Terug naar Paramaribo na de reparatie aan een gebroken hart

Hee lieve Johan en Ellen,

Dank voor jullie heerlijke mail! Sorry voor het ietwat late antwoord: ik zat precies midden in mijn enige drukke weken van dit hele coronajaar, waar ik in het Fringe theaterfestival 40 voorstellingen fotografeerde en in de tussentijd zelf ook nog een klein muziekfestival produceerde, én een gebroken hart probeerde te repareren. Wat leuk om te zien Johan dat je aan het fotograferen bent. Ja, helemaal eens, een goede foto vangt in één beeld waar je veel woorden voor nodig hebt. Aan de andere kant is dat ook juist weer het mooie van woorden natuurlijk. Dat je ermee kunt schilderen, aquarellen, dat je het verhaal stukje bij beetje uit de doeken kunt doen waardoor het ook weer meer kracht krijgt. Je neemt iemand meer aan de hand en kunt ook meer sturen, bij een foto moet de kijker het zelf uitzoeken. Ik ben de laatste tijd veel video aan het maken, dat zit er eigenlijk een beetje tussenin – moet ik nog aan wennen. Bij video wil je ook niet direct alles prijsgeven, maar de kijker meenemen op je reis. Een beetje als wiskunde eigenlijk: het gaat niet om het antwoord maar om de berekening. Maar mooie foto’s van Ellen op je site, de meer uitgezoomde vind ik extra mooi omdat ze een groter verhaal vertellen. En hee wat leuk te horen over het boekje met recepten van Ellen! Die foto’s uit Vlissingen zijn van even geleden inderdaad, 2015 of 16 ja. Toen was ik nog met Ivo, wow dat voelt intussen als een heel leven geleden haha. Kan me niet meer zo helder voorstellen het leven van toen, gek eigenlijk. Ik ben nog steeds in Amsterdam, helaas. Voel me wel een beetje opgesloten nu ik al zo lang hier ben. Maar het gaat niet zo goed met mijn moeder, ze heeft Non-Hodgkin (lymfeklierkanker) en ze ligt nu alweer zes weken in het ziekenhuis in Rotterdam, met allemaal spannende behandelingen met veel bijwerkingen, het bekende verhaal. In elk geval ben ik voorlopig even voorzichtig met het land uitgaan als het risico is dat ik misschien niet zo makkelijk terug kan of dan in quarantaine moet en zo. Maar ja, ik hoop wel snel weer ergens heen te kunnen. Ik mis dat wel echt heel erg. Dacht er laatst ook aan om misschien maar weer eens voor een tijdje terug naar Suriname te gaan, maar ben er nog niet helemaal over uit wat ik daar zou willen doen of maken. Dus dat laat ik nog even sudderen. Maar wie weet is dat een goede bestemming zodra dit virus zichzelf een beetje koest houdt. Ik ben dat boek van Rutger Bregman aan het lezen, die beweert dat de meeste mensen deugen. Ik was daar natuurlijk vreselijk cynisch over en wilde het daarom ook niet lezen, tot een vriendin het me in handen drukte en ik er toch maar aan begon. En ik moet zeggen, het is eigenlijk heel fijn. Heb je het gelezen toevallig?

Heel veel liefs!

Annelies.

****

Hoi Annelies.

