Bij het afscheid van Ellen. Achter iedere traan van verdriet schuilt een waardevolle herinnering. (Diana)

.

Ze overleed in mijn armen. Alleen wij tweetjes op de stilwarme zaterdagavond van 30 april 2022. Mijn oor zowat in haar mond om haar ademhaling te registreren. Die stierf weg. Ze was uitgeknokt tegen de wrede spelbreker Parkinson, ze was op. Een week later, op zaterdagmiddag 7 mei, en opnieuw onder weldadige zomerse omstandigheden, een temperatuur tussen achttien en twintig graden, de uitvaart. Vanuit haar huis waar ze opgebaard had gelegen. Ook de vogels die aan hun nestjes bouwden deden haar uitgeleide. De tuin het hart van de ceremonie. Een huis van liefde, zou Leroy in zijn toespraak zeggen. Haar huis vol liefde. Een tuin met zitjes, parasols en het verse voorjaarsgroen dat weer tot wasdom kwam. Pindasoep en stokbrood, spekkoek, en witte wijn in ranke glazen. Een toost op haar, de onvergetelijke.

Een prachtig afscheid zoals een afscheid werkelijk prachtig kan zijn. Ongedwongen. Op het snijvlak van formeel en informeel. Met onder meer toespraken van huisarts Erik en fysiotherapeut Leroy. Licht van toon. Liefdevolle woorden. Woorden van respect in een vriendenkring om Ellen heen. Mooi in alles was ze, zó enorm trots op haar. Ga haar vreselijk missen, maar niet alleen ik. Ik laat thans de boeken die ik over haar schreef door mijn handen gaan. Ik blader en herlees passages. Het is de herinnering die kracht moet geven. En moet blijven geven. We hebben geprobeerd van een verschrikkelijk zware tijd tevens een heel bijzondere tijd te maken. En dat werd het, een heel bijzondere tijd. We groeiden door de ziekte van Parkinson niet uit elkaar. Nee gelukkig niet. In tegendeel welhaast. We bleven heel dicht bij elkaar. Tot de laatste seconde. Tot letterlijk de allerlaatste seconde. Het is troostrijk. En tegelijkertijd onwezenlijk. Corona bleef je goddank bespaard, lieve Ellen. De verdrietige eenzaamheid tijdens corona in het verpleeghuis eveneens. Het personeelstekort en andere tekorten in het verpleeghuis bovendien. De verzorging thuis was er één met vijf sterren, en nog meer dan vijf. Twee dagen na de crematie liep ik in mijn eentje op nieuwe slippers en in korte broek te wandelen door Limburgs Valkenburg. De eerste zonnebril van de drie in een week moest ik nog ergens laten rondslingeren. Ik liep dus te wandelen. Er was markt voorbij de Hema. De vaste maandagmarkt. Ik passeerde de viskraam. Keek omhoog en kreeg het plots te kwaad. Mijn ogen tastten het strakblauwe luchtruim af. Kom terug, prevelde ik. Kom alsjeblieft terug lieve Ellen.

Maar tegelijkertijd het besef dat sommige dingen in het leven onherroepelijk zijn. Stil verdriet op een wandeling door een plaatsje in Zuid-Limburg waarvan ik een beetje ben gaan houden. We vochten voor wat we waard waren. Voor elke millimeter vaste grond onder onze voeten. Gek eigenlijk, ik hoefde ditmaal helemaal niet naar huis te bellen zoals ik voorheen altijd op twee maandelijks mantelzorgverlof vanuit Valkenburg ’s morgens en ’s avonds deed. Het waren ijkmomenten. De ontbijttafel, de krant, de koffiekan, de laptop en de telefoon. ’s Avonds het al dan niet verwarmde terras bij een sateetje of zoiets. En dan sprak Diana voor jou Ellen. Ze legde de telefoon bij je oor en ik hoorde je ademhaling. De herkenning van mijn stem. Diana die me vertelde over je wenkbrauwen en een glimlach op je nog altijd rimpelloze gezicht. Mijn beauty. Mijn darling. In gedachten streelde ik je handen en ging mijn wijsvinger langs je lippen. En dat niet meer kunnen, dat ook niet meer kunnen bellen naar huis, het niet meer hoéven bellen naar huis, wat vormde dát maandag 9 mei een pijnlijk gemis. En ook nu ik dit vanachter mijn bureau optik. De vrouw die glans gaf aan mijn leven, mooi in alles, wat hield ik van haar, en wat zal ik van haar blijven houden. Onvervangbaar. Dank Ellen voor je liefde. Je was er altijd voor mij zoals ik voor jou. Moet ineens denken aan mijn training van een volle week voor de krant Het Laatste Nieuws in Cobbegem bij Brussel. Uitstekend hotel met alles erop en eraan. ’s Middags vanaf half vier was ik vrij. Fraai zomers weer. Alleen de maandag bleef ik er hangen. Daarna elke dag, vroege avondspits of niet, dwars door de benzinedampen van de Ring van Antwerpen naar huis, naar jou. ’s Morgens om vijf uur terug naar Cobbegem, om er in mijn hotel tussen de maisvelden en de zonnebloemen op het ontbijt aan te vallen en mijn les van die dag voor te bereiden. Het vooruitzicht later in de middag weer naar huis terug te karren. Het hotel hield ik aan. Voor het ontbijt, voor het gebakken eitje en de brie, de yoghurt met zemelen, meer niet. De Hogeschool nooit verteld dat ik geen enkel gebruik meer maakte van de kamer. Het hotel zou worden opgezegd, zeker weten, het ontbijt zou ik kwijt zijn geweest. Ach, hoe heette dat hotel ook al weer? De Waerboom! In mijn pennenbakje vond ik zojuist nog een ballpoint van die luitjes. We zijn er ook nog eens een paar dagen samen geweest, bij De Waerboom. Ik kon niet zonder je Ellen, altijd op reis had ik binnen de kortste keren heimwee naar jou. Ook in Berlijn waar toen de Muur viel. Ook zo’n verhaal. En in Venezuela. Hoe indrukwekkend was het Amazonegebied wel niet tot aan Colombia toe. Maar goed. Peru liet ik maar liever schieten. Ik overdacht dit alles toen ik in mijn uppie na de crematie in Valkenburg evenwijdig aan de Geul liep te wandelen. De vrouw die me leerde wat belangrijk is in het leven. Je was en blijft mijn liefste.

Ik kus je Ellen, in dankbare herinnering, Johan.

De hyena’s rond Johan Derksen veel erger dan de gewraakte anekdote

Aan mijn oud-collega op de Academie voor Journalistiek, professor journalistieke ethiek Huub Evers.

Beste Huub. Het schokt me van alles nog het meest welk een volstrekt onbeheersbare wraakzuchtige situatie er rond Johan Derksen is ontstaan. Hélène Hendriks, die er geen zak mee te maken heeft, die de reserve presentatrice is achter Genee, zij wordt nota bene met de dood bedreigd. Omdat ze als vrouw bij de redactie van VI hoort. In Grolloo hing een doek met daarop ‘Hier woont een verkrachter’. Hype, hypocrisie, bedenkelijk moralisme. Schijnheiligheid. Roofdieren. Elkaar de strot af bijten. We zijn een land vol hyena’s. Lijkenpikkers. Waarmee het verhaal van Johan Derksen met die bewusteloze vrouw en die kaars uit de vlegeljaren ’70 niet zijn goed gepraat natuurlijk. Maar…. Stommiteit, een grote stommiteit die anekdote. Ik zag het gebeuren. Er lijkt geen weg meer terug. Kwalijker vond ik de rol aan tafel bij dat verhaal van Van der Gijp. Die lachte en vroeg geloof ik bovendien of de kaars was aangestoken. Geen antenne voor de gevoeligheid waar het dit onderwerp betreft. Van der Gijp lachen, de studiogasten ook, al dan niet een beetje. Toen was de anekdote van Derksen al helemaal zijn context kwijt. Want er wás een context. Eens? De jeugdzonde begon vanuit een context. Ik ben benieuwd hoe jij dat ziet. Maar nog even en de BN’ers, en het grote publiek rond alle talkshowtafels, vragen om gevangenisstraf voor Derksen en steniging. De journalistiek is kennelijk klaar met Oekraïne en heeft een nieuw onderwerp nodig. De hijgerige talkshows met stiekemerds. Die hebben het achter de ellenbogen. Ze verlekkeren zich aan de uitglijder van Derksen. Wie zonder zonden is… Vooral BN’ers lijken dat nog wel eens te vergeten. Bij het uiterst journalistiek zwakke programma Goede Morgen Nederland – meer een schoolkrant – bevielen de weloverwogen antwoorden van Catherine Keyl de beginneling van een presentatrice niet. ‘Maar mevrouw Keyl, u bent toch ook wel met me eens dat Johan Derksen…’ Ziekmakend. Zit je nu iemand te interviewen of ben je die persoon aan het bekeren? Keyl vond dat Derksen al genoeg op zijn nummer was gezet en dat we niet met heel veel leedvermaak moesten blijven stampen. Ik kon haar niet anders dan gelijk geven. Ik betreur het stoppen van VI. Er viel vaak te lachen. We houden de moralistische treurigheid over. Mevrouw Kaag heeft desgevraagd ook al gereageerd op Derksen – dacht meteen: houd jij je mond alsjeblieft. Niet Johan Derksen is ons probleem maar de media zijn dat die van hype naar hype gniffelen. Ze zijn zoetjesaan de hype.

Beste groet. Johan. (Johan C, wel te verstaan).

Beste Johan,

Ook ik heb met verbazing naar de ophef zitten kijken. Derksen is een vlegel die diep door het stof had moeten gaan en duidelijk had moeten maken dat hij het vreselijk vindt wat veel vrouwen wordt aangedaan. Dan was de kous af geweest. Nu laat de redactie alles een tijdje boven de markt hangen en gaan alle praatprogramma’s zich over de kwestie buigen. Ik kijk nooit naar het programma, niet principieel, maar het kleedkamergeouwehoer boeit me niet. En Van der Gijp ginnegapt een beetje mee. Ik moet zeggen dat de reactie van het publiek me nog meer zegt dan de uitlatingen van Derksen. Terwijl ik me realiseerde dat ik zelf nog niet gebeld ben hierover, ging enkele minuten geleden de telefoon: de Telegraaf. Of ze echt gaan stoppen. Volgens mij komen ze op een of andere manier terug wanneer straks in Qatar de bal gaat rollen. Het geheugen van het publiek is kort. Over de vorige affaire (met Akwasie) heeft niemand het meer. Toen stopten ze ook definitief.

Tot spoedig ziens, Johan. Groetjes, Huub.  

The Passion niet meer dan platte reli-porno wat niet past bij onze opvoeding

Dank al degenen die ons zo verwend hebben in de aanloop naar Pasen 2022. Want dat was het: verwennerij. Allereerst de persoon die we veel te lang in ons leven hebben gemist, die we hebben moéten missen, die een brief voor ons had maar die brief niet durfde posten. Heel veel jaren lang niet. Die we opspoorden, en die na een blij gesprek van bijna een uur beloofde terug te zullen bellen voor een afspraak, en die woord hield. Dank Jan van den Heuvel voor de compilatie van klassieke muziek die je, bij het inluiden hier van Pasen 2022 bij een goed glas wijn en een Afghaanse snack, meebracht voor Ellen. Zo’n bijna Provençaalse ambiance onder de luifel op onze estate, het verdrijft voor even de angst voor de toekomst die zich feitelijk al in het heden bevindt, en ook weer niet. Nergens lijkt het woord onnavolgbaar zo op van toepassing als op het ziektebeeld van parkinson en LB. Het werd ná de bescheiden en ingetogen borrel, en eenieder weer zijns weegs, Charles met één stap over de heg, nog een prachtige avond in de tuin welke steeds meer een groene voorjaarsgloed vertoont. De serene sacrale rust van Stille Zaterdag. Ruisende bomen aan het einde van ons erf. Op de lauwwarme bries mee deinende roomwitte gordijnen. Ellen tot bijna in de tuin aan de rand van de schuifpui. Blos op haar wangen. De klanken van Pasen uit onze jeugd – ze spraken tot de verbeelding. Pasen van vroeger, en wel heel anders en zoveel karakteristieker dan de kitsch van The Passion met ook nog eens hakkelende acteurs. Voor deze humanist en atheïst, opgevoed op het snijvlak van gereformeerd en Nederlands-Hervormd, geïnjecteerd met de ernst van het geloof, want daar mag je niet mee spotten, heeft de platte theatrale The Passion niets van het dichterbij brengen voor jongere generaties van het paasverhaal. The Passion afficheert zich officieel als ‘evenement’ over het lijden van Jezus Christus. Nou ja zeg: evenement. Had vroeger op de van Asch van Wijckschool in de Louis Couperusstraat en het Christelijk Lyceum, niet ver daarvandaan aan de Utrechtse Koningsbergerstraat, de kruisiging van Jezus eens als een evenement beschouwd! Je had op slag een 0 voor Bijbelse geschiedenis te pakken. Het voelt met The Passion met al zijn fanfare als op commercie gebaseerde heiligschennis, en niet anders. Het is in de media al reli-porno genoemd. Dank Diana voor de hapjes. Helin voor de Arabisch kaas. Charles, Wil en weer Jan voor de sauvignon blanc. Dank Cinta en Ad voor het boeket bloemen als zichtbaar op de foto. Tante Nasima voor de extra handen aan het bed van de vechtjas Ellen. Las dat er dagelijks in ons land 95.000 zorgmedewerkers zijn die ziek thuis zitten. Ellen, waar ben je in de verpleegzorg voor bespaard gebleven! Tien procent ziek in een essentieel beroep!

Hoe houd je ondanks de moeilijke omstandigheden huiselijk geluk vast? Nou zo. Even een glaasje met wat vrienden in de middagzon. Dank Thom en Yvonne voor de mooiste hotelkamer met tuin die jullie me voor een nachtje gaven. Leuk jong stel uit Hoogeveen hadden jullie aan een van de gastentafeltjes zitten. Waren voor het eerst buiten Drenthe. Meteen een praatje toen ik met de krant aanschoof voor het ontbijt en ermee begon, uit angst een pyromaan te worden, twee kaarsen uit te blazen. Dank Moni voor wederom je stimulansen op stralend Witte Donderdag. Je nam me voor twee extra terrasstoelen mee naar de woonboulevard van Heerlen. En vandaar voor lavendel naar een speciale kwekerij in Nuth. Vervolgens naar de Maas in Eijsden voor een hap bij Oan ’t Bat. Ik dacht dat IK snel aan kleurde! De lavendel vormt nu een groot perk hier in de tuin. En vanaf het balkon de Oekraïense vlag, want onmiskenbaar: deze Paasdagen verdienen het predicaat vrolijk zeker niet. Pasen 2022 is Oekraïne, en in bloed onder gedompeld, en van de gruwelijkste gruwelijkheid der gruwelijkheden. We mogen er niet aan voorbij. Beestachtige kwaadaardigheid. Vernielzucht. Het moedwillig beschieten zelfs van kraamklinieken. Hoe diep kan de mensheid gezonken zijn. Geen zin om ons over de telkens ongeloofwaardige mevrouw Kaag druk te maken. Misschien wel over die malle, na ja malle, eerder gevaarlijke, Forumscholen van het dwaallicht Baudet. De meisjes van Goede Morgen Nederland keuvelen maar lekker door. Zoetjesaan komt er een einde aan de blogs. Het zijn er sinds maart 2016 bijna vierhonderd geworden over vooral ons wel en wee. De blogger is uitgeschreven, zijn pen hapert, zijn inkt is trouwens bijna op. Nog een heel klein bodempje. Het stoppen nadert. In de blogs geprobeerd een eerlijk beeld te schetsen van het omgaan met de ziekte van Parkinson en Lewy Body. Een schets met niet zelden een scherts van de beursnoteringen in ons verdere bestaan nadat het leven ons zo’n rot streek had geleverd.

****

Dag Johan en Ellen, aan de vooravond van Pasen 2022,

Ellen zal dit niet kunnen lezen, maar het gaat wel over haar. Zij is een van die vrouwen die ik heb leren kennen als een sterke vrouw. Dat gaat niet voorbij als je in omstandigheden raakt zoals zij nu meemaakt. Het is een deel van haar leven. De herinnering aan toen zijn sterk en levend.

Ik stuur je een foto van een sterke vrouw die op 22 april 101 jaar zou zijn geworden. Zij woonde in Utrecht en is gefusilleerd in Duitsland, vanwege haar moord op het hoofd van de politie in Utrecht, Gerard Kerle. Ik schrijf moord. Maar was het een moord? Ik mijn ogen niet, ik vind het een heldendaad van een meisje, een heel jonge vrouw, die heeft voorkomen dat die man nog meer slachtoffers zou maken. Ik zie in de oorlogskranten, die ik heb bewaard, de dagelijkse bekendmaking van gefusileerden.

Truus van Lier krijgt op 22 april een standbeeld in Utrecht. Het wordt geplaatst aan het Willemsplantsoen, bij hoek Walsteeg, waar ze Kerle doodschoot.

Terug naar jouw brief. Is het mogelijk voor Ellen om nog waardig en draaglijk verder te leven? Ik lees de indicatie van de huisarts. Het fluctueert hè? Wij hebben toevallig deze week een gesprek gehad met onze huisarts over het traject dat wij hebben vastgelegd in ons levenstestament, dat is gericht op niet zinloos lijdend afscheid nemen van het leven. Hij kon onze verzekeren dat er Leeuwarden geen huisarts is te vinden die hieraan zal meewerken. Dat is in ieder geval duidelijk.

Ik kom met enige regelmaat in een christelijk verpleeghuis in Veenwouden. Waar momenteel zeer toevallig onze overbuurvrouw is opgenomen en ook onze goede vriend uit Goutum. Zij is zeer christelijk, Kees ongeveer het tegenovergestelde. Ze hebben een kamer op dezelfde afdeling, tegenover elkaar, eten in dezelfde huiskamer. Hij moet elke dag mee luisteren naar een verplichte bijbellezing van een half uur. Het verblijf omschrijft hij als in een gevangenis. ‘Ik ben niemand meer’. Met z’n nog maar zeer beperkte mogelijkheden om zich uit te drukken maakt hij met een grijns op z’n gezicht een gebaar of hij zijn nek door snijdt. Diep triest en eenzaam.

