Syrisch wonderkind begrijpt ons boek als bijna geen ander

Voor mijn Syrische studente,

Ik zeg het met een dieppaars bloemetje uit onze voortuin. Een bloemetje waarmee ik je voor augustus op een welverdiende vakantie stuur. Je bent nog maar 22, of 23 misschien, maar ouder niet. Al vaker heb ik je geschreven, ik geef je via het prestigieuze instituut Het Gilde nu anderhalf jaar voornamelijk over de computer les vanwege het Wuhan virus en nu de viermaal besmettelijker vermoede Delta variant – al vaker heb ik je na mijn correcties op je werkopdrachten teruggeschreven dat ik zwaar onder de indruk ben van de snelheid, als een Speedy Gonzales naar de cartoonreeks van de Warner Brothers, en van de gulzige gretigheid waarmee je de Nederlandse taal steeds beter onder de knie krijgt. Dat zal met je leeftijd te maken hebben, en met een talenknobbel, maar meer dan dát nog heeft het volgens mij van doen met je verbluffende ijver en wilskracht het Nederlands tot in de perfectie te willen spreken als ook te willen schrijven. Alles zet je opzij voor een zo goed mogelijke spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid in de jou tot voor kort nog volstrekt onbekende Nederlandse taal. En dat voor iemand die nog niet eens drie jaar in Nederland is. Als ik je dertig woorden gaf dan wilde je er veertig en als het er veertig wilde hengelde je naar zestig. Op de Erasmus Universiteit in Rotterdam had ik eens een student die zijn artikel gecorrigeerd aan me teruggaf omdat hij voor meer wilde gaan dan een 8. Ik keek er nog eens naar en gaf hem als beloning een 8,5. Kwam hij een dag later weer terug met zijn verhaal. Of ik het nog eens onder de loep wilde nemen. Nou vooruit, nog een keer. Ik gaf er intussen een 9 voor. De naam van die jongen brandt op mijn lippen maar hoe heette hij toch ook alweer? Iets met Doggers. Op een feestje vroeg hij eens wijzend naar Ellen of wij ook een dochter hadden. Zo ja dan wilde hij ongezien met haar trouwen. Hij bleef maar komen met zijn artikel. Bij een 10- ben ik gestopt. Ik kreeg er schoon genoeg van. Maar tegelijkertijd nam ik wel mijn pet voor hem af. Enigszins pesterig weigerde ik hem een volle 10 te geven. Robert Doggers, nu weet ik het weer, zo heette hij voluit, Robert was zijn voornaam. Ben benieuwd of hij ooit aan een vrouw als Ellen gekomen is. Hij leek me niet de ideale schoonzoon, maar studeren kon hij als de beste. Aan deze student doe jij me dikwijls denken. Je wilt Geneeskunde gaan studeren en het zal je lukken ook bij een Nederlandse universiteit als de VU in Amsterdam binnen te komen. Pas geleden informeerde je naar mijn mantelzorg en naar één van mijn boeken daarover, en je vroeg naar mijn dierbare Ellen ook. Ik stuurde je de digitale versie van ‘Dankjewel voor je liefde/ Omgaan met parkinson en Lewy Body dementie’. Je reactie deze week vond ik werkelijk grandioos. Ik heb ‘m wel vier keer gelezen. Je verontschuldigde je voor een mogelijke taalfout. Jouw woordenschat is beter dan menigeen die hier in Nederland is geboren en opgegroeid. Je reactie op het boek heb ik gelezen en herlezen. Vandaar dat ik mijn antwoord heb opgenomen als nieuw blog. Je was aan ‘Dankjewel voor je liefde’ begonnen, zo schreef je me, en je was niet meer opgehouden. Je was in één ruk doorgegaan tot voorbij de laatste pagina. Je schreef dat je niet meer kon, en ook niet meer wilde, stoppen met lezen. Ooit berichtte een arts in opleiding aan het Diaconessenhuis in Utrecht mij dat ook. Hij gebruikte ‘Dankjewel voor je liefde’ voor zijn afstuderen. En ik moet nu ook terugdenken aan die jonge onderzoeker op het liesbreukcentrum van het Diaconessenhuis. Ook hij vroeg naar het boek. Heeft het mede met Geneeskunde te maken? Jij was verrast over mijn openhartigheid en ik heb je uitgelegd waarom ik zo openhartig was. Want dat woord gebruikte je: openhartig. Toen ik met het schrijven over het gekantelde leven van Ellen en mij begon zei iemand: ‘Zou je dat wel doen? Het is zo openhartig. We hebben het er nog wel een keer over.’ Ik dacht, verbouwereerd: waar bemoei je je mee, we hebben het er helemaal niet over.’ Ik ben blij dat ik niet naar die vrouw geluisterd heb. Als je echtgenote ziek wordt dan heb je er ineens tien moeder bij als je niet uitkijkt. Zat ik totaal niet op te wachten. De respons op de boekenserie was groter dan ik ooit had kunnen vermoeden. Ik vind ziekte bij het leven horen, daar moet je niet schimmig over doen, en ik betreur het dat ik bijna dagelijks moet ervaren dat er in Nederland haast een scheidslijn met niet zelden een kartelrand of een markering met rafels loopt tussen de wereld van de gezonde mensen en die van getroffenen door een chronische ziekte en hun mantelzorgers. Ik heb mijn boeken zeer beslist ook geschreven vanuit een groot en onoplosbaar verdriet, vanuit eenzaamheid, vanuit verlies van perspectief, en tegelijkertijd ook om te voorkomen dat ik depressief zou worden. Het was op het randje toen met een depressie. Maar ik wilde naar buiten toe ook laten merken dat met optimisme en sterke schouders veel kan worden opgevangen. Ik sta heus niet altijd zo sterk in mijn schoenen als dat lijkt, maar toch, ik spreek geregeld mijn sterkste karaktereigenschappen aan. Schrijven is een soort therapie voor mij gebleken. Schrijven kan verhelderend werken maar ook verwarring stichten. Je gevoelens zó op papier zetten en zó schrijven dat je begrepen wordt. In 2014 wilde ik in Spanje, aan zee in Fuengirola, waar ik een weekje uitblies, het liefst van het balkon springen. Ik voelde een verlammende angst voor de toekomst. Fuengirola was een vlucht voor iets waar niet aan te ontsnappen viel. De parkinson liet zich niet verjagen. Toch maar niet gedaan, dat springen, de twaalfde etage vond ik wel érg hoog, en ik heb voor het schrijven van ‘Dankjewel voor je liefde’ gekozen. Daarna volgden enkele andere uitgaven. Schrijven creëert rust in je hoofd. Ik heb met mijn schrijven en passant ook veel andere mantelzorgers kunnen helpen. Dat had ik niet verwacht en dat was ook nooit mijn uitgangspunt geweest, maar ik ben er wel blij mee. In Nederland wordt niet altijd goed met slopende ziekten omgegaan, helaas. We hebben er de tijd niet voor. We némen er de tijd niet voor. Er is schaamte en onhandigheid. Er is ongeduld. We razen en raaskallen maar door. De westerse wereld is van rennen en vliegen, en van succes najagen en optimalisering van de winst en beursnoteringen en dagkoersen. Daarom valt de corona ons ook extra zwaar. We kunnen niet inleveren. De ik-maatschappij. Iemand uit mijn naaste omgeving probeerde me daar 25 jaar geleden al van te overtuigen, van die ik-maatschappij, maar ik wilde er niet aan. Ik kon niet geloven dat het ge-ik al zo algemeen was geworden. De familiebanden blijken vaak niet hecht zodra het erop aan komt. Zo anders dan in andere culturen. Kon ik destijds al inleveren? Ik geloof van niet. Ik was geen spat beter en anders. Maar ik was nimmer van de ik-maatschappij. De ziekte van Ellen heeft me veranderd. Dat had je goed opgepikt uit mijn boek. Het is allemaal heel procesmatig gegaan. Gisteren sprak ik iemand die inmiddels volledig is hersteld van borstkanker. Ze