Veel om op te reageren deze fantastische nazomerse dinsdag in september. Ongelofelijk hè dat goddelijke weer momenteel. Ik had het bed met Ellen opnieuw tot zowat in de tuin gereden en lag er zelf naast te zonnen in m’n zwembroek. Van ergens ver weg het geluid van een grasmaaier en wat stemmen van schoolkinderen op het sportpark. Verder niet. Voor de rest een oase van rust. Windstil. Parasol voor Ellen uit. Zelfs de parasol doet nog dienst op minder dan twee weken van oktober. De vlinderstruiken bezig aan hun derde bloei deze maanden. Als je maar steeds de oude bloemen wegknipt dan wil het wel. Ik heb er de tijd en het geduld voor. Triest verhaal van je moeder. Heel verdrietig. Die is toch nog niet zo oud? Jonger dan Ellen en ik, veronderstel ik. Weg uit het vredige Sas van Gent en dan in een ziekenhuis in Rotterdam vechtend tegen kanker, godverdomme nog aan toe. Een leven ineens tussen hoop en vrees. Die onzekerheid. En dan wil je nog zo graag, dan hecht je nog zó aan het leven, maar dan hoop je maar dat Petrus nog even geduld met je heeft. Sterkte gewenst. En wat lazen we bovendien: je bent bezig geweest een gebroken hart te repareren?! Je eigen gebroken hart soms of dat van een ander? Vertel eens! Liep het amoureuze pad dood? Er zit wel een heel klein beetje Albert Verlinde in mij. En is de operatie gelukt? Het is meestal net als met serviesgoed. Sommige barstjes blijven zichtbaar. Geen enkele zoveel-componentenlijm is goed genoeg. Kijk met een schuin oog naar twee dekschalen van mijn ouders. Eén van de twee heeft wel heel nadrukkelijk ooit over de vloer gestuiterd. Daar zijn veel tubes lijm aan gespendeerd. Maar wat zit ik nu te bazelen, vertel ons nader over dat tot nu mysterieuze gebroken hart. Geweldig die vele opdrachten die je als fotografe gekregen hebt. En dus nu een volgende stap naar video. Geen gekke gedachte om na zoveel jaar misschien naar Paramaribo terug te gaan. Of naar de binnenlanden van Suriname. Er is een nieuwe president, die voormalige Hindoestaanse minister van justitie, die ooit in Apeldoorn ofzo opgeleide politieman. Maar ik heb geen flauwe notie of het land nu in een rustiger vaarwater terecht is gekomen. Zo snel zal dat niet gaan na alle afbraak. Ik kreeg trouwens de indruk, het nieuws volgend, dat de Chinezen in Suriname meer en meer de dienst waren gaan uitmaken. Suriname als bijna satellietstaat van de Chinezen. Meer nog dan al het geval was ‘in onze tijd’. Bouterse had ze nodig met een levensgroot gat in zijn begroting. Trump zal zich in het Witte Huis ook wel weer over de Chinezen in Suriname doldriest het mikmak hebben getwitterd. Weet je, misschien kun je een verblijf in Paramaribo combineren met wat fotografeerwerk voor ‘De Ware Tijd’. Of er een videodienst opzetten. Daar zit nu een nieuwe hoofdredacteur, zo begreep ik: Armand Snijders. Oude bekende. Hij is Iwan Brave opgevolgd. Dat is een paar maanden terug gebeurd. Heb jij nog wel eens iets van mensen van ‘De Ware Tijd’ gehoord? Wij hier niet meer de laatste jaren. Maakt ook niet uit. Zo gaan die dingen. Met de hogeschool voor journalistiek is het al niet veel anders. Ik vind het nog altijd jammer dat de door mij gepushte Meredith Helstone het als hoofdredacteur niet waarmaakte in die Malebatrumstraat 9-11. Hoe vaak ik haar niet heb gezegd dat ze niet alleen maar moest vergaderen, maar ook zelf de pen moest hanteren. Voor haar eigen prestige. ‘Ga niet in een aparte kamer zitten achter een heel duur bronzen naambordje’, zei ik haar meermaals. ‘Zet je bureau midden op de redactiezaal en