Je zou de tijd moeten vasthouden, lees je op elke pagina bij Ernst Daniël Smid, al staat het er niet

Je zou de tijd moeten kunnen vastzetten, je leest het op elke pagina in het boek over Ernst Daniël Smid, al staat het er niet. Met aarzeling de biografie Ernst gekocht, het levensverhaal van Ernst Daniël Smid, de bariton, en meer, en nog veel meer dan bariton alleen. Zijn biografie, zou het wat zijn? Ben nu een behoorlijk stuk voorbij het midden, op drie kwart al, en ja, het is wat. En niet alleen omdat het over parkinson gaat waar, net als de lieve Ellen, ook deze man van het theater en van klassieke muziek en met een bijna gebeeldhouwde kop machteloos door getroffen is. De schrokop van alles dat het leven te bieden had, heeft vooral de trilvariant van parkinson, de hele dag en de hele nacht door. Zijn stem is aangetast. Hij vertelt er mooi over. Mooi? De goede verstaander weet wat ik bedoel. Ik sla mijn dagboekaantekeningen erop na. Nog steeds de chroniqueur.

‘Zolang je slaagt, sta je in de belangstelling’, weet ook Ernst Daniël Smid. Ik citeer hem vanaf pagina 158. ‘Nu ik er zo slecht voor sta is er veel minder aandacht. Mensen willen niet geassocieerd worden met verlies, je hoort niks meer van ze. Al die mensen met wie ik gewerkt heb, collega’s, vrienden, kennissen, die allemaal tegen mij zeiden dat ik zulke boeiende verhalen vertelde op tv, producers die beloofden programma’s met me te willen maken, maar uiteindelijk toch niet, je hoort niks meer van ze. De ziekte van Parkinson. Echte vrienden bij wie je je hart kunt luchten zijn er in het vak en daarbuiten niet veel.’ De hele bliksemse boel om je heen valt weg, huilt het diep vanbinnen bij hem.

De passage deed me denken aan een gesprek van enkele dagen eerder met een verdraaid goede kennis. Iemand die gedurende het ziekteproces van Ellen ineens als een dierbaar mens vol empathie en compassie was komen bovendrijven. En niet opdringerig. Hij wilde een avondje beleggen bij hem thuis. Een volle huiskamer. Laat ik het maar op de huiskamer houden, want de zomer van 2021 levert ons nauwelijks enig tuingeluk op. Een avondje in zijn huiskamer. Een aangeklede borrel met veel bekenden. Hij was er al eens eerder over begonnen en toen hield ik mijn mond. Voor mijn doen wijselijk. Een wachter achter mijn lippen. Ik bedacht dat ik wel een smoes zou kunnen verzinnen als het eenmaal zover was. Ineens was het dat, was het ook zover, en verkoos ik het met de billen bloot te gaan. Dat kan in mijn geval. Twee keer per week de zonnebank en geen grammetje vet zorgt voor vertrouwen. Praat ik mezelf aan. Maat 32 waarmee ze bij C & A graag een paar nieuwe modieuze broeken aangeven via het gordijntje van de paskamer. Met de billen bloot dus, geen trek in een avondje met mensen voor wie Ellen al een eeuwigheid dood en begraven lijkt, en die met heel andere dingen bezig zijn dan wij. Het werd niet begrepen. Nou, een beetje. En later weer mondjesmaat wat meer dan een beetje. Juist ik als vaak eenzame mantelzorger zou zo’n volle huiskamer met wijn en hapjes toch moeten omhelzen! Nee dus. Juist ik niet, probeerde ik mijn van kennis naar min of meer vriend opgeklommen wijnkenner en liefhebber van Saksische leverworst uit te leggen. Ik houd van het leven. Ik houd zelfs zielsveel van het leven. Ik omarm het. Ik houd van gezelschap. Maar op mijn manier. Ongedwongen. Zonder aanstellerij en hypocrisie. Vragen naar Ellen als je het ook echt meent.

Ik had toen de biografie Ernst nog niet gelezen en ik was zeker nog niet aangeland op pagina 158. Maar de herkenning kwam. Mensen willen niet geassocieerd worden met verlies, je hoort niks meer van ze. Dat geldt ook voor ons. Met de aantekening dat we, hand in eigen boezem, ook diverse vrienden en kennissen zelf het bos in hebben gestuurd omdat ze bij een ander leven van ons pasten en niet meer bij het nieuwe. Om uiteenlopende redenen niet meer. De foto hierboven is veelzeggend. De foto van hieronder trouwens ook.  Die is van Moni uit de periferie van Maastricht. Daarover later. Het zijn foto’s van stil geluk. Het zijn stillevens. Stillevens van een stil en dromerig leven dat niet minder uitbundig hoeft te worden omhelsd dan een leven vol bedrijvigheid en een overvolle agenda. Een leven ook met trivialiteiten. Ellen die over mijn schouder meekeek bij het maken van de bovenste foto. Het panorama vanuit haar bed. Rechtop in de kussens, zonder pijn, met een geweldige eetlust, berustend in het wrede lot dat haar overkwam zo lijkt het, met een scherp oor voor de muziek op een nieuwe cd die mijn oude geluidstechnicus Jan van den Heuvel – verloor twee jaar geleden zijn vrouw door verstikking – in Tilburg verzorgde met Jesu Joy of Man’s Desiring van Bach, met Barbra Streisand en het virtuoze There’s A Place For Us , met A Whiter Shade of Pale van Procal Harum als het kroonjuweel van de jaren ’60, met Air in een geweldig nieuw jasje met Afrikaans achtergrondkoor, de Nigeriaanse Jacinta wiegt mee op het Swahili uit Tanzania en Kenia en krijgt er steeds weer tranen van in haar ogen, met Wibi, dat ook, hoe zouden we hem kunnen overslaan, veel Wibi, minutenlang de piano van wie we twee of drie keer bij hem thuis een concert bijwoonden en eens kaartjes met Kerst hadden voor zijn gala in het Concertgebouw in Amsterdam.

Muziek als balsem voor de ziel. Liever met Ellen alleen aan een glaasje en met een sigaretje buiten, voorop gesteld dat het droog is, hetgeen tegenwoordig meestal niet, dan een paar uur weg van haar voor mensen die mij niets meer zeggen en me ook niets meer te zeggen hebben. Het zijn heerlijke avonden met Ellen alleen en daarvoor is warme huiselijkheid met geborgenheid al voldoende. Dik voldoende zelfs. Niet Ellen twee uurtjes alleen met een schemerlampje aan en een cd op en zelf mijn tijd doorbrengen en verdoen met sociaal geneuzel. Dan ineens van iedereen de vraag hoe het toch met Ellen is en blauwe plekken van de schouderklopjes waar ik helemaal niet op zit te wachten. Niet op schouderklopjes en op blauwe plekken al helemaal niet. Was ik vroeger zelf anders?  Ik kreeg de vraag op me afgevuurd. Een tikkeltje. Een tikkeltje? Maakte ik me vroeger zelf wél druk om mensen die door ziekte getroffen waren? De bevriende initiatiefnemer van een volle huiskamer aan de wijn was daar toch wel benieuwd naar. Hij dacht van niet. Hij vond van niet. Het antwoord moet hem hebben verbaasd. Ik was vroeger voordat Ellen ziek werd inderdaad wel degelijk anders en ik zou mezelf tekort doen dat te verloochenen. De buitenkant en de binnenkant. Hij had die binnenkant pas met de ziekte van Ellen leren kennen. Maar die was er al veel eerder. Weinigen die zich vroeger op de redactievloer van een krant zo om een zwakzinnige kopijloper hebben bekommerd als ik. Ben ik er trots op? Nee, maar ik zeg het toch maar even. En ik bevond me toen op het hoogtepunt van mijn journalistieke carrière, als chef buitenland, ik was zo druk als een klein baasje, want de hele wereld stond eind jaren ’80 en de eerste helft van de jaren ’90 in de fik. Van de val van de Berlijnse Muur tot de Balkanoorlog en wat zat daar niet allemaal tussen. Ik zocht Hendrik-Jan zelfs in zijn zorginstelling op. Het kwam uit mijn hart. Het is maar een voorbeeld. Ik was anders ja. Maar anders met mate, dat weer wel.

Net als bij Ernst Daniël Smid gold ook voor hier dat ik wel wat minder ambitieus had mogen zijn. Te veel geldingsdrang. Ik wijt het aan mijn jeugd. Net als Ernst Daniël Smid leer je door schade en schande, of hoe je het ook wilt verwoorden, te investeren in echte vriendschappen. Want dat is het: nog slechts investeren in echte vriendschappen. Boos? Welnee, in de verste verte niet. Boos ben ik op Joe Biden en op een Broekers-Knol en Kaag en Bijleveld. Drie dames die in één moeite door mogen worden weggestuurd uit de Nederlandse politiek. Ze zorgen voor plaatsvervangende schaamte. Spoel ze door. Wacht er niet te lang mee. Begin met dat takkewijf Broekers-Knol. Iemand hier in de buurt dacht dat het twee personen waren, motor met zijspan, zoiets, maar is één al niet te veel? Geen Montesquieu en evenmin Thorbecke, de echte liberaal. Thorbecke zou zich voor madame Broekers-Knol geschaamd hebben. Hij zou haar hebben geroyeerd. Ze probeerde op eigen houtje buiten de Twitter Kamer zeer dubieuze wetgeving in elkaar te flansen ten koste van weerloze asielkinderen. Dan is een mens wel heel erg diep gezonken. Ze is het inhumane antwoord van de VVD op de PVV. Rutte plaatst altijd iemand tussen hemzelf en het probleem. Welaan: Ankie mag zich opofferen en doet het ook nog. Boos ben ik over de tragedie in Afghanistan die voorkomen had moeten worden.

Boos ben ik over de dood van de Amerikaanse 23-jarige Nicole Gee die tot de slachtoffers behoorde van de luchtaanval op het vliegveld van Kabul en die vlak voor deze ramp een foto naar haar ouders verstuurde van haarzelf met in haar armen een Afghaanse baby die op het nippertje bij het prikkeldraad uit de klauwen van de Taliban werd gered. Biden bidt voor haar in het openbaar, bah, en de schurk noemt haar een held. Daar hebben de ouders van Nicole veel aan. Dat God en het geloof toch altijd! Die gladde vroomheid! Huiveringwekkend. Als Biden niet zo’n eigenwijze stomme streek had uitgehaald met zijn chaotisch snelle terugtrekking uit Afghanistan dan had Gee nog geleefd. En al die anderen ook. Die doden, je kunt ze allemaal op het conto van Joe Biden schuiven die geen statuur meer overheeft. Correspondent Bas Blokker legde daar in zijn analyse heel vernietigend de vinger op. Hoeveel jaar heeft Biden zelf nog te leven? Vijf? Een weinig verheffend slotakkoord van dit ijskonijn. Dit had eens onder Trump gebeurd moeten zijn, we hadden lopen vloeken en tieren, we hadden vanaf de Grebbeberg Amerika de Derde Wereldoorlog verklaard. De NAVO was uiteen gevallen. Twee Afghanen van de bevolkingsgroep der Hazara vernieuwden hier zeer onlangs het toilet. Eén van hen ligt nu het ziekenhuis en vroeg ons voor hem te bidden. Dat is de harde realiteit. Bij de Afghanen in Nederland komt momenteel weer heel veel boven, van vroeger en van hun vlucht naar een normaal leven in geestelijke en lichamelijke vrijheid. Een recht voor eenieder. Dankjewel Joe Biden, dankjewel voor het openrijten van zoveel wonden. Een oud-minister van Afghanistan wist pas geleden te vluchten en werd binnen een week pizzakoerier in Duitsland. Het kan verkeren.

Maar ik dwaal af. Gefrustreerd soms omdat ik niet voor mijn fatsoen aan dingen meedoe die in de sociale omgang van mij worden verwacht? Zoals een borrel en grand comité? Ook niet. Niet gefrustreerd. Het is onaantastbaarheid. Het mag arrogantie worden genoemd, de arrogante kant in mij. Het is in hongerstaking gaan voor wat betreft voorziene small talks. Het is gedurfd knap dat Smid in zijn biografie zo openhartig is en zichzelf niet spaart, ook niet als daar reden toe zou kunnen zijn, ook dan niet. Of is de biografie uit geldnood geboren? ‘Een van de vele nadelen van parkinson is dat ik de verhalen, die ik in mijn hoofd heb, niet meer over mijn lippen krijg, daar zit een barrière tussen’, vertelt hij op pagina 177. Hij heeft het ook over degenereren. Hij kreeg een lintje en verbindt daaraan voor zichzelf de conclusie dat hij niet onopgemerkt heeft bestaan op deze wereld. Die zin had ik Ernst Daniël Smid als biograaf uit zijn hoofd gepraat, want wat een onzin is dat wel niet. Die nonsens zou ik als biograaf uit het boek gehouden hebben. Desnoods stiekem. Verbaas me over de betekenis die mensen met toch een goed stel hersens aan zo’n lintje verbinden. Als je even meedraait in de jetset heb je zo’n ding al snel te pakken. Ernst Daniël Smid is een workaholic. Of moet ik zeggen: wás een workaholic. Niet een boze Roosje kon voor die onblusbare ambitie een stokje steken, net zomin als eerder Regien, niet volgende vriendinnen, maar de intens gehate parkinson wel. Zie weer eens een overeenkomst. Ellen kon mij maar moeilijk temmen in mijn prestatiedrang. De ziekte van Parkinson duldt geen tegenspraak, die legt op, onverbiddelijk. Je hebt het maar te accepteren. Je kunt je hooguit aanpassen. En oude fotoalbums doorbladeren voor hoe het ooit was en nooit meer terugkeert. De enige remedie is een ander leven kiezen in beslotenheid. Van iets verschrikkelijk toch iets goeds proberen te maken. Je kunt er maar beter constructief mee dealen en ik denk dat wij dat kunnen. Het is ons gelukt. Zoals ook de weemoedige bariton het kan.

Ach ja Roos, de veel jongere ballerina Roosje die zijn tweede vrouw was en die op nog vroege leeftijd aan kanker aan de alvleesklier overleed. Het moet het allerergste zijn geweest, en nog zijn, in het leven van Ernst Daniël Smid dat toch al behoorlijk bewogen werd geleefd. Een halfjaar na de dood van Roosje vertaalde zijn hartzeer zich in hartfalen. De bank thuis werd zijn 24 uurs refugium met als constante steun zijn jack russell die hij omschrijft als een onvoorwaardelijke liefdesbron die zich waakzaam aan zijn opgetrokken knieën nestelde en zijn kin likte. Na de eerste hartaanval volgde de tweede en op de tweede ook nog eens bijna de derde. Geen derde hartaanval maar wel hoopjes problemen met de belastingdienst. Begreep ik goed dat hij voor ruim 350.000 euro werd achterna gezeten? Ook nog zijn rijbewijs voor een poosje kwijt. Te hard rijden, naar Delfzijl, vertelt hij ons via zijn biograaf. Smid noemt zich als boekhouder een nitwit, Roosje deed de bankzaken, zo ging het bij ons ook tot voor een jaar of twaalf, Ellen was trouwens heel secuur. Wij kregen nooit te maken met vermaningen en deurwaarders. Op tijd, of was net even eerder beter geweest?, nam ik het van haar over en had aanvankelijk barstende koppijn van die administratie met heel zijn rimram. Snapte eerst niks van de paperassen. Maar veel went, ook dit. Het was best pijnlijk om Ellen de administratie uit handen te nemen. Ik herinner me het als de dag van gisteren. Ineens een vol bureau en bezig alles door te vlooien. Ellen stond er hulpeloos bij. En argwanend. Het hoorde bij haar Lewy Body. In niets werd ik meer vertrouwd. We moesten wel maar wat deed ook dit een hoop verdriet. Een mens verandert niet zo maar.