Het terug vinden van zo’n belangrijk persoon uit jullie leven samen, zoals wij lazen, voelt als een klassiek drama van verlangen, onbereikbaarheid en terug vinden. Het is mooi dat jullie dat overkomt. Ondanks de zware weg die je met Ellen mee loopt, breng je op een bijzonder manier nuances in je leven aan door contacten met mensen uit onder meer Koerdisch Syrië (Aleppo) en Afghanistan niet te vergeten. Hoe jullie met elkaar omgaan, Ellen en jij, dat is heel bijzonder.

Ons leven verloopt op dit moment chaotisch door het kort achtereen overlijden van veel goede vrienden, kennissen. Heel verwarrend om het allemaal een plek te geven. Het gaat toch om relaties die je tientallen jaren met elkaar hebt gehad. Vanaf het begin van mijn en onze Delftse en Haagse tijd.

Je ontboezeming over de beestachtige kwaadaardigheid van oorlog komt voor mij heel dichtbij. Ik heb gisteren nog mijn gemoed de vrije loop gelaten. Iemand verweet mij dat ik oorlogstaal gebruikte in mijn nieuwsbrief over misbruik van onze geachte volksvertegenwoordigers jegens hun eigen inwoners.

De Oekraïnse gebeurtenissen raken ons evenzeer. Onbegrijpelijk. Mijn herinneringen van de oorlog in Soest kwamen razendsnel en onontkoombaar langs op de eerste dagen. Versterkt door het vele internationale vliegverkeer op vliegbasis Leeuwarden. Waarbij ik dacht aan de bombardementen op Soesterberg, rond 1943/1944.

Dit was het even voor nu. We zullen blijven schrijven en praten over deze onderwerpen.

Lieve paasgroet van John, en natuurlijk ook van Wietske.

Joyce Overheul werkt aan het standbeeld van de verzetsheldin Truus van Lier dat 22 april in Utrecht wordt onthuld. Zij was 22 en lid van de verzetsgroep CS 6, Centrum van Sabotage 6, dat een hoofdkwartier had in de Corellistraat in Amsterdam. De groep stak onder meer het Rembrandt Theater in brand in die stad, dat Duitse propagandafilms draaide, en schoot de met de Duitsers collaborerende generaal Seyffardt dood. De groep zat ook achter de aanslag op politiekorpschef E.J. Woerts, die de twee kogels die hem op de Brinklaan in Bussum raakten overleefde. Hij ging na de bevrijding voor negen jaar de cel in. Truus assisteerde de schutter, Louis Boissevain, zodat ze zich als een – minder verdacht – stelletje konden voordoen.

Vera Bergkamp zorgvuldig over Oekraïne naar Brussel – zo diep zijn we dus al gezonken

Wij zullen ons binnenkort tegenover volgende generaties verdedigen met het inhoudsloze gezwets dat bij ons alles eerst en vooral ‘zorgvuldig’ moest gebeuren. In andere landen niet, maar bij ons wel: zorgvuldigheid! Wij waren zogenaamd altijd uiterst zorgvuldig, versluiering en camouflagenet voor waarom we alles lafhartig op de lange baan schoven. En blunderden, als al gauw bleek. Een verbureaucratiseerd land met een hopeloos gebrek aan creativiteit en inventiviteit. Een land dichtgetimmerd met regels en loketten. En loketten die de andere loketten weer controleerden aan de hand van geest vernauwende vragenformulieren. Een land dat geen enkele crisis het hoofd kon bieden. We waren niet crisisbestendig. Want dan moest je kunnen improviseren. Konden we niet, zullen we de generaties ná ons opbiechten. Dat waren we verleerd, improviseren. Dat was er door de overheidsdiensten bij ons uit geramd. We zullen dat volgende generaties toe bibberen en om vergeving vragen. We waren met de regels fetisjisten geworden. Zorgvuldigheid als schaamlap voor half werk en nog minder dan dat en risicoloos verantwoordelijkheid mijden. Zoals met de corona vaccinaties, de boosters, de mondkapjes van die drie snotneuzen, de toeslagenmisdaad, Groningen en het aardgas, de verdere verontmenselijking in Afghanistan, de hongersnood in Ethiopië en Soedan en Somalië en Kenia en zo ga zo maar door, en nu de strafmaatregelen tegen Rusland. In etappes. Zorgvuldigheid geboden immers. Zo traag als een gehandicapte slak in een rolstoel met lekke banden. Overgeorganiseerd dwergenland zorgvuldig in ontbinding. Een spoorboekjesland dat stinkt als een kadaver. Een vreugdeloos lustoord voor een incompetent overheidsapparaat. De meelijwekkende loser Fopke. Snap ook niet dat Zelenski de moeite neemt dat spul uit de Nederlandse Tweede Kamer toe te spreken, een ongedisciplineerde vechtschool vol ongemanierde splinters. Te veel eer voor die opgeblazen kikkers rond de voortduren wanhopige Vera Bergkamp die in Brussel de oplossing voor Poetin moet aandragen. Het Einde der Tijden is nabij. Wil er zaterdag graag Youp van ’t Hek weer over horen. Op het scherm van de pc afbeeldingen van een prachtige Olena Zelenska. Meer dan de vrouw ván, lees ik. Uitgegroeid tot het symbool van het Oekraïense verzet. Ja Rutte, ja Hoekstra, denk ik dan, daar kunnen jullie nog heel wat van leren, dat is meer dan scharrelen in de marge, zoals jullie doen. En politiek bedrijven met de voortdurende keuze voor de weg van de minste weerstand. Uit zorgvuldigheid. Jullie, Haagse bluf, waren zelf dik met de Russische oligarchen. Jullie hebben ze met een rode lopen ‘zorgvuldig’ binnengehaald. Olena Zelenska, net als haar man, dat is geen politiek spelen maar politiek zijn. En je leven er voor op het spel zetten.

Een welgemeend goede morgen trouwens, beste Charles! Ik schrijf je ook nu weer in alle bescheidenheid, een bescheidenheid die mij zo kenmerkt. En met de liefde voor ons doortastende kabinet. En met dank voor je ochtendgroet. En invitatie. Ik noteer vrijdag bij jou. Die dag schijnt er sneeuw te liggen. Afgelopen week zat ik nog in zwembroek in de tuin. Vrijdag dus bij jou om de toestand in de wereld door te nemen indachtig G.B.J. Hiltermann. Mocht het anders (moeten) lopen dan verneem je dat bijtijds. Slag om de arm. Leuk dat je het van alle kanten zo plezierig hebt gehad in Babberich. Klinkt -dat Babberich – alsof je er Beiers in Lederhose was, maar dat zal wel niet. De bierhallen van Babberich. Dertig jaar getrouwd, je gastheer en gastvrouw, en een feest met meer dan honderd genodigden, dat zei je toch? Moest wel aan één ding denken: te hopen voor dat bruidspaar is dat ze er van die honderd nog een stuk of vier over houden als één van de twee op een gegeven moment wat gaat mankeren. Hoe kom ik daar zo op? Welnu, ik sprak – kwam hem toevallig tegen – gister op weg naar die heerlijke nieuwe Indische toko van winkelcentrum Vleuterweide een oude bekende die zijn vrouw twee jaar terug was verloren en zijn doorgaans volle huiskamer leger en leger zag worden. De ruimte werd eigenlijk alleen nog in beslag genomen door een schorre parkiet. Je ziet het voor je: zo’n beestje op een stokje en een knoeiboel eronder. Succes kent vele vrienden, maar pech nog hooguit een kanarie.

Enfin. Groningen, ander chapiter. Zeer geslaagd. Prachtig huis in een door de familie op een kaal voormalig aardappel- en maïsveld zelf – lees het goed – helemaal zélf aangelegd park. Een vijver zo groot als onze twee tuinen bij mekaar. En het restje. Ook het huis zelf gebouwd. Glas, veel glas, zeer ruimtelijk. Ontworpen door een kei van een architect. Kan niet anders. Formidabel. En daar ben ik tijdens mijn retraite nauwelijks het erf af geweest.  Alleen even naar een kleine dorpssuper voor wat boodschappen, verder de zon en een boek. Ik had een fascinerende psychologische roman van Georges Simenon mee. Titel: De burgemeester van Veurne. In De Panne – steenworp van Veurne – van hotelbaas Bruno van Cajou al even eerder gehoord dat het boek was verfilmd. Op het logeeradres op het snijvlak van Groningen en Drenthe sprak ik alleen even met de kippen en de duiven. Die zaten verderop in het park. En met een klein vogeltje, een musje. Het vloog tegen een raam aan. Het lag voor pampus. Ik ben een halfuur bezig geweest het arme beestje te reanimeren. Had alle tijd van de wereld. Nekje masseren. Heel geduldig. Reanimeren. Het lukte. Ook troostrijke woorden uitkramen tegen dat musje. Zo bracht ik mijn tijd door. Heerlijk was het. Ik heb mét en rond Niels te maken met mensen die werkelijk in onze situatie zijn geïnteresseerd, geen nieuwsgierigheid maar compassie. Heel belangrijk. Geen toneel. En al helemaal niet zwaar gesubsidieerd amateurtoneel. Benen op de grond, Groningen en Groningers eigen. De omgeving van Stadskanaal bracht oude herinneringen weer helemaal naar boven. Aan ons boshuisje met rieten dak in het stiltegebied van het Drouwenerzand in Gasselte waar Ellen en ik ooit al onze weekenden en feestdagen doorbrachten. Old memories. Aardedonker ’s nachts, zo anders dan in de Randstad. Echte duisternis, geen hand voor ogen zien, en ’s ochtends je in gemoede afvragen hoe laat het wel niet zou kunnen zijn. Je zorgeloos verslapen. Lange nachten, muisstil, met een schitterende sterrenhemel.

Ik ben Niels en zijn familie zeer erkentelijk voor hun gastvrijheid. En hun spontaniteit. Daar houd ik van: spontane mensen. Ik moest in mijn tuinstoel op mijn Groningse logeeradres trouwens smakelijk lachten om een artikel dat ik op mijn iPad las. Over een ambtenaar in overheidsdienst in Nederland die al zes jaar niet meer op zijn werk was verschenen zonder dat het iemand op zijn werk was opgevallen. Het salaris ging die zes jaar gewoon door. Ook het vakantiegeld. Toe maar jongens, dacht ik, dat hoort in ontwikkelingslanden thuis, maar ik vergat gemakshalve dat we dat inmiddels ook zelf geworden zijn. De oorzaak van deze klucht lag in een misverstand tussen een duurbetaald adviesbureau en onze overheid. De man was weggesaneerd maar hij was de enige die dat wist. Het stond zwart op wit. Met zulke verhalen beleef ik de grootste lol. Zo ook met het bericht dat een politieman is ontslagen omdat hij zijn tong in het oor van een collega stak. Je mag tegenwoordig ook niks meer. Morgen voor een paar uur naar Valkenburg. Ik ben er onder behandeling voor acupunctuur bij een Indische mevrouw. Vanwege evenwichtsstoornis. Ach ja, hoor ik je al zeggen: een mens moet toch érgens aan dood! Dat klopt wel, en laat het dan maar een lichte vorm van evenwichtsstoornis zijn. Naar Valkenburg dus, naar Angela van de acupunctuur, en tevoren even langs bij Moni voor een ontbijtje in het mij zo vertrouwde hotel. Diana natuurlijk bij Ellen. En ’s avonds los ik haar weer af.

Deze week bracht Diana haar tante mee. Ook gevlucht uit Afghanistan, 25 jaar geleden. Ze was er burgemeestersvrouw. In Kabul. Nu werkt ze in een verpleeghuis. Ook niet verkeerd natuurlijk. De tante van Diana kwam kennismaken. Ze gaat assistentie verlenen nu Ellen steeds meer zorg behoeft en de vakantietijd aanbreekt. Assistentie komt er ook van mijn Syrische studente Helin. Ze loopt mee met Diana. Helin maakt me vrolijk. Ze moest eerst aan me wennen omdat ik zo direct ben, ook bij het lesgeven in het Nederlands, maar intussen krijgt ze me door, wel zo handig met een studie in Amsterdam waar directheid mede een middel is te overleven. Ik heb Helin uitgelegd, en dat Diana al een jaar vijf geleden, dat ik zelfs voor de meeste Nederlanders heel direct ben. Of zou jij dat willen ontkennen? Ik heb Helin gisteren nog verteld dat als iemand mij vraagt om een glaasje te komen doen, en ik er geen zin in heb, ik dan zeg dat ik er geen zin in heb. En geen antwoord met omwegen als ‘misschien’. Bot? Ze moest lachen. Ze herkende het. Ik kan me na zo’n mooie maand maart helemaal niet voorstellen dat april met sneeuw dreigt te zullen beginnen. Zou weerman Piet wellicht nog graag hebben meegemaakt. Ik mis hem. MAX is zonder Piet anders.

Oekraïne maakt me een nog opstandiger mens dan ik al dikwijls zijn kan. Biden noemt Poetin een slager en een oorlogsmisdadiger. Vindt een zekere (uitgestreken smoelwerk, Biblebelt) Hans ten Broeke van een voor mij onduidelijke commissie voor strategische nog wat vanuit een veilige Nederlandse tv-studio weer een domme zet van de Amerikaanse president. Wat zegt die lul van Ten Broeke: ‘Onverstandig van Biden, je moet Poetin geen stok geven om de hond te slaan.’ Op zo’n moment ben ik geneigd naar Hilversum te rijden en die studio van de wezenloze blondjes van Goede Morgen Nederland binnen te stormen. Je moet Poetin geen stok geven om de hond te slaan… Die Poetin vecht met zijn blote handen goddomme! Wel een dictator van Sierra Leone en Angola of noem maar een dwarsstraat oorlogsmisdadiger noemen, maar Vladimir van het Kremlin niet! Meten met twee maten. Zelfs na raketaanvallen op een kraamkliniek en kinderdagverblijf nog voorzichtig zijn met Poetin? En zie die staketsels (of beter: geraamtes) van uitgebrande flatgebouwen eens. Die vluchtelingenstromen, meer dan vier miljoen in nog geen vier weken van huis en haard verdreven, die volkomen getraumatiseerde Oekraïense mensen, vrouwen en kinderen vooral. Kocht onlangs in De Panne een boek over narcisme van de ervaringsdeskundige Nelly De Keye. Ik begon erin te lezen en hield niet meer op. Ik snap nu waar de uitdrukking vandaan komt dat de rillingen over je rug lopen. Narcisme is meer dan eigenliefde, het is het onvermogen op gevoelsniveau en gevoelstemperatuur te kunnen communiceren. Oppervlakkigheid. Het is chantage en geweld. Vernielzucht. En de schuld altijd bij anderen leggen.

Geen enkele relatie is veilig bij een narcist. Onberekenbaar gedrag. Kwaadaardig gedrag. Daarin bevrediging vinden. Narcisten missen een geweten. Het is de lust tot kwetsen en bezeren. En hoe meer ze hun prooi kunnen raken hoe erger ze worden. Liefde? Dat woord kent de narcist alleen maar van horen zeggen. Een stoornis. Een persoonlijkheidsstoornis. Een ernstige persoonlijkheidsbeschadiging welke meermaals schuilgaat achter charme en eloquentie. Ook Poetin moet, eenmaal afgepeld, een onzeker persoon zijn met een groot minderwaardigheidscomplex. Ze compenseren dat. Met grootheidswaan. En wij maar argumenten aandragen om te kunnen blijven toekijken. Poetin kent onze angst, een slechte raadgever, en blijft daardoor de rest van zijn dictatorschap met nucleair dreigen. Geopolitiek liggen we in de touwen. Ik begrijp niet dat we die Poetin niet terug meppen zijn eigen grondgebied op. Ik snap er geen snars van. De generaties na ons betalen het gelag, de prijs, een hoge prijs.

Heel die lafhartigheid en hypocrisie doen me bijna niet meer tv kijken. En maar praten, praten en nog eens praten als NAVO en EU. En maar vergaderen en nog eens vergaderen. En de boel maar zogenaamd diplomatiek voor je uit schuiven. Ik rolde van mijn stoel toen ik las dat ook de parlementsvoorzitters van de EU naar Brussel waren gegaan op te praten, te praten en nog eens te praten over Poetin. Ik zag onze kleuterklas juf Vera Bergkamp voor me. Een treurig beeld. Niet serieus te nemen. Vera Bergkamp in Brussel – het Kremlin schudde op zijn grondvesten. Tezelfdertijd bracht onze keuning in de Amsterdamse Pijp een werkbezoek aan de reclassering. Hij had het er heel gezellig, las ik. Was ook op de foto te zien. Moest aan ‘Pilsje Dirk’ van Koot & Bie denken. Dirk de landloper en zijn flesje bier in de hand. Onvergetelijke sketch. De keuning schijnt aan enkele veroordeelden heel belangstellend te hebben gevraagd hoe ze hun taakstraf ervoeren. Die taakstraf kwam sommige veroordeelden niet zo goed uit. De keuning begreep dat volkomen zoals je dat van een vorst mag verwachten. Nu is hij op onze kosten na de uitgestelde plechtigheden rond Philip in het VK. Die ondeugende broer van Charles is er ook. WA zal er wel weer een stommiteit begaan. En ondertussen boycot de gevaarlijke dwaas en narcist Baudet morgen de videotoespraak van de indrukwekkende Oekraïense leider Zelenski voor onze Tweede Kamer. Baudet vindt dat we ons niet moeten mengen in buitenlandse aangelegenheden en in de vredeskoers van Poetin. En als we dat al doen dan op zijn manier. Gelukkig is de oude rot Hiddema zijn hersens gaan gebruiken. En die andere senator ook. Al blijft het rijkelijk laat.

