Ministerie erkent: misbruik bonussen in verpleeghuizen

‘U heeft gelijk in uw boze brief aan ons’, zei het gezondheidsministerie me deze maandagochtend 1 februari 2021 door de telefoon bij monde van een vriendelijke mevrouw. Ze verontschuldigde zich ook. Het was met die coronazorgbonussen in december helemaal niet goed gegaan. Oplichterspraktijken. De ambtenaar van het ministerie zei het zo niet maar ze bedoelde het zo wel. Ik kreeg gelijk dat diverse verpleeghuizen de coronabonussen voor zorgmedewerkers misbruikt hadden en die op een schandalige manier ook hadden toegespeeld naar personeel waarvoor de bonussen helemaal niet bedoeld waren geweest. Met de kerstdagen niet en thans nog steeds niet. Ze was het met me eens en wilde dat even persoonlijk laten weten. ‘Maar lieve mevrouw, afgaande op de lange personeelslijsten die verpleeghuizen naar het ministerie stuurden voor een bonus had u toch meteen op uw klompen kunnen aanvoelen dat u besodemieterd werd? Of niet soms? Gezien die lijsten kon er toch immers geen sprake zijn van een hopeloos tekort aan eerstelijns verzorgenden in de verpleeginstellingen! Eerder een overschot. Maar we horen niet anders dan van vele tienduizenden en nog eens tienduizenden vacatures. Heeft u bij het toekennen van die bonussen zitten slapen?’ Te goed van vertrouwen, zullen we maar zeggen. Uilskuikens. En verpleeghuizen die daar flagrant misbruik van maakten. Een zucht door mijn nieuwe iPhone. Het ministerie voelt zich bedrogen. Zouden sommige verpleeghuizen ook hun schaap buiten en het konijn in de recreatiezaal voor een coronabonus hebben opgegeven? Meestal luisteren die naar hele lieve namen. Maar het goede nieuws is dat nu met vereende krachten gewerkt wordt aan een bonus voor de thuiszorg. Eindelijk. Het werd tijd. Gerechtigheid.

Nederland is het land van andere landen dominee-matig de les lezen. Van de crapuleuze hardvochtigheid en bureaucratische haarkloverij in de toeslagenaffaire. Van regels en van onbedaarlijk regelfetisjisme. Van de ambtelijk schijnheilig prachtig aangeharkte tuintjes. Hoe meer loketjes hoe meer levensvreugd. Het is voor velen een houvast, net als kerkbezoek. Heel lang waren we daar nog trots op ook, neurotisch trots. Maar o wee. Wat vallen we door de mand. De teloorgang van Nederland, schreef deze week Tom Lanoye vanuit Vlaanderen. Niet eens leedvermaak. Eerder medelijden. Vlaams medelijden. Regels en nog eens regels. Vraag het elke willekeurige mantelzorger. Maar zodra het in een pandemie aankomt op improvisatietalent valt Nederland als eerste met schaamte door de mand. Het lachertje van Europa dat vooral uitblonk in vergaderen en in ‘Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft’. Je kunt er niet alleen Hugo de Jonge de schuld van geven. Het zit in onze genen. Het liefst vordert het ministerie die ten onrechte verkregen bonussen aan zijlijnfiguren in de verpleeghuizen terug. Maar hoe? Voor wie wel kan organiseren maar niet improviseren is dat nog een heel werk. Maar de intentie zou er wél zijn. Eigenlijk kwam het er in het gesprek van gisteren met die vriendelijke ministeriemevrouw op neer dat de overheid door veel besturen en directies van verpleeghuizen afgelopen november en december op z’n Hollands gezegd grofweg is belazerd bij de toekenning binnen de verpleegzorg van de coronabonussen. Oplichterspraktijden dus eigenlijk. Valsheid in geschrifte? Mooi weer spelen bij het voltallige verpleeghuispersoneel met behulp van bedrog. Bonusfraude? En de daders weten natuurlijk van de prinsjes en prinsesjes geen kwaad. Zo gaat dat meestal. Er zal altijd wel een gewiekste advocaat gevonden kunnen worden als ze zich voor hun malversaties moeten verantwoorden. De smoezen kunnen we nu al bedenken: onduidelijke brief van het ministerie over opgave voor coronabonussen, brief voor meerdere uitleg vatbaar, te ingewikkeld Haags taalgebruik, werkdruk in coronatijd, van alles wat, behalve kwade opzet. Maar hoeveel huilverhalen ook, het is en blijft gemeen en onverantwoord naar de samenleving toe die toch al zo onder druk staat.