vertelde me dat in de tijd dat ze aan de chemo was, en haar haarlokken uitvielen, goede bekenden een straatje voor haar om gingen. In de supermarkt kwam ze mensen tegen van wie ze dacht dat het vriendinnen waren of zo, maar die nu ineens heel lang naar de koffie of thee gingen staan staren om maar geen praatje te hoeven maken. Er waren bekenden die ineens een vogeltje in de boom zagen terwijl er geen boom stond. Het deed de vrouw met borstkanker en chemo en nauwelijks nog haar op het hoofd ongelofelijk veel verdriet. Het doorkliefde haar ziel. Ze besloot maar een pruik te kopen. Huilend zette ze thuis voor de spiegel die pruik op en ze schudde haar hoofd. Ze was haar eigen ik niet meer. Ze had niet alleen een pruik nu, ze wás die pruik. Ze is inmiddels genezen verklaard. Hoe nu om te gaan met de mensen die weer wél een vrolijk praatje begonnen maar de kankerpatiënt van destijds als een besmettelijke geestverschijning probeerden te mijden. Ik moest mijn zestigste passeren om tot diepere inzichten over het leven te komen. Die zijn met mantelzorg en schrijven gekomen. Het alles heeft me gevoelsmatiger gemaakt. Ik benijd jullie Syriërs vaak niet. Van huis en haard verdreven. Miljoenen Syriërs wonen noodgedwongen in Turkije. In Istanbul en Izmir schijnen complete buitenwijken Syrisch te zijn. En zie ook die andere diaspora, die van de Afghanen. Er komt weer een nieuwe exodus op gang. Waarom Biden, denk ik momenteel, waarom trek je nu je troepen uit Afghanistan terug. Denk toch aan de vrouwen en meisjes van Afghanistan. Die zijn een prooi, ja letterlijk een prooi voor de Taliban. De baardmannen rammelen aan de poort van Kabul en vrouwen en meisjes durven al niet meer de straat op. Ze leven in hun zelf verkozen gevangenis. Het leed is onbeschrijfelijk. Wat voor jou geldt dat geldt ook voor enkele anderen in mijn directe omgeving: ik heb bewondering voor de moed en kracht die jullie opbrengen om in een totaal ander land met volslagen andere zeden en gewoonten een nieuw leven op te bouwen. Met grote interesse las ik een artikel van Khatera Shaghasi die in Utrecht Conflict Studies en Human Rights studeert. Het conflict in Afghanistan kan pas goed begrepen worden als ok de rol van Pakistan begrepen wordt. Het buurland steunt de Taliban al jaren en jaren door dik en dus en financiert haar ook. Die angel moet eruit. De Verenigde Staten zijn dubbelhartig. Met enige schroom vroeg je me na het lezen van ‘Dankjewel voor je liefde’ of je er een paar vragen over mocht stellen. Of ik dat niet erg vond, of brutaal? Welnee joh, natuurlijk niet. En je vragen waren zo ongemeen goed. Zó intelligent! Over de stand van de medische wetenschap ten aanzien van parkinson en Lewy Body bijvoorbeeld en de correlatie daartussen. Was Ellen te redden geweest als we eerder hadden onderkend dat ze aan een spierziekte leed en een hersenaandoening had? Ik weet het niet, ik weet het werkelijk waar niet. Ook uit die vragen las ik weer af wat het betekent, en hoeveel levenservaring iemand opdoet, als het leven, zoals dat van jou, alleen maar in een onbekend land kan worden voortgezet na enkele asielzoekerscentra en een reeks onzekerheden rond screening en bureaucratie. Je vragen troffen me. Die over mijn zo jong overleden vader bijvoorbeeld. Je had door dat zijn dood van immense betekenis voor mij gebleken is. Niet meteen, nou ja ook wel een beetje meteen, maar meer nog veertig jaar later. Mijn vader stierf, mijn moeder ging dood, en ik werd gevormd. Jong op eigen benen. Te vroeg volwassen. Deel van mijn jeugd gemist. Mijn bevriende