Ernst Daniël van celebret naar kluizenaar. Tijdens het optikken van dit alles valt Elly Wolf binnen. Met paella. Voor Ellen en mij, en ook voor Diana wordt erbij gezegd. Een meesterwerkje van Ber. Of we al iets van Jacinta en de kids vanaf hun vakantieadres in Valkenburg hebben gehoord? Dit zijn mijn mensen. Dit zijn mijn mensen geworden, ik houd van ze. Ik bewonder ze en geniet ook van hun onderlinge saamhorigheid. Het is een team. Het is mijn team. Mijn team voor Ellen. Met aarzeling over de biografie stond ik bij de kassa van de Bruna op de Maliebaan hoek Nachtegaalstraat. De keus voor een vijfde boek van het Duitse wonderkind Benedict Wells was snel gemaakt, aan die voor Ernst ging getreuzel vooraf. Van de honderd biografieën van BN’ers laat ik er 99 onaangeroerd in de schappen van de boekhandel staan. Sportlieden incluis. Van André Hazes jr. weet ik meer van zijn tattoos dan van zijn liedjes, ik zou niet één titel weten. Maar bij Ernst Daniël Smid trok de parkinson me over de streep en het feit dat hij ooit broeder was geweest en in de verpleging in zorginstellingen had gewerkt. Die zang, die opera, die musicals, dat toneel, dat presenteren, dat BN’er spelen, dat van een ‘zelfoverschattende egoïst’ zoals Smid van zichzelf vindt, dat kwam allemaal pas later, en dat interesseerde me ook minder. Nog steeds trouwens. De betrekkelijkheid en de vaak ook bedrieglijke valse omlijsting van klatergoud. De wel erg letterlijk genomen Gooise matras. Hij is nu alleen nog maar zwaarmoedig bezig met zijn ziekte, lees ik ergens. Of voornamelijk althans. Noemt zich een ‘zelfoverschattende egoïst’. Hier scheiden zich de wegen tussen de verteller en zijn lezer. Deze lezer in elk geval wel. Je proefde wel iets in die richting maar je wilde er als lezer toch niet aan. ‘Zelfoverschattende egoïst’.

Toch maar nieuwsgierig naar de volgende pagina. Want het is een man met een blanke pit. Niet eens een ruwe bolster. Vaak bluf ook waarachter onzekerheid schuil gaat. Hij blufte zich naar hoofdrollen. Het is heerlijk de dagboekaantekeningen in blogs te vervatten. De vroege uurtjes. Ik word onrustig als ik een poosje niet geschreven heb. Schrijven heeft iets bevrijdend. In schrijven kan je je gevoel kwijt. Je emoties ook. Maar dat moet je dan ook willen, het gaat niet vanzelf. Je tast af met schrijven, je pen is als een penseel. Het beeldscherm als doek voor een schilderij. Schrijven doet een beroep op je fantasie. Mijn 22-jarige Koerdisch Syrische studente bij Het Gilde heeft de les van me overgenomen. We vieren dat ze is toegelaten tot de propedeuse Geneeskunde aan de VU. Een wereldprestatie van haar. Komende maand laat ik Ellen voor meer dan twee dagen alleen, alleen met Diana dan, en bijna een week weg dat is in geen jaren gebeurd, in geen zes of zeven jaar zelfs. Ik hoop dat ik het volhoud zoveel dagen achtereen weg bij Ellen, maar het zal wel moeten, Diana is in staat me terug te sturen naar waar ik vandaan kom, Zuid-Limburg of De Panne. Een leuk vooruitzicht Bruno weer eens na lange tijd terug te zien daar bij Cajou aan de Belgische zuidkust. De kalfszwezerik is al besteld. Culinair genieten. Nergens zulke tongstrelende rode wijn en geen glas maar een kelk. Wijn op kamertemperatuur die je voortdurend laat ronddraaien. Cajou! Een plezierig vooruitzicht. Zoals ook de uitnodiging van Moni uit Valkenburg om er in haar Mini een keer voor een dag op uit te trekken en ergens in het Limburgse heuvelland te gaan lunchen. En dan staat er een dag schoffelen in de Valkenburgse hoteltuin op het programma. Hotel Janssen mijn favoriet. En een dag Luik. Een mens moet optimistisch blijven. Niet verzuren. Plannen zat voor begin september. Tegen die tijd de biografie Ernst wel uit en kan aan Benedict Wells worden begonnen. Met aarzeling gekocht maar niet voor niets gedaan die biografie van deze veelvraat en womanizer. Hij heeft nog vriendinnen gehad na Roosje, avontuurtjes ook, hij is nu blij met Jolanda, maar voor alles is er die leegte, het dagelijkse gemis, het hartstochtelijke gemis. Het terugverlangen naar die ene, zo jong hem ontvallen. Je zou de tijd moeten kunnen vasthouden, lees je op elke pagina bij Ernst Daniël Smid, al staat het er niet.

Zuid-Limburg waar ik zo graag kom. Waar ik zo graag nu met Ellen had willen wonen. Waar ik onze pensioenjaren had willen doorbrengen. Die illusie is ons afgepakt. Zuid-Limburg, nu een recuperatieoord. Nee, geen toevluchtsoord, het is een energiebron. Moni van m’n hotel stuurde deze foto voor m’n vakantieweek waarin we in haar Mini een dag langs en door het prachtige Limburgse landschap gaan toeren met zijn heuvels en kastelen en vergezichten. Hoe verder weg van Den Haag, al is het maar voor een week, hoe beter. In het dagblad Trouw gepubliceerd onderzoek heeft uitgewezen, en in feite bevestigd wat iedereen al vermoedde, dat tijdens de recentelijke evacuatie uit Afghanistan de betrokken Nederlandse ministeries van de dames Bijleveld, Kaag en Broekers-Knol finaal langs mekaar heen werkten en elkaar zelfs informatie onthielden uit animositeit. Ze zullen er wel weer mee wegkomen. Maar het is en blijft ongelofelijk. De grootste boosdoener schijnt Bijleveld te zijn geweest, maar ja die wordt niet voor niets de Moeder van het CDA genoemd. Het zijn de laatste stuittrekkingen van de terminale christendemocratie. En ja, wie in Nederland denkt nog aan de luchthaven van Kabul en aan die arme mensen die zich in wanhoop met hun nagels aan de romp van dat vliegtuig probeerden vast te klauwen en een doodsmak maakten – wie nog?

    

Joe Biden, leg ons dit in godsnaam uit

Joe Biden, leg me dit uit alsjeblieft!

Van de ene op de andere dag in Kabul geen jeans meer op straat, geen T-shirts meer op straat en al helemaal geen vouwen en meisjes meer op straat. De verstikkende boerka met gaas op ooghoogte weer voor vrouwen en meisjes verplicht. Vanuit zo’n boerka schijn je nauwelijks iets te kunnen zien, je struikelt voortdurend over de zoom, en onder zo’n miserabel ding moet het snikheet zijn. Vraag ’t het Afghaanse meisje uit Rotterdam dat deze weken haar opa in Kabul bezocht en er nu in de val zit. Ze houdt voor de internationale pers een dramatisch dagboek bij. Ouwe Joe, hoe sluit jij je eigen leven af! In chaos. In chaos ook in je eigen hoofd. Je sloeg met je overhaaste daad legio adviezen van diplomaten en andere kopstukken in de wind. Westerse kleding wordt op zijn mudjahediens openbaar fanatiek verbrand en vrouwen en meisjes verstoppen zich met ademnood in keukenkastjes. Mannen en jongens trouwens ook. Met koranverzen onder hun arm, een tulband op lang vettig haar, een broek met traditioneel veel te korte pijpen en een kalasjnikov nonchalant in de hand lopen de bebaarde strijders van de Taliban als geile donders rond, dat alles in naam van hun God. Joe Biden, voor mij ga je hiermee wellicht de geschiedenis in als de slechtste president van Amerika ooit. Nu al ja, in je eerste ambtstermijn die er nog niet eens voor de helft op zit, of vergis ik me? Nog nooit was ik het eens met Donald Trump. Maar nu wel. Joe Biden je moet weg om de herovering van Afghanistan door de Taliban. Ze hadden er een offensiefje van niks voor nodig. Had je dat vooraf niet zelf kunnen bedenken? Joe Biden, tot deze maand zo bejubelde politieke veteraan van het fatsoen en de harmonie, ik schrijf je: Waarom? Zie de beelden van het vliegveld van Kabul waar begrijpelijk hysterisch bange Afghanen op de romp van een vertrekkend vliegtuig springen. Waar ze op grote hoogte van het vliegtuig vallen. Te pletter. Liever dood dan de streng radicaalislamitische Taliban met wetten van nog vóór het Stenen Tijdperk. Waarom dompelde je miljoenen Afghaanse vrouwen en meisjes (en ook niet religieus vergiftigde mannen en jongens trouwens) in een onbeschrijfelijke wantoestand met alle denkbare rechtsongelijkheid? Wat heb je nú op je geweten. Dit komt nooit meer goed. Een onoplosbare humanitaire ramp is begonnen welke zich als een olievlek zal uitbreiden. Wat doe jij, Joe Biden, wat doe jij ’s werelds gezondheid trouwens ook aan in deze tijden van corona en razendsnelle onzichtbare virusverspreiding! Vrouwen en meisjes hebben nergens recht op bij de Taliban. Ze vallen niet onder de mensenrechten. Hun behandeling is bruut en mensonwaardig. Ze kunnen alleen naar een dokter onder begeleiding van hun man of volwassen zoon. En als ze die nou niet hebben! Dan gaat doktersbezoek niet door. Met vaccineren is Afghanistan hopeloos, maar dan ook volkomen hopeloos achter. Ik maak de herbeleving van 25 jaar geleden met al het verdriet en galbittere tranen hier van zeer dichtbij mee. Het is iemand die ons lief is. Een vluchtelinge met nog familie in de brandhaard. Alles komt weer boven. De schuilkelder, de diaspora, de exodus. De sprong met twee kleine kindertjes in het volslagen duister om aan de nog grotere duisternis van de onnavolgbare gelovigen te ontkomen. Gelovigen waarin? Om te ontkomen aan het afhakken van ledematen bij de geringste onnozele ongehoorzaamheid waaronder het opkomen voor jezelf. Je claimt de strijd tegen de fundamentalisten en het terrorisme gewonnen te hebben. Wat een nonsens. Dat gelooft geen hond. Dat geloof je zelf niet eens. Je hebt niks gewonnen. Je liegt trouwens tegen je eigen volk over de destijds gekozen doelstelling in Afghanistan. Je liegt tegen het Afghaanse volk. Je liegt tegen de landen zoals Nederland die solidair met je waren en die militairen op missies naar Afghanistan stuurden. Je bent een flapdrol. Het ging niet alleen om een volgende aanval als op 9/11 te voorkomen. Het ging om meer. Het ging erom Afghanistan zoveel mogelijk uit de klauwen van extremisten met verknipte godsdienstwaan te houden en het land beter te organiseren en instituties te versterken. Je verdraait de geschiedenis. Nee, het is het herschrijven van de geschiedenis wat je doet. Je kunt de gewone burger van Afghanistan toch niet als een morele lafaard in de steek laten. Zie de desastreuze gevolgen. Wat een slechte timing Joe Biden! Ik verafschuwde altijd Trump. Ik doe het nog. Zijn motieven zijn vals, ik weet het. Trump is Trump, een doodordinaire ophitser, hij is er één van het allerslechtste ziekelijke egocentrische soort. Maar nu heeft hij wel gelijk: Jij Biden wierp de Middeleeuwse Taliban Afghanistan in de schoot. Afghanistan binnen luttele weken tweehonderd jaar terug in de tijd. En toen ging het er misschien nog wel minder onrechtvaardig aan toe dan nu. Ik heb uit de eerste hand wat het is om als vrouw onder de Taliban te moeten leven. Dat is geen leven! Nu alweer mogen vrouwen niet meer naar hun werk en mogen meisjes al niet meer naar school. Dat heb jij op je geweten Joe Biden. Wat jij verder nog doet, jij Joe Biden komt – niet wellicht maar vast en zeker – in het rijtje slechte presidenten van Amerika. Met Trump, met Lyndon B. Johnson, met Richard Nixon. Het wordt een nog grotere catastrofe. Kijk naar het vliegveld van Kabul en zie wat zich er allemaal afspeelt. Iedereen probeert het laatste vliegtuig te halen. Weg, weg, weg. De Chinezen zitten al op het vinkentouw. Ze omhelzen de Taliban. Het gaat de Chinezen om de duizenden miljarden aan edelmetalen en andere schatten in de bodem van Afghanistan, en nergens anders om. Edelmetalen voor hun industrie aan mobieltjes en batterijen. En die komen onze kant weer op. Een Chinese kus op de mond van de streng gelovigen met tulband. Joe Biden, lig op je ouwe dag hopelijk wakker van de beelden van de luchthaven van Kabul, ik gun het je. De Killing Fields en Pol Pot in Cambodja. Die film gezien Joe Biden? Ik zie de voorstelling Miss Saigon voor me die ik met Ellen tweemaal zag, in Den Haag en in Utrecht. Hartverscheurend. De overhaaste vlucht van de Amerikanen uit Vietnam. Het van zich af trappen van wanhopige Vietnamezen achter dranghekken. Stokslagen voor de doodsbangen. Die Vietnamese jonge vrouw met een klein kindje van een Amerikaanse soldaat op de arm. Ze krijste. Hij, die Amerikaanse militair, liet haar achter, zonder haar nog een blik waardig te keuren, en stortte de jonge vrouw in de grootst denkbare ellende. Later liet hij het kindje naar Amerika overkomen, zijn vroegere Vietnamese maîtresse niet. Die was hij al lang vergeten. Zijn verloofde in Amerika in de tijd van Vietnam was inmiddels zijn vrouw geworden. De Vietnamese stond jaren na de oorlog in Vietnam haar kindje af aan de verwekker en zijn blonde gade voor een beter leven in de westerse wereld. Ellen en ik, in Den Haag en in Utrecht, we waren er stil van. Zonder een woord te zeggen reden we na de musical terug naar huis.

Joe Biden, die ene vraag: waarom deed je dit?

PS. De voormalige Britse premier Tony Blair, die samen met toenmalig Amerikaans president George W. Bush twintig jaar terug het besluit nam Afghanistan binnen te vallen, noemt de terugtrekking van de westerse troepen nu ’tragisch, gevaarlijk, volstrekt onnodig en kortom imbeciel’. De terugtrekking van westerse troepen is ‘niet in het belang van de Afghanen, noch in dat van ons’, schrijft hij in een opiniestuk. Blair geeft toe dat er fouten zijn gemaakt rond de oorlog in Afghanistan, ‘maar de reactie op onze fouten zijn jammer genoeg nog meer fouten’. Alle winst van de afgelopen twintig jaar dreigt verloren te gaan, klonk het. De terugtrekking doet elke jihadistengroep overal ter wereld juichen, aldus Blair.

