Zonder een paarse polo van de GGD vaart niemand wel

Hoe gek wil je het nog verder hebben in het kadaver Nederland? Nee, niet de Afghanistan-kneus Ank Bijleveld die het tot waarnemend burgemeester van Almere heeft geschopt. Absurdisme. Niet mevrouw Ollongren die de Russen ernstig heeft gewaarschuwd over Oekraïne en daarbij weer eens slordig was met haar papieren en ‘Functie Poetin Elders’. Nee, nu niet die uitgestreken Stef Blok (daar moet de eerste kerk nog voor gebouwd worden), Mark Rutte (toonbeeld van politieke richtingloosheid) en de lange rij bedelende Groningers. Een stoet dolende aalmoesgroningers die hun hand ophouden en beleefd wachten tot de poen op is – dat noemt Rutte nieuw Haags elan. En die malle koning ondertussen maar stram en clownesk knikken als een mislukt standbeeld. Dacht waarachtig dat theaters en musea onder de strenge lockdown regels vielen en gesloten waren. Dit verdragen maag en darmen niet langer. Het wordt tijd dat we aan het muiten slaan. Maar eerst nog even Volksgezondheid en de boostercampagne in het Albanië aan de Noordzee. Ellen heeft haar booster te pakken! Ik kan het bijna niet geloven. De GGD kwam weliswaar later dan de afgesproken tijd, maar wel op de afgesproken dag. Dat is tegenwoordig al heel wat. De GGD kwam met een jonge vrouw, ik schat haar dertig, en een man wiens leeftijd ik op vijftig houd. Ik ben een liefhebber van afgeronde getallen. Hij droeg het koffertje met vaccinaties en de papieren, zij droeg de last zoals voor de GGD het uitvoerende werk voelt. Ze gaan er onder gebukt bij de GGD. De geestelijke last kortom, het zal haar hoogste baas André te Gereformeerd-Rouvoet aanspreken. Op een gegeven moment een heel interessant gesprek. Dat kun je wel eens hebben, zo ineens. Zowaar ook met de GGD. Heet van de naald verslag van dat gesprek. Ik wil het niemand onthouden. Over puntjesneukerij in het blije en vrije aan België en Duitsland grenzende Albanië gesproken. De GGD gunt ons zelfs geen tijd voor apathie. Hun paarse aanvalsoffensief !!!

U heeft uw busje een heel eind verderop staan? Kwam u er niet langs daar op de hoek?

De man van de bloem der natie, de GGD, weegt zijn woorden: ‘Hmmm, mijn collega reed.’

En vrouwen kunnen niet rijden?

‘Nee, dat hoort u mij niet zeggen.’

Eerlijk gezegd, zag ik u voor de chauffeur aan.

‘Nee, ik mag nog niet rijden. Ja, ik mag het wel, dat wel, maar niet als er zich in de wagen vaccinaties bevinden. Als dat niet zo is dan mag ik wél een busje van de GGD besturen. Niet met boosters zoals nu.’

Meneer, dát moet u me even uitleggen.

‘Dat kan ik niet. Want ik snap die regel niet. En mijn collega snapt de regel ook niet. Maar kijkt u eens naar haar. Zij draagt een paarse polo met het logo van de GGD. Ik niet. Ik heb nog niet een paarse polo met het logo van de GGD. Ik zit hier in mijn overhemd zoals u ziet. Wij rijden nu met boosters rond. Dan mag je alleen achter het stuur in een paarse polo met het logo van de GGD.’

Maar bent u zelf niet van de GGD?

‘Jawel, ook ik ben van de GGD, maar ik heb nog geen paarse polo.

U volgt een regel op die mij volkomen idioot lijkt, u trouwens ook zo begrijp ik. Maar heeft u nooit gevraagd wat de zin of onzin van de paarse polo regel is? Ik zou zoiets willen weten. En u, mevrouw, nu u bent uit geprikt: kunt u mij misschien als burger van dit zalige landje uitleggen wat dit voor een regel is?

‘Van deze paarse polo? Nee meneer, ik weet het ook niet. Zo moet het nu eenmaal.’

En als u moet inparkeren en het lukt niet mevrouw met die bus, wat dan?

‘Het zijn de regels en wij hebben die regels na te leven.

Ook regels dus waar u net als ik geen jota van begrijpt? U heeft niet dezelfde maat, maar stel dat het wél zo was geweest, en u meneer had ’s middags een poosje willen rijden met die boosters, dan zou u kunnen wisselen, u de paarse polo en zij uw overhemd.

‘Nee meneer, zo werkt dat niet. De paarse polo staat geregistreerd. Die staat op haar naam.’

Ach natuurlijk. Uw polo zit ergens in een kaartenbak. En een corresponderend nummer in het kraagje. Snapt u nou waarom alles in dit halfgare land in de soep loopt? Keek vanmorgen even een talkshow van gisteren terug. Weet u waar het over ging? Over de komende persconferentie van tante en haar nieuwe kale minister van Volksgezondheid. Maar het ging niet over de lockdown, welnee, geen woord, het ging over het decor en op welk plekje van het televisiescherm we doventolk Irma zouden kunnen verwachten.

‘U wilt niet dat we hier zitten te lachen?’

Nee, dat heb ik liever niet.

****

Johan,

We hebben hier krom gelegen van het lachen over die malloterij bij de GGD , ook mijn zoon, mijn dochter, haar vriend, mijn zuster en de rest. Maar eigenlijk is het te triest voor woorden. Waar zo’n instantie al niet druk mee is. Met een polo! Hadden die twee nou echt niet in de gaten dat je ze in de maling zat te nemen met die paarse idiotie? Ik zie jullie dit weekend nog om de booster voor Ellen mee te vieren bij een mooi glas wijn van Una Más. Die paarse polo van de GGD, als ik buiten loop en ik passeer iemand in het paars dan schiet ik vanzelf in de lach. Ook de vorige blog over de booster voor Ellen gaat hoofdschuddend onze hele familie door. Lieve groeten voor jullie beiden,

Wil.

****

Hallo Johan:

Hahaha! Mooi paars is niet lelijk nee. Ik ben helaas te oud om nu nog te gaan emigreren. En eens met je, die mislukkeling Bijleveld nu waarnemend burgemeester in Almere… Het slaat nergens op. Laat ze zich maar als voornaamste doel stellen om daar een goed geoutilleerd AZC voor Afghaanse vluchtelingen te realiseren. Knuffel voor Ellen.

Jan van Ewijk.

****

Hahaha die paarse polo’s, love it, dat is toch geweldig, hoe kun je nou niet van Nederland houden Johan! Ik zit deze week in Groningen en volgende week heb ik op jouw vrije middag net enkele afspraken staan, maar de week erop? Kunnen we weer lachen om alle malligheid.

X Annelies.

Meer willen we niet. Allang niet meer: een eenvoudige tafel met vaas en een booster voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Die ook het grootste slachtoffer dreigen te worden van het zigzaggende kabinet dat van Rutte-3 naar Rutte-4 meanderde. Of vergeet ik de jeugd? Rust, hebben we nodig. En niet elke dag de telraamjournalistiek over corona. Het komt niet meer binnen. Al een jaar niet meer. Meer dan een jaar zelfs. Vandaag een nieuw record aan positieve tests? Het zal wel. We gaan onze eigen gang. Niet paars maar appeltjes groen.

Het heeft onze paarse strijdkrachten behaagd ook Ellen een booster toe te kennen. Een gelukwens waard. Bij het schaatsen zijn we in alles nummer 1. Dat komt omdat er geen ander land meedoet. Maar zie de strijd tegen corona. Nummer laatst. Met chronisch zieken in de thuissituatie weten we geen raad. Met de controle op de zorgbonussen evenmin. Waarmee wel eigenlijk. Vraag het de slachtoffers van de toeslagenmisdaad. Vraag het de aalmoes-Groningers.

Booster voor Ellen! Nu al de hand van Ernst Kuipers zichtbaar?

Lieve Diana en Elly (verzorgenden), beste Erik (huisarts) en Manal (buddy van Ellen bij de apotheek).

Het is ons gelukt! Ontving zo-even het mooiste telefoontje van 2022 tot dusver. De dagkoers schiet als een komeet omhoog. De beursnotering gaat dwars door het luchtruim heen . Ik noteer 12 januari. De tijd? Rond het middaguur. Had de GGD aan de lijn. Ze informeerden naar Ellen. Of zij even aan de telefoon kon komen. Mijn vraag: of ze het ook met mij afkonden. Kon mijn vrouw niet meer praten? Dat was schrikken. Kwam ze eigenlijk niet meer van bed? Dat was dan wel een zeer nijpende situatie voor een extra vaccinatie. Komende vrijdag komt een arts van de GGD naar Ellen om haar eindelijk, eindelijk, en vele malen nogmaals eindelijk, van een boosterprik te voorzien. Durfde er al bijna niet meer op te hopen.

De energie is terug. Dank jullie voor het met me meedenken. En het met me meevechten tegen windmolens. Zeer in het bijzonder Erik en zijn assistentes. Hoeveel voeten had dit wel niet in de zompige klei. Alsof we een aantal afleveringen van de Vierdaagse van Nijmegen tegelijk afstrompelden zonder stevige ondergrond. De mevrouw van de GGD bood zelf aan het onverantwoord lange wachten van een parkinsonpatiënt als Ellen op een booster met haar leidinggevende te gaan bespreken. En inderdaad: dit gaf een heel slecht beeld van Nederland, en misschien ook wel het beeld dat ons land momenteel ten zeerste verdient. Een armzalig beeld. Maar het werd allemaal beter! Hoopte de mevrouw van de GGD.

Eerste gedachte: nu al de hand van Ernst Kuipers zichtbaar? Heeft hij de stroperige en verbureaucratiseerde en vermolmde GGD nu al een rotschop verkocht? Is die enge brave gereformeerde dorpsouderling Rouvoet het bos in gestuurd? Het zou tijd worden. Het is tot huilen toe verschrikkelijk dat het zo lang heeft moeten duren. Met Ellen dan, met die booster. De scenario’s lagen hier al klaar voor dingen die ik hopelijk niet hoef uit te leggen als liefhebbende echtgenoot. Een booster. Dagen en dagen hiervoor zitten bellen. Meestal alle medewerkers in gesprek. Een ogenblik geduld alstublieft. Het bekende liedje. Eigenlijk bedoelden ze: alle medewerkers nog op bed. Van het kastje naar de muur. ’s Nachts hartritmestoornis. Van machteloze woede. Van frustratie en van bezorgdheid. Ik had me er al mee verzoend dat we hier in Nederland met de vaccinaties functioneren op het niveau Albanië en Noord-Macedonië, kortom de degradatiezone van Europa. Of de nummer laatst van de eredivisie: PEC Zwolle. Geef het maar een naam. Ik was bezig me er geestelijk op voor te bereiden dat Ellen naar het voorjaar toe het dodelijk slachtoffer van corona zou gaan worden. Geen ontwijken meer aan. Ik gaf me gewonnen. De witte vlag. Want hoelang zou de uiterst kwetsbare Ellen nog zonder aanvullende vaccinatie kunnen? Maar nee, hopelijk nee. Hoe cynisch zou het zijn geweest als je jarenlang in gevecht bent met de ziekte van Parkinson en het syndroom (neen, niet dementie) van Lewy Body en het noodlot zou uiteindelijk worden aangestuurd door het onzichtbare virus Covid-19, of één van zijn varianten, die al evenzeer als gluiperige sluipschutters beschouwd kunnen worden. Dat is aan ambtenaren niet uit te leggen.

Ik kon het niet laten die buitengewoon vriendelijk mevrouw van de GGD te zeggen dat ik van haar hield. Ze viel even stil. Van haar hield? Ja van haar hield want ze reanimeerde mij geestelijk. Hoe kon het in dit kut land bestaan dat een booster voorbij ging aan de mensen die zo’n booster het hardst nodig hadden. Ik kon ook niet nalaten tegen die mevrouw van de GGD te zeggen hoezeer ik me schaam voor Nederland. In tal van opzichten. Willem Engel. De rattenvanger van Forum met zijn misselijk makende kijk op de geschiedenis. Twee ongelofelijke querulanten. Vlegels. Beroepsoproerkraaiers. Ik walg van ze. Maar zeker ook schaam ik me voor het overheidsoptreden in de pandemie. Achtereenvolgende kabinetten van het ravages aanrichtende lachebekje Rutte – nu weer Groningen, een drama uit minachting voor burgers – laten niet na ons te zeggen dat we chronisch zieke familieleden zo lang mogelijk thuis moeten houden en thuis moeten verzorgen. Wij komen aan die wens (om de zorg in Nederland ook betaalbaar te houden) ruimschoots tegemoet. Maar veelvuldig is mij gebleken dat er van de Nederlandse overheid maar bar weinig tegenover staat. Of het zou schaamteloze en talentloze onmacht moeten zijn. Niets kan die overheid foutloos meer. Met die zorgbonus lieten ze zich voor honderden miljoenen foppen. Er gingen bonussen naar mensen die helemaal niet bestonden. Hugo had dit bedrog ingecalculeerd. Maar hij had op minder bedrog gerekend. Welja zeg.

Wij leven in een verloederd land. Op tal van fronten. Een land ook van systeemdenkers die in tijden van een pandemie niet kunnen improviseren. We worden glashard uitgelachen door de Italianen, de Grieken en de Portugezen. Door wie eigenlijk niet?! Ik zag de meewarige lach op het gezicht van de Duitsers afgelopen weekend. Alweer een Nederlander die naar Duitsland vluchtte, nooit kunnen denken. Wij, armzalige Nederlanders, kunnen niet buiten regels, en we snakken naar regels die de regels controleren. Als houvast hebben we ook dáár weer regels voor nodig. We kijken niet op een affaire of schandaal. We kunnen het eenvoudig niet. Het onderzoek naar de miljoenenoplichting met mondkapjes duurt maar en duurt maar. We volgden immers de regels. We zijn gedekt. Voor Nederlanders is regelfetisjisme wat voor het buitenland zuurstof is. Loketten met ambtenaren die geen verantwoordelijkheid durven nemen. Droevige figuren met een leeg hoofd die verantwoordelijkheid maar het liefst voor hun eigen gemoedsrust afschuiven naar een al even treurige halfdode collega. Het is niet eens doorschuiven, het is afschuiven. Wat zei Hugo ook alweer rond de jaarwisseling? Nederlanders moesten niet hun booster vlak over de grens in Duitsland of België gaan halen, hoe snel en effectief ze daar ook werkten. Nee, niet doen, want dat was niet prettig voor de administratie van de GGD. Nederland ten voeten uit. Ik herhaal: de ad-mi-ni-stra-tie van de GGD. Van wie? De GGD godverdomme! Niet prettig voor de administratie van de GGD. De veters springen spontaan uit je schoenen. Daar draait het in Nederland om. Of het voor de administratie wel plezierig is. Zulke onzin gaan we straks ook over de woningbouw horen. Ben het met Gijp eens dat er drie beroepen zijn waarvoor je in Nederland niets hoeft te kunnen: tv-presentator (zie die lieverds van Goede Morgen Nederland, zie de showfiguur Margriet v.d. Linden), koning (uitleg overbodig) en minister (zie Financiën, Buitenlandse Zaken, Defensie, Volkshuisvesting). De stelling wordt dagelijks bewezen.

Maar gelukkig, Ellen krijgt vrijdag haar booster. Ik spring een gat in de lucht. En omdat ik in symboliek denk en leef, alleen al om dié reden, beschouw ik het als extra eclatant dat het vrijdag die ene vrouw is die voor het toedienen van de booster een arm om de broze schouder van mijn liefste zal slaan. Zij zal heel zachtjes de arm van Ellen naar de GGD toe buigen hier thuis. Ze heeft dan dienst. Wie dat is? Eén keer raden. Ze heeft nu al 1200 diensten bij Ellen gedraaid. En het restje. Het is de vrouw met wie ik op 13 december in Nieuwegein voetje voor voetje achter looprekjes, rollators en scootmobiels naar mijn eigen booster schuifelde. En zij naar die van haar. In de kou en in de nevel. De donkere dagen voor kerst. Met een rij gelukkigen van wie de laatsten zowat op de vluchtstrook van de A12 naar Arnhem stonden te kleumen en in hun papieren slipje stonden te plassen. En hoeveel keer zeiden we in die rij naar de booster niet tegen elkaar: hoelang zal het voor Ellen nog duren voordat de roestbak GGD naar háár toekomt met een busje. En: kan de GGD zoiets wel aan, een booster aan huis? Want dat vereist improvisatie. Ach Nederland. Land van lockdown en onvermogen. Land dat zijn bevolking geestelijk de vernieling in jaagt en die bevolking met het hoofd tegen de muur doet bonken.

Afgelopen weekend in Zuid-Limburg. Wilde op zaterdagmiddag wat nuttigs en leuks te doen hebben. Wilde aan mijn lijf werken, aan mijn conditie, de spieren. In een lockdown zak je als een plumpudding in elkaar, als je niet uitkijkt. Schijt aan Hugo. Schijt aan het OMT. Schijt aan de hele wereld. Flikker op zeg! Wilde me in Valkenburg laten testen. Dicht. In het weekend gesloten. Ik reageer daar al niet eens meer op. Reed naar Aken. Daar iets voorbij in een plaatsje een wellness met zwembad, solarium, sauna, massage. Eerst naar een winkelcentrum, en even voorbij de bouwmarkt een teststraat. Die natuurlijk wél open. Je bent immers in een beschaafd buurland. Aansluiten in de rij. Je hoefde je auto niet uit. Gewoon het raampje laten zakken. Even je identiteitsbewijs tonen. Kom maar op met de neus. Getest. In Duitsland. Uitslag in vijftien minuten. Negatief. Zwart op wit. Kosten? Geen. Daarna de sportschool in op vertoon van tweemaal vaccinatie met pfizer, een booster, en een test van minder dan een uur oud. Wat heet! De inkt van het certificaat was nog nat. Na de wellness een hapje van het koud buffet in het aanpalende restaurant op vertoon van opnieuw vaccinaties, booster en de test die dag. Een kind kon de was doen. En dat alles op twee uur en een kwartier rijden van Utrecht. Had er De Telegraaf onder mijn arm. ‘Het wordt nu Ernst voor Kuipers’, kopte de krant tamelijk melig in chocoladeletters. Of moet ik het als humor zien? Nou vooruit. Stond nog te praten met een tester die even pauze had voor een sigaretje. Hij vertelde dat er dagen waren dat meer Nederlanders dan Duitsers zich voorbij de bouwmarkt met hun neusgaten meldden. Vertelde de jongen over de administratie van de GGD. Of hij soms ook meneer Rouvoet kende? Wie? Meneer Rouvoet! Het begon spontaan te regenen en niet zo zuinig ook. De capuchon ging op. Er stak een harde wind op. Uit het westen, uit Nederland inderdaad.

Ben de vernielzucht van padvinder Rutte spuugzat. Kan hem niet meer luchten of zien. Gaat misschien wel de geschiedenis in als de langst zittende premier maar ook als de slechtste in zijn soort. Ik begin naar Poetin te verlangen. Ik wil een échte regisseur. Geen piano spelende rietstengel. Heb zielsmedelijden met de kledingzaken, de schoenenwinkels, de theaters, de restaurants en de cafés. De slijter open, het culturele leven dicht. De sterkste lobby wint in dit land. Zie die jonge vrouw van het café-restaurant in Leeuwarden weer voor me die bij aanvang van een nieuwe lockdown afgelopen december huilend met haar hoofd tegen de muur beukte. En dan zie ik die houten klaas van een koning met al zijn poppenkast een hoofdknikje naar nieuwe ministers geven bij hun beëdiging. Ik kan er al niet meer om lachen. Ik voel zelfs woede in me opkomen. Ik zie een slachtoffer van parkinson of MS op het bordes staan. Spot niet met een hersenaandoening stompzinnige klungel van een koning. Laat ik er maar verder het zwijgen toe doen. We kunnen het niet. We leren het niet. We zijn Nederlanders en we zijn geen creatieve denkers. We missen van alles. Wie als mantelzorger voortdurend met overheidsinstanties te maken heeft wordt levensmoe. Creativiteit? Het is er uit geramd. We zijn Nederlanders en we kunnen over de grens maar beter onze grote bek houden. Wij zijn goed in kaartenbakken, maar kunnen niet buiten de lijntjes kleuren. We jagen ook de goedwillenden in de gordijnen. Het komt in Nederland nog eens tot een ongelofelijke uitbarsting. We zijn er niet ver meer van verwijderd. Het gist. De boel staat op instorten. Moreel op instorten. Rutte zal ons verder demoraliseren. Maar niettemin: een booster voor Ellen! Dankjewel Nederlandse overheid!

****

Hallo Johan!

Las net je blog. Beetje vreemd (understatement) dat je in Nederland iemand moet feliciteren dat zij (Ellen) haar booster krijgt. Maar, in dit geval doe ik het toch maar. Bureaucratie in Nederland? Breek me de bek niet open! Ik kom graag volgende week of de week erna even bij jullie langs. ’s Middags. Geef ajb een paar data op.

Lieve groeten voor jullie, Jan van Ewijk.

****

Hi Johan, ik heb net je blog gelezen, wat fijn voor jullie 
dat het nu eindelijk gaat gebeuren, dat Ellen de 
bescherming krijgt die ze zo nodig heeft en verdient. 
Lieve groet van hier, Moni. 

****

Dag Johan,

Met plezier weer je schrijverij gelezen. En een  booster 
voor Ellen, eindelijk toch gelukt. Knap werk van Nederland. 
Ik  heb weer een heel lekker wijntje klaar staan en het is 
weer leuk om  daarvan een (2?) glas met jou te kunnen delen 
en proosten op 2022. Wat het nieuwe jaar ons ook gaat bieden. 
Bij dezen.

Hartelijke groet, ook voor Ellen uiteraard!

Jan van den Heuvel.

****

TvHoera! Ellen intussen al geboosterd. Wat een rust zal dat
geven bij jullie in huis!👍 Hier alles goed, alleen gaan 
er allerlei  dingen tegelijk stuk, snif…….Koffiezetapparaat,  
een dure Jura, je weet wel Johan, van die lekkere koffie. 
Ons grote  gordijn in de keuken, een soort jaloezie, scheurt spontaan! 
Enzovoorts. 
Een  andere vraag: Johan, heb je het verhaal 
ontvangen wat John je heeft gestuurd over zijn 
11-stedentocht, gereden in 1997, wat hij ook naar de 
NOS heeft gezonden? 
Drink een glas samen met elkaar op de booster! Liefs van 
ons uit Leeuwarden. 👍👍💕💕😘😘 Liefs, Wietske en John. 

