Een Grapperhausje bij een mond vol tanden

Beste Hafsa.

Open brief. Met een afschrift aan de gemeente Utrecht afdeling onderwijs: Jij als vertegenwoordiger en mijn aanspreekpunt van de organisatie Taal Doet Meer voor migranten: je weet inmiddels dat ik bloedserieus ben als het om mijn vak gaat. Dat was gistermiddag ook het geval. En ik was betrokken, zeer betrokken als deelnemer aan de studiedag. Dat heb je ‘s morgens zelf kunnen zien. Ik kwam om wat te leren, niet om naar een mevrouw – middagprogramma – te luisteren die er niets van bakte, er vooral voor zichzelf stond en die telkens haar eigen belangrijkheid wilde onderstrepen. Ik kwam voor deskundigheid en toegevoegde waarde, niet voor een mevrouw – senior manager taalconsulenten – die bij de geringste tegenwind uit de zaal (van mij dan) meteen bangelijk (als het over de inhoud ging) en verongelijkt in snikken uitbarstte. Dat was gênant. Taal Doet Meer heeft alle reden zich voor dat schouwspel gisteren aan de Koningin Wilhelminalaan 8 in Utrecht diep te schamen. Een studiedag is er voor bedoeld met elkaar in gesprek te gaan en meningen uit te wisselen, het is geen hoorcollege ter meerdere eer en glorie van degene die bij de projector staat. Een projector overigens die het niet deed. Maar dit terzijde. Ik vind dat als je op een studiedag een zeer ervaren lesgever in de zaal hebt zitten – en dat ben ik nu eenmaal, dat kan ik ook niet helpen-  je als organisator die persoon niet met steun van de andere deelnemers moet proberen te isoleren. Proberen te isoleren omdat hij vragen stelt waarop je zelf het antwoord niet weet. Dat isoleren van een integere deelnemer is heel erg flauw. Druk ik me nog gematigd uit. Want het is eigenlijk onbeschoft. En als je dan ook nog eens als een Ferd Grapperhaus in de Tweede Kamer begint te huilen dan houdt het voor mij op. Dat is wat er gistermiddag rond half drie gebeurde. Mevrouw M. – ze afficheerde zichzelf als senior manager taalconsulenten, toe maar – had even eerder aan de zaal gevraagd wie er al eens in het onderwijs werkzaam was geweest en hoe. Dat waren er niet veel. Nog niet de helft, een derde zo ongeveer. Minder nog. Toen ze mijn antecedenten vernam zag ik, ik ben na zoveel jaren als vakman een goed waarnemer, dat mijn achtergrond haar ongemakkelijk maakte. Ze zal dit zelf ontkennen, zou ik in haar plaats ook doen, maar zo was het wel. Het is overigens niet meer dan normaal, goed gebruik zo je wilt, dat iemand die een studiemiddag verzorgt zich fatsoenlijk voorbereidt en tot die voorbereiding behoort dat ze vooraf nagaat hoeveel ervaren mensen ze in haar zaal krijgt en hoeveel zonder ooit in het onderwijs werkzaam te zijn geweest. Dat vraag je niet aan het begin van je kerkdienst. Als universitair en hogeschool docent schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid draaide mijn werk in belangrijke mate om voorbereiding, voorbereiding en nog eens voorbereiding. Weten aan wie je lesgeeft. En zulks leidde tot geloofwaardigheid. Als docent school mijn kwaliteit vooral ook  in tekstanalyse. Ik kan geen spijker in de muur slaan maar in mijn vak ben ik goed. Zeker ook in tekstanalyse. Daar betaalden eertijds de deelnemers tweeduizend euro per dag voor. Tekstanalyse is een vak apart. Dat beheers je of beheers je niet. Daar kan je niet zorgvuldig genoeg mee omgaan. Want doe je dat niet dan doe je al gauw geen recht aan de persoon van wie je een artikel of iets dergelijks onder de loep neemt en op de snijplank legt. Je maakt je er al snel schuldig aan, die persoon een lager niveau toe te dichten dan hij of zij (mogelijk) verdient. Zulks was mijns inziens het geval met een migrant uit Irak. Er was gistermiddag een oefening met een geschreven stuk aan de hand waarvan ons werd gevraagd het niveau van een Iraakse jongedame van twintig te beoordelen c.q. in te schatten. Nog een tamelijk laag niveau was de conclusie. Die conclusie was binnen vijf minuten getrokken. Schande. Dat kon nog wel eens meevallen, dacht ik. Maar goed, ik had in tegenstelling tot de meeste anderen wel