****

Pffff, mooi geschreven, Diana.

****

Hallo Johan. Zeer eens met wat je over Afghanistan schrijft. Het is afschuwelijk. Ik heb contact gezocht met Diana om haar een hart onder de riem te steken. Ik heb haar een bericht gestuurd. Ik voel haar pijn. Groet vanuit Venlo en tot gauw, Wil.

****

Lieve Ellen en Johan,

Wij wensen jullie morgen een mooie Indiëherdenking toe vanaf 12.00 uur op NPO 1. Hoop zeer dat alles goed gaat bij jullie aan de Zonzijde, met jullie beiden en met alle verzorgenden. Is Diana alweer terug op haar post? Lieve groet van hier, we hebben een aantal dagen hard geklust, het hout van het plat was op sommige plaatsen verrot en moest worden vervangen. Een enorme klus!! Verder alles goed. Was aan het opruimen, vond een doos met telegrammen en brieven ter gelegenheid van ons huwelijk. Vond ik een telegram van Palstra met felicitaties en goede wensen en Gods zegen, prachtig vond ik dat weer! Dat telegram van de vader van Ellen, 56 jaar geleden verstuurd op 25/6 1965. Wat lief! En nu hebben we allang weer contact. Wat heerlijk dat ik El weer gevonden heb en jou erbij Johan. Maakt me gelukkig en het ontroerd mij tegelijk. Iets van ons voor jullie beiden, XX😋👍🌹🌹❤️💙

Wietske en John.

****

Ha Johan en Ellen,

Hoop dat jullie het goed genoeg maken om ook nog met geopende knip aan die arme donders in Afghanistan te denken. We volgen het nieuws hier slechter dan thuis maar de gruwelijke zaken daar bereiken ons zeker, óók via de Franse radio die nog een correspondente in Kabul heeft. Die heet Gesellich… Je vraagt je af hoeveel dagen ze er nog zal zijn. Vanochtend schreef ik jullie een kaartje en nu net zag ik een bericht van de Stichting Vluchteling op mijn smart phone. Dacht natuurlijk meteen ook aan jullie en jullie Diana. Hoop zeer dat zij geen naasten meer heeft daar en dat ze zich enigszins kan los maken van al deze gruwelen. Veel groeten en liefs vanuit een heet Homs! Ook namens Marc.

Jeannette.

****

Hallo Johan!

Leuke foto’s van jullie welhaast als een jungle (in de goede zin des woords) bloeiende tuin. Tja, veel regen gehad tot nu. En, met Ellen genietend van de zon. Mijn klussenier was te druk. Heb dus zelf hier de tuin bijgewerkt. En nu, met ontzettende rugpijn, naar de osteopaat. Ik schaam me voor Nederland. Voor Den Haag. Wat een lanterfanters om alle Afghanen die in het verleden Nederlandse missies hebben geholpen (dat zijn niet alleen tolken) feitelijk uit te leveren aan de Taliban. Als je in dat land wat voor buitenlanders hebt gedaan, ben je de klos. Kan je vast een plek op een begraafplaats aanwijzen. Ach, jij weet er alles van. En dan lult een aantal politici hier over een ‘beperkte’ toelating van hen die nu tot de dood veroordeeld zijn: ‘Dank voor bewezen diensten en sterf maar’. Daar komt het feitelijk op neer. Terwijl -linksom of rechtsom- er weer een grote vluchtelingenstroom op gang komt. De naam ‘Sharifi’ is in Afghanistan kennelijk net zo bekend als hier ‘Jansen’. De nieuwe correspondente van de Volkskrant (afkomstig van de NRC) is Maral Noshad Sharifi. Familie van Diana?

Groet uit Hoofddorp aan onze vriendenkring,

Jan.

****

Ha Johan en Ellen,

Op deze voor jullie nog altijd bijzondere dag van de Indiëherdenking een teken van leven uit het hete Bali. Binnen overdag altijd 30+ en buiten in de zon momenteel 48.  Mooi om in je blog het verhaal over dat afgrijselijke misbaksel uit Purmerend te lezen. Wat was die gozer diep gezonken. En wat fijn om hier in Bali te lezen dat het zo goed gaat met de longen, bronchiën en het zuurstofgehalte van Ellen. Ik heb me vermaakt met het EK voetbal, de Tour de France, Roland Garros, Wimbledon en tot slot de Olympische Spelen. Dat is een heel plezierige surrogaat voor het nauwelijks op pad kunnen de corona beperkingen. Het virus laat zich ook hier met moeite bedwingen. Inmiddels zijn er op Bali ook al 2544 doden te betreuren. Ook hier huist nu de Delta variant. We zijn op onze hoede. We gaan nauwelijks de deur uit, En dan immer met een mondkapje voor. Niet altijd prettig met die hitte maar ja, we stappen uit de airco auto de gekoelde supermarkt binnen dus dat valt op zich mee.  De horeca heeft het zwaar te verduren nu het nog steeds verboden is Bali als vakantiegangers te bezoeken. Heel wat hotels en restaurants hebben het loodje gelegd en de deuren definitief gesloten. En wat te denken van al die taxichauffeurs, de souvenierwinkeltjes en de rijdende eetkarretjes.  Dat inreisverbod voor toeristen zal dit jaar nog wel van kracht blijven, vrees ik. Vele vrijwilligers, vooral buitenlanders, zamelen geld in om de hulpbehoevenden een handje te helpen. Daar wordt dan vooral rijst, water en overig voedsel van gekocht. Ook hier helpen we regelmatig graag een handje met een gift. Zo geef ik iemand, die we geregeld in alle armoe plastic afval zien zoeken en zo een maaltijd voor de avond bij elkaar probeert te scharrelen met de verkoop van dat plastic afval, af en toe een biljetje van 50.000,00 rupia. Omgerekend is dat 3 euro maar voor hem een week eten. Ik zou wel wat meer willen geven, het dubbele bijvoorbeeld, waar heb je het dan over, maar dat wordt me dan weer ontraden om de cultuur in stand te houden. Iemand die dan minder geeft wordt dan weer niet echt gewaardeerd of minder gewaardeerd. Ingewikkeld.  We gaan een paar keer per week buiten de deur lunchen, meestal aan zee, genietend van de zeewind. In Singaraja zit dan vaak een oud vrouwtje op een muurtje van de boulevard. Daar kan je dan ook niet zonder iets te geven aan voorbijlopen. Ze zegt niets, misschien kan ze dat wel niet, maar haar ogen zeggen genoeg. Zo dankbaar. Haar geef ik dan twee biljetjes van 50 K, opgevouwen. Heeft ze twee weken te eten in elk geval. Ik heb je blog gelezen Johan over Valkenburg. Afschuwelijk wat zich daar in Limburg, vooral omgeving Valkenburg, heeft afgespeeld. Je zo geliefde Hotel Janssen beneden zo goed als geruïneerd. Indrukwekkend hoe je het allemaal verwoord. En dan Afghanistan. Waarom haalde Biden inderdaad de soldaten terug. Duizenden hebben er het leven gelaten en dat is nu allemaal voor niets geweest. Nog even en de Taliban heeft heel Afghanistan weer volledig in handen. Net zoals van 1996 tot 2001. Wat een onbeschrijfelijk leed. En wat een angst voor alle vrouwen en meisjes. En wat een machteloze pijn voor jullie Diana in het veilige Nederland. Hoe moet dat daar nu verder? Het vertrek van de Amerikanen ongedaan maken kan eigenlijk niet meer.  Maar iedereen aan zijn lot overlaten ook niet. Er zal wel een grote run naar Europa ontstaan, als ze in Afghanistan al bij machte zijn om ongezien te vertrekken. Tot slot ook weer voor nu de hartelijke groeten uit Bali, van mij, maar zeker ook van Rini.

Hans Walraven.

****

Dat ene woord, dat ene woord MACHT. Die godverdommese machtshonger. Die krankjorume machtswellust. In het overwoekerde Park Pensionada plots aan de militaire dienst van vijftig jaar geleden moeten terugdenken. Zo maar ineens. Mister Kippenpoot, ik bewaar hem nog even voor straks. Onze tuin gemetamorfoseerd in een jungle als de schone schijn van een onbezorgde wereld met foto’s van een al bijna vergeten zon. De regen, regen en nog eens regen riep in de tuin de gelijkenis op met een puber met ongekende groeistuipen. De wereld loopt op zijn eind, schrijf ik afgaande op de beelden van Kabul. De Hazara uit Afghanistan renoveren het verouderde toilet boven. Prachtige tegels voor vloer en wanden liggen klaar. Maar waarom nog eigenlijk? De Afghanen maken een opgewekte indruk. Het is schijn. Diep van binnen zit de pijn. Een thuisland met opnieuw een vreselijke humanitaire ramp waarop de Turkije-deal geen antwoord geeft, zo is de vrees. Van de Nederlandse militairen lieten er 25 veelal jong nog het leven in Afghanistan. Het was allemaal voor niks. We drijven mee op de golven van de internationale politiek en de onberekenbaarheid. Het nog grotere lijden is weer begonnen in Afghanistan. Zó ver weg in Park Pensionada en tegelijkertijd ook zó dichtbij. Voor ons althans wel. Hoe komen de radicaalislamitische Taliban toch aan al dat schiettuig? Dat hebben ze niet allemaal op het Afghaanse leger buitgemaakt. Door wie worden ze gefinancierd? Saudi-Arabië, China, Pakistan, Iran, Egypte en zelfs de VS? Multinationals met of zonder steun van hun eigen regering? Wat ontgaat ons? Ziekelijke regels worden heringevoerd. Een land waarvoor niemand een oplossing weet. En ondertussen schuiven we Afghanistan even opzij en lijden we mee met de verdrietige snotteraar Messi die de voorbije vier jaar een half miljard bij Barcelona bij elkaar harkte en die, omdat Barcelona dat niet meer kan blijven betalen, noodgedwongen de verhuiswagen de kant van Parijs moet opsturen. Op zijn uitvaart voor de Spaanse pers barstte hij in huilen uit. Hoe oogstrelend kan poppenkast zijn. Vraag het de Spaanse voetbaljournalisten. In Parijs lachte de miserabele toneelspeler Messi gelukkig alweer breeduit op een staatsiefoto met zijn nieuwe eigenaar uit het oliestaatje Qatar. Dan hoeven we het nergens meer over te hebben, dan weten we het wel. Je krijgt vanzelf een hekel aan de voetbalwereld. Het was vals wat Messi op zijn uitvaart in Barcelona deed. Het was onsmakelijk. Hij meende er geen flikker van. Hij bespeelde de fans van Barcelona als een Hammond orgel ten koste van het bestuur. Messi en het Afghaanse volk dat voor de zoveelste keer op de vlucht slaat voor waanzinnigen met een baard: het contrast kon deze week niet groter. Van Messi en de Afghanen is het niet eens zo’n heel forse stap naar de militaire dienst met de kersdagen van 1971. Iemand die niks heeft, zit niet op zijn geld en zijn goederen. Die huilt als er te huilen valt en niet voor als een theatershow. Daarom ken ik in eigen directe omgeving alleen maar vrijgevige Afghanen. Een theatrale Messi barst in snikken uit omdat zijn zoontje een binnenvetter is en het kereltje afscheid moet nemen van zijn Catalaanse vriendjes en die vriendjes niet kan uitleggen waarom. Nou simpel kereltje: je vader is over het paard getild en denkt nog louter in miljarden. Ineens doemt een oude herinnering op. Het voorval van egoïsme sloeg in als een granaat. Met kerst 1971 zaten we als soldaten van de laagste rang, ’s lands kanonnenvoer zogezegd, te eten in de manschappenmensa. Van zo’n groot aluminium bord met vakjes waarbij de jus in de griesmeelpap stroomde als je even ergens tegenaan stootte, of heel voorzichtig moest niezen, of zelfs dat nog niet eens. We kregen allemaal een gebraden kippenpoot omdat het kerst was. Kwam er op een gegeven moment een officier onze kale vreetschuur met lange tafels ingelopen. Die officier was een leeftijdgenoot van ons. Ook hij was voor zijn nummer op. Hij had hbs en had zich bij de keuring kritisch uitgelaten over het pacifisme. Daarom mocht hij voor dienstplichtig kornet spelen en zijn leeftijdgenoten in de rang van soldaat, soldaat eerste klas en korporaal in de houding zetten en een dauw aansmeren. Hij keek of je schoenen wel netjes gepoetst waren. Hij stuurde je met je al een nagenoeg kale kop opnieuw naar de bloempotkapper als hij er zin in had. Een sarcastische en sadistische en karakterloze jongen met boreale trekjes. We vonden hem allemaal een enorme lul. Hij was dat ook. Geen van allen wilden we met die lul uit Purmerend gezien worden. Maar soms was er geen ontkomen aan. We vonden het een puisterige kontenneuker. Hij zat op schoot bij de beroepsofficieren. Meelachen om grappen die hij niet begreep. Hij nam de militaire dienst bloedserieus, anders dan wij, met in ons onderdeel opmerkelijk veel vrachtwagenchauffeurs en ander Brabants werkvolk. Nog altijd weet ik niet hoe we na de bruiloft in Tilburg van onze ouwe stomp Frans, met op zijn 21ste al een kunstgebit, zonder ongelukken weer terug in de kazerne zijn gekomen. Dán onze kornet uit Purmerend. Die kwam er in Tilburg niet in. Daar schonken ze geen karnemelk. Op oefening in Duitsland, Seedorf, had hij zijn pyjama van zijn mammie meegekregen, keurig gestreken. Zelfs onderofficieren die met gemak zijn vader konden zijn, of opa als ze tegen hun pensioen aanliepen, zelfs die moesten voor deze uitslover salueren. Dit hoorde eenvoudigweg niet. Maar het moest wel. En waarom Messi en Afghanistan me bij die lul uit Purmerend brengen? Als je niks hebt mis je ook niks, en andersom. De puistenkop met hbs liep na een overvloedige kerstmaaltijd in het exclusieve restaurant voor officieren met zijn vriendinnetje, een foeilelijk ding, nog even onze vreetschuur binnen. Hij bleef staan bij de nog uit te delen kippenpoten met armzalige kerstversiering. Het waren er nog twee. Het kunnen er ook drie zijn geweest. Er stond nog een rij van minstens twintig man op zijn eten te wachten. De laatkomers. Het misbaksel uit Purmerend keek naar de rij wachtenden en keek in de pan. En van de pan weer naar de rij wachtende onderknuppels. En van de wachtenden naar zijn vriendinnetje, een foeilelijk ding, ik herhaal dat met alle plezier nog maar even. Wilde hij indruk maken? Ik zie hem nog staan. Een beeld om nooit te vergeten. Je zag hem denken. Zelf had hij net gedineerd, want hij at niet in militaire dienst, in zijn rang dineerde hij. En al helemaal met kerst. De kok kreeg opdracht de twee of drie resterende kippenpoten uit de pan te vissen en in een paar servetjes aan hem mee te geven voor op zijn kamer in het officiershotel. De wachtenden moesten maar een extra lepel appelmoes krijgen ter compensatie. Zou zijn vriendinnetje zich voor hem geschaamd hebben, zoals mevrouw Messi zich misschien wel diep heeft geschaamd voor de huilende meneer Messi? Zou het vriendinnetje op het kazerneterrein van ’t Harde de verkering hebben uitgemaakt? Met een beetje hersens heeft ze dat gedaan. Had hij ’s avonds in pyjama op bed in het officiershotel zijn tanden gezet in die twee of drie laatste kippenpoten? Vast wel. En ja, zei de inhalige klootzak de volgende dag, ja, want wie niets had kon ook niets missen. En of je nu twintig man zonder kip liet met de kerstdagen of zeventien. Misschien was twintig nog wel beter, want dat voorkwam jaloezie. Je moet er maar opkomen. Het had hem goed gesmaakt. De kornet was ook voor de Amerkanen die hem niet genoeg napalm op Vietnam konden gooien. Door Messi door dat ene woord macht ineens in Purmerend aangeland. Je moet miljardair zijn om te voelen wat het inleveren van een paar miljoen is. Zoals de Afghanen en andere vluchtelingen die ik ken aan allerhande liefdadigheid doen omdat ze met niets gelukkig kunnen zijn. Als er maar veiligheid is. Wat zou er eigenlijk van de ongelofelijke uitslover uit Purmerend geworden zijn?

