Een milde lockdown bij afwezigheid van een milde dictator


Onwillekeurig de gedachten op de elfde van de elfde gisterochtend bij de eerste koffie van zes uur terug naar het bronsgroen eikenhout en de feestgrage bourgondische Limburgers met de prinsen en prinsesjes van het bruisende carnaval en hun badkuip vol gerstenat. Zag op de tv een verdrietige man uit Heerlen, als ik me goed herinner uit Heerlen ja, en hij was één en al deceptie. Meer dan beteuterd, verloren liefde, het ging door merg en been. Geen carnavalsviering heden. Pak veel Limburgers, en Brabanders niet te vergeten, nee dié vooral niet, hun carnaval af en ze verlangen naar een koel nat graf en bestellen met pathetiek hun eigen zerk. De horeca die zich keurig aan de mondkapjes en de andere voorschriften hield? Dan moeten de beelden uit Den Bosch van een andere planeet afkomstig zijn geweest.

Vorig jaar februari op de zondag vóór carnaval kwam ik van hotelabdij Rolduc. Toen nog niet op de fles, maar even later wel, waarmee in dit kader een faillissement bedoeld. Ging nog even bij de Rabobank geld uit de muur halen. Dat kantoor bestond toen nog. Korte tijd later weggesaneerd. Op straat allemaal vrouwen, van alle leeftijden, die arm in arm en carnavalesk uitgedost naar de kroegen op de Markt van Kerkrade togen voor een ontbijtje van gebakken eieren en een tompouce toe. Om vervolgens uit hun bol te gaan bij een blaaskapel in de aanpalende Rodahal. Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg de portier van één van de cafés of ik misschien binnen een kijkje mocht nemen. Was eigenlijk verboden, ik was immers een man, dit was exclusief voor het andere geslacht, maar vooruit omdat ik uit Utrecht kwam kon ik voor tien minuten naar binnen. Even neuzen heet dat. Bloedheet daar binnen. Benauwd. Het zweet droop in liters van de ramen en de muren. Totaal geen ventilatie. Een meterslange pijpenla. De vrouwen schreeuwden door elkaar heen en bliezen weinig erotisch in mijn oor. Het virus moet nieuwsgierig hebben toegekeken. Maar wisten wij veel. Ik realiseerde me twee weken later dat ik daar in die sauna met mijn leven heb lopen spelen. Door het oog van de naald daar in dat café op die mistige zondagmorgen februari 2020 in Kerkrade.

De wolkbreuk aan besmettingen met windkracht veertien volgde snel. Ineens ging alles over Covid-19, corona, de Chinezen, of Trump al een grote waffel had weet ik niet meer, de pandemie, het carnaval als katalysator, de wintersport in Oostenrijk als aanjaagmotor, een OMT, Jaap van Disssel, zeventien miljoen coronadeskundigen in Nederland van wie de C categorie en minder nog in het schoolkrantprogramma Goede Morgen Nederland mocht aanschuiven, een ineens in Nederland wereldberoemde Hugo de Jonge nog zonder baard, we smeekten om een vaccin, als er maar eenmaal een vaccin was, en dat vaccin kwam er ook nog eens sneller dan gedacht. En gaandeweg die mevrouw de doventolk, Irma geloof ik, van wie ik vanochtend las dat ze niet meer gewoon over straat kan zonder aangeklampt te worden met de vraag of zij een oplossing weet. Want we zitten er weer middenin. En niet zo zuinig ook. Beduusd nog over de krankjorume carnavalsbeelden van gisteren uit Den Bosch. We noemen dat het zelfbeschikkingsrecht. Met zulke mensen is niets te beginnen. Oogkleppen is nog te zacht uitgedrukt. Van God los in Den Bosch, eerder dat. De dwangneurose naar de feestneus. Het egoïsme van uitbater en klant in de horeca. Amateuristisch landje dat niet meer voor zichzelf kan zorgen. Praatziek en eigengereid landje zonder sturing waar elke hulpverlener blij is als hij weer heelhuids en veilig terug is bij zijn gezin.

En de vergelijking dringt zich op met een familie waar de ouders geen enkel gezag hebben en de kinderen maar een beetje hun eigen gang gaan en zich nergens iets aan gelegen laten liggen. Bij het minste of geringste verbouwen die kinderen de huiskamer. Het Journaal kun je zoetjesaan afschrijven. Daar heb je geen hbo of universitaire opleiding meer voor nodig. Niet eens mbo. Zag op tv gisteravond zo’n onbenullig straatinterviewtje. Werd aan een snotneus van zeventien in carnaval uitmonstering en met een grote plastic beker gerstenat in zijn hand gevraagd of hij die hossende en lallende mensenmassa wel verantwoord vond. De olijke snuiter vond het allemaal zeer verantwoord. Er kon niks gebeuren. Wachtte op de verslaggeversvraag naar het waaróp deze vrolijke hese jongeman zijn overtuiging baseerde, maar het doortimmerde item van twaalf seconden was alweer voorbij. Tijd voor tien seconden, als het al tien seconden waren, Poolse grens, dat heerschap uit Minsk, prikkeldraad en bebloede vluchtelingen. Het is niet meer dan het vullen van zendtijd als de schappen met pasta in de supermarkt.

Je ziet momenteel ook de evenwichtsbalk van de parlementaire democratie, als een trapezewerker zonder vangnet, met de destabiliserende coronaoppositiepartijen en hun querulanten aan de microfoontafel. Ze kosten tijd die er niet is en energie die op raakt. Ze kosten de gemeenschap ook handenvol geld. Ze mobiliseren rotzooi en narigheid. Ze vormen een fragmentatiebom onder ons politieke stelsel. Ze zijn zó laaghartig, en hebben zó weinig besef van de Jodenvervolging en de Kristallnacht en de vernietigingskampen van Hitler, dat ze de Holocaust er zelfs bij durven halen. Een parlementaire democratie die door die klanten is uitgehold. Destructie kortom. In tijden van crises kun je überhaupt niet oeverloos vergaderen en alle meningen peilen om iedereen te vriend te houden. Doe je in een onderzeeër ook niet. Dan weet je zeker dat je nooit meer van de bodem komt. In oorlogstijd, en het is met die corona oorlogstijd, en los van die corona is het dat in Nederland trouwens ook al een hele poos, heeft een samenleving behoefte aan sturing, desnoods aan een milde en soms aaibare dictator bij Volksgezondheid. Aan een Churchill. Iemand die op zijn strepen staat. Geen machtswellusteling, maar een beschaafd iemand, medisch onderlegd, die duidelijk is en van wanten weet. Een vakminister met een zeer ruim mandaat. Niet voor elke bedrage aan de show van Wilders en andere voorspelbare beroepsoproerkraaiers naar de Tweede Kamer en een debat met lieden die er geen van allen verstand van hebben en maar wat verkiezingsretoriek spuien. We lijden nu onder de dictatuur van een kleine minderheid. Een uit graniet gehouwen manager uit de medische wereld. Geen valse beloften. Geen mooi weer spelen. Niks einde tunnel als je nog helemaal weet waar het einde van die tunnel zich bevindt. Geen zweefteef die in nederigheid elke persconferentie door de knieën gaat en die ons met het zelfbeschikkingsrecht naar de kelder brengt. We zijn afgegleden naar het zieke gestommel dat aan de sociale academie De Horst in Driebergen doet terugdenken. Of begrijp ik het allemaal niet meer? Dat kan natuurlijk ook. Een mantelzorger leeft immers in een kleine wereld, een separate parallelle wereld aan de gezonde, de echte wereld van de uitgaander. Tegelijkertijd: een mantelzorger leert – zonder te willen generaliseren – te leven met het zoeken naar wat onder verslechterde omstandigheden nog wél kan. En dat is nog altijd iets. Het is geen afgunst maar ongeloof, die behoefte aan een wat hardere hand.

In tijden van crises komt het aan op daadkracht. Niet alleen in de mantelzorg. Heus niet alleen daarin. Die daadkracht ontbreekt in Nederland. Onder leiding van de weifelende Haagse prins carnaval Mark Rutte drinken en zingen we ons naar een nog groter personeelsinfarct in de ziekenhuizen en overal elders in de zorg. Goedwillenden zijn de dupe. In 2013 brak Ellen bij een zoveelste val door parkinson haar heup. Een week lang hield de verpleeghuisarts het nog op een kneuzing. Ellen verging van de pijn. Heb haar zien lijden. Ze moest van de verpleeghuiszusters verplicht achter een rollator blijven lopen om in beweging te blijven. Als ik eraan terugdenk, springen wederom de tranen in mijn ogen. Ik zie haar weer achter die rollator strompelen de gang op en neer. Het beeld van mijn liefste in een stoel en die niet meer wist hoe ze moest zitten of liggen. Het hield er het midden tussen. Een dikke deken want ze had het koud in die bloedhete verpleeghuiswoonkamer. Het werd kantje boord en ze werd geopereerd. Want wel degelijk een breuk, en niet zo’n beetje ook. Nooit een klacht ingediend tegen de verpleeghuisarts in Nederhorst den Berg met haar medische misser. Had er de energie niet voor. Leeg, volkomen leeg. Altijd bang geweest voor de fatale val die kwam. Nu zouden we wellicht te horen hebben gekregen dat er geen ziekenhuiscapaciteit voorhanden was. Nu zou de operatie wellicht zijn uitgesteld. Nu zou Ellen me hebben gesmeekt om morfine als ze het nog had kunnen bedenken. Ze zou het opgegeven hebben. Ze zou er met een van pijn verwrongen gezicht tussenuit geknepen zijn.

Waarom die clementie met de drogreden van het zelfbeschikkingsrecht een Covid-19 prik te weigeren? Elke individuele bijdrage aan het temmen van het virus is noodzakelijk. Je moet niet iedereen te vriend willen blijven houden. Dat wordt een veenbrand. In Singapore moeten vaccinweigeraars het ziekenhuis zelf betalen als ze er met corona in belanden. De laatste zelfbeschikkingswauwelaars krabden zich er achter de oren en lieten zich alsnog vaccineren. Daar houd ik van. In Oostenrijk krijgt men veel weigeraars van een prik over de streep met het niet alledaagse vooruitzicht van gratis een prostituee voor een halfuurtje. De Oostenrijkse wappies laten daar graag hun doorzichtige principes voor varen. Het loopt storm. Misschien zijn er wel een hoop Oostenrijkers met spijt dat ze zich meteen al hadden laten vaccineren. In enkele Amerikaanse staten laten velen zich alsnog vaccineren met een cadeaubon bij de equivalent van Blokker als beloning. En als je dit hoort en leest, waarom dan in Nederland zo moeilijk doen over 2G? De Jonge zet pas vaart achter de boosterprik als hij een schop onder zijn kont krijgt. Dat is geen adequaat leiderschap.

Het is falend leiderschap. Niet kunnen doorpakken. Maar wie hele korte riempjes heeft kan niet roeien, zal de minister tegenwerpen. Natuurlijk gaan er in dit kneuzenlandje weer weken en weken voorbij met onderzoek naar de haalbaarheid van de 2G-maatregel. Dat onderzoek had allang plaatsgevonden moeten hebben en zijn afgerond. Net als het onderzoek naar die gozer en zijn twee vrienden die ons belazerden met hun mondkapjes. De ChristenUnie is tegen het 2G-systeem. Nou en? Lik-op-stuk beleid jegens personen die zich niet hebben laten prikken, tenzij vanwege medisch risico. Wat hebben wij met die vier zetels van de ChristenUnie in de biblebelt te maken! Een kenner uit de wetenschap betoogde dat een 2G voor een verdere tweedeling in de maatschappij zou zorgen. Maar die tweedeling is er allang, en niet de schuld van wie zich liet vaccineren. Las zo-even in NRC dat het RIVM een gedragsonderzoek heeft uitgevoerd met als uitkomst dat de burgers zich weinig aantrekken van de adviezen inzake corona. Daar hoef je toch geen onderzoek naar te doen, kom even achter je bureau vandaan en loop een paar meter de straat op. Of zet de tv aan. Kijk naar de onzinnige en schandalige carnavalstaferelen in het gesticht Oeteldonk en beluister die sukkel die daar in Den Bosch voor burgemeester speelt. De man hoeft zich niet eens te verkleden om voor Sinterklaas te kunnen doorgaan. Den Bosch had iets van gemaakte provocatieve vrolijkheid met een grimmig masker. Men liep vooral Rutte, De Jonge (plezierige domineeszoon in de LINDA), het OMT en het RIVM uit te dagen. Die dag werden ruim 16.000 positieve tests gemeld bij het RIVM – niet eerder waren het er zóveel. Met een biertje op maakte Den Bosch zich er totaal niet druk over.

Natuurlijk is de cultuursector verbijsterd dat die met de speculaties in deze chaos als één van de eerste morgen bij de zoveelste persconferentie weer de klos dreigt te zullen worden. Musea, de bibliotheken, de theaters en zo meer. Maar reken maar van yes dat die voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal tegen Noorwegen doorgaat tegen een decor van 45.000 brulapen in de Rotterdamse Kuip begin volgende week. Niemand durft het aan daar een streep door te halen. Iedereen vreest de hooligans natuurlijk. Of tóch niet? In dat geval zal de KNVB wild om zich heen slaan. Daar is die bond bedreven in. De grote bek. Want iedereen boosdoener behalve de heilige koe. Nergens zo’n strikte handhaving als bij de KNVB. Advocaten trappelen van ongeduld om zichzelf via het genie Louis van Gaal van de totale mens en de amusementssector dik betaald in de kijker te zwetsen. Op naar het knekelveld in Qatar. Even de realiteit uit het oog verliezen voor het eigen gewin. De roep hier om een vriendelijke generaal die even orde op zaken stelt, een duikbootcommandant. Kaliber Churchill. Een Norman Schwarzkopf begin jaren negentig onder Bush senior in Irak. De schreeuw om een strateeg. Geen vergaderfreak en onderhandelingenjunk. Geen polderaar te midden van gekrakeel. Nee, een man of vrouw die het eerlijke verhaal vertelt. Iemand die helemaal niet aardig gevonden wil worden. Niet iemand met praatjes voor de vaak als ‘Het is bijna gefikst’ welke geen enkele onderbouwing bezitten. Moet je eerst iets ergs meemaken om te beseffen hoe belangrijk het is je aan te passen aan sterk veranderde levensomstandigheden?

Op het Catshuis zou de sfeer gisteren gespannen zijn geweest en de bewindslieden zouden het nergens met elkaar over eens geworden zijn. Mocht ook de belastingontwijker Hoekstra meepraten? En dat hoogst voorbarige zangorgel Grapperhaus met zijn ‘Zeg mondkapje waar ga je heen?’ En dan te bedenken dat Mona Keijzer er al niet eens meer bij was. De Babylonische spraakverwarring. Probeer maar eens informatie te krijgen over de boosterprik. Het is in Nederland van het kastje naar de muur en terug. Het doorgaans ongeorganiseerde Italië is al weken met die boosterprik bezig en lacht ons uit. Natuurlijk lachen ze ons uit. Op de achtergrond hier staat de tv aan. Mijn favoriete ontwenningsprogramma. Het gaat over de intocht van Sinterklaas. Hoe moet dat nu? Gaat die niet door? Maar kunnen we dat de kinderen wel aandoen?! Vanuit Emmen komt een organisator van de Sinterklaasintocht rechtstreeks in de uitzending. De kalende pensionaris, onder de valium natuurlijk, zit in zak en as. Een droeve stem vult de ether. De tv-meisjes van mijn favoriete ontwenningskuur laten hun schouders zakken en verder hangen. Emmen in psychoanalyse. Alle voorbereidingen voor het inhalen van Sinterklaas misschien wel voor niets geweest. Daar zou het virus zich toch eigenlijk iets van moeten aantrekken. Emmen verdiende Sinterklaasdispensatie van het RIVM, het OMT, de Wereldgezondheidsorganisatie en van het kabinet wat daar nog van over is.

In onze omgeving iemand die ooit eens ergens chef werd. Hij gaf iedereen gelijk en ook iedereen zijn zin. Tot zijn grote opluchting en die van zijn onderdanen werd hij al na een paar weken als chef aan de kant geschoven. Hij werd uit zijn eigen lijden en dat van de anderen verlost. De ballonnen werden doorgeprikt. Hoe moet dat nu met die kerstdagen? Kan van die twee decadente, vercommercialiseerde en ver-romantiseerde kerstdagen de betrekkelijkheid niet worden ingezien? Alle aanstellerij over die twee kerstdagen, het kan de zieken, eenzamen, de alleenstaanden, de slachtoffers van een relatiebreuk, de velen die onder het bestaansminimum moeten leven, de voedselbank, en al die andere materieel en/of immaterieel getroffenen, de talloze vluchtelingen van wie miljoenen onder de meest erbarmelijke omstandigheden ploeteren gestolen worden. Vier die kerst desnoods volgend jaar maart. Dan kun je misschien ook nog eens de tuin in. Herhaald: moet je eerst iets ergs meemaken om je te kunnen aanpassen aan veranderde levensomstandigheden? Lees momenteel het boek dat deze week uitkwam van Tanja Nijmeijer van de guerrillabeweging FARC in Colombia en zie om de zoveel tekstregels een wrange overeenkomst in onbezonnen fanatisme tussen haar en lui hier in Nederland die drammerig naar rechts willen als de overheid het beter vindt naar links te gaan en omgekeerd. Nijmeijer geeft toe dat ze doorsloeg en de realiteit volkomen uit het oog verloor. Al ging het bij deze studente uit Denekamp nog om een ideaal. Het werkt ontwrichtend, dat demonstratieve puberale destabiliseren zonder zichzelf en anderen enig perspectief te kunnen bieden. De recalcitrante Nijmeijer belandde letterlijk met de gewapende strijd in de jungle, de vaccinweigeraar doen dat in figuurlijke zin. Het is heilloos. Het is onder het mom van medemenselijkheid het uitschakelen van medemenselijk gevoel. Wanneer gaan we de zorg in Nederland nou eens écht ontzien!

En weer geen vuurwerk misschien wel met Oud & Nieuw? RTL filmde deze week voor zijn nieuwsrubriek een echtpaar met een dochter die onder een schaars licht gevende plafonnière door de fotoalbums bladerden van hun vele wintersportvakanties. Maar nu werden de regels in Oostenrijk wederom flink aangescherpt. Of Rutte daar niets aan kon doen? Wenen op zijn vingers tikken bijvoorbeeld. Want voor het echtpaar en hun dochter die maar één prik van ‘Weer dansen met Janssen’ had gehad kwam voor januari de wintersportvakantie in gevaar. Hoe moest dat nu? Ook de verslaggever zat er beteuterd bij. Inderdaad, hoe moest dat nu? Het demissionaire struikelkabinet schijnt volgens de jongste berichten inderdaad van plan het coronabeleid van Oostenrijk met oog op de wintersportvakantie van Nederlanders ter discussie te gaan stellen. Langs diplomatieke weg. Bezopen, ronduit bezopen, om in carnavalssfeer te blijven. Den Bosch zogezegd. Hoeveel nieuwe besmettingen had u vandaag Nederland? Kunt u geen orde houden in eigen huis? Houd dan uw grote mond alstublieft.

Vanwege de ziekenhuiscapaciteit het vuurwerk met Oud & Nieuw aan banden? Daar zouden weinig woorden aan vuil gemaakt moeten worden, maar niet in Nederland. Een vuurwerkwinkelier pruttelde dat er nog nooit een mens door het afsteken van vuurwerk in een ziekenhuis was beland. Allemaal fabeltjes. Meende Trump te horen vanuit Florida. Trump die, maar dit terzijde, volgens de laatste berichten zijn oververhitte aanhangers steunt die vicepresident Pence wilden ophangen. De wereld waarin we leven. In alles klinkt het eigen belang door. Eigenbelang dat zelfbeschikking wordt genoemd; zelfbeschikking dat wordt verward met de plicht ook aan anderen te denken. Moet je eerst iets ergs meemaken in je leven om te relativeren en binnen de kleine mogelijkheden die er met corona steeds weer overblijven nog van het leven te genieten? Hebben, hebben, hebben. Carnaval in Den Bosch met om de hoek het ziekenhuis, overvol en een groot tekort aan personeel, een ziekenhuis dat noodgedwongen operaties uitstelt. Een overbelaste zorg. We klapten voor die zorg op het balkon maar verder is het schijnheilige fanfare en is het ikke, ikke, ikke. Goede Morgen Nederland, kreun ik bij herhaling.

Hoe een zinderend en overweldigend goed boek je de adem beneemt

Er al zoveel over gelezen en het idee er ook al zoveel van af te weten. Maar nee, dat blijkt schijn, en schijn bedriegt. Het duizelingwekkende en zo gevoelsmatige verhaal van schrijfster Roxane van Iperen over de Joodse zusjes en verzetsheldinnen Janny en Lien Brilleslijper in Auschwitz-Birkenau en Bergen-Belsen kan niet in één adem worden uitgelezen. Niet door mij in elk geval. Geregeld moest ik het even wegleggen. Niet voor het strekken van de benen, wel om het hoofd weer even tot rust te laten komen. Het boek beneemt je de adem. Daarvoor is het veel te indringend en meeslepend geschreven. Mooi geschreven trouwens ook, zonder ook maar ergens hoogdravend te worden. Roxane van Iperen, nu bewoonster van de villa ’t Hooge Nest op de Naardense hei dat destijds een vermaard Joods onderduikadres was dat verraden werd, leverde een wereldprestatie met haar reconstructie waarin ook Anne en Margot Frank in heel hun doodstrijd levensecht, of wat er nog van leven over was, niets bijna immers, voorkomen. Zou Van Iperen tijdens haar research en onder het schrijven met haar hoofdpersonen hebben mee geleden? Vast en zeker. Deze lezer deed dat in elk geval wel. De auteur voelde met haar pen, en tastte af, en leefde zich voor duizend procent in het gehele oorlogsgebeuren in. Het sterven van ook Anne Frank in Bergen-Belsen door uitputting, en door nog veel meer, door het opgeven van de strijd – de naoorlogse Roxane van Iperen beschrijft het alsof ze er zelf bij is geweest, en eigenlijk is ze dat ook zo.