oud-studente Annelies uit Amsterdam zei op een wandeling laatst: Jij hebt nog steeds niet goed verwerkt wat er gebeurde toen je vader stierf en toen bleek dat je moeder het leven zonder hem niet aankon, je hebt het weggestopt met een enorme prestatiedrang. Toen ik goed en wel doorhad wat voor een geweldige vader in had leefde hij al niet meer. Dat doet zeer nu. Ik probeer op mijn vader te lijken als een postuum eerbetoon. Ik denk dat het lukt. Ik moet geen gemakkelijke puber voor hem zijn geweest. Ik dank je voor je complimenten over mijn schrijfstijl. Schrijven doe je met je hart. Maar ik dank je meer nog voor wat je over Ellen schreef. Zó invoelend. Ellen is mijn alles. Ook jij hebt al jong veel meegemaakt, meer nog dan ik toen. Het respect waarover je schrijft is wederzijds. Niets in het leven is vanzelfsprekend. Zeker gezondheid niet. Daar ben ik nu wel achter. Het is ook geen recht. Het is een cadeau. Niet vanzelfsprekend. Geen recht. Dat is veiligheid wel. En jij weet wat ik bedoel. Dat recht van veiligheid en geborgenheid wordt miljoenen in de wereld dagelijks ontnomen. Gisteren besloot ik ‘Dankjewel voor je liefde’ weer eens uit de boekenkast te halen. Ja dacht ik, zo is het allemaal gegaan. Er zijn mensen van wie ik hoop dat ze de bundel ook lezen, maar ik ben er niet zeker van, ik hoop het, en ik zeg niet wie. Voor dat boek stond ik in 2014 drie maanden lang en langer nog vaak al om vier uur ‘s morgens op. ‘s Nachts lag ik in mijn bed zinnen te maken. Ik schreef met de balkondeur van mijn werkkamer open. Het is alle inspanningen waard gebleken. Streef niet altijd naar tienen hoor. Die neiging had ik ook. Een zeven kan ook een heel behoorlijk cijfer zijn. Nou vooruit: een acht. Blijf lezen. Blijf boeken lezen en kijk het kunstje af. Let vooral ook op de samenstelling van de zinnen en de overgangen ook. En de ware betekenis van de woorden. Ik stuur je weer een boek op. Ditmaal ‘Mam, kijk naar de sterren’. Het is het verhaal van Ellen aan haar twee kleindochters over haar peuterjaren in de Japanse interneringskampen in de Tweede Wereldoorlog. Dat boek heb ik samen met Ellen geschreven in het jaar dat ze te horen kreeg dat ze ongeneeslijk ziek was. Ellen leeft intussen alweer bijna twaalf jaar met parkinson en Lewy Body. Het is onherroepelijk de liefde, de geborgenheid en de toewijding van mijzelf en de vier dames die haar samen met mij verzorgen. Ellen heeft haar eigen Hofhouding met een hoofdletter H. ‘Mijn medescholieren zijn ambitieloos’, kopte NRC dit weekend een ingezonden brief van een zekere Cyprian Koscielniak. De brief begon zo: ‘Een 5,5 is al voldoende en afgerond zelfs een 6 op mijn eindlijst, kwekte een klasgenoot vlak voor de vakantie. De leerkracht van dienst haalde zijn schouders op: zo gaat het nu eenmaal in het huidige Nederlandse onderwijs, zag je hem denken.’ Het zette de briefschrijver aan het denken. Zijn conclusie: de meeste scholieren hebben geen enkel besef van hun individuele doel op school. Jou adviseer ik: blijf hiervan weg. En om in dit blog één van je vele vragen te beantwoorden: iemand iets adviseren en iemand iets ter overweging meegeven kun je als identiek beschouwen. Dat is wel zo’n beetje hetzelfde. Blijf weg van ambitieloosheid, geef ik je mee, maar eigenlijk hoef ik jou dat niet te adviseren. Jou bedank ik met diepe bewondering en allerhartelijkst voor je empathie en compassie en ik wens je enkele heerlijke dik verdiende vakantieweken toe. En daarna gaan we er weer flink tegenaan met de taal. En we mikken niet op tienen maar op achten, in jouw belang.