Nederlandse hond vlucht voor de illegale cobra naar de Ardennen – een eenvoudige oudejaarsvertelling

Vreselijk, riep ze wel driemaal. Vreselijk? Dat vuurwerk met de jaarwisseling natuurlijk, vreselijk was het geweest. Oorlog! Deze herrie van met plutonium gevulde atoombommen had ze in al die twintig jaar dat ze hier nu woonde nog niet eerder meegemaakt. Luister: je moet in Nederland ook niets verbieden, want dan speel je met vuur. Daar was ze nu zelf ook wel achter. Ze struikelde zowat in de vroege ochtend van 1 januari de huiskamer in. De kruitdamp hing nog aan haar nieuwe overjas. Een oudejaars wild west waar Simon Carmiggelt wel raad mee had geweten. Of toch niet? Hoe zou hij dit met zijn pen hebben aangepakt? Met melancholie? Maar hoe dan? En Wim Sonneveld en het Dorp? En de Franse piloot en schrijver Antoine de Saint-Exupéry? Zijn werk gaat over het wezenlijke. Liefde is volgens hem niet alleen elkaar diep in de ogen staren, maar ook samen dezelfde kant op kijken. Maar…. Kom tegenwoordig niet in elkaars vaarwater.

Misschien is Nederland tijdens een lockdown, cynisme, sarcasme, zeg het maar, nog wel het meest opwindend. Naar de huidige maatstaven. Nederlanders zijn het in elk geval zeker. Nederlanders vieren graag. Ze zijn intrinsiek recalcitrant. Ze kijken niet meer dezelfde kant op. Ze gaan met 650 goedgelovigen over Jezus Christus zitten zingen als vier het maximum is. Godsdienstvrijheid noemen ze dat. Een heel gezeglijk volkje. Of zoetjesaan de risee van Europa? Honden nemen inmiddels de benen. Ze vluchten de grens over. Amalia ook. Die niet voor het vuurwerk maar voor een vrijer. Duitsland is dichtbij. De Ardennen trouwens ook. Het oorlogsoffensief heeft zich via Luik en Maastricht naar het land van de Batavieren verplaatst.

Erg zeg, wat was dít erg. Ze struikelde niet over de drempel maar over haar woorden. Maar eerst even naar Ellen. De oudejaarsavond was toch al zo vreselijk begonnen. Naar haar zoon, schoondochter en haar kleinzoon toe was in de Skoda ineens een waarschuwingslampje treiterig gaan branden. Moest de olie zijn. Wat nu? Had ze onderweg haar zoon gebeld. Die vroeg naar de kleur, de kleur van het waarschuwingslampje. Oranje. Niet rood? Nee, dat zei ze toch, oranje. Dan kon ze nog wel even verder rijden, maar niet te ver. Wat was dat nou weer! Niet te ver, maar wat was niet te ver?! Toch maar even naar een benzinepomp. Ze noemde een naam van die pomp. Blokhoeve of zoiets. Die benzinepomp wilde net gaan sluiten. Oudejaarsavond immers, vroeg dicht. De mevrouw in de cabine achter plexiglas wees naar een flacon in het rek. Die moest ze nemen. Het betere spul. Bleek ze een paar euro tekort te komen. Ze had alleen maar een handje los geld bij zich. Ze had haar bankpas voor alle veiligheid thuis gelaten. Of ze toch niet die olie mee kon krijgen, dan zou ze haar identiteitsbewijs of anders het pasje van haar zorgverzekeraar wel voor een avond afgeven. Ze wilde zich graag legitimeren. De mevrouw van de benzinepomp had haar vanachter het plexiglasruitje heel lang heel onderzoekend aangekeken. Alsof ze het niet vertrouwde. Wie kwam er nu met Oudjaar geld tekort! Ze kreeg de olie mee en het geld dat ze te weinig bij zich had dat kwam in het nieuwe jaar wel. Nederlanders zijn heus de beroerd-sten niet. Ze schoppen en slaan agenten het ziekenhuis in en belemmeren hulpdiensten bij hun werk, maar voor het overige. Het ging om vier euro of zoiets. Nee minder nog. Ondertussen ging rond het in nevel gehulde tankstation voor vele honderden, zo niet duizenden euro’s aan illegaal Belgisch en Bengaals vuurwerk de Nederlandse lockdown lucht in. Hoeveel olie kon je daar wel niet voor kopen, bedacht ze.

Stond ze buiten bij haar auto met die olie, en wilde ze bijvullen, kreeg ze de dop niet los. Die zat veel te vast. Vroeg ze aan een meneer of die het raampje van zijn auto kon laten zakken zodat ze hem kon vragen even al zijn mannelijke kracht voor die dop te gebruiken. De lulhannes liet het raampje zakken maar kwam zijn auto niet uit. Hij zei geen verstand van auto’s te hebben en reed verder. Zou ze zelf nooit doen. Dan maar naar haar zoon, schoondochter en kleinzoon met het waarschuwingslampje op oranje. Bij hun flat een heel stel politieauto’s en de loeiende sirene van de brandweer. De hele oudejaarsdag al politie onderaan de flat. Maar wist ze niet dat in het beschaafde Nederland, met zijn aan het christendom en de VOC ontleende boreale normen en waarden waaraan menig ander land een puntje kan zuigen, ze wist niet dat het hier een goede gewoonte was geworden met Oud & Nieuw de auto van je buren in de fik te steken? Of van mensen een paar straten verder. Als het maar fikte. Er waren al een paar auto’s in vrolijke vlammen opgegaan. Sirenes? Voor Oud & Nieuw net als jarenlang Mieke Telkamp bij crematies. Of deze autochtoon, een woord uit een grijs verleden, in een paar zinnen kon uitleggen wat dit voor een traditie was? En onze president had het vuurwerk toch vanwege de zorg en de capaciteit in de ziekenhuizen verboden?

De president? Maar lieve schat, we hebben helemaal geen president. We zijn een monarchie. Ze bedoelde Rutte. O die! Hij werd oud ja. Ze had inmiddels wel door dat er niemand in Nederland was die naar die lieverd luisterde. Want Mark was het de volgende dag toch alweer vergeten wat hij had gezegd. Inderdaad, niemand die hem au sérieux nam, ook de koning niet. Die vooral niet. Die kon ook makkelijk zijn gang gaan want was toch nergens verantwoordelijk voor. Opperde dat die op oudejaarsavond misschien ook wel zélf obstinaat vuurwerk liep af te steken in één van de gezellige volksbuurten van Den Haag en misschien ook wel een zware illegale Belgische kanonskogel vol plutonium achteloos onder een geparkeerde auto had geslingerd. Dat zou toch niet?! Jawel hoor, hier was alles mogelijk. Vroeger ging het koningshuis nog vermomd de donkerte in, nu waarschijnlijk allang niet meer.’ Hoor je dat Ellen? Hoor je wat hij zegt?’ Iedereen in Nederland had maling aan Rutte ja, dat klopte wel. Ook de koning. Maar die ging toch niet als een kwajongen over straat met zijn broekzakken vol illegaal vuurwerk en een goedkope aansteker van de Aldi! Of ze nu snapte dat Annelies met een vriendin en die haar hond naar een afgelegen boshutje in de Ardennen was gevlucht. We konden er nu goede hoop op hebben dat die zenuwpees van een hond nog leefde. Dat snapte ze wel.

Vreselijk was het geweest met dat vuurwerk. En niemand die naar de regering luisterde. Volkomen maling aan de regering. Legde als autochtoon uit dat Nederland zo’n heerlijk land is dat als de regering iets zegt je precies het omgekeerde doet. Kom daar maar eens elders in de wereld om. Noord-Korea, grinnikte ze. Maar was het eigenlijk ook wel verstandig om de regering serieus te nemen? Het leek dat Ellen de conversatie volgde en leuk vond, aan haar lichaamstaal te zien. Eerst koffie, ook voor Ellen. Duizenden Nederlanders hadden uit verveling de trein of auto naar Antwerpen en andere Belgische steden genomen om er te shoppen en er een café in te duiken. De president had gezegd ‘doe dat nou niet’ en de volgende dag hadden zich bij die duizenden winkelende Nederlanders nog eens duizenden winkelende Nederlanders aangesloten. En die hadden op een Belgische straathoek ook maar even wat illegale bommen en granaten voor thuis gekocht, liefst het zwaarste van het zwaarste. Omdat de president dat verboden had. Onze met zijn baardje steeds meer op een filmacteur van Hollywood lijkende Hugo had de bevolking om geduld gevraagd en niet vlak over de grens in Duitsland een haastbooster te gaan halen. Ook niet voor de wintersport in Oostenrijk. De volgende dag zag het geannexeerde Aken zwart van de Nederlanders en waren de Duitsers in één klap door hun boosters heen.

Ze knikte. Ik suggereerde dat het kennelijk tijd werd voor een leider als de moeder van de vriendin van een goeie vriendin van ons uit het zuiden des lands. Hoezo? Die vriendin van een vriendin van ons was een wappie. Die kwam er met kerstmis niet in bij haar moeder. Tenzij die dochter zich vooraf liet testen. Daar was die dochter toe bereid. Maar ho even, zo makkelijk ging dat niet. Als de wappie zich met haar kindertjes bij haar ouderlijk huis zou melden voor het traditionele harmonische kerstdiner zou moeder hoogst persoonlijk aan de voordeur verschijnen en haar hand ophouden. Daar zou wappie dan het officiële certificaat van de coronatest in mogen leggen. En op de drempel van de voordeur zou moeder het entreebewijs voor de gezellige familiebijeenkomst en de viering van kerstmis aandachtig bestuderen en kijken naar de uitslag van de test. Ze zou wappie pas geloven als ze het zwart op wit zag. Zo bleek het naderhand ook echt gegaan te zijn met kerstmis. Een moeder met minder geheugenverlies dan onze huidige president.

Nog maar een kopje koffie. Door de oliebollen waren we heen, dus alleen maar koffie. Die moeder zou eigenlijk zo door kunnen voor het presidentschap in het anarchistische Nederland. Die zou aan de deur van het Catshuis staan en tegen de koning zeggen dat hij eerst al zijn schimmige jachtvergunningen maar eens moest tonen. En uitleggen hoe hij daaraan gekomen was. En het restje. Het wordt nog veel erger waarschuwde ik Diana. Natuurlijk neemt niemand de politiek in Nederland nog serieus. Ze luisterde. Kaag heeft ineens verstand van geld; die wordt minister van Financiën. Dat baantje heeft ze zichzelf cadeau gedaan. Rutte won de verkiezingen, zij de formatie. Kaag wil geschiedenis in als de eerste vrouwelijke minister op Financiën. Mag ze zelf beslissen. En omdat hij geen minister van Financiën meer kan blijven, wil Hoekstra zichzelf belonen met Buitenlandse Zaken, en dat voor iemand die nota bene al heel beroerd Nederlands spreekt. Voor het buitenland laat Nederland met Wopke de grandeur thuis. Een ministerschap en een partij leiden is te combineren, verzekert hij. Het is maar welke eisen je aan jezelf stelt.

Diana haalde maar eens goed adem. Ellen sloot haar ogen. Ze moest te lang op haar tweede koffie wachten. We luisterden naar From the underworld uit 1967. Bijna haar geboortejaar. Ze vond het een goed nummer. Koffie als motorolie voor een nieuwe dagdienst. Hoeveel diensten had ze inmiddels al gedraaid? Toch zeker wel 1200. Meer waarschijnlijk. Hugo heeft al zoveel ervaring met corona en de GGD opgedaan dat hij ongetwijfeld ook heel veel verstand heeft gekregen van bakstenen. Die heeft leren stapelen. Ze was een beetje van Hugo gaan houden. Het Museumplein ook. Wordt een mooie combi met zijn Limburgse partijgenoot van de bouwfederatie straks. Hoe heet die man ook alweer die met Rutte voor gedoogsteun van Wilders zorgde? Kom waarachtig niet meer op zijn naam. En wist zij veel. Op Justitie & Veiligheid komt een mevrouw die geen juriste is en dat lijkt toch een eerste vereiste. Maar in Nederland niet, één van de weinige landen ter wereld zonder een ME, en dat al helemaal niet met de jaarwisseling als iedereen zich keurig aan de regels houdt, tot op het Museumplein toe. De nieuwe minister op Justitie & Veiligheid was een vaak en graag geziene gast bij de meisjes van Goede Morgen Nederland, de etalage voor de kritische journalistiek in ons land. Het kappershoofd Marnix van Rij werd natuurlijk ook niet vergeten. Ook de interim-partijvoorzitter van het CDA kreeg een eindejaarsuitkering: staatssecretaris ergens. Waar blijft de zijspan Ankie Broekers-Knol van de migranten, vroegen we ons af. Een liberaal rusthuis in de duinen achter Haarlem leek ons.

Weer viel het woord vreselijk. Ze zou de APK keuring van haar Skoda naar voren zien te halen vanwege het oliepeil. En een bloemetje voor die mevrouw van het tankstation achter dat ruitje die haar oudejaarsavond vlak voor sluitingstijd de motorolie had meegegeven. Hoe zou Ferd Grapperhaus zijn ministerschap ervaren hebben, vroegen we ons bovendien af. Waarschijnlijk als een ongelofelijk spannend jongensboek. Klopte het nou dat volgens de autoriteiten de jaarwisseling rustig was verlopen? Ja dat klopte wel zo ongeveer. Niet alle cijfers waren nog binnen, sommige districten liepen wat achter, maar de teller stond op slechts tachtig ernstige tot zeer ernstige gewonden rond de jaarwisseling. En maar één dode, een jongen van 12 uit Haaksbergen. Viel mee dus. De zware gewonden misten een arm, een hand of een voet. Daar heb je er meestal twee van. Ook niet echt iets om opgewonden over te raken. Er waren cobra’s in omloop geweest. Zo schijnen die krengen te heten. Cobra’s. In het christelijke vissersdorp Katwijk aan Zee bijvoorbeeld. Traumahelikopters en spitsuur in het belangrijkste ziekenhuis van Leiden. Alle wintersportvakanties van de plastisch chirurgen zijn ingetrokken.

Vreselijk, klonk het tussen twee slokken koffie door. Welnee. Pas echt vreselijk was dat de net achttien geworden Amalia misschien al dit jaar ging trouwen, het stond er echt in het pulpblaadje dat op internet werd aangehaald, en dat ze valt op Duitse mannen omdat Duitse mannen veel liever en galanter zijn dan Nederlandse mannen of mannen van waar ook ter wereld. Hoe weet ze dat al zo jong? Dat kon ze nooit van haar overgrootmoeder Juliana hebben vernomen. Maar goed, Amalia valt op Duitse mannen. Een Duitse herder zogezegd. Kon het ook niet helpen maar moest denken aan de hond van de vriendin van Annelies die de jaarwisseling had overleefd in de Belgische Ardennen, ver weg van het offensief. We gaan toch geen nieuwe Bernhard krijgen? Daar hebben we het kabinet niet naar. In de verste verten niet. Het achtste kabinet Rutte met de prins-gemaal Wilhelm. Ze blijven Duits, de Oranjes. Vreselijk. Net zo vreselijk als al dat illegale vuurwerk. Cobra, onthoud die naam voor volgend jaar. Of GroenLinks en de Partij voor de Dieren moeten hun zin krijgen. Die komen met een motie om het vuurwerk, los van corona, voorgoed te verbieden. Voor de ziekenhuizen, voor het milieu ook. Het zal ze niet lukken. Nederland breekt niet graag met tradities van autobranden en een overbelasting van de Eerste Hulp. Te veel opportunisme ook in de Nederlandse politiek. Ook De Meern leek de afgelopen jaarwisseling te veranderen in één grote krater. Munitie voor een Kronkel. Hoe zou Simon Carmiggelt dit hebben aangepakt? We zijn de melancholie voorbij.

(Een OMT-lid liet in een nieuwjaarsboodschap weten dat het OMT het kabinet waarschijnlijk gaat adviseren nog even niet te versoepelen wegens de weer oplopende coronacijfers. De hongerige Nederlandse kwaliteitsjournalistiek natuurlijk meteen de straat op voor vlammende reacties. ‘Daar komen die lui van de regering dan nog wel achter.’ Journalistiek verworden tot een makkelijke bezigheid. En ja, kan niemand Ab Osterhaus eens adviseren een avondje gezellig thuis te blijven? Je kan de tv niet aanzetten of deze mediageile man springt je huiskamer in. Het schijnt dat zijn schone overhemden op een stapeltje op de achterbank van zijn auto liggen. Het verhaal gaat ook dat Ab in zijn auto in de parkeergarage van het Mediapark overnacht. Is hij op tijd bij de meisjes van Goede Morgen Nederland. Gijp had gelijk, een tijdje terug, mensen als Ab hebben zich jarenlang stierlijk lopen vervelen in hun laboratorium. De corona brengt vertier in hun leven).

Een eenvoudige kerstvertelling

Met de rollators, looprekjes en scootmobiels schuifelden we in een sliert van een paar honderd meter naar de ingang van de veemarkthal voor onze booster. Een veemarkthal, wel toepasselijk, hoe vindingrijk. Het begon halverwege de middag al te schemeren en nog even en de achtersten in de rij zouden op de vluchtstrook staan van de A12 naar Arnhem. Ik opperde om het Rode Kruis alvast in ANWB-verpakking daarheen te dirigeren met koffie en gevulde koeken. Het rollator- en looprekjegilde kon er niet om lachen. Pret gaat in de loop der jaren verloren. Moedig voorwaarts als hartenkreet van de bijna-doden. Gelukkig was het droog. Voetje voor voetje naar de prik. Een spontaan praatje met een mevrouw die over haar familie begon. Ze kwam uit een gezin met vier kinderen. Zij de oudste. Ze had nog een oude moeder die naar de negentig liep. Of niet meer liep, maar de negentig in alle rust en vrede afwachtte in haar luie stoel. Dat kan ook. Woonde nog zelfstandig, die oude moeder.

Veel narigheid in de familie over de vaccinaties. De familie was in twee kampen uiteen gevallen. Was al een poosje zo sinds corona, maar nu met de kerstdagen voor de deur waren de messen pas echt geslepen. De ene helft van de familie had zich wél laten vaccineren en trotseerde vol overtuiging het waardeloze decemberweer voor ook nog eens een booster; de andere helft weigerde een arm voor een paar seconden ter beschikking van de GGD te stellen omdat je nu eenmaal naar rechts ging als de overheid naar links wilde en naar links als de overheid rechts adviseerde. Veel logica. Het hele gedoe in de familie was begonnen met de eerste vaccinatie van hun oude moeder. Die had uiteindelijk na veel vijven en zessen, en na schuimbekkend gescheld van haar kinderen over en weer, kennis gemaakt met pfizer.

Niet eens nog halverwege de booster en nog steeds buiten tussen de mistflarden -alsof we in de voorverkoop van Youp van ’t Hek stonden –  nog steeds buiten begon de oudste dochter over het traditionele kerstdiner in haar familie. Daar was al een week van tevoren een ware oorlog over uitgebroken. Ze bleef er zo te zien redelijk opgewekt onder. De gevaccineerden wilden de wappies niet aan tafel en de wappies kon het geen bal schelen wie zijn vork en mes in de stoofpot met kalkoen zette. De oude moeder, nog goed bij de tijd, wilde als altijd alle vier haar kinderen met aanhang om zich heen. Al vijftig jaar kakelde ze dat het altijd de laatste keer kon wezen, die kerst. De gevaccineerden hielden voet bij stuk. Niet de gezondheid op het spel zetten voor de geboorte van Jezus Christus.

Het oudje van negentig moest erom huilen. Of beter: schreien, want oudjes huilen niet, die scheien droge tranen in hun aanvankelijk keurig gestreken en opgevouwen katoenen zakdoekje. Omdat moeder met een vroegtijdige dood dreigde vanachter het zakdoekje – of inmiddels meer een prop – bedachten de vaccineerden een compromis. Ze zouden, om hun oude moeder te plezieren, wel met de wappies aan het kerstdiner verschijnen, maar op voorwaarde dat de wappies zich die dag dan eerst thuis lieten testen op corona. Ook dat ging de wappies in haar gezellige familie te ver. Een aantasting van de persoonlijke levenssfeer! Want met een zelftest zouden de wappies in de familie zich toch overgeven aan een vorm van dwang.

We naderden de ingang van de veemarkthal en naast me wilde ook Diana graag weten hoe deze vredelievende familie nu dit probleem dacht op te lossen. Of mevrouw enige haast wilde maken met de afloop van haar verhaal. Het goeie mens haalde haar schouders op en schuifelde bijna haar voorganger met zijn looprekje omver. We zouden er op straat nog bijna ongelukken door krijgen. Welnu, er was in de familie een oplossing gevonden voor het kerstdiner. Toen de oude moeder van negentig door haar voorraad zakdoekjes heen was, had ze gesnotterd dat de wél gevaccineerde zoon en de wél gevaccineerde dochter maar thuis moesten blijven met kerst als ze niks beters te doen hadden dan ruzie maken en voor narigheid zorgen. Daar sloten de wappies zich met de kerstgedachte graag bij aan. Ze hadden een wijze moeder.

Moest kerstavond aan het familieavontuur van die mevrouw terugdenken. We hadden iemand op bezoek die de volgende dag met zijn familie kerst ging vieren – kerst vier je immers. Dat was Diana en mij ook duidelijk geworden van de parkeerplaats in Nieuwegein naar de jongens en meisjes van de GGD toe. Ook onze goede bekende vierde kerst met de nodige schele hoofdpijn. De voorpret, zo men wil. Kerstmis vier je met voorpret in de familie. Al aan de paracetamol nog ver voordat de kerst moest beginnen. Ik schonk hem nog maar even bij. Altijd zwaar met kerst om alle ballen tegelijk hoog te houden. Er was er één in zijn familie die zich vanuit onberedeneerbare en niet uit te leggen principes van dwarsliggerij niet liet vaccineren. Onder geen enkel beding. Werkte ondertussen ook doodleuk – bijzonder woord in dit verband – door in een verpleeghuis. Daar zitten wij nu mede door in een nieuwe lockdown.