Het doet me in veel denken aan Babi Jar van de schrijver Anatoli Koeznetsov dat uit het Russisch werd vertaald door Marko Fondse. Twee jaar lang heb ik, schrijft Anatoli Koeznetsov, dag in dag uit onophoudelijk mitrailleursalvo’s gehoord en vandaag hoor ik het nóg knetteren. Babi Jar speelt in Oekraïne tijdens de Duitse bezetting. Ellen bracht het boek mee toen we gingen samenwonen. Het was van haar vader geweest. Ik moest het lezen, drong ze aan. En ik las. ‘Er steeg een zware, vettige walm op boven het ravijn. Een week of drie hield het walmen aan.’ Ik las. Ik las door mijn tranen heen tot de regels wazig werden en mijn hoofd tolde. Babi Jar en ’t Hooge Nest, ze raken je beide volledig.

’t Hooge Nest is misschien wel het indrukwekkendste boek over de Jodenvervolging dat hij heeft gelezen, met een uitmuntend staaltje onderzoeksjournalistiek, schrijft Bas Haan. Ik sluit me erbij aan. Maar noem ook Babi Jar van Anatoli Koeznetsov. ’t Hooge Nest is een onvoorstelbare leeservaring die veel toevoegt aan wat je al over de gruwelijkheden en ontmenselijking van de Holocaust dacht te weten. Opdat wij weten en nimmer zullen vergeten. Ja inderdaad. Roxane van Iperen IS haar hoofdpersonen. Misschien zou ik zelf in deze tragische en droef stemmende familiegeschiedenis als romancier de chronologie een beetje hebben losgelaten, zodat het boek vanaf de allereerste bladzijdes iets meer leessnelheid zou krijgen, en het je al meteen bij de strot zou nemen, maar dat is het enige puntje van wat ik niet eens kritiek zou willen noemen – ik zou niet durven. Beschouw het als slechts een voorzichtige terzijde. Vooral nadat de zussen Jannie en Lien, hun echtgenoten, hun kinderen, hun ouders, hun broer Jaap en alle andere onderduikers in ’t Hooge Nest op de hei van Naarden verraden zijn, bouwen de scènes zich in hoog tempo op.

Het boek is buitengewoon filmisch geschreven. Er zou van ’t Hooge Nest ook een film gemaakt moeten worden, voor zover daar nog geen plannen en voorbereidingen voor zijn. IJzingwekkend, ze blijven ijzingwekkend, de beelden die van Mengele worden opgeroepen, de engel des doods van Auschwitz, die met een onverschillig armgebaar, links of rechts, het lot van zijn uitgemergelde gevangenen bepaalde, de gaskamer of nog even niet. Uitstel van executie. Ook uit de biografie van Mengele en zijn naoorlogse jaren in Paraguay en Argentinië komt een verschrikkelijk sujet naar voren. Mengele een mens? Nee. Een dier dan? Ook niet. Ook zeker geen dier. Hooguit een voorwerp. Een gewetenloos gebruiksvoorwerp binnen het hellevuur van het nationaalsocialisme. Niet eens een onderontwikkeld gevoelsleven, helemaal geen gevoelsleven, nog geen bananenschil, net als alle misdadige , intrinsiek verdorven trawanten om hem heen. Iets van een gewetenloze narcistische sadistische persoonlijkheidsstoornis, al is dat misschien nog wel te vriendelijk. Ze lieten hun Joodse slachtoffers, de zigeuners en politieke gevangenen dagen- en nachtenlang naakt in de vrieskou staan. De geschoren hoofdhuid die ritmisch bewoog vanwege het ongedierte dat zich onder de huid had genesteld en zich er vermenigvuldigde. Jeuk, gekmakende jeuk. Honger en de hand zand die met de uitgeteerde arm als een staak niet eens meer naar de mond gebracht kon worden. Angst, vóór alles angst, angst die verlamde en de mens volledig buiten zichzelf deed treden. Levende geraamtes die gaandeweg elk vermogen tot denken verloren. Lijken die nog warm aanvoelden, ze werden hoog opgestapeld. Joodse kinderen die levend in een kuil met brandende benzine werden gegooid. En ondertussen de wilskracht van met name Jannie Brilleslijper. ‘Je kunt jezelf niet ontrouw worden. Wanneer er gevochten moet worden dan moet er ook maar gevochten worden.’ Het klinkt zo simpel, het klinkt zo eenvoudig, het klinkt zo logisch, maar is het dat ook? Welke bijzondere krachten komen in oorlogstijd naar boven? Non-fictie in barbaarse omstandigheden. ’t Hooge Nest werd één van de grootste joodse onderduikadressen van Nederland onder de neus van NSB-buren en met heel dichtbij hoge pieten van de nazi’s. Geen Auschwitz-Birkenau die talrijke jappenkampen op Java, ook al verbleef je óok in de jappenkampen om er uiteindelijk aan alle ontberingen en vernederingen dood te gaan. Maar er waren geen gaskamers. Ik kon ’t Hooge Nest van Roxane van Iperen niet lezen zonder ook geregeld een blik op de vredig slapende Ellen te werpen, mijn vrouw en onmisbare soulmate in alles wat ze voor mij heeft betekend en is blijven betekenen.

Ik herinner me van anderhalf jaar geleden dat ik een aantal vrienden en goeie bekenden vroeg een paar regeltjes te schrijven voor Ellen in verband met haar verjaardag. Zo ook gevraagd aan de voormalige directiesecretaresse van de hogeschool waar ik veertien jaar werkte. De vrouw deed graag mee maar waarom liet ik mijn verzoek vergezeld gaan van een paar regels over het jappenkamp van Ambarawa waar Ellen vermoedelijk haar strijdbare karakter aan overgehouden had. Ellen die al peuter ratten at. Daar had ik toch al eens eerder over geschreven en dat wist iedereen toch al? Ik moest zogezegd toch eens ophouden over het verleden. O ja? Hoezo? Waarom? Het krenkte. Vervolgens pochte de onbenul over het tweede lintje dat ze van de koning, de wie?, had ontvangen voor haar zegenende vrijwilligerswerk aan de luister- of fluisterlijn bij de politie van Breda, en zwetste ze over het bontjassenreservaat Knokke waar het aan een soufflé zo gezellig toeven was, en over een andere favoriete mondaine vakantiebestemming: Cannes met zijn rode fluwelen artiestenlopers aan de Middellandse Zee in Zuid-Frankrijk. Louter klatergoud. Bij Ellen thuis werd niet over de oorlog gesproken. In Nederland was het vele malen erger geweest, kregen ze te horen. In Indië hadden ze nog zon bij de oorlog. Dat scheelde een heel stuk. Misschien zou ik dit Brabantse lintjesschepsel vooral ook op ’t Hooge Nest en Roxane van Iperen moeten wijzen. Omwille van meer inlevingsvermogen. Moeten wijzen op de Kristallnacht die we terecht elk jaar begin november herdenken, 1400 synagogen werden in de as gelegd, Joodse winkels geplunderd. De prelude op nog veel erger. Nu zou ik de voormalige directiesecretaresse van de hogeschool bovendien hebben gewezen op de geringe interesse die koningin Wilhelmina toonde voor de Jodenvervolging, naderhand weer goed gepraat door koningshuisadepten maar zonder enige overtuiging.

Met enige aarzeling tik ik nu op dat ik het welvaartsgelamenteer over die twee stomme kerstdagen al weer op ons af zie komen, net als vorig jaar. Kunnen wij, vrije naoorlogse rijkeluiskinderen, vanwege die corona wel met de kerstdagen met z’n vele honderden, zo niet duizenden, tegelijk naar IKEA en de woonboulevards? Kunnen we met de kerstdagen wel vrij reizen? Of eerder dan die zwaar overdreven ver-idiotiseerde kerstdagen: wordt ons recht op privacy met het verplicht tonen van een vaccinatiebewijs tot op het werk toe, ja zelfs in de zorg, niet geschonden omdat de veiligheid en gezondheid belangrijker worden gevonden? En weer denk ik aan ’t Hooge Nest, en knuffel ik Ellen, met een schuin en verdrietig oog naar de stuntelige lintjesverzamelaarster bij de Bredase politie. Het geweeklaag over pasjes, QR-codes, mondkapjes, anderhalve meter, handen wassen, de noodzaak tot aanpassen, het laten varen van een beetje hebzucht, en wat al niet meer, kan weer losbranden. ’t Hooge Nest kan niet gelezen worden zonder voortdurend de vraag aan jezelf waar de hoofdrolspeelsters alle moed vandaan haalden, het doorzettingsvermogen ook, de trouw aan elkaar en aan zichzelf, het geloof dat het misschien ooit nog eens goed met ze zou aflopen, en ondertussen draait hier beneden het stemmige Morning has broken van Cat Stevens, zo-even voorafgegaan door Angel of the morning en From the underworld en A whiter shade of pale.

Het lezers oog valt op een weer eens finaal uit de hand gelopen ontgroening, in België ditmaal. De feuten moesten dierenvoedsel eten en in een bad met bloed liggen. Eén van de feuten bezweek aan de toch zo overheerlijk lijkende cocktail van drank, veel drank, nog meer drank, het gif voor een lastige cavia en een bad met bloed van een dolle stier uit het abattoir. Wanneer komt er nu eens een wettelijk verbod op deze naar fascisme en nazisme neigende ontgroeningspraktijken. De studentenverenigingen zouden verplicht boeken moeten lezen als die over Jaap Meijer, de vader van Ischa, en de overleving door Jaap Meijer van Bergen-Belsen. En over kampcommandant Josef Kramer, het Beest van Bergen-Belsen, een vóór de oorlog matig presterende en vreugdeloze boekhouder in München, die valse honden losliet op weerloze Joden en hele groepen uitgeteerden liet neerknielen aan de rand van massagraven voor hun executie. En ’t Hooge Nest met Janny en Lien, en met Anne Frank en haar zus Margot, en al die anderen in de geschiedschrijving van Roxane van Iperen.

Of zoals de Nederlandse strijdster van de Colombiaanse guerrillabeweging FARC, Tanja Nijmeijer, dezer dagen in een interview opmerkt: ‘Onze slachtoffers in Colombia werden pas naderhand mensen voor mij.’ Zodra het te laat was. Nijmeijer zegt nu, na vele jaren in de jungle, zich te realiseren hoe oorlog ook de levens dramatisch verwoest van de mensen die de oorlog wél overleven. Er komt volgende week een boek van haar uit, ‘Van guerrilla naar vredesproces’. Kopen die memoires. Oorlog doet veel met een mens. Over een paar dagen met Diana mee naar het Zeister kamp voor vluchtelingen uit Afghanistan om die vijfhonderd van huis en haard verdreven mensen namens de Stichting Afghanistan een feestelijke maaltijd voor te zetten. Of ik tevoren iets in die immense ruimte zou willen zeggen. Men zou een vertaalster regelen. Zit ’t Hooge Nest daarvoor niet al te veel in mijn hoofd? Zal ik het boek even heel terloops en zijdelings aanhalen, aanstippen liever, of maak ik de middag en avond dan te ernstig? Hoe vind ik tekstueel de bruggetjes? Moeilijk. Wat zeg je tegen opgejaagde mensen met het beeld nog steeds haarscherp voor ogen van de luchthaven van Kabul, dat vliegtuig, dat ene vliegtuig naar de menselijke vrijheid, en die radeloze Afghanen die zich vastklampten aan de romp. Hoe pak ik mijn opdracht de komende weken aan op het ROC in Utrecht waar een groepje leerlingen speciaal begeleid moet worden in de Nederlandse taal met vaker lezen en dan vooral ook het lezen van zinvolle dingen? Zal ik het erop wagen tegen de kerst, zeker niet eerder, met die leerlingen van velerlei pluimage een paar bladzijden te bespreken van ’t Hooge Nest? Of moet alles leuk zijn en is er geen ruimte voor bezinning en diepgang? Het is onvoorstelbaar hoeveel kracht mensen kunnen opbrengen als ze in Auschwitz en Bergen-Belsen dagelijks de dood diep in de ogen kijken. Mensen die nog maar 28 kilo wegen.

’t Hooge Nest is wellicht ook voor mij het indrukwekkendste boek van alle indrukwekkende boeken die ik over het Amsterdam van vlak voor de oorlog, de Jodenvervolging, het verzet, de gemene en lafhartige collaborateurs, de NSB, Westerbork, Auschwitz en Bergen-Belsen gelezen heb. Geregeld even het boek van bijna vierhonderd pagina’s moeten wegleggen. Maar daarna steeds weer teruggepakt. Zelfs vannacht om drie uur even het licht aangeknipt om weer verder te lezen. Als het naziregiem aan stuiptrekken begonnen is en de geallieerden oprukken stapelen zich in Bergen-Belsen de lijken op, elke ochtend driehonderd nieuwe. In het heidelandschap van de Lüneburgerheide verschijnen kuilen zo groot als zwembaden. Er viel niet meer tegenop te stoken. Anonieme graven. Maar een nalatenschap van duizenden, duizenden en nog eens duizenden doden voor eeuwig verbonden met het Lüneburger natuurgebied, zoals Van Iperen zo ontroerend mooi schrijft. Ze gebruikt geen pen maar een penseel en ze schildert de woorden op een doek. Bij de bevrijding van Bergen-Belsen troffen de geallieerden zestigduizend levende skeletten aan onder wie Janny en Lien en dertienduizend doden in al dan niet verregaande staat van ontbinding. Wist ik dit alles in 1970 en 1971 toen ik een paar keer op de Lüneburgerheide was voor mijn militaire dienstplicht? Seedorf en Hohne. En Celle. We speelden er oorlogje. Tegen het communisme. Dat was met de DDR van Walter Ulbricht niet eens zo ver weg. We dronken er de slechtste rum en liefst nog iets sterkers tegen de -16 graden ’s nachts. We sliepen er met 25 dienstplichtigen in een tent zonder kachel. Want de schaarse kachels waren voor de eenpersoons tenten van de officieren. Onze commandant Aspers probeerde er in een dronken bui een boom in de houding te zetten. De boom reageerde niet. We staken allemaal ons hoofd buiten de tent om het kolderieke schouwspel voor nooit meer te vergeten. Was ik me er destijds van bewust wat zich hier in de oorlog allemaal had afgespeeld? Nee. Voor nog geen fractie. Daar ging het in de lessen geschiedenis op de middelbare school niet over. Ik wist niet van Bergen-Belsen. En de vraag resteert: was dat maar beter ook of juist niet? Nee, het was niet beter, dat was het niet.

Vanaf januari 1945 stierven in Bergen-Belsen meer dan tweeduizend mensen per week. Het is duizelingwekkend. Niet te bevatten. Het verhaal van Ellen en haar moeder in Ambarawa kan niet vaak genoeg verteld en doorgegeven worden. Zo natuurlijk ook Auschwitz, Bergen-Belsen en al die andere nazikampen. Zeker in de tijd waarin we momenteel leven met haat en nijd, met verlies aan respect voor menselijke waardigheid en grenzeloze vernielzucht. De agressie en het redeloze belagen van nota bene hulpverleners. De weinig verheffende, onprofessionele, onparlementaire debat-erupties in de Tweede Kamer van schreeuwers die zelf nog nooit enige verantwoordelijkheid voor beleidsuitvoering hebben hoeven nemen. Het is maar goed ook. Al evenzeer lafhartige rechters in de Toeslagenaffaire die hun oren lieten hangen naar de zittende macht en de belastingdienst ten koste van ten onrechte tot fraudeurs bestempelde kansloze medeburgers. Het recht dat niet mocht zegevieren, het Nederland van nu. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Tunnelvisie noemen we dat tegenwoordig. Het gaat misschien wat ver maar toch zeg ik het: wie ’t Hooge Nest leest zal zich nog meer dan anders verbazen over het feit dat er nog mensen zijn die vandaag de dag nog steeds een vaccinatie als bescherming tegen Covid-19 weigeren. In de Duitse vernietigingskampen, maar ook die in de Archipel, deden de uitgehongerde slachtoffers er alles aan om onder de hygiënisch meest afschuwelijke omstandigheden te overleven. Uiteindelijk was het maar voor heel weinigen weggelegd.    

Janny en Lien overleefden de verschrikkingen. De zussen wisten dat ze in de vernietigingskampen dicht bij elkaar moesten blijven. Zou er één dood neervallen dan zou de ander spoedig volgen. Ze klampten zich aan elkaar vast. Het leven was er bij ze uit maar het hart tikte nog even door, heel zachtjes, onregelmatig. Lien vestigde zich in 1952 in de boeren- en arbeidersstaat DDR. Ze verloor er het Nederlanderschap mee. Toen ze in 1964 voor het huwelijk van haar nichtje naar Nederland kwam werd ze opgepakt door de vreemdelingenpolitie. Ze kwam wederom vast te zitten. Haar zus Janny was razend en trok alle registers open om Lien vrij te krijgen en te zorgen dat de verzetsheldin en Auschwitzoverlevende haar paspoort als Nederlandse terugkreeg. Wat na heel veel soebatten uiteindelijk lukte. Je leest zulke dingen met verbijstering. De Tweede Wereldoorlog was overgegaan in de Koude Oorlog, maar toch. Met leden van de voormalige NSB sprong Nederland zachtzinniger om. Janny bleef tot op hoge leeftijd betrokken bij het Auschwitz Comité , de Anne Frank Stichting en de Stichting 40-45.

Roxane van Iperen begint en eindigt haar boek met Dirk Witte (1885-1932). Dirk is gewoon een bediende in een houthandel in Zaandam. Maar hij is ook een muzikaal wonderkind. Buiten werktijd werkt Dirk aan Nederlandstalige liedjes. Hij trekt de stoute schoenen aan en klopt in het Concertgebouw in Amsterdam aan bij de kleedkamer van de beroemde Nederlandse conferencier en liedjeszanger Jean-Louis Pisuisse. Dirk Witte biedt met de pet in zijn hand de pionier van het cabaret, Pisuisse, zijn liedjes aan. Over een jongen en zijn liefde voor een meisje van de zangvereniging, onder andere. Het zet het leven van Dirk Witte finaal op zijn kop. Het komt zelfs zover dat Dirk op een sprookjesachtige plek in ’t Gooi een eigen huis laat bouwen: ’t Hooge Nest. Voor haar boek gaat Roxane van Iperen op zoek naar het graf van Dirk Witte en ze vindt het als het al begint te schemeren. Ze vertelt aan een verweerde en nagenoeg kale grafsteen over Janny en Lien en hun ouders en de familiegeschiedenis. Het boek eindigt zoals het begon bij Dirk Witte van wie het lied, ja door hem geschreven, en kan het toepasselijker?, ‘Mensch durf te leven’.

Het zelfbeschikkingsrecht van Lale Gül versus het vermeende van vaccinatieweigeraars

Op de kop af vijf jaar Ellen weer weg uit het verpleeghuis waar ze nooit de persoonlijke zorg zou kunnen krijgen (en ook een paar jaar miste) als thuis met Diana en Elly als wel heel duidelijk de uitschieters naar boven. Want eerlijk is eerlijk: we hadden hier met name via een bureau ook even een paar druiloren en poppenkastfiguren lopen. Die kwamen via de voordeur binnen en verdwenen weer gauw via de achterdeur de tuin door. Lof ook voor Trudy, Jacinta en Esmé. Maar bovenal lof voor de diehards Diana en Elly, en voor Ellen zelf natuurlijk. Zie de zorgzusters nog begin dit jaar met sneeuw en spekgladde binnenwegen zich hier met hun auto de straat in ploeteren. En ook de corona verhinderde de dames niet excellent werk af te leveren. Bloemen voor Ellen van Jan van Ewijk die zelf een tijdje opgenomen was geweest en in zijn geval in een volstrekt verkeerde cijferslotomgeving op grond van een te snel en dubieus genomen diagnose. Hij weet als geen ander hoe (terug bij) de eigen haard voelt. Als goud. Uitgaan van het verkeerde kortom en zie het dan maar eens terug te draaien, Jan weet daar alles van. De bureaucratie… De langs elkaar heen werkende instanties. De koppigheid van ambtenaren. Het naar elkaar afschuiven van verantwoordelijkheden. We zijn het in tal van segmenten van de Nederlandse maatschappij terug. Het zogenaamd niet-weten uit veiligheid. De excuus samenleving met de bekende krokodillentranen naderhand. Jan bedankt voor de bloemen en de lieve woorden naar Ellen. Ook Wil bedankt voor het al even schitterende boeket bloemen dat hier met een bestelbusje werd afgeleverd. En Diana bedankt voor de lekkernijen die ze op 1 november ter viering van het lustrum meebracht naar haar gebruikelijke dienst voor Ellen. Hoeveel keer zal Diana Ellen nu al persoonlijk hebben verzorgd? Minstens vijftienhonderd keer. Haar verjaardag viert ze zeer binnenkort met landgenoten in het Afghaanse vluchtelingenkamp in Zeist en met het uitserveren van een paar honderd maaltijden. Ik ga met haar mee. Kan me er nu al op verheugen, dit moet een enorme belevenis worden. Felicitaties voor de doorzetter Ellen bovendien uit Valkenburg en Leeuwarden. En van de huisarts in de vorm van een nieuwe griepprik. Ondertussen kijken we of er nog mondkapjes zijn overgebleven van de vorige keer. En verbazen we ons over de televisiejournalistiek die willekeurige voorbijgangers op straathoeken vraagt wat ze vinden van het weer aantrekken van de teugels met steeds meer corona besmettingen. Tal van ondervraagden zouden in eigen ogen een veel betere premier en minister van volksgezondheid zijn en mogen voor de camera maar een end weg wauwelen. En die eigenaresse van een sportschool die zwaar tegen aanscherping is omdat ze vreest klanten te verliezen. Een argument van de eigen portemonnee waaraan de gezondheidsrisico’s inderdaad maar beter onderschikt zouden moeten zijn. Raar eigenlijk dat Rutte en De Jonge niet voor Gods water en Gods akker zijn. Heel vreemd…. Het kabinet vervalt in oude fouten, kopte NRC afgelopen weekend. Voor de bevolking geldt dat natuurlijk niet, zeggen we maar een beetje cynisch. Het recht op zelfbeschikking is een groot goed. Daar moeten we zuinig op zijn. Maar de tegenstanders van een Covid-19 vaccinatie misbruiken het recht op zelfbeschikking ten koste van medeburgers. Zo anders dan de schrijfster Lale Gül bijvoorbeeld die koos voor zelfbeschikking. Ze was daarmee geen gezondheidsrisico voor anderen. Ze wilde haar eigen leven zelf uitstippelen. Ze werd een risico voor zichzelf. Ze verdient de NS-publieksprijs. Lees maar.