eens voor de klas gestaan. Ik had tot dan toe mijn mond gehouden. Ik beet mijn tong af. Maar kon het uiteindelijk toch niet laten mevrouw de senior manager taalconsulent enkele – voor mij als ervaren docent – prangende vragen te stellen. Vragen die er in dit verband maar al te zeer toe deden. Essentiële vragen. Het ging me om de juiste criteria. Het was heel fundamenteel voor onderwijs en lesgeven waar ik op aan stuurde. Dat durf ik met droge ogen te beweren. Die vragen brachten jullie senior manager taalconsulenten uit haar evenwicht. Dat was wel duidelijk. Jullie senior manager taalconsulenten begreep me zogezegd niet. En toen vroeg ze de zaal of die mij wel begreep. Nee natuurlijk niet, als de dominee of de pastoor het niet begrijpt dan begrijpen de slaafse en in sprookjes gelovende parochianen het uiteraard evenmin. Er zaten als gezegd nauwelijks lesgevers tussen. Maar dat scheen allemaal kennelijk niets uit te maken in deze entourage. Had me dat tevoren laten weten dan was ik niet gekomen. Ik leek bij een slappe welzijnsorganisatie uit de jaren ’70 van de vorige eeuw te zijn aangeland. Koot& Bie. Aan de reputatie, welke dat ook mocht zijn, van mevrouw de sessieleider zitten? Hoezo? Dat was natuurlijk heel mijn bedoeling niet. Maar ik was wel deelnemer aan een studiedag, niet luisteraar met zijn armen over elkaar bij een eenzijdig hoorcollege. Het was niet eens een hoorcollege, het was niet meer dan een neuzelend theekransje. Ik kwam voor interactie. De meeste dames – want het waren voornamelijk dames – in de zaal gedroegen zich als muurbloempjes, als een verzameling stillevens. Ze knikten bij alles ja en amen. Ze waren een heerlijk dagje uit. Moest je die nou op leergierige migranten afsturen? Ik wees erop dat je bij de Iraakse van twintig niet alleen moest kijken naar wat je op papier zag, maar vooral ook naar wat je NIET zag. Met de nadruk op NIET. Want daar lagen de indicatoren voor een evenwichtige en allesbehalve oppervlakkige beoordeling. Hoe lang was ze al (of pas) in Nederland? Onder welke omstandigheden was het stuk geschreven? Waar was het stuk geschreven? Hoeveel tijd had de migrant ervoor gekregen? Welke opdracht was er door de docent verstrekt? Vooral dat laatste vond ik belangrijk te weten. En was dat een juiste opdracht om het juiste niveau te kunnen inschatten. Het was een vrije opdracht geweest. Maar je had wél met migranten te maken die een extra zorgvuldigheid verdienden. Het was alsof een rijinstructeur tegen zijn klant na twee lessen had gezegd: rij zelf maar een stukkie en bepaal ook zelf maar waar naartoe. Dan weet je bijna zeker waar je terecht komt. Namelijk tegen een boom. Ik gebruikte mijn kennis en ervaring over een periode van veertig jaar. Wat was daar verkeerd aan? Mevrouw M. vond dat ik spijkers op laag water zocht. Ze verweet me haar autoriteit aan te tasten. Toe maar. Ik zou haar voor schut willen zetten. Voor schut zetten? Maar waarom zou ik die intentie hebben? Hoezo? Welk belang had ik daarbij? Kon ik het helpen dat ze doodzenuwachtig werd van iemand in de zaal met een stevige professionele achtergrond? Of moest ik me daarvoor excuseren? Ik wilde een interessante en nuttige middag. Daar had ik me voor vrij gemaakt. Ze deed een beroep op de zaal me te isoleren. Zo was het in feite. Dat lukte. Ze had liever dat ik verdween. Misschien dat ik hier nog met de gemeente over ga praten. Want dit zit me niet lekker. Te veel hinderlijke ervaring en kennis. Daarop deed ik mijn jas aan en verdween naar de kapper, want die stond nog op mijn lijstje. Ik vroeg even later het adoptiemeisje Renda uit Bombay of ze op de kappersvakschool vrije opdrachten ter beoordeling kreeg? Nee, natuurlijk niet, luidde het giechelende antwoord. Vrije opdracht? Ze knipte bijna mijn linker oorlel eraf. Eén keer had ze een vrije opdracht gehad en dat was pas helemaal aan het eind van haar opleiding. En ze ging er ook nog eens de mist mee in. Haar slachtoffer kon enkele weken niet over straat. Ik slaagde er bij jullie in die conferentiezaal niet in om duidelijk