Tussen twee haakjes: hoorde dat op een ons niet onbekende verpleeghuisafdeling deze feestmaand december vier van de acht bewoners aan corona waren bezweken. Het einde nog niet in zicht. Maand ook nog niet om. Nummer vijf was in aantocht immers. Drie van de vier volgens de berichten niet gevaccineerd, in elk geval twee, omdat hun familie dat had verboden. Personeel met corona ziek thuis. Maar dit even terzijde. Waar was ik gebleven? Die goeie kennis van ons. Aan alle eters het voorstel gedaan voorafgaande aan het kerstdiner eerst thuis heel knus even een zelftest te doen. Iedereen akkoord behalve, wel ja, het verpleegzusterwappie. En om die wappie was het nou juist begonnen. En nu? Onrustig ging hij van de ene bil op de andere zitten, en weer terug. Ja wat nu? De kerstdagen waren er ook om maar eens met elkaar een risico te nemen.

O ja? Zo zo. Het was niet voor niets het feest van het licht en van vrede op aarde. Bij het feest van het licht kneep je een oogje toe. Of onze gast dan begreep dat als hij zo zijn Eerste Kerstdag doorbracht, en geen enkel verwijt hoor, heus niet, maar of hij begreep dat deze mantelzorger geen borrel bij hem zou komen halen op Tweede Kerstdag, the day after the night before zogezegd. Niet omdat de mantelzorger boos was of zo, absoluut niet, want kerst moest je vieren, de harmonieuze familie, nooit uit het oog verliezen die harmonie, het was hem allemaal zeer gegund, oprecht zeer gegund, geen woord van gelogen – maar dit alles vormde daarentegen wél tegelijkertijd een te groot gezondheidsrisico voor Ellen en haar Josef, herdertjes en kerststal in één en hetzelfde lijf zonder vet op de botten. De kat en het spek.

Nee, dat werd niet goed begrepen. Zo’n borrel op Tweede Kerstdag kon toch gewoon doorgaan? De mantelzorgende Jozef, herdertjes en kerststal deed toch ook boodschappen? Dan kon hij toch ook het virus oplopen? Daar in de supermarkt kon hij toch ook wappies tegen het lijf lopen? Dat had niemand op zijn voorhoofd gedrukt staan. En het virus kon zich toch ook bij de kassa door het mondkapje van andere klanten of de kassière heen boren? Soms besloegen de ruiten van een bril en dan ging in de supermarkt wel eens het mondkapje van de neus vandaan. Bij het pinnen bijvoorbeeld. Als de mantelzorger dan zo streng in de leer was, waarom dan nog naar de winkel voor levensmiddelen en waarom die etenswaar dan niet gewoon thuis laten bezorgen? Je had ze voor het uitkiezen die bezorgdiensten.  Kerstavond met bijzonder intermezzo.

De kerstdagen vier je. Hopelijk vieren virussen niet mee. Beschouw het als een eenvoudige kerstvertelling.  En ja: voor zeker achthonderd miljoen door baasjes en bazinnetjes gefraudeerd met de coronazorgbonus.  Achthonderd miljoen en het restje. Mensen aan een bonus helpen die helemaal niet bestonden of wel bestonden maar familieleden die helemaal niet in de zorg werkten. Valse opgaven en smerige trucs. Gewiekste baasjes en bazinnetjes uit de vermarkting van de zorg die zichzelf niet één bonus toekenden, waar ze al geen recht op hadden, maar soms wel drie of vier. Er kraaide geen haan naar. Hanen kraaien wel met pasen maar niet met kerst. Land zonder enig moreel kompas. Bananenrepubliek der Lage Landen. Het wordt tijd voor revolusie naar de indrukwekkende bijbel van de Belg Van Reybroeck over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië en nog verder in de tijd terug.

****

In alle triestheid een mooi verhaal, Johan! Ik bereid me vast voor op de tweede booster. Als de plannen van burgemeester Depla doorgaan, ‘vieren’ we voortaan Kerst immers in de zomer! Lieve groet voor Ellen en jou. Jan van Ewijk.

****

Hi Ellen en Johan. Ik heb zo-even jullie website weer bezocht en de laatste blogs gelezen. Ik kijk het kunstje af Johan! Prachtige schrijfstijl. En jullie liefde voor elkaar, you make me cry! Fijne jaarwisseling. Helin.

****

Ha Johan. De omgekeerde wereld, wat ik in je kerstverhaal lees. Maar zo werkt het dus. Ik heb gisteren een vriendin van Eindhoven vliegveld opgehaald. Zij woont in Spanje en viel van de ene verbazing in de andere vanaf het moment dat ze in het vliegtuig stapte voor de vliegreis richting een kersttafel in Tilburg. Ze vertelde dat in Spanje het nog steeds verplicht is om buitenshuis het mondkapje te dragen. Ook kan een ieder (zelfs Nederlanders die in Spanje wonen en over een ziekenfondspasje beschikken) op aanvraag nog dezelfde dag geprikt worden. Telia, zo heet ze, werd vóór het betreden van het Transavia vliegtuig niet gevraagd naar QR-code, vaccinatiebewijs, of welke vrijwaring van besmetting dan ook. Ze moest wel een mondkapje dragen. De Spaanse overheid vraagt haar bij terugkeer om alle nodige papieren van gezondheid, inclusief een zeer recente test. Kun je dat niet overleggen dan kom je het land niet in. Hoe duidelijker bleek voor mij de knulligheid van het Nederlandse beleid weer. De 31e ga ik met Greet in Opende (Groningen) het nieuwe jaar inluiden. Ik ga met de auto. Dat is reizen zonder mondkapje. Vergezeld van mijn eigen muziek. Ik ben er uit waaraan de USB-stick in jouw auto moet voldoen, dus wanneer je hier weer langs komt kunnen we dat meteen proberen.

Groeten, ook aan Ellen, Jan van den Heuvel.

****

Hi Johan en Ellen!

Fijne jaarwisseling alvast! Zo vuurwerkloos zal ie vast niet zijn, daar zijn Nederlanders veel te Nederlands voor om zich daar aan te houden. Ik heb me teruggetrokken in een boshuis in de Ardennen, vooral om de hond van een vriendin aan het vuurwerk te laten ontsnappen. Het is hier zalig, overdag wandelen we en ’s avonds eten we raclette.  En wat een heerlijk verhaal weer uit de rij voor de booster haha, dankjewel voor deze mistroostige kerstboodschap 🙂

Tot in januari! Liefs Annelies.

****

Hallo Johan en Ellen.

Vanuit het Naardense: Een mooi en goed 2022 voor jullie gewenst! Hoop dat jullie ook een rustige jaarwisseling hebben gehad. Ik kom snel langs , ben geboosterd zoals dat nu heet , wat een woord toch. Weer bij met de blogs. Een eenvoudige kerstvertelling – geweldig weer Johan – wat heb je me laten lachen. Prachtige taferelen.

Albert.

****

Moeten we eerst de andere kant van het gelijk recht in de ogen hebben gekeken?

Beste Johan en Ellen. Bedankt voor de mooie woorden aan ons gericht. Wij wensen jullie ook een mooie kerst en een gelukkig en gezond 2022! Manal en collegae van de apotheek in Vleuten.

****

Mensen kunnen elkaar gelukkig positief blijven ontroeren. Heel erg ontroeren zelfs. Het speelde zich hier in de namiddag in minder dan anderhalf uur af. De bel ging. De buurman van schuin tegenover ons. Met een schitterend kerststukje.  Boog me over Ellen heen en liet haar het kerststukje zien. ‘Kijk eens, kijk eens wat we zo-even gekregen hebben!’ Ellen begon ontroerd te huilen en glimlachte toen een geweldige glimlach. Zulke momenten laten je niet onberoerd. Even later weer de bel. Aan de deur het jonge gezinnetje dat ook aan de overkant woont, pal naast de buren van het kerststukje. Dat gezinnetje. Die vier. Niemand had tot dusver echt contact met ze. Vader en moeder met twee dochters, 6 en 13, zo ongeveer. Nooit een woord mee gesproken. Alleen een zwaai met een al dan niet van een vaccinatie voorziene arm. Mensen ver achter Polen vandaan, heel verlegen, heel teruggetrokken. Daar stonden ze dan bij ons op de drempel met een kerstroos voor Ellen (en mij). Nu al weet ik dat dit beeld, die vier aan onze voordeur, die vier die in gebrekkig Nederlands vroegen of ze ons niet stoorden, of het wel gelegen kwam, want anders zouden ze wel even terugkomen, die verschrikkelijk aardige en bescheiden mensen die ons een gelukkig 2022 kwamen wensen, ik liet ze binnen, natuurlijk liet ik ze binnen, ik liet ze binnen bij Ellen, die liefdevolle geste – nu al weet ik dat dit een van de memorabele momenten voor me wordt van kerst 2021 en dat terwijl die kerst nog moet beginnen.

****

Lieve Wietske en John.

Met mist, en met IK GA LEVEN van de schrijfontdekking Lale Gül in kerstverpakking als cadeautje op de achterbank, heden náar en ván Leeuwarden. Die mist, met meer dan flarden, de polder bij Urk werd erin weggezogen en loste erin op, die mist bleef me vergezellen op zaterdag 18 december 2021. ’s Avonds het bericht van een nieuwe algehele lockdown vanwege een variant van HET virus, en daar weer een variant van, en van die variant weer een zich razendsnel verspreidende volgende onzichtbare variant. Welke al flink huishield in Londen en verderop in het Verenigd Koninkrijk. Mist en (onzichtbare) varianten, houd deze twee woorden even vast, want langs deze twee bouw ik als chroniqueur mijn dagboekaantekeningen van 18 december 2021 op. We vervolgen onze weg naar de komende feestdagen op de tast, we slalommen door de mist vanwege allemaal nieuwe maatregelen, die ons terugwerpen op onszelf en die ons dwingen onszelf te vermaken in plaats van voortdurend door anderen vermaakt te (willen) worden. Er liggen daarvoor vele varianten voor het grijpen, maar je moet ze wel zien en er je best voor (willen) doen.

Ik zal die mevrouw uit Leeuwarden niet snel vergeten, eigenaresse van een prachtig en gloednieuw café-restaurant bij jullie een paar straten verder en later deze zaterdag op tv in 1-Vandaag. Haar partner was, volkomen uit het lood door wéér een lockdown, met hangende schouders, en met handen tot vuisten gebald, naar huis gevlucht. Beter: afgedropen naar huis. Zij, zal ze net zo oud zijn geweest als Ellen en ik deze dag getrouwd – 35, jonger misschien wel? Misschien nog niet eens 35, maar geteisterd door al heel wat horecatragedies in korte tijd. Zij, die vrouw, die breekbare, maakte op 18 december 2021 het karwei nog even af om daarna te sluiten. De barkrukken werden opgestapeld, de eetstoelen op de tafels gezet. De kerstversiering van de gevel gerukt. Ze glimlachte erbij, maar het was geen glimlach, het was berusting, en ook dat nog niet eens. De moed der wanhoop. Wat mogelijk meer suggereert dan het was. Het was klap op klap in retrospectief. Geen horizon en ook geen stip. geen perspectief. Er viel een stilte en ik weet als ervaren journalist wat stiltes met een geïnterviewde kunnen doen. De beste vraag is vaak geen vraag. De met een volgende lockdown geconfronteerde jonge eigenaresse van het nieuwe café-restaurant in Leeuwarden had geen antwoord op een microfoon bij stilzwijgen. Ze barstte in wanhopige tranen uit en bonkte met haar blonde hoofd tegen de grijs-wit gepleisterde muur. Het was machteloosheid. Het ontroerde me. De eigenaresse had alleen nog maar mist in haar hoofd waar het de toekomst betrof. Een horeca die alle varianten tot overleven had uitgeprobeerd.

Een item met verschrikkelijk veel symboliek op zaterdagavond 18 december. Geen Beau die van snotteren zijn handelsmerk begint te maken, die je bijna op commando kunt laten grienen, nee niet zo, maar televisie die er ook echt toe deed. Moest onwillekeurig aan Valkenburg denken, het hotelletje, mijn baken als mantelzorger, moest denken aan Yvonne en Thom, zijn moeder Moni, ik moest terugdenken aan eerdere ingrepen vanwege de corona en de tot waanzin gedreven Geul die het binnenstadje deed verzuipen half juli dit jaar. En alsof het allemaal al niet genoeg was geweest had één of andere gestoorde een week geleden een luier op de hotelkamer door de wc weggespoeld. De riolering kwam daar met golven viezigheid, vloeibaar en niet, en een ongelofelijke stank tegen in opstand. Vreselijke toestanden. Daar helpen geen wasknijpers tegen. Ook Yvonne van Thom had huilend met haar hoofd tegen de muur gebonkt, nog maar een week geleden. De rek was eruit. En nu weer een volgend fiasco met kerst en de jaarwisseling. Buiten was het vochtig koud. De kerstversiering brandde braaf vanaf de reling van ons balkon. In een grote vaas bij de voordeur, een windlicht uit de Belgische Kempen, in die vaas ook al honderden minuscule tuincentrumlampjes die een sfeer van huiselijkheid en geborgenheid moesten benadrukken. Kreeg zaterdagavond laat een mail van Bruno van hotel Cajou in De Panne aan de Belgische zuidkust die ook al zijn hart vasthield. De kerstgroet ging gepaard met een hele diep zucht. Ook hem hing een nieuwe lockdown boven het hoofd en de rekeningen bleven binnenkomen. De beursnoteringen van deze chroniqueur op zaterdag 18 december 2021. Niet zo maar een dag. Maar toch ook weer een dag als helaas tegenwoordig zovele.

Een avond met opnieuw een persconferentie en in het teken van het OMT en de GGD. En natuurlijk weer de querulanten die het beter weten. Zoals dat zweefteefje van de universiteit van Leiden, een gezondheidspsychologe, ene mevrouw Evers, wie wist van haar bestaan op aarde af, die meteen op de zaterdagavond vond dat Rutte, De Jonge en chef virus Van Dissel de bevolking perspectief hadden moeten bieden. Een gemiste kans, reutelde het gekke mens. Toe maar zweefteefje! Perspectief? Wat is dat voor een onzin. Waarom toch die aai over ieders bol? Wat zou dat perspectief moeten zijn met zoveel varianten en zoveel mist? We zijn in oorlog. Het is gissen en speculeren. Wij eten brood met een plakje onduidelijkheid. Dat is de realiteit! Het blonde of geblondeerde piepkuiken uit de Tweede Kamer voor de PvdA kwam ook met haar kritiek. Opzouten! Weer verlies van een zetel voor de splinter van Ploumen en Arib. En een op naamsbekendheid beluste advocaat spande namens verontruste Nederlanders ogenblikkelijk een kort geding tegen de staat aan omdat de lockdown elke tere ziel was overvallen zo vlak voor die heilige twee kerstdagen. Elke zaak over corona tegen de overheid wordt verloren, en deze dus ook. Portemonnee van de advocaat gespekt. Land in ontbinding. Land van niks. Met een koning die we nog moeten vertellen dat er een pandemie heerst, en dat niet hij aan de macht is maar een virus met varianten en met mist, heel veel mist, dichte mist. De idioten haasten zich weer naar de talkshowtafels en de NPO is blij met alle gebakken lucht van de wijzen die allang niet meer uit het Oosten hoeven te komen. Zendtijd vullen is al voldoende. Ach lieve Wietske en John, waarom schikken we zo moeilijk in? Moet je daarvoor eerst de andere kant van het gelijk recht in de ogen hebben gekeken? De horeca begrijp ik. Anderen ook. Eigenaren van sportscholen, zonnestudio’s en kappers, ik snap hun frustratie. Maar het geschreeuw komt van elders, van beroepsdemonstraten, relschoppers en nietsnutten. Onder wie die narcistische partijleider, dat onbegrepen dwangneurotische genie, die er ook deze week vanaf het katheder blijk van gaf belangrijke stukken als die over het coalitieakkoord niet eens te lezen. Inderdaad John, helemaal eens vandaag, met het boek Revolusi van de cultuurhistoricus David van Reybroeck (1971) bij jullie op de salontafel en ook bij ons als lockdown-ondersteuning (en verjaarscadeau) van Diana: in zijn onbeholpen tv-spotjes gaat het psychiatrische geval uit de Tweede Kamer prat op juist dié dingen uit ons verleden waarvoor de gemeentebesturen van Amsterdam en Rotterdam publiekelijk en over alle landsgrenzen heen vol schaamte hun excuses hebben aangeboden. Een niet onbelangrijk deel van de Nederlandse geschiedenis is in bloed gedrenkt. Onze rijkdom is mede vergaard over de geknechte ruggen van slaven. IK WIL LEVEN, maar niet zonder een duister verleden onder ogen te zien. Oogkleppen en ontkennen, ze werken niet. Net zomin als dat voor virussen geldt, ze meanderen.

Een nieuwe variant heeft toegeslagen en we zullen het allemaal weten ook. In de mist zoeken we naar oplossingen. IK WIL LEVEN was op 18 december 2021 weer eens de rode draad in de reacties op de maatregelen van het kabinet – reacties van jong en oud, breed gedragen. Maatregelen die menigeen kon begrijpen, o ja dat wel, dat zeer beslist, zeker omlijst met extra uitleg van Jaap van Dissel, verstandige mensen begrepen het wel, maar maatregelen die andermaal heel veel pijn deden en de persoonlijke levenssfeer aantastten. Lale Gül, we zouden haar bijna vergeten, maar over haar leven zouden jullie zo graag lezen, en dat ook zeker doen, Lale Gül werd opgevoed in een, voor haar gevoel, situatie van lockdown en quarantaine. Met voor haar mistige regels vanuit een variant op een variant van het geloof. Mist, want bestaat God eigenlijk wel en zo ja stelt die God dan écht zulke krankzinnige eisen aan de mens en dan met name de vrouw? Varianten op varianten (passeerde op 18 december 2021 niet toevallig 2 x Urk) leiden in samenhang met mist tot een onnavolgbaar iets. Zeker ook als het om religie gaat en bedenksels van gewone stervelingen. Want waarom lippenstift door God verboden, make-up überhaupt taboe, en de vrouw in alles de dienende rol? Waarom vaccinaties weigeren? Waarom staat op menstruatie de hoofddoek? Ook wij proberen het te begrijpen maar het lukt niet. Nooit eerder won iemand op zo’n jonge leeftijd van nog maar 24 de NS-Publieksprijs met een boek. Nooit eerder ook behaalde een genomineerde zoveel stemmen. De andere genomineerden werden weggevaagd. Een stormachtige opmars naar het podium. Natuurlijk, de verwesterde Turkse had de gunfactor. Maar er was meer. Lale Gül stapte uit de mist van haar bestaan. Niet meteen maar gaandeweg haar puberteit. IK WIL LEVEN. Ze begon de varianten op het geloof te bestrijden. Ze vaccineerde zichzelf met het besef dat ze niet moest berusten en tot zelfbeklag moest overgaan. Maar dat ze in actie moest komen, karakter moest tonen, en het geluk bij zichzelf moest zoeken, en uit zichzelf moest halen. En dat alles met een heel hoge prijs. Als booster zette ze zich aan het schrijven. Een nieuwe auteur geboren. En met die auteur op de achterbank als kerstcadeautje op 18 december naar jullie in Leeuwarden. Ik veronderstel dat jullie het schrijversdebuut goed kunnen gebruiken achter gesloten gordijnen en met de gashaard hoog ten tijde van andermaal een lockdown.

Mist en varianten als metaforen. Uit een lockdown stappen, maar weloverwogen en na heel wat aarzelingen. Het momentum. Wij, Ellen en ik, weten maar al te zeer wat het is om in een lockdown te leven. Te MOETEN leven. De parkinson dwong ons ertoe. De LB al evenzeer. Die nog meer zelfs. Maar we weigerden ons over te geven. We richtten ons leven anders in en probeerden onszelf opnieuw uit te vinden. Wat ook Lale Gül heeft gedaan, maar dan in haar eigen specifieke omstandigheden. Het gemis nu van haar zusje, het gemis van haar oma. De prijs. De prijs voor de NS-Publieksprijs. Die is niet in geld uit te drukken. Lale vond zichzelf opnieuw uit. Dat is geen recalcitrantie, zoals haar wel is verweten, maar personality en levenskracht. Dat is op een rechtvaardige wijze voor jezelf opkomen. Lale Gül, hoe Amsterdams wil je het hebben? Die liet zich niet uithuwelijken en zich niet door haar broer als bewaker naar haar baantje bij Albert Heijn brengen.

Terug naar de maatregelen die ons op zaterdagavond 18 december 2021 onder de verkouden neus gewreven werden. IK BLIJF LEVEN. En: IK WIL LEVEN. Mensen zoals jullie, lieve Wietske, in jaren het langst vriendin van Ellen, al vanaf je twaalfde, en jij beste John, jullie zijn in menig opzicht bevoorrecht. Net zoals Ellen en ik. Zoals ook Lale Gül. Zoals ook die innemende Adriaan van Dis die al zijn twijfels en onzekerheden ventileerde in een schitterend portret op tv deze zaterdag 18 december. Indische duinen, Bergen aan Zee. Zoals ook Charles Dickens natuurlijk destijds, wiens bekendheid in Nederland vooral te danken is geweest aan Gottfried Bomans. Charles Dickens die zaterdag 18 december in de open lucht in jullie Leeuwarden centraal stond met een opvoering van zijn meesterwerk A Christmas Carol met Ebeneezer Scrooge uit de verarmde industrie en grauwheid van Manchester. Charles Dickens en de kerstdagen, de twee-eenheid. Literatuur. Interesse voor het immateriële bindt ons. Vergezichten. Ook jullie zijn lezers. De huidige tijd dwingt ons om onszelf te vermaken. Geen woonboulevards met kerst, geen Ikea’s, geen massaliteit als vluchtroute, en geen andere dwaze capriolen als vlooienmarkten. Geen volle huiskamers met een tante die we het hele jaar niet zien zitten maar voor die ene keer toch maar. Dit alles nee. Maar gewoon een goed boek. Als slijpsteen voor de geest. Met een goed boek is een mens geen moment alleen. Ook niet bij mist en een lockdown met zo’n verschrikkelijk onberekenbare variant met eerste letter O die al behoorlijk huishoudt in Londen, ja zo onberekenbaar dat we eigenlijk vanzelf in quarantaine gaan ook al testen we negatief.

