Knokken in Knokke en de Syrische psycholoog die in Geleen kapper werd

Lieve Jeannette. Nee hoor, mijn ongebruikelijke zwijgzaamheid, waar je naar vraagt, valt heus wel mee – en àls er al iets van minder spraakzaam te bespeuren valt dan is daarvoor geen diepere en vooral vervelende oorzaak aan te wijzen. Ik ben een heel klein beetje schrijf moe, dat wel. Ik ben überhaupt moe. In mijn hoofd. Het gemis aan conversatie met Ellen breekt me op. Het zijn golfbewegingen. Een mens wil delen. Ik werk graag in de tuin, net als jullie in Zuid-Frankrijk, tuinieren ontspant, maar die planten van me zeggen niks terug. Maar niets van depressies of zo hoor, niets van dat. Dat was in 2014 wel zo, in Fuengirola, toen leek ik op een burn-out af te stevenen. Ik ken nu de voortekenen. Ik ben alert. Maar heel veel mensen kunnen zich nauwelijks een voorstelling maken van wat het omgaan met parkinson en Lewy Body betekent. Het grijpt diep in. Waarom heb ik me vroeger in mijn werk zo druk gemaakt, vraag ik me wel eens af. Waar was die ijver goed voor? Met achten bij de evaluaties was ik niet tevreden, het moesten negens zijn. En toen het negens waren moesten het tienen worden. Vanwaar die gedrevenheid? Je hebt me zo meegemaakt. Waarom dat perfectionisme? Ik streefde een soort commando-opleiding voor de schrijvende pers na. Ik wilde toppers afleveren. Ze hadden het zweet op hun voorhoofd. Het was nooit een probleem om de beste studenten op de beste stageplekken te krijgen. De meest begeerde bedoel ik, bij NRC en Volkskrant. Waarom liep ik me vroeger het vuur uit mijn sloffen, vraag ik me nu wel eens af. Ik heb op die hogeschool een hoop eigenaardige dingen meegemaakt. Ik zat in een zesjes cultuur. Als het dat al was. En ik knokte er tegen. Nu mis ik de beloning met zorgeloze pensioenjaren. Ik ben er een paar dagen tussenuit geweest. Naar Valkenburg aan de Geul in Zuid-Limburg. Ik zat er in een hotel met een schitterend uitzicht op het huis van geelachtige krijtsteen van de vroegere beroemde Limburgse bouwmeester Pierre Cuypers. Die was aanvankelijk van de kerken in Roermond, later van het Centraal Station en het Rijksmuseum bij jullie in Amsterdam – en heimwee naar Limburg bracht hem in Valkenburg. Er was iets in Roermond waarom hij daar niet naar terugkeerde. Controverses met kerkbesturen, begreep ik. Afijn, daar zat ik de afgelopen week, in Valkenburg. Met een onderbreking van anderhalve dag omdat een aaneengesloten periode van vijf dagen een te groot beroep op mijn incasseringsvermogen doet, me te verzoenen met het alleen zijn. Ik lever een gevecht met mezelf te aanvaarden dat het leven je soms gemene streken kan leveren. Daarover later meer. Te lang weg van huis roept heimwee op naar Ellen en daar helpt het paleisje van Pierre Cuypers ook niet tegen. Dat huis is tegen de mergelgrotten aangebouwd. Fenomenaal. Hartstikke buitenland, je waant je in Italië. Ik stuur jullie er wel apart een plaatje van. Het was druk met vakantiegangers in Valkenburg, eigenlijk een beetje te druk naar mijn zin. Ik ben tussentijds even teruggegaan naar huis voor anderhalve dag en op zaterdagavond maakte ik met mijn gloednieuwe  iPad van Apple de foto van Ellen die ligt te zonnen alsof ze aan het bassin van ons favoriete hotel Riu Palmeras op Gran Canaria verpoost. Maar nee, gewoon in de achtertuin waarvan ik foto’s blijf maken omdat die achtertuin steeds fraaier wordt. De voortuin trouwens ook. Overal bloemen in de kleuren lavendel en paars. Hier en daar wat diep rood ertussen. Explosieve groei met malse regen en scherpe zon. Het hotel in Valkenburg is mijn alternatief voor de hotelabdij van Rolduc in Kerkrade die door de corona failliet is gegaan. Het hotel in Valkenburg wordt gerund door een uiterst vriendelijk en gastvrij jong echtpaar waarvan hij afgelopen week plots bij me kwam zitten op het hotelterras. Hij vroeg me hoe ik het zoal met de zorg rond Ellen georganiseerd had. Zijn