speel daar voor tambour-maître’, zei ik ook. Maar nee. Wel een dikke witte leasebak waar je met een trappetje in moest zien te klauteren. Ik dacht aan Sytze van der Zee bij Het Parool. De meest imponerende krantenmaker die ik heb meegemaakt. Hij máákte de krant in zijn eeuwige blauw en wit gestreepte overhemden van de Society Shop. Of was het gewoon C & A of de HEMA? Had ik ‘m toch eens moeten vragen. Allemaal dezelfde overhemden. Het zweet onder zijn oksels en maar roken. Dat mocht toen nog. Een heel pakje Marlboro ging er dagelijks doorheen. Misschien wel meer. Als eerste ’s morgens voor zonsopgang op de krant en als laatste weg. Dat was een hoofdredacteur zeg! De authentieke krantenmaker. Niets ontging die man, in elk geval heel weinig. ’s Middags trok hij zich even op zijn eigen kamer terug om wat stukken te tekenen. Misschien deed hij ook wel even een klein tukkie. Maar al gauw was hij weer op de redactiezaal. Met krantenknipsels die hij ronddeelde. ‘Zit ook vast een verhaal voor ons in’, mompelde hij dan. Erg spraakzaam was hij niet. Ik had eens een vrije dag. Juist toen arresteerden ze ergens in Amsterdam-Noord de ontvoerder en moordenaar van kruidenier Heijn uit Bloemendaal. Sytze pissig omdat ik niet als een haas teruggekomen was naar de krant. Maar wist ik veel, ik wist van geen arrestatie. We waren net verhuisd naar Vleuten en ik liep voor onze nieuwe voortuin met Ellen planten uit te zoeken in Boskoop. Mooi plaatsje trouwens met huizen achter een bruggetje. Sytze kon zich niet voorstellen dat je op je vrije dag niet voortdurend bij de radio zat. Met bovendien teletekst als vast behangetje thuis. En dan te bedenken dat Ellen en ik vanwege die ontvoering van Heijn onze huwelijksreis zwaar hadden ingekort. Het was ook nooit goed of het deugde niet. Zijn favoriete verslaggevers woonden zo’n beetje in de kroeg, ik woonde thuis met Ellen. Sytze onthoofdde me als politieverslaggever niet veel later en pootte me op de buitenlandredactie. Daar kreeg ik voor straf bovendien Duitsland. Zo voelde dat. Bleek later het de fijnste straf die een journalist kon overkomen. Met als klapstuk de val van de Berlijnse Muur in 1989. Maar daar zag het aanvankelijk niet naar uit. Ik heb met beide benen in wereldnieuws gestaan. Die Sytze van der Zee zocht alle foto’s voor in de krant zelf uit. Anderen deden de voorselectie, Van der Zee besliste. Hij was helemaal gek van beeld. Liefst foto’s zo close mogelijk genomen. Stuk voorhoofd eraf maakte niet uit, want het waren voor hem de ogen en de mond. De gelaatsuitdrukking. Interessante man die Sytze, maar niet aardig. Ik vond hem in elk geval niet aardig. Kocht later wel de boeken die hij schreef: ‘Potgieterlaan 7’ en ‘De Overkant’. Toen ik later zelf een paar keer redactiechef was, heb ik geprobeerd Van der Zee een beetje te imiteren. Dat kon alleen met een pacemaker. Hij was ooit correspondent voor NRC in Amerika geweest, dat zegt genoeg. Workaholic. Zijn vrouw klaagde erover. Nooit rust in zijn kont. Maar over Meredith gesproken: ik vond dat je als hoofdredacteur pas dàn prestige opbouwde, zo hield ik Meredith voor, als je ook zelf in de frontlinie stond en ook artikelen schreef. Hoofdredactionele commentaren en zo. Gezaghebbende stukken. Ze had er de hersens en schrijfvaardigheid voor. Ze kon gestructureerd denken. Ze was superintelligent. Ze was een van de beste cursisten met wie ik in Paramaribo te maken had gehad en ik had er behoorlijk veel zien langskomen daar in dat leslokaal in de catacomben van het nationale voetbalstadion. Bovendien