Pfff, Bill dood, bijzondere herinneringen doemen in de achteruitspiegel op

We zien hem nog komen, de allereerste honkballer (Boston, prof bij de beloften van de Kansas City Royals) die HMS door ons toedoen rechtstreeks vanuit Amerika naar Utrecht haalde: Bill Froberg. Vrat honkbal met grote porties tegelijk, onverzadigbaar als het om honkbal ging, en bracht rond 1980 bijna in zijn eentje de échte Yankee-baseballsfeer aan de Manitobadreef even voorbij kerkhof en crematirium Daalwijk. Wellicht de beste ooit bij HMS. Welhaast zeker de meest in het oogspringende. Een fanatiekeling met een opmerkelijk stemgeluid die later ook naam zou maken als coach. Legio belevenissen met Bill Froberg. Er zou een hele krant mee gevuld kunnen worden. Alleen al over onze reis naar Parma in Italië. Bijzondere beelden doemen op via de achteruitspiegel. Met zijn biggetjeshuid zat hij in Parma onverantwoord lang in de zon. Dat heeft-ie geweten, Bill. ‘s Nachts stond hij op zijn hotelkamer jammerend uren en uren onder een koude douche en zat hij met zijn verbrande voeten in een lavet. Terug in Nederland had hij voortdurend last van opvliegers alsof hij in de overgang was. We gingen aan de Maasboulevard van Rotterdam eten in een pretentieus Indonesisch restaurant. Daar maakte Bill Froberg alle knoopjes van zijn overhemd los en zat hij zowat in zijn blote vuurrooie bast aan tafel. De ober: ‘Kan die meneer tegenover u misschien zijn overhemd weer dichtknopen want dit stellen wij hier niet erg op prijs.’ En tegen Bill: ‘Ze vinden het heel verdrietig voor je dat je er sinds Italië uit ziet als een kreeft in kokend water, maar ze hoeven het hier niet te zien. Probeer hier ook met mes en vork te eten al weet ik dat jullie dat in Amerika niet gewend zijn.’ Met tegenzin maakte hij een eind aan de striptease scène. Met die spierwitte huid van hem was hij in IJsland beter af geweest maar daar hadden ze van honkbal nog nooit gehoord. Bill was een bijzonder aardige jongen, een goedzak op het soms naïeve af, en in Europa ging er een geheel nieuwe wereld voor hem open. Hem was een bijbaantje bezorgd als afwasser in het Oude Tolhuys. Meestal deed zijn brommer het dan niet. Moest er weer een telefoontje naar het restaurant in de buurt van stadion Galgenwaard waar half Utrecht afreed voor zijn rijbewijs. Bill was honkbal, niet meer maar zeker ook niet minder. We leerden te begrijpen dat een auto niet te lang zonder olie kon. Hoe harder die lichtblauwe Peugeot 305 ratelde hoe harder de muziek aan ging. Bill bracht Jackson Browne mee en Van Morrison. Brown Eyed Girl, Steppin’ Out, Bring it on Home to Me, Gloria, Running On Empty en wat voor nummers hadden we nog meer! Ja, er was een nummer bij, van een zanger, ik kan er verdomme na al die jaren niet meer op komen. Aan het eind begon de zanger een paar octaven hoger te zingen, als een vrouw. Het publiek in extase. Godver, welke zanger was dat nou en hoe heette die hit toch! En nu is hij dood, Bill Froberg, zo jong nog, en overleden aan Alzheimer, maar men zegt uiteindelijk als finale klap aan corona, zo verdrietig en moeilijk te bevatten. Zeker onvoorstelbaar dat hij zo verschrikkelijk jong met een vorm van dementie te maken kreeg. Hij werd slechts 63. We waren hem volledig uit het oog verloren. Al dertig jaar geen contact meer. Ieder ging zijn eigen weg, hij, wij. Maar zijn dood is een schok. Lag ervan wakker en tal van herinneringen aan hem kwamen deze sombere dagen weer boven. In de eerste weken bij HMS leek Bill een impulsieve zeurpiet. Hij was met veel te hoge verwachtingen gekomen. Voor hem was HMS eigenlijk aanvankelijk een club van garen en band. Hij was de Kansas City Royals gewend. Weinig Amerikanen meegemaakt die zich zo snel en zo goed aanpasten. Hij werd een vaandeldrager, die eer komt hem toe.