opa, zo vertelde deze Thom, leed ook aan parkinson. Al vijf jaar. Aftakeling. Oma was met haar 75 jaar dagelijks mantelzorger. Nagenoeg in haar eentje. Twee keer per week iets van dagbesteding. Een beetje dagbesteding, meer niet. De mantelende oma, of hoe zeg je dat, moest er eens heel gauw tussenuit. Of ik tips had. Opa even naar Lückerheide in het nabij gelegen Kerkrade als ze daar nog die gastenkamer hebben en oma op een hotelkamer van haar kleinzoon? Daar zei ik zo wat. Ook uit het feit dat Thom zo maar met mij over Ellen en onze situatie begon , leidde ik af dat ik moest blijven schrijven. De website wordt vaker bezocht dan ik me lange tijd bewust ben geweest. De blogs worden gelezen. Ze zijn inspirerend, zo hoorde ik ook nu weer. Daar ben ik dan erg blij mee. Terug uit Zuid-Limburg naar huis hoorde ik op de radio dat ook de zanger Neil Diamond is uitgeschakeld vanwege parkinson. Rob de Nijs, de operazanger Ernst Daniel Smid, en ga zo maar door. Ook zij. Misschien dat ik er nu meer op let, maar het lijkt wel alsof steeds meer mensen door parkinson getroffen worden. Het wereldnieuws volg ik nog redelijk goed, maar echt vrolijk word ik er niet van. En jullie? De grootste waanzin komt nog steeds uit Washington. Zou die man met dat melkboerenhondenhaar ‘s nachts nog wel eens een oog dicht doen? Ik geloof dat Trump momenteel het drukst is met het proberen te verbieden van boeken over de ravage die hij overal aanricht. Hij knijpt ‘m het meest voor de publicatie van het boek van zijn nicht onder de titel ‘Too Much but Never Enough’.  De bullebak schijnt ook heel discutabel met het familiebezit te zijn omgegaan, lijkt die nicht in haar boek te gaan openbaren. Trump is in staat Amerika te veranderen in een dictatuur. Ik zie het er nog van komen ook. Alles voor zijn eigen gerief. Die kerel is tegen het vrije woord. Rechters zijn er om zijn persoonlijke belangen te dienen. Ook wil hij nu de immunoloog Anthonu Fauci ,één van zijn belangrijkste deskundigen op het gebied van de corona-aanpak, ontslaan. Het is iemand met een indrukwekkende staat van dienst. Geen enkele reputatie is veilig bij de huidige president van de VS. Ben je van onbesproken gedrag dan ben je bij Trump in het nadeel. Ik ken een paar narcisten. Gruwelijk. Geen greintje inlevingsvermogen. Geen gevoel voor het gevoel van een ander. Egoïsten. Vernielers. Niets intermenselijks. Ze laten je in de steek, daar zal die nicht van Trump ook wel mee komen, gelardeerd met afschuwelijke voorbeelden. Hopelijk schudt haar boek de Republikeinen wakker. Maar die hebben hun partij volkomen aan dat monster uitgeleverd. De achterlijken in de VS geloven nog in die Trump. Iets anders. Nee niet de militante boeren en hun ultimatum. Die dreigen weer alle wegen af te sluiten als ze hun zin niet krijgen. Het ging economisch al niet erg best op Curaçao en nu komt daar ook nog eens die coronacrisis overheen. Politiek Den Haag wil wel helpen maar onder allerlei strenge patriarchale voorwaarden. Zijn we de Marshallhulp vergeten die we na de oorlog kregen voor de wederopbouw en de geldelijke steun na de watersnoodramp? Tommy Wierenga had daar in NRC een uitstekend betoog over. Hebben ze daar in Willemstad nu eindelijk weer eens een naar het schijnt fatsoenlijke regeringsleider, wordt die persoon door Den Haag zwaar onder druk gezet. En de paupers slaan in Otrobanda en Punda aan het muiten. Dat wordt weer een bestuurscrisis op Curaçao waarbij de maffia uiteraard opnieuw aan het langste eind trekt. Hopeloos. Maak er in godsnaam een Nederlandse provincie van, denk ik dan. Voer er de euro als officiële munteenheid in. Zet er een commissaris van de koning neer. Een stevige. Omtzigt? Ik vind het niet eens zo’n gek idee van mezelf. Volgen jullie die verkiezing van partijleider van het CDA een beetje? Achter de schermen regeert het venijn, ze lees ik. De conservatieve en populistische Mona Keijzer uit het palingdorp Volendam