Een boek verruimt. Zeker een boek dat zowel verwondering als bewondering in zich draagt. IK WIL LEVEN is zo’n boek. Misschien niet het beste boek van 2021, maar wel heel goed, behorend tot de betere, eigentijds nog steeds, en geruchtmakend. Applaus maar ook een storm die opstak toen de bundel eenmaal in de boekwinkels lag. Het is kritisch en ook humoristisch. Het plaatst vraagtekens bij regels die niets met religie of wat ook van doen hebben. Of althans: voor velen van ons niet. De Amsterdamse Turkse die in opstand kwam. Ze bevond zich in lockdown. Ze pakte stiekem de pen. Het is knap geschreven. Het is ontwapenend. Voor haar familie is het een handgranaat geworden. Ook begrip voor die familie en zijn tradities. Absoluut, ook begrip voor de verwekkers van Lale, zoals ze niet zonder verbittering haar ouders consequent noemt. Ik zie haar de zinnen toevertrouwen aan haar laptop. Ja, er is een overeenkomst tussen de afgelopen twee jaar met corona en de puber en adolescent Lale Gül. Lees maar. Lees zelf maar. Het is de regie in eigen hand nemen en accepteren dat ook mist en varianten bij het leven kúnnen horen. Het is gewoon niet anders. Maar !!!! ook de uitdaging: hoe breek je het zicht op het luchtruim weer open. Ook dit overleven we wel weer. Strijdlust kan met Lale als een gemeenschappelijke noemer worden beschouwd. Haar autobiografie, al noemt ze de hoofdpersoon anders, maar die hoofdpersoon is zijzelf, haar autobiografie als een kerstcadeautje voor jullie om de harde lockdown een beetje te verzachten. Lale Gül is er een voorbeeld van dat je geluk kunt opzoeken. Je kunt ernaar op zoek gaan en kan én mag ervoor vechten.

Dank voor jullie vriendschap en al het extra’s waarmee jullie ons omringen. Ook jullie huiselijke feestdagen toegewenst. We willen gelukkig nog steeds leven. En we zijn blij dat na alle zorg om John, met een delier en al, hij weer herstellende is. Veel belangrijker dan een lockdown, zeg nu zelf.

Liefs, Ellen en Johan.

Wietske links en Ellen rechts in de latere jaren ’50 tijdens wat we nu de Avondvierdaagse noemen. Wietske die als enige uit de vriendenkring van nu beide ouders van Ellen nog gekend heeft.


Die rabiaat rechtse grammofoonplaat over de migratie hoort niet bij de kerstgedachte

Lieve vrienden,
Wij wensen jullie vanuit het momenteel knap mistige De Meern, maar de zon breekt al door, een goeie jaarafsluiting toe, welke Ellen en ik vergezeld doen gaan van een beeld van afgelopen februari, niet ver van ons huis, binnendoor naar Kockengen en Woerden. Dichtbij Kasteel Haarzuilens, waarin we onder de kerstboom van de baron 35 jaar geleden op 18/12 in het huwelijk traden. Een eigen foto  die we dit jaar als digitale kerstkaart gebruiken. Voor even was Nederland februari 2021 omgetoverd in een sprookjesachtig sneeuwlandschap met hier en daar een kraampje voor warme chocolade bij snerpende kou. Een tweede eigen foto mee van deze zomer. Het panorama zegt voldoende. De parkinson en LB staan ons geluk niet in de weg. Het leven is niet makkelijk maar toch. Karakter. Overigens verkiezen wij ook deze decembermaand weer de huiselijke warmte en soberheid boven alle pracht en praal en vercommercialiseerde schranszucht indachtig de oneerlijke verdeling van geld en goederen in de wereld. En daarenboven vanwege wat zich overal elders in de rest van de wereld afspeelt met nog vers in het geheugen het in de steek gelaten Afghanistan, de luchthaven van Kabul en het zich aan de romp van het vliegtuig vastklampen door wanhopige medemensen. Zijn we het alweer vergeten? Nu hongersnood in Afghanistan, rechteloosheid en een gezondheidstragedie. Beluister het egoïstische geblaat over het coalitieakkoord van de rabiaat rechtse oogkleppen in de Tweede Kamer. Hun grammofoonplaat over migratie hoort niet bij een gezonde kerstgedachte. Iets van altruïsme, noem het voor ons part inschikkelijkheid, zou geen kwaad kunnen. Nee lieve mensen, migratie is uit nood geboren en onze welvaart en vrijheid zijn geen Nederlandse dan wel West-Europese vanzelfsprekendheid waar we domweg recht op hebben en die we koste wat kost moeten bewaken. Zijn de corona en de varianten op de varianten en daar weer de varianten van geen harde les? Het komt aan op delen. En op mondialiteit. Respect vooral voor de zorg in al zijn segmenten en facetten in Nederland. Die zorgsector is meer waard dan een balkonapplausje. Zoveel is wel weer gebleken het afgelopen jaar.

Lieve en gezonde groeten van Ellen en Johan.

Lieve Ellen en Johan,

Dank voor jullie digitale mooie kerstkaart met zelf gemaakte foto’s. Ik wil jullie beiden langs deze weg ook een zeer goede en mooie jaarafsluiting toewensen. Geniet van de dagen die komen, maar geniet vooral van elkaar nog het allermeest. Jullie vormen een leuk stel. Ik wens jullie in het nieuwe jaar nog veel fantastische momenten toe. Nadat de sneeuw viel in februari 2021 ontmoette ik jou, Johan, via Het Gilde Utrecht voor ondersteuning in de Nederlandse taal. Daar was ik blij mee. Ik was blij dat je me bij de taal wilde helpen, en nog steeds. Ik ben dankbaar voor je tijd, en voor de aandacht die je in dit jaar aan mijn werkopdrachten hebt besteed. Het is nog niet een compleet jaar geweest maar het lijkt wel zo, want ik heb van je nauwkeurige en leerzame correcties veel geleerd. Ik wens jullie alvast het allerbeste in 2022, maar voornamelijk veel gezondheid en geluk gewenst. Ik moet Ellen ooit komen bezoeken.

Still happy and healthy. 

Met vriendelijke groet,

Jullie Koerdich-Syrische studente.

****

Lieve twee, mijn felicitaties. Verjaardag en trouwdag. Fantastisch. Tot gauw. Dank voor jullie kerstgroet. En wat een prachtige foto!!

🍀❤️🍀 Nelly.

****

Beste Johan,

Veel dank voor de hartelijke kerstgroeten van jullie beiden, vergezeld van een prachtige landschapsfoto. Toen ik deze foto zag kwamen er meteen herinneringen bovendrijven aan de jaren dat ik dankbaar gebruik maakte van dichtgevroren beekjes en plassen. Dat wás allemaal. Was echt telkens weer een geweldig feest om er op de schaats met wat vrienden op uit te trekken. Loosdrechtse plassen en Vinkeveense plassen waren favoriet, maar helaas steeds minder toegankelijk. Vaker kozen we voor kleine beekjes bij Ankeveen en Kortenhoef. Mooie tijden. Wij zijn hier op Bali ook grotendeels op huis aangewezen ivm de diverse virussen, nu weer variant Omikron. Toch hebben we ervoor gekozen om de jaarwisseling in uiterste voorzichtigheid in een hotel door te brengen in Bali Zuid, aan het strand. Wij wensen jullie ook een goede jaarwisseling toe. Jou een beetje kennende ga je er toch weer een mooie periode van maken, en terecht. Wij verheugen ons altijd op de mooie kerstfilms die dan geprogrammeerd staan. Dat zullen jullie ongetwijfeld ook hebben, omgeven door kaarslicht en genietend van een wijntje. En voorts de allerbeste wensen en gezondheid voor 2022. Hopelijk blijft de gezondheid voor Ellen stabiel alhoewel een verbetering uiterst wenselijk is.

Lieve groeten, Rini en Hans.

Trouwens, als ik het goed heb is het vandaag jullie trouwdag. Van harte gefeliciteerd Ellen en Johan!

****

Goeiemorgen lieve Ellen en Johan vanuit het hotel Cajou in De Panne,

Leuk van jullie te horen (lezen) – het is inderdaad wonderbaarlijk dat het nog steeds relatief goed gaat met Ellen,  het is een sterke vrouw !  Hier gaat alles z’n gangetje voor zover corona het ons toelaat uiteraard ; we volgen wel met argusogen de situatie in Nederland, het boezemt ons angst in dat ook in België een lockdown als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt. Met alle begrip voor de zorg  uiteraard en veel respect voor zij die alle dagen in de vuurlinie staan.  Soit we zien wel.  Hopelijk tot gauw. Heb het goed met kerst.

Met vriendschappelijke groeten,

Chris & Bruno.

**** 


Een gefrustreerde docent en een gietijzeren fietsenstalling die niet meegaf

Het is alweer enige tijd geleden dat we elkaar gesproken hebben. Hoe gaat het met je? We mailen je in verband met de aankomende live kerstuitzending op de Hogeschool voor Journalistiek. Deze staat in het teken van de verhuizing van FHJ naar de Spoorzone in Tilburg. Het leek ons een leuk idee als oud-collega’s met een ingezonden kerstgroet zouden willen terugblikken op het gebouw aan de Gimbrèrelaan. Wat was leuk/gezellig of juist frustrerend? Misschien zijn er pakkende anekdotes te vertellen. Aan jou wel besteed, dachten we zo. We hopen van harte dat je mee wilt doen. Jan Hein de Gruijter.

****

Schrijf wat als eerste in je opkomt, nam ik me voor. Niet altijd een goeie aanpak maar voor nu hopelijk wel. Het spijt me maar het is niet anders: ik denk met de Tilburgse Gimbrèrelaan allereerst terug aan de fietsenstalling. Mag dat voor deze opdracht, de fietsenstalling? Of valt die er buiten? Die vedomde rot fietsenstalling. Die laatste zin zal wel geschrapt worden, die zal wel worden weggecensureerd, ik laat ‘m staan, toch maar, op goed geluk. We leven toch immers niet meer in de Middeleeuwen? Al zou je dat met al dat oververhitte gedoe rond het 18 geworden arme meisje Amalia haast gaan geloven. Het zal je maar gebeuren dat volwassen mensen zó aanstellerig idioot met je omgaan. Maar ik dwaal af, nu al.Vraag deze 71-jarige Boogschutter naar Fontys Hogeschool Journalistiek aan de Gimbrèrelaan in Tilburg en meteen weer schele hoofdpijn van die klote fietsenstalling vanaf de straat naar het gebouw toe, en dan overdag meteen de ogen van de strenge sergeant-majoor Paul Smeets op je gericht. De fietsenstalling der FGH dus. Die keek me nog met een stalen grijns op het gezicht terug. Die vréselijke dag, ergens in 2008 of 2009, als afgesproken, mijn plan van aanpak voor de redactie van de Surinaamse krant De Ware Tijd per mail met bijlagen ingediend bij eigenaar,directeur,messias, wispelturige redactiegekmaker en wat-ie allemaal nog meer was, Stevie Wonder. Zo noemden we hem onderling, die Chinese Surinamer of Surinaamse Chinees. Zijn achternaam weet ik niet meer precies. Die bestond uit drie onderdelen. Het begon met Jong of Jang en het eindigde, dat weet ik wél zeker, met Fa. Wij van de FHJ hadden met geld uit Brussel een samenwerkingsverband met Suriname gesloten ter verbetering van de journalistieke kwaliteit daar. We gingen immers niet voor minder. Interviews met politici en dergelijke, ze moesten allemaal minder gezagsgetrouw worden, minder van op de hurken, minder public relations, minder sprekende poppen. Weg met dat wollige taalgebruik en het praten met meel in de mond. De artikelen moesten meer op een biefstuk gaan lijken, er moest bloed door de verhalen gaan stromen. De Surinaamse journalist moest zich meer gaan verwonderen en soupeler gaan schrijven. Als een ballerina zeg maar, meer de pen vanuit de heupen.

Ja even geduld nog, ik kom vanzelf bij die verschrikkelijke fietsenstalling aan de Gimbrèrelaan hoor. Een paar van mijn voorstellen eerder door Steve aangenomen. Eigen kweek Meredith Helstone, een zeer intelligente jonge vrouw, was tot hoofdredacteur benoemd en ze mocht van haar baas voorafgaande aan de grote klus stage lopen bij de NRC in toen nog Rotterdam en bij ons van de FHJ. Die memorabele dag als afgesproken Stevie Wonder verbeterpunten doorgemaild naar zijn – door de houtworm aangevreten – hoofdkwartier aan de Malebatrumstraat in het historische centrum van Paramaribo. Wie de boeken van Cynthia McLeod heeft gelezen heeft er een voorstelling van. Het waren 28 verbeterpunten, tot in detail uitgewerkt, maar als ik dát geweten had. Steve zat om verbeterpunten verlegen maar geen 28! ’s Middags Nederlandse tijd mailde hij terug. Dus eigenlijk meteen al nadat hij wakker was geworden en rechtstreeks van de sportschool met zijn enorme blauwe terreinwagen XXL op de krant was neergestreken. Hij hoefde me niet meer, alsof het de voetbaljungle betrof, hij dankte me niet rücksichlos af, want 28 verbeterpunten, onderbouwd, dat wel, natuurlijk onderbouwd, maar 28 verbeterpunten dat durfde tot dusver alleen een krankzinnige hem onder zijn aandacht te brengen. Waar ik de euvele moed vandaag haalde om heel Paramaribo te willen verbouwen! Hij zag af van verdere samenwerking. Naast me in het gebouw van de FHJ in een kamer met als nummer 51, 52, of ergens in die koers, ik deelde die kamer met twee collega’s die er een ongelofelijke zwijnenstal van maakten, naast me stond Meredith te trillen als een espenblad. Ze mocht in Nederland blijven. Ze mocht haar stage bij NRC en FHJ afmaken. De Here Jezus van de Malebatrumstraat had op dat punt de hand over het gevoelige hart gestreken. Maar! Die kerel met zijn 28 verbeterpunten, ik dus, kon – bericht van meneer Fa, het was niet moeilijk te ontcijferen – het mentorschap op de redactie van zijn krant op zijn buik schrijven. Aan de vele tikfouten, spelfouten en onnavolgbaar meanderende zinsconstructies kon je aflezen dat Steve aan de Malebatrumstraat in Paramaribo tot waanzin was gedreven. En met zijn haar nog nat van de douche op de sportschool zo’n beetje al het serviesgoed tegen de muur had gesmeten. Zou hij de ventilator van het plafond hebben gerukt? Zou hij zijn geliefde palmboom in de tuin hoogst persoonlijk hebben omgehakt? De koffie moet van de muren zijn gedropen. Hij runde ook een houtzagerij op één van de vroegere plantages, Stevie Wonder, en daar was hij veel liever, daar op die houtzagerij tussen de boomstammen en het zaagsel, dan onder die almaar zoemende en doodirritante plafondventilor in de bruingetinte directiekamer van de krant die hij in zijn maag gesplitst kreeg bij de dood van zijn vader, mede oprichter van De Ware Tijd. Zijn broer, later minister, was beter af geweest, die erfde de garage en de showroom met de mooiste en duurste automobielen, om de hoek van de krant. En dan was er geloof ik ook een zus en die… De broodjeszaak naast de showroom, meen ik me te herinneren. Nou ja, wat doet dat ertoe.

We naderen zoetjesaan de fietsenstalling. De schriftelijke woedeaanval van Steve bereikte Tilburg nét toen we op het punt stonden aan een les voor de commerciële tak CCM (derde geldstroom) te beginnen in de tv-studio. Voor een paar uur ging de knop om. Bij mij althans. Voor zoveel mogelijk. Even geen Steve. Maar niet voor de nieuwe hoofdredacteur van De Ware Tijd die er, gezeten op de eerste rij, bijzat alsof ze haar laatste oortje had versnoept. Die arme Meredith. Haar schoonheid verbleekte daar tussen de camera’s en alom aanwezige bedrading van de studio. Ze dreigde elk moment te kapseizen en in huilen te gaan uitbarsten. Na die avondcursus voor CCM wij beiden de auto in om Meredith naar haar familie, een zus en een zwager die Harold heette, in Diemen af te leveren. En toen gebeurde het. De voor een paar uur vergeten Stevie Wonder kwam weer boven drijven. Meredith begon op de passagierstoel haar veiligheidsgordel om te gespen en wilde niet naar Diemen maar, daar niet ver vandaan, naar Schiphol. Ze wilde zo snel mogelijk naar haar drie kinderen uit een concubine met een bekende advocaat uit Paramaribo. Een cd op in de auto. Knetterhard. Bob Dylan. Like a rolling stone. Naar Schiphol? Nu? Maar je koffers dan Meredith? Je spullen staan in Diemen. Nee Schiphol. En het was van: Jij ook met je 28 verbeterpunten, Nederland weet het altijd beter. Waarom 28 verbeterpunten en niet veertien? Nou ja Meredith, ik kwam tot 28, je was het ermee eens. Maar Johan, dat overziet een houthandelaar als Steve toch niet!  Dat overziet hij niet? Nee, hij heeft geen verstand van kranten. Dat zeg je nu, Meredith! Ze wilde naar huis terug, enkele reis Zanderij, Jopie Pengel Airport. Ze werd ook geen hoofdredacteur meer, ze zou wel zien. Ineens was ik de kolonisator die Suriname als een klein kind behandelde. En ik had nog wel zó mijn best gedaan. Uren en uren me thuis aan mijn bureau met de redactie van haar krant in de tropen beziggehouden. En de ene verandering haalde de volgende uit, dat begreep ze zelf toch hopelijk ook wel? De krant was vaak veel te laat om nog de abonnees in het binnenland te bereiken. Stonden de bosjesmannen op hun krant te wachten en kwam die niet. Kwam Steve op Zorg en Hoop met zijn kranten aanzetten en was het vliegtuig al weg naar het oerwoud. Het productieproces moest scherper. Redacteuren die achter hun computer voortdurend bezig waren wortel te schieten moesten een stroomstoot krijgen. Het schemerde en achter ons verlieten studenten en cursisten en andere studiehoofden het gebouw van de FHJ aan de Gimbrèrelaan. Razend was ik op Steve en toch ook wel een beetje op Meredith die me liet zakken als een baksteen, die naar Schiphol wilde, die over haar kinderen begon en die … Weet ik veel. De Skoda met veel gekraak in zijn achteruit en weg van de FHJ die in mijn ogen ook al niet deugde. Niks deugde meer. En Bob Dylan maar over die rolling stone blèren. Het moet allemaal zo onbesuisd zijn gegaan dat ik met Meredith naast me pardoes die fietsenstalling van de Hogeschool voor Journalistiek inreed. Dacht ik op dat moment ook aan Bouterse? Aan Brunswijk en Langatabbetje?  Aan Steve natuurlijk in zijn nette streepjesoverhemd met korte mouwen met een knoopje en die eeuwige witte al dan niet geparfumeerde wegwerpdoekjes tegen het zweten. Ik weet het allemaal niet meer. Ik had zelf hoofdredacteur van De Ware Tijd kunnen worden. Ik had alleen maar ja hoeven zeggen. Maar ik gunde het Meredith. Ik had de zak gekregen omdat 28 verbeterpunten er 27 teveel waren.

Trouwens, over kolonisator gesproken, ik vond dat de ‘NRC van Suriname’ een Surinaamse hoofdredacteur verdiende en geen Nederlandse. Die fietsenstalling gaf niet echt mee. Dus de auto in zijn één en weg, naar de Efteling toe, naar Waalwijk, naar Gorinchem, naar Vianen en zo verder naar… Diemen of Schiphol Meredith? Zeg het maar! Geen enkel idee dat de Skoda van achteren in elkaar zat. Geen enkel idee dat ik nog maar een halve auto overhad na dat gezeik met Stevie Wonder. Geen besef. Dat kwam later. Ook bij Meredith. Die wist ook van haar gezond niet meer af. Die had op de parkeerplaats alleen wel een paar studenten en cursisten beduusd zien kijken. Maar ja Johan, jij had Bob Dylan ook zo oorverdovend hard aan staan. Meredith, ik kan van jullie niet op aan. Ze draaide bij. Het lag allemaal aan Steve. Ze zou hem het mes op de keel zetten. Toe maar! Hoeveel literflessen Parbo bier moest ze daar eerst voor wegdrinken? Maar Meredith dronk uit overtuiging, haar geloof, geen druppel alcohol. Ze zou Steve een voorwaarde stellen: ze zou het hoofdredacteurschap alleen aanvaarden als Steve met mij en de FHJ in zee bleef gaan. Anders niet. Nooit aan de militaire roostermaker Paul Smeets het verhaal van die beschadigde fietsenstalling opgebiecht. Ik dacht: dat komt wel als de FHJ daar weggaat en in het spoorgebied gaat wonen. Dan vragen ze me om een stukkie. Nu dus. Het goeie moment afwachten, heet zoiets. Ja toch? Er zijn verder geen ongelukken gebeurd. De studenten bij de fietsenstaling bleven ongedeerd en haalden met vlag en wimpel hun papiertje. De deelnemers van CCM bleven braaf hun cursusgeld betalen. Meredith maakte haar stage af en Steve liet me naderhand nog een paar keer naar de Malebatrumstraat overkomen voor workshops van een week tot twaalf dagen. Hij correspondeerde via een oud-strafpleiter op hoge leeftijd in een racewagen die beweerde onder het rode bauxietstof van Moengo  in een klein kwartier van Paramaribo naar Frans-Guyana te sjezen. Hem, Steve, zag ik nooit meer. Zijn vrouw kon niet tegen de tropische warmte van Suriname en verkoos de ijsschots in haar geboorteland Canada. Steve zat er ook vaak met een vishengel naast een wak.