Lieve groet, mede namens mijn onvervangbare echtgenote.

****

Lezers van boeken, een uitstervend ras helaas:

De gulle gever van dit cadeautje zei me over het boek Shuggie Bain dat je blijft lezen zodra je er eenmaal in begonnen bent. Nou, dat klopt ook wel. Zelfs nu met de zomertijd beleven we het dat ‘s avonds laat het licht aan moet. Nachtbraken voor ons doen. Het boek bedwelmt de lezer. Glasgow is heel zijn troosteloosheid impregneert en fascineert tegelijk. Het boek sleept je mee naar de stadse groezeligheid, rauwheid en uitzichtloosheid. En vaak ook schiet je in de lach bij de beelden die worden opgeroepen. Het is zo ragfijn. Haven en mijnbouw. Pubs met supervet eten, alcoholisme en overgewicht. Haveloosheid en kleine hartjes. Armoedige buurten met een onnavolgbare gemeenschapszin. Schotland en toen nog Thatcher. Maar is het er sindsdien veranderd? Niets lijkt te kloppen. Het spat van elke pagina. Het schrijversdebuut van Douglas Stuart leest als een meesterwerk, recenseerde de Washington Post. Ik kan er intussen over meepraten. Een meesterwerk ja. Een pageturner. Drinken tot de dood er op volgt. Las het boek uitsluitend met een alcoholvrij biertje van Leffe. Meeslepend proza. Vandaar dat ik Shuggie Bain uit de krochten van Glasgow graag deze vakantieweken even onder jullie aandacht breng, alvorens zelf voor een paar dagen naar het weer heel langzaam opdrogende Zuid-Limburg (Eijsden en Valkenburg) te skodaën. Maar de schrik – het woord deceptie is een zwak aftreksel van de opeenstapeling van gevoelens – zit er nog altijd bij de getroffen Limburgers in blijkens de mailwisselingen. En de ontgoocheling en de verlammende pijn zitten diep, metersdiep, onpeilbaar diep. Mijn inmiddels bevriende familie van het hotel in Valkenburg is alles kwijt. Alles. De keuken, alle apparatuur, de eetzaal met tafels en stoelen, en de woning – ze dreven met de Geul mee naar God mag weten waar. Er staan drie levensgrote machines dag en nacht op de onderste verdieping te ronken om het vocht op te nemen. Het vocht heeft zich ingezogen in de mergelmuren. Overal elders ronkende machines. Overal en elders hangt een grondlucht. Valkenburg als offerande aan de schepping. Na de corona lockdown de zondvloed. Valkenburg en de inzinking. Valkenburg en de moed der wanhoop. Men komt er afvalcontainers tekort. Heb me aangesloten bij de vrijwilligers. Onbezoldigd onkruidwieder met internationale ervaring. Internationale ervaring? Zeker wel, als we Zuid-Limburg een beetje als buitenland zien. Ik vermoed dat wanneer een ramp als die in Limburg zich had afgespeeld in delen van Amsterdam of rond Den Haag de gebeurtenis veel meer impact op ons verdere land zou hebben gehad. Ik vermoed het niet alleen, ik weet het welhaast zeker. Nooit eerder was de situatie in Limburg met de Maas en andere waterstromen zo kritiek. Roermond werd bedreigd, Venlo. Men keek met angst en beven naar de kademuren en durfde ‘s nachts niet naar bed. Het werd officieel een ramp van de eerste orde genoemd, de hoogst denkbare alarmfase. Ons koningspaar nam middenin die tragedie na een idiote fotosessie voor persfotografen, ook dat nog, doodleuk de wijk naar Griekenland voor een vakantie. Daar kan ik met