was Helstone vrij van chauvinisme en patriottisme. Het blijven mooie herinneringen, die workshops van twaalf dagen in Paramaribo. Daar heb ik geleerd om ’s morgens al met rijst te ontbijten. En met wat vis, bakkeljauw. Eitje erbij, geblaf van honden op de achtergrond, de eerste brommertjes die langs het hotel sjeesden, mannen met een vogeltje in een kooitje dat van grotere betekenis scheen te zijn dan hun echtgenote, zon met een temperatuur die snel opliep naar boven de dertig, Suriname in optima forma. Ik had wel een bloedhekel aan die afschuwelijke straathonden. Al die honden in Paramaribo überhaupt. Ik denk wel eens: als Ellen nu eens niet ziek was geworden en ik was ingegaan op het aanbod met haar naar Suriname te verhuizen om er hoofdredacteur van ‘De Ware Tijd’ te worden, hoe zou ons leven er dan hebben uitgezien? Ach, misschien zou het wel een hopeloos vervelend avontuur zijn geworden. Je blijft een bakra in een betrekkelijk kleine samenleving waar kritische journalistiek lang niet zo vanzelfsprekend is als bij ons. De onderzoeksjournalistiek kent er geen traditie. Die staat er nog in de kinderschoenen. Men houdt zich er nog te graag aan persberichten van de overheid. Ik heb het eens van dichtbij meegemaakt met die redacteur uit oorspronkelijk (Brits) Guyana, weet jij zijn naam nog?, die het systeem met verschillende maatschappen in het Diakonessenhuis van Paramaribo met tot spleetjes samengeknepen ogen onder de loep nam. Dat gaf me een partij heisa! Woedende telefoontjes en opgewonden brieven in bijna Nederlands van voor de oorlog. Om de boel te lijmen zaten we met zes boze vertegenwoordigers van het hospitaal om de tafel. Ze hadden mij meegevraagd. Zes? Ik geloof dat het er wel acht waren! En iedereen was min of meer familie van elkaar. Ze kenden elkaar allemaal van de barbecue. Het had zijn charme en ook weer niet. Er liepen overal stippellijntjes. Het was lastig krantje maken zo. Jij weet er natuurlijk alles van, jij zat er niet negen keer twaalf dagen maar ruim twee jaar aan één stuk door. Met Ivo ja. Het lijkt warempel een heel leven geleden, schrijf je. Het komt me bekend voor. Als je teruggaat naar Suriname moet je ons dat natuurlijk zeker laten weten hè! Die corona zou voor mij wel eens een punt kunnen zijn om niet te gaan. Aan de andere kant: je leeft daar voornamelijk buiten. Je schijnt het virus vooral binnenshuis te kunnen oplopen. Maar toch. Je moet in Suriname niet zoiets als corona krijgen. De medische voorzieningen zijn stukken minder dan hier. De nieuwe regering riep deze zomer al de hulp van Den Haag in voor de ic’s. Die zijn er in Paramaribo bijna niet. Ik ben ooit eens voor ‘De Ware Tijd’ in het Diakonessenhuis van Paramaribo geweest, ik wist niet wat ik zag, wat een immens verschil met onze ziekenhuizen. Die uitpuilende afvalbakken overal, die levenloze stoffige lamellen die heel verdrietig op half zeven hingen, die half verroeste plafondventilators, ik schrok daar geweldig van. Suriname had in 1975 nooit met één stem meer onafhankelijk moeten worden. Stomme Den Uyl, stomme Pronk. De hindoestanen wilden helemaal niet. De Javanen evenmin. De creolen wilden het per se. Vadertje Pengel. Of was hij toen al dood? Ja, ik geloof het wel. Het was Henck Arron inmiddels. Maar Jopie Pengel was wel belangrijk geweest. Ik meen me te herinneren dat Arron zijn laatste levensdagen of zelfs -jaren in Nederland heeft doorgebracht, in Alphen aan den Rijn. Veel politici van het eerste uur van de onafhankelijkheid van Suriname stierven uiteindelijk in Nederland. Ze