Syrisch wonderkind begrijpt ons boek als bijna geen ander

Voor mijn Syrische studente,

Ik zeg het met een dieppaars bloemetje uit onze voortuin. Een bloemetje waarmee ik je voor augustus op een welverdiende vakantie stuur. Je bent nog maar 22, of 23 misschien, maar ouder niet. Al vaker heb ik je geschreven, ik geef je via het prestigieuze instituut Het Gilde nu anderhalf jaar voornamelijk over de computer les vanwege het Wuhan virus en nu de viermaal besmettelijker vermoede Delta variant – al vaker heb ik je na mijn correcties op je werkopdrachten teruggeschreven dat ik zwaar onder de indruk ben van de snelheid, als een Speedy Gonzales naar de cartoonreeks van de Warner Brothers, en van de gulzige gretigheid waarmee je de Nederlandse taal steeds beter onder de knie krijgt. Dat zal met je leeftijd te maken hebben, en met een talenknobbel, maar meer dan dát nog heeft het volgens mij van doen met je verbluffende ijver en wilskracht het Nederlands tot in de perfectie te willen spreken als ook te willen schrijven. Alles zet je opzij voor een zo goed mogelijke spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid in de jou tot voor kort nog volstrekt onbekende Nederlandse taal. En dat voor iemand die nog niet eens drie jaar in Nederland is. Als ik je dertig woorden gaf dan wilde je er veertig en als het er veertig wilde hengelde je naar zestig. Op de Erasmus Universiteit in Rotterdam had ik eens een student die zijn artikel gecorrigeerd aan me teruggaf omdat hij voor meer wilde gaan dan een 8. Ik keek er nog eens naar en gaf hem als beloning een 8,5. Kwam hij een dag later weer terug met zijn verhaal. Of ik het nog eens onder de loep wilde nemen. Nou vooruit, nog een keer. Ik gaf er intussen een 9 voor. De naam van die jongen brandt op mijn lippen maar hoe heette hij toch ook alweer? Iets met Doggers. Op een feestje vroeg hij eens wijzend naar Ellen of wij ook een dochter hadden. Zo ja dan wilde hij ongezien met haar trouwen. Hij bleef maar komen met zijn artikel. Bij een 10- ben ik gestopt. Ik kreeg er schoon genoeg van. Maar tegelijkertijd nam ik wel mijn pet voor hem af. Enigszins pesterig weigerde ik hem een volle 10 te geven. Robert Doggers, nu weet ik het weer, zo heette hij voluit, Robert was zijn voornaam. Ben benieuwd of hij ooit aan een vrouw als Ellen gekomen is. Hij leek me niet de ideale schoonzoon, maar studeren kon hij als de beste. Aan deze student doe jij me dikwijls denken. Je wilt Geneeskunde gaan studeren en het zal je lukken ook bij een Nederlandse universiteit als de VU in Amsterdam binnen te komen. Pas geleden informeerde je naar mijn mantelzorg en naar één van mijn boeken daarover, en je vroeg naar mijn dierbare Ellen ook. Ik stuurde je de digitale versie van ‘Dankjewel voor je liefde/ Omgaan met parkinson en Lewy Body dementie’. Je reactie deze week vond ik werkelijk grandioos. Ik heb ‘m wel vier keer gelezen. Je verontschuldigde je voor een mogelijke taalfout. Jouw woordenschat is beter dan menigeen die hier in Nederland is geboren en opgegroeid. Je reactie op het boek heb ik gelezen en herlezen. Vandaar dat ik mijn antwoord heb opgenomen als nieuw blog. Je was aan ‘Dankjewel voor je liefde’ begonnen, zo schreef je me, en je was niet meer opgehouden. Je was in één ruk doorgegaan tot voorbij de laatste pagina. Je schreef dat je niet meer kon, en ook niet meer wilde, stoppen met lezen. Ooit berichtte een arts in opleiding aan het Diaconessenhuis in Utrecht mij dat ook. Hij gebruikte ‘Dankjewel voor je liefde’ voor zijn afstuderen. En ik moet nu ook terugdenken aan die jonge onderzoeker op het liesbreukcentrum van het Diaconessenhuis. Ook hij vroeg naar het boek. Heeft het mede met Geneeskunde te maken? Jij was verrast over mijn openhartigheid en ik heb je uitgelegd waarom ik zo openhartig was. Want dat woord gebruikte je: openhartig. Toen ik met het schrijven over het gekantelde leven van Ellen en mij begon zei iemand: ‘Zou je dat wel doen? Het is zo openhartig. We hebben het er nog wel een keer over.’ Ik dacht, verbouwereerd: waar bemoei je je mee, we hebben het er helemaal niet over.’ Ik ben blij dat ik niet naar die vrouw geluisterd heb. Als je echtgenote ziek wordt dan heb je er ineens tien moeder bij als je niet uitkijkt. Zat ik totaal niet op te wachten. De respons op de boekenserie was groter dan ik ooit had kunnen vermoeden. Ik vind ziekte bij het leven horen, daar moet je niet schimmig over doen, en ik betreur het dat ik bijna dagelijks moet ervaren dat er in Nederland haast een scheidslijn met niet zelden een kartelrand of een markering met rafels loopt tussen de wereld van de gezonde mensen en die van getroffenen door een chronische ziekte en hun mantelzorgers. Ik heb mijn boeken zeer beslist ook geschreven vanuit een groot en onoplosbaar verdriet, vanuit eenzaamheid, vanuit verlies van perspectief, en tegelijkertijd ook om te voorkomen dat ik depressief zou worden. Het was op het randje toen met een depressie. Maar ik wilde naar buiten toe ook laten merken dat met optimisme en sterke schouders veel kan worden opgevangen. Ik sta heus niet altijd zo sterk in mijn schoenen als dat lijkt, maar toch, ik spreek geregeld mijn sterkste karaktereigenschappen aan. Schrijven is een soort therapie voor mij gebleken. Schrijven kan verhelderend werken maar ook verwarring stichten. Je gevoelens zó op papier zetten en zó schrijven dat je begrepen wordt. In 2014 wilde ik in Spanje, aan zee in Fuengirola, waar ik een weekje uitblies, het liefst van het balkon springen. Ik voelde een verlammende angst voor de toekomst. Fuengirola was een vlucht voor iets waar niet aan te ontsnappen viel. De parkinson liet zich niet verjagen. Toch maar niet gedaan, dat springen, de twaalfde etage vond ik wel érg hoog, en ik heb voor het schrijven van ‘Dankjewel voor je liefde’ gekozen. Daarna volgden enkele andere uitgaven. Schrijven creëert rust in je hoofd. Ik heb met mijn schrijven en passant ook veel andere mantelzorgers kunnen helpen. Dat had ik niet verwacht en dat was ook nooit mijn uitgangspunt geweest, maar ik ben er wel blij mee. In Nederland wordt niet altijd goed met slopende ziekten omgegaan, helaas. We hebben er de tijd niet voor. We némen er de tijd niet voor. Er is schaamte en onhandigheid. Er is ongeduld. We razen en raaskallen maar door. De westerse wereld is van rennen en vliegen, en van succes najagen en optimalisering van de winst en beursnoteringen en dagkoersen. Daarom valt de corona ons ook extra zwaar. We kunnen niet inleveren. De ik-maatschappij. Iemand uit mijn naaste omgeving probeerde me daar 25 jaar geleden al van te overtuigen, van die ik-maatschappij, maar ik wilde er niet aan. Ik kon niet geloven dat het ge-ik al zo algemeen was geworden. De familiebanden blijken vaak niet hecht zodra het erop aan komt. Zo anders dan in andere culturen. Kon ik destijds al inleveren? Ik geloof van niet. Ik was geen spat beter en anders. Maar ik was nimmer van de ik-maatschappij. De ziekte van Ellen heeft me veranderd. Dat had je goed opgepikt uit mijn boek. Het is allemaal heel procesmatig gegaan. Gisteren sprak ik iemand die inmiddels volledig is hersteld van borstkanker. Ze vertelde me dat in de tijd dat ze aan de chemo was, en haar haarlokken uitvielen, goede bekenden een straatje voor haar om gingen. In de supermarkt kwam ze mensen tegen van wie ze dacht dat het vriendinnen waren of zo, maar die nu ineens heel lang naar de koffie of thee gingen staan staren om maar geen praatje te hoeven maken. Er waren bekenden die ineens een vogeltje in de boom zagen terwijl er geen boom stond. Het deed de vrouw met borstkanker en chemo en nauwelijks nog haar op het hoofd ongelofelijk veel verdriet. Het doorkliefde haar ziel. Ze besloot maar een pruik te kopen. Huilend zette ze thuis voor de spiegel die pruik op en ze schudde haar hoofd. Ze was haar eigen ik niet meer. Ze had niet alleen een pruik nu, ze wás die pruik. Ze is inmiddels genezen verklaard. Hoe nu om te gaan met de mensen die weer wél een vrolijk praatje begonnen maar de kankerpatiënt van destijds als een besmettelijke geestverschijning probeerden te mijden. Ik moest mijn zestigste passeren om tot diepere inzichten over het leven te komen. Die zijn met mantelzorg en schrijven gekomen. Het alles heeft me gevoelsmatiger gemaakt. Ik benijd jullie Syriërs vaak niet. Van huis en haard verdreven. Miljoenen Syriërs wonen noodgedwongen in Turkije. In Istanbul en Izmir schijnen complete buitenwijken Syrisch te zijn. En zie ook die andere diaspora, die van de Afghanen. Er komt weer een nieuwe exodus op gang. Waarom Biden, denk ik momenteel, waarom trek je nu je troepen uit Afghanistan terug. Denk toch aan de vrouwen en meisjes van Afghanistan. Die zijn een prooi, ja letterlijk een prooi voor de Taliban. De baardmannen rammelen aan de poort van Kabul en vrouwen en meisjes durven al niet meer de straat op. Ze leven in hun zelf verkozen gevangenis. Het leed is onbeschrijfelijk. Wat voor jou geldt dat geldt ook voor enkele anderen in mijn directe omgeving: ik heb bewondering voor de moed en kracht die jullie opbrengen om in een totaal ander land met volslagen andere zeden en gewoonten een nieuw leven op te bouwen. Met grote interesse las ik een artikel van Khatera Shaghasi die in Utrecht Conflict Studies en Human Rights studeert. Het conflict in Afghanistan kan pas goed begrepen worden als ok de rol van Pakistan begrepen wordt. Het buurland steunt de Taliban al jaren en jaren door dik en dus en financiert haar ook. Die angel moet eruit. De Verenigde Staten zijn dubbelhartig. Met enige schroom vroeg je me na het lezen van ‘Dankjewel voor je liefde’ of je er een paar vragen over mocht stellen. Of ik dat niet erg vond, of brutaal? Welnee joh, natuurlijk niet. En je vragen waren zo ongemeen goed. Zó intelligent! Over de stand van de medische wetenschap ten aanzien van parkinson en Lewy Body bijvoorbeeld en de correlatie daartussen. Was Ellen te redden geweest als we eerder hadden onderkend dat ze aan een spierziekte leed en een hersenaandoening had? Ik weet het niet, ik weet het werkelijk waar niet. Ook uit die vragen las ik weer af wat het betekent, en hoeveel levenservaring iemand opdoet, als het leven, zoals dat van jou, alleen maar in een onbekend land kan worden voortgezet na enkele asielzoekerscentra en een reeks onzekerheden rond screening en bureaucratie. Je vragen troffen me. Die over mijn zo jong overleden vader bijvoorbeeld. Je had door dat zijn dood van immense betekenis voor mij gebleken is. Niet meteen, nou ja ook wel een beetje meteen, maar meer nog veertig jaar later. Mijn vader stierf, mijn moeder ging dood, en ik werd gevormd. Jong op eigen benen. Te vroeg volwassen. Deel van mijn jeugd gemist. Mijn bevriende oud-studente Annelies uit Amsterdam zei op een wandeling laatst: Jij hebt nog steeds niet goed verwerkt wat er gebeurde toen je vader stierf en toen bleek dat je moeder het leven zonder hem niet aankon, je hebt het weggestopt met een enorme prestatiedrang. Toen ik goed en wel doorhad wat voor een geweldige vader in had leefde hij al niet meer. Dat doet zeer nu. Ik probeer op mijn vader te lijken als een postuum eerbetoon. Ik denk dat het lukt. Ik moet geen gemakkelijke puber voor hem zijn geweest. Ik dank je voor je complimenten over mijn schrijfstijl. Schrijven doe je met je hart. Maar ik dank je meer nog voor wat je over Ellen schreef. Zó invoelend. Ellen is mijn alles. Ook jij hebt al jong veel meegemaakt, meer nog dan ik toen. Het respect waarover je schrijft is wederzijds. Niets in het leven is vanzelfsprekend. Zeker gezondheid niet. Daar ben ik nu wel achter. Het is ook geen recht. Het is een cadeau. Niet vanzelfsprekend. Geen recht. Dat is veiligheid wel. En jij weet wat ik bedoel. Dat recht van veiligheid en geborgenheid wordt miljoenen in de wereld dagelijks ontnomen. Gisteren besloot ik ‘Dankjewel voor je liefde’ weer eens uit de boekenkast te halen. Ja dacht ik, zo is het allemaal gegaan. Er zijn mensen van wie ik hoop dat ze de bundel ook lezen, maar ik ben er niet zeker van, ik hoop het, en ik zeg niet wie. Voor dat boek stond ik in 2014 drie maanden lang en langer nog vaak al om vier uur ’s morgens op. ’s Nachts lag ik in mijn bed zinnen te maken. Ik schreef met de balkondeur van mijn werkkamer open. Het is alle inspanningen waard gebleken. Streef niet altijd naar tienen hoor. Die neiging had ik ook. Een zeven kan ook een heel behoorlijk cijfer zijn. Nou vooruit: een acht. Blijf lezen. Blijf boeken lezen en kijk het kunstje af. Let vooral ook op de samenstelling van de zinnen en de overgangen ook. En de ware betekenis van de woorden. Ik stuur je weer een boek op. Ditmaal ‘Mam, kijk naar de sterren’. Het is het verhaal van Ellen aan haar twee kleindochters over haar peuterjaren in de Japanse interneringskampen in de Tweede Wereldoorlog. Dat boek heb ik samen met Ellen geschreven in het jaar dat ze te horen kreeg dat ze ongeneeslijk ziek was. Ellen leeft intussen alweer bijna twaalf jaar met parkinson en Lewy Body. Het is onherroepelijk de liefde, de geborgenheid en de toewijding van mijzelf en de vier dames die haar samen met mij verzorgen. Ellen heeft haar eigen Hofhouding met een hoofdletter H. ‘Mijn medescholieren zijn ambitieloos’, kopte NRC dit weekend een ingezonden brief van een zekere Cyprian Koscielniak. De brief begon zo: ‘Een 5,5 is al voldoende en afgerond zelfs een 6 op mijn eindlijst, kwekte een klasgenoot vlak voor de vakantie. De leerkracht van dienst haalde zijn schouders op: zo gaat het nu eenmaal in het huidige Nederlandse onderwijs, zag je hem denken.’ Het zette de briefschrijver aan het denken. Zijn conclusie: de meeste scholieren hebben geen enkel besef van hun individuele doel op school. Jou adviseer ik: blijf hiervan weg. En om in dit blog één van je vele vragen te beantwoorden: iemand iets adviseren en iemand iets ter overweging meegeven kun je als identiek beschouwen. Dat is wel zo’n beetje hetzelfde. Blijf weg van ambitieloosheid, geef ik je mee, maar eigenlijk hoef ik jou dat niet te adviseren. Jou bedank ik met diepe bewondering en allerhartelijkst voor je empathie en compassie en ik wens je enkele heerlijke dik verdiende vakantieweken toe. En daarna gaan we er weer flink tegenaan met de taal. En we mikken niet op tienen maar op achten, in jouw belang.