te maken dat het verstrekken van een vrije opdracht niet de gemakkelijkste manier is om een cursist te wegen maar juist de moeilijkste. Beter nog: een niet redelijke manier. En zulks behoor je te weten alvorens met migranten aan de slag te gaan. Een docent dient een cursist structuur te bieden van waaruit die cursist iets gaat schrijven. Eerst structuur, duidelijkheid, kaders en piketpaaltjes. Zonder structuur in het hoofd kan er onmogelijk structuur op papier komen. Dat geldt evenzeer voor jou en voor mij. Ineens begon mevrouw M. te huilen omdat ik het haar zo moeilijk maakte en toen was de zaal verkocht. Het was eenzelfde vertoning als met die Grapperhaus in de Tweede Kamer. Medelijden met zichzelf. Bah. Ik was de boeman. Dat vond ik op dit niveau verbijsterend en beschamend. Maar had het eigenlijk wel niveau? Iemand verzorgt een studiedag en begint in een waardevolle discussie als zelfverdedigingsreflex te janken. Daarmee is elke discussie over het vak ook meteen kapot gemaakt. Bij voorbaat al. Ze had toch al haar dag niet, snotterde ze als een klein kind dat haar zin niet kreeg. En zo’n mevrouw houdt zich als senior manager taalconsulenten bezig met migranten die vaak uit oorlogsgebieden komen en getraumatiseerd zijn. Daar zou de subsidieverstrekker eens nader naar moeten kijken. Het werd maatschappelijk werk in plaats van een docent-studiedag. Het werd de softe sector met geitenwollen sokken. Nee, ik was naar de studiedag gekomen om in alle redelijkheid over het vak van lesgever te praten. Dat is wezenlijk anders. Er kwamen nog enkele deelnemers mij achterna om mij met klem te vragen te blijven omdat ze mijn bijdragen steeds weer inspirerend en zinvol vonden. Het zou jammer en doodzonde zijn als ik ging. Maar ik liet me niet overhalen. Ik wilde mevrouw M. haar dag niet verder verpesten. Het was haar finest hour. Het is overigens goed gebruik in het onderwijs om tevoren de naam af te plakken van de cursist (of student) die door buitenstaanders (als lesmateriaal) onder het vergrootglas wordt gelegd alvorens zijn of haar werk wordt uitgedeeld. Zeker als het van persoonlijke aard is. En bij het uitdelen wordt ook klassikaal gezegd dat de A4-tjes naderhand weer worden ingenomen. Fundamentals. Uit privacy oogpunt en uit respect. Broddelwerk kortom. Voor onderwijs en lesgeven aan migranten komt meer kijken dan geraakt zijn door de omstandigheden op Lesbos. Ik dacht: laat ook maar, ik ga. Maar tenslotte: ik vind dat je zeker ook in het geval van migranten hun taalniveau niet moet laten wegen door goedwillende amateurs. Migranten verdienen professionaliteit. En niet iemand met een te groot ego zoals mevrouw M. De gemeente zal jullie wel subsidiëren en doet er als gezegd verstandig aan toch eens naar het niveau te kijken waarop jullie de migranten lesgeven. De senior manager taalconsulenten kon mij in elk geval niet overtuigen. De meesten in de zaal evenmin. Aan de tekstanalyse ging een oefening vooraf waarin jullie senior manager taalconsulenten de zaal vroeg naar de leerkracht eertijds die die de meeste indruk had achtergelaten. De senior manager taalconsulenten vond alle antwoorden stuk voor stuk prachtig en deed er vervolgens didactisch niets mee. Waar was die oefening voor bedoeld? We werden alleen maar een beetje beziggehouden. Arme migranten. Zo heeft het voor mij geen enkele meerwaarde. Je bent intelligent genoeg om dit te begrijpen. Zei jij mij niet eens eerder dat bij jullie iedereen gelijk was, en dat het niet uitmaakte of je op hoog niveau les had gegeven of helemaal nooit nog voor de klas had gestaan? Ik proefde de wrange vruchten. Ik ben een vakman die zijn sporen didactisch en intellectueel heeft verdiend. Ik vind dat je voor de naar spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid in de Nederlandse taal hongerende migranten kwaliteit in stelling moet brengen. Daarvoor is een juiste begeleiding van migranten in onze westerse samenleving op basis van kunde en inzicht van te groot maatschappelijk belang.
Met niettemin beste groet, Johan Carbo.