Mag je haar geruchtmakende autobiografische debuut als auteur vergelijken met Frankrijks Emile Zola? Verguisd als hij óók werd door een deel van de bevolking, schreef hij in 1898 het kortom lang niet door iedereen bewierookte J’accuse naar aanleiding van het omstreden politieke Dreyfus-proces. Ik las dat een recensente die jarenlang in Jordanië woonde de vergelijking van Lale Gül met Emile Zola een belediging vond voor de schone letteren. De schone letteren? Hoezo? Waarom een belediging? Wordt kaas ook pas gewaardeerd zodra die van jong naar belegen en vervolgens oud springt? Misschien wel ja. Stak er over Zola destijds in Frankrijk niet een even hevige storm op als ruim 125 jaar later over de Amsterdamse Lale Gül? Heftiger nog wel. Zou er met wat zij schreef thematisch niets nieuws onder de zon zijn? Dat mogen wij ons dan aantrekken, inclusief de recensente, niet de Nederlandse Turkse of Turkse Nederlandse. Hoezo moet literatuur voldoen aan de eis van een nieuw thema of iets dergelijks? Flauwekul. Lale Gül in verband brengen met Reve en Wolkers zou een belediging zijn voor die twee? En mocht je haar ook niet in één adem noemen met de rebelse Jan Cremer. Maar hoe werd hun werk aanvankelijk wel niet ontvangen. Wie Wolkers las was in mijn tienerjaren een viespeuk, ik weet het uit eigen ervaring. Wolkers las ik thuis bij mijn ouders in het geniep. Wolkers werd afgeschilderd als een ranzige oversekste man die maar niet volwassen kon worden. Een zolderkameridioot uit Oegstgeest. Turks fruit, Terug naar Oegstgeest, Kort Amerikaans – ze werden niet meteen in de eregalerij gezet. Ze werden op de hbs ook afgekeurd voor de boekenlijst. Wolkers begon niet als grootheid, hij werd het pas veel later, gaandeweg. Net als Reve. Ik ben het er absoluut niet mee eens dat de afvallige moslima Lale Gül een karikatuur maakte van het streng-islamitische gezin waarin ze opgroeide. Je kunt iets niet een karikatuur vinden als je tegelijkertijd in je recensie schrijft dat er thematisch niets nieuws onder de zon is. Net zomin als Wolkers en vele anderen dat deden over hun gereformeerde opvoeding. Ook die liet wonden na. En de auteurs maakten er geen karikatuur van. Ze kwamen stuk voor stuk ook in hun boeken op voor hun eigen rechten en hun eigen ontwikkeling als zelfstandig denkend persoon. Zoals ook menig songwriter bekend is met knuppels en hoenderhokken. Nee, ‘Ik wil leven’ is niet koren op de molen voor atheïstisch links, en over extreemrechts wil ik het helemaal niet hebben. Niet eens nee. Boeken zijn er om iets los te maken bij de lezer. Er moet een spanningsboog in zitten. Een schrijver dient te raken. De controversiële Lale Gül met haar geheel eigen stijl had de moed de lezer te raken. Ze scheerde bewust langs de afgrond: bitter, geestig, ongegeneerd. Ze verzamelde er heel veel moed voor. Afgezien van succes leverde dat haar ook veel bedreigingen en scheldpartijen op. Ze betaalde een nog hogere prijs, ze werd geëxcommuniceerd, ze werd uit de eigen kring verstoten.

In het steeds meer ongeletterde Nederland zijn ze er gelukkig nog, de boekenlezers. Jazeker, ze zijn nog niet uitgestorven. IKEA verkoopt nog boekenkasten van spaanplaat. We staan aan de vooravond van de uitreiking van de NS-publieksprijs. Niet zo maar een prijs. Margriet v.d. Linden maakt de winnaar of winnares bekend, en ook Margriet niet zo maar iemand. We hebben dit jaar met Lale Gül een wel zeer bijzondere schrijfster in het rijtje genomineerden staan. Ze schreef niet alleen een in meerdere opzichten heel intiem boek, het boek is ook duidelijk als feitenrelaas. Als eyeopener vooral ook. Want met de tekst mag er dan volgens de critici niets nieuws onder de zon zijn, het religieus conservatisme beschadigt en maakt geestelijk nog steeds zijn slachtoffers. Lale Gül verloor met haar controversiële openhartigheid haar familie. En ze vermoedt dat het nooit meer goed komt. Ze verbrak, zoals ze dat zelf voelde, de ketenen. Ze werd bedreigd. Ze moest onderduiken. Veel hulp daarbij kreeg ze van Amsterdams burgemeester Femke Halsema persoonlijk. Die sprong voor de jonge schrijfster uit West in de bres. Moet je het boek van a tot z gelezen hebben om op Lale Gül te stemmen voor de NS-publieksprijs? Ik denk het niet. Gül wilde leven toen ze in de pubertijd kwam. Ze wilde leven als een in alle opzichten gezonde jonge vrouw met nieuwsgierige behoeften, en met erotiek, zoals ook jongens dat mochten en konden. Waarom jongens wel vrij in hun doen en laten en zij niet! We wilde geen broedkip worden, zoals ze schreef. En ook geen kamerplant. Ze wilde avontuur. Ze wilde sensualiteit. Ze keek om zich heen en werd dwars. Waarom heb ik verdorie geen piemel, vraagt Gül zich herhaaldelijk in haar boek af. En ook: wat heb ik misdaan om als meisje ter wereld te komen! Ze was het stiekeme gedoe zat om leuke vriendjes te ontmoeten of om naar een film te gaan. Het haatte het door haar broer als cipier naar haar bijbaantje aan de kassa bij Albert Heijn te worden gebracht en er weer te worden opgehaald ’s avonds na sluitingstijd. Ze voelde zich betutteld en onvrij. De kooi. Lale Gül is soms ook grof in de mond in haar boek. Nou en? Wat blijven we toch een stel hypocriete moralisten. Gül toont zich in heel haar verlangens en kwetsbaarheid. Haar vriendje hield ze meer dan een jaar lang voor haar familie verborgen. Stilletjes treinde ze naar het Haagse Laakkwartier. Nagellak en lippenstift verborg ze. Het boek is zó oprecht en lijkt ook zó authentiek. De pijn zit zo diep dat ze het telkenmale heeft over haar verwekkers in plaats van over haar ouders. En zou ze bij God in een goed blaadje komen te staan als zij een ongelukkig leven bleef leiden? Haar hersens maakten overuren. 

Ik weet zeker dat het boek van Lale Gül mijn lieve Ellen nog meer in het lezershart en onderwijzeressenhart zou raken dan het mij al deed. Ellen werkte jarenlang aan de Marco Pololaan op het Utrechtse Kanaleneiland op wat wij toen nog zonder stokslagen een zwarte school noemden. Ellen verzette zich tegen de achterstelling van dochters ten opzichte van zonen onder het mom van Gods wil en het geloof. Ze probeerde maar al te vaak de ouders van haar kleuters en van haar oudere leerlingen te overreden tot gelijke kansen voor jongens én meisjes en ook hetzelfde respect naar meisjes toe als naar jongens. De NS Publieksprijs wordt, als ik het goed heb, 17 november uitgereikt. Er kan nog altijd worden gestemd. Met mijn niet uit te roeien engagement en alles wat ik in onze huidige maatschappij om me heen zie gebeuren, is er onder de genomineerden, mijns inziens, geen betere en meer op de huidige tijd toegesneden kandidaat dan de montere Turkse die in Amsterdam-West opgroeide en niet alles voor zoete koek wilde slikken. Muziek mocht van thuis niet, verzucht ze. Daten was verboden. Het hebben van vrienden van het andere geslacht was onwettig. Je leuk kleden en opmaken was vies en immoreel. Maar Gül wilde zelf haar keuzes maken en niet een leven opgedrongen krijgen. IK WIL LEVEN werd dan ook de titel van het boek van de jonge vrouw die niet uit de plaatselijke bibliotheek was weg te slaan en die Nederlands aan de Vrije Universiteit ging studeren. Ze vree met de zoon van een donateur van de PVV uit Den Haag. Die kerel schrok aanvankelijk. Maar niet voor lang. Die PVV-vader was er kapot van toen de verkering van zijn zoon met Lale op een gegeven moment uit raakte. Het kan verkeren. Welnu, zonet gestemd en het kan nog. Het kan nog op www.NS-publieksprijs.nl

Heel mooi was wat medegenomineerde Johan Derksen afgelopen vrijdagavond op tv zei. Derksen hoopte dat hij niet zou winnen. En al helemaal niet die glibber familie van de Meilandjes. En ook anderen niet. Geen Hendrik Groen. Maar zeker hijzelf ook niet. Derksen had al op Gül gestemd. Net als wij. Gek eigenlijk maar bij veel gebeurtenissen gaan de gedachten terug naar enkele jaren geleden, of langer nog. Ooit liet ik me als hogeschooldocent strikken om op zondagen vrijwillig les te geven aan jonge kinderen van tussen de acht en elf uit de achterstandswijken van Tilburg-Noord met zo’n kolossaal flatgebouw als de Sibelius met 25 nationaliteiten. Daar verbleven we eens met een groep derdejaars studenten voor een boekwerkje waarvan Ellen tot de eindredactie behoorde. Ze had toen al de ziekte van Parkinson en LB. Dapper las ze thuis, ook voor haar eigen brein, de teksten van de studenten. Met de kinderen van de weekendschool speelden we de journalistiek na. Iedereen moest goed opletten en wie dat niet deed en een beetje lawaai zat te produceren die werd zijn bekertje limonade afgepakt. Zo’n beetje de ergste waarschuwing die we konden bedenken. Vertelde ik mijn vijftig deelnemertjes aan de weekendschool over de vuurwerkdode in Nieuwegein rond de eeuwwisseling. Hoofd weg. De kinderen luisterden met open mond en hun donkere kijkers glansden van nieuwsgierigheid. Vertel meester, vertel! Een jaar na het drama, met de kerstdagen en een nieuwe jaarwisseling op de stoep, zo vertelde ik de kinderen, mocht ik de vrouw van de overleden vuurwerkafsteker bij haar thuis interviewen en ze was intussen bevallen van een baby die in de box lag te spartelen.

Wat zouden mijn leerlingen van tussen de acht en elf aan die mevrouw hebben gevraagd als niet ik maar zij haar hadden mogen interviewen. Het waren allemaal jongens die hun hand meteen opstaken. Rumoer. Macho’s. Suriname, de Antillen, Marokko, Kaapverdië, Somalië, ik had de halve wereld met een bekertje limonade voor mijn neus staan. Ho ho ho, niet allemaal tegelijk, niet door mekaar schreeuwen, het is hier een hogeschool hoor, en niet morsen met die bekertjes! Ze zouden die mevrouw vragen hoe duur het vuurwerk was geweest dat tot de dood van haar man had geleid. En waar haar man dat vuurwerk had gekocht. En hoeveel. En of hij het met de auto was gaan kopen of op de fiets. De meisjes bleven stil. Die hoorde je niet. Alhoewel, ik hoorde ze denken: wel een piemel maar geen verstand. Bij een pilaar zat een heel frêle donker poppetje te popelen om iets te zeggen maar ze durfde niet. Ze was nerveus. Toen ik haar aankeek, keek ze geschrokken weg. Wie was zij? Ze wilde dierenarts worden, had ze tijdens de rondvraag verlegen gefluisterd. Haar ouders kwamen uit Angola. Burgeroorlog en gevlucht voor de massale slachtpartijen, dacht ik nog. Het meisje was negen. Wat zou zij de vrouw van de overleden vuurwerkafsteker hebben gevraagd? Ze keek schichtig om zich heen. Nou? Weer fluisterde ze. ‘Meneer, ik zou hebben gevraagd hoe die mevrouw het haar kindje ging vertellen wat er met haar vader was gebeurd.’ Pas negen! Ik stond versteld. Ik geloof dat ik ging applaudisseren. Daar had ik toen letterlijk een handje van bij fantastische antwoorden. En ja? Nog meer? Je kon een speld horen vallen. Het meisje kreeg een heel klein beetje zelfvertrouwen. ‘Wanneer zou die mevrouw het haar kindje vertellen, hoe oud moest het kindje dan zijn?’ Naderhand kwam ik het meisje met Angolese ouders op de gang tegen. ‘Meneer, ik wil geen dierenarts meer worden, ik wil journalist worden.’ Zo ontwapenend. ‘Ja, zei ik toen, jij moet journalist worden en ze zouden je hier op de hogeschool eigenlijk nu al moeten inschrijven, maar je moet nog even geduld hebben. ‘Ze knikte en huppelde opgewekt weg alsof ze achter een knikker aan liep.

Bij Lale Gül moest ik onwillekeurig terugdenken aan de weekendschool in Tilburg. Nooit tijdens de les bij een meisje haar bekertje limonade hoeven afpakken. Bij de jongens wel een keer of acht, per lesochtend. Bij Lale Gül ook moeten denken aan het boek over de bevoorrechte meisjes in Afghanistan die tot hun pubertijd voor jongen mogen doorgaan. Meisjes als stille wateren met diepe gronden. Alle aandacht naar de jongens. Zonder de bedoeling te hebben al te zeer te generaliseren. Bij Lale Gül in haar familiekring mochten de jongens gemakkelijk voor hun seksualiteit uitkomen. Het werd zelfs aangemoedigd. Zij daarentegen moest maar aan één ding denken en er ook naar handelen: deugdzaamheid. Niets nieuws onder de zon? Het maakt haar er niet minder om de NS-publieksprijs te ontvangen. De titel van haar debuut dekte de lading volledig. Ze koos tegen de stroom in voor het zelfbeschikkingsrecht, anders dan de tegenstanders van vaccinatie vanwege Covid-19. Geen egoïsme versus egoïsme. De vaccinatieweigeraars leggen het begrip zelfbeschikking schandalig verkeerd uit. Of zoals een zorghotel dat eens deed. Zelf was ik even op verkenning naar Brussel omdat ik daar voor een workshop was gevraagd. Het gasthotel had Ellen op bed achtergelaten zonder de houten zijkantbescherming omhoog te doen. Ellen kon dus uit bed vallen en zou dat waarschijnlijk niet overleven. Gevraagd naar het waarom. De regels. Het protocol. Het zelfbeschikkingsrecht van Ellen. Haar privacy. Die ging voor haar veiligheid. Daar heb je veel aan, aan die privacy, aan dat zelfbeschikkingsrecht, als je dood op de grond ligt.

****

Hallo Johan, uiteraard op Lale Gül gestemd, wat denk je wát! Al lang voordat Derksen dat verkondigde. Ik vrees dat die Meiland wint. Groet aan allen in ons vriendenclubje. En Ellen vijf jaar thuis verzorgd, dat verdiende een felicitatie met digitale kus voor haar en een bos bloemen natuurlijk. Jan van Ewijk.

Johan en Ellen, ook ik heb op ‘Ik wil leven’ gestemd voor de NS-Publieksprijs. Ik zie jullie op de borrel in verband met het bijzondere feit dat Ellen nu alweer vijf jaar volledig terug is thuis. Charles.

Op deze aflevering van de serie blogs (welke de 260 voorbij is) komen meer reacties binnen van Gül-stemmers. Annelies uit de Spaarndammerbuurt in Amsterdam bijvoorbeeld en collega Annet van der Sloot bij het voormalige Parool Sport.

Bloemen voor Ellen. Zo-even afgeleverd door onze bloemist en meteen op de foto gezet: het boeket van Wietske en John uit Leeuwarden. Veel reacties op Ellen nu vijf jaar weer fulltime thuis. Over enkele dagen de bescheiden receptie in kleine kring. Laten we het woord ‘receptie’ eigenlijk maar tussen aanhalingstekens plaatsen, het is gewoon even het glas heffen met de harde kern. En een kop Javaanse pindasoep.
Carpe diem, en ook Wil Ketz bedankt voor alle attenties. En Wil bovendien gecondoleerd met het overlijden van haar ex-man voor wie ze de laatste jaren nog herhaaldelijk in de bres sprong.


De stalen zenuwen van een mantelzorger die van het horloge en de vaccinatieplicht is

Niet gelovig, maar toch. Onze gebeden werden verhoord. Telkens opnieuw samen ontwaken. Aan de zorg in zowel het verpleeghuis als thuis onverminderd hoge eisen gesteld. Daarmee niet altijd vrienden gemaakt of behouden. Het was de prijs die we vooraf met onszelf overeen kwamen. Een mantelzorger kan niet schipperen. Moet dat ook niet willen. Die moet ook niet het gevoel hebben met ongewenste bemoeizuchtige indringers in het eigen privédomein te maken te hebben. De grootst mogelijke lof voor Diana en Elly. Zorg uit het boekje. Ze hebben inzicht. Psychologisch inzicht. Twee op wie je als mantelzorger blind kunt varen. Ze verstaan de levenskunst. Wat dat niet zo geweest dan was de mantelzorg voor Ellen verworden tot de acrobatiek van een koorddanser zonder vangnet.

De Panne aan de zuidkust van België op een paar kilometer van Duiskerken in Frankrijk. Altijd ook in gezelschap van Diana. Ze loopt als een rode draad door de vijf jaar dat Ellen nu weer fulltime thuis is. Cajou en De Panne. Elke zaterdag markt in De Panne. Home Instead informeerde in 2017 heel voorzichtig of het niet beter was de verzorgenden af te wisselen naar De Panne. Waarom in godsnaam? Voor de onderlinge sfeer. De onderlinge sfeer? Wij bepaalden wie meeging naar zee in België en dat kon er maar één zijn. Ze hadden het maar te slikken. Mantelzorg komt zeker ook aan op duidelijkheid en stabiliteit.

Om maar weer eens aan te geven hoe mager het niveau van de Nederlandse televisie is. Dat dagelijkse tenenkrommend kletsmajoor programma Goede Morgen Nederland praatte over de toename van het aantal gevallen van corona en over hoe erg die hausse aan nieuwe besmettingen wel niet is voor de Nederlandse bevolking. De presentatrice wist wel een voorbeeld te noemen en ging van de overvolle ic’s in één moeite door naar de Toppers waarvan het optreden in Ahoy in Rotterdam door alle weer opgedoken onzekerheden niet doorgaat. Liet van schrik de strijkbout vallen. Een gloednieuw stoomstrijkijzer, net van de Blokker, de oude met kalkaanslag verzopen in een plons schoonmaakazijn, alle stoppen in de meterkast sloegen door. Geen Toppers, ai, ai, ai. De gasten van de kleuterpraat Goede Morgen Nederland zaten er bedrukt bij alsof zij hun laatste oortje met de Toppers hadden versnoept. Het is inderdaad zo ongeveer het allerergste van het allerergste dat ons met die corona kan overkomen: het optreden van de Toppers geannuleerd omdat onzekerheden over herinvoering van de mondkapjes en de anderhalve meter de voorbereidingen in Rotterdam in de weg zaten. Ook overal in het buitenland moet men over de Toppers de handen voor de ogen geslagen hebben. En ondertussen vallen ook nog eens de herfstbladeren van de bomen. Ook dat nog. En lacht die halvegare Gordon ons vanuit Dubai uit in zijn zwembroek. Het is echt ongelofelijk. De ernst van Covid-19 kan het best worden uitgedrukt met de Toppers en Ahoy. Vroeger zou je er in de journalistiek voor ontslagen worden. Maar ik hoor het de meisjes van Goede Morgen Nederland al roepen: wij bedrijven geen journalistiek, wij wauwelen gewoon een eind voor het vaderland weg en kiezen onze gasten van VVD en CDA zó uit dat er lekker met ons wordt mee gekeuveld. Over André Hazes junior bijvoorbeeld en of die na Spanje nu eens eindelijk over zichzelf de mensheid duidelijkheid wil verschaffen. Die wurggreep waarin Dré en zijn moeder ons houden!

Tegelijkertijd vinden we met Covid-19, daarmee wel, dat privacy boven veiligheid en gezondheid gaat. We staan de ontnuchterde Dré (met capuchon) massaal op Schiphol op te wachten. Privacy als het ons uitkomt. Hoe principieel zijn de weigeraars van een vaccin tegen Covid-19 eigenlijk. Heel principieel. In de Amerikaanse staat North Carolina krijgen de principiële weigeraars een cadeaubon van 25 dollar als ze zich ondanks hun principes toch laten vaccineren. Het loopt storm. De verleiding en God leggen het af tegen de dollar. Mensen zijn bereid aan de gezondheid van zichzelf en die van anderen te denken, en daar ook naar te handelen, als je maar betaalt. Een gedragswetenschapper maakte op de radio een paar interessante opmerkingen. Het is heel normaal dat een kind van vijf overal nee tegen zegt. Het zou zorgwekkend zijn als dat niet zo was. Tegenwoordig zeggen er ook heel veel van veertig en vijftig overal stante pede nee tegen. En dat daarentegen hoort niét bij de leeftijd. Zeg je tegen die lui dat ze zich niet mogen laten vaccineren dan zitten ze meteen op de kast. Zeg je dat ze zich wél moeten vaccineren dan eveneens op de kast. De wetenschapper was er voor zichzelf nog niet helemaal uit hoe dat nou kwam, maar hij vond het wel zielig allemaal, een zorgwekkende Wilders- en Baudet -ontwikkeling, en hij vond ook dat we nu eens moesten ophouden in Nederland met zwalken
onder het mom van ieder zijn meug. In een verpleeghuis in Hilversum kwam vorige week van buiten het virus binnen. In een mum van tijd tien bewoners besmet en al even rap drie van die tien overleden aan corona. Voorzitter Ernst Kuipers van het landelijk netwerk voor de acute zorg in Nederland, niet zo maar iemand, wist deze week te melden dat iedereen die zich niet heeft gevaccineerd vroeg of laat in behoorlijke mate corona krijgt. Laat zulke domoren maar eens los op de zorg, het onderwijs en andere sectoren die we als essentieel mochten ervaren.