Lieve groet, mede namens mijn onvervangbare echtgenote.

****

Lezers van boeken, een uitstervend ras helaas:

De gulle gever van dit cadeautje zei me over het boek Shuggie Bain dat je blijft lezen zodra je er eenmaal in begonnen bent. Nou, dat klopt ook wel. Zelfs nu met de zomertijd beleven we het dat ’s avonds laat het licht aan moet. Nachtbraken voor ons doen. Het boek bedwelmt de lezer. Glasgow is heel zijn troosteloosheid impregneert en fascineert tegelijk. Het boek sleept je mee naar de stadse groezeligheid, rauwheid en uitzichtloosheid. En vaak ook schiet je in de lach bij de beelden die worden opgeroepen. Het is zo ragfijn. Haven en mijnbouw. Pubs met supervet eten, alcoholisme en overgewicht. Haveloosheid en kleine hartjes. Armoedige buurten met een onnavolgbare gemeenschapszin. Schotland en toen nog Thatcher. Maar is het er sindsdien veranderd? Niets lijkt te kloppen. Het spat van elke pagina. Het schrijversdebuut van Douglas Stuart leest als een meesterwerk, recenseerde de Washington Post. Ik kan er intussen over meepraten. Een meesterwerk ja. Een pageturner. Drinken tot de dood er op volgt. Las het boek uitsluitend met een alcoholvrij biertje van Leffe. Meeslepend proza. Vandaar dat ik Shuggie Bain uit de krochten van Glasgow graag deze vakantieweken even onder jullie aandacht breng, alvorens zelf voor een paar dagen naar het weer heel langzaam opdrogende Zuid-Limburg (Eijsden en Valkenburg) te skodaën. Maar de schrik – het woord deceptie is een zwak aftreksel van de opeenstapeling van gevoelens – zit er nog altijd bij de getroffen Limburgers in blijkens de mailwisselingen. En de ontgoocheling en de verlammende pijn zitten diep, metersdiep, onpeilbaar diep. Mijn inmiddels bevriende familie van het hotel in Valkenburg is alles kwijt. Alles. De keuken, alle apparatuur, de eetzaal met tafels en stoelen, en de woning – ze dreven met de Geul mee naar God mag weten waar. Er staan drie levensgrote machines dag en nacht op de onderste verdieping te ronken om het vocht op te nemen. Het vocht heeft zich ingezogen in de mergelmuren. Overal elders ronkende machines. Overal en elders hangt een grondlucht. Valkenburg als offerande aan de schepping. Na de corona lockdown de zondvloed. Valkenburg en de inzinking. Valkenburg en de moed der wanhoop. Men komt er afvalcontainers tekort. Heb me aangesloten bij de vrijwilligers. Onbezoldigd onkruidwieder met internationale ervaring. Internationale ervaring? Zeker wel, als we Zuid-Limburg een beetje als buitenland zien. Ik vermoed dat wanneer een ramp als die in Limburg zich had afgespeeld in delen van Amsterdam of rond Den Haag de gebeurtenis veel meer impact op ons verdere land zou hebben gehad. Ik vermoed het niet alleen, ik weet het welhaast zeker. Nooit eerder was de situatie in Limburg met de Maas en andere waterstromen zo kritiek. Roermond werd bedreigd, Venlo. Men keek met angst en beven naar de kademuren en durfde ’s nachts niet naar bed. Het werd officieel een ramp van de eerste orde genoemd, de hoogst denkbare alarmfase. Ons koningspaar nam middenin die tragedie na een idiote fotosessie voor persfotografen, ook dat nog, doodleuk de wijk naar Griekenland voor een vakantie. Daar kan ik met mijn hersens niet bij. Ik kan daar nog steeds niet over uit. En ook niet over de reacties van vanzelfsprekendheid om mij heen. Zo van: iedereen heeft toch recht op vakantie? Hoezo recht? Vakantie? Zwaar toe aan vakantie? Hoezo? Een kapitein gaat toch niet met verlof als zijn schip bezig is te kapseizen? Een kapitein is de vlag die de lading dekt. Een goeie kapitein is solidair. Die doet zijn lieslaarzen aan en steekt zijn handen uit de mouwen van zijn oliepak. Iemand uit mijn omgeving gaf de schuld aan de adviseurs van het koningspaar. Lekker makkelijk. Wel de meest krankzinnige privileges absorberen maar geen enkele eigen verantwoordelijkheid, nergens voor. Ik snap dat Oranjegezinde Nederland niet. Als je dan godbetert in erfopvolging gelooft, stel er dan grondige eisen aan. Spade en hark dus. Wens me daar in geen geval als ramptoerist te manifesteren. Beter nieuws: de check door onze fantastische huisarts Erik leverde schitterende resultaten aangaande Ellen op. Mijn kroonjuweel scoorde op bijvoorbeeld zuurstofgehalte beter dan de gehele afgelopen anderhalf jaar. 98 procent. De bronchiën houden zich ook al heel lang koest. Even afkloppen. De longen functioneren uitstekend. Een schitterend rapport bij het begin van de zomervakantie ondanks zoveel beperkingen. Mijn muze is over. Over naar de volgende klas. We zijn met de kleinste kleinigheid blij. Het voorlaatste blog op de site laat prachtige foto’s van Ellen zien. Genieten te midden van ons eigen struweel. Krankzinnige ziekte, die parkinson en LB. Mijn terugkerende dank natuurlijk richting de hofhouding van mijn liefste. Diana cum suis: fantastisch werk, elke dag weer, en nooit een afzegging, nooit ook te laat. Als onderofficier in het leger der mantelzorgkrijgsmacht vervult me dit met trots. Verschrikkelijk veel trots. Terug naar het boek over Glasgow. Een aanrader. Je hoeft er niet voor naar je dure huis en speedboot in Griekenland. Een hartelijke groet en liefs ook van Ellen. Iedereen een opleving van het zomerweer toegewenst met een paar mooie augustusweken in rust en genoeglijkheid. Het is ook vanaf nu dat om beurten de zorgdames van Ellen voor één of twee weken met verlof gaan.
Mede namens Ellen, haar sergeant, en haar onbezoldigd onkruidwieder die met Zuid-Limburg zelfs semi-internationaal gaat.

Hi lieve Johan en Ellen,

Wat een heerlijk blog, en wat een goede aanrader het boek over de krochten van Glasgow, klinkt zalig. Aanschaffen dus. En ook geweldig goed nieuws van Ellen, dat is heel fijn om te horen. Valkenburg is minder leuk, aanzienlijk minder, hoe was het daar? Hoop dat ze zich een beetje hebben kunnen herstellen en bij elkaar kunnen rapen. En hoop ook dat je wel fijne dagen had en ondanks al het water wel kon genieten van het heerlijke Limburg? Hier gaat alles goed, ik ben sinds kort de trotse eigenaar van een geelgroene Twingo, en we zijn deze week samen naar Luxemburg gereden wat erg fantastisch was, ik ben nog nooit zo in mijn nopjes geweest. Ik wil hem deze maand bij jullie komen showen. Laat weten wanneer het schikt. Voorderest gaat de zomer enigszins aan me voorbij, maar het regent toch ook en voortdurend, dus zoveel mis ik niet, geloof ik.

Veel liefs!

Annelies.