Die bonussen waren exclusief voor de handen aan het bed in coronatijd, niet voor anderen. En al helemaal niet voor de raad van bestuur en de directeur, als ook die in de prijzen zijn gevallen. Niets verbaast ons meer. Zie de gretig opgestroopte mouwen van de misselijk makende ziekenhuismanagers voor de eerste coronaprikken. Vuige egoïsten. En maar schelden op een Donald Trump. In vele opzichten geen spat beter. Diverse verpleeghuizen, achteraf dus toegegeven door het ministerie, hadden voor het gemak maar iedereen voor een bonus in aanmerking laten komen onder het motto ‘Pluk de dag’. Ook de kantinejuffrouw, de glazenwasser en de administratie. De administratie die van huis uit werkte. Het was groot feest in de verpleeghuizen. Een wel heel uitbundig kerstpakket in 2020. Nooit in deze tijden van corona een verpleeghuisbed van dichtbij gezien, nooit een washandje hoeven gebruiken, niet eens op de afdelingen geweest, maar vooruit: ook maar een bonus voor zijlijnfiguren als de tuinman om de onderlinge sfeer op de werkvloer plezierig te houden. Een dubbele of zelfs drievoudige bonus voor uitzendkrachten die in meerdere verpleeghuizen eventjes rondgelopen hadden, naar mij door iemand werd verteld.. Welja! Toe maar. Mee-eten uit de ruif.

En de thuiszorgmedewerkers hadden het nakijken. Het dreamteam van Ellen bijvoorbeeld. Om razend van te worden. Geen bonus voor ónze dames die bij nacht en ontij hier de straat in kwamen rijden om voor Ellen te zorgen, ook met de feestdagen. Maar wel een douceurtje van duizend euro voor de juffrouw in de kantine die vanwege de corona op slot zat. Die telde elke dag haar gevulde koeken en kwam steeds weer op hetzelfde aantal uit. Daarvoor een bonus. Dat ging het ministerie snel rechtzetten, beloofde mevrouw S. Ze kende iemand van wie de moeder als thuiszorgmedewerker een bonus verdiende maar niet had gekregen. En bij de zus van die moeder was het net andersom geweest. Die had er helemaal geen recht op gehad maar wel een coronabonus met de feestdagen in haar zak kunnen steken. Rondje van de zaak! De directrice van de verpleeginstelling trok bij de bar nog maar weer eens aan de bel. Immers rondje van de zaak! Hoge populariteitscijfers voor bestuur en directie van verpleeginstellingen. Met behulp van maatschappelijk onrecht en gesjoemel met personeelslijsten. Er wordt nu alles op alles gezet dit binnen een maand te corrigeren. Eerste prioriteit: de thuiszorgmedewerkers. Aldus de ministeriemevrouw. Wie had het eigenlijk eind vorig jaar over de thuiszorg gehad? Bestond de thuiszorg wel in het verhaal over een coronazorgbonus? En dat terwijl het overheidsbeleid erop gericht is zieken en ouderen zolang mogelijk thuis te houden (vergrijzing, kosten). En waar was diezelfde hypocriete overheid de afgelopen feestdagen? Voor de thuiszorg was die overheid in geen velden of wegen te bekennen.

‘U heeft gelijk in uw brief aan ons’, benadrukte de ambtenaar van het departement voor de gezondheidszorg opnieuw. De thuiszorg was zelfs niet eens stiefmoederlijk bedeeld geweest. Zelfs dat nog niet eens. Ze voegde eraan toe dat het ministerie zich kapot geschrokken was van hoe diverse verpleeginstellingen met overheidsgeld de afgelopen feestdagen intern voor Sinterklaas en Kerstman tegelijk hadden gespeeld. Daar wordt nu tegen opgetreden, voegde de ambtenaar toe. Maar eerst zal recht worden gedaan aan de thuiszorg. ‘Binnen een maand hopen wij met onder meer de computeruitdraaien van de Sociale Verzekeringsbank afdeling PGB ook de thuiszorg van een bonus van duizend euro te hebben voorzien en daarna van een tweede bonus van vijfhonderd euro.Hadden ze dat niet eerder kunnen bedenken? Mevrouw S. wees er nogmaals op dat de aangehaalde voorbeelden in mijn boze brief ook bij het ministerie intussen genoegzaam bekend waren. Wat de overheidsambtenaren kennelijk eind vorig jaar over het hoofd zagen was dat je niet alle besturen en directies van verpleeghuizen kunt vertrouwen. Ze geven valse info door. De overheidsambtenaren waren te goed gelovig geweest. Hadden ze zich maar zo in het toeslagenschandaal opgesteld.