Hier zwijgt de spreker tot vrijdag half vijf verder stil. Hoe leggen we over tien jaar verantwoording af aan onze kleinkinderen! Hoe leggen we ze de knoeiboel uit die we van de wereld hebben gemaakt. J’accuse zullen ze die bekende Franse schrijver nazeggen. Émile Zola. Het proces Dreyfus. Hij, Zola, zou zich voor ons hebben geschaamd. Terecht. We zijn zwak. Hij draait zich om in zijn graf. Wij zullen tegenover de generaties ná ons Hans ten Broeke aanhalen. Maar we zijn allemaal Hans ten Broekes. Ondertussen is straks in Amerika de dynastie Trump terug op de troon. Ook zo’n lekker dier, die Trump. Twee narcisten, aanhangers van de manipulatie, en belust op een angstige prooi. Bij een klap voor hun muil zoeken ze hun mand. Maar we dansen om de hete brij heen. In Groningen geen seconde naar de tv gekeken en geen seconde naar de radio geluisterd. Geen krant gekocht. Alleen Georges Simenon. Een burgemeester in Veurne die alleen maar vijanden maakte en zijn grootste vijand was hijzelf. Ons rest de Dag des Oordeels. Wij mogen ons proberen te rechtvaardigen waar het onze overgeorganiseerde bureaucratie betrof die aan elk vermogen tot creatief handelen en improvisatie een rigoureus einde had gemaakt. Albanië aan de Noordzee. Wij mogen ons prepareren op het oordeel van de generaties ná ons. Het is geen opwekkend vooruitzicht. Ik moet trouwens toch nog eens uitzoeken of die collega nou een man of een vrouw was bij wie de ontslagen politieman zijn tong langs de oorschelp liet glijden en zo verder. Wellicht is er voor die ontslagen agent nog werk in België, net als voor Marc Overmars.

Nee, geen grap. Vrijdag 1 april. Wakker worden met een pak sneeuw in de tuin. Verslapen, voor het eerst sinds jaren. Vanwege de sneeuw die alle geluiden van buiten dempte. Las over een staande ovatie van dat spul op het Binnenhof voor Zelenski. Even later die dodelijke show rond die meelijwekkende schutteraar Hoekstra die zichzelf tot minister voor Buitenlandse Zaken heeft geparachuteerd namens een partij die al niet meer bestaat. Van de Hoekstra’s moet Zelenski het hebben, vinden ze in Brussel. De blondjes van de schoolkrant Goede Morgen Nederland bereiden zich voor op een luchtig afscheidsinterview met Wopke, zo willen de geruchten. Natuurlijk kiest Wopke voor de Goede Morgen Blondjes. Die kunnen niet interviewen. Die beheersen het onderwerp niet. Die stellen geen kritische vervolgvragen. Die zullen Wopke zijn speelkwartier gunnen.

En gaandeweg veranderde de woonkamer voor haar in één groot bloemencorso

Beste Johan,

Ik hoop dat het goed gaat met jou en Ellen. Ik kwam weer je blog tegen en las de artikels van de afgelopen jaren. Wat mooi geschreven, complimenten hiervoor. Je liefde voor Ellen is zo groot en waardevol. Jullie beiden gefeliciteerd met de tachtigste verjaardag van Ellen. Grandioos. Met vriendelijke groeten.

Elvan Simsek.

Ha die Elvan!

Je bent dé grote verrassing op de vele andere verrassingen die ons gisteren hier ten deel vielen bij de viering van de verjaardag van Ellen, een kroonjaar, 80, een mijlpaal, zelfs de meest optimistische neuroloog gaf ons weinig kans dat mijn liefste ouder dan 75 zou worden. Ja, 75, het zou al heel wat zijn als ze dát haalde. En nu dus 80. Ellen blijft verbazen. Parkinson in combinatie van Lewy Body, ze spreken bij LB van dementie maar ik blijf het op een syndroom houden, de beide aan elkaar gelieerde ziektes zijn nog steeds volkomen raadselachtig voor me. Ellen blijft ons allemaal verwonderen. God Only Knows zing ik met The Beach Boys, het album Pet Sounds, mee. Net als deze band uit de jaren ’60 verdient Ellen een symfonische ode. Want wie had gedacht dat ze het zó lang zou blijven redden, niemand toch! Het is karakter, doorzettingsvermogen, het is de wil om te leven, de thuissituatie, het zorgteam gelijk een philharmonisch orkest van de bovenste plank, en natuurlijk heel veel mazzel, ja laten we dat ook niet vergeten, heel veel mazzel. Soms zit ik er doorheen. Dan weet ik het even ook niet meer. Dan recht Ellen haar rug, om het maar eens zo te zeggen. Dat levert plaatjes op als hier beneden, als verderop in deze blog.

Wat ontzettend leuk om na zo’n lange tijd weer eens van je te horen. We zijn je nog altijd niet vergeten hoor. Klopte je tijdens je nachtelijke rondes door verpleeghuis De Ingelanden op de deur waarachter Ellen en ik lagen te slapen en trommelde jij mij het bed uit zodat jij als verpleegkundige samen met een assistente Ellen kon checken en zo nodig verzorgen. Drie uur ‘s nachts, zat ik half in mijn nakie slaapdronken op een stoel te wachten op het seintje van jou dat ik weer het bed in kon. Het was een privilege dat ik van de toenmalige directrice Sandra Kuijpers en afdelingshoofd Brigit gewoon mocht blijven slapen achter het cijferslot van de gesloten afdeling, maar eigenlijk had dat heel normaal moeten zijn geweest. Tijdens mijn lezingen, of hoe je ze noemen wilt, in het Leger des Heils zouden ze van getuigenissen spreken, tijdens mijn lezingen voor verpleeghuispersoneel en mantelzorgers in Vlissingen, Kerkrade en ook Dendermonde bij Brussel keken ze vreemd op dat ik ’s avonds niet naar huis hoefde als ik dat niet wilde. Men vond Sandra Kuijpers ongelofelijk vooruitstrevend. Dat was ze ook, helaas was zo’n overnachting nog geen usance. Dat zal nog wel zo zijn, veronderstel ik. Het protestantchristelijke Zeeland en het katholieke Kerkrade en Dendermonde waren er in elk geval nog niet rijp voor.

Toen ik Ellen op 1 november 2016 voorgoed terug naar huis haalde, had ik ’s morgens eerst nog even bij een kop koffie een afscheidsbabbeltje met de opvolgster van Sandra Kuijpers als directrice. Haar naam weet ik niet meer, het doet er ook niet toe. Die vrouw zei dat als Ellen gewoon in De Ingelanden was blijven wonen zij, die nieuwe directrice dus, meteen een eind zou hebben gemaakt aan mijn overnachtingen op de kamer van Ellen. Want zo sprak ze, gezonde mensen horen niet ’s nachts in een verpleeghuis, tenzij ze tot het personeel behoren. Dat had ik nog wel eens willen zien, dacht ik. Ik hield mijn mond, zeer tegen mijn gewoonte in. Ik hield mijn mond omdat ik dacht: ik ga Ellen zelf fulltime verzorgen in de thuissituatie maar misschien, nieuwe directrice van De Ingelanden, heb ik jou ooit nog eens nodig. Dus geen discussie over wat een chronische ziekte – en zeker dementie of een syndroom – met een huwelijk kan doen en hoe je de onderlinge verwijdering tussen echtgenoten kunt voorkomen.

Eigenlijk keek ik een beetje op die vrouw, fragiel op de stoel van Sandra, neer. Het was een manager die elke bevlogenheid miste. Ze had evengoed in een aardappelmeelfabriek in Oude Pekela kunnen werken. Of ben ik in de war met strokarton? Ik weet nog dat ik Ellen de allereerst keer naar het verpleeghuis bracht. Dat was nog in Nederhorst den Berg. Een verzorgende nam Ellen van mij over en zei dat ik gerust weer terug naar huis kon gaan en ze wenste me nog een plezierige dag. Ik moest werken in Tilburg en eigenlijk was het onverantwoordelijk om achter het stuur te kruipen en de weg op te gaan. Dat beeld van Ellen die met wat handbagage naar een kamer werd geleid. Keek ze nog even achterom? Ik weet het niet meer. Vreselijk. Sandra Kuijpers had dat goed begrepen. Geliefden, zoals Ellen en ik, moet je niet van elkaar scheiden, die horen bij elkaar, die willen elkaars hand vasthouden. En blijven vasthouden. Als Ellen niet op 1 november 2016 weer voorgoed naar huis was gehaald dan zouden we er nu geen van beiden meer zijn geweest. Ik ben daar niet voor honderd procent zeker van maar voor duizend. We waren beiden niet opgewassen tegen het verpleeghuisleven. Of verpleeghuisregime, zo je wilt. Te eigenwijs. Te onafhankelijk. Te kritisch. Wij geen mensen om anderen over ons de baas te laten spelen. En al helemaal geen passanten.

Ons – jij, Ellen en ik – bond een wederzijds respect. Een paar keer was je ook voor mij een luisterend oor, een klankbord. Ik kon mijn verhaal aan je kwijt. Ben ik je nog steeds dankbaar voor. Je had oog voor het verdriet van Ellen en mij. In 2014 startte ik de boekenreeks over het omgaan door Ellen en mij met die verdomde parkinson en Lewy Body. Sandra besloot bijna de gehele oplage op te kopen voor in jullie kerstpakket. Het ging om ‘Dankjewel voor je liefde’, het boek leverde ongekend vele en verschrikkelijk mooie reacties vanuit de zorg op. Had ik nooit verwacht. Het schrijven aan ‘Dankjewel voor je liefde’ was voor mij als een soort therapie begonnen. Ik weet nog dat tussen al die reacties er ook één van jou zat en volgens mij had je een flesje wijn voor Ellen en mij gekocht. Ja toch?! Het was voor ons heel fijn dat er mensen zoals jij in De Ingelanden werkten. Gedreven mensen, geen robots.

En toen ging je met zwangerschapsverlof. En daarna nog een keer, als ik me nog goed herinner. Ik hoop dat voor je kinderen een betere wereld in het verschiet ligt dan nu het geval is Elvan. Het beschieten van een kraamkliniek en kinderziekenhuis in Oekraïne vind ik wel zo’n beetje de meest gruwelijke misdaad van alle gruwelijkheden die ik kan bedenken. Perfide. En ja, ik las in je bericht het woord artikels. En meteen wist ik het weer: je was behalve Turks ook Belgisch. Kwam je niet oorspronkelijk uit Luik? Ja, je was Franstalig Belgisch. We redden het hier omdat we over een fantastisch huisorkest rond Ellen beschikken. Het is een geoliede machine met een overzichtelijke taakverdeling. Ellen heeft zelfs een eigen buddy bij de apotheek, Manal uit Iran. Ze heeft één keer per week fysiotherapie (van Max) en één keer osteopathie (van Leroy). Vaak koken Elly en Ber Wolf, je kent ze vanuit De Ingelanden, voor ons mee. Ik heb veel gedelegeerd maar blijf uiteindelijk wel aan de touwtjes trekken. Het is allemaal fantastisch georganiseerd. Een duikboot is er niks bij. Iedereen kent zijn of haar taak. Het stelt me in staat twee of drie keer per maand ergens een overnachting te boeken en als mantelzorger bij te tanken. Vaak in Valkenburg in Zuid-Limburg, Hotel Janssen tegenover de mergelgrotten en het huis, meer een kasteel, van een beroemde familie bouwmeesters. Pas geleden na bijna drie jaar terug in De Panne aan de Belgische zuidkust.

Daar zeer binnenkort weer naartoe. En me clinair laten verwennen door de Bourgondiër Ivan, ook uit Luik, de gerant in het restaurant van Hotel Cajou. Vandaar is het zes meter lopen naar het strand. Of de winkelstraat. De Panne ja. Net als in Valkenburg heb ik daar de nodige vrienden en bekenden zitten. Als ik voor een overnachting weg ben dan blijft de Afghaanse Diana bij Ellen. Zonder iemand ook maar een millimeter tekort te willen doen kun je stellen dat zij mijn allergrootste steun is. De vooruitgeschoven pion. Ze is als een dochter voor Ellen en mij. Gaat alles goed met je? Praat ons nog eens bij! Je verhuisde van Overvecht naar Leidsche Rijn. Heb het goed Elvan. Bedankt voor je verrassing op al die andere verrassingen bij de tachtigste verjaardag van Ellen. Gaandeweg veranderde onze woonkamer gisteren in één groot bloemencorso. Het leven leverde ons een gemene streek, maar we zijn en blijven gelukkig nog steeds ondanks alles rijk.

Lieve groeten van Ellen en mij.

Ja lieve Ellen, er zijn verrassingen. Nóg meer verrassingen. Als ik haar naam liet vallen dan reageerde je vaak. Zoals ook nu. Je reageert ook nu met je ogen. Dat is je taal geworden, je communiceert met je ogen. Ogen die een lach op je gezicht toveren. Ja lieve Ellen, er zijn verrassingen. Ik heb het over iemand die behoort tot de kring van mensen die je het meest dierbaar zijn gebleven. En ook mij. Ik heb haar opgespoord. Het laatste zetje gaf een boek dat ik onlangs in De Panne kocht. Ik stond er een hele tijd mee in mijn handen. Kopen of niet? Op mijn hotelkamer in Cajou kon ik niet stoppen met lezen. Een verhandeling van een Belgische schrijfster. Er zou veel meer gelezen moeten worden. Lezen zorgt voor verdieping. Ik heb haar gevonden, zoals ik zei. Niet die schrijfster nee, die interesseert me verder geen bal, en jou evenmin, nee de persoon, ach ik weid niet verder uit. Het was even een zoektocht. Ik heb haar telefonisch gesproken. Ik moest huilen toen ik haar stem hoorde. Die stem, de manier van praten, niets veranderd leek me. Ze komt binnenkort langs. Beloofde ze. We zaten nog altijd in haar hart. Haar naam onthul ik hier niet. Een G, meer zeg ik hier niet. Jou fluister ik heel intiem de rest in je oor. Het is mijn cadeau aan jou bij je tachtigste.

****
Lieve Ellen!! En Johan,

Van harte gefeliciteerd met je verjaardag!! Wat een schitterende mijlpaal die je toch maar eventjes hebt gehaald. Geweldig! Tachtig jaar ben je geworden , dankzij de geweldige zorg die om je heen staat. Wat zou ik graag in dat hoofdje van je willen kijken om te weten wat je meekrijgt van die lieve mensen, met Johan voorop! Misschien dat ik er over een poosje iets meer van ga begrijpen want mijn oudste kleinzoon is in opleiding voor neuroloog en is bijzonder geïnteresseerd in het brein. Maar voorlopig is hij even uitgeschakeld met dank aan corona. Ondanks drie prikken kreeg hij het voor de tweede keer, kwam in ‘ zijn eigen ‘ ziekenhuis in Düsseldorf te liggen , waar anderhalve liter vocht uit zijn longen werd gehaald. De volgende dag nog even een echo en daar zag de arts dat de helft van zijn lever was weggevreten. Hij bleek een parasiet van vossen te hebben opgelopen – dat kan tien tot vijftien jaar geleden zijn – dat levensbedreigend is. Komt het in je hoofd of milt dan is het einde verhaal! Gelukkig ontdekten ze het tijdens corona want hij had het niet overleefd. Hij krijgt nu een chemokuur om het parasiet te verwijderen en moet over een poosje in Ulm worden geopereerd aan de kapotte lever. Ben je 25 en lekker aan het werk…. Maar ik ben corona toch een beetje dankbaar! Dikke kus voor beiden. Nelly🥰🍀🎂👵🥰

Lieve Nelly.

Oekraïne voelt als familie, sprak onze premier. Maar veel meer dan het Westen nu deed kon het Westen niet doen. Hij trok zijn somberste gezicht. Beroepswegloper. Raar dat je je familie, of wat je als familie voelt, niet te hulp schiet op de wijze waarom die wereldster Zelenski vraagt. Diplomatie als schaamlap voor lafhartigheid. Moet je zijn lijkrede straks horen als Zelenski eraan gaat. Zijn we allemaal geschokt. Zo-even een ogenblikje naar mijn favoriete programma Goede Morgen Nederland gekeken. De meisjes doen hun best maar daar heb je wel alles mee gezegd. Het schoolkrantprogramma had Hoekstra heden aan tafel. Het presenterende meisje, van goede wil, dat weer wel, vroeg hem hoe hij Oekraïne beleefde, als minister, maar vooral ook als mens. Zijne excellentie schraapte zijn keel en de rest heb ik niet afgewacht. Ik had er meteen spijt van dat ik na drie dagen geen ontvangst mijn tv door Ziggo had laten maken. Ja, het snoer naar een aansluiting in de muur en vandaar naar een kastje in de meterkast vertikte het nog langer met al die geopolitieke deskundigen die viroloog Ab Osterhaus na de corona zijn komen aflossen. Die Ab ligt nu uitgeput op een strand van de Canarische Eilanden. Of Curaçao. Het Kremlin met zijn tsaar heeft corona verdreven. Uit het nieuws dan. In 1979 vielen de Russen Afghanistan bloeddorstig binnen. Het werd een guerrilla tegen de moedjahedien. Na tien jaar 15.000 dode Russische militairen. Een heel leger overlevenden kwam terug zonder armen en/ of benen. Ik ben zó voor een no-flyzone. Waar wachten we verdomme nog op! Maar over corona gesproken: dat is schrikken wat je schrijft over je oudste kleinzoon in Noordrijn-Westfalen. Nog maar 25 en dan dit. Anderhalve liter vocht uit zijn longen. Kapotte lever. Een parasiet van vossen. Misschien een stomme vraag maar hoe komt die jongen in hemelsnaam aan die vossen? Veel sterkte daarmee Nelly. Houd ons op de hoogte.

De tachtigste verjaardag van Ellen heeft me ook weer eens doen omkijken naar wat we zoal hebben meegemaakt na de diagnose parkinson in 2010 en de diagnose Lewy Body een jaar later. En toen die val en gebroken heup. De operatie. Een geslaagde operatie. Maar de patiënt nog net niet overleden. Wel een delier. We leden weer schipbreuk. Zaten we in het UMC met een klein clubje bij Ellen te waken. Zou ze het halen of niet? Dat moet in 2013 zijn geweest. Jij behoorde tot het kleine ploegje mensen dat elkaar afloste bij Ellen in het UMC. Jij was degene die op zondag iedereen kon berichten dat Ellen de zaak overwonnen had en weer op de dingen begon te reageren. Weet je nog? Natuurlijk weet ook jij dat nog. Twee weken later begon Ellen te revalideren in De Ingelanden. Ze was toen jarig. Ik mocht van de hoofdverpleegkundige van De Ingelanden maar een paar mensen uitnodigen voor een kop koffie en een gebakje. Anders werd het te vermoeiend voor de pas geopereerde (en net van een delier teruggekomen) Ellen. En ja hoor, wie stonden vooraan als ze de kans van mij gekregen hadden? Twee idioten, twee labbekakken, die zich voor bezoek aan Ellen in het UMC te oud vonden. Dat waken, dat lieten ze graag verwaand aan anderen over. Maar ze meenden als eersten recht te hebben op het mee vieren van Ellen d’r verjaardag op de revalidatieafdeling van De Ingelanden. Nee dus. De vrienden gingen voor. Voelden ze ook eens wat is was om afgewezen te worden. Het waren geen mensen voor communiceren op gevoelsniveau. Dat konden ze niet. Ze beheersten het niet. Ze leefden in hun eigen droomwereld. Schudde je aan ze dan zat je onder het stof. Ik ben blij dat ik van mijn vader heb meegekregen niet door iedereen zo nodig aardig gevonden te willen en moeten worden. Wie zijn geluk helemaal van anderen laat afhangen geeft zijn geluk weg. Nooit zal ik vergeten wie ons op cruciale momenten terzijde stonden en wie niet. De echte hulpvaardigen met empathie en compassie zitten bij Ellen en mij in het hart. Voorgoed. Love is all around her naar 3 x Wet en The Troggs. Nogmaals zeer bedankt voor je felicitatie aan Ellen, en aan mij. Een zoen voor jou van ons.