Ik stond op een keukentrap, weet ik nog. Het was rond 1980. Veertig jaar geleden dus alweer. Ik stond op een keukentrap. Dat herinner ik me nog omdat ik eigenlijk nooit op een keukentrap stond. Het was in IJsselstein in die experimentele flat waarin je de tussenwanden zo kon neerzetten als je zelf verkoos. Er moest een muur worden geschilderd. De telefoon ging. Een Amerikaan. Een Amerikaanse honkballer die vroeg of hij bij me kon komen spelen. Hij had mijn telefoonnummer gekregen van Ernie Myers, niet lang daarvoor bondscoach. Met Ernie Myers was ik als journalist bij Het Parool en honkbalmanager bij UVV en later HMS min of meer bevriend. Met hem regelde ik voor UVV, waar ik ondertussen al weg was, de catcher Bill Nardi. Die was overbodig geworden bij Bologna in Italië. Er was in Italië de regel ingevoerd dat de clubs maar een beperkt aantal buitenlanders mochten opstellen. Hij, Bill Nardi, een voltreffer!, en zeker ook Bill Froberg, ik hijs ze maar weer eens op het schild, waren ‘mijn’ Amerikanen. De importspelers die van allemaal het best in het Nederlandse honkbal integreerden. Beter dan zó kan ik het niet uitleggen. Bill Nardi deed zelfs reparatiewerk en andere klusjes in het paviljoen van UVV. Zulk werk was aan Bill Froberg niet besteed. Zijn handen waren nog linkser dan de mijne. Froberg kon niet met een hamer en een zaag overweg. Nardi ging later terug naar de VS, naar Boston als ik het wel heb. Het laatste wat ik van hem vernam, alweer een paar jaar geleden, is dat hij net als Ellen getroffen werd door de ziekte van Parkinson. Maar Lewy Body zou Nardi bespaard zijn gebleven. En na de komst van Nardi dus ook via Ernie Myers op een doordeweekse achternamiddag telefoon van een zekere Bill Froberg. Op beleefde toon de vraag of ook hij in Nederland kon komen honkballen. Froberg belandde aanvankelijk op kamers aan de Rosweydelaan in De Meern bij bestuurslid Wim Klarenbeek en zijn vrouw Ciska. Lieve mensen die Bill als een zoon in huis haalden. Later verhuisde hij naar Overvecht, naar de Tigrisdreef op loopafstand van het veld, naar het gezin van sportzaakeigenaar en sponsor Ton Muyen en zijn vrouw. Hij kreeg verkering met hun dochter Ingrid. Bill was geen stapper, hij had iets huiselijks. Hij droeg soms pantoffeltjes. Om ook een beetje in zijn eigen levensonderhoud te voorzien was er een baantje voor hem gevonden. Maar als gezegd was er maar één ding dat Bill Froberg wilde en dat was sporten van de vroege ochtend tot de late avond. Dat bordenwassen was niks en iets meer plezier beleefde hij als manusje van alles in de sportzaak aan de Voorstraat in Utrecht. Sport Camping Shop, zo heette die winkel, geloof ik. Reed hij ook niet bestellingen rond? Zoiets ja. Ergens gelezen dat we hem over baseball in Amerika iets lieten doen voor ons magazine Inside. Staat me niet meer voor de geest. Het kan zo maar waar zijn. Hij speelde in het eerste van HMS en was eigenlijk ook de schaduwcoach. Bill was de strateeg. Hij trainde en coachte de softbaldames. En wat hij ook deed was individuele training geven aan de jeugdhonkballertjes op Overvecht. Dat moet op woensdagmiddagen zijn geweest. In zijn tijd bij HMS was Bill Froberg eigenlijk heel verlegen. Buiten het veld dan. Hij was ook buitengewoon bescheiden. Allesbehalve een praatjesmaker zoals teveel Amerikaanse honkballers in de Nederlandse competitie die vooral bezig waren met de meiden en met de winstcijfers van de firma Heineken. Verlegen en bescheiden dus die Bill Froberg. Introvert ook. Dat veranderde meteen zodra hij op het veld stond met een bal en een handschoen. Het was een metamorfose, telkens weer. Van introvert naar extravert. Van bescheiden naar gretig en aanwezig. Zijn stem werd ook ineens scheller. En zelfverzekerder. Met zijn komst werd HMS meer en meer een honkbalclub en werden de prestaties beter en beter. De ploeg ging meedoen om het kampioenschap in de tweede klasse en we beleefden het zelfs dat er voor een belangrijke uitwedstrijd tegen de Twins in het Brabantse Oosterhout een touringcar met supporters meereed. Bill Froberg liet zijn Nederlandse medespelers kennismaken met het zo bij het Amerikaanse honkbal horende pruimtabak. En met zwarte