Moeder van Diana maakt kennis met Ellen; de beklemming in Valkenburg

Het eerste dat me in Valkenburg opviel was de stilte. Een beklemmende stilte. Alsof je de stilte kon aanraken. Een stilte die de maar heel langzaam weer opdrogende mergelmuren uitwasemden. En dat terwijl de vrachtwagens met stampvolle afvalcontainers af en aan reden. Hoeveel waren het er wel niet? Veel. Je zag ze bij bosjes. Bedrijvigheid met hangende Limburgse schouders. De ene afvalcontainer na de andere die werd afgevoerd. Op volle toeren draaiende dieselmotoren. Maar het was anders, het was anders dan anders. Het voltrok zich allemaal bijna geluidloos. Dit was de stilte van een omgeving die zijn wonden likte. Het bloedde nog na. De ramp waarvan de sporen nog altijd te zien waren. Valkenburg als offerande aan zijn rivier, een romantisch beekje normaal gesproken. Meer dan 550 miljoen schade door het overstromen van die anders zo lieflijke Geul, zo hoorde ik onderweg op de radio. Ruim 700 gezinnen ontheemd. Voor het gemak x 2 of x 3. Kom je snel aan 2000 Valkenburgers die hun huis voorlopig of misschien zelfs wel voorgoed kwijt waren. De verzekeraars temperen optimisme. Veel evacuees kunnen pas met kerst hun huis weer in. Het Einde der Tijden. Je zou er bijna weer eens de Bijbel voor ter hand nemen. In Valkenburg ontmoette ik verslagen mensen. Aangeslagen mensen ook die hondsmoe waren. De stroomstoot van de dagen ervoor was uitgewerkt. Die aardedonkere dagen waren apocalyptisch. Nu volgde de klap. Voor die klap, de reactie op een reactie en een reactie daar weer op, was nog niet eens tijd geweest. De mentale klap moest nog komen. Berusting. Ongeloof. Nog steeds ongeloof. Hoe had die Geul de Valkenburgers dit kunnen aandoen. Je las het af van de gezichten. Waar met opruimen te beginnen, in godsnaam waar? Een gelaten stemming. Had de moed niet er een foto van te maken. Vond dat ook ongepast, leek me heel onfatsoenlijk. Wilde niet voor ramptoerist worden aangezien. Was dat ook niet. Nee per se niet. Ramptoeristen: daarover zou me later ook een opmerkelijk verhaal worden verteld. Meerdere opmerkelijke verhalen zou ik te horen krijgen, maar één ervan sprong er wel heel erg uit. Valkenburgers, want die waren er ook, die uit hun eigen ellende een slaatje probeerden te slaan. Het kon verkeren. Straten waren afgezet. Afvalcontainers bleven af en aan rijden met mannen van de gemeente en van allerhande bedrijven in oranje hesjes. Op de stoepranden huisraad. Matrassen en bedden en gordijnen en koelkasten en bankstellen en kinderspeelgoed en verzin het verder maar, het lag of stond er allemaal. De zon scheen inmiddels weer volop en de Geul was weer tot bedaren gekomen en hield zich ook verder koest. Sommige straten en ommuurde steegjes mocht je alleen maar in met een blauw armbandje. Ik had er geen. Maar omdat ik maandelijks in Valkenburg was, en de persoon die op wacht stond meende me te herkennen, mocht ik door. Nou even dan. Toch maar niet. Toen het water vorige week in de nachtelijke misère uren zijn hoogste stand had bereikt, waren er nog heel wat toeristen in de verschillende hotels. En als je die verhalen hoorde… En ik zou ze horen, van meerdere hoteliers. Ook de verhalen over de egoïstische dombo’s onder de vakantievierders. Want ja, vakantie was vakantie en had die Geul nou niet even kunnen wachten. Was er nog met veel pijn en moeite van ergens ver weg wat brood en beleg voor die hotelgasten in het rampgebied gescoord, begonnen sommigen te zeiken dat ze liever ander brood wilden, met gluten, of zonder gluten, en of er ook een klein glazen schaaltje met een paar lepels honing, ook nog eens een bepaalde honing van een bijzonder merk, bij de thee konden worden neergezet. De hoteliers deden alsof ze een kletsnatte handdoek aan het uitwringen waren. Sommige toeristen maakten agressief. Ze waren rijp voor een verwurging. Had het maar gedaan. Afgelopen donderdagavond met Moni van hotel Janssen gegeten aan de eveneens weer tot rust gekomen Maas in Eijsden. Vanaf het Griekse hotel-restaurant Hestia (beslist een aanbeveling waard dat Hestia) de Diepstraat met zijn kinderhoofdjes als bestrating af naar de Maas is het daar in retrospectief net Wim Sonneveld en het Tuinpad. Je loopt door een schilderij van vroeger. Schitterend panorama en een formidabel goeie uitspanning Oan ’t Bat op gebeitste vlonders. In Eijsden geen spoor van wat de binnenste ring van Valkenburg te zien gaf na de catastrofe. Moni hoofdschuddend richting de Maas: ‘Wat was ik hier aan toe zeg na zo’n bizarre week. Ik ben gesloopt. Eigenlijk realiseren we ons allemaal nog steeds niet wat ons is overkomen. We zagen het water. Het water kwam. Het kwam in golven. Als een golfslagbad. Er viel niet tegen op te boksen. Het water won.’ Water, veel water, overal water. Moni: van het ontbijt en de receptie in mijn vaste hotel in Valkenburg, een vrouw bij wie de adrenaline van de eerste dagen tijdens de hoogste alarmfase leek uitgewerkt. Ze oogde verdoofd. Dat niet alleen, ze leek in die paar dagen ook welhaast tien kilo afgevallen, en ze is van nature al heel slank. En ze zag witjes. Van haar hotel, of beter gezegd dat van haar zoon en schoondochter, is de onderste verdieping naar de Filistijnen door 1.90 meter lössbruin Geulwater. Naar de Filistijnen de ontbijtzaal, de woning erachter, en de tuin daar weer achter. Naar de knoppen. Die tuin, oh die tuin ook, een woestenij nu de zaak opdroogde in het vriendelijke zonnetje. Overal een grondlucht. Vrees voor stankoverlast, ongedierte, ratten ook. Het begon al te meuren. Een temperatuur die weer opklom naar 27 graden. Windstil. Geen zuchtje wind en benauwd. Eerst dat virus, dat verschrikkelijke virus, eerst die onzichtbare corona, eerst alle beperkingen met tot tweemaal toe een lockdown met onvoorstelbare verliezen voor de horeca, en dan nu die overstroming, die afgrijselijke vloedgolf na de gesel van vele onvoorstelbare plensbuien. De sluizen stonden open en waren niet dicht te krijgen. De Valkenburgers liepen hun verzekeringspapieren na voor zover ze die nog konden vinden. In Valkenburg haalde de buurvrouw van Hotel Janssen met een diepe zucht haar schouders op. Nooit eerder meegemaakt meneer. Niet in geen vijftig jaar. Langer niet dan een halve eeuw. Nog nooit eerder deze aanblik. Ze had me vaker bij de familie Janssen gezien en wat bracht mij nu hier? Ik vertelde van Ellen. Een paar trefwoorden slechts. Over haar parkinson. Over onze steun en toeverlaat Diana die nu bij mijn geliefde was. Over mantelzorgverlof. Over een maandelijks terugkerend adresje in Zuid-Limburg dat Hotel Janssen geworden was, anderhalf jaar geleden, en eigenlijk bij toeval. En als de buurvrouw van Hotel Janssen dit zo hoorde dan was de schade aan haar woning toch eigenlijk maar iets materieels, of niet soms? Nou nee, welnee, daarmee deed ze zichzelf behoorlijk tekort. Ze zette nog maar weer eens een paar vuilniszakken aan de stoeprand. Een schouderophalen en even zwaaien naar een bekende. Verderop vertelde iemand dat ze haar fotoalbums van vroeger kwijt was. Het album met de foto’s van haar kinderen vroeger. Verzwolgen door het water. Meegevoerd met het water. Waarnaar toe? Ergens naartoe. Van veel had ze makkelijk afstand kunnen doen, maar niet van die fotoalbums, dat was uiterst pijnlijk. Alsof de geschiedenis, haar geschiedenis, door de Geul was uitgewist. Triplex schotten voor ramen en garages. De Dr. Erensstraat, de Molenstraat met aan de gevel het ongetwijfeld uit Frankrijk mee gejatte naambordje ‘Rue de Moulin’. Moest dat niet Rue du Moulin zijn, niet de maar du, met een u dus, stond ik daar op die hoek te zeveren. In deze omstandigheden nog de Fransen verbeteren ook in hun eigen taal. Dat moest ik later maar niet opschrijven in mijn blog. De Lindenlaan met de traiteur. De winkel stond al weer vol klanten. De schoenwinkel annex schoenmaker. De Hema en Het Kruidvat aan de Passage, ze gingen weer langzaam open, maar nog niet naar normaal. Het Casino Hotel. Ook hier hield het onbedwingbare water huis. Mijn vaste Indonesische eettentje schuil achter Heras hekwerk met gaasdoek. De Geul ja, die onbedaarlijke Geul, dat stroompje, op mijn vaste kamer 3 in Hotel Janssen zowat een vertrouwde huisvriend altijd die Geul. Je hoorde altijd het rustgevende gekabbel over een afstand van pakweg tweehonderd meter. Zachter nog dan het zachtste fonteintje. Je viel er vredig bij in slaap. Maar o wee. Ineens een monster, een afschuwelijke veelvraat, een woesteling die een brug in de Wilhelminalaan nabij mijn zonnestudio deed instorten met auto’s en al. Auto’s die schuitjes werden en die dobberden op het water. Tot aan de raampjes in het water kwamen ze voorbij toen de nood het hoogst was. In de nood leer je je vrienden kennen. In de nood willen mensen nog wel eens hun masker afwerpen. Zoals die gehaaide man die bedacht dat hij met de ramp een leuk centje kon bijverdienen door ramptoeristen in de laadbak achter zijn tractor te proppen en met die al even stompzinnige lui door de ondergelopen straten van Valkenburg te gaan rijden. Een laadbak vol toeristen met fototoestellen en camera’s en met een zonnebril en een strooien vakantiehoedje op. Kirrende vrouwen met hun safari echtgenoot om zoveel tegenslag die zulke mooie onvergetelijke plaatjes uit het doorweekte reservaat opleverde. Dat zagen de Valkenburgers voorbij trekken: een tractor en een laadbak met daarin opgewonden in leeftijd volwassenen maar eigenlijk kinderlijke kinderen nog, terwijl de geradbraakte Valkenburgers zelf met pompen en dweilen het water uit hun woning of hotel probeerden te krijgen. En ze in armoe probeerden te redden wat er nog te redden viel. Waarna het wassende water binnen de kortste keren weer terug was. Met een tractor sight seeing andermans ellende. Je moet maar durven. In een laadbak een toeristische trip door een nieuwe watersnoodramp. Of dwazen die met droge voeten aan een pilsje zaten en ondertussen toekeken hoe anderen in de iets lagere gedeelten van Valkenburg met de overstroming en hun in onbruik geraakte spullen worstelden. Maar over het algemeen waren het vanaf het eerste horror uur vooral de solidariteit en de empathie geweest die overheersten. Het bleef vooral stil in Valkenburg. Het bleef raar stil om me heen. Je kwam de zandzakken nog tegen. Sommige zandzakken hadden ze bij gebrek aan voldoende zand met water gevuld. Water genoeg. Waterzakken zogezegd. Stilte. Ondanks veel getimmer en gezaag. Steeds weer die vrachtwagens met afvalcontainers, maar het bleef stil. Het was anders, het was anders dan anders. Op nog geen halfuur rijden aan de rustige Maas in Eijsden een week na de zondvloed de uitspanning op vlonders Oan ’t Bat. Daar konden wel zonder gêne foto’s worden gemaakt met de iPad. Deden we dan ook. Maar wat een contrast. Vanuit de flats aan het Berkelplein in Valkenburg werden nog geen week eerder de bewoners geëvacueerd. Ze stonden met hun schamele handbagage op hun badslippers op de hoek van het plein hun beurt voor vertrek af te wachten. Jong en oud op vrachtwagens over en door het water in veiligheid gebracht. Zie het beeld voor me en de verweesde blik over de schouder naar achteren. Het leek wel oorlog. Water kan net zo’n vijand zijn als vuur. Vraag het aan onze koning, die watermanagement studeerde, cum laude afgestudeerd natuurlijk, wie zou de sukkel minder dan cum laude durven geven, vraag het de koning zodra hij terug is van zijn koninklijke uitblusvakantie in zijn speedboot van twee miljoen op de zorgeloze Griekse wateren. Hij trok pontificaal de deur achter zich dicht. Onbegrijpelijk. En ook weer niet, met zijn eerdere faux pas en het tweezits biechtbankje nog vers in het geheugen. Hij zal straks wel op staatskosten opduiken bij de Olympische Spelen in Japan, bij het zwemmen en het roeien en het wildwaterkanoën. Tref toch een keurige afvloeiingsregeling met die acteurs. Dit weekend een mail voor Diana uit Valkenburg. Een bedankmail. Omdat ze komende week bij Ellen extra nachtdienst gaat draaien. Omdat haar zus dan in het huis van Diana hun uit Hamburg overgekomen moeder gezelschap komt houden. Een Afghaanse familie die op die manier Valkenburg de helpende hand toesteekt. Want zelf de komende week terug naar het rampgebied om me aan te sluiten bij een groep vrijwilligers. Wie Valkenburg zag, keert er naar terug. Of niet? Hoog bezoek voor Ellen daags na Limburg op zondagmiddag. Een heel bijzondere gast maakte haar entree: de moeder van Diana. Door de corona had Diana haar anderhalf jaar niet meer gezien. De moeder van Diana die met een bloemetje kennis kwam maken met Ellen. Ze glunderde en glom van trots toen ze haar dochter met Ellen in de weer zag. We gingen de tuin in. De parasols verhoogden de feestelijkheid. Ook Ellen in de tuin. Een met wit tafellinnen gedekte tafel. Thee en Afghaanse koekjes. Ver weg rommelde het in de lucht. De vooraankondiging. Het gerommel kwam steeds dichterbij. Het klonk ook steeds luider. Lichtflitsen. En toen barstte de bom, barstte het onweer ongenadig los. Een hoosbui. De putdeksels kwamen niet omhoog, die hielden het. De afvoer werkte. Net op tijd was Ellen binnen. De moeder van Diana ook. En gek eigenlijk of toch niet: we dachten maar één ding: niet ook zo’n bui nog eens over Valkenburg, niet daar nog eens, en ook niet in Duitsland en in de Belgische Ardennen en bij Luik. Dan maar liever een keer bij ons. Die dag was Steenbergen in Brabant ondergelopen en ook gold dat voor delen van Londen en zijn metrostations. Als verzopen katten zochten Londenaren hun weg. Overal offerandes aan de natuur voor de onverschilligheid jegens het milieu? Het Einde der Tijden? Zijn we te laat met ons klimaat? Hebben we er te lang te achteloos over gedaan? Het water bij ons kwam en bleef komen. Een douche op zijn hoogste stand. Maar het bleef bij een paar plassen op straat. Het bleef zorgeloos. Bij ons wel. En het bleef bijzonder. Ook voor de moeder van Diana die aan het begin van de avond onder een paraplu ons huis vol brandende waxinelichtjes verliet en eindelijk eens Ellen had ontmoet na zoveel verhalen.

Een blik op de spiegelende Maas bij de uitspanning Oan ’t Bat in Eijsden. Het water vormt hier de grens met België. Aan de overkant Lanaye. Hoe verraderlijk kan water zijn, we zagen het in Valkenburg, nog geen twintig kilometer verderop.

Beste Johan,
Hartelijk dank voor uw lieve tekst over ons en over Limburg, het is fijn om te horen dat u zich even volledig heeft kunnen ontspannen in het zuiden van onze provincie. Biertje, zon en een leuk boek, want we zagen u veel lezen, wat heb je nog meer nodig. Nog een fijne dag toegewenst en graag weer tot ziens, altijd van harte welkom. 🌞

Met vriendelijke groet,
Niko, Hotel Restaurant Hestia

Aarzelend komt de tuin weer op gang na vreselijk veel regen, al bleef de Ark van Noach zoals in Valkenburg met de Geul ons bespaard. Voorbij de eerste vijftien meter naar de uiteindelijke dertig toe is de tuin net een park. Het ís domweg een park.

De taxatiefouten en wansmaak van een ongemanierd koningspaar

Na de zondvloed, al durven wij dat woord thuis eigenlijk niet in de mond te nemen. De beelden van het verdronken Zuidelijk Limburg en ook in de Belgische provincie Luik, de Ardennen en grote delen van Duitsland zijn daarvoor te heftig. Ellen heeft duidelijk weer af en toe een opleving. Vooral ’s avonds. Maar ook op deze rustieke zaterdagmiddag waarop de regen het liet afweten en/of zich liet aftroeven door de zon. De huisarts controleerde haar zuurstofgehalte deze week. In geen jaar zo goed geweest als nu. Al geruime tijd de kuur vanwege de bronchiën niet nodig. Ze doet iedereen versteld staan, Ellen.
Hallo Johan,                                            

Ongelofelijk wat een dagen hebben wij gehad, totaal verrast 
door de overstromende Geul, mensen die al vijftig jaar in de straat wonen geloofden niet dat dit ooit zou kunnen gebeuren, maar het water kwam. De kelders, keuken, ontbijtzaal en de 
woning van Thom en Yvonne stroomden vol, het water bereikte 
een hoogte van ongeveer 90 centimeter. We zijn donderdagmorgen aan de slag gegaan met water wegpompen en gasten annuleren, 
je gelooft niet wat sommige mensen zich nog permitteren, je 
zou er spontaan agressief van worden. Al het eten, de 
apparatuur, alles weg. Vrijdag en zaterdag was het water 
nagenoeg verdwenen en kon het leeghalen beginnen, drie volle containers zijn opgehaald, daarna zijn we begonnen met schoonmaken, we grappen met elkaar dat de hotels nog nooit 
zo schoon zijn geweest. Zo dankbaar jegens alle mensen 
die ons geholpen hebben. Vanmiddag kwam bij mij de inzinking, 
ik ben naar huis gegaan en rust uit. Ik zag je reservering voor donderdag aanstaande, er geldt nu nog steeds een 
noodverordening, je komt het centrum van Valkenburg niet 
in, er wordt streng gecontroleerd, hou het maar in 
de gaten, maar fijn om je te zien donderdag, kunnen we 
bijpraten. Voor jullie een fijne rustige avond, 

Lieve groet uit je hotel in Valkenburg, Moni.