****

Hi Johan,

Zou je dit aan Ellen willen voorlezen? Hartelijk gefeliciteerd Ellen met jouw verjaardag! Voor mij ben je een heldin. Ik hoop dat je gezondheid zo stabiel blijft als nu! Het is vandaag een speciale dag voor je, en uiteraard ook voor Johan. Het is ontzettend fijn dat je ouder met deze ziekte mag worden. Ik hoor vaak hier aan de universiteit dat er over tien jaar genezing van parkinson moet kunnen komen. Ik hoop dat we dat meemaken zodat niet andere mensen overkomt wat jullie is overkomen. We hopen dat artsen deze ziekte ooit kunnen stopzetten, of afremmen, en wie weet ooit genezen. Je hebt nu geweldige mensen zoals Diana om je heen, inclusief Johan natuurlijk, die de persoonlijke verzorging heeft georganiseerd. Ik heb bewondering voor alles wat je man voor je doet. Je hebt een lieve man. Ik heb je boek gelezen, ‘Mam, kijk naar de sterren!’ En een ander boek: ‘Dankjewel voor je liefde’. Ik merk, ik voel die energie. Die voelde ik onder het lezen. En als ik bij jullie ben. Ik hoop dat je vandaag van het weer kunt genieten. Het is prachtig buiten. Ik zie je zondag❤️ En jou ook Johan, voor het Nederlands🙂.

Vriendelijke groeten, Helin.

En ja Helin, dat heb ik natuurlijk gedaan. Ik heb je brief voorgelezen. Ellen luisterde. Ze voelde deze dagen dat ze in het zonnetje werd gezet.

Op het gevaar af iemand te vergeten wil ik, eerst en vooral namens Ellen, ook de anderen bedanken voor hun bloemen, kaarten, mails, blouse en T-shirt, de bonbons en wijn bij de viering van Ellen haar tachtigste. Ik noem Diana, haar zoon Roman & echtgenote Erna, Elly & Ber, Wil, Charles, Moni, Niels & Ratjaë, Jan van Ewijk, Jan van den Heuvel, Wietske & John met bloemen in de Oekraïense vlag, Manal, Albert, Max, Hotel Cajou in De Panne, de monteur van Ziggo, waarom ook niet, bijna twee uur liep hij tussen de bloemen door naar de oorzaak te zoeken van de verdwenen tv-ontvangst, hij liet zijn koffie tot twee keer toe koud worden,

en, welja…. het ministerie van Volksgezondheid met een brief uit Eindhoven, Eindhoven?, het zal wel, een brief met de mededeling dat we hier oud genoeg zijn voor een nieuwe booster. We kunnen een herhaalprik komen halen. Misschien zijn jodiumtabletten momenteel nuttiger.

Dag Johan,

Ik wil je nogmaals bedanken voor de gezellige middag. Ik was onder de indruk van het mooie park, het Máximapark, de prachtige huizen eromheen, maar bovenal was ik erg geraakt te zien hoe Ellen reageert op prikkels van buitenaf. Ze gaf, zag ik, jou ook een kus terug! Geweldig. Ook vond ik het bijzonder mooi te zien dat Ellen in goede handen is bij Diana. Wat een fantastische zorg en vakvrouw. Moet voor jullie een geruststellende gedachte zijn. Chapeau!!! Ik heb inmiddels weer een aantal muzieknummers gedigitaliseerd, waarvan ik aanneem dat jij en Ellen daarvan zullen genieten, muziek uit de sixties voor in je auto ook naar Valkenburg of De Panne, en ik ga daarmee door om dat weer op stick te zetten. (Soms zet ik er stiekem één van mijn favorieten tussen). Mocht je binnenkort weer naar Tilburg komen dan vraag ik je om beide stickies mee te nemen om de aanvullende nummers op te zetten. We gaan dan ook eten in mijn favoriete restaurant, net over de grens in België. Houd daar dan ook even rekening mee.

Groet, Jan.

Afghanistan, Syrië en Moria allang weer vergeten? Lijken die mensen minder op ons? Mooie Oekraïne-avond maar het schuurt

Lieve Ellen, aan de vooravond van je tachtigste verjaardag. Die verjaardag vier je terwijl we in oorlog zijn, zoals je ook in oorlog werd geboren. Ja, we zijn in oorlog. Anders dan zó kun je niet kijken naar de beelden uit Kiev, Charkov en al die andere Oekraïense steden. Anders dan zó kun je niet aan kijken tegen de toestand in de wereld. Die is belabberd. Eindeloos leed. Mensen op de vlucht voor een proleet en zijn gedweeë instrumentarium. Op de dag af tachtig jaar geleden werd ternauwernood voorkomen dat een andere agressor, Japan, jouw geboortestad Bandoeng op Java bombardeerde en met de grond gelijkmaakte. Gedweeë Jappen in naam van hun keizer. Lieve Ellen vertel me, waarom maken wij zo’n verschil in vluchtelingen? Er is ook iets aan de Oekraïne-inzamelingsactie dat me niét zint. Huidskleur. Dat onderscheid. Anders zijn dan wij. Mijn vervolg op Babi Jar. Daar duizenden en nog eens duizenden executies aan de rand van een groot ravijn – omdat ze anders waren, joods, zigeuners.

We staan nog maar aan het begin. Het wordt nog vele malen erger dan nu al het geval in Oekraïne. Je hoorde het diverse deskundigen (militair en humanitair) zeggen gisteren tijdens de inzamelingsavond die meer dan 106 miljoen euro aan steun vanuit Nederland opleverde voor het vluchtelingenwerk in het brandende Oekraïne. En ondertussen liet de voormalige militair adviseur van een zekere Donald Trump vanuit zijn riool weten dat de Russen president Zelenski en zijn onschuldige Oekraïense volk nog veel te zachtzinnig aanpakten. Je wordt er stil van.

Te zachtzinnig aanpakten? Ja, Douglas Macgregor meende deze verschrikkelijke dagen vanachter een vals gebit te moeten uitbraken dat de Russen er gerust nog een schepje bovenop konden doen. Ze waren te slap begonnen. Douglas Macgregor? Was dat sujet niet de favoriet van het geboefte Donald Trump voor het ambassadeurschap in Duitsland. Het feest voor die twee ging niet door, omdat Berlijn geen moslimhater binnen wilde halen. Ach ja, Donald Trump. We zouden hem eens vergeten. We zouden hem eens uit het oog verliezen. Met hem nog in Washington zou het in Oekraïne nooit zo’n vaart gelopen hebben. Beweerde hij althans zelf. Het zieke brein vanaf een golfbaan in Florida. Gisteren werd bekend dat er wereldwijd de afgelopen twee jaar meer dan zes miljoen mensen aan corona zijn bezweken. Meer dan zes miljoen. Het aantal ligt volgens waarnemers aanzienlijk hoger. De cijfers zijn immers niet compleet. Maar zes miljoen volgens de officiële statistieken. De meeste doden vielen in de Verenigde Staten dat een zekere Donald Trump toen als president kende. Donald Trump die dweepte met Donald Trump en dat ongetwijfeld zal blijven doen.

Ondertussen wappert hier voor de derde achtereenvolgende dag de Oekraïense vlag vanaf het balkon. Het is iets, het is iets meer dan niets. Een gebaar. En 555 werd niet vergeten. Ook dat was iets, iets meer dan niets. Toch schrijnt het. Het schuurt en schrijnt tegelijk met een blik vol respect en bewondering op die ene hoek van onze woonkamer. De wetenschap van hun eigen achtergrond. Daar verzorgt de Afghaanse Diana Sharifi mijn kroonjuweel Ellen al meer dan 1500 dagen, ze loopt de marathon, Diana, en kijkt de jonge Syrische studente Geneeskunde Helin Al Muhammad toe.  Drie generaties. Drie generaties die oorlog in zijn hevigste vorm hebben meegemaakt. Ellen dankt het waarschijnlijk in hoge mate aan de onverschrokken luitenant-generaal Hein ter Poorten, bepaald geen dienstklopper, dat ze op 10 maart 1942, op een paar uur na tachtig jaar geleden, überhaupt ter wereld kwam. De lucht boven Bandoeng op Java was bezaaid met Japanse bommenwerpers. Als zwermen spreeuwen die ronkende bommenwerpers, waarvoor de moeder van Ellen zich  op advies van de plaatselijke overheid verstopte onder een tafel met een pan omgekeerd over haar hoofd. Een kordate Ter Poorten redde Bandoeng van de ondergang, want de Japanners zouden Bandoeng van de aardbodem doen verdwijnen als Nederland niet Java ter capitulatie opgaf en daarmee in feite heel Nederlands-Indië. Ter Poorten schonk, omdat er niets anders op zat, Bandoeng aan de Japanse agressor, wenste een massaslachting onder burgers te voorkomen, iets wat gouverneur-generaal Van Starkenborgh niet durfde omdat hij rugdekking zocht bij een koningin die op dat moment ver weg en onbereikbaar op een gazon in Londen aan de thee zat. Geen Zelenski was ze, Wilhelmina. Daar kunnen we kort over zijn.

Kerk, Koningshuis en Kapitaal. Ze komen telkens weer terug. Zo ook met de rol van de kerk in Rusland ten aanzien van het regime daar. De Russische kerk staat onvoorwaardelijk achter het Kremlin. De kerk als mede oorlogsmisdadiger met schending van het oorlogsrecht en de mensenrechten in bredere zin. Kerken hebben iets met regimes. Ze blinken uit in mee heulen. Ze schurken aan tegen de macht. Ze onderdrukken. Ze houden de mensen graag dom. Zie de Russische kerk. Lees Ruslandkenner Hubert Smeets. Ze hebben iets griezeligs, de kerken, overal ter wereld. Koningshuizen ook. Waar was het setje fuifnummer WA en M trouwens gisteravond tijdens de inzameling voor Oekraïne? Met wintersport in Lech? Op luxe dienstreis? Naar Griekenland met een boog om Moria? Koningshuizen hebben iets met foute regimes. Zo heel erg kieskeurig zijn ze in de regel niet. Kapitaal al evenzeer. De Zuidas. Altijd weer die verderfelijke drie K’s. Drie generaties dus in een hoek van onze woonkamer die oorlog met alle schendingen van mensenrechten aan den lijve hebben meegemaakt. Zoals Diana. Als jonge vrouw op een flesje water met twee kleine kindertjes onder de arm gevlucht vanuit haar schuilkelder in Afghanistan voor de Taliban. Nooit meer terug kunnen naar het land waar ze geboren werd en waar haar gesneuvelde vader begraven ligt. Zoals ook Helin, gevlucht uit Syrië – Helin Al Muhammad die als jong meisje meer meemaakte dan een gifgasaanval alleen. Een heel klein fragment van Helin gisteren over de mail naar ons gestuurd. Lees maar.

Hi Johan, 

Ik ben nu onderweg naar Utrecht. Ik ben vandaag blij. Ik ben blij omdat ik mijn vakken van de eerste periode geneeskunde heb behaald. Met mooie cijfers. Ik was vandaag zenuwachtig. Ik heb de resultaten gekregen van mijn begeleider aan de VU. Ze is best streng. Ik hoop dat ik dit traject geneeskunde succesvol zal afronden. Ik bevestig nog even mijn meeloopoefeningen met Diana. Daarna zal ik haar een paar keer vervangen. Ik zal dat doen met plezier en liefde. Als vrijwilligster! Ik zou meer dan twee dagen willen komen verzorgen, maar helaas is dat voor mij onmogelijk, omdat ik de geneeskundestudie en mijn vluchtelingentraject samen doe. Het is essentieel.  Vrijwilligerswerk hoort bij mij, ik doe het elk jaar. 

Met vriendelijke groet, Helin.

Vier jaar in Nederland, deze dame. Zie haar beheersing van de Nederlandse taal, nu al. Net als de beste studenten vroeger op de Erasmus en in Tilburg is het er één die je geregeld moet afremmen. Een 7 moet een 8 worden en een 8 een 9. En dan naar de 10. Helin in de voetsporen van Ellen en Diana.

Er is alle reden heel blij te zijn met alle Nederlandse steun voor Oekraïne. Die meer dan 106 miljoen is grandioos. Natuurlijk is die 106 miljoen fantastisch. Maar er is ook enige schaamte hier tegenover Afghanistan en Syrië. Schaamte tegenover oorlogsslachtoffers met zwart haar en een tintje. En juist naar die mensen gaat mijn hart uit. Zoals ook dat van Ellen. En onder tussen wappert de Oekraïense vlag nog steeds vanaf het balkon. Dat is het punt ook niet. Maar moet de oorlog zich in Europa afspelen om ons zo ruimhartig te betonen als jegens Oekraïne? Reageren wij anders als de slachtoffers meer op ons lijken? Wordt het voor ons pas echt menens als een ramp, militair en humanitair, in de eigen regio plaatsheeft? Laten we ons door dit soort gevoelens leiden? We hebben collectief gefaald bij de gebeurtenissen van vorig jaar in Afghanistan. Niet alleen Biden blunderde, ook wij deden dat. We zijn de luchthaven van Kabul kennelijk allang weer vergeten. We lieten onze eigen tolken in de steek. We lieten een heel volk in de steek. Daar in Afghanistan is nu aan alles gebrek. Er heerst hongersnood. Er zijn geen medicijnen. Vrouwen mogen behalve het baren van kinderen niets anders meer. Afghanistan mede door onze lafheid ver terug in de tijd, terug in de Middeleeuwen. Afbeeldingen van vrouwen in Kabul afgerukt en afgescheurd van de billboards. We zijn het vergeten. Het is vandaag Internationale Vrouwendag. We collecteren voor Oekraïne. En dat doen we goed.

We lieten Afghanistan in de steek. We zagen toe hoe wanhopige Afghanen op een vliegtuig klommen en zich vastklampten aan de romp. Zo ver lieten we het komen. Nederlandse ministeries maakten er een blamerende competentiestrijd van. Ze logen ons voor. Ze logen de Afghanen voor. Eén zo’n minkukel zit nu waarnemend burgemeester in Almere te spelen. Ze gaat door voor de Moeder van het CDA. Ank is haar voornaam, de rest ben ik vergeten. Of heb ik verdrongen. Een zwarte bladzijde. Ook in Syrië verzaakten we. Het was de ver-van-ons-bed show. Wie hoor je tegenwoordig nog over de vluchtelingenkampen in Griekenland? Wie praat er nog over Moria? Dat interneringskamp is meer dan smerig en vervuild. We hebben er geeneens een woord voor. We zijn heel selectief in onze naastenliefde. Wat niet wegneemt dat Zelenski nu al de Nobelprijs voor de Vrede verdient. Die moet hij niet postuum uitgereikt krijgen. Maar hoe selectief zijn we? Wat niet wegneemt dat we vrouwen en kinderen uit Oekraïne met open armen moeten ontvangen. Hotels, vakantieparken, kazernes, sportscholen, tochtige leegstaande gebouwen en zo meer worden al in gereedheid gebracht. Terecht.

De beelden elke dag weer spreken voor zich. Geweldig die 106 miljoen euro. Al mag het wel een pondje minder met BN’ers en hun te grote ego bij dit soort uitzendingen. Het krijgt steeds weer iets incestueus. Die Wendy van Dijk werkte op de zenuwen. Zo aanstellerig. Zo zonder overtuiging. Gold evengoed voor Dionne Stax. Het leek wel compassie acteren. Onze ‘sterren’, soms van hopeloze kwaliteit, konden zichzelf weer in de kijker flaneren. Ze zijn me te berekenend. Te on-echt. Te veel pantoffelhelden. Maak niet zo graag verschil tussen Bekende Nederlanders en Niet Bekende Nederlanders. Niet zo graag? Het ergert me. BN’ers, ze zijn er als de kippen bij zodra het om dit soort uitzendingen gaat. Gelukkig kwamen ze niet met een variant op het coronalied. Hoorde een oproep om te bellen, want dan kon het wel eens gebeuren, als je geluk had, dat je een oud-minister aan de telefoon voor Oekraïne kreeg. Een wat? Een minister uit Rutte III. Een aanbeveling? Worden wij voor debielen gehouden? Allesbehalve een aanbeveling, iemand uit het vorige kabinet vol brokkenpiloten. Viel ook die minister voor Oekraïne aan de telefoon niet op de toeslagenmisdaad? Speelde toen Afghanistan ook niet? In de categorie NIET Bekende Nederlanders zitten trouwens waarschijnlijk naar verhouding veel meer mensen die, als het er echt op aan komt, werkelijk iets waard zijn. Die hebben geen last van een te groot ego. Die doen nog aan zelfrelativering en zelfspot. Toch fijn die 106 miljoen. Maar er is OOK Afghanistan, Syrië, Moria. Die mensen lijken minder op ons. Het is niet onze regio. NOU EN? Nogmaals werp ik een blik op Ellen en Diana en Helin daar in die hoek van onze huiskamer. Ja bekende Nederlanders, er is meer dan Oekraïne. Hier kijken we daar in elk geval wél zo tegenaan. Voor ons zijn de vluchtelingen uit alle windstreken vluchtelingen die een bed behoeven.

