‘Hielden ze me maar in dit interneringskamp’

Hallo Ellen en Johan,
Met heel veel interesse heb ik deze dagen het boek ‘Mogen wij altijd in dit kamp blijven’ gelezen. Bedankt daarvoor. Indrukwekkend boek. Ellen wat moet jij, net als de schrijfster, veel hebben meegemaakt in je prille jeugd op Java. Vreselijk! Daar hebben wij geen enkele weet van. Hoop dat je deze zeer warme dagen goed doorkomt. Tot gauw!
Lieve groet, Wil
.

****

Ha Wil!

Het boek was je van harte gegund. Dat schrijf ik je vooral namens Ellen die me naar je toestuurde om het je te brengen als cadeautje. Zoals je weet probeer ik dagelijks te raden wat Ellen zou willen zeggen, maar wat haar door die verdomde ziekte van Parkinson verdrietig genoeg niet meer lukt. Je stelt je vaak genoeg belangeloos beschikbaar om bij Ellen te zijn voor een paar uurtjes. We stellen je gezelschap zeer op prijs. En ook jij concludeert bij herhaling hoeveel je van het ziekteproces van Ellen leert. Net als de verzorgenden Diana, Trudy en Elly die met Ellen een schat aan ervaring opdoen. Het geldt ook voor de jonge fysiotherapeut Max, en voor Leroy die nu osteopathie doet in een andere praktijk en Ellen daar naartoe heeft meegenomen. Wilde hij vooral ook zelf graag. Het boek dat ik aantrof bij de nieuwe Broese in het voormalige monumentale Postkantoor aan de Neude in Utrecht gaat niet over de prilste jeugd van Ellen, maar tegelijkertijd ook weer wél. Te veel aanknopingspunten. Dat las ik al bij de recensies op de achterflap. Alle kampkinderen hebben hun eigen ervaringen, maar ze delen er ook samen heel veel: de angst, de honger, de viezigheid, de diarree en andere bacteriële aandoeningen, dood en verderf, de brandende zon, de straffen, het opsluiten in hondenhokken buiten bij een temperatuur van meer dan veertig graden, de openbare terechtstellingen, het dwaze buigen voor een goddelijke keizer, het onbestemde en het ongerijmde. ‘Mogen we voor altijd in dit kamp blijven’. Ik heb het boek zelf niet gelezen, maar ik gok dat deze hartenkreet vooral ook sloeg op de periode meteen ná het einde van de Tweede Wereldoorlog en de capitulatie van de Jap in de Indische Archipel. De ene oorlog met internering was nog niet afgelopen of er kwam een volgende oorlog aan waarin de Indonesische vrijheidsstrijders de Europeanen naar het leven stonden. Letterlijk werd je kop eraf gehakt, door eerst de jap en daarna de Indonesische nationalisten als je blanda hoofd ze niet aanstond. Over de miserabele omstandigheden in het kamp van Ambarawa 6 heeft Ellen me het nodige verteld, voor zover ze zich dat kon herinneren. En de rest in ons boek ‘Mam kijk naar de sterren’ was van horen zeggen, de verhalen van haar ouders die overigens heel spaarzaam waren in een terugblik op die verscheurende oorlogsjaren. De oorlog liep diepe wonden na. Lange marsen door de bloedhitte van kamp naar kamp en sommigen vielen er letterlijk dood bij neer. Met Ellen gaat het goed. Ze is een avondmens geworden. ‘s Avonds gaan de ogen open en komt ze tot leven. Gisteren vroeg ik haar of ze het leuk vond als ik naast haar kwam liggen met mijn boek over de jacht in Bolivia op de wereldberoemde revolutionair Che Guevara. Een geweldig interessant boek trouwens over de ondergang van de ‘T-shirt-icoon’ Ernesto Che Guevara van twee Amerikaanse onderzoeksjournalisten Kevin Maurer en Mitch Weiss op basis van regeringsrapporten, documenten en ooggetuigenverslagen. Het is een fascinerende reconstructie van één van de eerste succesvolle missies van de US Special Forces in de geschiedenis. De jacht in 1967 op de topguerrilla Che in de schier ondoordringbare jungle van het Latijns-Amerikaanse Bolivia leest als een thriller. De missie zou later worden gekopieerd in Afghanistan en Irak. Maar nu heel iets anders want ik dwaal af: de onverwachte momenten van Ellen, daar wilde ik je graag even over vertellen. Ik vroeg dus of Ellen het leuk vond als ik naast haar kwam liggen. ‘Jááá, goed’, klonk het als een pistoolschot. Ik kon mijn oren niet geloven. Zoiets geeft meteen iets feestelijks aan de avond. Ik begon Ellen meteen op een ijsje te trakteren. Vandaag hadden we wederom zoiets. Zo-even zei Diana tegen Ellen dat ze niet zo moest snurken. ‘Jawel hoor’, en weer met een krachtige stem. We moesten er vreselijk om lachen. Bedankt nog voor die tip van taalcoach voor mensen met een migrantenachtergrond. Ik had je verteld dat ik me gemeld had en dat ik heel snel een reactie kreeg. Vanmiddag had ik een afspraak ter kennismaking. Afgaande op haar naam had ik te maken met een mevrouw uit de Arabische wereld. Ze vertelde me een aantal blogs te