Als het erop aankomt trekken ze zich nergens wat van aan, van niks en niemand niet. Het wordt weer tijd voor het tweezits bankje om al dan niet gemeend berouw te stamelen in de camera. Ach ja, aan het einde van de Week des Oordeels, zo leek het wel, de Week des Oordeels, en daar hoefde je heus geen fatalist voor te zijn, aan het einde van de week met het aan zijn verwondingen diep triest bezweken fenomeen Peter R. de Vries. De Ark van Noach ook, de rampzalige en al even emotioneel verdrietige toestanden met het kolkende water in venijnig onstuimig Zuid-Limburg, verzwolgen Valkenburg en omgeving, en ook vlak over de grens in Duitsland en in België het rampscenario met 180 doden inmiddels en meer dan 1000 vermisten en met ingestorte huizen en in onbruik geraakte wegen en installaties. Tsunami’s van razende modderstromen, met evacuaties in Venlo, dijkspanning in Meerssen en Bunde, zandzakken en ontreddering, verdriet en onmacht, de hoogste alarmfase, uitzonderlijke omstandigheden. En aan het einde van een week met weer plots een gevaarlijk oplopend aantal coronabesmettingscijfers die ons land vuurrood doet kleuren en een vierde coronagolf angstig dichtbij brengt. En jawel hoor: aan het einde van zo’n dramatische en schokkende week die zijn weerga niet kende heeft het de koninklijke familie behaagd, alsof er niets aan de hand was, en nog steeds niet is, zijn vaste Prodent grijns fotomoment voor de royaltypers te houden in vrolijke jurkjes en een strak pak met wit overhemd achter een aanzwellende maag en buik. Alvorens daarna spoorslag gezellig op vakantie naar het buitenland te gaan. Naar de speedboot van twee miljoen. Bah. Koninklijke modepoppen. Terwijl even verderop de etalagepoppen van C & A en de Hema met het stijgende water worden afgevoerd. Zoals ook de volledige inhoud van een drogisterij en zo meer. Zoals vogelkooien met kanariepieten door het wassende water drijven. Die ene familie, wanneer komen we daartegen nou eens eindelijk in opstand. Maar nee, bij ons in de buurt wordt ook straks wellicht weer meer gevlagd voor Koningsdag dan in verband met de Dodenherdenking. Net als afgelopen mei. Parmantig poseren voor de fotografen terwijl op deze intens bittere vrijdag vele duizenden landgenoten in het Zuiden in één klap alles kwijt zijn en in angst leven voor het verdere schier onbeheersbare natuurgeweld – poseren, wat een bijzonder slechte smaak zeg. De familie der Oranjes weer eens in de bocht. Eigenzinnig en eigenmachtig. Bah. De familie Poppenkast. Ach, kijk ook eens naar begin deze week. Wembley, de finale tussen Engeland en Italië. William en Kate hoog boven het gepeupel op het ereterras met hun zoontje, George geloof ik, tussen hen in. Het mannetje was als een middeleeuws clowntje van een dure kostschool aangekleed alsof hij parmantig ter communie ging. Een kandelaar en een kaars ontbraken nog. Had het kind een voetbalshirtje aangetrokken, net als iedereen om hem heen, in plaats van dat wollige blazertje met stropdas. Had geen karikatuur van het jochie gemaakt. Nu al voor de rest van zijn leven verpest. De Oranjes doen er nauwelijks voor onder. Een doodordinair plichtmatig bezoek moet het zijn geweest in net even te chique kleding van de societyshop of nog duurder aan het zo zwaar geteisterde, nee verdronken, Valkenburg en omgeving gisteren. Evenzeer een plichtmatige geschokte reactie op de dood van Peter R. die de misdaadjournalistiek gestalte gaf en dat met zijn leven betaalde. Die Willem en Max zijn gewoon niet goed wijs. Wat een slecht voorbeeld aan hun drie kinderen. Ze leven in hun eigen realiteit. Ze wuiven en glimlachen vanuit hun eigen cocon. Totaal geen voeling met de gewone man. Doen alsof, meer is het niet. Ikke, ikke, ikke. Waarom moest die Willem-Alexander voor dressman spelen in zijn oversized blazer die dezelfde kleur had als Nederland deze week voor Dansen met Jansen aannam op de coronakaart? Humor? Laten we het met die klanten maar op humor houden. Waarom Max en tienerdochters als mannequin voor de camera terwijl op twee uur rijden Limburgers stoned de ravage in hun ondergelopen huis stonden te bekijken? Of met lieslaarzen waren begonnen het bruine lösswater uit hun verwoeste woonkamer en keuken te dweilen. Een miljoenenschade. Hoe het in mijn vaste hotel in het verdrietige Valkenburg is? Geen idee. Ik krijg geen contact met ze. Twee keer geprobeerd vandaag. Ze zijn weinig uit mijn gedachten. Ze zitten waarschijnlijk zonder stroom. Waterschade zullen ze zeker hebben. De bevoorrading moest waarschijnlijk gecanceld worden. Geen aanvoer van eten en drinken. Ze zitten nagenoeg in het centrum van Valkenburg en de Geul is om de hoek. Vanuit mijn vaste kamer 3 keek ik schuin rechts op die Geul uit. Kabbelende huisvriend zogezegd. Tot deze bizarre week. Om de hoek van hotel Janssen bevond zich ook die brug die is ingestort. Ik herken alle plaatjes uit Limburg zo’n beetje. Van Valkenburg en Schin op Geul zeker. Maar ook van Heerlen, Kerkrade en Eygelshoven. Van Meerssen en het station van Eijsden. De hoteleigenaren beleven een rampweek. Maar zij niet alleen. Het gaat om alle Limburgers. Niet om de vakantiegangers, nee om de Limburgers. En nee, al helemaal niet om de ramptoeristen. Even verderop heeft België al nationale rouw afgekondigd. Zou deze week voor één overnachting naar Eijsden zijn gegaan. Net op tijd kosteloos geannuleerd. Nieuwe reservering gedaan. Dat hotel was vandaag wél bereikbaar. Daar in Eijsden ging het met het spoor helemaal mis. Was deels weggezakt in de blubber. Geen treinverkeer meer mogelijk. Behalve Donald Trump zal niemand in de wereld nog geloven dat de lieflijke Geul en de Ahr in Duitsland NIET kunnen veranderen in wrede monsters die alles opslokken. Trump zal het wel op nepnieuws houden. En ja, als zijn kinderen opmerkten dat hun nachtmerrie met de aanslag/ liquidatie werkelijkheid was geworden dan vind ik dat daarmee ook gezegd lijkt dat de persoonlijke ambitie van hun vader wel iets minder had gemogen. Ik vatte het niet als een compliment van zoon en dochter op. Je spreekt niet zo maar van een nachtmerrie. Ondanks ook hun bewondering voor één van de grootste journalisten van de afgelopen decennia. En een extraverte Gijp ging zelfs zover het Merk Peter R., want een Merk was hij, een Merk met een hoofdletter M, een egoïst te noemen. Van de doden niets dan goed natuurlijk, maar toch. Ja dat fotomoment van het koninklijke gezin: onbegrijpelijk. Krankzinnig. Het verkeerde moment. De show must go on. Dát werk. Het Einde der Tijden deze week en het koninklijk gezin breeduit lachend op z’n paasbest poserend voor persfotografen. Hoe verzin je het godverdomme? Waarom niet in Zuid-Limburg gebleven, de fotosessie geschrapt, de agenda schoongeveegd, en de Limburgers geholpen met dweilen en zandzakken. Weg met dat zomercolbert bij hem en dat geruite bruingele jasje van haar in de kleur van het Valkenburgse water. Deze week verschenen ook de twee verdachten van de vermoorde advocaat Derk Wiersum voor de rechter. Ze wezen de rechter op hun recht te mogen zwijgen. Zo’n recht zou verdachten eigenlijk ontnomen moeten kunnen worden. Ze zwegen, de verdachten. Met het doodschieten van de advocaat hadden ze al genoeg lawaai gemaakt. In de woorden van de vader van Derk Wiersum: hoe komen we uit deze hel? Het was de Week van de Hel met aan het einde de wansmaak van de monarchie. Deed hij niet iets in watermanagement? Lag daar niet zijn hart en was hij er volgens het propaganda-apparaat de Rijksvoorlichtingsdienst niet heel erg goed in? Weggaan op het verkeerde moment, weggaan op het moment dat het zuiden van ons land tot rampgebied is verklaard en de hoogste alarmfase beleeft. In Valkenburg 700 gezinnen ontheemd door de stormvloed. Als het erop aankomt trekken ze zich nergens iets van aan, van niks en niemand niet. Je gaat het zowat zien vanuit historisch perspectief.

Hallo Ellen en Johan,

Vrijdag volgende week is oké. Dan kom ik. Maandagmiddag is mijn vaste bridgemiddag. Ik heb die uitzending met René van der Gijp gezien, zoals ik dagelijks naar ze kijk, en moest toen hij dat zei over zijn kinderen meteen aan jou denken om dat je er ook zo over denkt. Hoe is het met jouw hotel in Valkenburg? Al wat gehoord? Hebben ze ook waterschade en andere sores? Fijn weekend !

Lieve groet, Wil.

Om de hoek houdt de Leidsche Rijn zich koest. Ook bootjes op het water maar dan met vrolijk luidkeels peddelende spelende kinderen. Het is van hier nauwelijks voorstelbaar wat zich op twee uur rijden in Valkenburg en elders afspeelt rond de bezeten Maas, de Geul en de Ahr. Inmiddels hebben de overstromingen in Duitsland ook Beieren en het oosten bereikt. In eigen oase herinneren alleen de nog steeds kletsnatte potten met tuinplanten aan de zondvloed die ons geregeld dwong voor sluiswachter te spelen. Even niet van het eigen erf weg te krijgen. Zie de honkbalpet, in model gevouwen met een opstaande rand als een echte Amerikaanse baseballcap. Geen mutsje maar een pet die meer is dan een hoofddeksel alleen. We komen niet voor niets uit de honkbalwereld voort. UVV bracht het er al vroeg in. Ondertussen bezig aan schitterend proza. Prachtig opgeschreven. Een cadeautje. Shuggie Bain van Douglas Stuart. De Booker Prize van 2020. Een schrijversdebuut dat leest als een meesterwerk, recenseerde de Washington Post. De gulle gever zei me over het boek dat je er in blijft lezen zodra je eenmaal begonnen bent. Nou, dat klopt. Glasgow in zijn meest groezelige en beklemmende gedaante. Het spat van elke pagina af. De troosteloosheid beklemt en fascineert tegelijk. Een pageturner. Shuggie Bain bedwelmt de lezer.

Wouter de Vries van de Muidense kruitfabriek, de vader ván

Mijn vroegste herinnering aan Peter R. de Vries dateert van 1982 of daaromtrent, van zeker veertig jaar geleden kortom. Ik was door de algemene verslaggeverij van Het Parool weggeplukt bij de sportredactie en als ik me niet vergis was het zelfs mijn eerste of anders pas tweede dag als reporter voor politiezaken. Op de redactie van Het Parool aan toen nog de Amsterdamse Wibautstraat kwam ’s morgens het bericht binnen dat voor de afwisseling weer eens de Muidense kruitfabriek De Krijgsman, of een onderdeel daarvan, de lucht in was gevlogen. Ik was er voor de rest van de dag en de dag erna mee onder de pannen. Op de sportredactie was ik na een aanvankelijk aarzelend begin van vaste waarde geworden, de stap naar politieverslaggever voor Amsterdam en omstreken was een gok. Ik kende de politie tot dan toe alleen nog maar van parkeerboetes en snelheidsovertredingen. Van mijn sportchef en mentor Cees van Nieuwenhuizen had ik geleerd dat je je in Amsterdam van verkeersborden en speciale fietspaden niets moest aantrekken. Je had overal op zijn Hollands gezegd schijt aan. Een gedurfde overstap was het van sport naar de politie, maar ook een weloverwogen stap omdat de plichtmatige lege babbeltjes aan de kleedkamerdeuren me na vijf, zes jaar de keel begonnen uit te hangen. En had ik nou zo lang gezwoegd voor mijn einddiploma hbs om dagelijks naar rechtsbuiten Piet Hamberg van FC Utrecht te moeten bellen met de vraag of zijn ontstoken linker grote teen al een beetje genas? Politieverslaggever dus als investering in mezelf en voor verdere journalistieke ontwikkeling met als eerste klus de ontplofte kruitfabriek in Muiden. De opgewonden redactiechef Gerrit-Jan Ludding, hij werd overal opgewonden van, gaf nog de laatste instructies mee aan de centrale tafel op de Wibautstraat. Van Muiden veertig jaar geleden herinner ik me een enorme ravage. Geen ruit meer heel. Als ik me niet vergis waren er ook één of twee dode kruitwerknemers. Hoofdschuddende bewoners in een straatje vlakbij. Ze waren die levensgevaarlijke kruitfabriek al jaren zat. En op het werkterrein een jonge jongen die in alles de show stal. Die jonge jongen in een leren jack was van concurrent De Telegraaf. Hij bleek De Vries te heten, Peter R. de Vries. Die R. vond een andere collega maar knap aanstellerig. Maar goed, Peter R. de Vries hechtte zeer aan die R. van Rodolf of Rudolph achter Peter. Aan het eind van de middag gaf de directeur van de kruitfabriek een persconferentie. Die directeur heette toevallig ook De Vries. Wouter de Vries, als ik me het nog goed herinner. Peter R. de Vries stelde met een eigenwijs hoofd vragen aan Wouter de Vries waarvan ik telkens dacht: hoe komt hij erop, wat knap! Erg goed voor mijn zelfvertrouwen was het niet in mijn gloednieuwe baan. Weggespeeld door een hautain iemand die zes jaar jonger was. Hoe oud zou hij geweest zijn, 22, veel ouder niet. Verlangde in Muiden terug naar de kleedkamerdeuren van de eredivisie. Liever op een kouwe, gure, regenachtige zaterdagavond in november naar MVV in Maastricht dan een hysterisch ontplofte kruitfabriek in Muiden met bijna geheimtaal over alle chemicaliën en technische voorschriften waarvan de omwonenden begrijpelijkerwijs voortdurend hartkloppingen kregen. De beste vragen aan De Vries kwamen van De Vries, zijn naamgenoot. Die dag toen niet geweten, en ook geen seconde vermoed, dat het hier vader en zoon betrof. Half Nederland heet immers De Vries. Maar de directeur van de kruitfabriek in Muiden die leverde aan Irak en Iran tegelijk – ze waren met elkaar in oorlog- die Wouter de Vries bleek de vader van Peter R. de Vries. Daarom was Peter R. in Muiden zo’n uitblinker natuurlijk. Of toch niet? Nee, toch niet nee. Het had in Muiden misschien een beetje met zijn vader te maken, maar dan ook niet meer dan een beetje. Een jaar later liet de jonge Peter R. de Vries zijn collega’s alle hoeken van het slagveld van de misdaadjournalistiek zien toen bierbrouwer Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer werden ontvoerd door naar later bleek Willem Holleeder en kornuiten. Niemand kwam zo dicht bij het vuur, en waagde zich er ook zo dicht bij, als Peter R. de Vries. (Ben zelf veertig jaar geleden eens een halve middag gegijzeld geweest door een Antilliaanse crimineel met lepra op een bovenwoning niet ver van het Amsterdamse Surinameplein, ik krijg nog weer de rillingen als ik eraan terugdenk, het klamme zweet staat weer in mijn handen, ik had nog geen maand verkering met Ellen, toen voorgoed afgeleerd de moedige held te spelen, want het zou geëindigd zijn in een dooie held, heb het pas twintig jaar later aan Ellen verteld of beter: opgebiecht). Peter R. de onverschrokkene. Alles ondergeschikt aan zijn missie. De frontsoldaat bij uitstek. Zijn boek over de ontvoeringszaak van Heineken werd een absolute bestseller. Zijn naam en faam waren gevestigd. Hij was een rechercherende journalist. Een pitbull. Volstrekt onafhankelijk ook. Alhoewel de lijnen bij hem wel steeds meer door elkaar heen begonnen te lopen. Overal connecties. Zal ook nooit de persconferentie over de ontvoering van Heijn vergeten vlak voor Kerstmis 1987 op het gemeentehuis van Bloemendaal. Niemand die de onderzoeksleider, de charismatische commissaris Kees Sietsma, zo doortastend en vasthoudend ondervroeg als Peter Rudolf (of Rudolph) de Vries. Hij bouwde ook met criminelen een band op en ik weet nog maar al te goed dat dit bij Het Parool en andere linkse media destijds als uiterst ongepast werd gezien. Je schreef over criminelen, maar je zocht ze niet op in hun cel. Je interviewde ze ook niet, je gaf ze geen platform. De Volkskrant en in iets mindere mate NRC en Trouw haalden indertijd zelfs hun neus op voor misdaadjournalistiek en het werk van Peter R. Mede door wiens toedoen strafpleiters als Doedens, Hiddema, Bovens, Spong en vader en enkele zonen M. figuren werden die zo leken weggelopen uit een filmscript van Fellini. Misdaadjournalistiek was geen journalistiek begin jaren ’80 en daar deed je besmuikt over. Peter R. pakte het anders aan dan wie ook. Hij drong diep door in het wereldje. Hij drong door tot in de haarvaten van de georganiseerde drugshandel. Hij was van alle markten thuis, scherpzinnig vooral, buitengewoon scherpzinnig en vasthoudend. Zijn territorium werd groter en groter. En nu, na veertig jaar van hoogtepunt op hoogtepunt, veertig jaar van excelleren in de meest diverse rollen in de misdaadjournalistiek en in de misdaadbestrijding, van een stevige schouder voor wanhopige ouders die hun kind verloren maar nooit duidelijkheid kregen over de toedracht en de dader, de Puttense moordzaak en Nicky Verstappen van de Brunssumerheide en zo meer, nu na veertig jaar ongeëvenaarde topprestaties schoot vermoedelijk een 21-jarige blaag hem voor een grijpstuiver op een zomeravond neer in de drukke Lange Leidsedwarsstraat. Als het niet zo verschrikkelijk was zou je het bijna kwajongenswerk noemen. Vechtend voor zijn leven is Peter R. de Vries nu ineens van iedereen en voor iedereen de grootst denkbare held van Nederland, ook voor lieden die hem tot voor een week uitkotsten. Want zo algemeen geliefd als nu lijkt was hij niet. Melodramatisch wordt hij nu door politici en opiniemakers in superlatieven en adjectieven beschreven. Femke Halsema zal het heus wel menen, ze oogt oprecht, maar toch. Hoe hoog stond en staat de aanpak van de zwaarste criminaliteit op hun lijstje van beleidspunten? Verbijsterend? Tegen de achtergrond van de meedogenloze maatschappij waarin wij leven zijn het alle reacties van verbijstering die vooral verbijsterend zijn. Enige hypocrisie ook. De koning en koningin in Berlijn even voor een paar tellen uitgewuifd naar het klootjesvolk en geschokt in de camera’s kijkend. Even ondersteboven. Zoals wel vaker. De Lange Leidsedwarsstraat is deze week een bedevaartsoord geworden voor onthutste rechtvaardigheidszoekers. Maar de vraag is vooral: wie wordt de volgende? Peter R. is – of was? – veertig jaar lang de beste. Veruit de beste. De linkse media gingen hem gaandeweg de jaren ’80 steeds meer serieus nemen. En toen hij al veruit de beste was, wilde hij nóg beter worden. En vervolgens nóg beter. Hij vond een nieuwe discipline uit. Van politieverslaggever naar misdaadjournalist. En daarna nog tal van variaties daarop. Ambitie. Ego, ook dat. Een verschrikkelijk groot ego. Onverzadigbaar. Een tomeloze speurzin. Bevlogen en nors. Verlegen en dat maskeren. Voor de duvel niet bang. Persoonsbeveiliging wilde hij niet, zo valt op te maken uit de berichtgeving. Het zou verplicht moeten worden, ook voor niet-overheidsdienaren op een dodenlijst, ook al omwille van omstanders bij een liquidatie of poging daartoe. Kogels kunnen afketsen. De ergste dingen, nog erger dan al erg, kunnen gemakkelijk gebeuren met spelende kinderen vlakbij. De grootste nachtmerrie is waarheid geworden, sprak zoon Royce deze week na de aanslag. Weeg die woorden eens. Familie voor wie het werk van Peter R. een nachtmerrie was. En begrijpelijk in een maatschappij als de huidige. Was dit het waard? Als het over zijn waanzinnige moed ging dan haalde Peter R. graag zijn vader aan, een verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog met een rol bij het liquideren van twee Duitsers. Hij onthulde dat pas op zijn sterfbed. Wouter de Vries van de kruitfabriek in Muiden. Ik zie hem na veertig jaar nog zó voor me. Zijn zoon, teugelloos op zoek naar de waarheid en rechtvaardigheid, de frontsoldaat, hij vecht nu voor zijn leven, 64 nog maar. Hij werd in 1982 ook zelf eens ontvoerd. Door een aan lager wal geraakte reclameschilders die losgeld vroeg aan De Telegraaf. De reclameschilder was als ontvoerder een broekie. Hij zette voor zichzelf en voor Peter R. koffie. In die voor Peter R. deed hij een slaapmiddel. In zijn zenuwen dronk de reclameschilder het verkeerde kopje koffie op. Waarop de verslaggever zijn ontvoerder in de auto zette en bij het eerste de beste politiebureau afleverde. Dat waren nog eens andere tijden. Peter R. kon in zijn jonge jaren als verslaggever een enorme driftkikker zijn. Hij kreeg eens zijn zin niet van zijn chef en gooide toen van woede een bekertje automaatkoffie over diens schone overhemd. Moest de jonge verslaggever op rapport bij de hoofdredacteur en hield hij al rekening met ontslag op staande voet. Maar nee. Volgens de hoofdredacteur keken ze bij De Telegraaf niet op een bekertje koffie.