zingt gelukkig nu een toontje lager. Ze doet me altijd denken aan die echtgenotes van Amerikaanse presidentskandidaten, die sexy vrouw van Donald Trump natuurlijk uitgezonderd. Ook Mona is griezelig glimlachend in haar jurkjes van de normen en waarden, zij in het spoor van de naar Leeuwarden uitgeweken Buma. Mona zou gerust met de PVV en zeker wel met Forum de lakens delen. Ze bleef in de eerste stemronde gelukkig ver achter bij De Jonge (troetelkind van het pluche vaste CDA-partijkader) en de Twentse teckel Omtzigt. Terug uit Valkenburg beluisterde ik De Jonge op de radio bij Swen Kockelmann, één van de beste interviewers van Nederland momenteel., zowat een inquisiteur gelijk de legendarische Angelsaksische BBC-anchor Jeremy Paxman. Wat is daarbij vergeleken het werk van de gansjes van dienst van Goede Morgen Nederland (typisch een programma voor Mona Keijzer) dan geneuzel en gescharrel in de marge! Ik vond dat De Jonge er bij Kockelmann weinig van bakte. Voornamelijk obligate antwoorden. Antwoorden met omtrekkende bewegingen. Of zelfs helemaal geen antwoorden. Meer dan eerzucht en het graag willen verzilveren van zijn ministerschap in coronatijd kon ik bij de Jonge niet ontdekken. Kockelmann vraagt altijd door met een ongelofelijk goeie dossierkennis en daar wist De Jonge geen raad mee. Hij wil de migratieproblematiek aanpakken. Hoe? Indammen van de stroom. Beperking. Maar, zei Kockelmann, dat kan toch helemaal niet want dan zal je het verdrag in Europa met vrij verkeer van personen en goederen moeten herschrijven. Dat leek De Jonge niet nodig, maar je voelde dat hij zich betrapt voelde door een interviewer die hem de baas was. Of De Jonge dan de grenscontroles weer wilde invoeren? De man draaide om het antwoord heen en begon over Canada waar niemand iets van moet hebben begrepen. Ik in elk geval niet. Probeer maar minister te blijven, dacht ik bij De Jonge. Waarom die eerzucht. Ik hoor het mezelf zeggen. Waarom niet gewoon een acht maar een negen en als het een negen is een tien? Hoor wie het zegt! Ach, weet je, in Valkenburg regende het vorige week onophoudelijk. Net als elders in Nederland. Ik kwam er langs een kapper en dacht: die professorale look van me met vleugeltjes en een bijna-matje mag best wat minder. Ik werd geholpen door een bescheiden man die vertelde in Geleen te wonen maar die oorspronkelijk uit Syrië kwam. Gevlucht voor Assad en zijn doldrieste familie. Boeiende geschiedenis. Politiek vluchteling. Was in Syrië docent psychologie. Nu in Nederland kapper. Hij had zich laten omscholen. Hij gaf zijn kinderen een strenge opvoeding. Hij legde uit waarom. Ze moesten zich wapenen en zich in Nederland kunnen redden. Nee, hij had het niet breed, maar Assad was ver weg, en hij was content. Hij wilde zijn kinderen tot goeie wereldburgers zien opgroeien. Die dag was Knokke in het nieuws. Knokken in Knokke. Zestienjarigen met jeugdpuistjes uit Laren, Blaricum en Amsterdam-Zuid vernielden al enkele nachten achtereen de boel zodra in Knokke de cafés dichtgingen. Het uitdagen van de plaatselijke politie smaakte nog lekkerder dan het vele bier en de wodka. Een zestienjarige uit Laren kwam in de krant aan het woord. Zijn moeder had gebeld. Of hij ook was opgepakt en een nachtje in een politiecel had moeten doorbrengen? Nee, niet meegenomen naar het bureau. Hij was de dans ontsprongen. Dan was het goed, had zijn moeder vanuit Laren laten weten. Ze wenste haar zestienjarige zoon nog een leuk vervolg van zijn vakantie aan de Belgische kust toe. De Syrische kapper keek me aan en zei niets. Hij vroeg alleen of ik nog wat gel in mijn haar wilde.
Het zijn de kleine dingen die het doen. ‘s Avonds komt Ellen tot leven. Dan gaan de ogen open en is er meer contact. Zo verdrietig dat het praten is weggevallen. Het draait inmiddels voornamelijk om de oogopslag. Ogen die spreken.
Kuuroord Zonzijde. Alle buren de hort op. Een verstilde zaterdagavond.