****

Inderdaad Johan, hier kan ik het wel mee eens zijn. Hier heb je zeker een punt. En die BN’s ja, ze drongen zich weer naar voren. Ik kom straks Ellen alvast met bloemen feliciteren, als het jullie uit komt. Albert Schuurmans.

Niet naar die uitzending van die inzamelingsactie gekeken, Johan. Bewust niet. Uit eerdere ervaringen weet ik dat mijn tenen er nog krommer van zouden zijn geworden dan ze nu al zijn. Ik verdraag zulke tv niet. Jan van Ewijk.

Leroy is met zwangerschapsverlof. Of hoe noem je dat bij een man die op het punt staat vader te worden. Diana coördineert de fysiotherapie van twee keer per week, Leroy en Max, nu vervangt ze zelfs Leroy, net als in zijn vakantie. Voor Ellen staat daarmee ook haar Oudejaarsavond op het punt van beginnen. Ellen in de volkomen ruststand.

Babi Jar weer het middelpunt van barbarij, nu vanuit het Oosten

Ik, Anatoli Koeznetsov, ben geboren en getogen in Kiev. In het stadsgedeelte Koerenjevka, in de nabijheid van de grote kloof, waarvan de naam destijds alleen de plaatselijke bevolking iets zei: Babi Jar. Het was het speelterrein van mijn kinderjaren en wat dies meer zij. Later werd dit ravijn opeens, van de ene op de andere dag, wijd en zijd bekend. Ruim twee jaar lang was het verboden terrein dat, binnen een prikkeldraadversperring onder hoogspanning, een concentratiekamp herbergde. Borden waarschuwden dat er zou worden geschoten op iedereen die zich in de buurt waagde. Ik, Anatoli Koeznetsov, ben er zelf eens binnen geweest, in het kantoor dan, niet in het ravijn zelf, anders zou ik dit boek niet geschreven kunnen hebben. Op gezette tijden hoorden we onophoudelijk mitrailleursalvo’s: tra-ta-ta, tra-ta-ta. Twee jaar lang heb ik die mitrailleursalvo’s dag in dag uit gehoord en ik hoor ze nog steeds knetteren. Aan het einde van het tweede bezettingsjaar van de Tweede Wereldoorlog steeg er een zware, vettige walm boven het ravijn op. Een week of drie hield het walmen aan. Toen de Duitse troepen uit Kiev verdreven waren en alles voorbij was, ging ik er met een vriendje op uit om te onderzoeken wat daar zoal was achtergelaten, ook al waren we erg bang voor landmijnen. We hebben het over een enorm ravijn, majestueus in feite, gelegen tussen drie woonwijken van Kiev: Loekjanovka, Koerenjevka en Syrjets. Een in vodden geklede oude baas met een jutezak waagde de oversteek van de ene kant van het ravijn naar de andere. ‘Opa’, vroeg ik hem, ‘hebben ze hier de joden neergeschoten of is dat verderop?’ De oude man stond meteen stokstijf, nam mij op van kruin tot zool en zei: ‘En hoeveel Russen, Oekraïners en andere nationalisten zijn hier wel niet vermoord!’ En hij liep door.

Ik, Anatoli Koeznetsov, vervolgde mijn weg. Op een helling graasden geiten en drie jonge herdertjes van zo’n jaar of acht waren ijverig bezig om met hamers stukken kool los te werken en die klein te slaan op het blok graniet. We liepen op de herdertjes af. De kool was korrelig en bruinig van tint, zoiets als een mengsel van locomotiefas en houtlijm. Een van de jongetjes haalde iets uit zijn broekzak tevoorschijn en liet het op zijn handpalm op en neer wippen. Het was een klompje half gesmolten gouden ringen met een of ander bijmengsel. We vonden even verderop gave beenderen en een verse, nog vochtige schedel en klompen zwarte as in het grijze zand. Ik raapte een stuk zwarte as op dat zo’n twee kilo woog. Ik nam het mee en bewaarde het. Het was de as van vele mensen, je zou het een klomp internationale as kunnen noemen. Het woord ‘documentaire’ in de ondertitel van dit boek houdt in dat ik alleen maar authentieke feiten en documenten aanvoer en dat geen greintje literaire opzet nastreef. Met andere woorden: alles in mijn boek is de zuivere waarheid. Mensen aan wie ik wel eens gedeelten van de geschiedenis van Babi Jar vertelde, waren unaniem van mening dat ik er een boek over moest schrijven. En met het ouder worden, raakte ik er ook zelf meer en meer van overtuigd dat dat de plicht was van mij, Anatoli Koeznetsov.

Een boek aan de hand van de feiten zoals ze zich hebben voorgedaan in de Tweede Wereldoorlog tussen drie woonwijken van de Oekraïense hoofdstad Kiev. In mijn tijd als docent journalistiek vroegen ze mij, schrijver van deze blog, eens in een interview naar het mooiste boek dat ik ooit in mijn leven gelezen had. Mooi, antwoordde ik, moet dan in een iets andere context worden gezien, mooi in de zin van indrukwekkend en verbijsterend en dus om nooit meer te vergeten. Zonder ook maar een paar tellen te hoeven nadenken noemde ik Babi Jar van Anatoli Koeznetsov. Ik vertelde mijn interviewers, het waren er twee, hoe ik aan het boek Babi Jar was gekomen. Dat was aan het begin van de jaren ’80. Ellen bracht het mee toen ze bij me introk in het kleine appartementje zo groot als een luciferdoosje in Amstelveen. Het boek was van de vader van Ellen geweest en het had zowel voor hem, haar vader, als voor haar een bijzondere betekenis. Nooit Meer Oorlog, al genoeg geleden in Indië. Anatoli Koeznetsov sluit met zijn indringende vertelkunst zijn boek af met: De problemen van Babi Jar hangen als een zwarte onweerswolk boven de mensheid. Die onweerswolk is nog niet afgedreven. Het is niet te voorspellen in welke vorm de haat en terreur zich opnieuw aan ons voor zullen doen en onder welke namen de nieuwe Buchenwalds en Hirosjima’s, die nog in het verborgene liggen, zich aan ons gaan openbaren. Er is, schrijft Koeznetsov, niets kostbaarders ter wereld dan een mensenleven. Wij dienen dat te beschermen. Fascisme, geweldpleging en oorlog moeten voorgoed verdwijnen. De sporen daarvan dienen alleen bewaard te blijven in boeken over het verleden. Ik, Anatoli Koeznetsov, ik sluit zo’n boek over het verleden hiermee af en wens u vanuit Kiev vrede.

En daarmee eindigt Babi Jar. Het boek althans. Met een vredeswens. Een schreeuw bijna om Nooit Meer Oorlog. Een vredeswens van een schitterende Oekraïense auteur vanuit Kiev meer dan een halve eeuw geleden. Niets kostbaarders ter wereld dan een mensenleven. Het kostbaarste boek van de vele kostbare boeken die hier thuis met z’n alle, een hele collectie, als een bibliotheek, een hele kamerwand, en meer nog dan die wand, in beslag nemen. Alleen al op 29 en 30 september 1941 werden in het ravijn van Babi Jar in Kiev 33.771 joden door de Duitsers geëxecuteerd. Bijna 34.000 joodse medemensen in twee dagen tijd. Het grootste en belangrijkste Holocaust museum met monument ter wereld, ter waarde van 80 miljoen dollar, herinnert aan de genocide. Deze week besloot Poetin tot een raketaanval op de centrale televisietoren van Kiev. Het vrije woord moest de nek worden omgedraaid. Er vielen doden. Dicht in de buurt van de centrale televisietoren het Babi Jar museum met monument. Het werd beschadigd. Het werd door een Russische raketaanval geschonden. Het Kremlin schond de geschiedenis. Het zegt misschien iets, of zelfs veel, over het historisch besef van de heer Poetin. Hele volksstammen hechten waarde aan de geschriften van de Franse apotheker en vooral astroloog Nostradamus uit de tijd van de Renaissance. Veel van diens voorspellingen is is in de loop der eeuwen griezelig nauwkeurig uitgekomen. Zoals Napoleon en Hitler. Zoals de beide Wereldoorlogen. En zoals de stormachtige opkomst van China en de Chinezen. Nostradamus kent vele volgelingen. Wat 2022 betreft voorzag hij een jaar van een zware oorlog in Europa, ban mensen op de vlucht, onmetelijke vluchtelingenstromen, hongersnood en een herhaling van de vreselijkste hoofdstukken uit de wereldgeschiedenis. Babi Jar, de Holocaust, Kiev, Oekraïne. Europa in het ravijn. En de hoop dat die geweldige, onverschrokken president blijft leven. Hij is een voorbeeld!

Epiloog.

Hoe zullen volgende generaties over óns oordelen als we, na bijvoorbeeld óns smartelijk falen in Afghanistan, dat vliegtuig in Kabul en die wanhopige mensen die zich vastklampten aan de romp – vertel me, hoe zullen volgende generaties over óns oordelen, als we de verwoesting van het soevereine Oekraïne en de humanitaire crisis daar geen halt toe roepen met meer dan praten en sancties? Zullen we ermee wegkomen als er straks geen Oekraïne meer bestaat, of anders één verschrikkelijk groot concentratiekamp onder marionetten, en wij slechts roepen: We konden niet anders, arme Oekraïeners, maar jullie waren geen lid van de NAVO.’ Gaan volgende generaties dan het gelag betalen en openlijk excuses voor óns maken, zoals de overheid het namens óns pas geleden deed in de richting van bijvoorbeeld Indonesië? Zo maar een vraag.

****

Indrukwekkend je blog over Babi Jar. Had nog nooit gehoord van Anatoli Koeznetsov noch over zijn boek. Op CNN zag ik een reportage over de aanval op die tv-toren en het Holocaust-museum daar. Om van te rillen en misschien wel te janken. Gisteren ben ik begonnen aan het boek Aleksandra van Lisa Weeda. Gaat over Oekraïne en met name Loegansk. Genomineerd voor de Libris-literatuurprijs. In het voorwoord een deel uit de dankrede van Svetlana Alexijevitsj, toen zij -als Wit-Russische- in 2015 de Nobelprijs voor Literatuur ontving. “Ik durf te zeggen dat we onze kans van de jaren negentig hebben gemist. Bij de keus tussen een sterk land en een waardig land, waar het goed leven is, werd gekozen voor het sterke. Het is weer de tijd van de kracht. Russen vechten tegen Oekraïners. Tegen hun broeders. Mijn vader was Wit-Rus, mijn moeder Oekraïens. Zo is het bij velen. […] Een tijd van hoop is vervangen door een tijd van vrees. De tijd loopt achterwaarts. ” Zoals je weet ben ik driemaal in Oekraïne geweest. Ik trek me de gang van zaken daar meer dan gemiddeld aan, vermoed ik. Hoewel de oorlog nu (met alle vluchtelingen) de Nederlandse bevolking meer lijkt te raken dan recent met Afghanistan.

Jan van Ewijk.

Reactie van Mireille Pacheco van de Rabobank. ‘Las uw blog en ben me meteen in Babi Jar gaan verdiepen. Dit hoofdstuk van de geschiedenis kende ik niet. Het maakte heel veel indruk op me. Bedankt.’

Als behalve Ter Poorten ook de Gurkha’s er eens niet waren geweest

Terug in De Panne. Terug op het strand met al die mooie herinneringen, van een bruin leven vooral ook. Zoete herinneringen aan Ellen in haar speciale rolstoel langs de vloedlijn bijvoorbeeld ook. Terug in De Panne na pakweg tweeënhalf jaar. Een nog goeddeels verlaten strand. Half februari. Wat kun je half februari meer verwachten dan schoonheid. Een kouwe wind en een voorzichtig en verlegen zonnetje. Een prachtig weerzien van oude bekenden zowel in als om hotel Cajou. De supermooie kledingzaak van de man uit Bangladesh bijvoorbeeld die ik meestal bij binnenkomst alvast mijn portemonnee aanreik. ‘Je treft het, speciaal voor jou een okergele broek daar links in de hoek. Hoe oud ook alweer? Welnee, dat geloof ik niet. Jonger toch? Ouder dan zestig geef ik je niet. En die okergele maakt je vijftig.’ Het diner ’s avonds in Cajou bij de massieve gerant Ivan uit Luik? Een feestje. Ja dubbel en dwars een feestje. Joyeuze bediening. Bourgondisch tafelen. Rode wijn op kamertemperatuur in de mooiste, bolle, opgepoetste kristalglazen. Ivan is een gastheer in optima forma. Nog steeds gebakken kalfszwezerik op de kaart maar nu in een andere creatie. Ivan was het die in 2017 en 2018 steevast de rolstoel bij de lift van Diana of mij overnam en tussen de tafels van zijn altijd drukke restaurant door ‘mevrouw Ellen’ in stijl naar haar ereplaats manoeuvreerde voor diverse culinaire hoogstandjes. Ach waarom geen Ellen meer aan de Zuid-Belgische kust? Het is het lot. Het kan niet meer, de parkinson verhindert het inmiddels. Het boek Revolusi van de Belg David van Reybrouck deze dagen mee naar De Panne als kameraad. Was ermee in goed gezelschap. Verslonden de hoofdstukken over de Gurkha’s. Tot op het strand aan toe. Hebben zij voorkomen dat Ellen niet ouder dan vier zou worden? Dankt Ellen behalve aan Ter Poorten ook haar leven aan de Nepalezen en Bengalen? Het lijkt er verduveld veel op. Met het opsporen van ooggetuigen in Japan, Nepal, India, het VK en Nederlandse woonwijken geeft de cultuurhistoricus David van Reybrouck zijn visitekaartje af en zijn lezer inderdaad het gevoel op de huid te zitten van de geschiedenis. Het is magistraal.

****

Als de voor ons zo lang onbekend gebleven luitenant-generaal Hein ter Poorten er eens niet was geweest op 8 maart 1942. De Japanners zouden met hun bommenwerpers als zwermen vogels de Javaanse stad Bandung volledig van de wereldkaart hebben weggevaagd, met al zijn bewoners erbij. De ouders van Ellen en haar twee broers zouden het vermoedelijk niet hebben overleefd, en Ellen zou nooit geboren zijn. Niet althans als er niet een man met een rechte rug als Ter Poorten was geweest. Het staatshoofd zat veilig in Londen en wist eigenlijk van haar gezond niet af. En tegelijkertijd de vraag: zou Ellen als peuter nog levend uit het interneringskamp van Ambarawa zijn gekomen als in haar vierde en vijfde levensjaar de Gurkha’s er niet waren geweest? Waarschijnlijk niet nee. Met ingehouden adem lees ik verder en verder in Revolusi op het strand van het Zuid-Belgische De Panne. Het strand is nagenoeg leeg. Een stilleven bijna. Februari, wat heeft een mens te willen. Koud. Een straffe wind. Een schraal zonnetje bij vriezend weer. Achter glas is het net te doen. Achter me hoor ik de tram. De kusttram uit Knokke. Hij knarst. Hij schraapt en krast zich een weg langs het winkelend publiek en het beton van de uitgehongerde projectontwikkelaars naar de eindhalte op een paar kilometer voor de Franse grens. Opgewonden krijsende meeuwen loeren naar het stokbroodje met krabsalade voor vier euro van de traiteur om de hoek. Elk moment kan je een duikvlucht van die meeuwen verwachten.

Maar enfin, de atletische en elastische Gurkha’s. Ze woonden in Brits-Indië op grote hoogte maar leefden er op grote diepte. Bestaansdiepte wel te verstaan. Ze voerden elke opdracht uit, ongeacht welke. Ze vroegen nooit naar het waarom. Ideale soldaten kortom. Japan had in augustus 1945 de oorlog in Zuidoost Azië verloren. En hoe slecht het voor de Europeanen en de Indische Nederlanders ook allemaal geweest mocht zijn, en het wás een verschrikking geweest, het werd nóg beroerder en nóg een stuk gevaarlijker na de De Bom en de capitulatie van Japan. De revolutionaire Indonesiërs, onder wie vooral ook de vloedstroom aan jongeren uit de kampongs, de Pemoeda’s, roken hun kansen op het afschudden van het kolonialisme en op zelfbeschikking. Gaf ze eens ongelijk. Ze voelden dat ze de tijd in de internationale publieke opinie en diplomatie mee hadden om van hun Nederlandse overheersers en uitbuiters af te komen. Veel wrok jegens de immer in rangen, standen en huidtint denkende en handelende Europeanen. De fundamenten van het kolonialisme. Niets dat zo mooi en lieflijk kan ruisen als bamboe, idylle kortom, de Pemoeda’s wisten van de stengels van dit gewas (niet te dik, niet te dun, er tussenin) dodelijke steekwapens te maken met een vlijmscherpe punt, zeker als die punt eerst nog even kort in een walmend vuurtje was gehouden. De Bersiap werd voor de totoks en Indische Nederlanders een nóg verschrikkelijker en een nóg gevaarlijker episode dan de Tweede Wereldoorlog onder de gesel van de extreem sadistische jap al was geweest. Aan het Britse leger de taak het westers gezag in de Indische Archipel te herstellen en het waren de Gurkha’s, thuis altijd blootsvoets en met slechts een lendendoek om, en een doek tot een mutsje gevouwen, die de interneringskampen moesten bevrijden ter voorkoming van een volkerenmoord. Maar al te vaak ging het met blote handen.