Een tip aan het ministerie van Hugo de Jonge: misschien een aardig idee om ook nog eens uit te zoeken op welke andere terreinen de besturen en directies van verpleegorganisaties eveneens misbruik maken van vertrouwen. Een tweede suggestie: schrijf als ministerie eens alle verpleeghuizen aan met de mededeling dat er een zwaar gesubsidieerde wervingscampagne voor handen aan het bed zit aan te komen en stel aan de verpleeghuizen in diezelfde brief eens de vraag hoeveel mensen er daadwerkelijk persoonlijke verzorging verrichten en hoeveel ze er tekort komen. Vergelijk daarna de opgave eens met die voor de bonussen. Wedden dat het heel verschillende lijstjes zullen zijn. De linkmichels.

Twee verpleeghuizen de afgelopen tien jaar meegemaakt. Ik ken het povere leidinggeven in de verpleeghuizen. Dat is misschien wel net zo’n groot probleem als de zoektocht naar bekwame mensen voor persoonlijke verzorging. Het één kan beslist niet helemaal los worden gezien van het ander. Al wil ik niet generaliseren. Nee, ik scheer niet alle verpleeghuizen over één kam. Het zal niet overal verkeerd gaan. De meeste mensen deugen? Welnee! Daar klopt geen donder van. Kolder. We deugen bijna geen van allen. Dat wordt nog wat met het bedrijfsleven en het coronasteunfonds als het straks op uitbetalen aankomt. En wie is dan de klos? De kleine krabbelaar natuurlijk. Hoekstra zet je schrap! Je gaat dezelfde rampzalige weg als je partijgenoot De Jonge. Die is geen minkukel. We verliezen tijdens de pandemie van onszelf. Van onze regelzucht. We verliezen van het feit dat we met al onze regels niet meer onze hersens hoefden te gebruiken en niet kunnen improviseren. Land van calvinistisch ingestelde regelneven. Een volgende regering mag zijn borst natmaken. De meest gehaaiden zullen wel vooraan blijven staan en hun hand op houden. Mag ik even vangen? Ellen (met een thans volledig gevaccineerd team om haar heen, ook een verhaal apart) kan het helaas niet meer zelf zeggen, maar als we haar naar het jappenkamp hadden kunnen vragen dan zou ze gezegd hebben: In oorlogstijd en dus nu ook in coronatijd veranderen mensen in ongelofelijke inhalige niets en niemand ontziende hebbers.

‘U heeft gelijk in uw boze brief’. Ja, en was dat maar niet zo. Helaas, uilskuikens, heb ik gelijk. Maar als we de departementale ambtenares mogen geloven wordt nu – uitgesteld – recht gedaan aan de thuiszorgmedewerkers. Ze zijn net als hun directe collega’s in de verpleeghuizen de KURK waarop de Nederlandse verpleegzorg draait. Bij die categorie behoorde allang een coronazorgbonus te zijn gearriveerd. Dat leger handen aan het bed immers voldoet in àlle opzichten, ik herhaal: in àlle opzichten, aan de spelregels. Niet de kantinejuffrouw van het verpleeghuis en de onderhoudsmonteur. Mocht het begin maart niet in orde zijn dan kon ik mevrouw de ambtenaar daarop aanspreken. Ik kreeg haar rechtstreekse nummer. We zullen zien. Ze zal zeker nog van me horen.

PS.