Leven in en om het huis.

Onze idylle in vele paarsschakeringen die bijna explosief dichtgroeit met afwisselend malse regen en scherpe zon.

Als we dit huis niet ook eens hadden. Huis en tuin verzachten de pijn om het niets ontziende ziekteproces. De voorraad boeken groeit gestaag. Al toe aan de zesde Billy. Nu begonnen aan een boek van de dochter van filmregisseur Pim de la Parra over hun familiegeschiedenis in Suriname. Nog altijd de wens een keer naar Paramaribo te kunnen teruggaan. Maar dan onder andere omstandigheden privé dan nu.

****

Hallo Johan!

Bedankt voor je mail. En je blog over Knokke, die Syriër uit Geleen en het CDA. Het woord ‘debat’ viel in CDA-kringen. Het begon al met een soort van korte lezing met -toen nog- drie kandidaten. Niveau -slechte- spreekbeurt op de middelbare school. Niks reageren op standpunten van anderen. Debat? Mona die thuis wel zes mannen aankon. De Jonge die lulkoek verkondigde over migratie: een poging om PVV- en FvD-stemmen te krijgen. Omtzigt die telkens koketteerde met zijn prestaties als Kamerlid. Geen enkele keer gehoord hoe één van de drie zijn (haar) rol als lijsttrekker wilde invullen. Wat een armoedig zooitje! CDA stond drie weken in het spotlicht. Dat ebt wel weer weg. Zie ook de column van Geelen in de Volkskrant van vandaag. Laat die Dijkstra (en hijgerige andere journalisten) gewoon eens een maand stage lopen bij Kockelmann. Bij Eén op Eén zegt Roelvink gelukkig niet meer ‘Hallo landgenoten’. Misschien was het qua luisterdichtheid slim om die minkukelende zanger een rol te geven. Nieuws is ook verworden tot showbusiness. Waarom is aan de aspirant lijsttrekkers niet de vraag gesteld waarom ze in Europa nog steeds in dezelfde club zitten met de partij van Orban? Hoe wil je de woningnood oplossen? Hoe dan de marktwerking en privatisering ongedaan maken? Waarom (wens van veel CDA-leden, want gristelijk mededogen) geen 500 weeskinderen hier een toekomst bieden? Er is -meldden vele gemeenten- genoeg opnamecapaciteit. Zo kan ik een heel lang lijstje maken. Gelukkig stem ik geen CDA. Ik ben nog aan het zweven. Ik denk dat De Jonge (nu nog zowat alom bejubeld door zijn optreden tijdens de crisis) het nog verdomd moeilijk gaat krijgen.  Wie is er verantwoordelijk voor de RIVM-richtlijn om in verpleeginstellingen aanvankelijk mondkapjes te verbieden? En, wat te denken van het optreden van sergeant-majoor Knops (ook CDA)? In je blog las ik (antwoord aan Jeannette) dat je er geestelijk een beetje doorheen zit. Dat kan ik me voorstellen. Probeer het toch maar van je af te schrijven, Johan! De tuin ziet er in ieder geval prachtig uit. Nu nog weer wat warmer weer: kan Ellen ook naar buiten! Heb je nog gekeken naar Fastball Magazine? Ben benieuwd op Santokhi Bouterse gaat aanpakken. Dat wordt wel moeilijk in Suriname met een tweemaal veroordeelde vicepresident. Als je komt (leuk!) kijk dan wel uit met aanstaande woensdag. De Farmers Defence Group gaat weer de weg op. Met mogelijk ook een blokkade van Schiphol.

Groet, Jan

****

Hi Jan.