De Gurkha’s! De naam werd gebruikt om alle Brits-Indiase troepen mee aan te duiden. Soldaten afkomstig uit Nepal, vooral daarvandaan. Voornamelijk Nepalezen. Er zaten ook Bengalezen tussen. Ze hadden niet meer bij zich dan een rugzak met een kleine tent en een dekentje. Ze konden vechten als geen ander. Ze beschikten over de kukri, een dik en gebogen hakmes van een halve meter lang, veel zwaarder dan het Japanse samoeraizwaard en de Javaanse klewang. De kukri werd altijd links gedragen. Een houw of stoot van de kukri, een wond in nek, buik of arm, het was altijd ernstig. De Gurkha’s ontwapenden op Brits bevel, en met op de achtergrond de beverige instemming vanuit Den Haag, de Japanners en schakelden die niet veel later in tegen de Indonesische vrijheidsstrijders, vaak kinderen nog. Die kinderen – en Ellen kon zich dat nog heel lang herinneren – smeerden zich in met alle denkbare vettigheden, niet alleen olie, om voor alles en iedereen ongrijpbaar te blijven. Aalvlug en aalglad die Pemoeda’s. Ik hoor het Ellen weer zeggen. Ze klommen met de klewang tussen hun tanden fanatiek en bloeddorstig tegen de buitenwanden van de interneringskampen op en hoefden maar te springen om de totoks en Indische Nederlanders uit te roeien. De Gurkha’s voorkwamen erger. Onverschrokken. De herinnering eraan drong zich bij Ellen op latere leeftijd weer op. Ze sprak erover voor haar boek ‘Mam, kijk naar de sterren’. Nog steeds vormen de Gurkha’s de meest doorgewinterde gevechtseenheden van het Britse leger. Een aantal loopt rond met de hoogste militaire onderscheidingen. In Revolusi , het meesterwerk van de Belgische auteur David van Reybrouck, een verbluffend goed boek dat deze dagen ook het strand van De Panne mee op ging – in Revolusi vertelt Van Reybrouck dat hij in Nepal enkele Gurkha’s vond die aan de bevrijding van Ambarawa hadden bijgedragen. De laatste ooggetuigen. Getuigen uit de eerste hand. Ze maken de geschiedenis tastbaar. De Belgische cultuurhistoricus, maar ook archeoloog en schrijver, vond de bijna honderdjarige Lal Bahadur Khatri in zeer karige omstandigheden. Met een verweerd gezicht zat hij uitdrukkingsloos op een bergtop naast een geit. Diens getuigenis: ‘Bij Ambarawa zaten Europeanen gevangen. Meer dan achtduizend Nederlandse vrouwen, kinderen en oudere mannen werden er bevrijd. We troffen ze meer dood dan levend aan, volkomen uitgeput.’

De Gurkha-kant horen we van een Belg, van David van Reybrouck die al opzien baarde met zijn fantastische boek over de gruwelen in Congo. En Lal Bahadur Kattri: ‘De gevangenen waren zeer gelukkig toen wij kwamen. Maar ze zagen er zó verschrikkelijk mager uit! Volkomen uitgehongerd. Ze kregen geen eten in het kamp. En ook hun kleren waren zeer oud. Het katoen was versleten, de kleuren waren grauw. Maar ze waren blij. Ik was dankbaar dat ik die mensen kon helpen. Ik weet niet wat er daarna met hen is gebeurd. Gingen ze terug naar huis?’ En nummer 3, Purna Bahadur Chhetri, ook bijna honderd, wist zich nog te herinneren dat ‘die we uit de gevangenissen haalden naar schepen gingen.’ Aldus een passage in Revolusi. De bevrijding van de vrouwen- en meisjeskampen ging met veel geweld en veel bloedvergieten gepaard. Het was ook één en al chaos. Ooggetuigen noemden het een wonder dat het aantal doden niet veel hoger was geweest. Er heerste op Java volkomen rechteloosheid. Soekarno en Hatta hadden het revolutionaire straatvolk niet meer in de hand. Ze waren de regie volledig kwijt. Op Java was de Republiek uitgeroepen. De mensen hitsten elkaar op. De Nederlandse overheid keek aan de andere kant van de wereld toe, beschouwde Nederlands-Indië als haar logische en van God verkregen eigendom, en kwam juist een beetje bij van de Duitse overheersing. Een eigen Nederlands leger was er niet meer, daarom de Britten. Bij de bevrijding van Ambarawa en Banjubiro kwamen ook man-tegen-mangevechten voor. De Gurkha’s die Van Reybrouck interviewde, spraken stuk voor stuk van een ware helletocht. De Pemoeda’s doodden met handgranaten zo’n veertig Nederlandse vrouwen en kinderen. ‘We moesten schieten om die kampen te bereiken’, vertelde in Nepal een bedeesde Khamba Sing Bura aan David van Reybrouck. Straatarme Nepalezen en Bengalen tegen straatarme Javanen. Het lot had de arme drommels tegenover elkaar gebracht. Ze schreven geschiedenis, beide partijen. Khamba: ‘De Pemoeda’s vluchtten weg. We lieten ze lopen. We moesten de kampen bevrijden. Er zaten zoveel vrouwen met hun kinderen opgesloten in die gevangenissen. Ze waren graatmager en smeekten ons om eten. Geraamtes troffen we aan.’  En ja, lees ik verderop in Revolusi, de vrouwen en kinderen in de Javaanse interneringskampen waren er zo verschrikkelijk slecht aan toe dat ze gesmolten kaarsvet met gras aten. Hoe kwamen ze eigenlijk aan kaarsvet? Of is dit een wat al te domme vraag?

Lal, Purna en Khamba riskeerden hun leven om Nederlandse geïnterneerden, onder wie Ellen en haar moeder, te bevrijden. Sommige Gurkha’s werden na terugkeer krankzinnig door wat ze als huursoldaten allemaal hadden meegemaakt. De verhalen zijn schrijnend. Maar staat er ergens in Nederland een standbeeld voor ze? Ergens in Nederland een plaquette? Een straatje of steegje vernoemd naar de Gurkha’s? Heeft de Nederlandse overheid de Gurkha’s ooit bedankt? Niets van dit alles. Integendeel, concludeert Van Reybrouck galbitter. Niet zo lang geleden noemde een gezaghebbende Nederlandse studie het Britse optreden en dat van de Gurkha’s – de meesten hindoes of boeddhisten, in de kern vredelievend – in de chaotische maanden ná de capitulatie van Japan nog ‘catastrofaal’. Je moet maar durven. De blinddoek regeerde. Ja, de leefwereld van het Nederlands kabinet en de koningin bevond zich heel ergens anders dan in hun hersenpan. Het realisme was ver te zoeken. Het beeld van de veranderde wereld evenzeer. Schermerhorn (al was die van de dialoog, en had hij hersens, en probeerde hij die ook te gebruiken, net als de partijloze Jonkman), Beel van de katholieke KVP die meer en meer een hardliner werd, en al die anderen, laten we de protestant-christelijke oud-premier Gerbrandy vooral niet vergeten en de god vrezende en dienende oud-opperbevelhebber van de strijdkrachten Winkelman niet, en evenmin de vrome oud-minister voor Koloniën Welter – ze dachten allemaal nog in VOC- heerschappij. En de tijdens de Duitse bezetting in Nederland zo bewierookte Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema. Hij bleek een wolf in schaapskleren. Het was voor de christelijken onder hen Kerk, Koningin en Kapitaal. Het behoud van de inkomsten uit olie, tabak en specerijen was voor hen ook na 1945 vele malen belangrijker dan de veiligheid van de totoks en Indische Nederlanders in de Archipel en belangrijker dan de tijdgeest die in alles wees op het einde van het kolonialisme en de koloniën. Iedereen was Nederland al voorgegaan. Al weer eens bij de laatsten. Nederland was zo bezeten van koloniale machtshonger dat het zijn leger na 1945 van structureel excessief geweld gebruik liet maken. Politiek Den Haag was op de hoogte. Kerk, Koningin en Kapitaal. Altijd weer die drie K’s. Hardleers. Vooral de katholieken en protestanten, de sociaaldemocraten minder, en de communisten in Holland dat al helemaal. Hardleers het grootste deel van de Nederlandse politiek. Hardleers de meerderheid. Net als met de afschaffing van de slavernij, een eeuw eerder. De vertelkunst van de cultuurhistoricus Van Reybrouck is zinderend. Ik zeg het de recensent van Trouw graag na. Zinderend en indringend. Zo hadden we destijds op de hbs geen vaderlandse geschiedenis gekregen.

In De Panne krijg je hem er als souvenir bij: de rond 1900 gebouwde wijk van vader en zoon Dumont, twee architecten van wereldfaam. Middenin de duinen en recht op zee af. Elke laan is fotogeniek. Het ene stulpje na het andere. Volkomen rustiek. En aangenaam bombastisch. Welja, en in deze blog ook maar vier foto’s uit een nog tamelijk recent verleden. Een verleden dat op het netvlies staat geëtst. Ellen in De Panne. Met ook Diana. ‘Ik moet ook gauw maar weer eens teruggaan naar Cajou. Bestaat het Afghaanse restaurant Pammier recht tegenover Bruno van Cajou ook nog steeds? Wat vierden we ook daar, bij Pammier, een mooie verjaardag van Ellen met al die Afghaanse gerechten.’ Dat deden we. De keuken van Pammier had overuren gemaakt. En bij gebrek aan Nederlandse deelname aan het WK van 2018 die superwarme zomer maar opportunistisch overgelopen naar de Belgen. Hazard en andere krijgers die met hun gouden voetbalgeneratie zelfs de Brazillianen uit het toernooi kegelden. Polonaise volgde door de straten van De Panne naar de boulevard toe.

De Panne in mozaïek. De hemel zij geprezen dat we dit nog mochten meemaken. De reddingsbrigade van De Panne leverde ons de speciale stoel met strandbanden. En terugkijkend naar deze beelden en op de verdere gebeurtenissen: wat een zege dat Ellen toen al niet meer een verpleeghuisbewoonster was. Het eerste onderzoeksrapport naar kabinet en OMT in de coronacrisis is vernietigend waar het de aandacht voor de verpleeghuizen betreft. Het ministerie van Volksgezondheid verzaakte aangaande de verpleeghuizen waar de bewoners bij bosje stierven, door corona maar ook door eenzaamheid. Of een combinatie ervan. Het ministerie van Volksgezondheid had zijn zaakjes niet op orde. Ze hadden het niet begrepen, Rutte, De Jonge en het OMT.
Vakantie in De Panne. Een week lang elke dag de temperatuur naar bijna dertig graden, en er wel eens dik overheen.
Ellen die haar verjaardag in De Panne vierde.
Elke zaterdag markt in het centrum van De Panne. Bloemen, kaas en gebraden kippetjes kakelend aan het spit. De rol van Diana hoeft niet verder uitvergroot. Als zij er eens niet was geweest voor ons… Het zou wellicht anders zijn gelopen. Hoe hadden Ellen en ik het proces van parkinson dan zo lang het hoofd kunnen bieden.

Ach die hoed, die Belgische hoed past ons allemaal. Zeker als Nederland te korte beentjes bleek te hebben gehad om het wereldpodium te beklimmen. Voor even een Belg. Met hoteleigenaar Bruno aan de Meeuwenlaan. Toch voor alle zekerheid maar een oranje korte broek. Elk opportunisme dient begrensd. De Panne installeert weer zijn grote scherm in afwachting van de confrontatie ’s avonds met Japan. Ze verloren weer, de jap…

Dankt Ellen haar leven aan luitenant-generaal Ter Poorten?

Je kunt een kind uit een oorlog halen, maar je kunt nooit een oorlog uit een kind halen. Ik ken zelf die realiteit. Helaas wel. Het lijkt mij een ontzettend fijn gevoel dat je in een oorlog geluk hebt. Het is bijzonder dat je bent beschermd door een ander, die luitenant-generaal. Iedereen verdient het om te leven. Speciale groet voor Mooie Ellen.

De Koerdisch-Syrische studente Geneeskunde aan de VU, vier jaar in Nederland nu, Helin Mohammad (22 en taalstudente bij Het Gilde Utrecht).

**

Het werd een sombere bijeenkomst, die avond van 8 maart 1942 op het vliegveld van Kalijati. Gouverneur-generaal Van Starkenborgh en luitenant-generaal Ter Poorten waren gesommeerd te komen onderhandelen met generaal Imamura, bevelhebber van de Japanse invasiemacht op Java. De Japanse gevechtsvliegtuigen stonden klaar om Bandoeng in puin te leggen, van de aardbodem te doen verdwijnen. Of de heren niet de bevoegdheid hadden om de Nederlandse overgave af te kondigen en te ondertekenen, wilde Imamura van Van Starkenborgh en Ter Poorten weten. Nee? Hadden ze die niet? Waarom kwamen ze dan in hemelsnaam op commando naar hem, generaal Imamura, toe? Wat hadden ze dan bij hem te zoeken?

Van Starkenborgh: ‘We kwamen niet uit onszelf, u nodigde ons uit’. Maar waarom de heren een dag eerder dan een bode met vlag stuurden met het aanbod van een staakt-het-vuren? ‘Meneer Imamura, we boden een bestand aan om Bandoeng als bolwerk over te geven, omdat het ondraaglijk is Bandoeng nog verder aan de verwoestingen van de oorlog bloot te stellen. Alleen de koningin, koningin Wilhelmina, kan tot overgave besluiten. Aangezien wij over geen communicatiemiddel met haar beschikken om haar toestemming tot overgave te vragen, kunnen wij niets.’ De Japanse krijgsheer Imamura stuurde met een vermoeide handbeweging alle niet-militairen de kamer uit, inclusief gouverneur-generaal Van Starkenborgh. Als een kleine jongen liet die zich de deur wijzen. Ter Poorten mocht blijven.

Revolusi’, subtitel: ‘Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld’, mag als een magistraal werk worden gezien van de fenomenaal schrijvende Belg David van Reybrouck. Stad en land heeft hij ervoor afgereisd. Ook doorkruiste hij Japan. Het is het mooiste verjaardagscadeau dat juist zij, Diana Sharifi, de privéverzorgende van Ellen, mij (met een opdracht) had kunnen geven vorig jaar december. Research in optima forma. Geschiedschrijving van de bovenste plank. Ik begrijp dat heel wat Nederlanders niet blij waren toen deze uitgave door de Bezige Bij werd uitgegeven en in de boekhandel verscheen. Het boek is weinig complimenteus over Nederlandse gezagvoerders uit die tijd. Admiraal Van Helfrich bijvoorbeeld. Een blinde strateeg. Maar zoveel anderen ook. In Den Haag minister-president Gerbrandy. Volgens de critici had de Belg Van Reybrouck zich beter met Congo en ene Leopold bezig kunnen houden. Een uiterst zwakke verdediging. Het vuistdikke boek, een bijbel zowat, doet me beseffen dat ik leef. Nee beter: doet me beseffen dat Ellen leeft. Zij, Ellen, mijn alles, mijn levensader. ‘Mooie Ellen’ zoals Helin, mijn Koerdisch-Syrische taalstudente bij Het Gilde, na haar bezoek met bloemen in een bedankmailtje schreef. Bij het lezen van Revolusi besef ik dat het bijna een wonder is dat Beatrice Ellen Palstra op 10 maart 1942 überhaupt nog ter wereld kwam in Bandoeng. Als Ter Poorten er eens niet was geweest.

Imamura tegen luitenant-generaal Ter Poorten twee dagen voor de geboorte van Ellen: ‘Geeft u zich over, zelfs als de gouverneur-generaal het daar niet mee eens is?’ Ter Poorten stond met zijn rug tegen de muur. ‘De toestand in Bandoeng en omgeving is erbarmelijk, generaal. Bandoeng is totaal onverdedigbaar geworden. En het leger zo goed als ontbonden. Het is volkomen ondraaglijk om de burgers nog verder tot de gruwelen van de oorlog te veroordelen. Ik zal een ruim gebied rondom Bandoeng overgeven. Kunt u dat aanvaarden?’ Imamura nam daar geen genoegen mee. Hij wilde alles, het Japanse leger eiste een totale en onvoorwaardelijke overgave. Japan wilde heel Java, nee heel Nederlands-Indië. En zo niet dan zou allereerst Bandoeng eraan moeten geloven. Het zou totaal worden verwoest. Van de aardbodem verdwijnen. Met alle nu nog levende zielen. De volgende dag klonk ’s middags de stem van Ter Poorten op de Nederlands-Indische radio. Om erger te voorkomen, om Bandoeng van de totale ondergang te redden, had Ter Poorten alle eisen van Imamura ingewilligd. ‘Leve de koningin’, klonk het nog zwakjes.

Zo had Ellen het mij natuurlijk niet verteld toen we samen in 2010, het jaar van de diagnose parkinson, het boek ‘Mam, kijk naar de sterren’ schreven en ons huis zich vulde met de geur van trasi . Hoe kon ze dit alles ook zo precies weten. Het was haar in elk geval zo niet verteld. Wat ze wel wist was dat haar moeder in de dagen voor haar geboorte met doodsangst onder een tafel had gezeten met haar dikke buik, en met een pan omgekeerd over haar hoofd. Beschutting zoeken tegen bombardementen en granaatinslagen. Op een pan uit de keuken zouden de kogels misschien afketsen. Dat was op de radio het advies geweest op de radio. Boven Bandoeng cirkelden de gevechtsvliegtuigen. Het luchtruim was ermee bezaaid. Het leken wel zwermen vogels. Twee dagen, ja zelfs een dag nog, voor de geboorte van Ellen in Bandoeng dreigde de complete vernietiging van die stad met voorspelbaar vele duizenden doden en verminkten tot gevolg. Als de op Java geboren Hein ter Poorten er toch eens niet was geweest. Het was Japan om de olievelden te doen, om de aardolie voor zijn oorlogsindustrie. Op 10 maart 1942, de dag dat Ellen werd geboren, was Japan heer en meester in de regio Zuidoost-Azië. Vijf westerse koloniale grootmachten waren uitgeschakeld: De VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, Portugal en Nederland. Het was het einde van de heerschappij van Nederland in de Archipel. Met de Japanse bezetting rukte de Indonesische strijd van communisten, islamisten, nationalisten en intussen ook fascisten om onafhankelijk verder en in rap tempo op. Van Reybrouck neemt zijn lezers van pagina naar pagina ademloos mee in zijn op doorwrochte studie (en onderzoeksjournalistiek) gebaseerde relaas.

Alles werd anders op en na 10 maart 1942. Het was ineens geen 1942 meer maar 2602. De keizerlijke jaartelling was ouder. De tijd op het eilandenrijk dat niet meer van Nederland was en ook niet meer van Nederland zou worden werd aangepast aan de tijd in Tokio. Een immens Japans propaganda-apparaat overspoelde Java, en dus ook het op het laatste nippertje geredde Bandoeng. In Revolusi valt te lezen dat Nederlandse vrouwen, totoks dus, geen broek meer mochten dragen. Roken onder de twintig was voortaan verboden. Sigarettenmerken als Mascot en Double Ace kregen Japanse namen. Wie een Japanse soldaat op straat tegenkwam moest buigen. Ook als je op de fiets zat. Afstappen en buigen. Uit vrees voor de hitsige Japanse soldaten, ze waren geobsedeerd van seks, gingen veel jonge vrouwen en meisjes met een kussen onder hun blouse naar buiten. Om maar in verwachting te lijken. In de vele getuigenissen worden de jappen afgeschilderd als wreed, ook wreed voor zichzelf. Een intelligent volk, en ijverig, maar ook super sadistisch. Op clandestien luisteren naar buitenlandse zenders stond de doodstraf. Geen Nederlandse boeken meer en ook geen theelepeltjes meer met de W van Wilhelmina. Het goeie mens was nog nooit in Nederlands-Indië geweest en zou er ook nooit komen. De koningin hield niet van warmte en van specerijen. Ze was van de eenvoudige bal gehakt zonder poespas. Geen postzegels meer met Wilhelmina om aan de achterkant ervan te likken. En in een wiegje in Bandoeng de zopas geboren Beatrice Ellen.