Maar terug naar de tv. Hoe komt het toch dat Goede Morgen Nederland niet of nauwelijks het niveau ontstijgt van tweedejaars hbo School voor de Journalistiek? Hoef je dan een vak totaal niet te beheersen? Zijn kennis van het onderwerp en interviewtechniek dan niet meer belangrijk? Volstaat lucht verplaatsen tussen de reclameboodschappen? Worden die meisjes van WNL wel eens geëvalueerd en zo ja door wie? Hun opa’s en oma’s? Tegenwoordig heb je er al gauw een stuk of zes. Serieuzere zaken nu. Op nog slechts een paar dagen na is Ellen alweer vijf jaar fulltime thuis. Van elkaar gescheiden woonplekken, dat verdroegen we niet. Nooit niet eigenlijk, maar een poos moesten we wel. Het werk. Het pensioen. Maar zo wilden we niet leven. Bovendien rommelden veel zorgzusters in het verpleeghuis zich net als de presentatrices van Goede Morgen Nederland dagelijks naar het einde van hun werktijd. En uit privacy oogpunt mochten huurlingen niet eens weten aan welke vorm van Alzheimer of wat dan ook een bewoner leed. Maar wel die bewoner verzorgen. Het was een grabbelton. Hoe kon Ellen nu in leven blijven met dames van een uitzendbureau die elkaar afwisselden alsof het een onderbroek betrof. We waren de wantoestanden zat. En die hadden heus niet allemaal alleen maar met de bezuinigingen te maken. Maar ook met arbeidsethos en zo. Met psychologie. Met levenservaring. Het had bovendien te maken met leidinggeven. Dat ontbrak er maar al te vaak aan in het verpleeghuis, het geven van leiding. Elkaar de hand boven het hoofd houden. De ene dienst de andere waard. Zelfsturende teams, jezelf aansturen, hoe had ik het in de journalistiek ooit zo ver kunnen schoppen zonder leermeesters die streng doch rechtvaardig waren! Niks louter hardwerkende meisjes en een verdwaalde jongen in de verpleegzorg. We konden lang genoeg in de keuken kijken om dat tegen te spreken.

Op nog slechts enkele dagen na is Ellen alweer vijf jaar fulltime thuis. Zie dat beeld van 1 november 2016 haarscherp voor me van de schuifpui van De Ingelanden die voor de laatste keer voor ons open zoefde en Ellen die met haar toilettasje op schoot in de rolstoel naar de grootste metgezel in het gehele ziekteproces gereden werd: de zwarte Skoda Fabia met het onweerstaanbaar sexy witte dakje. Over de Fabia kon een boek geschreven worden en dat gebeurde dan ook. Het geheim van de Fabia met altijd pen en papier op het dashboard. Gelukkig is de auto in de familie gebleven. Gelukkig? Nee, vanzelfsprekend! Diana rijdt er in rond en wij een witte Rapid. Dat Ellen weer vijf jaar volledig thuis woont hebben we niet te danken aan het bureau uit Zeist (strijkstok, blijft veel geld aan hangen) dat we aanvankelijk voor zorgpersoneel inhuurden. Er was altijd wel wat. Te laat komen omdat men de weg niet kon vinden. Dat soort flauwekul. Het kwam meer dan eens voor. Files op plekken waar nog nooit van z’n leven een file had gestaan omdat het eenvoudigweg niet kon. Of de buschauffeur de schuld geven omdat die niet hard genoeg reed. En de zieke Ellen maar liggen wachten.

Herinneringen aan het verpleeghuis en het zorgbureau uit Zeist kwamen afgelopen week weer boven drijven. Net een pan soep waarin je staat te roeren en die zichtbaar maakt wat naar de bodem was weggezakt. Hoe afhankelijk ben je wel niet van het zorgpersoneel als patiënte parkinson en haar mantelzorger. Hoeveel moet je wel niet wegslikken. We hadden hier eens namens het bureau Home Instead een voormalige bibliothecaresse die meer geïnteresseerd was in onze boekenkasten, en daar ook ongevraagd haar gemak voor nam, dan dat ze geïnteresseerd was in Ellen. Die ging boven met een boek op bed zitten lezen. We hadden eens iemand met een bipolaire stoornis die door Ellen werd verzorgd in plaats van andersom. Een Surinaamse hadden we uit de suikerrietcultuur die niet mocht bukken want anders liet haar oog los. ‘U mag niet bukken mevrouw? Waar ziet U mij voor aan?’ Als mantelzorger moet je op zijn minst over stalen zenuwen beschikken. De meeste mensen deugen, schrijft Rutger Bregman in zijn gelijknamige bestseller. Het is maar wat je onder deugen verstaat. Of beter: wat je eronder wílt verstaan. Als je de fiscus tilt, deug je niet, als je de fiscus misleidt, deug je wel, zou onze minister van financiën zeggen. Of rechters die in de Toeslagenaffaire niet het recht lieten zegevieren maar de belastingdienst. Ach ja, ook rechters hebben hun zwakheden. Arme ouders, arme kinderen, het zijn er meer dan duizend geweest die met een onbeholpen en geblinddoekte magistraat te maken kregen.

Deze week een verzorgende van Ellen de wacht aangezegd omdat ze te laat kwam en doodleuk zei dat in haar verpleeghuis het onderling voor de gezelligheid zo was geregeld dat te laat komen niet erg was als dat maar bij tien minuten bleef. De lezer kan dit natuurlijk nog steeds volgen. Maar de mantelzorger niet. Die kijkt naar zijn vrouw en ziet haar wachten en wachten om gewassen te worden. Een passage uit de afscheidsbrief aan de verzorgende: ‘Op tijd zijn is geen recht maar een plicht. En ik heb alle recht je aan te spreken op te laat komen. Dan ga je niet boos hier de sfeer lopen bederven. Ik krijg bovendien de indruk dat je ondanks mijn aandringen nog steeds half gevaccineerd bent en niet helemaal. De keren dat ik erover begon, liet je in elk geval steeds weten het bij een eerste prik gelaten te hebben. Ook dat vind ik in jouw functie niet langer acceptabel getuige het trieste feit dat we de corona weer in alle hevigheid de kop op steekt. Sterker nog: we zitten in de vierde golf. De berichten hieromtrent dienen wij serieus te nemen. Acht van de tien corona patiënten op de overvolle ic’s zijn ongevaccineerd of maar half. Ik probeer zelfs voor Ellen en mij een aanvullende derde prik te regelen. Elly is er ook al mee bezig. Volledig vaccineren dus. Je hersens gebruiken. Niet egoïstisch zijn. Je verantwoordelijkheid nemen. Een verantwoordelijkheid jegens mijn dierbare en onvervangbare vrouw. Maar ook collegiaal richting Diana en Elly en Esmé en hun familie met kinderen en kleinkinderen, hun vrienden, kennissen, enzovoorts. En voorts ook een verantwoordelijkheid jegens de bewoners van het verpleeghuis waar je werkt. En ik weet niet of je met niet volledig vaccineren vertrouwt op God, je schermt nu eenmaal steeds met God, of een ander bovenaards wezen, maar ik zou maar meer luisteren naar de medische wetenschap. Daar zijn ze nu in Staphorst en de rest van de Biblebelt ook achter gekomen. Ze hadden het met polio al kunnen weten. Wees blij dat er een corona vaccin is! We lopen inmiddels alweer voor ziekenhuisbedden te leuren in Duitsland. Uitgestelde operaties die al eens uitgesteld waren. Wanhopige kankerpatiënten. Ik zie je gedrag zo: wél van de mensen die zich lieten prikken naastenliefde ontvangen maar geen naastenliefde teruggeven. Als goed burger zou je je voor honderd procent moeten laten vaccineren. Pas geleden werd één oud-collega terecht geweerd van de reünie van mijn vroegere krant Het Parool. Iemand die zich willens en wetens niet had laten vaccineren en dat bleef weigeren. Waarom werd die persoon niet tot de reünie toegelaten? Simpel: omdat ze werd beschouwd als een potentieel gevaar voor alle anderen die in de risicogroep zitten qua leeftijd en gezondheid en die wel hun hersens gebruiken. Die verantwoordelijkheid zou jij ook moeten dragen, je kunt corona in het verpleeghuis oplopen en zonder dat je het weet doorbrengen naar hier. Ik ben wat dat betreft voor een algehele vaccinatieplicht.’ Einde brieffragment.

We zouden in Nederland veel strenger moeten worden. Meer duidelijkheid ook. Minder tegenspraak dulden. Minder zweven. We zouden het begrip privacy eens moeten wegen. We zouden veel zuiverder moeten omgaan met het begrip liberaal. Liberaal oké maar niet ten koste van de volksgezondheid. Die vierde coronagolf heeft een oorzaak. Nu moeten ook nog eens de Toppers het ontgelden. Het is fijn dat Goede Morgen Nederland ons daar even op wees. Hoe kun je nou in de zorg werkzaam zijn met uiterst kwetsbare mensen en weigeren je te laten vaccineren? Dat zou verboden moeten worden in het belang van mensen die niet meer voor zichzelf kunnen opkomen en zwaar afhankelijk zijn van hulp en gezond verstand. Een mantelzorger moet over stalen zenuwen beschikken, en nog veel meer. Maar goed dat Diana en Elly ons door depressies heen slepen. Over North Carolina bijvoorbeeld waar alle principes tegen vaccinatie overboord gaan voor een cadeaubon. Al eens werd een boek over het door ziekte gekapseisde bestaan van ons opgedragen aan de moeder van Ellen. Het jappenkamp, de overleving onder mensonterende omstandigheden. Ellen en haar moeder aten zelfs ratten om iets in hun maag te hebben. Een ander boek werd opgedragen aan mijn vader. Was mantelzorger toen dat woord nog niet eens bestond. Mantelzorger avant la lettre. De genen. Dat Ellen na vijf jaar nog altijd leeft dankt ze aan de volledige terugkeer in de thuissituatie met uitgesproken persoonlijke zorg, zorg uit het boekje. De sobere viering van vijf jaar dragen we op aan de verzorgenden van het eerste uur, Diana en Elly. Altijd op tijd die twee, allebei 2x Pfizer, zonder eerst gepaaid te hoeven zijn met een cadeaubon. Nooit zemelen ze over God. Daar zijn ze te nuchter voor. Te verstandig misschien wel. Sprookjes delen ze met hun kleinkind. Allebei vieren ook zij een lustrum op 1 november, hun lustrum bij ons thuis.

Aan de zorg voor Ellen van meet af aan zeer hoge eisen gesteld en daarom niet iedereen te vriend kunnen houden.

Brandende liefde aan de boulevard van Vlissingen waar een aanvankelijk heel goed zorghotel zat maar waar de bezuinigingen op de zorg helaas ook hun tol eisten. Wat dat betreft veel afbraak in de zorg in tien jaar Mark Rutte.

Waar de boekenreeks mee begon, even afgezien van ‘Mam kijk naar de sterren’. Schrijven. Niet om het hoofd leeg te maken. Dat bleef vol. Maar schrijven om rust te vinden en de tegenslagen verder aan te kunnen. Schrijven om troost te vinden bij pen en papier. Nooit kunnen denken dat het boek de literatuurlijst van de Alzheimer stichting zou bereiken. En evenmin dat de gehele oplage door de zorgkoepel Action Continu zou worden opgekocht voor het voltallige personeel in hun kerstpakket.



 

Parool-Sport was inderdaad die goeie ouwe tijd en excuses zijn hier wel op zijn plaats

Kijk met veel genoegen, maar toch ook wel met een tikkeltje schaamte terug op de reünie van de vroegere roemruchte sportredactie van Het Parool. Het moet minstens 45 jaar geleden zijn geweest dat de meesten elkaar voor het laatst aan de Wibautstraat hadden gezien. Sommigen herkende ik aanvankelijk niet eens meer. Hoe de tand des tijds als een uitgehongerde en opgewonden veldmuis aan het mensdom knagen kan! Moet ook voor mij gelden. Laat ik dat ruiterlijk toegeven. Niet meteen al de lezer van je vervreemden. En hoe de buik kan opzwellen alsof de plaatselijke rijwielhandelaar zijn fietspomp heeft gebruikt. Die luchttoevoer of wat het ook is blijft mij nog steeds bespaard gelukkig. Ja en dan die schaamte, schaamte voel ik tegenover oud-collega Henk van der Sluis, de initiatiefnemer van de reünie. Bij binnenkomst stond een man in vrolijk zomers colbertje mij op te wachten en wenste me een plezierige bijeenkomst in het zaaltje meteen links van de ingang. Ik dacht nog bij die man die niet kalende was maar gewoon nagenoeg geheel kaal…

Hij zag er welvarend uit. Man van het goede leven. Ik dacht nog: die moet thuis zo’n beetje de grootste zonnebank van Nederland hebben staan en hij heeft hem ook nog eens voortdurend op de hoogste stand. Ik veronderstelde dat deze voorkomende man tot het personeel van het etablissement De Generaal te Baarn behoorde. De portier of zo. Of iets hogers. Misschien was de galante man wel de uitbater van De Generaal, zo niet de generaal zelve wellicht. Zo weggelopen uit de horeca, die vriendelijke baas. Ik moest vroegtijdig weg van het kostelijk weerzien van dierbaren uit lang vervlogen tijden toen sportjournalistiek nog bedreven werd op een oude gammele Remmington met lint en niet zelden leidde tot echtscheidingen, alcoholisme en kettingroken. Eerder weg: het lot van een mantelzorger, zullen we maar zeggen. Mij werd door dezelfde persoon aan de deur weer uitgeleide gedaan, hij kwam op een drafje aanlopen die vriendelijke en goed gemanierde meneer in zijn lichte zomerse colbertje van C & A en dat roodbruine zonnebankhoofd. En in heel mijn onschuld bedankte ik hem enigszins opgelaten voor het feit dat hij de deur naar de parkeerplaats voor me openhield, mij lachend toeknikte en uitzwaaide, en me nog een plezierige verdere dag toewenste. Stond even te twijfelen of het de bedoeling was dat ik de portier een fooi zou geven in de vorm van een eenvoudig muntstuk. Maar daarover had ik in de uitnodiging niets gelezen.

Pas later, nog niet eens achter het stuur van mijn Ferrari, nee pas veel later thuis ging mij een lichtje op. Die portier van De Generaal was waarschijnlijk dezelfde man geweest als die mij binnen in dat zaaltje op koffie en appelgebak had getrakteerd en aan wie ik 40 euro had betaald (voor Thaise kippensoep en luxe verrassingsbroodjes die me door een te lange speech, nou ja speech, door de neus werden geboord) om met oud-collega’s van Parool-Sport al dan niet zwaar aangedikte verhalen over die goeie ouwe tijd op te dissen. Maar hoe kon ik toch zo in de bonen zijn geweest! Kwam dat soms omdat Henk van der Sluis bij de voordeur wél zijn colbertje aanhad en in het zaaltje niet? Begint dementie ongeveer zo? Ik vrees van wel. Ben ik op weg een dwaallicht te worden? God bewaar me! Te veel indrukken tegelijk hetgeen een leeftijd van 70 jaar niet meer aankan? In elk geval moet ik enigszins verward overgekomen zijn. Geen buik, nog altijd geen buik, appetijtelijk getailleerd lichaampje zullen we maar zeggen, en onder mijn boordje net zo bruin als het hoofd van Van der Sluis, maar wel klutskwijterig. Met hem, die Henk van der Sluis in elk geval. Het enige wat ik nu nog kan doen is hem openlijk mijn excuses maken voor het ongelukkige feit dat ik hem bij de deur bezijden dat bordesje aanzag voor de inboedel van de horecaonderneming naast het stationnetje van de gemeente Baarn. Ik krijg het er weer warm van.

Kan overigens niet ontkennen dat ik meermaals heel goed moest kijken om te zien wie wie nou ook alweer was. En de herkenning kwam in sommige gevallen meer door de stem dan door het gezicht. Bij onze staffotograaf George Verberne bijvoorbeeld. Er waren er meer. De illustere maestro van de centrale desk destijds Jan de Vries. En Joop Holthausen die altijd schreef alsof de duvel hem op een brommer achterna zat en die met wielrennen hele behangrollen aan kopij afscheidde als was hij aan de diarree. Maar ja, mag een mens in 45 jaar een beetje veranderen qua uiterlijk? Het was jammer dat ik maar kort kon blijven, vijf kwartier tot anderhalf uur, en daar viel nog een wat lang uitgevallen speech in, een soort egodocument, maar aan de andere kant: Ellen was alleen gistermiddag toen ik thuiskwam en helder/ klaar wakker – en er zijn nog steeds van die weliswaar spaarzame momenten dat ze een paar woordjes toevoegt aan haar lieve innemende glimlach en dat was toen ik nog met mijn autosleutels in de hand voor haar bed stond, terug van de Baarnse Generaal. Ik had de reactie van Ellen direct uit Baarn niet graag willen missen. Het zijn van die te koesteren geluksmomenten die we nog hebben. Jazeker, we hebben ze nog. Geduld is een schone zaak, wordt ons alom voorgehouden. Voor de mantelzorg klopt dat wel. Zeker bij de begeleiding van een parkinsonpatiënte die in alles reageert als in slow motion komt het aan op geduld. Maar bij Parool-Sport gold geduld als weerzinwekkend. Met geduld, en rustig aan, zo van: komt tijd komt raad, werd je op staande voet ontslagen. Daar viel geen krant mee te maken. Je werd betaald voor je hyperventilatie. Parool-Sport was het startschot van een boeiende carrière in de journalistiek. Met ups en downs. Maar goddank vooral ook veel ups.

Steeds meer het besef van wat Parool-Sport voor een bijzondere tijd wel niet is geweest. Het was een harde leerschool. Maar de beste leerschool die ik me kan voorstellen. Ongelofelijk lang nog geworsteld met de eerste alinea’s van een stuk en al helemaal met de beginzin. Daar zou ik later vanuit de hogeschool voor journalistiek een cursus over gaan geven. Die cursus over de eerste zin voor onder meer Wegener duurde drie dagen. Kun je nagaan. Het was meer boetseren nog dat schrijven met een kroontjespen. De eerste zin dus. Daar verstookte ik als debutant aanvankelijk minstens acht Wilde Havana’s op. En het kopijpapier viel niet aan te slepen. Schrijven deed je ook met je longen. Of ten koste van je longen. Werken in de journalistiek was een dure liefhebberij. Zeker voor een beginneling. En één met gezondheidsrisico’s. En was het nou echt zo moeilijk? Nee, er was eigenlijk geen reet aan. In mijn stroeve aanloopperiode, brak in mijn proeftijd op wintersport ook nog eens zo’n beetje alles wat een mens breken kan, maar omzeilde bij een seinhuisje op mijn ski’s wel een oud vrouwtje, een oud vrouwtje dat een peuter les stond te geven, doch dit terzijde, in mijn stroeve aanloopperiode nam chef Cees van Nieuwenhuizen me mee naar een Europese wedstrijd van PSV in Eindhoven. Om aan het edele vak te ruiken, zo heette dat. Het was het PSV uit 1978 of daaromtrent. Ik geloof dat Kees Rijvers nog coach was. Tegenstander een Franse club met Johnny Rep in de gelederen. Het moet Bastia zijn geweest of anders St. Etienne. Cees liet me sfeerproeven. En kennismaken met het schrijven onder tijdsdruk en pal tegen de deadline aan. De bloeddruk en de hartslag in de sportjournalistiek zullen we maar zeggen. Het was een spannende wedstrijd onder de gloeilampen van Philips, dat weet ik nog wel. Waarom ik dat nog weet, vertel ik da’lijk.

Eerst Cees van Nieuwenhuizen. Voor de perstribune scheurde een speler van PSV zijn voetbalbroekje bij een sliding. Het leek me een te verwaarlozen incidentje. Naast mij pakte Cees doodgemoedereerd zijn ballpoint en klapte op een haast professorale manier zijn notieboekje open. Nou moet ik toch eens kijken wat hij opschrijft, dacht ik, en boog me in de richting van zijn pen. Mijn chef noteerde: voetbalbroekje gescheurd. Twee woorden, niet meer dan die twee woorden. Het notitieboekje ging weer dicht. Cees stak nog maar weer eens de brand in een sigaar. Hij kon er ook heel aardig mee overweg, met die Wilde Havana’s. Ik snapte er aanvankelijk niets van. Voetbalbroekje gescheurd. Pas de volgende dag werd het me duidelijk bij het openslaan van de krant. Het wedstrijdverslag van Cees van Nieuwenhuizen begon met de zin dat PSV niet zonder kleerscheuren door de confrontatie met zijn Franse tegenstander was gekomen. Zo werkte dat dus in de sportjournalistiek. Hoe een winkelhaak al niet van pas kwam. Die verloste je van twintig minuten piekeren, of langer nog, over je eerste zin.