****

Hallo Johan!

Had je het (in een eerder blog misschien) niet gehad over een ‘VVD-mevrouw’ die deze studiedag zou leiden? Het lijkt mij dat er op een studiedag, met allerlei mogelijke a.s. docenten, wordt gesproken over inhoud en over hoe je mensen die onze taal niet kennen het best kan ‘onderwijzen’. Die vaardigheid zullen de meeste kandidaten niet of nauwelijks bezitten. Anders dan jij. Die Taal Doet Meer club zal toch wel langer les gegeven hebben aan migranten En dan, zoals je zegt, jou ‘isoleren’?!  Wat een troela. Volmaakt ondeskundig! En bovendien is zo’n handelwijze -naar wie dan ook- volstrekt ongepast. En dan ook nog een Grapperhausje doen? Ik wist niet wat ik las. Ze moet bij het volkstoneel gaan. Ik vraag me af of die dame überhaupt wel gekwalificeerd is om les te geven aan migranten. Ze zou toch moeten begrijpen dat juist uit het stellen van adequate vragen de gewenste interesse blijkt.

Ik hoop dat de koffie lekker was! Jan.

PS.  Zag jou op RTV Utrecht mét snor: stond je goed!

****

Johan, ik lees dit en ik zucht. Het is weer het bekende liedje. Het is het klassieke probleem. Wees blij als organisatie dat zich iemand aanbiedt met veel kennis en ervaring. Maar nee. Ze zien je als een bedreiging. Ik hoop dat een ambtenaar bij de afdeling onderwijs van de gemeente dit oppikt, maar ik moet het nog zien. Jammer hoor. Jammer voor de migranten. Die trekken aan het kortste eind. Wil, Leidsche Rijn.

****

Johan, stijgende verbazing van mijn kant. Ik zie al dat wij vroeger op de bank met z’n allen begonnen te huilen als we op onze vingers werden gestikt. Hoe oud is die senior manager taalconsulenten eigenlijk?! Laatst had ik het met Nanny in een ander verband nog over mensen die meteen beginnen te huilen als het tegenzit. We moesten er smakelijk om lachen. Dit mist statuur. Charles.

****

Schokkend. Bizarre middag met die senior manager taalconsulenten bij Taal Doet Meer. En het kan nog gekker. Zie de Volkskrant. Een mevrouw Marlies Bohnecke uit Westerbork had zich als ervaren leerkracht NT-2 als vrijwilliger bij het Taalhuis gemeld voor les aan laaggeletterden. Ze kreeg te horen dat ze van harte welkom was maar dat ze wel eerst een cursus van vier dagdelen moest volgen voordat ze aan een cliënt gekoppeld kon worden. De vrijwilligster bracht daar tegenin dat ze niet meer hoefde te leren hoe je aan laaggeletterden kennis kon overbrengen want het was haar vak dat ze al jaren professioneel uitoefende. En bovendien: deze vrouw stond voor de klas en in die tijd kon ze geen cursus bij het Taalhuis komen volgen. Regels waren regels. Als je zulke dingen leest dan geloof je je ogen toch niet! Jan van Ewijk, Hoofddorrp.

****

Ik kan sluit me volledig aan bij de eerdere reacties in deze blog en kan me heel erg goed voorstellen dat een gekwalificeerd universitair en hogeschool docent een dergelijke sessie verlaat. Hier zou ook ik kwaad om worden. Jan van den Heuvel, Tilburg, voormalig instructeur academie voor journalistiek.

Johan