houtskoolstrepen onder de ogen tegen de zon. Het gevaar met de Amerikaanse huurlingen school ‘m in de gezelligheid bij HMS. Want gezellig was het er, heel gezellig zelfs. Men hield ook graag van een glas bier of iets sterkers. Niet alles draaide om winnen, al dacht ik daar zelf toen heel anders over. Ik stak niet ook nog eens privégeld in de club om de Amerikanen met dubbele tong te horen brabbelen en aan de toog onderuit te zien glijden. De Amerikaanse spelers werden door de supporters als gasten gezien en zo ook aan de bar behandeld. Betalen hoefden ze nooit. De rondjes vlogen hun om de oren. Ze werden na een training en een wedstrijd met groot genoegen gefêteerd. Ze zouden ook eens heimwee krijgen. Moest als manager ook Bill Froberg voorhouden dat hij aan het eind van het seizoen niet zou worden beoordeeld op het aantal glazen Heineken maar op zijn aantal honkslagen en binnengeslagen punten. Gelukkig was Froberg niet zo’n drinker, verre van dat zelfs, in tegenstelling tot enkele anderen. Cola staat me voor de geest. En koffie, liters koffie. Anders dan de anderen. Die hadden ook een brommer, een brommer die het wél deed, ook als ze naar hun werk moesten, maar ze vielen er na een te lange zit in de kantine nog wel eens van af op weg naar huis. Een bijzondere verstandhouding had Bill met materiaalman Nico Bouwman die overigens geen woord Engels sprak. Maar ze begrepen mekaar in een oogwenk. Bill had een zwak voor Nico die eigenlijk een voetbalman was (Elinkwijk). En Nico een zwak voor Bill die over honkbal dingen zei die hem ondanks een tolk ver boven zijn gleufhoedje gingen. Eigenlijk waren ze samen materiaalman. Zeker nadat Nico eens in zijn onschuld zo’n vijftien ballen bij hem thuis in de wasmachine had gedaan en we er glanzend witte (dat weer wel) loodzware straatklinkers aan overhielden waar geen arm op gebouwd was. Herinner me het echtpaar Van Ettekoven dat Bill Froberg op zijn vrije dagen meenam naar Madurodam en naar de Efteling. En verder, staat me bij. Naar Parijs. Herinner me de familie Meekers. Marcel Meekers, een van de beste eigen talenten ooit bij HMS, werd al gauw het gabbertje van Froberg. De familie Rijnbergen, de familie Hakkenes, Cees Beringen. Het komt plots allemaal terug. ‘s Winters vermaakte Bill zich bij het ijshockey van de Hunters op de schaatsbaan vlakbij. Ook een vette klant van de vader van zijn vriendin van toentertijd. Verscheidene ijshockeyers hielden ‘s zomers bij HMS met honkbal hun conditie bij. Het was allemaal om de hoek, het speelde zich af in het noorden van de flatwijk Overvecht op een gebied van twee kilometer in de lengte en de breedte. De catcher/ eerste honkman uit Boston was binnen de kortste keren populair bij HMS, heel populair zelfs. Iedereen hield van hem en daar is geen woord overdreven van. Bill Froberg was geliefd. Dat deed geen enkele andere Amerikaan hem na. Aan het eind van zijn eerste seizoen bij HMS werd niet eens gevraagd of hij wilde blijven. Dat was een vanzelfsprekendheid. Trouwens, elke club raad ik aan zijn beste speler verkering te laten krijgen met de dochter van de sponsor. Met wie Froberg overigens niet zou trouwen, dat was een ander, en ook geen onbekende in het honkbal- en softbalwereldje. Lees momenteel de laatste pagina’s van het levensverhaal van Jan Boskamp, de vraatzuchtige mascotte van Feyenoord en Veronica Inside. In één enkel opzicht leek Froberg wel op Boskamp: de liefde voor de sport. Boskamp was hoofdtrainer van het befaamde Anderlecht uit Brussel maar ging in zijn vrije tijd met evenveel plezier, zo niet meer, op een afgegraasd weiland vol paardenvijgen en koeienstront aan de slag met de straatjeugd van Wezembeek-Oppem, Asse, of noem maar een dwarsstraat. Froberg evenzo. En nu is hij dood. Oud werd hij niet, Bill Froberg. Wat is dat nou, 63! Een leeftijd van niks. Nog lang nadat we geen contact meer hadden liep ik nog in zijn blauwe jack met witte opdruk van de Kansas City Royals rond. En in dat T-shirt van de Boston Red Sox.

