Bij het afscheid van Ellen. Achter iedere traan van verdriet schuilt een waardevolle herinnering. (Diana)

.

Ze overleed in mijn armen. Alleen wij tweetjes op de stilwarme zaterdagavond van 30 april 2022. Mijn oor zowat in haar mond om haar ademhaling te registreren. Die stierf weg. Ze was uitgeknokt tegen de wrede spelbreker Parkinson, ze was op. Een week later, op zaterdagmiddag 7 mei, en opnieuw onder weldadige zomerse omstandigheden, een temperatuur tussen achttien en twintig graden, de uitvaart. Vanuit haar huis waar ze opgebaard had gelegen. Ook de vogels die aan hun nestjes bouwden deden haar uitgeleide. De tuin het hart van de ceremonie. Een huis van liefde, zou Leroy in zijn toespraak zeggen. Haar huis vol liefde. Een tuin met zitjes, parasols en het verse voorjaarsgroen dat weer tot wasdom kwam. Pindasoep en stokbrood, spekkoek, en witte wijn in ranke glazen. Een toost op haar, de onvergetelijke. Een prachtig afscheid zoals een afscheid werkelijk prachtig kan zijn. Ongedwongen. Op het snijvlak van formeel en informeel. Met onder meer toespraken van huisarts Erik en fysiotherapeut Leroy. Licht van toon. Liefdevolle woorden. Woorden van respect in een vriendenkring om Ellen heen. Mooi in alles was ze, zó enorm trots op haar. Ga haar vreselijk missen, maar niet alleen ik. Ik laat thans de boeken die ik over haar schreef door mijn handen gaan. Ik blader en herlees passages. Het is de herinnering die kracht moet geven. En moet blijven geven. We hebben geprobeerd van een verschrikkelijk zware tijd tevens een heel bijzondere tijd te maken. En dat werd het, een heel bijzondere tijd. We groeiden door de ziekte van Parkinson niet uit elkaar. Nee gelukkig niet. In tegendeel welhaast. We bleven heel dicht bij elkaar. Tot de laatste seconde. Tot letterlijk de allerlaatste seconde. Het is troostrijk. En tegelijkertijd onwezenlijk. Corona bleef je goddank bespaard, lieve Ellen. De verdrietige eenzaamheid tijdens corona in het verpleeghuis eveneens. Het personeelstekort en andere tekorten in het verpleeghuis bovendien. De verzorging thuis was er één met vijf sterren, en nog meer dan vijf. Twee dagen na de crematie liep ik in mijn eentje op nieuwe slippers en in korte broek te wandelen door Limburgs Valkenburg. De eerste zonnebril van de drie in een week moest ik nog ergens laten rondslingeren. Ik liep dus te wandelen. Er was markt voorbij de Hema. De vaste maandagmarkt. Ik passeerde de viskraam. Keek omhoog en kreeg het plots te kwaad. Mijn ogen tastten het strakblauwe luchtruim af. Kom terug, prevelde ik. Kom alsjeblieft terug lieve Ellen. Maar tegelijkertijd het besef dat sommige dingen in het leven onherroepelijk zijn. Stil verdriet op een wandeling door een plaatsje in Zuid-Limburg waarvan ik een beetje ben gaan houden. We vochten voor wat we waard waren. Voor elke millimeter vaste grond onder onze voeten. Gek eigenlijk, ik hoefde ditmaal helemaal niet naar huis te bellen zoals ik voorheen altijd op twee maandelijks mantelzorgverlof vanuit Valkenburg ‘s morgens en ‘s avonds deed. Het waren ijkmomenten. De ontbijttafel, de krant, de koffiekan, de laptop en de telefoon. ‘s Avonds het al dan niet verwarmde terras bij een sateetje of zoiets. En dan sprak Diana voor jou Ellen. Ze legde de telefoon bij je oor en ik hoorde je ademhaling. De herkenning van mijn stem. Diana die me vertelde over je wenkbrauwen en een glimlach op je nog altijd rimpelloze gezicht. Mijn beauty. Mijn darling. In gedachten streelde ik je handen en ging mijn wijsvinger langs je lippen. En dat niet meer kunnen, dat ook niet meer kunnen bellen naar huis, het niet meer hoéven bellen naar huis, wat vormde dát maandag 9 mei een pijnlijk gemis. En ook nu ik dit vanachter mijn bureau optik. De vrouw die glans gaf aan mijn leven, mooi in alles, wat hield ik van haar, en wat zal ik van haar blijven houden. Onvervangbaar. Dank Ellen voor je liefde. Je was er altijd voor mij zoals ik voor jou. Moet ineens denken aan mijn training van een volle week voor de krant Het Laatste Nieuws in Cobbegem bij Brussel. Uitstekend hotel met alles erop en eraan. ‘s Middags vanaf half vier was ik vrij. Fraai zomers weer. Alleen de maandag bleef ik er hangen. Daarna elke dag, vroege avondspits of niet, dwars door de benzinedampen van de Ring van Antwerpen naar huis, naar jou. ‘s Morgens om vijf uur terug naar Cobbegem, om er in mijn hotel tussen de maisvelden en de zonnebloemen op het ontbijt aan te vallen en mijn les van die dag voor te bereiden. Het vooruitzicht later in de middag weer naar huis terug te karren. Het hotel hield ik aan. Voor het ontbijt, voor het gebakken eitje en de brie, de yoghurt met zemelen, meer niet. De Hogeschool nooit verteld dat ik geen enkel gebruik meer maakte van de kamer. Het hotel zou worden opgezegd, zeker weten, het ontbijt zou ik kwijt zijn geweest. Ach, hoe heette dat hotel ook al weer? De Waerboom! In mijn pennenbakje vond ik zojuist nog een ballpoint van die luitjes. We zijn er ook nog eens een paar dagen samen geweest, bij De Waerboom. Ik kon niet zonder je Ellen, altijd op reis had ik binnen de kortste keren heimwee naar jou. Ook in Berlijn waar toen de Muur viel. Ook zo’n verhaal. En in Venezuela. Hoe indrukwekkend was het Amazonegebied wel niet tot aan Colombia toe. Maar goed. Peru liet ik maar liever schieten. Ik overdacht dit alles toen ik in mijn uppie na de crematie in Valkenburg evenwijdig aan de Geul liep te wandelen. De vrouw die me leerde wat belangrijk is in het leven. Je was en blijft mijn liefste.

Ik kus je Ellen, in dankbare herinnering, Johan.

Johan