Het was een spannende wedstrijd van PSV tegen de Fransen. Zo zou ik dat bij Parool-Sport al gauw niet meer verwoorden. De wedstrijd benam je de adem en kon onmogelijk zonder een ervaren cardioloog dichtbij worden uitgekeken. Lekker ronkend dus. Maar enfin, een spannende match. Dat weet ik nog hierdoor. Aan de andere kant naast me op de perstribune zat ene Hans Woudstra van De Telegraaf. Tegen het einde van de wedstrijd greep hij in de binnenzak van zijn regenjas en haalde daar zijn portemonnee uit te voorschijn. En in die portemonnee zaten drie briefjes opgevouwen. Woudstra legde de briefjes van thuis keurig leesbaar neer op het plankje dat als lessenaar diende op de perstribune. Toen de wedstrijd even later voorbij was, en uiteindelijk bekend was wie er won, gooide hij twee van de drie briefjes weg, pakte zijn veldtelefoon en belde aan de steno van De Telegraaf de inhoud door van het briefje dat hij wél kon gebruiken. Het was kortom een zeer leerzame avond in Eindhoven. Zo heel ingewikkeld bleek het nu ook weer allemaal niet te zijn. Dat van Hans Woudstra heb ik trouwens nooit op de lesdagen Eerste Zin verteld. Dat zou de hogeschool voor journalistiek een lucratieve cursus van drie dagen hebben gekost. Silence is Golden. Wie zongen dat lang geleden ook alweer?

Het tekenen van een pagina? De lay-out zogezegd? Dat werd nog met de hand op een groot vel papier gedaan met een potlood en een gummetje en een cicerolat. Daarvoor moest je bij Arie Verhoef uit Maarssenbroek zijn. De eeuwig treuzelende keeper en verdediging van het Feyenoord van de laatste jaren zouden veel van Arie Verhoef hebben  kunnen leren. Arie was niet van tikkie terug. Arie was niet van dat onbeholpen trage gedoe van die Australische keeper die bij Feyenoord de veel betere Vermeer op de bank hield. Arie was van de lange bal. Die sloeg verdediging en middenveld over. En als het niet helemaal klopte? Of zelfs helemaal niet? Dan waren er altijd nog hele korte berichtjes ook wel Sport Kort genoemd. Voor de legendarische en meestal stoïcijnse Arie hielden we er altijd zo’n twintig tot dertig achter de hand. Daar werden dan aan steen en met die plakstroken de gaten mee gevuld. Voor alles was een oplossing. Het kwam ook voor dat Arie te zuinig was geweest met intekenen. Dan bleken de melodramatische sportartikelen aan steen in werkelijkheid veel langer te zijn. Geen redacteur die bereid was het aardappelschilmesje in zijn bloedeigen stuk te zetten. Oh nee om de donder niet. Dus ging er een reepje van de foto af. Eerst heel voorzichtig, later steeds minder. Tenslotte roetsj. Eerst tot aan de enkel, dan de knie, en zo verder omhoog, ook de jonge heer ging er aan. Van mening sporter kende de abonnee vaak niet meer dan de kruin. Later zouden foto’s met alleen ogen en een voorhoofd voor een poosje heel modernistisch en trendy worden. Door Arie Verhoef was Het Parool ook in dit opzicht zijn tijd ver vooruit.

Arie hielp ook eens op een feestje voor honderd redactieleden de catering (zus Wim Kieft) een handje bij de broodjes zuurkool en beenham. Na tien redacteuren was bij Arie de beenham op. Op de sociale academie in Driebergen had ik navelstaren geleerd, wereldverbeteraar onder de wereldverbeteraars, bij Het Parool leerde ik vooral ook relativeren. Mezelf relativeren. Geen gewichtigdoenerij. En de wereld moest vooral blijven als die was. Liefde ook voor je werk dat bijdroeg aan je identiteit. Je ging niet alleen met je vrouw naar bed maar ook met je werk. Na mijn sportjaren ging ik als politieverslaggever vooral met Gerrit-Jan Ludding naar bed. Of beter: leerde ik uit bed te blijven. Las zo-even dat de HEMA nu ook tompoucen voor honden gaat verkopen. Ludding, van de cracker en komijnekaas, zou je er vroeger ’s nachts voor wakker bellen. Reportage Johan, reportage! Maar de HEMA is ’s nachts dicht Gerrit-Jan. Ga er maar vast voor de deur zitten Johan!

Je leerde liefde voor het vak. En behalve dat: knokken. Incasseren. Niet piepen. De stijlbloempjes uit de schrijfmachine plukken. Hupsakee. Met drie winterjassen over elkaar op een kouwe zaterdagavond bij MVV in Maastricht op een tochtige en doorgeroeste perstribune. Dan bleef het tot het einde 0-0. En dan smaakte de whisky weer eenmaal thuis ’s nachts dubbel zo lekker. Voor het ontwikkelen van de smaakpapillen gingen we voor een 0-0 wedstrijd! Parool-Sport was teamgeest en knokken.  Inderdaad: die goeie ouwe tijd. Niemand een spat veranderd. Zeker uiterlijk niet.  Kom daar maar eens om bij gemeenteambtenaren.  

Nog niet eens over de drempel bij De Generaal in Baarn en al een blunder van jewelste: de organisator van de reünie van Parool-Sport aangezien voor de portier van het etablissement bezijden het station. Maar het ging ook zo verdomde snel. Henk van der Sluis ter begroeting aan de deur in een colbertje dat op een huwelijksfeestje niet zou misstaan, meteen daarop fotograaf van alle museumstukken uit het roemruchte verleden van Parool-Sport, en nog geen paar seconden later in de bediening voor koffie met appelgebak en ogenblikkelijk daarop ook nog eens kassier voor de 40 euro aan Thaise kippensoep. Ik begreep dat oud-collega Van der Sluis mijn excuses heeft aanvaard. Hij stuurde me deze foto voor het geval ik ook niet meer zou weten hoe ik er zelf na zeventig jaar uitzag.

Terug in de tijd met A Whiter Shade Of Pale, en één van ons had ook nog prijs

Het werd een vierde plaats. Het spande erom tijdens de apotheose. Vierde van de honderd, daar valt niet over te klagen. Vierde vóór Yesterday van de Beatles, en Eloise van Barry Ryan, en ook vóór Nights In White Satin van de Moody Blues. Maar vierde daarentegen ná House Of The Rising Sun van de Animals. Dat nummer van de Animals zat A Whiter Shade Of Pale al eens eerder dwars. We herinneren het ons nog maar al te goed. Pastorale won. Hier zwijgt de spreker stil. Het is niet anders. Er zijn betere winnaars denkbaar, ik weet er zo al dertig. Wie ook won was Ellen d’r jeugdvriendinnetje Wietske met haar stem op A Whiter Shade Of Pale. Haar verklaring voor haar keus op Procol Harum haalde met een trompet de luisteraars. Aan de top-100 van RTV Utrecht deden in totaal zo’n kleine achthonderd mensen mee. Iedereen die deelnam aan de actie rond de top-100 voor Ellen (zo’n vijftien) bedank ik, want muziek, en de klank uit vervlogen tijden, het is voor mijn schattebout met al haar beperkingen, en dat zijn er steeds meer, als balsem voor de ziel. Ik dank ook mijn oude geluidstechnicus Jan van den Heuvel die speciaal een cd voor Ellen maakte in verband het vijf jaar weer fulltime thuis. Daarop Procol Harum en natuurlijk ook Barbra Streisand met Somewhere. Inderdaad: There is a place for us! Bijzondere waardering voor Diana en haar vrijwilligerswerk als kapster in het vluchtelingenkamp Zeist voor ontheemde Afghanen. ‘Hoeveel kinderen ik er wel niet gezien heb. Ik knipte een schattig meisje met een hartkwaal, heel ontroerend.’ Bijzondere waardering ook voor m’n oud-studente en wandelvriendin Annelies die haar culturele instelling in Bos en Lommer in Amsterdam openstelde voor de opvang van tachtig Afghanen. hele gezinnen, veel kinderen. Jan van den Heuvel maakte drie cd’s, één voor Ellen, de andere twee voor een ander, ieder met een brief, iedereen met een eigen verhaal van ons voor haar en hem.

Zo begon het! Met een oproep aan mensen uit onze inner circle.

Lieve vrienden en goeie bekenden.

Op 1 november aanstaande woont Ellen alweer vijf jaar fulltime thuis. Ongelofelijk. En omgevlogen die tijd. Een lustrum. Het eerste lustrum. Nooit op 1 november 2016 kunnen vermoeden, bij het verlaten van verpleeghuis De Ingelanden, Ellen was de eerste en bleef de enige die het verpleeghuis in levenden lijve verliet – nooit gedacht dat we hier aan de Zonzijde de vijf jaar SAMEN zouden gaan halen. Een beeld om nooit meer te vergeten: niet gestrekt maar rechtop in de rolstoel met haar toilettas op schoot door de schuifpui van het verpleeghuis naar de trouwe kameraad Skoda en in dat zwarte gevalletje met sexy witte dak naar de Zonzijde waar haar bedje gespreid was en ook bleef. Weg van de bezuinigingen op zelfs de meest essentiële zaken voor chronisch zieken. Weg van de lopende band. 

Over de zwarte Skoda Fabia is een heel boek met dagkoersen en beursnoteringen rond het verpleeghuis De Ingelanden geschreven. Nog altijd rijdt-ie parmantige ‘Rolls Royce’ dagelijks onze straat in. Maar intussen met Diana achter het stuur. De Fabia als een verzameling verhalen en anekdotes vooral. De stoere Wit Gedakte die ons proces met parkinson en Lewy Body in de afgelopen jaren op de voet volgde. Ook de gekkigheden. Hij zat er met zijn neus bovenop. Altijd pen en papier gereed op het dashboard om het meteen op te schrijven als Ellen weer eens geestig uit de hoek kwam. Ooit toen we gingen picknicken tussen Maarssen en Breukelen aan de Vecht en Ellen uit de auto was geholpen en tegen de deur bij de passagiersstoel stond aangeleund: ‘Niet weglopen hoor Ellen.’ ‘Nee, dat zal ik heus niet doen. Wees maar niet bang.’ ‘Jij denkt natuurlijk: die man heeft centen, het zou wel erg dom zijn om bij hem weg te lopen.’ ‘Jij geld? Daar doe je anders altijd heel geheimzinnig over.’ Ik klapte de rolstoel uit en deed het aan de Vecht in mijn broek van het lachen. Vooral het boek ‘Kijkje achter de schemering’ toont de Fabia in zijn (of haar) volle glorie gedurende de jihad van deze mantelzorger. Het verpleeghuis toonde zich ook maar al te vaak een pijnbank. Een pijnbank? Een spijkerbank. De bebloede rug van onmacht, frustratie en verdriet. Zo erg betrokken bij de bewoners en hun werk als dikwijls wordt beweerd waren ze niet altijd in het verpleeghuis. Dat we het al die jaren konden volhouden! We hielden het vol.

Het ziekteproces gaat door, onmiskenbaar, praten lukt inmiddels allang niet meer, maar niettemin, een geweldige eetlust en een ongeëvenaarde kieskeurigheid waar het de muziek betreft. We blijven alles uit het leven halen wat er nog uit te persen is. Liefde. Verzorging met toewijding. Een vast team sublieme mensen en niet telkens anderen via een uitzendbureau die in een verpleeghuis op de tast hun werk doen. Want daar gebeurt ook een hoop onheilspellends. Muziek als balsem voor de ziel. Wibi, Barbra Streisand, de jaren ’60 met Amerikaanse popgroepen en daaroverheen de Britse invasie.

Vijf jaar thuis. Vijf jaar weg ook van pyjamadagen ter illustratie van het hopeloze personeelstekort in de Nederlandse verpleegzorg. Ik heb nagedacht over een passend cadeautje voor Ellen. In de auto kreeg ik een idee. Ik hoop dat jullie meedoen.

RTV Utrecht zendt ter afronding van een week lang muziek uit de tintelende en baanbrekende jaren ’60 komende vrijdag de Top-100 uit waarvoor de luisteraars een inzending kunnen doen.

Mijn vraag is heel simpel: kies mee met het nummer dat bijkans symbool staat voor de jaren ’60, oorspronkelijk Bach, als ik me niet vergis, klassiek van oorsprong met violen, en door Procol Harum in 1967 weergaloos goed gebracht met ontroering en begeestering. Het nummer maakt Ellen blij, telkens weer. We communiceren tegenwoordig zoals iedereen weet met de ogen. Kippenvel ook bij het horen van de intro en de rest. Behoorde het nummer ook niet tot het jeugdsentiment van Peter R. de Vries? Jazeker wel. Het werd bij zijn uitvaart niet zo maar ten gehore gebracht.

Procol Harum met A Whiter Shade Of Pale !!!! Stem mee. Goede wijn behoeft juist wél een krans.

Jaren geleden zat ik met Ellen in de auto te luisteren naar de top-100 aller tijden. We kwamen van vrienden uit de kop van Noord-Holland, Wijdenes heette dat gat, en het liep tegen de jaarwisseling. Ter hoogte van Midden-Beemster kwam het erepodium van de top-100 aller tijden in zicht. Procol Harum met A Whiter Shade Of Pale was door Queen van de eerste plaats verdrongen, de hoogste onderscheiding waarop A Whiter Shade Of Pale zonder tegenspraak tot dan toe vaste prik het predicaat had. Ellen en ik, we waren er meer verontwaardigd dan boos over, we waren uit het lood, ‘verraad’ kreunden wij. Het tijdperk van de Skoda’s moest nog aanbreken. De troost was alleen dat Queen als nieuwe nummer 1 wel heel erg goed genoemd mocht worden. Fabelachtig goed bijna. Beter dan de Beatles vonden wij, en de Stones, wij waren meer voor de Tremeloes en voor de Byrds. Maar bovenal waren we voor Procol Harum, het kroonjuweel dat met recht tijdloos genoemd mag worden, nog steeds. Het is engagement. Het past zeker ook bij de huidige tijd.

Ach ja, Wijdenes en de feestjes daar. Onze vriend de tv-sportpresentator Ed van Opzeeland (AVRO) en zijn vrouw Yvonne woonden er in twee aan elkaar geschroefde arbeiderswoninkjes die je met je auto alleen via een heel smal bruggetje over een sloot kon bereiken. Wie er ook geregeld kwam was de kleine tekenaar Dik Bruynesteijn van de strip Appie Happie, en van veel meer. Je broekspijpen zaten altijd onder de modder als je van het echtpaar Van Opzeeland terugkwam. Je schoenen konden zo met de vuilnisman mee. Naar Ed en Yvonne toe over dat smalle houten wiebelbruggetje was geen al te groot probleem. Maar hoe moest dat ook alweer terug? Gelukkig is het terug manoeuvreren diep in de nacht in Wijdenes nooit gefilmd, voor zover ik weet. Ook eens blijven slapen. Een plek bij de overburen die zelf in de Algarve of zoiets zaten. Een nacht met vijf hyperventilerende katten om beurten op ons hoofd. Wijdenes, het ligt ergens voorbij Hoorn. Je waait er zomer en winter uit je hemd. Wijdenes verbinden we met Procol Harum, en zo zijn er meer aanknopingspunten.  

Doe met ons mee en stem. Het kan nog net, heb ik presentator Jos horen zeggen. Bij Jos zie ik een ouwe knar voor me. Een echte liefhebber. Hij springt als het ware je huiskamer binnen. Kwaliteit in alle opzichten. Jos begint in zijn enthousiasme vaak aan een zin om je je vervolgens als luisteraar te doen afvragen waar het verhaal in godsnaam zal eindigen. Niet zelden in een niemandsland. Dat maakt Jos zo kleurrijk. Ga naar RTV Utrecht schuine streep formulier en top-100 en het wijst zich vanzelf. Vijf jaar Ellen weer op de thuisbasis vieren we met A Whiter Shade Of Pale. Je bent een romanticus of je bent er geen.

We zijn afgelopen zomer niet écht verwend geweest met prachtig weer maar als het zo was dan werd er subiet gefotografeerd. Zie maar. Het geluk ligt op een betrekkelijk klein tuinterras te midden van vlinderbomen en nog veel meer lover. Ach lover en love, het scheelt maar een letter.

Lieve groet van hier. Lieve groet van Ellen vooral ook.

****

Veel reacties gehad op de uitnodiging de viering van ons lustrum verder luister bij te zetten met een stem op A Whiter Shade Of Pale. Een aantal zal een dezer dagen hieronder worden gepubliceerd.

De top 10 zag er vrijdag 8 oktober na vieren zo uit:
10. Prikkebeen – Boudewijn de Groot & Elly Nieman
09. Excerpt from a teenage opera – Keith West
08. Paint it black – Rolling Stones
07. Nights in white satin – Moody Blues
06. Eloise – Barry Ryan
05. Yesterday – Beatles
04. A whiter shade of pale – Procol Harum
03. House of the rising sun – Animals
02. Hey Jude – Beatles
01. Pastorale – Liesbeth List & Ramses Shaffy

Lieve Ellen en Johan: Vijf jaar, wie had dat gedacht! Uit respect en waardering voor jullie gelijk onze stem uitgebracht op het mooie nummer van Procol Harum. Lieve groeten, Ad & Cinta

Ha Ellen en Johan. Zag de mail en meteen op A Whiter Shade Of Pale gestemd. Geweldige keuze trouwens. Jan van den Heuvel.

Hi Johan! Ik heb gestemd hoor en wel meteen. Op Procol Harum, op A Whiter Shade Of Pale. Lieve groet voor jullie, Moni.

Lieve twee. Tuurlijk doe ik mee. Ik heb gestemd op dat nummer. Ik draai de cd met mooie muziek van Wibi en ook Procol Harum een paar keer per week voor Ellen als ik haar verzorg. Dan is Ellen zó blij. En nu nog winnen! Diana.

Hallo Johan. Gestemd. Zonet. Het geluid van de jaren ’60! Leuk idee. Alweer vijf jaar, grandioos. Ga door! Met grote waardering. Groet aan allen. Extra zoen voor Ellen. Jan van Ewijk.

Dag lieve Ellen en Johan,
Wauw.. wat een bijzonder mooi lustrum! Daar mag zeker op een bijzondere manier bij worden stilgestaan. Het blijft mooi om te zien hoe jullie samen nog genieten van de kleine dingen in het leven!
Natuurlijk helpen wij graag mee door te stemmen. Ik heb het al gedaan en Thom zal morgen ook zijn stem uitbrengen op het werk want, eerlijk is eerlijk :), je mag maar 1 keer stemmen per IP adres.
Hele fijne avond gewenst en tot morgen!
Vriendelijke groet,
Yvonne Hotel Janssen
.

Lieve 2! We hebben vanavond gestemd en kunnen het waarschijnlijk helaas niet horen in Leeuwarden komende vrijdag. Hoop dat deze geweldige actie gaat lukken en Ellen verrast wordt. Veel liefs en geniet samen vrijdag!! 💕💕🌹🌹👍👍💋💋 XX John en Wietske.

Heb namens Ellen gestemd op haar lievelingsnummer. Wat gaat de tijd toch snel Johan! Gefeliciteerd met het vijf jaar samen zijn na de verpleeghuisepisode en het zo verschrikkelijk goed hebben samen. Mooie foto van jullie in de tuin! Charles.

Hey Johan. Meteen mijn stem uitgebracht op A Whiter Shade Of Pale. Je oud-collega 40 jaar geleden bij Parool-Sport, Henk v.d. Sluis.

Lieve Ellen en Johan. wat een mijlpaal! Alweer vijf jaar zo dicht bij elkaar. hebben jullie afgedwongen. En jullie genieten nog steeds van alle kleine bijzondere momenten. Wat weer een mooi en uitgebreid blog. Ontroerend gewoonweg. Ik heb jullie wens vervuld en mee gestemd. Procol Harum, A Whiter Shade Of Pale. Blijf samen genieten van de muziek. Knuffel voor Ellen, liefs Dorothy.

****

Beste Wietske,

We hebben je geloot voor de 5-CD box uit de sixties!

Gefeliciteerd en veel plezier ermee!

Hartelijke groet,

Jos van Heerden

Programmamaker Radio M Utrecht.  

****

Lieve meedoeners aan de top-100 van de sixties bij Radio M Utrecht.

Het is een ongelofelijk geslaagd feestje geworden gisteren met de top-100 van de sixties op RTV Utrecht. Met heel veel onvergetelijke nummers uit de periode 1960-1970 ging de klok naar vijf uur en werden de meest memorabele nummers van tal van al evenzeer memorabele ten gehore gebracht. Om de zoveel tijd werd er een inzender uitgepikt, met naam en toenaam genoemd, zijn of haar verhaal rond de persoonlijke keuze voorgelezen, en werd de inzender beloond met een CD-box over de muziekepisode die onze generatie, maar ook generaties na ons, telkens doet opveren aangezien het geluid nu eenmaal ver reikt tot diep in de vezels als gaat het om een krater.

Tijdens de apotheose weer iemand blij gemaakt met een CD-box. Voor de aankondiging van Procol Harum en A Whiter Shade Of Pale werd de trompet, zo niet loftrompet, bij RTV Utrecht te voorschijn gehaald. De winnares iemand uit onze eigen gelederen. Het mocht er allemaal nog graag bij: Wietske uit Leeuwarden, Wietske het schoolvriendinnetje van Ellen toen ze dertien/ veertien waren. Wietske van de Trouwmars, de voorloper van de Avondvierdaagse, door het gloednieuwe Amsterdamse Bos. Wietske die al enige beide ouders van Ellen meemaakte. Jaren en jaren waren ze elkaar uit het oog verloren, totdat Wietske de stoute schoenen dan wel haar pumps aantrok en een maanden- en maandenlange digitale zoektocht met zaklantaarn begon. Een speurtocht waar menig rechercheur en onderzoeksjournalist met recht jaloers op mocht zijn geniet de afloop. Want ineens vond Wietske haar jeugdvriendinnetje na heel veel omwegen in verpleeghuis De Ingelanden. Het verhaal werd later opgeschreven door Wietske voor het kerstnummer van de Libelle en won de hoofdprijs met publicatie op glanspapier. Ze heeft iets met winnen. Want als ik me niet vergis treedt ze in een reclameblok op voor een energiebedrijf. Ben trouwens benieuwd of dat spotje onder druk van de exorbitant hoge prijzen laatstelijk is aangepast, maar dit terzijde. En nu dus één van de winnaars bij RTV Utrecht met Procol Harum en de sound of the sixties.

Ik dacht nog toen ik gisteren uit Valkenburg terug reed naar huis met de radio aan ter hoogte van Den Bosch waar vanaf Radio M te bereiken valt: als ik nou eens die box won, als ik nou eens. Maar met de Staatsloterij gestopt om redenen die hier geen verdere uitleg behoeven.