De contacten met De Ware Tijd bleven. En er was eens een studiedag op het voormalige gevangenenkamp van Nieuw-Amsterdam (cultureel erfgoed van de bovenste plank). Daar werd de FHJ inclusief de fietsenstalling letterlijk en figuurlijk in het zonnetje gezet. Het openluchtmuseum Fort Nieuw-Amsterdam in de Commewijne met zijn vroegere plantages, een plek met een zure griezelgeschiedenis van slavernij, gevangenschap en zo meer. Inmiddels een conferentieoord voorbij de kanonnen van de WIC. Waar we met de hele redactie in een aftandse Chinese bus op een zwoele zaterdag naartoe reden, veel te laat trouwens, maar slechts weinigen waren op tijd. Waar de studiedag (tot 17.00 uur in het programma) om half één ’s middags al was afgelopen omdat de nasi en bami met gloeiend hete kip werd binnengebracht. Nooit heb ik ook zoveel mensen tegelijk naar hun doggybag zien grijpen. Ze hadden zich hier al op geprepareerd. Waar de redactie vervolgens moest uitbuiken op de veranda. Waar van de overkant van de weg uit een Chinees dorpswinkeltje de pils in veelvoud werd aangesleept. Waar de lachsalvo’s steeds luider werden. En welke studiedag eindigde met een redactie waarvan het merendeel van de mannen niet meer op zijn benen kon staan. Ze gingen bij wijze van spreken per brancard die aftandse Chinese bus weer in. Zodra die bus startte verdween de hele Commewijne in een wolk van uitlaatgas. Bij terugkeer in de Malebatrumstraat kwam de zoetjesaan honderdjarige portier – baret op zijn hoofd als altijd – aansnellen met witte plastic terrasstoelen. Die werden aan de stoeprand op een rij gezet en gevuld met die redacteuren, het crème-de-la-crème van journalistiek-Paramaribo, die er het meest aan toe waren om door hun vrouw of maîtresse te worden opgehaald. Het was net een taxistandplaats. De volgende dag ’s ochtends was een lesdag maar de redactiezaal uitgestorven. De dames en heren zongen overal en nergens in de kerk. Er had meer ingezeten, in Suriname. Je wilde je aanpassen aan hun leefstijl maar uiteindelijk lukte dat toch niet. Niet veel later kwam de parkinson het leven van mijn onvervangbare vrouw en muze Ellen (en dat van mij) binnengeslopen. Het leerde relativeren. Het besef meer en meer dat het Ellen was die me leerde wat belangrijk in het leven is, en wat niet, of minder. Tsja, 28 verbeterpunten, waarom die ambitie? Ook bevlogenheid dient zijn grenzen te kennen. Een verstandige docent legt zijn verbeterpunten rustiger op het altaar, heel sacraal. Gelukkig beheersten we al het kunstje van gezonde zelfspot. Maar toch. Een mantelzorger die zijn werk mist. Die Suriname vooral ook mist. Het mooiste land waar deze docent ooit is geweest, veruit het mooiste land, dankzij de FHJ. Ik kan er uren over vertellen. Zal ik niet doen.

In feite was niets zo mooi in die veertien jaar FHJ als de samenwerking tot verbetering van de journalistieke kwaliteit van Suriname. Het was er ontwapenend. De mensen zorgden er voor een schitterende gevoelstemperatuur. Ze waren aanstekelijk in hun humor. Er werd veel gelachen. Er zat ook heel wat talent. Ik kan er een boek over schrijven en heb dat eigenlijk ook gedaan. In enkele van mijn boeken, geschreven na mijn pensionering, vooral ook over het omgaan met de parkinson van mijn vrouw, in enkele van die boeken een paar hoofdstukken over de belevenissen met vooral de redactie van De Ware Tijd. Maar ook over de lessen in de catacomben van het nationale voetbalstadion met die sintelbaan eromheen. We zaten recht onder de plek waar in aanwezigheid van Beatrix en Joop den Uyl in 1975 de onafhankelijkheid werd bekrachtigd. De anekdotes regen zich voor ons als lesgevers aaneen als een schitterende kralenketting. Maar nog even terug naar de Gimbrèrelaan, de fietsenstalling voorbij, langs het loket van Paul Smeets, en verder het gebouw in. Ik kwam oorspronkelijk van de Postdoctorale Opleiding Journalistiek van mediaprofessor Henri Beunders (faculteit Letteren, Erasmus, Rotterdam). Een hoogtepunt in mijn journalistieke carrière. Misschien wel het absolute hoogtepunt naast de buitenlandjaren bij Parool en UN. Want het was een eer door Beunders gevraagd te worden. Met Jan Blokker als een van mijn voorgangers. Wat zouden mijn ouders trots geweest zijn op me. Hun zoon docent op de Erasmus. Ze hebben het niet mogen meemaken. Jammer. Ellen besliste over de FHJ en Tilburg. De FHJ bood vastigheid, de Erasmus niet echt. Die bleef met donaties aan het infuus. Ik had graag meer teruggezien in Brabant van de cultuur van de PDOJ. Het was bij Henri anders, directer en praktischer. In Rotterdam, naast het Sophia Kinderziekenhuis, werd veel meer op journalistiek inzicht getraind en ja, daar kwam je ook niet voor de klas zonder zelf in de journalistiek gewerkt te hebben en er aantoonbaar je sporen in te hebben verdiend.

De PDOJ was overigens armzalig gehuisvest in Rotterdam. Niet gehuisvest maar weggestopt in feite. In een parkeergarage, in een bunker, naast een verbrandingsoven voor afvalmateriaal van het ziekenhuis. Als je op een stoel ging zitten keek je eerst even hoeveel poten er nog onder zaten. We hielden er als docenten en studenten zelf het keukentje en de wc schoon. Tussen de middag aten we brood met pindakaas met de studenten. Nooit in mijn leven zoveel potjes pindakaas gezien. Ik voelde me er als op de krant, aan de Gimbrèrelaan niet. Keek je naar buiten in die kelder in Rotterdam dan zag je louter bumpers van auto’s. Wel toepasselijk eigenlijk gelet op de fietsenstallingstory. De overgang naar de FHJ was in alle opzichten een buitengewoon grote, zeker ook qua entourage. Kun je nagaan welk een onvoorstelbare indruk het gebouw aan de Gimbrèrelaan met al zijn faciliteiten moet hebben gemaakt op de mensen uit Suriname. Zie ze nog komen voor de eerste contractbesprekingen met Wiel Schmetz en Jan Breugelmans, alle bestuursleden van de Surinaamse journalistenvereniging of -vakbond die zich verwonderd afvroegen waar al die weelde toch mee betaald werd. Achteraf gezien was het wellicht beter geweest als voor het bezoek aan de tv-studio boven ook de hartbewaking voor alle zekerheid had meegelopen. Of op z’n minst een student of docent met een EHBO-koffertje. Gerrie Timmermans misschien? De Surinamers betraden de hemel daar op die bovenverdieping aan de Gimbrèrelaan. Voor ons was het al zowat normaal, voor hun zeker niet. Wat een apparatuur zeg waarmee Jan van den Heuvel zich omgeven wist. Die camera’s. Dat enorme oppervlak voor mediatrainingen en zo. Daar kon ook het gerenommeerde bureau Brain Box van Hans Kriek op het Mediapark in Hilversum, waar ik mijn mediatrainingen begon, niet aan tippen. En ik zie de Surinaamse bestuursleden nog likkebaardend kijken naar de nagebootste redactieruimte van Ikea op de bovenverdieping voor het competentiegerichte studentenonderwijs. Ik hoor het ze nog tegen elkaar zeggen: competentiegericht onderwijs, moeten we ook in Suriname zien in te voeren. Niet doen, dacht ik nog. Doe dat in godsnaam niet. Blijf bij jullie schoolbord en het krijtje. Blijf authentiek. Houd de schoolmeester in ere. Leermeester en gezel. Doen de Belgen hier verderop voorbij Goirle ook. Dat competentiegerichte onderwijs, zelfsturend, rugzakjes, portfolio, bezuinigingstruc – het blijft hier in huize Carbo een open wond. Na één goed nieuwsbericht had je dat genre zogezegd onder de knie. Je had als student je competentie daarvoor binnen. Aanfluiting. een papieren werkelijkheid die voorbij ging aan de echte werkelijkheid. Veel liever het onderwijs van de nonnen, zullen we maar zeggen. Zie nu met die corona, fysiek onderwijs, onderwijs van de oude stempel, je kunt het elke dag horen. Je moet met onderwijs niet improviseren. Maar liever niet meer aan denken.

Ik stop zoetjesaan.  Ik ben natuurlijk alweer uitgeschoten. Heel vroeger als sportmedewerker op de krant werd je per regel betaald, vandaar wellicht. Het was ook allemaal zo leuk, zó ontzettend leuk. De wond over het studentonderwijs een korstje gunnen, ook dat. En ik wil het helemaal niet hebben over onderwijsvernieuwingen aan tekentafels in Zoetermeer en het teleurgesteld weer terugdraaien van die onderwijsvernieuwingen. Ik wil het over de Gimbrèrelaan hebben, en daar ging het ook over, de Gimbrèrelaan, rijk aan monumentale bomen, geen winkel in de buurt, wel een kapsalon, en soms een haringkar, de Gimbrèrelaan van waaruit een onderwijsvenster naar Paramaribo werd geopend. Onvergetelijke ervaring. Als slagroom op de appelbeignet. De mooiste herinneringen in en over Paramaribo. De Gimbrèrelaan levert een gezellige terugblik op. Behalve dan aan die fietsenstalling. Nu durf ik wel op te biechten dat ik ooit eens in een woeste bui niet lángs die fietsenstalling ben gereden maar erin, of in elk geval er keihard tegenaan. Een hele Skoda is bij aanschaf niet duur. Een halve Skoda levert al helemaal niks op. Ik schrijf het hier, maar niet doorvertellen graag. En Steve? Ik zat eens met hem te overleggen in een duur hotel in Paramaribo met uitzicht op de Surinamerivier. Kwam het kindermeisjes binnen met zijn zoontje en dochtertje. Die kropen meteen bij hun vader onder de tafel om er aan zijn broekspijpen te trekken. Om die twee kinderen zoet te houden gooide Steve voortdurend een half afgekloven kippenboutje onder de tafel naar zijn kroost. De nagenoeg tandeloze nanny knikte alleen maar. Die sprak alleen maar Javaans. Op een gegeven moment keek Steve op zijn klokkie. Hij wilde naar de sportschool. Of ik even op zijn kinderen kon passen. Te onthutst om nee te zeggen. Even oppassen werd een paar uur oppassen. Want Steve was in geen velden of wegen meer te bekennen. En met die oude nanny viel niet te communiceren daar aan de Surinamerivier. Waarom heb ik dat oppassen namens de FHJ nooit bij Steve in rekening gebracht? Stom eigenlijk. Suriname ja, het was me diep in mijn hart de fietsenstalling waard. 

****

Heerlijk verhaal. Zag het voor me. Ja jeetje, die Ware Tijd, er was altijd wel iets aan de knikker. Maar ik heb wel een beetje heimwee naar die krant. geweldige tijd daar op hun fotoredactie. Zie je in Amsterdam. X Annelies.

****

Met ontzettend veel plezier gelezen Johan, dank ervoor. Na jouw pensionering geen contact meer gehad, maar laat ons elkaar weer eens gauw ergens treffen! Jan Hein, Tilburg.

****

Een icoon die op de bagagedrager van een mobylette bij UVV werd afgeleverd

Roley Wout overleden. In zijn slaap. Roley dood. ‘Joris Goedbloed’, 79 geworden. Stierf een week voor zijn tachtigste. Boogschutter dus. Het bericht van zijn dood roept weer veel zoete herinneringen op aan vroeger, aan het honkbal vroeger op de Hoge Weide waar nu intussen het grote winkelcentrum van Leidsche Rijn is verrezen. Op die locatie werd honkbalgeschiedenis geschreven. Ik trof hem voor het laatst twee jaar geleden in de Utrechtse Schepenbuurt waar hij woonde. Roley Wout was zonder meer een van de allerbeste honkballers van UVV sinds de oprichting door mannen als Kees Hiele en (voorheen cricketer) Jan Kars in 1948. Zie hem nog komen in 1967, Roley, achterop de mobylette of scooter bij Adrie, later zijn vrouw. Adrie reed, hoe geëmancipeerd, Adrie die bij Werkspoor koffiejuffrouw was in de personeelskantine en die Roley van Ajax (toen met Ruben Leysner als playing coach) hoogst persoonlijk naar UVV bracht. Zo van: ‘Nou jongen, deze club had ik voor je uitgezocht, het is van de Laan van Nieuw-Guinea een kippenwip, hoef je voortaan niet lang te lopen, alleen maar even die Hoge Brug bij de koffiebranders van Douwe Egberts over.’

De transfer liep via Adrie, daarna pa Terstall (ook Werkspoor, draaide er hoogst persoonlijk de houten honkbalknuppels voor de club) en tenslotte pa Klein (voorzitter van UVV die in datzelfde jaar 1967 aan een hartstilstand overleed op de maandag dat een kruitschip de lucht in vloog en heel Utrecht geen glas meer in zijn ramen had) . De muziek uit 1967? Scott Mc Kenzie met San Francisco. All you need is love van de Beatles. The Monkees met I’m a believer. This is mij song van Petula Clark. En natuurlijk Procol Harum, het schilderachtige nummer A whiter shade of pale. Zou ik bijna From the underworld vergeten. Een wereldnummer, The Herd. Het is een greep, 1967. Geweldige fielder en slagman die Roley. Een specialist in het verwerken als binnenvelder van gemillimeterde en snoeiharde grondballen. En al evenzeer een specialist in het slagperk van waaruit hij verwoestend kon uithalen voor homeruns of gewone honkslagen waar de vlammen vanaf sloegen. Vuurwerk met Roley Wout, legaal vuurwerk wel te verstaan. Maar misschien zou Ferd Grapperhaus het vandaag de dag wel verboden hebben. De tribunes stroomden weer vol. Roley Wout kwam van Aruba. In 1965 debuteerde hij in de Nederlandse honkbalcompetitie. Niet toevallig belandde hij eerst bij Ajax waar zijn volle neef Ruben Leysner (voormalig topattractie van UVV, jaren 1959-1964) als speelse en meespelende technisch directeur kon worden gezien naast de honkbalpaus Martin Bremer, meer nog bekend als journalist bij de krant Sport & Sportwereld van Kick Geudecker. Bij Ajax in de hoofdklasse haalde Roley Wout de top-4 van kanonnen aan slag, homerun-royals vooral, welke lijst natuurlijk werd aangevoerd door de onaantastbare Hamilton Richardson van Sparta en waarop ook Hudson John (eveneens Sparta) prijkte. Die derde? Ik sla er een spreekwoordelijke slag naar. Wim Crouwel van OVVO? Roley Wout sloeg voor Ajax tien homeruns in veertien wedstrijden, niet verkeerd kortom. Die Roley Wout wandelde in 1967 bij UVV binnen. Nou ja, wandelde, Roley wandelde weinig, ook later in zijn leven niet, hij liet zich brengen op de bagagedrager. Zijn vriendin de koffiejuffrouw dropte hem gewoon bij UVV. Had ze zelf veel met honkbal? Volgens mij niet nee. Af en toe kwam ze kijken met een klein hondje aan een riempje. En een zus.

Herinner me de wispelturigheid van Roley. UVV bleef bij gebrek aan goeie werpers te lang eersteklasser en Roley wilde terug naar de hoogste divisie. Waar hij ook hoorde trouwens. Ging naar HCAW in Bussum, met zijn gemoedelijkheid had hij overal vrienden, maar kwam meteen weer terug bij UVV, voor hem altijd een warm bad. En dat warme bad waren misschien nog wel het meest de supporters, met name de doorgewinterde voetbalclan van UVV en de honkbalheethoofden rond Roland van Bavel. Roley de wispelturige. De zachtmoedige die te lijmen was met een natte vinger. De man die geen nee kon zegen en dus altijd ja zei. En zich vervolgens achter het oor krabde. Kon rond 1970 niet meer kiezen, de vedette, tussen UVV en HCAW. Op de laatste avond van de overschrijvingen bekende Roley dikwijls kleur, op 31 oktober. En dat voor iemand die lang kleurenblind bleef. Wie hem die avond als laatste sprak had hem voor een vol jaar als honkballer te pakken. Daar staken Adrie en Line Klein op een gegeven moment in een zusterlijke samenzwering een stokje voor. Ging het echtpaar Wout bij Line op bezoek. Initiatief Line. Die kon koppelen en speelde graag stratego. Kaarsjes aan, muziekje op en Line aan de ene mentholsigaret na de andere. Roley kreeg zoveel te drinken van Line dat hij niet eens meer wist dat ie honkbalde. Laat staan bij welke club. Kwam namens HCAW Ad Fijth aan de deur, even verderop de Spinozabrug over, voorbij de Laan van Nieuw-Guinea, in de Makassarstraat of Priokstraat of hoe die straat met die bovenwoning en steile stenen buitentrap ook alweer heette. Daar kwam Fijth dan kortademig helemaal vanuit ’t Gooi aangereden met een overschrijvingsformulier en vond hij Roley niet thuis. En hij had nog wel een afspraak! Wel godverdomme. Je kon ook nooit van die Antillianen op aan… Roley Wout niet thuis om hem weer terug naar Bussum te slepen. Nee, die zat lazarus de verhalen van Line ‘knipperbol’ Klein op Lessinglaan 9 aan te horen. Ja die Line, ook niet vies van een glaasje port. Roley is terug van Line ook nog eens van zijn fiets gedonderd. Daarna liet hij zich altijd brengen. Zo ging het écht! Memorabele tijden. In het eerste van UVV was Roley een van de weinigen die niét rookte. Wel een biertje. Ook wel twee.

Roley Wout kwam als tweede honkman in 1967. Het binnenveld bestond uit catcher Rob Rijnders, eerste honkman Wim van der Ster, Roley op het tweede honk, Jan van Ewijk op het derde honk, en korte stop Tom Stamer die bij UVV zou uitgroeien tot de Vader des Vaderlands. Was dit een infield voor de hoofdklasse? Ja! dit was dubbel en dwars een infield op hoofdklasseniveau. Ook het buitenveld mocht er zijn met Peter Janssen, Guillaume Campagnard en Egilio Leito. We hebben het nog steeds over 1967, het debuutjaar van Roley Wout bij UVV, gesponsord door een winkel in sportkleding in de Zadelstraat bij de Dom. Maar de gedegen werper ontbrak. UVV had geen Bert Paalman (HCK), Doby Peters (ABC), Marco Nagelkerken (HCTIW), Ben Salemink (ADO) of Kees Wijdekop (De Volewijckers) om er een paar te noemen. Te vaak werpers bij UVV met een vormcrisis. Ook de met een oud-papier-actie van Aruba weggeplukte broer Harold Wout zou daar geen verandering in aanbrengen. Alsof die op de kermis stond moest hij regelrecht van het strand op de Antillen in de sneeuw laten zien hoe goed hij wel niet was en Harold verprutste voor het oog van de likkebaardende supporters meteen voor altijd zijn dure arm. Hij werd outfielder. En bankemployé met een wit boordje, anders dan zijn oudere broer de fabrieksarbeider. Maar dat was later. In 1967 werd Roley Wout uit armoe werper. En dát kon hij ook. Hij gooide soepballen van Unox of Knorr, maar ze bereikten Rijnders met zoveel curve dat het nog wel eens overwinningen opleverde. Tegenstanders sloegen niet op zijn worpen, maar hengelden ernaar. Herinner me als supporter (hbs-tijd nog) een wedstrijd waarin het bestuur nagelbijtend de minuten aftelde. UVV moést winnen want de aansluiting met bovenin gloorde na een paar asgrijze jaren. Roley gooide. Achter de back-stop zat Adrie op een koffer. Ook al nagelbijtend. Ze zouden eind van de middag voor vakantie naar Malaga of Aruba vliegen. Maar die kut wedstrijd duurde en duurde maar. En Roley was onvervangbaar. Maar hij moest naar Schiphol. Roley moest met Adrie mee naar Malaga (of Aruba). Gelukkig zat Adrie in de hofhouding van Line Klein. Door echtgenotes en vriendinnen in te pakken had Moe Klein greep op haar spelers. Voor Line moesten spelersvrouwen bovenal dienstbaar zijn. Spiegeltje spiegeltje aan de wand. Coach Kars kreeg de opdracht zo min mogelijk een time-out aan te vragen. Liever niet één. Ik hoor ze nog overleggen, gezeten op die vreselijke ruwe betonnen tribune van B2 blokken van de firma Bredero die in die dagen bezig was heel Nederland te ontsieren. Denk aan Hoog Catharijne. Ojee die tribune die je na een paar uur verliet met benen vol pleisters. Bestond het Kruidvat toen al?

Maar wat was het gezellig en sfeervol altijd. Geen time-out voor Kars. Dat kreeg hij vanaf de tribune te horen. In looppas winnen graag, het Haarlemse HCK van Arie van Driel-Krol en het Haagse Celeritas van Joop Meevers-Scholte achterna. En de onpeilbare bureauman van de Demka gehoorzaamde voor het eerst in zijn leven. Uiteindelijk werden Adrie en Roley Wout door een bestuurslid op een drafje met hun koffers naar de parkeerplaats gesjeesd, in een auto geduwd en naar Schiphol afgeschoten, als met een katapult. Het was moeilijk rennen geblazen voor het oververhitte bestuurslid, want van de zenuwen had hij – Nico Bladt, het kan ook Herman Neerings zijn geweest – anderhalf pakje sigaretten onder de wedstrijd weggerookt. De nicotine zorgde er bijna voor dat de Wouts voor een gesloten incheckbalie op Schiphol kwamen. Ik weet niet meer tegen wie UVV die knotsgekke Malaga-middag speelde, wel weet ik nog dat er gewonnen werd. Ik weet ook nog dat Roley als tweede honkman een betere hitter was dan als werper. Trek daarbij de gemakkelijke conclusie dat UVV na 1963 veel eerder zou zijn terug geweest in de hoofdklasse als het in de jaren ’60 de Henk Heinen van de begin jaren ’70 op de heuvel had gehad. Herinneringen ja, veel herinneringen weer bij de dood van de flegmatieke Roley Wout van wie velen zich in diens beginjaren bij UVV afvroegen of die jongen eigenlijk wel kon praten. Je hoorde hem nooit. Praten liet hij aan Egilio Leito over, ook Antilliaan, ook ex-Ajax, ook Werkspoor, ook pa Terstall als intermediair, maar nog niet voor de helft zo goed als Wout. Geen prater Roley, broer Harold was nog erger, die heeft tot op de dag van vandaag zijn rijbewijs nog niet, geen praters, maar Roley wel iemand die ongelofelijk chagrijnig op scheidsrechters kon zijn, en dat veel te lang bleef, met het van hem bekende wegwerpgebaar. ‘Ach man, kom op zeg.’ ‘Rustig maar Roley, je krijgt straks weer een slagbeurt.’