hebben gelezen die ze ‘buitengewoon inspirerend’ vond. Ik begin in september met een klas. Het valt goed in te passen in het programma van de zorg voor Ellen. Dit is een bezigheid die alles van doen heeft met mijn vak. Ben jij trouwens ook zo verbaasd over alle ophef rond Johan Derksen? Het is de zoveelste hype. Het was een heel verkeerde grap die Derksen maakte en dat geeft hij toe. Nou laat het daar dan ook bij. Uit eigen ervaring weet ik hoe snel je iets zegt waarvan je achteraf in de auto terug naar huis spijt hebt. Of op z’n minst twijfel. Meerdere keren gaf ik een lezing over de boeken van Ellen en mij. De lezing zelf was geen probleem. Maar na afloop kwamen er soms wel dertig vragen uit de zaal. Bij vraag 25 kon ik wel eens te losjes worden. In de buurt van Brussel stond eens plotseling een mevrouw op die de zaal verliet. Ojee, dacht ik. Ik had iets gewaagds gezegd over het katholicisme. Iedereen heeft nu de mond vol van racisme en discriminatie, maar ondertussen. Laatst in de Jumbo stond een zelfingenomen blonde suikerspin een meisje met een hoofddoek uit te snauwen. Het meisje met hoofddoek stond volgens die suikerspin te lang voor de geopende vitrine met de yoghurtjes. Zeker vijf klanten liepen er met hun winkelwagentje langs zonder er iets van te zeggen. Er zullen zeker moraalridders bij zijn geweest. Maar bij de Jumbo de andere kant op kijken. Selectieve verontwaardiging. Ik kon het niet helpen maar ik gaf die suikerspin haar vet. Ik beet haar toe dat ze moest opdonderen omdat dit nou precies een voorbeeld was van waarom bepaalde bevolkingsgroepen in Nederland zich minderwaardig behandeld voelen. Ik foeterde dat het meisje met hoofddoek net zolang naar de yoghurt mocht kijken tot de houdbaarheidsdatum in zicht kwam. Het resulteerde in het verzoek van een snotneus van de Jumbo om de winkel te verlaten. Dat deed ik natuurlijk niet. Bij de kassa wachtte een man mij op met een badge die aangaf dat hij de filiaalmanager was. Hij vroeg naar het voorval en bood meteen zijn excuses aan. Even later passeerde het meisje met hoofddoek bij de kassa. Ze stak haar duim naar me op. Zachtjes hoorde ik: ‘Heel erg bedankt meneer.’ De filiaalchef glimlachte. Even later een jongen in een kanariegeel sweatshirt. ‘Deed U goed meneer, bedankt.’ De filiaalchef lachte nog maar eens zijn bescheiden boerenkiespijn lachje. Ik moest daar in de Jumbo aan de verhalen van Diana denken. Derksen zou het ook ogenblikkelijk in de Jumbo voor dat meisje met hoofddoek hebben opgenomen. Daar meen ik hem goed genoeg voor te kennen. Bij de Judas Wilfred Genee heb ik mijn twijfels. Dat is een gladjanus. Laat dat programma in godsnaam terugkomen na de zomer. Het is heerlijk origineel en controversieel. Ze praten niemand naar de mond. Je kunt vaak vreselijk lachen. Het is het favoriete tv-programma van Joop v.d. Ende, Alexander Pechtold, Klaas Dijkhoff en zo meer. Ik kijk uit naar twee nieuwe boeken over die vreselijke Trump van wie de Amerikanen hopelijk bij de komende verkiezingen af komen. Trump is momenteel razend druk als president en belangrijkste man van deze wereld met het verbieden van boeken. Hij heeft dagwerk aan het verbod op publicaties. Eerst John Bolton en nu ook zijn nicht Mary, de dochter van zijn overleden broer Fred jr. De titel van het boek van Mary Trump belooft al heel veel: Too Much and Never Enough. Misschien wordt er in dit boek ook meer duidelijk over dat zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapte neefje dat voor verdere behandeling financiële ondersteuning nodig heeft. Maar oom Donald zou niet thuis geven. Al jaren niet. Oom Donald heeft alleen maar iets met succes. Het kwam al in eerdere biografieën aan de orde. De president van Amerika is een hartvochtig personage bij wie alles om hemzelf draait. De querulant twittert zich dagelijks een tennisarm en je vraagt je af hoe vol zijn hoofd aan tegenstanders zit. Ellen geniet zichtbaar van de warme zomeravond. Het bed staat tot bijna in de tuin. Een meter bij haar vandaan stond ik zopas de tuin de sproeien. In de opening van de schuifpui twee brandende citroenkaarsen in zo’n glazen pot van de super. Het scheelt in muggen in huis. Het ruikt ook nog aangenaam. De vlinderstruiken staan binnen twee dagen vol in bloei. Andere planten ook. We staan aan de vooravond van een geweldige bloemenpracht. Maar hoe houd ik dat zo? Daar kan geen water tegenop met de droogte en ongenaakbare zon van de laatste tijd. Het is een kleine wereld maar geen klein bestaan. Het is een zware tijd maar tegelijkertijd ook een bijzondere. We zien je inderdaad hopelijk weer gauw.

Johan