non vooral. Zouden de overburen al met hun plastic skidoos boven hun hoofd in de buurt van Arnhem rijden? Al zou het ons onze laatste spaarcenten kosten, al moesten we ervoor dit prachtige huis verkopen en ergens in een schuur gaan wonen, nooit meer anders dan nu, nooit meer het verpleeghuis. Moest denken aan die ontvluchtte dementerende en aan die onverantwoordelijke verzorgende die het vertikte om -net terug van de kapper- naar buiten te gaan de regen in. Haar kapsel zat nou juist zo leuk voor die 25 euro. Dus dwaalde de dementerende langs de nabijgelegen spoorbaan. De groep met voornamelijk onbekende personen die zou beslissen, ik had er geen fiducie in en somberde. Bea had ondertussen haar blocnote weer dichtgeklapt.

Weer bij mijn positieven stond ik in de deuropening te praten met mijn postbode, die ook parkinson heeft. Bea was terug naar kantoor. De zieke postbode bleek Jan te heten. Hij zag er slecht uit. Schrok ik wel een beetje van. Zijn stem kraste. Zijn ogen stonden vermoeid. Het kwam van ver: ‘Weer die spieren, die klote spieren’. Ze knepen maar meedogenloos samen. Kende ik maar al te goed van Ellen. Met die kou en gure wind verrekte hij al helemaal van de spierpijn. Hij vertelde vroeger bij Defensie te hebben gezeten. Als elektrotechnicus op de Kromhoutkazerne. Later werd hij huismeester in een andere kazerne. Zijn toptijd. Weer die duim die hij omhoog stak. Daar kon hij naar terugverlangen, naar die baan van huismeester. Huismeester in een kazerne, ik wist niet goed wat ik me erbij moest voorstellen. Hadden kazernes ook huismeesters? Kwam later nog wel eens. Hij reed natuurlijk geen auto meer. Al een paar keer was hij in volle zwier van zijn fiets gekukeld. Nog steeds niets gebroken gelukkig. Bij NLPOST vonden ze dat hij soms te lang over zijn wijk deed. Met zijn lichamelijke gebreken werd weinig rekening gehouden. Trok mijn brievenbesteller zich gelukkig weinig van aan. We spraken over respect. Respect waaraan zieke mensen extra behoefte hebben. Ik vroeg hem maar niet naar zijn ervaringen met de stroperige zorginstanties. Het woord indicatiestelling slikte ik in. Altijd die briefjes. Altijd ook nog één enkele vraag, ook als alles glashelder leek. Jan zou er gaandeweg zijn parkinson vanzelf mee te maken krijgen. Zou hem binnenkort eens vragen of hij zich al wapende en zo ja hoe.

En toen belde Bea. Nu al? Sneller dan het licht die vrouw? Groepsoverleg was helemaal niet nodig geweest, welnee. Geen overbodig werk doen. Het kon dus wel degelijk in de gezondheidszorg. Zo kon het dus ook! Indicatie acht. Mijn vrouw verdiende het directe uitzicht op nog meer persoonlijke verzorging. En die mogelijkheid kreeg Ellen dan ook. De persoonlijke verzorging diende tijdig te kunnen worden uitgebouwd. De overheid zou haar nog meer tegemoet komen. Alle instanties zouden worden ingelicht. Hoefden wij niets aan te doen. Deden zij voor ons. Toe maar, het kon niet op. Ik had een blije Bea aan de telefoon. Blij voor ons, ook een beetje blij voor zichzelf. Een vrijdag tussen ’s ochtends tien en ’s middags één. Het werd ook een les voor mijzelf. Een por in de lenden. Eén om ook eens in de goede bedoelingen van zorginstanties en hun buitendienst te gaan geloven.

De postbode liep inmiddels naar de brievenbus van de buren. Een beetje ongecoördineerde zwaai met zijn arm als welgemeende groet. Moeilijke tred. Arme Jan. Ik keek hem na. Welke weg had hij nog te gaan, met post en zonder? Maar mijn eigen blijdschap ging even voor.