In 1968, zijn tweede jaar op de heilige grond van de Hoge Weide, werd Roley Wout behalve topspeler en publiekslieveling in het eerste ook coach van het tweede. Samen met Arie Hagen. Was dat logisch? Nee, dat was niet zo heel erg logisch. Oppervlakkig beschouwd misschien wel, maar niet als je er goed over nadacht. Want als beiden nou iets niét waren dan was het wel coach. Het waren trainers. Het waren instructeurs. Het waren geen krijgsheren. Ze speelden op intuïtie. Ze waren beiden geniaal, Roley zowel verdedigend als aanvallend, Arie verdedigend vooral. Zelden bij UVV zulke technisch begaafde binnenvelders gezien. Snelle handen, soepele polsen. De heupen van een ballerina. De legendarische Amerikaanse bondscoach Ron Fraser zei eens dat heel misschien één UVV’er in Amerika het profhonkbal kon halen en hij wees tot veler verbazing op het kleine dikkerdje Arie Hagen uit de Kanaalstraat in Lombok. Het straatjoch. Ron Fraser zou zonder twijfel ook Roley Wout naar voren hebben gehaald als die toen al in Utrecht had gespeeld en niet aan de Kruislaan in Amsterdam-Watergraafsmeer. Beiden waren natuurtalenten, Arie Hagen én Roley Wout. Maar ze konden je na afloop nooit vertellen waarom ze iets, voor anderen zo onnavolgbaar goed, voor elkaar hadden gebokst. Als je ze in het leslokaal zette, onder de oude houten vooroorlogse voetbaltribune toen nog, begrepen beide spelers maarschalk Kars met zijn stencils niet. Reden voor Jan Kars om er maar hoofdschuddend mee op te houden. Het ging met die twee vanzelf wel. Roley zou bij UVV veel langer doorgaan dan zijn maatje Arie Hagen. Die vergooide zijn arm omdat hij één meter curve niet voldoende vond en er zes meter van wilde maken. Arie verdiende (een grijpstuiver trouwens) wat bij als profvoetballer voor Gooiland in een of andere kelderdivisie. Bloemenkoopman en handelaar in Lola-afwasborstels en wc-eenden Arie Hagen (al eerder overleden) honkbalde tot afgrijzen van Line Klein met een strandhoed op in een bierteam en werd ook vlaggenist bij de omstreden amateurclub Holland aan de Thorbeckelaan waar behalve de familie Van Hanegem ook heel wat vreemde snuiters rondscharrelden.

Maar Roley Wout dus, hij zou een paar generaties honkballers bij UVV overleven. Als honkballer had hij het eeuwige leven. Hij was erbij toen de Rotterdammer Wim Onderstal UVV terugbracht in de hoofdklasse. Met Onderstal alweer zo’n icoon genoemd. De kilo’s vlogen er bij Roley aan. Hij kwam na het vertrek van het studiehoofd Lem Briessen op het derde honk terecht. Hij verhuisde naar het eerste honk. Steeds weer werd rekening gehouden met dat ene minpuntje: zijn snelheid. Want de pondjes werden kilo’tjes. Desondanks bleef hij heel lang onmisbaar, ook met het begin van een pens en vervolgens met wel degelijk iets van een pens. Roley Wout handhaafde zich moeiteloos, ook toen UVV steeds meer kaliber op het gravel bracht en het honkbal ná FC Utrecht in de stad het meeste publiek trok. Tribunes werden bijgebouwd. De Hoge Weide werd een zomers theater. Die B2-blokken van Bredero waren allang voor nieuwe dug-outs gebruikt en die dug-outs ook alweer vervangen. Voor zover ik weet is Roley nooit namens Ajax, UVV of HCAW A-international geweest, Ruben Leysner namens UVV en Ajax wel. Hij had een bruikbare pinchhitter geweest kunnen zijn. Maar een moordende concurrentie. Verslaafd aan honkbal was hij. In zijn vrije tijd reed hij naar het veld om gras en gravel te zien. Om vers gemaaid gras op te snuiven. Hij kon niet zonder buitenlucht. Hij hielp de terreinknechten een handje en dronk koffie met ze. HCAW, van zijn vriend Julio Hazel, en Bussum verdwenen naar de achtergrond.

Hij verloor Adrie aan kanker. Krankzinnig jong nog. Hoe oud zal ze geworden zijn? Ergens in de veertig? Veel ouder niet nee. Adrie was zijn anker. Zijn houvast. Adrie was zijn coach. Sprak hem erover tijdens een Haarlemse Honkbalweek. En daarmee eindig ik. Roley stond bij de poort van het Pim Mulierstadion van Haarlem een pilsje te drinken met enthousiaste luidruchtige Antilliaanse honkballers. Ik meen me Ricky Placidus te herinneren en Dassy Rasmijn. Roley zag Ellen en mij en kwam naar ons toe. We condoleerden hem met het verlies van Adrie. Het was nog maar net gebeurd. Ik zag een traan. Ik herinner me zijn woorden voor de deur van het Pim Mulierstadion. Roley met een blikje bier in zijn hand. ‘Ja Johan, het leven kan hard zijn, ik sta hier een beetje voor me uit te lachen, maar vraag me niet waarom en hoe, ik heb pijn.’ Een man van weinig woorden. Maar één van diepe zielenroerselen. Een binnenvetter. Nooit kinderen met Adrie gekregen en ik weet dat het hem pijn deed. Toch alleen.

Nu pijn bij heel veel UVV’ers van vroeger om de dood van die geweldenaar Roley Wout die ook de gedachten aan Adrie weer naar boven haalt.

****

Ha Johan. Ik heb zojuist hier op Bali jouw indrukwekkende verhaal over het wel en wee van Roley Wout gelezen. Wat een prachtig overzicht. Wat een onmetelijk geheugen heb jij zeg!! Roley zou het ook geweldig mooi hebben gevonden. Ik weet niet hoe het boven werkt. Misschien heeft hij het daar ook al gelezen. Samen met zijn maatje Adrie Hagen. Johan, ik wil je vragen of ik dit prachtige afscheidsartikel mag doorsturen naar de honkballers van Ajax. Ik heb nog contact met alle spelers van het team waarin ik destijds heb gespeeld. Een aantal heeft ongetwijfeld met Roley samengespeeld. Zoals Marco Nagelkerken, Leo van Wijk, King Zschuschen, Herman Vegter, Peter Hendriks, Dick van den Berg, enz, enz. En ook naar Alfred Cop, de sinds jaar en dag fotograaf van HCAW. Hij kent eigenlijk iedereen van HCAW. Ik zie jouw reactie wel verschijnen. Hartelijke groet aan jullie beiden, zoen voor Ellen, Hans Walraven.

****

Prachtig werk Johan. Ik attendeer anderen hierop. Ik heb er al een paar een berichtje gestuurd. Het meeste van wat je schrijft was ik al hoog en breed vergeten. Die Malagawedstrijd heb ik opgezocht en warempel na heel lang zoeken gevonden. Een oud knipsel uit het Nieuw Utrechts Dagblad van toen. Het stel ging voor drie weken naar Aruba. Niet Malaga maar Aruba. Op zondag won UVV van koploper HCK met 5-2 en werper Roley ging vanaf de heuvel in zijn honkbalkleren meteen in één rechte lijn door naar het vliegtuig. Jan van Ewijk.

****

Ha Johan,

Ik heb heel veel honkballers de link toegestuurd. Het gehele Ajax team van 1972, tw: Marco Nagelkerken, Leo van Wijk, ook jaar en dag CEO geweest bij KLM, Peter Hendriks, Jan van Wieringen, Dick van den Berg, Herman Vegter, Hennie van de Bovenkamp, John Ludenhoff, Ben Richardson en Bram Vermeer en nog wat coaches. Bovendien naar Alfred Cop gestuurd, al jaar en dag de fotograaf van HCAW. Hij heeft het artikel op zijn Facebook gezet. Hij vond het een geweldig en fantastisch artikel. Ook verstuurd naar HMS i.c. Marcel Meekers, Jan van Maurik, Eugene Meekers, Paul Steenbrink, Maarten Plas, en naar Henk van Zijtveld en Wil Toft, hij schreef me trouwens dat hij nog met Roley Wout had gespeeld bij UVV. Dat heb ik nooit geweten. Klopt dat? Moet voor mijn jaar zijn geweest. Hij vertelde me dat hij met de uitwedstrijden met Roley en Harold meereed, hij dacht in een Ford Capri. Verder verstuurd naar Ron Tuinder van OVVO, 3e honkman. Heeft niet lang gespeeld want hij kreeg op 11 juni 1972 een wild pitch van Win Remmerswaal tegen zijn hoofd waardoor hij hersenschade opliep. Is wel goed afgelopen, maar geen comeback voor hem helaas. Schijnt wel een talent te zijn geweest want hij schijnt nog in het BRL team van Nederland te hebben gespeeld. Hij vond je artikel prachtig geschreven uit een heerlijke honkbalperiode. Dat was het ook. Hij gaat a.s. zondag naar Hans Onverwagt en zal het artikel met hem delen. Ook heeft hij het naar Wim en Karel Crouwel toegestuurd. Wim Crouwel reageerde met enige weemoed op de terugblik van de jaren 60/70. Hij vond het een treffend geschreven tijdsbeeld. Kortom, het artikel is alom geprezen en zal nog veel meer lezers weten te interesseren.

Fijn weekend en tot schrijfs. Lieve groet ook aan Ellen! Hans W.

****

Hallo Johan. Ik heb pas na het overlijden van Roley Wout je blogs gevonden. Werkelijk schitterend, een genot om ze te lezen! Rijk van den Bunt. Voormalig pitcher Quick Amersfoort.


Zeg ouwe reus, je bent toch wel met mij eens dat virologen alleen maar dode vogeltjes kaal plukken en binnenstebuiten keren?

Doordat Oostenrijk de spelregels heeft aangepast kunnen veel Nederlanders er de komende kerstdagen niet terecht voor hun gebruikelijke wintersportvakantie. Ze ervaren het als een catastrofe. Het zal voor velen ook zeker zo zijn. Zie nu maar eens die kerstdagen door te komen. Ontroostbare gezinnen die in beeld komen. Geen wintersportvakantie, de wereld is bezig te vergaan. Oostenrijk stelt de volksgezondheid boven alles. Dat is ongelofelijk balen, ook voor de doortastende Nederlandse regering die Wenen om een soepeler regime jegens buitenlandse skiërs heeft gevraagd, maar zonder succes. Oostenrijk houdt van slalommen, maar intussen niet als het gaat om Covid-19. Ten einde raad hebben veel Nederlandse wintersporters geprobeerd hun kerstvakantie om te boeken naar Frankrijk, maar ook daar de harde lijn. Aan tafel bij een van die uitzichtloos vele Nederlandse talkshows een zekere meneer Wiersma namens het kabinet, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorheen woordvoerder asiel en migratie voor de VVD in de Tweede Kamer, een soort Broekers-Knol dus, of een kopie van die mevrouw voor de VVD uit de Noordoostpolder die ook nog hekken halverwege Europa wilde maar enkele verdragen over het hoofd zag.

Staatssecretaris Wiersma dus die aan een talkshowtafel verzuchtte dat hij zijn Oostenrijkse collega om souplesse met Nederlandse wintersporters had gevraagd, maar nee, helaas, hij ving bot. Heeft die man niet wat beters te doen, vraag je je dan af. Maak als overheid eens wat meer haast met die boosterprik, zou je zeggen. En met de vaccinatieplicht. Weiger alleen al om zijn levensgevaarlijke reli-opstelling ten aanzien van vaccineren de ChristenUnie in een volgend kabinet. Ze zijn contraproductief. Nederland de gekke Henkie van Europa. De coronacrisis laat zien dat we de kunst van inschikken, incasseren, afwachten en gehoorzamen zijn verleerd in het neoliberaal gekapseisde Nederland, schreef een filosoof en emeritus hoogleraar bestuurskunde in NRC. Het recht op vrijheid van de demonstrerende wappies, antivaxers en hoe ze allemaal heten mogen is hun recht geen rekening te hoeven met de gezondheid van anderen. Alleen het eigen ik geldt. Maar eenmaal de nood aan de man dan moet de overheid voor die egoïsten in de bres springen. De rechtszaken over corona vliegen je om de oren. We leven in een land waar officiële, geüniformeerde beveiligers voor de deur staan van ziekenhuizen en verpleeghuizen om het zorgpersoneel te beschermen tegen heethoofden. Natuurlijk heeft het buitenland liever geen Nederlanders over de vloer.

Ook in Parijs stootte het kabinet over de verdrietige wintersporters zijn teststraatneus. Wat Wiersma niet zei maar wat geen twijfel lijdt dat is dat ze in Wenen en Parijs waarschijnlijk naar hun voorhoofd hebben gewezen. Zo van: regel je coronazaakjes beter, ontregeld en agressief en verbureaucratiseerd doorvergaderd Nederland! Vervolgens een opgewonden baas van de Nederlandse reisbranche aan een talkshowtafel die, beslist niet voor zijn eigen gewin, vond dat alle landen hun inreisverboden moesten laten vallen. Leven en laten leven zogezegd. Oostenrijk en Frankrijk moesten zich schamen zoals ze Nederlandse wintersporters behandelden. Welja zeg! Hij begon over corona te bazelen alsof hij een internationaal befaamde viroloog was. Viruskenner, dat hoorde je meteen. De reisbranche levert in een volgend kabinet de nieuwe coronaminister, dat is wel zeker. Of anders de vuurwerkhandel. Of andere niet-essentiële winkeliers. Of de kappers. Of een eigenaar van een zonnebankstudio wordt minister van Volksgezondheid. We laten de traditie geworden decembergroet aan vrienden en goeie kennissen dit jaar maar liever achterwege. Goeddeels in elk geval, na een jaar dat met de narcismekampioen Trump begon en de bloeddorstige bestorming van het Capitool. We brengen ditmaal mr. G.B.J. Hiltermann niet voor een paar uur tot leven.

Volgens René van der Gijp bij Veronica Inside staan virologen in het rijtje ‘logen’ op de onderste sport van de ladder. Anders dan oncologen. Presentator Genee keek alsof hij water zag branden. Tafelheer Derksen zag zijn nare vader met slechte afdronk de studio binnenstappen in zijn uniform van de Groningse politie. Virologen als Ab Osterhaus op de onderste sport van de ladder? Jazeker wel, tetterde Gijp een paar dagen geleden aanstekelijk vrolijk door, virologen stonden helemaal beneden in de pikorde. Want die virologen haalden in vredestijd alleen maar dode vogeltjes uit mekaar, en verder niks. Verder niks? Nee verder niet veel meer. Ze zaten in hun laboratorium eenzaam te punniken en frunniken aan dode vogeltjes om een bacterie op te sporen. De voetbalchef van De Telegraaf wilde ook wat zeggen maar kwam er, als zo vaak, niet tussen. Genee dacht aan de brandweer. Dit moest stoppen. Dit was zelfs voor Veronica Inside een te grote onzin. Derksen wilde graag horen hoe Gijp aan die wetenschap kwam. Op de bank thuis en luisteren naar wat die spaghetti aan virologen te vertellen had gehad het afgelopen jaar. Veel speculatie. Heel veel speculatie. Geen lijn in te ontdekken. In het nieuwe jaar eens alle avonden met oncologen aan talkshowtafels? Die oncologen, Gijp aan het woord, zouden niet dagelijks verschijnen. Hun werk vereiste terughoudendheid. En die paar die zich er dan wél een keer voor wilden lenen zouden hun mening toch een beetje op een vakgenoot afstemmen. Virologen niet. Die plukten zonder Covid-19 in het dagelijks leven in laboratoriumeenzaamheid een dood vogeltje kaal en keerden het binnenstebuiten. Het viel ook niet op dat er virologen aan talkshowtafels zaten die helemaal geen viroloog waren, maar die op een laboratorium voor een schoonmaakbedrijf werkten. In de huiskamers was het genieten. Er kon weer eens gelachen worden. De op leeftijd gekomen Derksen begon het interessant te vinden. De voetbalchef van De Telegraaf werd weer overstemd. De kijker had het gezellig en miste Ab Osterhaus geen moment.

Gijp op stoom. ‘Jullie zijn het toch wel met mij eens Wilfred dat…’ Dit is wat we momenteel hard nodig hebben: luchtige en ongedwongen televisie. Het werd met de minuut hilarischer. Genee zag de kijkcijfers alweer stijgen. De presentator merkte op dat ze nu al meer dan een halfuur onderweg waren en het woord voetbal was nog steeds niet gevallen. Gijp kietelde het montuur van zijn bril. Moet dat dan?, wilde Derksen weten. Nou ja, officieel waren ze nog een voetbalshow. Daar werden ze door John de Mol voor betaald, en ook rijkelijk. Kon wel zijn, maar Derksen had geen zin om zich nog over voetbal druk te maken. Hij telde de dagen af. Hoe het ging met de verkoop van hun badjassen en de onderbroeken? Derksen vond de kwaliteit van de VI-onderbroeken behoorlijk tegenvallen. Volgens Genee viel dat wel mee. Gijp hoorde je er niet over. Die zat nog bij zijn virologen. De voetbalchef van De Telegraaf popelde om iets over Ajax te zeggen, maar het kwam er maar niet van. Een verademing zulke televisie momenteel.

Het mooiste vooruitzicht voor het nieuwe jaar is dat we ons met dit stel vanaf januari elke dag kunnen vermaken. Het is allemaal van een ongelofelijke relativering en niet zonder de nodige en onmisbare zelfspot. Het is de humor op een kwelbuis vol reclameboodschappen met gillende sirenes en zelfbenoemde deskundigen. Uit de reisbranche bijvoorbeeld. Of de vuurwerkhandel. Legers aan ongevallen boekenkasten. Professors die niet op verantwoordelijkheid kunnen worden afgerekend omdat ze nergens verantwoordelijk voor zijn. Nu is er weer een nieuwe variant uit Afrika. Hele programma’s worden gevuld met de suggestie dat deze variant wel eens veel besmettelijker kan zijn dan wat ook, maar niemand die het (nog) weet, en toch maar een eind weg ouwehoeren en speculeren. Zet de radio of de televisie aan en tel de seconden af tot het woord corona valt. Is het pas na vijf seconden dan is het veel.

In Portugal bepaalt in heel zijn senioriteit een legergeneraal, met consistentie en stabiliteit van beleid, zo’n beetje alles over corona. En daar is honderd procent van de bevolking gevaccineerd, de enkele antivaxers hebben levenslang. In Portugal kom je net zo makkelijk aan een onnozel boosterprikje als aan een rolletje menthol, en is het daar elke dag met doorstroomboulevards Black Friday. Louis van Gaal had voor zijn heupoperatie in Portugal de ziekenhuizen voor het uitkiezen natuurlijk. Ondanks dat Portugal de hoogste vaccinatiegraad ter wereld heeft zijn de regels toch weer aangescherpt deze week. Portugal neemt het zekere voor het onzekere. Rellen in de straten van Lissabon? ‘We zijn geen Nederland met al die schrikbarende sociale onrust, we zijn een beschaafd land!’ Steek het maar in je zak Nederland! Ook in Italië speelt een sterren en balken figuur voor domineeszoon Hugo. De Italianen kijken wel uit met zeiken, ze claxonneren hooguit. Griekenland ook al voortvarend. Geen oeverloos gelul daar en achter de feiten aan blijven lopen. Nederland, dat alle burgers te vriend wil houden, kletst en schoolmeestert zich steeds verder de duistere tunnel in. Je ziet geen hand meer voor ogen met die corona.

Genee, Derksen en Gijp na Oud & Nieuw elke avond op tv en dat is een vooruitzicht dat we hard nodig hebben. De mannen spelen zelf voor viroloog. Ze ontleden geen vogeltjes maar BN’ers. André Hazes junior bijvoorbeeld die niet meer bij zijn opgespoten vriendin woont maar weer bij zijn moeder, en ook al niet meer bij zijn moeder maar bij een andere moeder, die van zijn kind. Hoe mooi zou het niet zijn als in het nieuwe jaar Youp van ’t Hek ’s avonds zijn column voordraagt op tv. Zoals Simon Carmiggelt met Kronkel vroeger. Ter ontspanning. Want daar schreeuwen we om. De talkshows hebben ons uitgeput. Het mes erin nu corona als een bezetene voortraast. Omikron? Maak er niet op voorhand een hype van. Maak de mens niet gek. De mens snakt naar vermaak. Naar de lichte toon. Naar de gulle lach. Niet naar de zin maar naar de onzin van het leven. Elke dag weer die cijfers met stijging, daling, even hoog als vorig jaar om deze tijd, toch weer lichte stijging, weekgemiddelde, het aantal mensen in het ziekenhuis met corona, hoeveel op de IC, code zwart, het houdt niet op. Telraamjournalistiek. Het maakt de bevolking gek. Volslagen gek. Waar is de balans gebleven? Als de theaters dicht moeten, breng de theaters dan de huiskamer in. Minder Osterhaus. Terug die virologen naar het peuteren in het laboratorium aan dode vogeltjes op zoek naar hun ingewanden. Saneer het aantal talkshows. Verbied ze. Minder experts. Want die weten net zo weinig als wij. Niet één heeft de oplossing dichterbij gebracht.

Hier laten we het bij voor de traditionele decembergroet van dit jaar. Geen diepzinnige beschouwingen zoals andere jaren bij aanvang ‘feestmaand’ december. Geen nagespeelde G.B.J. Hiltermann, de nieuwsverbindingsofficier jaren ’60 op zondagmiddag bij de Avro. Geen dominee Gremdaat van latere datum bij de Vpro met zijn: Ik moest daar aan denken toen…. We willen even nergens aan denken, want we trekken het niet meer. Wij mijden de kansel. Afghanistan, dat vliegtuig op de luchthaven van Kabul, die meneer in Minsk, de volgepropte vluchtelingenkampen en de bootjes die zinken op het Kanaal met hele families tegelijk. En dan in Nederland het bestuurlijke fiasco tot in het oneindige. De Toeslagenmisdaad. Die staat voor veel, zo niet alles. Alle andere bestuurlijke misdadigheden. We kunnen ons niet voorstellen dat iemand als Rutte ’s nachts nog een oog dicht doet. Maar zo te zien slaapt hij nog wel. Hugo gunnen we zijn interview en fotosessie in de LINDA. Hij had tijd over. Belastingontwijker Wopke mag de Nederlandse schatkist blijven beheren. Onze Buik op Justitie en Veiligheid mag over Roodkapje blijven zingen. Sigrid Kaag mag uit haar schuilkelder of onderzeeër komen. Waar hangt dat lieve mens eigenlijk uit?

De demonstrerende antivaxers willen niet in hun vrijheid worden belemmerd maar door zich niet te laten prikken worden ze paradoxaal genoeg steeds meer hun eigen belemmering, ook zonder 2G. Nederland is een land van deelbelangen en daardoor niet opgewassen tegen de complexiteit van een pandemie. Iedereen praat voor eigen parochie, al dan niet met voormalige bewindslieden als lobbyïsten. De koning, ach laat maar, niet weer de koning, gun ‘m zijn jachtgeweer. We kunnen niet zonder die poppenkast met ons dure belastinggeld. Biografen van een royal worden steevast hyperventilerend fan van hun onderwerp. Het landelijk vuurwerkverbod? Een slimmer kabinet had het nooit aan corona en code zwart verbonden. Een slimmer kabinet had de wappies en andere opstandelingen de wind uit de zeilen genomen en het over de boeg gegooid van klimaat, milieu en Glasgow. Verkwisting van miljoenen trouwens, dat vuurwerk, waarvoor je in de Derde Wereld hele steden met paupers kunt inenten.