mijn hersens niet bij. Ik kan daar nog steeds niet over uit. En ook niet over de reacties van vanzelfsprekendheid om mij heen. Zo van: iedereen heeft toch recht op vakantie? Hoezo recht? Vakantie? Zwaar toe aan vakantie? Hoezo? Een kapitein gaat toch niet met verlof als zijn schip bezig is te kapseizen? Een kapitein is de vlag die de lading dekt. Een goeie kapitein is solidair. Die doet zijn lieslaarzen aan en steekt zijn handen uit de mouwen van zijn oliepak. Iemand uit mijn omgeving gaf de schuld aan de adviseurs van het koningspaar. Lekker makkelijk. Wel de meest krankzinnige privileges absorberen maar geen enkele eigen verantwoordelijkheid, nergens voor. Ik snap dat Oranjegezinde Nederland niet. Als je dan godbetert in erfopvolging gelooft, stel er dan grondige eisen aan. Spade en hark dus. Wens me daar in geen geval als ramptoerist te manifesteren. Beter nieuws: de check door onze fantastische huisarts Erik leverde schitterende resultaten aangaande Ellen op. Mijn kroonjuweel scoorde op bijvoorbeeld zuurstofgehalte beter dan de gehele afgelopen anderhalf jaar. 98 procent. De bronchiën houden zich ook al heel lang koest. Even afkloppen. De longen functioneren uitstekend. Een schitterend rapport bij het begin van de zomervakantie ondanks zoveel beperkingen. Mijn muze is over. Over naar de volgende klas. We zijn met de kleinste kleinigheid blij. Het voorlaatste blog op de site laat prachtige foto’s van Ellen zien. Genieten te midden van ons eigen struweel. Krankzinnige ziekte, die parkinson en LB. Mijn terugkerende dank natuurlijk richting de hofhouding van mijn liefste. Diana cum suis: fantastisch werk, elke dag weer, en nooit een afzegging, nooit ook te laat. Als onderofficier in het leger der mantelzorgkrijgsmacht vervult me dit met trots. Verschrikkelijk veel trots. Terug naar het boek over Glasgow. Een aanrader. Je hoeft er niet voor naar je dure huis en speedboot in Griekenland. Een hartelijke groet en liefs ook van Ellen. Iedereen een opleving van het zomerweer toegewenst met een paar mooie augustusweken in rust en genoeglijkheid. Het is ook vanaf nu dat om beurten de zorgdames van Ellen voor één of twee weken met verlof gaan.
Mede namens Ellen, haar sergeant, en haar onbezoldigd onkruidwieder die met Zuid-Limburg zelfs semi-internationaal gaat.

Hi lieve Johan en Ellen,

Wat een heerlijk blog, en wat een goede aanrader het boek over de krochten van Glasgow, klinkt zalig. Aanschaffen dus. En ook geweldig goed nieuws van Ellen, dat is heel fijn om te horen. Valkenburg is minder leuk, aanzienlijk minder, hoe was het daar? Hoop dat ze zich een beetje hebben kunnen herstellen en bij elkaar kunnen rapen. En hoop ook dat je wel fijne dagen had en ondanks al het water wel kon genieten van het heerlijke Limburg? Hier gaat alles goed, ik ben sinds kort de trotse eigenaar van een geelgroene Twingo, en we zijn deze week samen naar Luxemburg gereden wat erg fantastisch was, ik ben nog nooit zo in mijn nopjes geweest. Ik wil hem deze maand bij jullie komen showen. Laat weten wanneer het schikt. Voorderest gaat de zomer enigszins aan me voorbij, maar het regent toch ook en voortdurend, dus zoveel mis ik niet, geloof ik.

Veel liefs!

Annelies.

Johan