Nee Jan, de rellen, plunderingen en brandstichtingen in diverse steden bij de invoering van de avondklok klein bier noemen, vergeleken bij tien jaar Rutte-doctrine met alle afbraak in onder meer de zorgsector, dat vind ik van de zo bewierookte Vlaamse schrijver Tom Lanoye in NRC een onzinnige vergelijking. Een gevaarlijke ook. Een vergoelijking bijna. Alsof tien jaar Rutte-doctrine het avondklok-hooliganisme zou kunnen rechtvaardigen. Kom op zeg! Ze zijn beide heel erg. Op de radio vanuit zijn woonplaats Kaapstad nuanceerde Lanoye zijn uitspraak overigens. Ik vind dat ook een columnist niet totaal vrij van journalistieke ethiek moet willen opereren. Ik wijs je op de straatklinkers die naar ziekenhuizen werden gegooid. Ziekenhuispersoneel dat de stuipen op het lijf werd gejaagd. Ziekenhuismedewerkers vluchtten radeloos naar huis. Winkeliers en anders die hun pand uit angst barricadeerden. Een traumatische ervaring. De beelden gingen de hele wereld over. Noem dat maar klein bier. Het was appels met peren vergelijken. Op de School voor Journalistiek zou ik met mijn gevreesde rode viltstift een streep door die onzin hebben gehaald. Het las leuk weg maar daar had je dan ook alles mee gezegd. Door zijn verder voortreffelijke stuk zo te eindigen beet Lanoye op de opiniepagina van NRC in zijn eigen staart. Het deed afbreuk aan het voorafgaande. Zijn opinieartikel verloor met die krankzinnige vergelijking aan waarde. Je moet jezelf als schrijven niet overschreeuwen. De avonden en nachten van straatanarchie die politiemensen met bebloede hoofden en verdere verwondingen weer terugbrachten in hun gezin waren in geen enkel opzicht klein bier. Ook niet vergeleken bij tien jaar Rutte-doctrine. Je legt toch niet voor berekening van de kosten eerst de Rutte-doctrine en daarna de avondklokrellen op een weegschaal? Het lijkt de groetenboer wel. Ik was als NRC voor publicatie met Lanoye gaan praten om die laatste alinea geschrapt te krijgen. Misschien is dat ook wel gebeurd, maar weigerde de Vlaamse auteur. Overigens: niet jij stemt in maart weer op Rutte, niet jij nee, niet ik, en niet diverse anderen om ons heen. Maar half Nederland laat zich door de Rutte-doctrine niet van de wijs brengen en bezorgt de acrobaat uit Den Haag opnieuw zijn premiersbonus. Om maar in de sfeer van bonussen te blijven. Voor velen blijft kinderloze Rutte voelen als hun gezinshoofd. Zijn we hardleers? Zeg het zelf maar. Wat doet de Nederlandse kiezer met de spiegel die Lanoye ons als een J’Accuse van de Franse schrijver en journalist van weleer Emile Zola voorhoudt? Zweren we het neoliberalisme van de Chicago School van de econoom Milton Friedman ook écht af in het stemlokaal? Welnee. VVD en CDA gaan triomferen. Dat zegt genoeg. Ik las in diezelfde NRC, en ik hoor ook niet anders, dat de basisscholen zijn overvallen door de regels die aan openstelling komende maandag verbonden zijn. Overvallen? Hoezo? Te laat duidelijkheid over de regels? Maar daar kan toch niet eerst vier weken over worden vergaderd? We leven in een pandemie, in een totale crisis. Dit heeft niets met de Rutte-doctrine te maken maar alles met het geringe improvisatietalent in het verkleuterde Nederland. We zijn verslaafd geraakt aan praatprogramma’s en waar we in uitblinken is piepen en zeuren. Wat Youp van ‘t Hek zo mooi aangaf in zijn column: van alles geven we Hugo de Jonge schuld, Als bij Youp thuis de pindakaas op is of de jam dan is dat de schuld van Hugo de Jonge. Neem toch je eigen verantwoordelijkheid als basisscholen! Toon iets van zelfredzaamheid. Kom toch uit je kinderstoel. Het is in Nederland nooit goed of het deugt niet. Als het even tegenzit dan vallen we om. Waar is de rechte rug! Op dat punt geef ik Tom Lanoye helemaal gelijk. We zijn de dominee van Europa maar reageren bij crises alsof we net uit een ei zijn gekropen. Een minder grote mond in Europa, zou ik zeggen.

Johan