Ik bedank jullie uit naam van Ellen voor deelname aan de actie. A Whiter Shade Of Pale werd nummer 4 van de 100. Dat betekent dat het 96 nummers achter zich liet en daar zat heel veel knaps bij. Elvis bijvoorbeeld, Bob Dylan, de Stones, de Tremeloes, de Doors. De Mamas en de Papas. Ik hoop dat ik het goed schrijf. Monday, Monday. Net iets beter dan A Whiter Shade Of Pale scoorde House Of The Rising Sun van de Animals. Altijd lastig die Animals. Net even minder dan Procol Harum scoorden Yesterday van de Beatles en Eloise van Barry Ryan en daarentegen weer beter Hey Jude, ook John, Ringo, Paul en George. In goed gezelschap heet dat. De eindstand heb ik in ons meest recente blog staan op onze website. Bovendien jullie verhaal of wel uitleg bij de keuze.

Wat is ons geheim? Het wordt me vaak gevraagd. Vaak naar het hoe het ziekteproces en alles eromheen zo lang vol te houden. Het is geluk hebben. Maar niet alleen dat. Het is meer. Het is de rechte rug en de instelling. Het is blij zijn met kleine dingen en oog houden voor wat het leven nog altijd wél te bieden heeft. Niet verpieteren. En rond zo’n top-100 met een paar lieve mensen een klein festijntje bouwen. Waarvoor dank. Van harte Wietske.

Ik sluit af met: dank Hotel Janssen voor weer de korte, als altijd subliem verzorgde (mantelzorg) rustpauze aan de voet van de Valkenburgse grotten en de gelukkig allang weer tot bedaren gekomen Geul. Dank Charles voor onze wekelijkse borrel met gister wel heel bijzondere witte wijn en ons wekelijkse gesprek dat het best vergeleken kan worden met het praatje van Mr. G.B.J. Hiltermann in de (Vietnam) jaren ’60 onder de titel De Toestand In De Wereld. Dank Diana, iemand die zich heel makkelijk kan wegcijferen voor een ander, die andermaal haar exclusiviteit toonde met de verzorging van Ellen en die nu in een opvangkamp in Zeist voor pas aangekomen Afghaanse vluchtelingen de schaar hanteert met vrijwilligerswerk als…. kapster !!!! Ze knipt ook Ellen en succes telkenmale verzekerd! Hulpvaardig. Zoals ook m’n oud-studente en fotografe Annelies per heden in de door haar geleide culturele instelling in Bos en Lommer in Amsterdam tachtig van huis en haard verdreven Afghanen opneemt. Petje af. Er komt verschrikkelijk veel op Annelies af, maar ze loopt er niet voor weg. En dank aan al die anderen die spontaan meededen met de top-100. We hebben er met z’n allen een klein feestje van gemaakt. Dank Niels voor het cadeau van dertig eieren van de boerderij van zijn ouders in Groningen. Onze huiskokkin Elly kan aan de slag. In het teken van het lustrum van Ellen weer helemaal fulltime thuis. Dank bovenal ook programmamaker Jos van Heerden van Radio M en zijn crew.

Handen af van Remkes! Respect voor anciënniteit, D66 met je magere mannetjes

Meende hij het? Ja, hij leek het inderdaad te menen. Dat maakte het allemaal zo ongelofelijk, hij leek het te menen. De automobilist begaat een doodzonde als hij onder het rijden met zijn telefoon bezig is. Misschien is het ook maar beter dat hij zijn radio uit houdt als daarop bepaalde personages aan het woord komen. Een waarschuwing vooraf dus, net als bij sommige reclames. Zo van: beluistert u een dwalende kwibus van D66? Doe dat dan vooral op eigen risico. Maar breng geen andere weggebruikers in gevaar! Spinnen was heel iets anders dan roddelen, maar als het door je eigen partij gebeurde, die intens gemene vuilspuiterij, dan moest je het ruimer zien, dan kon een goeie roddel geen kwaad in de politiek. De kwibus was iemand van D66, ik raakte in de gauwigheid zijn naam kwijt, hij was vrijdagochtend rond elven op NPO-1 en ik moest terug uit Zuid-Limburg naar lucht happen toen ik hem zo als een evangelist op de radio hoorde bazelen over hoepels en kromme hoepels. We moesten niet te zwaar tillen aan het gedrag van de ‘magere mannetjes’ rond Sigrid Kaag, het team van modernistische influisteraars, die de vuige boodschap de wereld hadden in gestuurd dat Johan Remkes in beschonken en warrige toestand een volgend Rutte-kabinet bij elkaar probeerde te drinken. Was Johan Remkes niet immers van de kopstoot?

We moesten het ruimer zien, blaatte de schat quasi geruststellend. Want je zou hem het liefst vanaf de A2 op zijn bek slaan. Had D66 niet ogenblikkelijk excuus aan Remkes gemaakt toen er woedende verontwaardiging met orkaankracht uitbrak? D66 was nooit op karaktermoord uit geweest. Dat bedoelde het prominente lid van D66 nou: eigenlijk zouden de adviseurs van Sigrid Kaag, makelaars in strategie, onfrisse makelaars als het moet, strak in het pak en met geparfumeerd hoofd, wegbereiders van de nieuwe politiek, eigenlijk zouden we de glasjanussen van adviseurs alom breed uitgedragen waardering van het Nederlandse volk moeten gunnen omdat ze meteen al, en ook zo openlijk, zo ruimhartig ook, hun verontschuldigingen hadden aangeboden voor hun valse roddel over de flamboyante tuinderszoon uit het Groningse Zuidbroek. Je moet er maar opkomen. Bij zulke tekst zit de automobilist snel tegen de vangrail. Een gewaarschuwd mens kortom. De interviewer had de gek harder moeten aanpakken. Hij dronk de bezopen tekst daarentegen gulzig op zoals een ouderling dat doet met Gods woord.

We kozen voor de stilte, voor de waxinelichtjes en het huiselijk geluk. We kozen voor De Heelmeesters, een ongemeen goed boek dat volledig met zijn lezer aan de haal gaat. Het meesterwerk zegt veel, zo niet alles, over het leven. Telkens weer die vraag bij de levensloop van de verschillende hoofdpersonen naar het waarom. Fenomenaal geschreven en ook even fenomenaal tot de verbeelding gebracht. De gebeurtenissen schuiven over elkaar heen als panelen. Misschien wel het beste van de vele beste boeken die hier de afgelopen jaren verslonden werden. Als lezer wil je niet gaan houden van de femme fatale, maar het overkomt je toch. Genet, ze viel op de verkeerde mannen, ze deed me vooral ook aan de Molukse treinkapers denken, en met name dat meisje dat door de mariniers werd doodgeschoten, genet ja, ten onder in haar meer dan studentikoze strijd voor onafhankelijkheid van Eritrea tegen Ethiopië. Een bloedmooie guerrilla met wie het verkeerd moest aflopen en dat deed het dan ook. Maar wat richtte ze ook verder aan. Ze bracht iedereen in gevaar en uiteindelijk nog het meest zichzelf tot de dood er uitgemergeld op volgde. Dicht tegen je aan in bed, lieve Ellen, kostte het me telkens weer moeite mijn hand los te maken van die van jou. Maar ik moest en ik zou toch steeds weer naar een volgende pagina. Het boek De Heelmeesters slurpte me op. Vrijdagavond bij aanvang oktober. Buiten regende het, en gestaag. Het bleef ook zo. Regen, regen en daarna een veelvoud van regen. De eerste voortekenen van de herfst.

In zulke serene omstandigheden snapt een normaal mens al helemaal niks van de beschadigingsactie die Johan Remkes trof. Hoe koud is Den Haag? Wat maakt ‘magere mannetjes’ zo doortrapt? Dat is de niet-werkende ellenboog. Dan gooien de ‘magere mannetjes’ het over een andere boeg. Dan lekken ze smaad naar de pers. Ze zijn ongevoelig voor wat ze aanrichten. Kom niet aan Johan Remkes, zou ik willen zeggen. Wij hier hebben namelijk ontzettend veel respect voor die man. Hij is van het klimaat. Van de stikstof. Hij is van nog veel meer, heel veel meer. Hij durfde over de stikstof als commissievoorzitter tegen zijn eigen partij, de VVD, in te gaan. Hij is een autoriteit. Iemand met een indrukwekkende achtergrond. Niet één van enge maniertjes. Nee hij niet. Uitstervend ras in de Haagse jungle. Anders dan de ‘magere mannetjes’ is Remkes geen gladde politieke sluipmoordenaar. De hijgerige ‘magere mannetjes’ kunnen nog verdomd veel van hem leren.

Ik zie hem nog staan op het eiland Ko Samui in 2005. Weet je nog Ellen? Remkes was minister, van Binnenlandse Zaken als ik me niet vergis, hij was niet lang daarvoor weduwnaar geworden, hij was op Ko Samui op vakantie, en hij was niet op commando naar het toeristenoord Phuket afgereisd nadat deze plek bij de geruchtmakende tsunami finaal was overspoeld. Hij had er geen zin in. Even niet nee. Wat zou Berend Boudewijn over het weduwnaarschap zeggen, over het verlies van zijn vrouw Martine Bijl? Hij vergeleek het met schrikdraad waar je in een weiland voortdurend tegenaan loopt. We hoorden trouwens van die tsunami in 2005 op een zondagnamiddag toen jij en ik, Ellen, een stevige wandeling maakten rond het schilderachtige kerkdorp Oud-Zuilen aan de Utrechtse Vecht met glühwein toe in de plaatselijke brasserie. Was het niet in de donkere dagen vlak voor de kerst? Ja zeker wel! Onze koffers waren al gepakt voor de gebruikelijke vakantie op Gran Canaria van Tweede Kerstdag tot de tweede week van januari als de scholen weer begonnen. Kamer 529, Riu Palmeras, de zee één grote glinstering die je vanaf het balkon zowat kon strelen. Rob Jetten stond nog in jumpertje in de box. We lieten ons bijpraten over het natuurgeweld in Azië door een paar buurtbewoners in Oud-Zuilen die voor hun huis op het stoepje stonden. Weer terug thuis meteen de tv aan.

Ik zie hem nog staan, Johan Remkes, in zijn haastig glad gestreken witte overhemd, dat hij kennelijk vliegensvlug had aangedaan, met verkreukeld boordje dat recht omhoog tegen zijn ondergebit zat; het was geen gezicht. Maar die man was authentiek, dat zag je meteen. Hij was moe, en hij wilde rust, maar toch ging hij, in zijn tempo, al dan niet in dat witte overhemd, of iets anders uit zijn koffer, naar het onder water gelopen Phuket. We kennen Johan Remkes rouwend om zijn vrouw. We kennen zijn wilskracht, zijn doorzettingsvermogen. Zijn eenzame strijd tegen de eenzaamheid. En die strijd glansrijk winnen! Nee, kom niet aan Johan Remkes. De man heeft een fantastische staat van dienst. En hij is net zo gek op jenever, nou en?, als zijn partijgenote Annemarie Jorritsma die we eens aan de vooravond van een Elfstedentocht in Bolsward met de glaasjes Bokma in de weer zagen. De lenige pols van Jorritsma verried dat ze een hekel had aan een leeg glas. Ze was toen minister van Verkeer en Waterstaat. Ellen, weet je nog? Wat gaat de tijd toch snel. Hoe kort geleden lijkt dit alles nog maar. En waar is de relativering bij mensen gebleven. En hun fatsoen. En hun geweten. Zijn er nog grenzen? Of rechtvaardig partijpolitiek de blinde vink?

Maar enfin, Johan Remkes. Hij staat er hopelijk boven, ver boven. Voor prut moet je bij een ander zijn. Zulke exemplaren als hij lijken tegenwoordig schaars. Hij speelt overal zichzelf. En wie kan dat tegenwoordig nog? Wie wil dat nog? Rond Johan Remkes geen spindoctors of andere flauwekul types. Heeft hij niet nodig. Remkes rookt als een ketter. Zware shag. En het is heel gewoon dat hij in gezelschap aan de koffie een sigaretje neemt en het schoteltje onder zijn kopje vandaan haalt om er de as van zijn sigaret op te tikken. Niemand kijkt er ook van op dat Remkes aan zijn omstanders vraagt of ze er bezwaar tegen hebben dat hij rookt als hij intussen al halverwege is met zijn sigaretje. En wie heeft dan nog bezwaar. Over zo’n man verspreid je geen smerige laster. Zo’n man koester je. Je houdt hem in ere. Hij is niet alleen kleurrijk maar ook nog verdomde goed. Goed zonder opsmuk. Die heeft hij niet nodig. Je kunt hem met zijn Groningse accent overal puin laten ruimen. En dat gebeurt ook. Onlangs nog in Limburg. Zo’n veteraan spoel je niet willens en wetens door de plee. En dan ook nog lafhartig roepen dat je het zo niet had bedoeld. Maar hoe dan wel? Dat wisten ze ons bij D66 niet te vertellen.

Hoe heten die gemene roddelaars uit de hofhouding van Sigrid Kaag eigenlijk? Ik las Rob Jetten en Sjoerd Sjoerdsma en nog een paar andere linkmichels. Iemand die nog met Els Borst had gewerkt. En een staatssecretaris die nog niet uit het demissionaire kabinet is weggerend. Vijlbrief of iets dergelijks. Gun ze een dweilpauze en geef ze vervolgens een afvloeiingsregeling. Ze hebben veel kwaad gesticht. Waren dat ook niet de lui die het met de VPRO op een onsmakelijk akkoordje gooiden rond een autogordel in de documentaire over Kaag? Jazeker wel. En met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) weet De Telegraaf te melden dat de ‘magere mannetjes’ van Kaag de documentairemakers zelfs onder druk hebben gezet. Nieuw politiek leiderschap, heet dat. En lieten de ‘magere mannetjes’ niet Kaag op een tafel op een overal gepubliceerde foto dansen hoewel daar op verkiezingsavond helemaal geen sprake van was geweest? Die foto was gedateerd. Boerenbedrog als nieuw politiek leiderschap. En hoe zat het ook alweer met die lezing, die H.J. Schoo-lezing van Kaag. Van wie kwamen die achterbakse passages? Iedereen begreep dat Kaag een enorme sneer uitdeelde aan Rutte maar naderhand probeerde ze de critici op de mouw te spelden dat ze het meer in zijn algemeenheid had bedoeld. Ja ja. Dat is nieuw politiek leiderschap. Ze verlaagde zich tot moddergevechten. Op Afghanistan verloor ze haar ministerschap. Vraag de Afghaanse tolken die bij de tolkenrechtbank van de Taliban hun doodsstraf tegemoet zien hoe ze over Kaag denken. Ze lopen niet met haar weg, in elk geval.

De karaktermoord op Johan Remkes moest nog volgen. Het kon er nog wel bij. Kaag moet binnenkort maar eens met Baudet gaan praten over de vraag hoe je je vooral niét moet gedragen na een daverend goed verkiezingsresultaat. Baudet weet hoe je na succes je eigen glazen snel en gemakkelijk kunt ingooien. Kaag kan er veel van leren. Misschien dat ze de ‘magere mannetjes’ maar beter naar huis kan sturen. Het is te Amerikaans. Onderhandelen als VN-topvrouw is iets anders dan onderhandelen als politiek leider van ongeacht welke politieke stroming. En als je jezelf in de markt wilt zetten dan toch zonder moreel slechte spindoctors die bijna op Trump zijn gaan lijken in hun morsige en zompige strategie van het hogere partijdoel heiligt de middelen. Het gerucht over de kopstootjes van Johan Remkes, de combinatie bier en jenever, is een absoluut dieptepunt voor eenieder met enig fatsoen in zijn donder. Wie beweert dat D66 later de onvolprezen moed toonde excuses te maken die heeft een gaatje in zijn hoofd. Of een paar kopstoten te veel achterover geslagen. Dat kan ook.

Het campagneteam van Kaag is aangeschoten, niet Remkes, die niet. D66 kan dit campagneteam maar beter zijn politieke rijbevoegdheid ontnemen. Het campagneteam van Kaag mist integriteit en is niet meer geloofwaardig. Waarom na alle blamages trouwens zitting nemen in Rutte 4 als dat een bizarre (sorry Remkes) doorstart wordt van een kabinet dat demissionair werd op zo iets verschrikkelijks, maar dan ook écht verschrikkelijks, als de Toeslagenaffaire waarvan we nog steeds de echo horen? Trouwens, je kunt wel roepen dat je staat voor een nieuwe bestuurscultuur, maar anders dan regels, die je van de ene op de andere dag kunt wijzigen, ligt dat ingewikkelder met een cultuur. Want cultuur hangt samen met normen en waarden en daarmee worstelen ze in Den Haag. Zeker ook het keurige en intellectuele D66 met ook nog eens zoveel lobbyisten in de gelederen. Ze zitten overal, het zijn net mieren. Mieren van de onzichtbare nieuwe politiek die alleen maar met de al dan niet droge mond wordt beleden. Geef Remkes eens ongelijk dat hij zijn keel geregeld smeert. D66: net de Volkskrant, altijd met dat belerende toontje en het opgeheven vingertje.

Het bleek wel weer eens met de presentatie van een rapport op het toeslagenrapport door mevrouw de staatsecretaris Van Huffelen van D66. Ze hanteerde de bekende truc van de oude politiek. Om moeilijke vragen van journalisten te voorkomen kregen die journalisten pas tien minuten voor aanvang van de persconferentie het lijvige vervolgrapport ter bestudering in handen. De pers geen tijd geven het rapport te lezen en daarmee lastige vragen voorkomen. Ook ingefluisterd door de ‘magere mannetjes’ die zich graag de kleinkinderen van Hans van Mierlo wanen? Transparantie en het gaat om de inhoud, we kunnen de prietpraat niet meer verdragen. Kaag is een diplomaat en geen politica. Ze verloor aan de onderhandelingstafel. Ondanks of dankzij haar team valse makelaars in strategie. Moddergooiers met een intellectueel masker voor, het masker van de hypocrisie.

De afloop van het Kaag-drama lijkt niet moeilijk te voorspellen. Rutte 4 met een doorstart van Rutte 3 is geen lang leven beschoren en van Kaag verneem je na Rutte 4 nooit meer iets. Het was even leuk maar ook niet meer dan dat. Rutte 4: maar daar kunnen Jetten, Sjoerdsma en die andere ziekelijke communicatieclowns toch niet als beloning zitting in krijgen? Kaag, zeg het ons! Zeg ons dat ze van het toneel verdwijnen. Ga trouwens in de oppositie. Lees net dat maar 29 procent van de kiezers een doorstart wil, nog geen derde. Maar dit terzijde. Leen je niet voor conservatisme. Ploumen van de PvdA heeft het grootste gelijk van de vismarkt. Blameer je niet nog meer! Beloon het kadaver CDA ook niet. Daar loopt een aanvoerder die geen belasting ontdook, nee dat nog niet, maar die belasting ontweek, zoals dat in die kringen zo bijna cryptisch heet. Een met zijn centen onoplettende man die de penningmeester van heel Nederland werd. Koers op de oppositie en/ of nieuwe verkiezingen af, Kaag. Maar wat je ook doet: handen af van Johan Remkes. Respect voor anciënniteit. Val liever in je eigen mes.  En blijf de berichtgeving over Afghanistan volgen alsjeblieft. We zijn mede schuldig aan wat daar nu allemaal gebeurt.  Lees gelukkig ook dat Maxima haar jurken uitleent. Dat is nog eens nieuws!

Ook de bacha posj leert ons veel van de Taliban en Afghanistan

Ik zou van alles willen zijn op deze wereld.

Maar geen vrouw.

Ik zou een papegaai kunnen zijn. Ik zou een ooi kunnen zijn. Een hert of een mus die in de boom leeft.

Alles liever dan een Afghaanse vrouw.

Maar ik bén een Afghaanse vrouw.

Hoelang moet ik nog aanvaarden dat ik lijd? Wanneer zal de natuur mijn bevrijding aankondigen? Waar is het huis van de gerechtigheid? Wie heeft mijn lot geschreven? Zeg hem.

Zeg hem. Zeg hem.

Dat ik alles in de natuur wil zijn. Maar geen vrouw. Geen Afghaanse vrouw.

De taal die de wereld groter maakt. met taal ga je op reis en die verruimt de geest en verlicht de ingewanden. ‘De verborgen meisjes van Kabul’. Verhuld protest in Afghanistan. Niet alleen van nu maar van al veel langer. Iedereen weet ervan, niemand die er openlijk over praat. Slechts verhuld komt het aan de orde. De bacha posj. Een uitkomst. De vijf jaar durende reportage van onderzoeksjournalist Jenny Nordberg van het Zweedse Svenska Dagbladet leert veel over het ingeklemde land in Azië dat, alweer bijna vergeten, door de zo bedrieglijk beschaafd overkomende en stoïcijnse Amerikaanse president Biden – werkelijk geen spat beter met Afghanistan en ook migranten uit Haïti dan Trump – en zijn Europese NAVO-handlangers in chaos werd verlaten en verraden. Even Haïti: onder het presidentschap van de bedaagde en te lang nog aanbeden Joe Biden vangt de Amerikaanse grenspolitie te paard vluchtelingen uit het voortdurend door natuurrampen gevelde Haïti met een lasso en slaat en schopt ze waar de stakkers uit het armste land van het westelijk halfrond ook maar te slaan en te schoppen zijn. Foto’s waartegen terecht Amnesty in opstand komt. Nu de culturele wereld in de VS nog; die wist ook Donald Trump te vinden. Terug naar de meisjes van Kabul en Jenny Nordberg. Het boek geeft antwoord op de vraag waarom we nooit Afghanistan kunnen omvormen tot een seculiere democratie naar westers model. Maar we hadden ons wel verplicht de vrouwen en meisjes te blijven beschermen in een (enigszins) veilige bestaanszekerheid. En met gelijke kansen voor eenieder. Dat hebben we nagelaten. We hebben ze verraden. Daar lag goddomme voor ons een verantwoordelijkheid.