We wensen onze vrienden en goeie bekenden een knusse, warme en liefdevolle decembermaand toe. En die koppelen we al járen los van die twee overgewaardeerde kerstdagen en Oud & Nieuw. Een knusse decembermaand ja, (bibliotheek)boek en een oliebol (met servetje). De gordijnen toe en de kaarsen aan. Zonder de folder obsessie van die twee consumptieve kerstdagen. Alsof het daar allemaal om draait. Niet voor alle zieken, eenzamen, de daklozen, niet voor de Voedselbank, niet voor de mensen die het afgelopen jaar een naaste verloren, niet voor het overwerkte en moedeloze en uitgedunde zorgpersoneel, niet voor Diederik IC en Ernst, niet voor de wanhopige Afghanen en al die miljoenen andere vluchtelingen in smerige kampen of op rubberen zinkrijpe wiebelbootjes. Met A Whiter Shade of Pale werden we in gezamenlijkheid vierde bij de top-100 van Radio Midden-Nederland. Met elkaar werkten we mee aan de eclatante winst van Lale Gül bij de NS-publieksprijs.

IK WIL LEVEN! De auteurs Lale Gül, Roxane van Iperen en Tanja Nijmeijer zijn voor de donkere dagen regelrechte aanraders. Ze brengen je in een andere wereld. Parkinson heeft ons natuurlijk een gemene rot streek geleverd. Ons leven werd al jaren beheerst door parkinson, en staat nu in het teken van parkinson en corona en onduidelijkheid op onduidelijkheid. En onbegrip over het weigeren van een coronaprikje. Onbegrip over de oeverloze ouwehoercultuur in Nederland. Het kost handen vol geld en we schieten er niks mee op. Nederland het land van de zachte onbekwame heelmeesters en de stinkende wonden. Partijen in de Tweede Kamer die veel te veel spreektijd krijgen welke leidt tot helemaal niets. Niet resultaatgericht maar effectbejag. Krachtdadig leiderschap en een overzichtelijk bestuurssysteem zijn in ons land ver te zoeken. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waren we er niet zelf allemaal bij? Maar we gaan ons niet zielig vinden. Maar wel graag een beetje ontspanning op de televisie. Voor ons is het fijn dat Ellen er nog steeds is. Met al haar beperkingen. Maar ook, en dat vooral, met heel haar onvoorstelbare doorzettingsvermogen. Is het de liefde waar het uiteindelijk om draait? Zijn het die heel kleine dingen als warmte en geborgenheid? We vroegen het ons hardop af. Ellen kwam bij uit haar droomwereld en zei JA, en knikte, tot twee keer toe. Iets van een glimlach. Toen liet ze zich terugzakken in het kussen. De thermostaat stond op 20.8 graden. Buiten kouwe nattigheid naar natte sneeuw toe op de zondagmiddag bij vroege schemering. Goud momentje weer. Charles van nummer 16 hier als getuige.

PS

Een paar weken terug stemden we met z’n allen voor Ellen op A White Of Pale van Procol Harum bij de top-100 van Radio M. Het legendarische nummer uit 1967 werd derde. Over drie weken bij de afsluiting van opnieuw een bewogen coronajaar de top-2000 van de NPO. Bohemian Rhapsody van Queen herovert de troon en is voor de 18e keer de nummer één in de NPO Radio 2 Top 2000. Roller Coaster van Danny Vera, vorig jaar de aanvoerder van de lijst der lijsten, staat nu op de tweede plaats. Opvallend hoog dit jaar: A Whiter Shade Of Pale van Procol Harum op de derde positie (vorig jaar 153) en Radar Love van Golden Earring op zes (vorig jaar 33). Het blijft indrukwekkend om te zien hoe stemmers de NPO Radio 2 Top 2000 aangrijpen om hun gevoelens te uiten, benadrukt de NPO. Luisteraars gedenken Peter R. de Vries met hun keuze voor A Whiter Shade Of Pale en brengen een hommage aan de Golden Earring die dit jaar is gestopt wegens de ziekte van George Kooymans. De Top 2000 is ook deze keer tot in de hoogste regionen een weerspiegeling van de actualiteit van het afgelopen jaar, zegt de zendermanager van NPO Radio 2. Nederland kon tot gistermiddag 3 december 16.00 uur bepalen met welke 2000 nummers NPO Radio 2 dit in vele opzichten bewogen jaar afsluit. De top 8 van de 23e Top 2000 ziet er als volgt uit (positie vorig jaar tussen haakjes):

    Bohemian Rhapsody – Queen (2)

    Roller Coaster – Danny Vera (1)

    A Whiter Shade Of Pale – Procol Harum (153)

    Hotel California – Eagles (3)

    Piano Man – Billy Joel (4)

    Radar Love – Golden Earring (33)

    Stairway To Heaven – Led Zeppelin (5)

    Nothing Else Matters – Metallica (17)

    Black – Pearl Jam (6)

    Avond – Boudewijn de Groot (7)



Ze zag zich al als een Che Guevara in gevechtstenue en met het geweer over de schouder binnengehaald worden in een juichend Bogotá

De beste vraag aan Tanja Nijmeijer is NIET, lijkt me, of ze het anders zou hebben gedaan als ze het mocht overdoen. De beste vraag is de vraag aan jezelf: zou het MIJ destijds OOK hebben kunnen overkomen, toen ik 22 was, en geen vaste relatie had, wat inderdaad het geval was. JA, volmondig, dit had MIJ misschien OOK kunnen gebeuren. Ik was misschien ook wel voor een stage naar een Latijns-Amerikaans land gegaan en ook ík was misschien, of wellicht wel, strijdvaardig geworden met alle armoe en onverdeeldheid die ik om me heen zag. Heel intellectueel Nederland had de bekende poster van Che Guevara boven zijn bed hangen. Tot een PvdA-minister van Ontwikkelingssamenwerking toe. Che was in veler ogen geen terrorist maar een rebel en eerder nog een iconische vrijheidsstrijder. Een held! Je identificeerde je met de strijd voor gelijkheid en gerechtigheid in landen als Colombia, El Salvador, Nicaragua, Honduras, Ecuador en zo meer. Dat hoorde zo als je bijvoorbeeld de Volkskrant las. Of Trouw. Of als je naar de IKON keek of naar de Wereldomroep luisterde. De val van de Muur in Berlijn en het dominosteneneffect in heel Oost-Europa veranderde veel, Latijns-Amerika was niet meer trendy onder de linkse intelligentsia, maar de situatie bleef daar ‘gewoon’ onveranderd. Ik probeer kortom Tanja Nijmeijer een beetje te begrijpen. Misschien wel meer dan een beetje.

Het zijn niet de doorzonhuismussen die de wereld veranderen, het zijn de mensen die in de benen komen en erop uit trekken. Zijlijnroepers genoeg.

Aan jou Moni als mede boekenverslinder,

Ze kan zich nog heel goed het eerste moment herinneren, toen tijdens de vredesonderhandelingen op Cuba de deur openging en ze aanvankelijk alleen een heel magere, kleine man zag staan die ze in eerste instantie niet herkende. ‘Het was pap die daar stond, ik had hem in veertien jaar niet gezien. De verwarring duurde maar twee seconden. De deur ging verder open en daar waren mam, mijn zus Ellen en haar gezin. We omhelsden elkaar en papa moest even huilen. Hij was enorm vermagerd en had een trieste blik in zijn ogen.’ Die deur, die deur in Havana die heel langzaam openging en die een broze, oud geworden man na veertien jaar recht tegenover zijn al verloren en meermaals dood gewaande dochter bracht. Die deur, het is van een ongelofelijke symboliek. Haar vader die de deur naar zijn onbegrepen dochter opende. En huilde. ‘Gelukkig was daar ook mam met haar gebruikelijke luchtige opmerkingen. Wil er iemand ook koffie en wat was de reis toch lang.’ Het ijs was gebroken maar het werd nooit meer zoals vroeger.

‘Mijn thuis is nu waar Boris is’, schrijft Tanja Nijmeijer bijna aan het einde van haar boek. Prachtzin. Haar terugblik leest als een fascinerende uitgave met uitleg, dikwijls ook een poging daartoe, het virus van de gewapende strijd dat haar te pakken had, vergiffenis vragen en vergiffenis geven, verantwoording afleggen, emoties tonen, het misschien wel door het junglebestaan medisch onbereikbaar geworden moederschap en het besef de familiebanden nooit meer zó te krijgen als in lang vervlogen tijden. Boek van een idealiste. Door Nederlandse ogen en met een Nederlandse rebelse ziel én uit de eerste hand over de klassenstrijd vanuit de jungle in het intrinsiek corrupte en streng-rooms-katholieke Colombia. Een aanbeveling waard. Aan de grond verloor de guerrilla het bloedige gevecht met eindeloos veel slachtoffers aan beide kanten tenslotte van de helikopters en de gevechtsvliegtuigen van het door grootmacht Amerika en zijn CIA gesteunde regeringsleger. Waren er demonen in de Twentse Tanja Nijmeijer gevaren? Ja? Nee? Ze bleef koppig en vastberaden. Ze geloofde heilig en met volle overtuiging in een betere maatschappij en een eerlijker verdeling van geld en goederen. Ze ging, heel naïef misschien wel, tot het uiterste. Het zat in haar karakter, zo lijkt. En ze spaart in haar boek zeker ook zichzelf niet. Ze is openhartig en lijkt eerlijk.

Tanja Nijmeijer en de FARC, de dogma’s, het blinde geloof in de goede zaak , en lange tijd ook in de afloop ervan, maar later niet meer, het besef dat elk uur haar laatste kon zijn, de landmijnen, de bommen en granaten, de doden en gewonden, de ontvoeringen door de FARC, de diep gewortelde haat van de FARC tegen de grootgrondbezitters en andere uitbuiters binnen de elite die werden afgeperst, en de connecties met de cocaïnebaronnen als belangrijke, zo niet de belangrijkste financiers, de nauwe banden met de narco’s (dat laatste daar schrijft overigens te makkelijk overheen) – het blijft delicaat. Het blijft een uiterst gevoelig onderwerp. Maar toch. Toch enige bewondering na alle verwondering, of we nu willen of niet. Ze zag zich al als een Che Guevara in gevechtstenue en met haar geweer over de schouder binnengehaald worden door een juichende menigte in Bogotá, schrijft ze. Ieder zijn of haar droom. En dan die ene memorabele kerst. Een groepje guerrillastrijders werd vanuit de jungle door commandant Mono met ongerekend tweeduizend euro, jawel zeg, drugsgeld?, erop uitgestuurd om kerstinkopen te doen. Het gezelschap kwam nooit meer terug. Dat snap ik ook wel. Moest er, kon het ook niet helpen, hartelijk om lachen. Zo ook om de salsa-danslessen in de jungle die commandant Mono voor zijn groep op de zondagavond als verzetje had bedacht. Een bijzonder boek. In heel veel opzichten.

Het was voor ‘Alexandra’ geen geheim dat de FARC zijn oorlog grotendeels financierde met drugsgeld, via drugsbelastingen in gebieden waar de rebellen de baas waren. Maar in de jungle had ze er weinig van gemerkt. ‘Van guerrilla naar vredesproces’ is vanuit ideologie geschreven, maar niet zonder de hand in eigen boezem, en evenmin zonder humor en diepzinnig is de slotbeschouwingen waar het de toekomst van Colombia betreft en die van haarzelf. De FARC was volgens haar geen drugskartel. Maar leefde weer wél in een land waar drugs een onvoorstelbaar grote plek in de economie innamen zodat iedereen er wel mee te maken had. De naam Pablo Escobar kom ik in het boek niet tegen. Ook Medillin niet. Ook niet die andere Escobar, die voetballer, Andrés Escobar, die op het WK van 1994 in de VS en tegen de VS in eigen doel schoot, en terug in Colombia werd vermoord, mooi boek van Nico Verbeek die al ettelijke jaren in Medillin woonde over de bloedige onderlinge strijd van de vele drugskartels. Wel de cocaboeren in het boek van Tanja Nijmeijer. Een moreel oordeel door mij over de in ‘Alexandra’ omgedoopte Twentse Tanja en de FARC blijft achterwege. Dat is zo makkelijk vanuit een luxueuze huiskamer in het voor kerst 2021 al hier en daar behoorlijk opgedofte, naar verhouding puissant rijke, Utrecht. Je moet misschien iets van Latijns-Amerika afweten om Tanja uit het beschermde Denekamp een beetje te kunnen volgen. Latijns-Amerika, het is er zó anders dan hier. Rijk is er anders rijk, en arm is er anders arm. Bovendien: iemand uit het steeds anarchistischer wordende Nederland kan maar beter zijn mond houden als het om een moreel oordeel gaat. We staan tegenwoordig voortdurend internationaal te kijk. Nederland, ach ja het stuurloze Nederland, het uitgeholde Nederland, waar de straat begint te regeren, waar twaalfjarigen ambulancepersoneel en politie bekogelen, waar zijn hun ouders godverdomme?, en waar de kindervriend Sinterklaas deze week een kogelwerend vest droeg. Het kan verkeren.

Hield me onder meer met honkbal bezig in mijn sportjaren op de redactie van Het Parool. Volgde eens de nationale ploeg van Colombia. Een armoedig stelletje. Verdrietige mannen die achter een bal aan renden. Mannen ook die zich te midden van onze welvaart zichtbaar liepen te schamen. Tegelijkertijd was er die trots. Ze moesten in Haarlem aan kleren worden geholpen. We hielden een inzamelingsactie. Ook voor materiaal. De ploeg werd zakgeld toegestopt. Tanja Nijmeijer was toen net geboren, ze moet twee of drie zijn geweest. Colombia verkeerde in een burgeroorlog die vijftig jaar zou duren. De voormalige kolonie van Spanje heeft een lange geschiedenis achter de rug van paramilitair geweld, guerrilla, cocaïnemaffia, corruptie , machtsmisbruik, te veel kerk met het rooms-katholicisme, en een desolate economische situatie. In die eindjaren zeventig ging Nicaragua met zijn Sandinisten naar een burgeroorlog, zie nog hun nationale ploeg afwezig honkballen tegen Nederland, in Rimini in Italië was dat, de spelers hadden de meeste belangstelling voor de telefooncel in het stadion. Het was bovendien één en al politieke en economische spanning tussen regering en guerrilla in ook El Salvador (FMLN) , in Guatemala, in Peru (Lichtend Pad), in Ecuador (ELN). Kon voor de krant voor ruim een week naar Lima in Peru, maar bedankte er feestelijk voor. Ellen was het zwaarst wegende argument. Venezuela nét even een ander verhaal. Ik blijf de herinnering aan de trip naar enkele indianendorpen koesteren als een niet uit te vlakken hoogst bijzondere ervaring daar aan de grens met Colombia. We vlogen – war een panorama zeg! – in een heel klein vliegtuigje over het ondoordringbare oerwoud heen, ik hield mijn adem in. De jungle dus. Maakte alleen oorlog mee in Noord-Ierland waar ik in het benauwende Belfast op vrijdagavond nog in een pub zat, om de volgende dag op dezelfde plek glazig te staren naar een betonnen geraamte, want ze hadden de pub opgeblazen ’s nachts. Was blij toen ik weer naar huis kon.

Dit maakte Alexandra natuurlijk jarenlang om de haverklap mee in de bushbush. En dan dreef daar plots een afgehakte krokodillenpoot in de Magdalena voor een maaltijd als in een 5-sterrenrestaurant. Het oerwoud van de Amazone beslaat 54 procent van het oppervlak van Colombia, daar woont drie procent van de bevolking. Tanja Nijmeijer verlangde tijdens de vredesbesprekingen en het ‘normale’ leven in de hotels van Havana terug naar het oerwoud. Haar verblijf op Cuba werd voor een weekje onderbroken voor een reis met het Rode Kruis en Cubaanse en Noorse afgezanten naar het guerrillakamp in Putumayo in het uiterste zuiden van Colombia. Om er de mensen bij te praten over de vredesonderhandelingen. ‘Het werden gelukkige dagen in Putumayo met rondlopen in een kamp, weer eindelijk in een hut slapen. ’s nachts de krekels horen en vooral onder de eigen mensen zijn, het was vreselijk dat er aan die week een eind kwam.’ Later zou ze vaker spreekbeurten houden vanuit de gendercommissie die ijverde voor het ongedaan maken van de achterstelling van vrouwen van wie er ook veel het voortdurende slachtoffer waren van huiselijk geweld.

In mijn vorige blog vergeleek ik de tegendraadse anarchisten en ordeverstoorders bij de strikt noodzakelijke inperking van onze bewegingsvrijheid door alle steeds weer opnieuw naar recordhoogten piekende coronabesmettingen met de revolutionaire Twentse schoonheid Tanja Nijmeijer van de illegale communistische guerrillabeweging FARC in het Latijns-Amerikaanse Colombia. Ik neem die geuite overeenkomst voor een belangrijk deel met iets van een spijtbetuiging terug. Te voorbarig, houd het daar maar op. Ik was aan haar boek begonnen met het voornemen geen sympathie voor haar te willen ontwikkelen, Tanja Nijmeijer was immers crazy en een gevaarlijk persoon, FARC stippellijntje cocaïnehandel bijvoorbeeld, maar ik lees me momenteel met ingehouden adem naar het einde van haar duizelingwekkende verhaal en moet eerlijk bekennen dat die sympathie wel degelijk bezit van mij genomen heeft en zeker niet beperkt is gebleven tot een stip aan de horizon. Nee, het is niet zo dat ik de Twentse onverschrokkene bewonder, of iets van dat, omdat ze een mooie vrouw is. Ik ben er onder de indruk van hoever deze idealiste, onbezonnen vaak, is gegaan voor een maatschappelijke overtuiging, waarin ik nog heel ver kan meegaan ook.

Hoe verder in het boek hoe groter het raadsel dat ‘Alexandra de Europese’ nog leeft en niet werd opgeslokt door de ondoordringbare jungle of werd meegesleurd met de stroomversnellingen in de monsterlijke en verraderlijke rivieren. Uitgehongerd, broodmager, een ribbenkast, verblind door een ideologie. Een uitblinker bij de schietoefeningen, het meest nog tot haar eigen verbazing. Ik raad je het zopas uitgekomen boek ‘Van guerrilla tot vredesproces’ van harte aan want het werpt toch wel een bijzonder licht op deze jonge vrouw uit Denekamp, ergens in het oosten van ons land, ik weet niet eens waar precies, die als studente Romaanse talen en culturen aan de universiteit van Groningen zich na veel gedram van haar kant liet uitzenden naar Colombia voor een stage en die daar langzaam maar zeker veranderde in een onverschrokken soldate die met een uzi en ander schiettuig over haar schouder en in gevechtsuitrusting in de jungle belandde en er heel lang niet meer uitkwam. Je leest dit boek vol ongeloof. Haar moeder houdt het erop dat ze tijdens haar stage door een zekere Antonia werd gehersenspoeld, zelf ontkent ze dat in alle toonaarden. Voor haar ouders was het één of andere vreemde en gewelddadige ver-van-hun-bed-show-beweging waar hun middelste dochter, een buitenbeentje, altijd al, zich vrijwillig bij had aangesloten. Of was ze gekidnapt als een trofee voor de guerrillabeweging?

Het zou Tanja Nijmeijer een lief ding waard zijn, zoals ze schrijft, haar beide ouders en twee zussen in Denekamp nog eens te bezoeken in Nederland, maar daar kan met haar oorlogshandelingen en tolken bij gevangen genomen Amerikanen van de inlichtingendienst geen sprake van zijn omdat ze op de officiële opsporingslijst van Interpol staat. Tanja Nijmeijer zou bij aankomst op Schiphol onmiddellijk door de marechaussee in haar kraag worden gevat en worden afgevoerd. Maar lees dit boek, al dan niet in het ongelofelijke tempo dat jij bij het lezen van boeken aan de dag weet te leggen, en ik ben benieuwd of jij hetzelfde ervaart als ik. Tanja Nijmeijer was in haar jeugd al een meisje met een eigen wil. Het was er één met wilskracht. Op de universiteit van Groningen interesseerde ze zich al voor politieke verhoudingen, de verschillen tussen arm en rijk, ze was zeer geëngageerd en belezen. Je mag haar niet vergelijken met dat deel van de demonstranten tegen de coronamaatregelen dat er alleen maar op uit is te rellen en in heel zijn vernielzucht hersenloos de handen laat wapperen in een onberedeneerde opstand tegen het bestuurlijk gezag. Ze was er bovendien één van het avontuur, ondernemend, vol dynamiek, een onafhankelijke geest, en ze toonde met een stage vol onzekerheden de nieuwsgierigheid naar een derdewereldland als Colombia. En daar zag ze de onbeschrijfelijke armoe tegenover de rijkdom van de grootgrondbezitters die ze tot dan toe niet voor mogelijk had gehouden. Ze was de twintig nog maar net gepasseerd. En vatbaar voor geweld tegen ongelijkheid.

Daar, in de middelgrote stad Pereira, werd haar engagement verder gevoed in contact met opstandelingen en gesprekken met mensen, zoals die Antonia bijvoorbeeld, en die niets moesten hebben van Amerika, het imperialisme, Reagan en Thatcher, de economen van de Chicago School, Shell en Unilever, de multinationals kortom, aandeelhouders, de oprukkende marktwerking binnen het kapitalisme, de dramatische levensomstandigheden van de miljoenen paupers in hun hutjes zonder sanitair, de ongezonde gezondheidssituatie in de achtertuin van Washington en een overheid in Bogotá die zich maar bleef verrijken. De ongegeneerde egoïstische schraapzucht van de kleine, in weelde badende, bovenklasse. Tanja Nijmeijer adoreerde vooral de linkse burgerpresident Salvador Allende in Chili (en terecht) die het had gewaagd niet te buigen voor de CIA en in 1973 om zeep werd gebracht ten gunste van de kapitalistische paladijn generaal Pinochet. Ik wilde als lezer niet in het pak genaaid worden, ik nam me voor geen sympathie voor Tanja Nijmeijer te willen krijgen, want ze heeft met haar organisatie dodelijke slachtoffers gemaakt en ontvoeringen op haar geweten, maar die sympathie, heus geloof me, die sympathie bouwde zich als gezegd gaandeweg toch wel degelijk op. Ik zal je sterker vertellen: behalve verwondering kreeg ik een zekere bewondering voor haar. En die bewondering zit ‘m onder meer in haar levensovertuiging, haar moed en haar openhartigheid. Ze is niet hooghartig, ze is geen snoever, ze toont haar zwakheden, ze legt enige mate van zelfspot aan de dag, ze gebruikt haar boek niet als rechtvaardiging en als een verdedigingslinie om zich heen. Ze is kritisch over zichzelf, ze vertelt over haar twijfels, over haar angst, over de heimwee met meermaals zich in slaap huilen in haar hangmat, ook wanneer ze weer eens een vernederende uitbrander had gekregen met represailles omdat ze iets verkeerd had begrepen en in de fout was gegaan.