De Jonge krijgt nog een hele kluif aan dat partijleiderschap bij die club die hij wil terugbrengen naar het midden. Hij is als de morele verliezer partijleider geworden. Die vraag over Orban is wel aan de Jonge gesteld, maar dan op de radio door Kockelmann. Hoe kon het anders. Ik begreep dat de wat pafferige Kockelmann niet smoelt op tv en daarom is ‘verbannen’ naar de radio. Zo werkt dat in Hilversum. Het draait niet in de eerste plaats om journalistiek inhoudelijke kwaliteit. Orban dus. De Jonge beet zijn tanden stuk op het antwoord. Hij leek de studio te zullen verlaten met een implantaat of een eenvoudig kunstgebitje van het ziekenfonds. Minder marktwerking in de zorg was ook iets waar De Jonge bij Kockelmann niet helemaal uitkwam. Die weeskinderen? Ik geloof al sinds de middelbare school niet meer in God en in de kerk. Maar wel in barmhartigheid en mededogen. Politiek en gristelijk is een anachronisme. Daar probeert de ChristenUnie zich nog een beetje aan te ontworstelen, maar dat lukt niet echt in het Den Haag van het gepolderde compromis. Wat Desi Bouterse betreft: nu sheriff Chan Santokhi president is durf ik je een voorspelling te doen. Bouterse krijgt voor de lieve vrede uiteindelijk gratie. Om de boel in Suriname bij elkaar te houden. Op de radio was afgelopen maandag een belangrijk raadgever en vriend van Santokhi te beluisteren. Meneer Venlo, heet hij geloof ik. Die zei onomwonden Santokhi geadviseerd te hebben Bouterse gratie te verlenen. Het zou een manier zijn om van dat giftige dossier af te komen. Maar kun je dit de nabestaanden van de Decembermoorden aandoen? Ja, en dan meneer Brunswijk. Die woonde destijds in het bauxietstadje Moengo bij Langatabbetje richting Cayenne in Frans-Guyana. Het verhaal ging jaren geleden al dat jonge vrouwen dagelijks in een lange rij bij hem aan de voordeur stonden om vertroeteld te worden. Ze trokken een nummertje voor een nummertje. Je denkt dat ik een geintje maak, maar nee, zo lijkt het echt een hele poos met die Brunswijk te zijn gegaan. Ze stonden in een stoet in zijn tuin. Die tuin zal niet zo explosief zijn geweest als die van Ellen en mij. Maar ja, Ronnie Brunswijk tuinierde blijkens de overlevering liever onder de lakens. Bijzonder opnieuw hè, nu een vicepresident die niet naar het buitenland kan omdat hij anders wordt opgepakt. Ik heb even op de buitenlandredactie een mevrouw als chef gehad die ook volkomen bezeten van Ronnie Brunswijk was. Diens jonge heer moet de kracht van een magneet hebben gehad. Misschien is dat nog wel zo. Ik heb me gisteren bij Broese in Utrecht (prachtig gehuisvest ondertussen in het oude monumentale hoofdpostkantoor aan de Neude) een nieuw boek over Suriname cadeau gedaan: de familiegeschiedenis van de filmregisseur Pim de la Parra. Van oorsprong joodse Portugezen, die familie, die zich in Paramaribo vestigden. Pim de la Parra van ‘Wan pipel’ uit 1976. Hij ging in 1996 vanuit Amsterdam terug naar Suriname om voor zijn oude vader te zorgen en toen die twee jaar later overleed bleef Pim in de tropen. Het boek is geschreven door zijn dochter Bodil, een actrice, en ze brengt veel van Paramaribo terug op mijn netvlies. De opgevoerde brommertjes waar ze met z’n drieën op zitten. Stadsbussen in alle kleuren van de regenboog met handbeschilderde rastataferelen. Zoete geuren van tamarinde en rijpe papaja’s vermengd met de lucht van benzine, diesel en gasolie. De titel van het boek is ‘Het verbrande huis’. In dat huis groeide Pim de la Parra op. Het stond in de Zwartenhovenbrugstraat. Die straat zie ik zo voor me. Ik was er eens op bezoek bij de redactie van het Surinaams Dagblad. Ik had er een afspraak ‘s ochtends met de redactiechef. Het ging er heel geanimeerd aan toe. Ik was er nog nooit eerder geweest. Ik kende er ook niemand. Plotseling vroeg de redactiechef me of ik een poosje op zijn  redactie wilde passen en er een beetje de leiding over wilde nemen. Ik was stomverbaasd. Hij legde uit dat hij behalve redactiechef ook nog de baas was van een reisbureau aan de overkant van de Zwartenhovenbrugstraat. En het was de hoogste tijd dat hij daar even zijn gezicht liet zien. Hoe charmant kan het zijn Jan! Het enige wat mij restte was mijn hoofd even onder de koude kraan te houden. Ik laat weten wanneer ik kom. Kunnen we naar Loetje voor een biefstuk. Ik ben moe inderdaad maar verder gaat het wel. Ik kom naar Hoofddorp.

Johan