Met grote stappen heroverden de Taliban Afghanistan. De luchthaven van Kabul staat voor eeuwig op ons netvlies geëtst. De Taliban kregen het grondgebied weer terug in de schoot geworpen. Waar kwamen al die mannen met baarden, te korte broekspijpen en met tulband zo ineens vandaan? Zeker niet allemaal uit Pakistan, Saudi-Arabië en zo meer. Zeker niet. Maar de financiering kwam wel goeddeels uit het buitenland. Word je van de ene op de andere dag een Talibanstrijder? Nee, zo wijst de geschiedenis uit. Net zo min als dat je van de ene op de andere dag een mudjahedin werd. Er lijkt niet of nauwelijks sprake van een hersenspoeling. Ook niet van opportunisme of angsthazerij. Zo van: laat ik maar op veilig gaan.

Journaliste Nordberg zet ons met haar participerende werk nadrukkelijk aan het denken. Wie het boek (uit de vorige Afghaanse diaspora) openslaat wil ook weten wat er op de volgende bladzijde staat. De taal die de wereld groter maakt. Het venster. Keken Wilders en de motoragent Broekers-Knol daar maar eens doorheen. Het venster naar werelden in een wereld die zich met de westerse bril niet altijd eenvoudig laat verklaren. Jenny Nordberg, journalistiek werk van de bovenste plank die de Taliban beter doet begrijpen zonder ze te rechtvaardigen, nee sterker nog: woorden schieten tekort ze nog meer te veroordelen. Het zit bij Arabische mannen in de genen. Het zit in de Afghaanse cultuur die vrouwen en meisjes discrimineert. Ze worden beschouwd als een last voor de gemeenschap. Dat geldt niet voor de hoger opgeleiden, die niet, we kennen de voorbeelden, van heel dichtbij, trotse mensen van een hoge intellectualiteit en van een indrukwekkende beschaving, maar miljoenen stadse en plattelands Afghanen denken van generatie op generatie achtergebleven-Arabisch. Wij in het Westen noemen het primitief.

Je zal in hun leefwereld als ouders maar een dochter krijgen. En daarna nog één. Waar blijft een zoon? Het had een jongen moeten wezen. De schande, twee dochters maar nog steeds geen zoon, de angst om nagewezen en verstoten te worden. Nogmaals proberen. Weer een dochter. De eigen familie kijkt beledigd en vernederd de andere kant op. Je durft het je buren niet te vertellen. Die weten overigens wel beter, maar doen net of ze gek zijn. Die hebben hetzelfde probleem. Die spelen weer komedie tegen hún buren. En ga zo het rijtje maar af. De remedie: na twee dochters van de derde dochter voorlopig een jongen maken. Dat meisje als jongen opvoeden, en ook als jongen kleden, die nepjongen met jongenskapsel in bomen laten klauteren en laten ravotten totdat de bacha posj in de puberteit komt. De vrijheid en het respect die de bacha posj een jaar of tien geniet, die vrijheid en respect staan in schril contrast met wat de verdere toekomst biedt. Dan wordt van de bacha posj (weer aan de buitenkant ‘omgebouwd’) verwacht dat ze net als alle andere meisjes verandert in een gehoorzame, huwbare vrouw en is ze weinig meer op de sociale ladder dan een hond van de straat.

De Scandinavisch buitenlandcorrespondent Jenny Nordberg won de Pulitzer Prize for National Reporting en de Robert F. Kennedy Journalism Award. Ze deed vijf jaar onderzoek naar het fenomeen bacha posj dat ook voorkomt in de omringende landen van Afghanistan. De vernedering en structurele achterstelling van vrouwen en meisjes houdt niet op bij de landsgrenzen. Het zijn indringende interviews van Jenny Nordberg. De 15-jarige Zahra weigerde om vrouw te worden, want waarom eigenlijk als alles je wordt afgenomen, waarom zou je dan een vrouw willen zijn? Nordberg geeft met intieme portretten een stem aan de vrouwen en meisjes. Het boek leert ons steeds weer onze eigen vooroordelen en maatschappelijke normen te onderzoeken bij vragen die vanuit het Westen misschien niet te beantwoorden zijn. Geen van de geïnterviewden kreeg geld, alleen de tolken. De schrijnende verhalen stonden los van enig winstoogmerk. Een aantal geïnterviewden bleef anoniem.

De Taliban willen het woord kunnen voeren in de VN. Je bent geneigd te schreeuwen: om de donder niet. Maar misschien zou je de Taliban wel in de VN moeten laten praten. Op voorwaarde dat je ze van repliek mag dienen, en zij daar weer op reageren. Op het vrouwen en meisjes ontnemen van mensenrechten. Arm Afghanistan trouwens. We lezen net dat de Taliban-minister van justitie, een hardliner onder de hardliners, de lijfstraffen weer heeft ingevoerd. De openbare executies zijn terug en handen worden weer afgehakt. Vrouwelijke ambtenaren mogen niet meer naar hun werk. Meisjes mogen niet meer doorleren. Barbiers mogen in hun kapperszaak geen baarden meer trimmen, da’s Amerikaans. Afghaanse tolken moeten zich bij de Taliban melden omdat ze oneerbaar westers geld aannamen. Geven de tolken zich niet aan dat krijgen hun familie met represailles te maken. Het is Gods wil. Er staat Afghanistan volgens de VN een gigantische hongersnood te wachten. Een groot voedseltekort en er zijn ook al geen medicijnen meer genoeg. Biden o Biden. Een maatschappij van dood en verderf, van angst en uitzichtloosheid. En dat alles in naam van een duistere god. Misschien zou er een verbod op het geloof in sprookjes moeten komen. Geloof in sprookjes en trompetterende engeltjes aan doorzichtige koordjes tot de puberteit, maar daarna niet meer. Invoering van een sprookjespolitie. Ook in Nederland misschien wel en die sprookjespolitie opereert dan vanuit Urk. In lang vervlogen tijden was het ingetogen-trotse en geciviliseerde Afghanistan vredelievend boeddhistisch. Was het nog maar zo, maar het onherbergzame land werd het slagveld, de broedplaats en de schuilplek van het extremisme en het banditisme en van rechteloosheid. Blijft over de constatering dat twee (met honderd dingen tegelijk bezig zijnde) ministers in Nederland in de recente schaamteloze gebeurtenissen rond de evacuaties uit Kabul gelukkig genoeg reden zagen zichzelf haar huis te sturen.

Hoe lang moet ik nog aanvaarden dat ik lijd? Wanneer zal de natuur mijn bevrijding aankondigen? Waar is het huis van de gerechtigheid? Wie heeft mijn lot geschreven? Zeg hem.

Zeg hem. Zeg hem.

Dat ik alles in de natuur wil zijn. Maar geen vrouw. Geen Afghaanse vrouw.

****

Probeer me voor te stellen hoe dat gaat binnen de paleismuren.

Loopt er een lakei bij onze koning binnen die op dat moment met zijn raceautootjes Max Verstappen zit na te spelen.

Sire wilt U hier even tekenen? Het heeft deze keer haast.

‘Waar moet ik tekenen, bij die stippeltjes?’

Als de lakei bijna weer de deur uit is: ‘Waar was het eigenlijk voor?’

‘Voor het meest denkbare eervolle ontslag van Mona Keijzer, Majesteit.’

‘Maar daar had ik vorige week toch al voor getekend?’

‘Nee, sire, dat was voor mevrouw Bijleveld.’

Je zou het bijna vergeten maar ook nog goeie zachte heelmeesters, te lezen bij Abraham Verghese

Hi Charles.

We hopen dat je het in Portugal zeer naar je zin hebt en dat je er geniet van een rijk en aromatisch leven. Het kan haast niet anders dan dat je pootjebadend deze septembermaand doorkomt. Blijf nog maar even weg, het is hier politiek verzuipen, aan pompen komen we niet meer toe. De arme Johan Remkes is nu met een paar sloffen sigaretten en een krat jenever in hemdsmouwen de Hilversumse hei op. Kees van Kooten wordt 80 en heeft van zich laten horen. Hij vat de clowns van het Binnenhof in één woord samen: gestumper. Druk met zichzelf en het eigen (partij)gelijk. De Nederlandse politiek loopt op zijn laatste benen. Wat is dat toch met figuren als Rutte (landelijk waarderingscijfer laatstelijk gepeild een 5), Kaag (waarderingscijfer 4,4), Hoekstra (waarderingscijfer nog net een 5), Bijleveld (maar beter niet gepeild) en ga zo nog maar even door, een hele waslijst! Ze verzuipen in hun eigen obsessie voor hun werk. Als ze geïnterrumpeerd worden staan ze te hakkelen en te stuntelen en vliegen de papieren en de spiekbriefjes van links naar rechts over het katheder. Geen enkele afstand tot de partij en de roem die snel verbleekt. Weggezogen van de maatschappij als was hier de beste stofzuiger aan het werk. Die lui proppen 48 uur in een etmaal met hun honger naar macht en belangrijkheid. Eigenlijk heel tragisch en sneu. Zie de warrige Bijleveld afgelopen week. Is het geldingsdrang? Er bleef niets van het mensje over. Is het een volkomen uit de hand gelopen narcisme? Zijn die nog wel eens thuis en lezen die nog wel eens een boek? Is het een gevoel van onmisbaarheid en daardoor overal brokken maken? Waar is de relativering, de zelfrelativering, de gezonde zelfspot? Hier verder alles goed. Al was Ellen even naar het ziekenhuis afgelopen dinsdag met vermoedens van een ontsteking. Ze dreigde geopereerd te moeten worden. Ambulance en gedoe. Geschrokken buren. Maar het bleek geen abces te zijn. Onderzoek door twee ervaren verpleegkundigen, daarna een ‘gewone’ dokter, en tenslotte een chirurg. We lieten er geen gras over groeien. Geen abces. Loos alarm, zullen we maar zeggen. De geleerden zijn het er nog steeds niet over eens wat het wél geweest is. Ik kreeg mijn muze gelukkig weer per ambulance mee terug naar de Zonzijde die zijn naam de laatste dagen weer volop eer aan doet. Lezen bij koffie, thee of een glaasje in de tuin.

Geen abces dus , maar wat het wel met Ellen geweest is weet niemand. Ze had ook geen koorts. Haar eetlust bleef uitstekend. Niet echt pijn en nu intussen al helemaal niet meer. Alsof de duvel er mee speelde, was Diana voor een paar dagen weg. Zij ging als laatste vakantieganger naar ons familiehotel in Zuid-Limburg. We hebben Diana daar met rust gelaten. Die liep in een winterjas achter een gids aan door de grotten van Valkenburg. Ze bezocht ook vrienden in Heerlen en zag verlate winkelstraten door (corona) faillissementen. Ze kreeg pas over het ziekenhuisbezoek iets te horen toen ze hier terug was aan het front. Toen het in het ziekenhuis allemaal bleek mee te vallen met Ellen maakte ik er maar een grapje van. De opluchting. ‘Ellen, iedereen om je heen een paar dagen weg deze weken, jij dacht natuurlijk: ook ik er even tussenuit, desnoods naar het Antonius in Leidsche Rijn.’ Er verscheen een glimlach op het gezicht van de schone slaapster terwijl ze daar in Kamer 1 van de Spoedeisende Hulp lag te wachten op de ambulance die haar weer naar huis terug zou brengen. Enkele dagen met Ellen nodig gehad om van de schrik te bekomen. Samen de klok rond geslapen, een paar keer. Ondertussen worstelden Kaag en Bijleveld zich door de debatten over Afghanistan en bleef de Tweede Kamer ze onder schot houden. Voor die twee is er nu een weekje vrij gekomen voor een zonnige vakantie in een hotel in Kabul met gezellig Talibanpersoneel.

Kreeg van Moni uit Valkenburg, eigenlijk moet ik Margraten zeggen, pas geleden een verschrikkelijk mooi boek mee, een vuistdikke pil. De Statenbijbel van de uitgestreken Marnix van Rij is er niks bij. Heb je dat hoofd wel eens gezien, dat hoofd van Marnix van Rij? Er klopt iets niet met dat hoofd. Griezelig vroom en uitgestreken. Maar goed, dat boek. De Heelmeesters is de titel, onthouden!, en het verhaal heeft me volledig bij de lurven. Het boek pakt je op en neemt je mee naar Ethiopië. Abraham Verghese is de auteur, een beroemde arts, met ouders uit India die later naar het Ethiopië van de, een hele mond vol, ‘Keizerlijke Majesteit de Keizer’ Haile Selassi verhuisden. zoals zoveel machthebbers een idioot van een kerel die Haile Selassie die volledig de weg kwijt was – als hij 1 van zijn 26 Rolls Roycen had verkocht zouden alle ondervoede kinderen van Ethiopië voor twee maanden te eten hebben gehad. In Ethiopië werd Abraham Verghese onder dramatische omstandigheden geboren en groeide hij op alvorens naar Amerika te emigreren. Hij is van Stanford en werkte jaren en jaren in probleemwijken. Deze arts, van 1947, publiceert geregeld in de New York Times en in de New Yorker. De Heelmeesters is zijn eerste roman. Waanzinnig goed. Een aanrader dus. Het boek gaat over de tweelingbroers Marion en Shiva. Hun moeder, een non uit Madras in India en verpleegster in een missiehospitaal in Ethiopië, sterft in het kraambed. Niemand wist dat ze zwanger was, ook de vermoedelijke vader niet, de Britse chirurg Stone. Die probeert als een bezetene Mary Joseph Praise te redden, maar als zij onder zijn handen sterft slaat hij hysterisch van verdriet op de vlucht. Marion en Shiva groeien op in het Ethiopië van de jaren zeventig met revoluties en straatgeweld. Prachtig beschreven allemaal, alle personages komen fantastisch tot leven, heel indrukwekkend, en zet het boek maar gerust op je lijstje voor Sinterklaas of je kerstdagen. Die zijn er eerder dan je denkt. In het tuincentrum zijn ze al ruimte aan het maken voor de kerstversiering. Hoorde ik van Elly Wolf. Die zag in het tuincentrum al de eerste herdertjes en een sneeuwlandschap bij buiten twintig graden boven nul.

En de Nederlandse politiek, ons zo geliefde onderwerp bij een borrel met een nootje? Het is één en al circus in Den Haag. Rutte III maakt er een nog grotere bende van dan al het geval was. Rutte zelf en de zijspan Broekers-Knol zijn nog zo’n beetje de enigen van de oorspronkelijke club. En Hugo natuurlijk. Hugo blijft vaccineren. Blijf nog maar even weg kortom. De van ambitie en baantjes bezeten Kaag (maar even ter herinnering een 4,4 als landelijk waarderingscijfer) kreeg volkomen terecht een breed gedragen motie van afkeuring aan haar in Dreft gewassen slipje en is afgetreden als minister van buitenlandse zaken die namens de weinig standvastige Nederlandse Leeuw hoofdverantwoordelijk was voor de enorme evacuatiechaos met doden en alle verdere denkbare tragedie in Kabul. Deze politieke veelvraat kon weinig anders. In mei walgde ze nog van het feit dat Rutte zelf een motie van afkeuring tegen onze Alzheimer-premier schouderophalend naast zich neerlegde. Nu overkwam haar ook zoiets en moest ze wel. Laksheid komt voor de val. Afghanistan, wegkijken en traagheid in besluitvorming, bah. Het spelen met mensenlevens.

Kaag, een waardeloze minister van buitenlandse zaken in een crisissituatie die zijn weerga nauwelijks kende. Eerlijk is eerlijk: Kaag nam wel de ellende rond onder meer de tolken in Afghanistan over van haar voorganger, de VVD’er Blok. Zo heette hij toch, Blok, Stef Blok? Keurige ambtenaar, het prototype van een klerk. Was hij niet overwerkt? Maar Kaag faalde met al haar dedain. Kaag dus minister áf. Rutte reageerde zoals alleen Rutte kan. Met tekst waarvoor hij zijn fietspomp uit de schuur tevoorschijn haalde. Het vertrek van Kaag als minister was een ramp voor Nederland, kakelde Pinokkio. Het is allemaal toneel. Een slechte voorstelling die het niet haalt bij cabaretier Theo Maassen die in Haarlem werd onderbroken door de politie. Het nieuwe theatertje De Liefde daar zat tjokvol. Wat ze op het circuit van Zandvoort mogen, mogen wij ook dachten ze even verderop in Haarlem. Maar Maassen is niet van koninklijke bloede. De Liefde kreeg een boete. De bezoekers betalen die met elkaar. De wappies voelden weer wat wind in de zeilen. De dansleraar Willem Engel heeft weer munitie voor een paar rechtszaken.

Ook de omhoog gevallen moeder van het CDA liep tegen de lamp en incasseerde een Kamermeerderheid voor een motie van afkeuring. Maar Ank Bijleveld blijft met een betonplaat voor haar harses op haar post. Met waarschijnlijk de gedachte dat het CDA, met nu nog vijf zetels, wel tegen een stootje kan in het stemhokje. Tijd zoetjesaan voor een buitenparlementair kabinet. Alle politici van VVD, D66 en CDA terug in hun hok. Of voor Rutte, Kaag en Hoekstra een functie elders. Misschien heeft Pieter Omtzigt een suggestie. Ergens in de IJmond bijvoorbeeld, bij Tata. Dat zou misschien nog wel het beste zijn. Het leek Youp van ’t Hek wel wat om Bijleveld lobbyist te maken voor de wapenindustrie of iets transparants op een onderzeeër. Opmerkelijk dat in de nabeschouwingen Kaag lof krijgt voor haar beslissing om met een staart tussen de benen het kabinet te verlaten. Zo werkt dat dus. Maar Kaag liep zich al een paar maanden dagelijks te verontschuldigen voor iets dat ze de dag ervoor had gedaan. Of had nagelaten in al haar eigen drukte. Niet één maar alle sporen bijster. En wie heeft het nog over dat vliegtuig op de luchthaven van Afghanistan en over die arme stakkers die zich probeerden vast te klampen aan de romp? Die beelden van de evacuaties, Miss Saigon in Kabul, ik zal het nooit meer vergeten. De Taliban hebben de vrouwen en meisjes van Afghanistan weer teruggebracht in de Middeleeuwen. We hebben Afghanistan verraden. Mogen we ons aanrekenen. Hoeveel achtergebleven tolken zullen nog leven? Tijdens afgrijselijk straatrumoer in De Harskamp over de opvang van Afghaanse vluchtelingen waren onze koning en koningin in Griekenland bezig aan hun zesde week vakantie, schrijft royaltyverslaggeefster Kysia Hekster deze week in haar memoires. Zes weken in hun speedboot, geen haan die ernaar kraait. Voor het ondergelopen Valkenburg was nauwelijks tijd. Weer wel daags erna voor een fotosessie. De verslaggeefster volgde het koningspaar vele jaren achteren. Ze vertelt over de grenzeloze infantiliteit van ons volk. De mensen vallen stil zodra het koningspaar over de drempel stapt. Ook om de slechtste grappen van de koning wordt nog overdreven gelachen. Heel beschamend allemaal. Jeuk en natte nekharen. Kromme tenen. Ik hoor het Hester zeggen. Mijn familie riep vroeger altijd dat Juliana en Bernhard zo eenvoudig waren gebleven. En jullie dom, dacht ik dan. Jaarsalaris koning in 2022 een miljoen. Lust u nog spruitjes? Inhalige bliksem. Moest onwillekeurig aan Haile Selassi denken.

Afghanistan. Nazi-leuzen in De Harskamp tegen de komst van vluchtelingen. Dat alles is veel belangrijker en erger dan het Huis van Oranje-Nassau en mevrouw Kaag. Ik zou maar liever blijven inzoomen op wat ze op haar geweten heeft. Derksen en Gijp krijgen misschien bij Talpa een eigen dagelijkse talkshow als tegenhanger van al die talkshows van de NPO en Jinek die qua kijkcijfers al wekenlang niet meer bij de eerste tien komen. Goeie zet van Talpa. Kan er weer eens gelachen worden. Reden om de tv niet te laten weghalen door een opkoper. Derksen en Gijp nemen geen blad voor de mond. Ze serveren iedereen af die daarom vraagt. Hun Oranjezomer haalde met humor, kwinkslagen en relativering dagelijks 850.000 kijkers, waar de zeurderige NPO en Jenek al blij zijn als ze in de buurt van de 500.000 komen. Nederland is allang het coronageblaat zat met al die zelfbenoemde deskundigen. Ook Buitenhof begint te vervelen. Het is allemaal veel te serieus en veel te hoogdravend. Derksen, Gijp en Wilfred hebben begrepen hoe je vandaag de dag televisie maakt. Ik hoor trouwens net dat ook Bijleveld haar ministerschap neerlegt. Onder druk van haar eigen partijtop. Van Marnix van Rij en zo. Die zag aankomen dat er alleen nog maar een Kamerzetel overbleef voor Hoekstra. De eenmansfractie CDA. Die malle Bijleveld had niet in de gaten dat Kaag ging aftreden. Heel Nederland wist dat dit te gebeuren stond behalve Ank Bijleveld. Over politieke antenne gesproken. Het CDA dat zijn kompas kwijt is. Een politiek commentator had het over een kleuterklas. Partij in ontbinding. Partij waaruit het politiek instinct is verdwenen. Net een congres achter de rug maar niemand die Bijleveld even iets influisterde. Gekapseisde christendemocraten.