Meteen na 10 maart 1942 werden Nederlandse rechters, politiemensen, bankiers, handelaren, hoogleraren, zendelingen en missionarissen opgesloten. Dat lot wachtte ook de vader van Ellen. Al gauw ook werden de Europese ambtenaren ontslagen. Een halfjaar later werden vrouwen en kinderen naar ‘beschermde woonwijken’ gedeporteerd. Zoals de moeder van Ellen met op de arm haar nakomertje, een baby. Een spartaans leven tegemoet zonder contact met de buitenwereld. De wanhoop druppelde in die ‘beschermde woonwijken’ van het plafond. Eigenlijk zou het boek van Van Reybrouck verplichte kost moeten zijn in het Nederlandse middelbare onderwijs. Of in elk geval een aantal hoofdstukken uit zijn meesterwerk. Hoe kritisch ook. Misschien juist daarom ook wel. Japan dat hij VOC-methoden toedichtte. Tegen het zere been natuurlijk van nationalisten en chauvinisten die graag hun eigen uitleg geven aan de geschiedenis. In november werd opperbevelhebber Imamura, die jegens de totoks wat menselijke trekjes had getoond, vervangen. Er kwam een hardliner over uit Japan. Na de oorlog werd Imamura door de geallieerden veroordeeld tot tien jaar gevangenis. Ook al was de straf opgelegd voor met name de oorlogsmisdaden door zijn ondergeschikten, Imamura vond zelf zijn veroordeling te licht. Ridderlijk vroeg hij zijn rechters om een zwaardere straf. Die kreeg hij niet. Hij kwam in 1954 vrij en Van Reybrouck vervolgt zijn verhaal met het onvoorstelbare: De man liet in zijn tuin een kopie bouwen van zijn gevangeniscel. Het was een cel van niks. Hij kon zich er amper in bewegen. Imamura bleef in die cel, en kwam er geen moment uit, tot aan zijn dood in 1968 (het jaar dat ook Hein ter Poorten stierf). Je kunt zijn cel in Nirasaki nog steeds bezoeken.

Drie jaar geleden in augustus op de dag van de Indië-herdenking van de interneringskampen van Ambarawa voor vrouwen en meisjes. Java. Bandoeng. Ellen in een Indonesisch jasje, afkomstig van Bronbeek in Arnhem. Aan de plechtigheden ging altijd traditiegetrouw het bezoek aan een marktje met kleding, boeken en snuisterijen vooraf. Ook toen. Zondagmiddag en bloedheet. Het uiterste puntje van onze tuin, buiten bereik van de zon, de schaduw, en Diana die over de geuren en kleuren begon die haar heel sterk aan haar ouderlijk huis in Afghanistan deden terugdenken. Hun tuin van vroeger, de familie, de zeden en gewoonten. Verhalen die leerden dat we maar een zeer beperkte voorstelling van zaken hadden, waar het Afghanistan betrof. In veel opzichten een zeer bijzondere middag. En zoals Diana toen, en vaker wel, over het verleden vertelde, zo deed de Koerdisch- Syrische Helin dat afgelopen vrijdagmiddag. Verhalen waarnaar met ingehouden adem werd geluisterd. Oorlog, met angst en beven. Oorlog en rechteloosheid. Nooit weten of je de volgende dag wel halen zal.

****

Ik ben niet zo gauw een bewonderaar van iets of iemand, maar van de zwemster Ranomi Kromowidjojo werd ik dat al een hele poos geleden. Door haar persoonlijkheid. Door haar oorspronkelijkheid. Door haar spontane Groningse echtheid. Eén van de allerbesten uit de Nederlandse zwemgeschiedenis. Nu is ze gestopt. Haar woorden zijn me uit het mantelzorghart gegrepen: ‘Ik heb altijd geweten dat er meer is dan topsport en dat het een onderdeel vormt van een groter geheel. Dankzij alle jaren topsport weet ik dat je tot veel meer in staat bent dan je zelf vaak denkt, onder andere door je juiste gedachten te hebben. Ik ben ervan overtuigd dat deze ervaringen mij nu ook gaan helpen met mijn volgende uitdaging om anderen te inspireren.’ Dit is geen tegeltjeswijsheid, dit is zoals het leven in elkaar steekt. Het is iets willen en met alle kracht en alle macht proberen het doel ook te bereiken.Prominenten’, zoals ze worden genoemd, en zoals ze zichzelf ook graag zien, haasten zich nu om ‘Kromo’ met haar zwemcarrière te feliciteren. Ze duiken overal op. Daarbij valt opmerkelijk vaak het woordje ‘ik’.

****

Hoi Johan, 

Hartstikke bedankt voor het boek ‘Dankjewel voor je liefde’. Ik ga er veel cliënten hier in Zuid-Limburg blij mee maken, die ook met parkinson in hun naaste omgeving te maken hebben. En ook anderen. Veel getroffenen van de watersnoodramp van juli vorig jaar in Valkenburg zijn er nog steeds heel beroerd aan toe. Ze zijn er nog altijd niet bovenop. De impact is ongelofelijk. Nachtmerries, stress. Ze hebben begeleiding nodig. Mantelzorg lijkt me ook zo zwaar. Maar jij bent altijd zo vrolijk en goedgehumeurd. Prachtig. Echter mag je ook wel eens je dekking laten vallen, en de stress en frustratie eruit gooien. Dat lucht ook op. Gezellig dat je maandelijks voor acupunctuur wilt komen.
Hele fijne dag. En tot over enkele weken weer.

Groetjes, Angela.

**** 

Dierbare vriendschap meegenomen uit jarenlange samenwerking met Ellen in parallelle klassen op school, je bezoek met tulpen, Wil, was ons weer een waar genoegen.

Virtuoos honkballende kippenboer uit San Nicolas knock-out

Hij was kippenboer geworden op de Antillen. Ik probeerde me het voor te stellen: hij met honderden kippen op een tropisch eiland. Dat tropisch eiland zag ik wel voor me, Ruben Lo Choy met die kippen niet. Al ligt nu een grap over de womanizer voor de hand. Ik maak hem niet. Een vette knipoog slechts. Niet zo heel erg lang geleden nog vader geworden van een dochter, vernam ik. Hij zat in Colombia, in Medellin, en zijn partner was een Colombiaanse, is het laatste dat ik over hem hoorde. Je kunt hem koppelen aan Ajax, maar liever en eerder nog aan UVV. Het zijn deze twee clubs geweest waarin Ruben Leysner excelleerde van 1960 tot halverwege de jaren ’70. Bij UVV brak hij als landelijk bekende honkballer door, vanuit Utrecht ook werd hij international. De eerste A-international van UVV in 1960 vóór Kees Hiele (later in 1960, EK in Barcelona) en Rickey Kersout (1961/ eerste Haarlemse Honkbalweek op het Badmintonpad van HCK). Ruben Leysner: een legendarische gravelvreter. Voor mij jeugdsentiment. En niets zo mooi als dat, dat jeugdsentiment, in combinatie met de pen. Dat is schrijven net aquarelleren.

Ruben Leysner begon bij Donar in Hilversum, als ik me niet vergis. Daar in Hilversum werkte hij ook ergens op kantoor. Ik kan het me nog steeds niet voorstellen. Hij had niets van een klerk of iets dergelijks. Geen mens om een uur stil te zitten achter een levenloos bureau met hier en daar een paperclip. Hij was een paar jaar profbokser. Bokste hij ook niet in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam? Hij werd voor zijn komst naar Nederland uitgeroepen tot de beste allround sportatleet van de Antillen. Hij keepte ondanks zijn geringe lengte niet onverdienstelijk bij voetbalclub ’s Graveland. Blonk ook uit in tafeltennis. Een man van vele levens. Hij achter een bureau? Hij schijnt ook nog gestudeerd te hebben. Geen flauw idee waarin. Deed hij heel vroeger niet iets met telefonie? Ik dacht het wel. Ik heb het geweten, ik ben het vergeten.

Philips Telecommunicatie was het, Philips ja. Ik ben zo vrij: één van de allerbeste honkballers uit de clubgeschiedenis van Ajax en UVV. De volgorde draai ik vanuit enig chauvinisme om. Zijn dood valt samen met die van één van ’s werelds beste voetballers ooit: Francisco ‘Paco’ Gento (88 geworden) van het sterrenteam van hagelwit Real Madrid met ook Di Stéfano, Puskás en Kopa. Maar mister Ruben Leysner. Over hém deze terugblik. Ik zag de Arubaan uit San Nicolas – want dat was het toch? San Nicolas? – voor het eerst bij UVV spelen in juni 1963. Een eeuwigheid geleden alweer. Het was tegen het als landskampioen onttroonde Schoten uit Haarlem op een zondagmiddag en Ruben stond korte stop. Razendsnel in zijn bewegingen. Aalvlug. Rende op alles af dat bewoog. Naast hem op het tweede honk zijn broer Vincent. Aan de andere kant, het derde honk, ook een Antilliaan, Gerald de Vries. De opstelling van UVV in die wedstrijd, die met 15-2 of 15-3 gewonnen werd, kan ik nu nog steeds opdreunen. Niet zo moeilijk eigenlijk ook. Want die platina zondagmiddag in juni 1963 deed me verslaafd raken aan honkbal. Met heroïne had ik het niet overleefd, zo hoog werd de dosis van deze honkbaljunk opgevoerd. De Amerikaanse luchtmachmilitairen uit die tijd bij UVV? Als ze een bal gooiden dan kwam de dranklucht van de vorige avond mee. De jaren dat ik de dope weghaalde op de Hoge Weide.

Wat een geweldige ambiance destijds met een paar duizend opgewonden toeschouwers in het gaas van de back-stop; wat een fantastische sfeer op sportpark Hoge Weide even voorbij de koffiebranders van Douwe Egberts de Hoge Brug over. Veel publiek, een speaker, muziek tussen de innings door, we luisterden naar Anneke Grönloh en Cliff Richard en Chubby Checker, Willeke Alberti zong al over Spiegelbeeld, het Engels als voertaal, steenkolen Engels vaak maar dat maakte niet uit, kauwgom, gympies, spijkerboeken, Cola, de naoorlogse jaren en Amerikaanse invloeden. De vliegbasis van Soesterberg was dichtbij. Daar kwamen onder meer de werpers Matthew Campbell en Haywood Meredith vandaan. Kenny Tynan ook. En de centrale outfielder Don Campbell, de witte Campbell, een boerenzoon uit Arizona of zo die in het buitenveld wel erg vaak op zijn snuit viel. Speelde op afgetrapte gympjes. Gleed er voortdurend mee onderuit. Met al die Campbells raak ik de draad een beetje kwijt. Het zijn er, geloof ik, vier geweest. De vliegbasis, een instituut voor UVV. Vaak beschreven en bezongen. Kees Hiele was er kind aan huis, net als de Canadese coach Les Myers. Die laatste was na de capitulatie van de Duitsers als bevrijder op een tank de gemeente Zeist binnengereden, en had er een meisje van de stoep geplukt, om er niet veel later mee te trouwen. Les Myers – schitterend vrijstaand huis aan de Kersbergenlaan 28 in Zeist – handelde in sigaretten en rookte als een schoorsteen, en Ruben Leysner was volgens mij één van de heel weinigen die dit voorbeeld van zijn coach niet volgde.


Trouwens, Leysner volgde wel meer voorbeelden niet, want hij was eigenwijs. Ruben Leysner was een publiekslieveling. Hij was gezichtsbepalend. Hij was gedreven en blonk overal in uit, ongeacht welke sport. Een uitstekende bokser ook, Curly K.O. Ook met dicht getimmerde ogen nog een bovengemiddeld goeie honkballer. Als hij bij dichte mist met een zonnebril op honkbalde, wist je precies hoe laat het was. Had hij op zijn flikker gekregen. Maar meestal won hij. In het lichtgewicht of wat het geweest mag zijn. Hij speelde in die tijd ook voor het Nederlands honkbalteam onder leiding van onder meer de Amerikanen Ron Fraser en Bill Arce. Bij Oranje was hij buitenvelder. Net als catcher Wim Crouwel van OVVO stond hij daar vooral opgesteld vanwege zijn slagkracht. Ze stonden links en rechts van wie anders dan Hamilton Richardson. Herinner me van een rechtstreekse televisie-uitzending een onnavolgbaar mooie vangbal van Ruben Leysner in het Nederlands team in het Pim Mulierstadion. Het zal in 1966 zijn geweest. Ruim achtduizend toeschouwers gingen uit hun dak. Aan die vangbal ging een spurt over tientallen meters vooraf. En Leysner kukelde met de bal in zijn handschoen nog bijna over het hek in het verlengde van het eerste honk. Een vol stadion gaf hem een staande ovatie. Zijn naam werd gescandeerd. De tv nog in zwart-wit. Ook toen nog zonder doventolk en zo. Vanaf 1964 speelde Ruben Leysner een aantal seizoenen voor Ajax aan de Kruislaan in de Watergraafsmeer. Het was het Ajax van de journalist Martin Bremer, ook bondssecretaris in die tijd. Het was het Ajax van Herre Kok, de broers Van Wijk, Boy Balinge, Ben Richardson, Dazzy Rasmijn, de tuinslang Rinchinsin, nooit in mijn leven zo’n magere kerel gezien, een zekere Isenia, en heel even neef Roley Wout die iets meer dan een maand geleden vlak voor zijn tachtigste overleed. Nu dus Ruben Leysner overleden, 87 geworden, een man die ik onherroepelijk als één van de eersten zou opnoemen voor mijn favoriete UVV-opstelling over een halve eeuw clubgeschiedenis. Ruben in mijn dreamteam. Net als Rickey Kersout, die andere catcher Bill Nardi, Roley Wout, Tom Stamer, Aldrick Victoria en Guillaume Campagnard. En Henk Heinen, symbool van clubliefde en humor. En ook Jos Kervers, wellicht, die later Ruben zou evenaren en die ook een vol Pim Mulier op de banken kreeg, maar dan met een beslissende stootslag uit het boekje tegen Japan.

Ach ja, de jaren ’60 en ’70 zijn in het koppie nog steeds niet voorbij. Kan me nog goed heugen dat nooit eerder en nooit erna een bij UVV vertrokken speler zo door het publiek is gejend en uitgescholden als Ruben Leysner in 1968. Ja, dat moet in 1968 zijn geweest, het jaar dat Ajax kampioen werd en terugkeerde in de hoofdklasse. UVV wist zich in 1968 ternauwernood in de eerste klasse te handhaven. Het was trouwens het jaar van de revolte, 1968. Studenten- en arbeidersprotesten, de Sorbonne in Parijs, rooie Danny Cohn-Bendit uit de Elzas die de opstand leidde, en in de muziek Homburg van Procal Harum als opvolger van A whiter shade of pale. Leysner was bij Ajax playing-coach. We mogen het best op één van de gekste wedstrijden uit de bewogen historie houden. Dát predicaat verdient het circus vol slaggeweld van toen. Ik overdrijf graag maar nu niet. Eigenlijk was het de wedstrijd van de Antilliaanse nachtmerrie Boy Balinge. Die zou nog heel lang als een spookrijder in mijn slaap verschijnen. Alle ballen die Balinge als overrijpe meloenen van Peter van der Ster, Harold Wout, Henk Heinen en alle andere wanhopige werpers van UVV kreeg toegegooid, verdwenen met een meedogenloze zwiep midden in de stad tegen de Domtoren aan. Of tegen die schoorsteenpijp van de Pegus waar een jaar eerder een kruitschip de lucht in vloog. Boy zou geen boy zijn geweest als hij niet alleen al in zijn uppie tien, twaalf punten binnensloeg die zondagmiddag. Ik geloof dat Ajax met 17-15 won. Zulke krankzinnige cijfers waren het. Het was om tureluurs van te worden. Maar ook Ajax worstelde met zijn werpers. Ene Hendriks, geloof ik, Peter Hendriks en Ben Richardson als kinderspeelgoed voor Stamer cum suis. Iedereen die nog niet was voorzien van een pijnlijke boosterarm kwam op de heuvel. Uiteindelijk moest Ruben Leysner er zelf aan geloven. We misdroegen ons verbaal langs de kant als nooit tevoren. We jouwden onze vroegere idool uit. Schorre kelen. Daar was geen bier voor nodig. En wat waren we dom. Want hoe meer vuiligheid wij als hooligans naar het hoofd van onze ex slingerden, maar ja 1968 en de universiteiten in de fik, universiteitsbestuurders die voor hun leven renden, Leuven ook, hoe meer shit naar hem uitgekraamd hoe meer Ruben Leysner in zijn element raakte. De man die heel ver ook wel iets Aziatisch in zich had , en lees nu zijn volledige voornaam op de rouwadvertentie , bleef stoïcijns, bleef als een oester, en was niet voor niets een goeie bekende van Johan Cruijff, Johan Neeskens en Sjakie Swart. Hij was even professioneel. En al even een topsporter.