Hallo Ellen en Johan,

Treffende en zowat hartverscheurende tekst, Johan! Potdomme, 63.  Ik kende Bill eigenlijk alleen als honkbalmedewerker van Het Parool. Met alleen aandacht voor de hoofdklasse en het Nederlands team. Maar, wat een vriendelijke man. Als ik na afloop van een wedstrijd (kort) met hem sprak. Kritische vragen ging hij niet uit de weg. Integendeel. Hij leek het op prijs te stellen om te praten met iemand die ook wat van honkbal wist. Het moet allemaal snel gegaan zijn met Bill. Op 7 november jl. feliciteerde ik hem nog met zijn verjaardag. Met een reactie daarop van hem.

Jan

Hallo Johan & Ellen,

Mooi gebaar man, jullie bericht over Bill in het AD/UN van vandaag! Ik kende Bill slechts oppervlakkig via een aantal gesprekjes dat ik met hem had op het UVV-veld vanaf 2009. Maar jij hebt, en dat herinner ik me nog heel goed, in je HMS-periode heel nauw met hem samengewerkt. En ik kan me voorstellen dat dit meer dan een samenwerking was en misschien zelfs uitgegroeide tot een vriendschap. Tenminste zo leerde ik Bill kennen, een zeer vriendelijk en aimabel persoon, helemaal weg van baseball en Holland. Jammer dat hij helaas zo vroeg gestorven is; heb jij details van zijn overlijden (een rouwkaart) en is er een mogelijkheid tot afscheid nemen? Een voor zover mogelijk heel prettig Kerstfeest voor jou en Ellen, en een hopelijk goed/beter 2021 gewenst.

Veel sterkte en wijsheid voor jullie beiden!

Groetjes, Ton en Hetty Camue.

Hi Johan,

Ik schrok er ook van, man! Zo jong nog inderdaad. Ook ik had al jaren en jaren geen contact meer met Bill Froberg. Ik was hem nog eens tegengekomen bij een benzinepomp op de A27. Ik had net betaald en Bill ging juist afrekenen. Hij vroeg of ik even op hem wilde wachten. Hij coachte toen HCAW en vroeg me of ik hem bij trainingen in Bussum wilde assisteren. Maar ik had het honkbal voorgoed vaarwel gezegd. Ik was weer gaan biljarten en had een vaste avond in de week voor kadertraining. Ik ben door Jan van Ewijk getipt over jouw artikel over Bill op jouw site. Er was ook een advertentie van Ellen en jou in de krant begreep ik van Jan van Maurik, die me dat vertelde. Prachtig verwoord man. Ik heb inderdaad vier seizoenen met Froberg gespeeld. Mooie jaren met een gezellig en goed team. Kerst wordt hier op Bali niet of nauwelijks gevierd. Geen vrije dag ook. Wij hebben wel wat lampjes opgehangen aan het keukenblok, we hebben dus geen kerstboom, en ook geen kerststol. Zo heet dat heerlijke brood toch? Met een lekker laagje roomboter erop en het spijs over de gehele snee uitgesmeerd. Hmmmm – was altijd smullen. Jullie hebben de kerstdagen met rust en huiselijke sfeer beleefd terwijl het buiten behoorlijk tekeer ging, en misschien nog wel. Ik had het gelezen, code geel, ook vandaag begreep ik. Mooie foto stuurde je mee trouwens, lekker huiselijk, met een open haard. Inderdaad wel toevallig dit weertype in Engeland na het eindelijk tot stand komen van de stormachtige en beladen Brexitdeal. Ik wens jullie alle goeds toe voor het nieuwe jaar Johan. Een gezellige jaarwisseling, helaas anders dan alle andere jaren hiervoor. En ja onze Bill, ik blijf aan hem denken. Ik hoop dat jullie snel het vaccin krijgen en dat de situatie van Ellen stabiel blijft. Geweldig dat je een dergelijk betrokken zorgteam om je heen hebt weten te verzamelen voor die lieve en mooie Ellen. Doe haar de groeten en geef haar drie wangkusjes van mij! Mogen er ook vier zijn hoor. 😁 En een knuffel voor jou!

Groet, Hans Walraven.


Johan