De grootste tot dusver onderbelichte gotspe: enkele maanden geleden trad de gouverneur van Limburg, een zekere Bovens, ook CDA, het kan niet missen natuurlijk, af omdat hij mede verantwoordelijk was geweest voor, of in elk geval weet had gehad van, malversaties waarover NRC uitvoerig berichtte. Het bekende handjeklap in Limburg bij schemer met CDA’ers. Nu moest er ergens in Nederland, ik ben even kwijt waar, een waarnemend burgemeester komen en het CDA was aan zet. En wie heeft het CDA uit de hoge hoed getoverd? Inderdaad, die griezel van een Theo Bovens die niet bleek te deugen of in elk geval alle schijn tegen had. Ik heb het even opgezocht, het is Enschede waar Theo Bovens per helikopter en in carnavalstenue landt. Woont Pieter Omtzigt niet in Enschede? Die zal zijn hoofd wel weer schudden. De zoveelste poets die het tot op de draad versleten CDA hem bakt. Hoe kun je in je eigen val lopen CDA? Nou zo! De christendemocraten als de winkelstraten van Heerlen: troosteloos en failliet. Valt Bovens naar Enschede onder het Oude Testament of het Nieuwe Testamant van de Bestuurscultuur? Minister van binnenlandse zaken over de benoeming van Bovens boos op de commissaris van de koning in Overijssel, en omgekeerd die weer boos op de minister. Maar wat maakt het uit, een waarnemend burgemeester die een paar integriteitskwesties achter zich aan sleept. Het kan allemaal in het huidige Nederland dat zichzelf allang niet meer serieus neemt. Of was het vroeger al net zo? Misschien duikt Ank Bijleveld straks wel op in Enschede. Het CDA moet toch wat met die vrouw. Het zal de koning worst wezen en geef hem eens ongelijk, hij is er voor de leuke dingen, en op staatskosten natuurlijk. Zwaar bestaan. Ook het middagje racecircuit Zandvoort heeft hij weer gratis en voor niks binnen. Voor Prinsjesdag volgende week is zijn rijtoer door Den Haag komen te vervallen. Te veel onderdanen die een glimp van ‘m wilden opvangen. Ach ja.

Laat ons er maar om lachen. Ook jij vanuit Portugal. Ik had het van de week weer eens aan de stok met enkele zorginstanties. Het moest weer eens helemaal anders. Doodmoe word je daarvan. Het doet aan al die hopeloze onderwijsvernieuwingen denken die ons land bijkans ongeletterd hebben gemaakt. Waar is de relativering gebleven, de zelfrelativering, de gezonde zelfspot? Was ik zelf vroeger anders? Niet veel anders nee. Een beetje anders, niet alles ter meerdere eer en glorie van mezelf. Anders ja. En als mantelzorger moet je al helemaal het betrekkelijke van heel veel dingen inzien en waken voor doordraven. Tijd nemen voor een boek. De Heelmeesters. Een zoon die diep moest graven in het zo korte leven van zijn moeder die tijdens zijn geboorte stierf in Addis Abeba. Een boek met gelaagdheden. Het leven is gaten dichten. Daar heb je geen metaforen voor nodig. Geografie bepaalt je lot. Dat valt heel duidelijk in De Heelmeesters te lezen. Die geografie en de coördinaten die naar Kabul wezen bepaalden ook het ministerslot voor Kaag en Bijleveld. Onafwendbaar. In je tuin gaat alles goed. Maar de natuur loopt terug. Ook de bloemen in je pot verliezen hun glans. Maar ik houd ze in de gaten. André Hazes junior heeft een burn-out schreeuwen de sociale media van de daken. Maar junior kan op zijn familie reken. Tante Els voorop. Gooi in Portugal nog maar een paar sardientjes op het vuur. Je zult zien, al voordat je terug bent maakt niemand meer een woord vuil aan het ministerschap van Kaag en Bijleveld. Over en sluiten. Het politieke kerkhof ligt vol in blinde ambitie gesneuvelde partijhelden. Rutte fietst er elke zondag langs en eet zijn appeltje.

De ongelofelijke vertelkunst van het jonge Duitse fenomeen Benedict Wells

Ha Johan, 
Fijn om weer thuis bij Ellen te zijn? 
Is denk ik geen vraag maar een eenvoudige vaststelling.
Zo is de liefde, er gewoon zijn. 
Wilde je toch graag nog eens bedanken voor de heerlijke
toertocht en de hele fijne avond bij Aon ‘t Bat, 
ik heb genoten. Geloof het of niet, ik heb het door jou 
aan mij uitgeleende boek al uit, in één woord: 
ongelofelijk wat een vertelkunst, ik ben er stil van, 
we zullen het er later nog wel eens over hebben. 
Voor nu lieve groet voor jou en Ellen, 
Moni. 

Lieve Moni.

Dit mag met recht een record worden genoemd. Joh, heb je vannacht nog wel een oog dichtgedaan? Je hebt Beck van Benedict Wells al uit! Breng ik later deze maand een ander boek van dit jonge Duitse schrijfgenie voor je mee naar Zuid-Limburg. ‘Hard land’, bijvoorbeeld, ook een pageturner, beter dan ‘Op het geniale af’, dat viel me een beetje tegen. Moet je nagaan: Benedict Wells uit Berlijn was 28 toen hij ‘De laatste zomer van Beck’ schreef. Der Spiegel ging in zijn recensie helemaal uit zijn dak. Nog nooit vertoond, jubelde dit gezaghebbende blad toen ‘Ben’ Wells zich aan het schrijversfront meldde. Inderdaad, ongelofelijk wat een vertelkunst, zoals je me mailt. Begrijp dat je er stil van werd. Er zitten honderden doordenkertjes in het boek (en ook de andere bundels) van Wells. Het is ragfijn en kunstig als een spinnenweb. Hoe komt iemand op de leeftijd van pas 28 al zo knap om zo’n doortimmerde en meeslepende psychologische roman te schrijven! Over het maken van keuzes in het leven bijvoorbeeld. En dan zit je als lezer je te verbijten om de verkeerde keuzes.

Denk je over de wendingen goed na en kruip je in de huid van de personages van Wells, twijfelaars vaak, eenzame zielen met het hart op de goeie plek, onbegrepen wonderkinderen ook, hypochonders, neuroten, noem verder maar op, dan zijn die keuzes op het moment dat ze werden gemaakt helemaal zo onlogisch nog niet als je eerst vond. Je gevoel een kans geven. Maar als je met je gevoel geen raad weet? Dat geldt voor die eenzame, onbegrepen, neurotische twijfelaars met stuk voor stuk onnoemelijk veel talent. Talent dat niet tot wasdom komt en niet wordt uitgebuit door de warrige huishouding in het brein. Alle personages in Beck hadden een vadercomplex. Het is één en al psychologie. Toen hoofdpersoon Beck niet inging op de bijna smeekbede van de bloedmooie en veel jongere naar zekerheid en veiligheid hunkerende Lara om vanuit München mee naar Rome te verkassen dacht ik: Oetlul!!!! Dat had ik eigenlijk het hele boek door. Die Robert Beck was zó levensecht. Hij irriteerde me. En ik raakte met die irritatie tegelijkertijd erg op hem gesteld, allengs steeds meer zelfs. Zoals hij van God en iedereen verlaten eindigde in een soortement strandhuisje in de buurt van Napels. De rol in het boek van die kat ook! En van de kunstijsbaan! De blauwe plekken over zijn hele lichaam van die scholier uit Litouwen. Wells roept beelden op rond mensen met een traumatische jeugd, beelden die later weer in een andere context terugkomen. Rare beslissingen. Voortdurend rare beslissingen, op het impulsieve af. Maar tegelijkertijd: zo gaat dat in het leven. Die gedrogeerde neger Charlie met zijn vliegangst ook. Het lot tarten, heette dat.

Van alle boeken van Benedict Wells vind ik ‘Het einde der eenzaamheid’ nog steeds het meest indrukwekkende. Dat boek bracht me zelfs in de brandende zon hier in mijn tuinstoel heel zachtjes aan het huilen in 2019. Ik dacht toen dat ik na alle tegenslagen met Ellen het huilen was verleerd. Had het in geen jaren meer gehuild. Dacht dat ik al teveel tranen vergoten had. Maar ‘Het einde der eenzaamheid’ bracht me weer zover. Ik wist aan het slot niets beters te verzinnen dan naar de plaatselijke ijssalon Zomers te wandelen. Maar deze, Beck, deze Beck komt dicht in de buurt van ‘Het einde der eenzaamheid’. En ja, JIJ, Moni, jij hebt bijgedragen aan een ongelofelijk leuke vakantieweek in Valkenburg en wijde omtrek en het was fantastisch, werkelijk fantastisch, dat je zaterdag even bij mijn afscheidsontbijt kwam zitten met die ene vraag: ‘Heb JIJ het fijn gehad?’ En dat heb ik. De hele buurt hier, ik overdrijf een beetje maar niet veel, is me onder het wassen van mijn auto vandaag komen vragen hoe ik die volle week vakantie sinds zes of zeven jaar had beleefd. Hoe had ik hem ervaren, die week. Niet een weekend weg of een midweek maar zes dagen aan één stuk. Hoe het was? Grandioos. De maandag al meteen bij 27 graden toeren in jouw 25 jaar oude Mini met open dak, een collectors item, door en over de zuidelijke flanken van Limburg. De lunch op die paradijselijke plek bij Vaals en Vijlen waar je vanzelf een dichter wordt. Wat een uitzicht had je daar zeg! We bevonden ons daar met die salade in de hemel. Ze waren daar trouwens van de stevige porties. Niet van dat benauwde. Het deed al Duits aan. Heette het daar niet Lodge? En later in de week in de vroege avond die pasta maaltijd met zalm en garnalen aan de Maas op de houten vlonder van die super brasserie Aon ’t Bat in Eijsden. Bedankt nog voor de scampi’s die jij niet lust. Vervelende meiden van halverwege de dertig waren het die naast ons een tafel oeverloos lang zelfzuchtig bezet hielden, hoewel ze allang met die jengelkinderen uitgegeten waren, en terwijl voor hun neus een lange rij wachtenden stond om ook te kunnen eten. Het verwende soort. Egocentrische wichtjes uit Maastricht, schatte ik in. Samenwonend in de symbiose van decadentie. Ik ben ongeschikt voor de horeca, ik had er als bediening iets van gezegd. Zo van: en nu ophoepelen. En ook: ruim de papieren rotzooi rond je stoelpoten op en laat voortaan je kleurpotloden thuis. Nou ja, andere bewoordingen die op hetzelfde zouden neerkomen. Wat een schitterend panorama bood de Maas wederom.

Over water gesproken. Wat een lief en frivool en onschuldig stroompje is die Geul in Valkenburg weer. Kabbel-de-kabbel. Je komt momenteel bij die Geul tot rust. Je kunt je nauwelijks voorstellen wat dat loeder op zijn geweten heeft. Een wolf in schaapskleren die Geul. Je rook afgelopen week nog steeds een grondlucht in de nauwe straatjes rond Botterweck en zo. Reuze benieuwd of er watertunnels in Valkenburg komen. Hoorde er op de radio over. Hoe willen ze die gaan aanleggen? Moeten daar panden voor worden gesloopt? In elk geval begreep ik dat zandzakken uit de tijd zijn. Zandzakken als anachronisme net als ons koningshuis. Water bezit oerkracht. Bedankt nog voor de foto van de Mini. Wat had je een schitterende rit uitgedacht voor in de Mini. Eijsden, Sint Geertruid, Mheer, Gronsveld, Margraten, enzovoorts, enzoverder. Vijlen, Mechelen, Epen, Slenaken en namen die ik op de kaart zou moeten terugzoeken. Als iets eindigt op ‘rade’ dan weet ik het: dan ben ik in Limburg. De Mini, ik wil hem in dit blog gebruiken. Ik wil hem vereeuwigen. Ik heb er trouwens verdomde goed aan gedaan om niet vanuit jullie hotel in Valkenburg door te gaan dwars over België naar De Panne toe. Verleidelijk dat rijden op zee aan, maar toch gelukkig op de valreep uit mijn vakantieprogramma geschrapt. Vanaf vrijdag wilde ik weer naar mijn lieve Ellentje toe rijden, niet van haar àf, niet verder van haar weg, tot bijna Duinkerken in Frankrijk toe. Ik ben een gevoelsmens. Het voelde niet goed. Ik wilde Ellen weer, ik begon haar vanaf vrijdag meer en meer te missen, en wat ik niet wilde was over haar actuele situatie praten en daar zou het, met de talrijke oude bekenden in De Panne, en met al hun denkbare goeie intenties, beslist van gekomen zijn.

Het mooie de afgelopen week was dat ik even los was van thuis zonder er los van te zijn. Anders los kortom. Daarom houd ik ook van het hotel van jullie. Jullie betekenis is veel groter dan jullie je misschien realiseren. Enkele mensen uit zeg maar mijn periferie verbazen zich erover dat ik zo makkelijk in mijn eentje op stap ga. Of ik me in mijn uppie aan een ontbijttafel niet lullig voel, vragen ze dan. Nou nee. Die luitjes blijven het hele jaar door thuis, ook in de zomer. Die zijn continu aan het onkruid wieden en als ze klaar zijn dan stoppen ze het onkruid uit verveling weer terug in de grond om wat te doen te houden. Zo ongeveer. Maar ik weet nog goed dat ik de eerste keren met een straattegel in mijn maag wegreed van thuis. Veel went, al zou ik voor wennen een beter werkwoord moeten kiezen. Het is eerder aanpassen. Ik heb me tegenover het hotel in De Panne wel als een lafaard gedragen. Daar schaam ik me achteraf toch wel een beetje voor. Ik liet ze weten dat mijn Skoda kuren vertoonde en dat ik moest annuleren. Dat was een leugentje. Een leugentje van een slappeling. Ik had de waarheid moeten zeggen. Dat doe ik anders ook altijd. En ze zeggen wel eens: God de Vader straft onmiddellijk. Nou, hij of zij strafte niet onmiddellijk maar deelde wel onmiddellijk een waarschuwing uit dat niet meer te doen. Niet meer jokken. Maar waar gaat de Nederlandse politiek je niet in voor! Rutte en Kaag beheersen het als geen ander. Rutte III: één grote bende.

Trouwens, lachen hè? Lijst Omzigt haalt in de jongste peilingen 25 zetels, die CDA-lantaarnpaal Hoekstra komt net boven de 5 zetels uit. Als er nu gemeenteraadsverkiezingen waren zou het CDA in heel veel gemeenten de kiesdrempel niet eens halen. Het wordt druk straks bij de uitkeringsinstanties met al die christendemocraten zonder baan. Misschien zitten er voor jullie een paar kamermeisjes tussen. Mona Keijzer bijvoorbeeld of Ank Bijleveld. En Hugo de Jonge die voor jullie de bagage van de wandelgasten naar hun volgende hotel rijdt. Ach die arme Hugo. Hij is de enige in het CDA die ik wél mag. Hugo is naturel. Hugo bedoelt het allemaal goed. En hij is net zo lang van stof als ik. Dat bindt. Je gooit er een muntje in en hup met de geit, daar gaan we. Ik proef verwantschap. Breedsprakigheid. Mijn excuus, nee verklaring is beter: ik werd vroeger in eerste instantie per zin betaald op Het Parool. Populair was een nieuwe alinea te beginnen met: Als gezegd. En dan deed je je verhaal nog eens. De zinnen gleden vrolijk in de vorm van muntstukken in je portemonnee. We hadden toen nog een eigen kassier. Met elastieken, van die snelbinders, voor de mouwen van zijn streepjesoverhemd. Het Stenen Tijdperk. Ik ben zijn naam kwijt, maar daar kom ik nog wel op.

Maar ik had het over God de Vader. Die liet van zich horen na mijn gejok tegen de hotelbaas in De Panne. Terug uit Valkenburg begon er plotseling heel venijnig in mijn auto een rood lampje te branden. Ik zweer het je. En dat bleef branden. Het bleef maar branden. Het hield niet op. Het viel allemaal reuze mee maar toch: de bandenspanning. Het kon ook een spijker zijn. Veel symboliek als je er goed over nadenkt. Via de bandenspanning berispte God de Vader me en gelastte voortaan met De Panne open kaart te spelen. Dat heb ik hem of haar, of is God nu een transgender?, beloofd. Op vier uur rijden weg van de zieke Ellen voelt niet goed, ik moet De Panne uit mijn hoofd gaan zetten, Valkenburg voor twee uur in de auto kan wel. Dat is te doen als ik met spoed terug moet naar huis. Ja, en het was fijn weer bij Ellen terug te zijn die mij begroette met een traan door een glimlach heen. Of omgekeerd, een glimlach met de glinstering van een traan. Ze wilde heel veel zeggen, en heel veel vertellen, maar helaas, ze kan het niet meer. De onmacht daarover loopt als een rode draad door mijn huidige leven. Ik heb me aangepast en de reactie van Ellen was onder de huidige omstandigheden al hartveroverend. En wat heeft Diana weer fantastisch voor Ellen gezorgd. Een week lang. Ook kapsalon Diana was weer in actie. Iemand die vanwege die baardige griezels van de Taliban de schuilkelders van Kabul heeft meegemaakt met twee kleine kinders is van alle markten thuis. Ik vind dat we pas geleden Afghanistan hebben verraden. Het land beleeft nu de totale ineenstorting, las ik vandaag. Samen met Biden hebben we vooral de vrouwen en meisjes in Afghanistan op een vreselijke manier verraden. De gehele westerse gemeenschap heeft een misdaad op zijn geweten. Niet de eerste. Maar dit terzijde. Ik dwaal weer eens af. Toen de kappers vanwege de corona lockdown niet mochten werken knipte Diana niet alleen Ellen maar ook mij. Maar ja neem ook de meisjes Bijleveld en Kaag: domweg incompetent leiderschap. Beiden met veel kapsones omhoog gevallen. Twee lakse trutten rond de evacuaties vanuit Afghanistan. Wegwezen die twee zelfgenoegzame druiloren.

Ik ben de facto een gezegend en rijk mens. Jij begrijpt me. Ik besef terdege dat we in menig opzicht nog altijd rijk zijn. Dat dwingen we misschien ook wel af. Zat vanmiddag bij mijn buurman op zijn terras aan een glaasje en een snack. De Nigeriaanse Jacinta bekommerde zich over Ellen. Over een tuinafstand van tien meter kon ik Jacinta horen die met Ellen bezig was. Jacinta is swahili vrolijkheid. Het maakte blij. Diana, Elly, Esmé, Leroy van de osteophatie , de fysiotherapeut Max en deze verpleegkundige in opleiding Jacinta, het zijn MIJN mensen. Ik houd van ze. Ze vormen mijn basis. Ze zijn bovendien mijn springplank naar momenten van ontspanning. Wat zou ik zonder ze moeten beginnen. Terug thuis lag er een uitnodiging in de bus voor een reünie van Parool Sport, de sportredactie eertijds van Het Parool aan toen nog de Wibautstraat in Amsterdam. Ik heb initiatiefnemer Henk van der Sluis laten weten dat ik naar die reünie uitzie en hem ook geschreven dat ik mede met mijn horrorverhalen over mijn beginstappen in de journalistiek volle collegezalen trok op de Erasmus en in Tilburg. De studenten genoten van de martelkamer van Cees van Nieuwenhuizen die soms niets van mijn artikel heel liet. Of ik al naar huis wilde, vroeg hij dan als ik het verhaal voor de 23ste keer had aangepast. Nou, ik moest aan thuis maar doorgeven dat de aardappels al op de vuur konden maar dan wel één voor één. Aan enige nazorg werd in die jaren niet gedaan. Het was een bikkelharde leerschool. Maar onvergetelijk in positieve zin. Ik zat bij Het Parool van toen nog Kronkel tussen illustere types. Ik was aanvankelijk zo trots als een aap dat ik bij Het Parool überhaupt over de drempel mocht. Daar liep op de redactie Simon Carmiggelt in het wild rond. En de cabaretière en schrijfster Jeanne Roos die vroeger op de planken aanvankelijk meer succes oogstte dan Wim Sonneveld. Kun je nagaan! Marte Röling nog zo’n naam uit het rijke verleden. De tekenares Fiep Westendorp. Haar naam is aan Annie M.G. Schmidt verbonden. Paul van ’t Veer, was ineens dood. Daar bij Het Parool van de jaren ’70 werkte Henri Knap met die klompvoet, of wat was het. Veel van die coryfeeën kenden elkaar uit het verzet. Op de naam van de kassier ben ik nog steeds niet gekomen, helaas. Zie hem wel zó voor me. Ik kreeg van de plaatselijke bierbrouwerij ook weer de vraag of ik me als hopplukker wilde melden. Vooruit, zeg ik dan, het houdt me onder de mensen. Het Gilde vroeg me of ik als een soort voorleesmoeder de dementerenden in enkele verpleeghuizen in Utrecht wilde komen vermaken. Nee, daar pas ik voor. Ik zet voorlopig geen stap meer in een verpleeghuis. Ik heb genoeg narigheid gezien. Nu is Diana bij jullie en zo heeft bijna het hele team van Ellen vakantie gevierd, of geniet nog vakantie, in jullie hotel. Diana heeft al laten weten dat ze bij jullie in een warm bad terecht kwam. ‘Is geweldig’, waren haar woorden in een sms. En natuurlijk de bloemen van Ellen op het nachtkastje van haar hotelkamer bij jullie. Heeft ze verdiend, dubbel en dwars verdiend. Ze is voor mij de personificatie van de essentiële beroepen. Eind van de maand kom ik weer en Diana bood me aan er 2 overnachtingen van te maken in plaats van 1, want ze genoot bij mijn terugkeer van mijn blijdschap over de afgelopen week. Ik zal dit nog wel even aangeven bij Thom en Yvonne.

We houden contact Moni. Ik voel me superfit. Lag ook alweer met een aardappelschilmesje op mijn knieën om de grasjes tussen de terrasklinkers weg te krabben. Morgen schoonmaakazijn kopen. Scheelt uren werk. Warm water en schoonmaakazijn, het doet wonderen. Pas jij goed op jezelf want je maakt ongelofelijk veel meters in het hotel. Je zou eens een kilometerteller om je arm moeten binden. Wat is er in zo’n hotel in het hoogseizoen, en ook in de nazomer, veel te doen zeg. Dankjewel voor afgelopen week. Met lieve groet van hier. Ook van Ellen uiteraard. Ze blijft overal bij betrokken. Als je Diana bij het ontbijt spreekt, doe haar onze allerhartelijkste groeten met een dikke knuffel van Ellen. Die kassier heette trouwens Jan Kelsma. Maar hij was niet van Het Parool maar van het Utrechts Nieuwsblad dat later kwam.

Johan.