ontliepen het Bouterse-regime. Wat was het niet schitterend geweest als Suriname een welvarende provincie van Nederland was geworden met het accent op het toerisme. Zoals Frans-Guyana, Cayenne. Zó ongeveer ja. Of zit ik nu te dagdromen, of erger: te zeveren? Maar wat heb je aan onafhankelijkheid als je na een militaire coup in de rij moet staan voor toiletpapier en medicijnen uiterst schaars zijn. Neem ook eens de vervallen huizen aan de ooit zo schitterende Waterkant. En de straten erachter. Krotten, junks en prostituees. Cayenne is welvarend. Cayenne is toeristisch en dagelijks wordt er vanuit Parijs vers stokbrood ingevlogen. Goed in hun slappe was zittende Fransen gaan er rentenieren. Vanuit Suriname stap je een compleet andere wereld in voorbij het bauxietstadje Moengo. Enfin, we horen wel waar je neerstrijkt. Al is die corona zoetjesaan gekmakend. De laatste dagen merk ik het weer op straat. Komen sommigen je tegemoet lopen en zie je ze denken: ‘Ach jezus, een medemens, dat kan mijn dood wel eens worden’. Ik zag iemand in de winkel met een heel plastic spatscherm voor haar snufferd. Een surrealistische wereld. Ik ga met enige regelmaat naar een vast familiehotel in Zuid-Limburg. In Valkenburg, om precies te zijn. Afgelopen zondag vroeg een goeie kennis van ons waarom ik toch steeds naar dezelfde plek terugging en niet eens naar Haarlem of Nijmegen of noem nog maar wat. Nieuwe dingen ontdekken en door musea dwalen. Ik heb geprobeerd uit te leggen dat ik daar geen zin in heb. Totaal geen behoefte aan. Ik vind het aantrekkelijke aan Zuid-Limburg dat ik naderhand kan zeggen dat ik er niets heb gedaan. Alleen maar mezelf zijn en luieren. Het hoofd op een plezierige manier leeg. De tijd aan mezelf. Met niemand rekening houden. Niet moeten. Uitslapen. Niet op de klok hoeven kijken voor de medicijnen van Ellen. Mijn vaste kamer met het inmiddels vertrouwde uitzicht. ’s Avonds een drankje nemen in het hotel en dat opschrijven op een barbriefje. Een jong echtpaar dat het hotel runt en van wie hij een opa met parkinson heeft, net als Ellen. Veel dezelfde symptomen. Zoals ook de overeenkomst tussen oma en mij in de wijze waarop met de ziekte van de partner zo goed en zo kwaad als dat kan wordt omgegaan. We kunnen leren van elkaar. Het familiehotel in Valkenburg voelt al steeds meer als een beetje thuiskomen en uitblazen. Valkenburg heeft de naam een oord te zijn voor schreeuwerige jongelui maar zo ervaar ik dat niet. Er is iets voorbij mijn hotel vertier en dat kan ik opzoeken maar ook nalaten. Dat boek van Bregman waarover je schrijft ken ik niet. Het lijkt me inhoudelijk absolutistisch. Maar misschien valt het mee. Goeie mensen, slechte mensen, en waar meet je dat aan af? Ik ga het kopen. Ik ben op het ogenblik bezig de bundels van Philip Kerr te herlezen. Na ‘De Berlijnse kwestie’ nu ‘Een Duits requiem’. Boeiende schrijver die Kerr. Ken je ‘m? Zijn boeken spelen in het Duitsland van Hitler en vlak daarna. Fascinerend. Kerr is de koning van de metaforen en met authentieke sfeertekeningen van het platgebrande Berlijn. Maar het meest wist de afgelopen weken Benedict Wells me te raken. Google hem maar eens. Maar als jij zelf degene was met het gebroken hart dat is gerepareerd dan zou ik even met Benedict Wells wachten.

Heb het goed. Tot gauw spreeks weer. Van ons een lieve groet terug. Idee om Armand Snijders van ‘De Ware Tijd’ te berichten en hem voor te stellen er een videodienst te beginnen? Liefs van Ellen en Johan.

Prachtige zomer.
foto: Annelies Verhelst
foto: Annelies Verhelst