Roken en een brandende sigaret tijdens het nachtelijke wachtlopen bijvoorbeeld. Of ze stapelgek was geworden! Zich wassen in de rivier met alleen een string aan. Preutse inheemse latino’s, groepsgenoten, gaven haar aan bij de commandant die vroeg of ze een strijdster was of een prostituee uit Bogotá. Ook wenste de FARC haar niet in de rivier zonder bh te zien. Voor straf moest ze dagen achtereen poepgeulen graven. Het verleidde Tanja Nijboer in haar boek te stellen dat de guerrillastrijders politiek weliswaar heel progressief waren maar in de rest van hun bestaan uiterst conservatief. Ze sjouwde met dertig kilo op haar rug. Of was het nog veel meer? Dat zou ik nog even moeten opzoeken. Niet zij maar heel veel anderen vochten door met een hernia. Zoveel pijn in lendenen en benen dat ze niet meer stil kon liggen en in beweging moest blijven. De stress. Soms was ze de groep kwijt en stond ze in haar eentje tussen de lianen en ging ze er maar even bij zitten totdat de mieren haar gillend overeind deden komen. De vuurvliegen, ze verloor er bijna haar verstand bij. Maar ze had gekozen voor de gewapende strijd en bleef erin geloven en wilde haar vrienden en vriendinnen in de FARC niet in de steek laten. Ik geloof in die solidariteit. Je kunt mijn militaire dienst en tuchtiging natuurlijk moeilijk vergelijken met het guerrillaleven. We hadden te eten, volop zelfs, en we kregen nachtrust, we hadden meestal schone kleren aan ons lijf en ons leven kwam geen moment in gevaar. Maar ik herinner me hoe wij manschappen in het steenkoude Hohne en Seedorf nabij de grens van de DDR een ongelofelijk sterk wij-gevoel ontwikkelden. Niet de één wel een privilege en de ander niet, dan liever niemand een privilege. Niet de één wel een kachel in zijn tent en de ander niet. Dan niemand. Maar eerlijk is eerlijk: mijn militaire dienst was als een vakantie op de Maldiven als je Tanja Nijmeijer bij de FARC leest. Ik weet wel dat ik heb gefantaseerd over hoe die Tanja Nijmeijer in de jungle haar dagen zou doorkomen. Nu lees ik het en dan gaat het om de meest primitieve zaken waar ik tevoren nooit bij heb stilgestaan. Bomen kappen. Voor palen zorgen met een scherpe punt zodat ze de grond in kunnen voor een eigen hutje. Ik noem maar iets.

Schaf het boek aan Moni! Er blijven veel vragen. Over de ontvoering door de FARC van de politica Ingrid Betancourt bijvoorbeeld. Voelt Nijmeijer zich daar niet ongelofelijk medeschuldig over. En die kindsoldaten ook, hoeveel het er ook mogen zijn geweest. Het is jammer dat ik het uit heb. Ik voel de emoties in Colombia. Althans, dat denk ik. Je weet werkelijk niet wat je leest hoeveel ontberingen ze geleden heeft. En dat allemaal voor de, in haar ogen, goede zaak van rechtvaardigheid. Met boomstammen sjouwen en eigenlijk geen linker en rechter schouder meer overhouden. Door haar hoeven zakken van vermoeidheid. Dagenlang stromende regen en uniformen ’s morgens aandoen die nog net zo nat waren als de avond tevoren. Uitdrogingsverschijnselen. Zoveel dorst geleden hebben dat ze niet eens meer kon slikken nadat ze haar handen tot kommetjes had gemaakt voor wat modderwater uit een plas. Dagen achtereen in de stromende regen of de verzengende hitte door de jungle lopen met een lege maag. En maar alert blijven op hinderlagen. Voetschimmel. Een gekmakende jeuk. Door de modder waden. Voetschimmel door de laarzen die klam waren en klam bleven. Die militaire kistjes droog proberen te wrijven, maar er was geen beginnen aan. Tijdens een vergadering deed ze haar laarzen uit om te kunnen krabben aan haar jeukende voeten en ze in te smeren met talkpoeder. Het kwam haar op straf te staan. De religie van de FARC was belangrijker dan de jeuk aan haar schimmeltenen. Hoofdluis. Van armoe die hoofdluis bestrijden met benzine en motorolie omdat de shampoo niet werkt. Maar de benzine en motorolie verlosten haar ook niet van die hoofdluis. Ze wilde haar hoofd kaal scheren, maar de commandanten accepteerden geen vrouw met een kale kop. ’s Nachts bij het wachtlopen lek geprikt worden door gluiperige muggen in alle soorten en maten. Kortstondige liefdesavontuurtjes want telkens vonden overplaatsingen naar andere kampen in het oerwoud plaats. Je kreeg dan tien minuten om je rugzak te vullen. Romances waren ondergeschikt aan de strijd voor een betere wereld. Leven op het laagste van het laagste bestaansminimum in een strakke commandostructuur. Later voortdurend uit Amerika overgekomen helikopters van het Colombiaanse regeringsleger boven haar hoofd. Bombardement op bombardement. De plaatselijke bevolking die nog meer achter de FARC ging staan dan daarvoor. Ze zat eens vast aan een liaan en met haar rugzak klem tussen twee rotsblokken en bungelde boven een diep ravijn. Ze telde de seconden af. Een kameraad kwam haar op het nippertje bevrijden. Waarna Tanja Nijmeijer van opluchting een uur lang bleef huilen met haar handen voor haar ogen. Hoe heeft iemand dit in godsnaam allemaal kunnen opbrengen al die jaren, vraag je je als lezer voortdurend verbijsterd af. En daar ontstaat die sympathie voor deze vrouw. En dan kijk ik om mij heen hier en zie ik louter een niet te stillen honger naar materialisme en baas boven baas. Daarbij onszelf niet uitgezonderd. Al vind ik dat in ons geval nog wel meevallen. Hoe durf ik!

Een uurtje geleden kwam verzorgende Elly in volle afschuw over de drempel gestruikeld. Haar eerste woorden: ‘Ik schaam me voor mijn Nederlandse nationaliteit.’ Hoezo Elly? Of ik de beelden van gisteravond uit Rotterdam had gezien? Rotterdam als brandende fakkel. Straattuig met capuchon, opgegroeid in westerse welvaart, dat de Lijnbaan in lichterlaaie zette omdat het straattuig met capuchon op zijn Nederlands wilde protesteren tegen de aanscherping van de coronamaatregelen. Het straattuig met capuchon maakt zich zorgen over de tweedeling in de Nederlandse samenleving als we ook nog eens met de 2G te maken krijgen. En laat met heel zijn maatschappelijke bewogenheid, die er natuurlijk helemaal niet is, die zorgen vergezeld gaan met brandstichting, het bekogelen van politiemensen met straatklinkers, het ingooien van de voorruit van een ambulance, en alle verdere denkbare gezagsondermijnende activiteiten. Beelden uit Rotterdam die meteen al de hele wereld over gingen, ook vanzelfsprekend Colombia bereikten, en een dijk van een burgemeester in de Maasstad, Ahmed Aboutaleb, die over een geweldsorgie spreekt. Daar komt dan ook nog eens voor het straattuig met capuchon het vuurwerk bij dat met Oud & Nieuw opnieuw verboden is, met code gitzwart in de ziekenhuizen en overal elders in de zorg. Een landelijk vuurwerkverbod waar overigens het zoetjesaan hopeloze stelletje demissionaire struikelbewindslieden eerst nog van overtuigd moest worden. Waarvan overtuigd? Door wie? Overtuigd door de zorg dat men met de jaarwisseling op de spoedeisende hulp geen tijd en geen mensen heeft voor losse ogen, halve oren, verruïneerde vingers en aan flarden geschoten dijbenen? Onze vaandeldrager Hugo zal straks wel weer roepen dat hij met die brandende puinhoop in zijn woonplaats Rotterdam van vrijdagavond 19 november spijt heeft dat hij opgedirkt in het kerstnummer van de LINDA staat. Zoals zijn partijleider en scheve schaats rijder Hoekstra ook overal naderhand spijt van heeft. Het maakt niet uit wát. Hetgeen ook voortdurend geldt voor de lege huls Grapperhaus met zijn mitrailleurtaal voor de bühne. De enige die nooit ergens spijt van heeft in dat Haagse tamboerkorps is Rutte, domweg omdat hij zich van vervelende dingen naderhand nooit meer iets kan herinneren. Hopelijk weet hij na het weekend nog wel hoeveel politieke ontluistering we weer achter de rug hebben met die gevaarlijke snoeshaan van Forum en het in de mond nemen van tribunalen waarbij ik meteen aan Neurenberg moest denken. En aan ’t Hooge Nest van auteur Van Iperen. Die verbaal onbesuisde slippendrager van het onbegrepen polariserende genie Baudet zou toch eigenlijk door de Kamervoorzitter onmiddellijk voor een paar maanden afkoeling geschorst moeten kunnen worden! Over die schorsingsbevoegdheid schijnt de Kamervoorzitter ook formeel te beschikken. Zie bijna dagelijks waar wankelmoedig leiderschap in heel zijn ongeloofwaardigheid toe leidt.

Tanja Nijmeijer kan niet meer terug naar Europa, naar Nederland, en ze wil ook niet meer terug al kreeg ze de kans. Ze is Nederland ontwend geraakt, het moreel verloederde Nederland. Ze is het in alles volledig ontgroeid. En ons gederailleerde land helpt haar erbij. Ze heeft het leven van een heel andere kant leren kennen. ‘Er zijn getuigenissen beschikbaar’, schrijft ze, ‘van ontvoeringen, van soldaten, van politici, maar dit is mijn verhaal, de getuigenis van iemand die er nog steeds in geloofd dat er een andere wereld mogelijk is.’ Dit is geen domme vrouw. Verre van dat zelfs. In haar voorwoord citeert ze de Tsjechische schrijver en literatuurwetenschapper Milan Kundera en haalt diens ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ aan. ‘Er bestaat geen mogelijkheid om na te gaan welke beslissing beter is, want er is geen vergelijking. Wij maken alles zomaar voor het eerst en onvoorbereid mee, net als een acteur die voor de vuist weg een stuk speelt. Maar wat kan het leven waard zijn als de eerste repetitie voor het leven al het leven zelf is?’ Aldus Kundera. Ik heb die woorden tot driemaal toe gelezen en de betekenis ervan op de tong geproefd zoals de kok van Oan ’t Bat bij de Maas in Eijsden dat dagelijks doet met zijn pepersaus. Wat hebben we er trouwens weer voortreffelijk gegeten afgelopen donderdag, maar dit terzijde. Tanja Nijmeijer (1978) sloot zich in 2002 aan bij de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) en verbleef tot 2012 in de jungle. Van 2012 tot 2016 vertegenwoordigde ze de FARC tijdens de vredesbesprekingen in Havana tussen de regering en de guerrilla. Tegenwoordig woont ze in Cali, van de salsa en de vele dansinstituten, en doet ze een master in Interculturaliteit, Ontwikkeling en Territoriale Vrede. Die blaas je echt niet zomaar opzij nee.


De gebeurtenissen worden door haar met een enorme precisie van tijd en plaats vertelt. Ze baseert zich op haar jarenlange dagboekaantekeningen vanaf haar pubertijd. Want daar begint het boek, met het gezin waaruit ze komt en haar leergierigheid. Op haar vierde kon ze al boeken lezen. Ze had het zichzelf geleerd. Niemand die dat kon geloven. Men stond versteld. En haar opstandigheid jegens het kapitalisme en neoliberalisme groeide en groeide maar. Stapels schriften schreef ze vol. Ze doet zich niet beter voor dan ze is. Ze verbloemt niet. Ze is kwetsbaar en tegelijkertijd lijkt ze, afgaande op haar boek, over een ongelofelijk groot incasseringsvermogen te beschikken. Ze moet ook gezegend zijn met een ijzerstek gestel en dat zeker in de jungle hebben gehad. Het was toch anders: een nazaat van Simon Bolivar, eerder gewend aan het oerwoud, of dit meisje uit Denekamp. Ze was als Europees meisje met een universitaire achtergrond natuurlijk ook een kroonjuweel binnen de FARC. Maar ze spreekt tegen dat ze de stoeipoes was van haar commandanten. Ze begrijpt niet, zoals ze schrijft, waarop dat internationale beeld is gebaseerd. Ze was officieel getrouwd met een Colombiaan, Felipe, uit de grote stad toen ze de jungle in ging, de scheiding werd pas vijftien jaar later uitgesproken.

Ben benieuwd of dit boek nog eens genomineerd wordt voor zoiets als de NS-Publieksprijs. Zoals ‘Ik wil leven’ van Lale Gül. Voor beide boeken evenveel belangstelling hier. Ze zijn controversieel. Dat hebben ze gemeen. Ze vertegenwoordigen een maatschappelijk belang. Ze zijn beiden maatschappijkritisch. Ze ademen strijdlust. Het zijn geen huiskamermussen. Geen mensen van ditjes en datjes en geneuzel. Nijmeijers uitleg van haar keuzes kreeg in de internationale media al te vaak met filters te maken, ik doe er niet aan mee. Ik geloof erin dat je volledig in de ban kan raken van die ijzeren wil de wereld ietsjes te verbeteren. Oorzaak en gevolg, al die guerrillabewegingen in Midden- en Zuid-Amerika kennen hun oorsprong. Slechte leefomstandigheden, uitzichtloosheid. De verzetsbewegingen in Latijns-Amerika schoten als paddenstoelen uit de grond. Vanuit de Nederlandse universiteiten, de sociale academies en linkse pers was er steun voor ze, in woord en geschrift. Bestond er in Nederland niet een solidariteitsvereniging die het CLAT heette? Als buitenlandredacteur had ik met die club contact. Maakten de VS niet van Cuba vóór 1959 één groot bordeel zonder fatsoenlijk onderwijs en zonder deugdelijke gezondheidsvoorzieningen? Het was een wingewest en roversnest tegelijk. De VS creëerden Fidel Castro in heel zijn superioriteit en flagrante minachting voor zijn achtertuin. De VS vochten in Vietnam en steunden in Midden- en Zuid-Amerika de meest verschrikkelijk en foute regimes. Zou IK de stap van Tanja Nijmeijer gezet kunnen hebben toen ik twintig was? Het had gekund als ik in Colombia meer had gezien dat een toeristenreservaat. Ze zijn eigenlijk beiden van de rebellie, Nijmeijer en Gül, maar ieder vanuit hun eigen omstandigheden, ieder tegen hun eigen en zeer specifieke decor.

Geweldig trouwens dat Lale Gül (Als onbegrepen Turkse in conflict met de achterstelling van de vrouw in het streng-orthodoxe islamisme) met grote overmacht de NS-Publieksprijs won. Meer dan tweeduizend mensen die gestemd hadden, een absoluut record, en Gül die er, een ander glorieus record, met 32 procent van de stemmen vandoor ging. De jongste genomineerde bovendien ooit. Geweldig. Ik heb staan juichen hier en in mijn handen geklapt. Moest er niet aan denken dat die vreselijk enge nicht van een Meiland zou winnen. Het had bij ons benepen klootjesvolk gepast. In onze directe kring weet ik er sowieso al acht die op Lale Gül hebben gestemd. Maar ook op Tanja Nijmeijer zou de titel ‘Ik wil leven’ met weinig fantasie, doch met weliswaar met enig voorbehoud, van toepassing kunnen zijn. Ik houd wel van zulke sterke karakters. Ze willen in elk geval iets van hun leven maken, ze kennen geen behaagzucht. Moet nu ook even denken aan het boek over Laura H. en het kalifaat, ook zo’n meeslepende thriller. Wat dat zijn het: thrillers. Ze zijn filmisch ook. Laura uit Zoetermeer kon je overigens nou niet bepaald een sterk karakter toedichten. Maar misschien toch wel. De manier waarop ze met die kids de benen nam uit het kalifaat, zinsbegoocheling. Maar het zijn allemaal verhalen die je verslaafd doen zijn aan lezen. Tanja Nijmeijer liep in de jungle voorts nog leichmaniasis op, in de volksmond berglepra. Ook hiervan genas ze. Dankzij glucantime in behoorlijke doseringen wat haar weerstand aantastte. In Denekamp had ze zich een gerieflijker leventje kunnen bezorgen.

In haar boek vertelt De Nederlandse Che Guevara, en dat schrijf ik niet ironisch, laat staan cynisch, niets van spot van mijn kant, in tegendeel, veeleer respect – ze schrijft dat ze graag moeder had willen worden. Maar het was haar verboden. Ze moest er alles aan doen om niet zwanger te raken. Bij zwanger een abortus. Daar ging men op voorhand mee akkoord. Stilzwijgend. Want de guerrillastrijd kon geen baby’s bij de vele verplaatsingen en aanvallen van het regeringsleger gebruiken. Baby’s zouden met hun gehuil de vijand op het spoor kunnen zetten, ze moesten meegezeuld worden op de dagenlange trektochten en waar moesten al die luiers vandaan komen. Het door de FARC opgedrongen spiraaltje werd voor Nijmeijer een ramp met hoge koorts. Eenmaal in een kamp in het noorden van Colombia bezijden de grens met Venezuela zag Tanja Nijmeijer dat zwangerschap binnen de FARC helemaal niet zo’n probleem was en ook veelvuldig voor kwam waarbij de baby’s bij een oma en opa terecht kwamen. Maar ja, schrijft Tanja Nijmeijer, hoe moest dat ik haar geval? Haar ouders woonden mijlenver weg in Denekamp en bovendien wilde ze haar kind zelf opvoeden en zien opgroeien. Ze wilde een echte moeder zijn, geen moeder die haar baby uitbesteedde, maar legde zich bij de feiten neer. Ze verdrong de gedachte aan het moederschap. Het zijn van die passages waarin de sympathie voor deze vrouw verder terrein wint. En haar commandant: ‘Ach Alexandra, je bent pas 26, vecht eerst maar even door hier.’ Achter het onverschrokken meisje uit Twente dat ooit op de lagere school een nieuwe meester bij hun eerste kennismaking een klap in het gezicht gaf met de woorden ‘Die heb je nog van mijn zus te goed die jij eens in de les sloeg’ – achter deze vrouw van 40+ inmiddels met een onbegrijpelijk verleden in de jungle, en in een wereld die bezit van haar genomen had, gaat een mens schuil met diepe gedachten en diepe zielenroerselen en gevoelens. Is ze als mooi Europees meisje gebruikt en misbruikt door de dogmatiek van de FARC? Voor hun public relations misschien? Ze heeft er zelf niet op aangestuurd. Ze was er zelf bij, ze was er zelf bij in die wereld van geweld en extremen, en ze ontkent het niet, ze loopt niet weg voor de feiten.

De FARC begon met een enkele opdracht hier en daar om in Bogotá en omgeving te verkennen, om er ergens op de uitkijk te staan, door iets te laten ontploffen, te beginnen in een stadsbus. Die stap verbaast. In de miljoenenstad Bogotá werd het al gauw menens. Van de stadsguerrilla verhuisde ze , toen er iets gruwelijk mis ging, voor haar eigen veiligheid en om uit handen te blijven van de autoriteiten naar de jungle in het diepe zuiden van Colombia. Dat ze het heeft overleefd is eigenlijk het grootste raadsel van alles. En zo zie je maar dat je met alle ver doorgevoerde hygiëne in Nederland ook volslagen immuun voor bacteriën kunt worden. Haar moeder, aan wie ze haar boek opdraagt, kwam haar in de jungle bezoeken. Alleen al de autorit door kuilen en over de meest verschrikkelijke hobbels van Bogotá naar het junglekamp toe duurde zestien uur. Je ziet die moeder, komend uit het brave Denekamp en de Twentse kleinburgerlijkheid, volkomen uitgeput zitten daar op haar klapstoeltje in het zuiden van Colombia tussen alles wat vreemd en gevaarlijk is. Mams had voor die eerste keer cadeautjes mee gekregen uit Holland, maar dochter Tanja wist bij God niet wat ze met de meeste van die cadeautjes in de jungle aan moest, behalve het heupflesje Jägermeister dat ze prompt gretig aan haar mond zette. Tanja Nijmeijer had haar familie gezegd dat ze voor haar stage een excursie door Colombia ging maken en even geen contact kon opnamen, maar excursie dat was natuurlijk helemaal niet zo. Het was de guerrilla met daarachter een lange stoet vraagtekens. Nu zat moeder op haar klapstoeltje midden in het oorlogsgebied voor twee weken vakantie bij haar dochter, met de krekels én de slangen én de muggen én de al dan niet vliegende mieren én weinig anders dan rijst en bonen of bonen en rijst én geweersalvo’s die van alle kanten kwamen. Moeder en dochter hadden elkaar eigenlijk niet zo veel meer te vertellen. Ze waren uit elkaar gegroeid. Aan het eind van de vakantie voor beiden stonden ze op, draaiden zich om, en liepen in een rechte lijn ieder hun eigen kant op. De dochter terug naar het kamp en het kadaverleven en een nagenoeg zekere dood op jonge leeftijd bij een van de vele vuurgevechten met het Colombiaanse staatsleger zoals zoveel vrienden en vriendinnen van de FARC gruwelijk aan hun einde waren gekomen, ook Tanja Nijmeijer zelf kon elk moment sneuvelen. Moeder hoofdschuddend, leeg vanbinnen en zich afvragend waar het toch zo radicaal was misgegaan naar de auto die haar weer naar het vliegveld van Bogotá moest brengen en vandaar naar het vliegtuig terug naar het leven van alledag in Denekamp waar voor het gezin Nijmeijer deuren waren dichtgegaan door die ene dochter.