Niemand heeft mij ooit op valse bescheidenheid kunnen betrappen. Vandaar maar schaamteloos dat ik een stevige rol heb gespeeld bij de terugkeer van Ruben naar UVV na een kleine tien jaar Ajax. In het bestuur van UVV een aantal mensen met een overduidelijke hang naar het verleden. Pa Jenken bijvoorbeeld. En de materiaalman Jan de Groot hield eveneens van nostalgie. Jan Kars ook. Mannen die in hun zakdoekje snoten bij de herinnering aan vroeger. Schatbewaarders van de geschiedenis. Niet alleen ikzelf dus, ook anderen. We wilden Ruben Leysner terug op de Hoge Weide. Zo bleven we ook het sportpark noemen, ook al was het intussen omgedoopt in Verthoren. Beter: J.C. Verthoren. Hoe moesten we het met Ruben Leysner aanpakken? Roley Wout erop afsturen had geen zin. Zijn broer Harold nog minder. Geen bevlogen praters die Ruben over UVV aan het huilen konden brengen. En wat had UVV zijn verloren zoon na al die tijd nog te bieden? We zouden hem coach maken en omdat hij nog steeds zo goed kon honkballen, zou hij zichzelf mogen inzetten als pinchhitter. Welja toch. Hij zou ook als reliefpitcher mogen fungeren. We maakten een aanvalsplan en hadden razendsnel zijn woonadres in Hilversum te pakken. In de wijk Kerkelanden naar Loosdrecht toe. Een hofje, Ruben woonde in een hofje, op nummer 12. Het was iets van Jasonhof, zo ongeveer. Janseniushof? Kan ook. Een doorzonwoning met tuintje voor en tuintje achter. Hoe ik dat zo goed weet? Omdat er iemand hondsbrutaal naar de familie Leysner in Hilversum moest om hem te ronselen. En de keus viel in het bestuur meteen op mij. Want ik deinsde in die tijd nergens voor terug. Ik ging vaker op strooptocht en spelersjacht en het binnenhalen van Ruben Leysner kan achteraf als één van de makkelijkste missies worden gezien.

Ruben had een heel sympathieke en charmante vrouw. Mooie vrouw ook. Daar mogen we niet onverschillig in zijn. Een Nederlandse. En ik herinner me één of twee kleine kinderen. Leefde Martin Bremer toen nog? Dat weet ik niet meer. Wel weet ik dat Ruben uitgekeken was op Ajax dat langzaam maar zeker nog maar één team over had. Hij raakte ook snel enthousiast als er namen vielen: die van Kees Hiele en Jan Kars, en van nog heel veel anderen. Ik noemde Ruben een bedrag waarvoor hij bij zijn oude liefde UVV kon komen coachen. Ik geloof dat het om 2500 gulden op jaarbasis ging. Wie moest hij opvolgen? Piet de Nieuwe, Wim van Sorge, Jan Janszen, Jan Dalmeyer? Behalve die laatste, Jan Dalmeyer, één van mijn favorieten door de jaren heen, geen van allen pottenbrekers. Herinner me de donderdagavond in 1973 (het kan ook 1972 zijn geweest) dat Ruben zijn handtekening in de bestuurskamer van het ronde futuristische UVV-paviljoen op de Hoge Weide kwam zetten. Op die donderdagavond was het altijd erg druk bij de tap en de bitterballen (Judith Santifort, Bram Brevet). De donderdagavonden waren dé clubavonden. Ruben kwam binnen en Line Klein, die aanvankelijk nog niet zo heel erg veel met Ruben had, geloofde haar eigen ogen niet. De lieve vrouw zag hoe de verloren zoon, ik herhaal dat maar even, de verloren zoon, met open armen en klapzoenen door de ouwe UVV-clan werd binnengehaald. Niemand die hem had verwacht, behalve dan het honkbalbestuur. Meer nog dan de honkballers waren het de voetballeden die Leysner in hun supportersarmen sloten. Stond er zelf ook van te kijken. Zó had ik het nou ook weer niet verwacht. Als gezegd, honkbalvoorzitster Line Klein wist niet wat haar overkwam en deed alsof Ruben een persoonlijk cadeau van haar aan de totale vereniging was. We gunden dit haar, net als wij haar de mentholsigaretten en knipperbollen met steeds meer sherry gunden. Er hing allure om Ruben Leysner. Daar stond een soort filmster. Klein snorretje, Sicilië, Fellini. De favoriete neef van een peetvader in een strak colbertje en op lak schoenen. Een man van de wereld. Een iconische figuur in een periode dat honkbal er nog toe deed. Kippenboer moest hij nog worden. Hij reed in een prachtige Citroën DS, een topmodel in die tijd. Alles hydroliek geregeld. Zal die auto’s van hem nooit meer vergeten. De ene DS volgde de andere op. De vergadering met Leysner liep bijna een uur vertraging op.

De volgende dag stond al in de Utrechtse kranten dat Ruben Leysner weer bij UVV was gesignaleerd en dat hij er vermoedelijk een functie had aangeboden gekregen. Bij Ajax viel dat verkeerd. Want omstreeks die tijd speelden beide clubs promotie-degradatie wedstrijden tegen elkaar. Ajax vertrouwde Ruben Leysner niet meer en stuurde hem met verlof. Hij werd zowaar geschorst. In die twee beslissende duels stond hij niet opgesteld. UVV had inmiddels inderdaad al een contract met hem. Veel van de rest kan worden nagelezen in de archieven. Ajax bleef met Marco Nagelkerken hoofdklasser. Tom Stamer vergooide de terugkeer naar de hoofdklasser met een slechte worp naar het eerste honk. De bal verdween in de grond om nooit teruggevonden te worden. Het gebeurde aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Ze lopen er nóg naar die onmogelijke bal van Stamer te zoeken. Die zondagavond spoelde ik met Ton Camue, Henny Jenken, Jos Kervers, Peter van der Ster en nog wat anderen de ellende van me af in onze basketballploeg. We speelden in honkbaloutfit. Het kon, het mocht. Ruben dus in 1973 terug bij UVV dat toen bestond uit Tom Stamer, Jan Dalmeyer, de broers Wout, Lem Briessen, Henk Heinen, Joop Maalsté en de luitjes van ons basketball-gezelligheidsteam in hesjes met Red Lions erop. Zo’n beetje de spelers die Leysner later weg wilden hebben. En wie daar vooral een stokje voor stak? Line Klein. Razend was ze. Ze was van de VVD en De Telegraaf  en Je kop houden jullie. Ze bleef ongelofelijk trouw aan Ruben Leysner. En toen hij na een aantal jaren toch aan vervanging toe was, zorgde ze er hoogst persoonlijk voor dat hij de softbaldames ging coachen. Mijn waardering voor Line heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Ze had principes en beschaving. Al kon ze vloeken als een ketter. Of rook je als een ketter? Nou ze deed beide.

Na UVV keerde Ruben Leysner terug naar waar het allemaal begonnen was. Naar Hilversum, naar Donar dat volgens mij toen naar zijn sponsor Cuir 2000 of zoiets heette. Hij was kleurrijk. Zijn kwaliteiten als coach hebben we toentertijd wellicht een beetje overschat. Net als Arie Hagen en Roley Wout, zij als voorbeeld, honkbalde Ruben Leysner vooral op instinct. Hij kon het onvoldoende goed overbrengen. Maar tegelijkertijd was hij ook een strateeg. Boerenslimheid. Met wisselspelers communiceerde hij moeizaam. Daarentegen kon hij dat wel heel goed met secretaris Pa Jenken die hij ooit eens heel geheimzinnig een briefje in de hand stopte. Op dat briefje een telefoonnummer van een discotheek in Rotterdam – laat ik het maar op een discotheek houden – waar onze coach op vrijdagavond en zaterdagavond uitsmijter was. Voormalig bokser immers, Curly K.O. Pa Jenken kreeg het telefoonnummer, dat hij alleen met mij als wedstrijdsecretaris mocht delen, voor het geval er tijdens zijn diensten ergens op de stoep in Rotterdam snel honkbaloverleg noodzakelijk was. Over plotseling zieke spelers of zo. Volgens mij nooit, nooit hebben we Ruben van de stoep in Rotterdam hoeven plukken ’s nachts. De degelijke Pa Jenken begon altijd te gniffelen als hij het briefje uit zijn broekzak haalde. Moet ook ineens terugdenken aan de wedstrijden der gladiatoren toentertijd tegen Dorlas Quick. Zowel in Utrecht als in Amersfoort drommen publiek tot achter de hekken van het buitenveld.

Latere generaties kunnen zich waarschijnlijk geen enkele voorstelling maken van het honkbal van toen. Voor boodschappen ging je naar winkels van UVV’ers. De kapper, meneer Van Amerongen, Vleutenseweg/ hoek Billitonkade, was van UVV. Onze verzekeringen liepen via Henk Konings van UVV. Het zit allemaal in mijn kalebas en soms moet het eruit. Zoals nu bij de dood van Ruben Leysner. Schrijven over jeugdsentiment is een geweldige bezigheid. Dat mag, nee dat moét, met adjectieven en superlatieven. Sport verlangt bombastiek. Ik kreeg het bij Het Parool met de paplepel ingegoten. Sport is beleving en verfijning. Aan Nico Scheepmaker kun je het niet meer vragen. Wel aan Henk Spaan, Mart Smeets, Hugo Borst, en zo kan ik nog tot het voorjaar doorgaan. Hugo Borst werd door zijn vader meegenomen naar Het Kasteel in Rotterdam en werd verliefd op Sparta en de pen. Alleen al zijn beschrijving van vijf minuten waarneming – klasse! Geen bic maar een kroontjespen. De oude, nooit vergeten, rots Tinus Bosselaar die was gaan dementeren en die door zijn zorgzame vrouw voor een plasje voetje voor voetje van de tribune van Sparta werd geholpen uit het zicht van de mensenmassa. Hij zou het eens in zijn broek doen. En dat dan ook nog eens op Spangen waar jarenlang zijn sportmacht had gelegen! Schitterend en met een knap staaltje sereniteit beschreven, elk stapje van Tinus die zijn dementie probeerde te camoufleren, en elke handbeweging van diens vrouw die aan zijn waardigheid dacht. Schrijven over jeugdsentiment. Ad van Liempt en Hans van Echteld over het vroegere DOS met Tonny van der Linden en Frans de Munck. Uit die tijd ook de herinneringen aan Ruben Leysner en de Hoge Weide.

Als de berichten juist zijn dan was Ruben al dik over de zeventig toen hij opnieuw, en bij god voor de hoeveelste keer, vader werd. Ruben verkende graag. Een IM over hem als nieuw blog tik je in een halfuur op. Het zegt veel over hem. Het is een compliment. Met Ruben Leysner, tijdens zijn tweede leven bij UVV gaandeweg een soort vriend, hoefde je je nooit te vervelen. Ik denk graag terug aan onze stapavonden. Het waren er niet heel veel, maar ze waren wel leuk. Nee, roddelnicht Albert Verlinde, hier hoef jij je neus niet in te steken. Het waren wat je noemt onschuldige stapavonden en bovendien zou het nog zeker acht jaar duren voordat ik Ellen leerde kennen. De laatste berichten waren dat Ruben Leysner in Colombia woonde. In Medellin. Die naam doet aan iemand anders denken, maar die deed in poeder, niet in kippen. Medellin. Gold eens een negatief reisadvies vanuit de VS voor. Levensgevaarlijke stad toen. Pablo Escobar. Verdere duiding overbodig. En zijn naamgenoot, de voetballer Escobar, die op een WK in eigen doel schoot, tegen Amerika, Colombia uitgeschakeld, en die bij terugkeer thuis in Medellin door een heethoofd op straat werd doodgeschoten. Een prachtig boek daarover verscheen een paar jaar geleden. Colombia waar deze dagen Ingrid Betancourt (voor enkele jaren ontvoerd door de Farc) zich weer meldde aan het politieke front. Leysner woonde er. En daarvoor zou hij terug zijn geweest op Aruba. Hij had vier kinderen van wie een dochter hier in Nederland een trimsalon voor honden heeft. Geen twijfel mogelijk: één van de allerbeste honkballers uit de clubgeschiedenis van UVV. En dat wil wat zeggen. Memorabel. Want UVV heeft sinds 1948 heel wat goeie honkballers op het gravel gebracht. Maar hij, Ruben Leysner, behoort zonder tegenspraak tot de negen besten. Met nog slechts een zeer vette knipoog Ruben!

UVV zette graag een trend. Zeker met Kees Hiele aan het roer. Het bracht een team in stelling met Antillianen, Amerikanen en Nederlanders. Plus een Canadese coach. Geen enkele club zo internationaal rond 1960 als UVV. Op de foto tussen de Leysner-broers de Amerikaan Don Campbell. Naast Vincent Leysner de pitcher Matthew Campbell, net als zijn achternaamgenoot van de vliegbasis Soesterberg. Voorste rij: Les Myers, Kees Hiele, Jan van Ewijk, Arie Hagen en Wim van der Ster. Matthew Campbell trainde in de achtertuin van zijn Canadese coach aan de Kersbergenlaan in Zeist. Lekker dichtbij Camp New Amsterdam in Huis ter Heide. Groot zat die tuin van de sigarettenboer.

****

Ha die Johan,

Bedankt vanuit Bali voor het in memoriam over Ruben Leysner. Ik kan me na dat ene jaar Ajax niet meer zoveel van hem en het team herinneren, wat heb jij toch een ijzersterk geheugen, maar wel dat hij een geweldige honkballer, en überhaupt sportman, was. Ik had al snel door dat ik mezelf niet voor de gek moest houden. Maurice, Roley en nu Ruben. We zijn op een leeftijd, ben inmiddels 70, dat we er hoe dan ook mee te maken krijgen. Ik heb alle Ajacieden de 1ste versie van je verhaal al toegestuurd, maar zal ze te kennen geven dat ze de update op je blog kunnen lezen. Ik lees hier ver weg je interessante verhalen en zal je advies opvolgen.

Groetjes aan jullie beide en een kusje voor je lieve Ellen.

Tot schrijfs. Hans Walraven.

****

Hallo Johan!

Weer een musketier uit de UVV-brigade die er niet meer is. Ruim een maand na het overlijden van Roley Wout nu zijn neef Ruben Leysner. Je hebt het prachtig verwoord. Fabelachtig geheugen ook. Bepaalde informatie kon ik checken met stukken in mijn plakboek. Op basis van honkbalvaardigheden zou Ruben ook in mijn top negen belanden. Aanvallend (slagman en honkloper) beter dan verdedigend. Ik was een broekie toen ik samen met hem speelde. Maar het leeftijdsverschil tussen hem en mij (meer dan tien jaar) gold natuurlijk ook naar Kees Hiele en Jan Kars. En een paar anderen. Was nooit een probleem. Ruben deed in het veld al aan coaching jegens mij. Hij als korte stop schreeuwde altijd naar welk honk ik als buitenvelder een bal moest gooien. Maar dat was feitelijk overbodig. Jan Kars had in zijn klasjes een en ander er al ingeramd.

De door jou genoemde wedstrijden waren inderdaad absurd. Korfbaluitslagen. Schoten (toen nog met playing-coach Henk Keulemans) en ex-landskampioen werd ingemaakt met 15-2. Gek genoeg had Ruben die wedstrijd geen honkslag. En in de bizarre nederlaag (18-15) tegen Ajax kwam Ruben bij Ajax als reliever op de heuvel. Toen UVV met 13-6 achterstond zette playing-coach Curly K.O. zichzelf in, als opvolger van Ben Richardson. Diezelfde Balinge (ik schreef toen voor Het Centrum, wist zijn voornaam niet en voorzag hem maar van de naam ‘Pancho’) redde in de laatste inning Ajax door over het verreveldhek een ‘zekere’ homerun van Wim van der Ster te verijdelen. Bij de stand 18-14 waren alle honken bezet. UVV bleef onderaan hangen en kon degradatie voorkomen door later zelf van HCTIW te winnen (na een grand slam homerun van Henk Heinen) én door de winst van ADO op Thamen.

Ik heb Ruben eenmaal met de door jou genoemde zonnebril zien spelen. Na een nederlaag als bokser. Het was een oefenwedstrijd tegen PSV in Eindhoven. April 1962. Op het door Philips betaalde ‘Amerikaanse’ honkbalveld met werpheuvel. En, verdraaid: met een dichtgeslagen oog sloeg Ruben de bal tweemaal over het verreveldhek.

Ik vraag me af of Ruben niet door Martin Bremer is weggekocht. Of ging hij weg omdat er truttige muziek van Anneke Grönloh en Willeke Alberti werd gespeeld? Een kleurrijk honkballer en persoon (of omgekeerd) is niet meer onder ons.

Beste groet, Jan van Ewijk.

****

Beste Johan:

Mooi artikel. Ik heb het met belangstelling gelezen. Ruben overleden, ik schrok wel even. Hij 87 geworden, ik ben nu 86, gisteren geworden. Samen met Ruben in het Nederlands team gespeeld, diverse wedstrijden. Barcelona bijvoorbeeld. Hij was toen van UVV. Ik speelde voor EDO (Ton Terneuzen, Doby Peters, Dolf de Zwart, Piet de Nieuwe, Teun van den Berg, mijn broer Jan, Henk Schijvenaar, Joop Odenthal) en later voor fusieclub Haarlem Nicols. Bij Nicols nog een jaar met Rickey Kersout. Wonnen we de Europa Cup. Je doet het verleden voor me herleven. Met EDO speelden we belangrijke wedstrijden voor 4000 toeschouwers. Dat kun je je tegenwoordig niet meer voorstellen. Ik kom niet meer bij het honkbal. Ik ga nog niet voor mijn verdriet op een tribune zitten tussen nog tien kijkers. Armoe. Ruben was een stille jongen in Oranje, maar als honkballer een enorme slimmerik. Fantastische speler. Ik las dat hij in de kippenbranche zat. Ik wreef mijn ogen uit. Moest daar wel een beetje om lachen. En ja, UVV in 1961 en 1963 toen wij in de hoofdklasse tegen ze speelden. Ik heb het opgezocht. Die jaren waren het. Gezellig was het in Utrecht, een heel gezellig veld, een echt Amerikaans veld met gravel, hadden wij nog niet, en wat een sfeer met fanatiek publiek. Wie die jaren heeft meegemaakt vindt zijn draai niet meer in het honkbal van nu. We hadden altijd de grootste moeite met UVV. Door mensen als Ruben. En die Amerikanen. Rickey Kersout is alweer jaren dood. Met zijn Ankie hebben mijn vrouw en ik nog altijd contact. Ik stuur jouw artikel over Ruben naar haar in Canada. Doe ik meteen. Bedankt voor je prachtige verhaal, hier houdt de oude garde van,

Leo Kops.

****

Hi Johan,

Schitterend verhaal weer. Mooi zoals je Ruben neerzet. Ik heb trouwens al je blogs over honkbal van de afgelopen vijf jaar geleden. Een feest! En heel aangrijpend vaak de blogs over je zieke Ellen. Ze laten me niet onberoerd. Ik geniet van je toegankelijke schrijfstijl. Veel groeten uit Amersfoort,

Rijk v.d. Bunt.

****