Heel de politiek hoort met het geheugenverlies eigenlijk in een verpleeghuis thuis

Ha Jeannette:
Houd je in het zuiden van Frankrijk maar lekker verre van bijvoorbeeld de Nederlandse politiek waarin onze gouden winnares van de laatste verkiezingen, mevrouw Kaag, het presteert geen spat beter te zijn dan anderen als het gaat om bestwil leugentjes en om allerminst toevallige en ernstig te nemen vergeetachtigheid welke mensen normaal gesproken in een verpleeghuis achter een cijferslot brengen zou. Het vergane korte termijn geheugen op het Binnenhof in Den Haag. Mevrouw D66 ontkende aanvankelijk tevoren enige invloed te hebben uitgeoefend op een VPRO-documentaire over haar persoon. Kaag viel door de mand en bleek bij nader inzien een jokkebrokje. Niet haar eerste verbale struikelpartij sinds maart toen ze op een cafétafel stond te dansen in haar panty. Nu herinnert Kaag zich pas onder politieke en vooral publicitaire druk weer gaandeweg dat ze zich wel degelijk ‘op afstand’ heeft bemoeid met meer dan eventuele feitelijke onjuistheden in de televisiedocumentaire. Autogordeltje en zo, en champagneglazen in Jemen. Voorlichters en pr-functionarissen ten behoeve van een VPRO-reclamespot. Beeldvorming, alles voor de beeldvorming, desnoods met trucjes. Alles om de ware Kaag te maskeren. En wat zou er met de ware Kaag mis zijn? Niets menselijks is ook haar gelukkig vreemd. Vergat ze een keer haar autogordel, nou en?! Gooide ze een glas champagne naar binnen in een streng islamitisch land. De nieuwe politiek van het handelsmerk Kaag is voortzetting van de oude met beginnende dementie en Alzheimer. De VPRO ging er in mee godbetert. Ze leende zich voor misleiding. Wat een gezichtsverlies. Wat een reputatieschade. De journalistiek die zelf zijn eigen onafhankelijkheid en vrijheid aantast. Slappe knieën. Las dat een parlementair journalist op last van omhoog gevallen voorlichters en pr-functionarissen eens 178 veranderingen moest aanbrengen in een stuk van 3000 woorden. Om de 23 woorden een rooie streep met de ambtelijke viltstift. Autoriseren noemen ze dat. Compleet nieuwe alinea’s schreven die voorlichters die voor het handwerk van de journalistiek eerder ongeschikt waren gebleken. Als zo vaak met voorlichters. Het ging er niet om wat de politicus had gezegd maar hoe hij het in de ogen van de voorlichters gezegd had kunnen hebben. Beeldvorming. Oppoetsen, boenwas. We zijn het eens: er is een Haagse werkelijkheid ingegeven door hele pelotons voorlichters en pr-functionarissen en er is een échte werkelijkheid. Houd je maar verre weg van de deconfiture Den Haag, Het is beter voor jullie nachtrust en jullie eetlust. Het aantal stemmers op het CDA kan binnenkort nog slechts in één kerkgebouw. Nou vooruit: iets ruimer, een varkensstal in de oostelijke helft van Brabant richting De Peel. Ik begreep dat het woord mondkapje de partijtop van de christendemocraten bij de psychiater heeft doen belanden. Het schijnt zo te zijn dat de psychiater bij interim-voorzitter Marnix van Rij de naam Jaap de Hoop Scheffer al heeft laten vallen. In Limburg blijkt de zoveelste CDA-sjoemelaar gesneuveld, nu vanwege een gronddeal. Ook de toch al twijfelachtige CDA-burgemeester van Venray lijkt aan de beurt te zijn. Ook bij jullie in Zuid-Frankrijk dus CDA-toestanden. Inderdaad, dik geld verdienen ten koste van de veiligheid en de gezondheid van werknemers met de bouw van die twee paardenhangars. Dat van die burgemeester van jullie daar in Zuid-Frankrijk doet me, maar onschuldig te noemen, aan wijlen Johan Stekelenburg van Tilburg denken toen ik op onze journalistenopleiding nog een kamer deelde met Jeroen Terlingen van Vrij Nederland. Jeroen was bevriend met Stekelenburg en hij wist me te vertellen dat van alle Tilburgers er één was die zich niet – uitroepteken – groen en geel ergerde aan het toenemende aantal files op de rondweg en die ene was de burgemeester. Voor Johan Stekelenburg konden de files niet lang genoeg worden. Dat gaf hem het gevoel burgemeester te zijn van een metropool. Ach ja, het kan verkeren. Voor die burgemeester van jullie gehucht zijn die twee hangars natuurlijk ook statusverhogend. Van die beroerde opkomst bij jullie voor de regionale verkiezingen had ik op de radio gehoord. Van de jongeren is zelfs bijna niemand gaan stemmen. Hier doet Kaag nu een poging om ons ook zover te krijgen voor de volgende landelijke verkiezingen. Eijsden heb ik als zó mooi en idyllisch ervaren dat ik er in juli voor twee dagen terugkeer. Maar eerst Diana met vakantie na alle vermoeienissen voor haar inclusief de verhuizing. Zoals ook Ellen doe ik Diana de groeten van jullie en ze riep vanmorgen al dat ik jullie hele fijne weken in jullie ‘plaggenhut’ moest toewensen. Bij dezen dus. En ja die keizer Wilhelm II, later in Doorn terecht gekomen, boompjes kappen en boompjes planten, wagonladingen aan schilderijen en serviesgoed bracht de oorlogsmisdadiger mee, een potentaat, en de wereldvreemde Wilhelmina die bij een staatsbezoek aan Amerika geërgerd als een klein verwend kind stoplichten op groen liet zetten omdat Hare Koninklijke Hoogheid de Harmelijnen Almachtige aan rood niet gewend was, en Wilhelmina die in Amerika eens iemand uit haar gezelschap in één van haar vele vlagen van verstandsverbijstering uit de auto commandeerde en de stakker via de vangrail langs de snelweg het verdere stuk naar zijn hotel liet teruglopen. Niet serieus te nemen die Oranjes. Poppenkast. Maar wel een beetje dure poppenkast. Een inhalig derderangs theatergezelschap. Maar ja, ik zag in mei hier in de straat meer vlaggen op Koningsdag dan bij de jaarlijkse Dodenherdenking. Ben ik trouwens erg van geschrokken. Ben er met die corona overigens nog steeds niet gerust op. In korte tijd 2000 Schotten positief na evenementenbezoek waaronder het voetbal. Dorpsgenoten die je prijst omdat hun adagium ‘niet zeuren over onbenullige zaken’ is. Geweldig! Wat ik eigenlijk nooit eerder deed, heb ik afgelopen weekend gedaan: NRC een compliment maken voor een artikel. Het ging over een meisje uit Soedan dat (aanvankelijk nog heel gebrekkig Engels sprekend) op een beurs naar Maastricht kwam en hier mocht studeren. Deed ze met volle overgave. ’s Nachts werkte ze er bij de posterijen bij. Het karige loon ging naar haar ouders in Soedan. Toen haar tijd in Maastricht om was en ze terug moest, meldde ze zich vrijwillig als vluchtelinge in het AZC van Ter Apel. Nu hoopt ze op een paspoort, een Nederlands paspoort, het zou het eerste in haar leven zijn en het eerste beetje eigen identiteit. Schitterend opgeschreven, die monoloog. Filmisch zowat. Verhaal uit het boekje. Ik kom erop door je opmerking ‘niet zeuren over onbenullige zaken’. Bij het lezen van zo’n story als van het 23-jarige meisje uit Soedan denk ik onwillekeurig aan het recente nieuws dat de helft van de Nederlandse jongeren tussen 18 en 34 een burn-out heeft of tegen een burn-out aan zit omdat men mentaal niet tegen corona kan en tegen het westerse neoliberalisme met alle stress. Waar is de overlevingskunst? Waar is het incasseringsvermogen gebleven? Wat jullie hebben in Zuid-Frankrijk had ik in Eijsden pas geleden: rust, vogels, bloemen en een prachtige salade aan de Maas. We moeten niet zoveel willen. Wij hebben dat wel geleerd. Ellen is behoorlijk stabiel. We zijn met de kleinste kleinigheid al blij. Ze beschikt over een grandioze hofhouding. Pas geleden werd ik aangesproken door een ouwe kennis van ons. Ik vroeg hem naar zijn vakantie. Begon hij te vertellen hoe leuk het was geweest en ging hij er prompt bij staan huilen. Dat was vreemd. Maar dus ook weer niet. Zijn vrouw was begonnen met dementeren. Hij schokschouderde en ik voelde zijn pijn. Onmacht, verandering van perspectief. Zijn leven was gaan schuiven. Geen steen meer op de andere. Door ploeteren. Kwam zijn vrouw met de verkeerde boodschappen thuis en was hij geïrriteerd en werd hij weer boos op zichzelf omdat hij geïrriteerd was geraakt. Die carrousel. Zijn vrouw veranderde en hij soms ook. Onafscheidelijk die twee en dan nu dit. Het lukte me om hem geen ongevraagde adviezen te geven. Dat prentte ik mezelf ook in daar op straat. Wijsneuzen genoeg. Geen ongevraagde adviezen. Luisteren, niet de sterkste kant van velen, en ook mij. Niet de ervaringsdeskundige spelen. Elk geval staat immers op zichzelf. Opeens zei die oude kennis van ons dat tal van mensen hem nu vertelden wat hij moest doen en ook zeiden hoe het beter kon. Maar daar zat hij helemaal niet op te wachten. Zo herkenbaar. Geen ervaring als mantelzorger maar wel een ongelofelijk dikke plaat voor hun harses. Zei maar niet dat veel politici, als het ze zo uitkomt, graag voorwenden dat ze zich in het voorportaal van Alzheimer bevinden. Ik liet de naam Kaag maar niet vallen. Veranderde van gespreksonderwerp. Niet lang voordat Ellen ziek werd was zij vooral de initiatiefnemer geweest met het moderniseren van ons toilet beneden. Maar om Ellen weer voorgoed thuis te laten wonen, moest pakweg vijf jaar later het vernieuwde toilet worden veranderd in een douchecel. De onderdelen van het toilet verdwenen naar de schuur. Nu ben ik zover dat ik ze voor het verouderde toilet boven ga gebruiken. Laat ik het toilet boven meteen betegelen tot aan het plafond. Voor de klus heb ik via Diana twee Afghanen gevonden. Broers. Het zijn Hazara uit het berggebied in Centraal Afghanistan. Heel interessant wat ik over de Hazara gelezen heb. Van oorsprong van Mongolië en het Turkse rijk. Sji’ieten. Agressief vervolgd door de Taliban en door IS. Eigenlijk ook een beetje op de onderste sport van de ladder binnen de Afghaanse bevolkingsgroepen. Ze werden vroeger in eigen land als slaven verhandeld en gebruikt. Er schijnen ook veel Hazara in Pakistan en Iran te leven. Ik lees me momenteel een beetje op dit onderwerp in. Enfin,  twee geweldig aardige Hazara in een oud wit ingedeukt koektrommeltje die in de nazomer hier het toilet komen vernieuwen. Ze hebben bij Diana in haar nieuwe huis fantastisch werk verricht. Ik sluit af met een lieve groet van hier. Het is een rare zomer. In zeer korte tijd heel veel regen gevallen in vooral Zuid-Limburg en dan met name in de oostelijke heuvelachtige mijnstreek met Kerkrade, het kleine vriendelijke Eygelshoven met de beste middelgrote zaterdagmarkt van Nederland, Heerlen.  Chèvremont en zo, Lückerheide, Rolduc, kasteel Erenstein. Er ging een waterrecord aan dat nog uit juni 1966 stamde. Vanaf de plaatjes herkenden we de straten. Die hoek van Zuid-Limburg is ons zó bekend. In delen van Canada en aan de noordwestkust van de VS is het vijftig graden. Maar ik ben het met Trump eens dat er niks aan de hand is met het klimaat (…) . Houd je in Zuid-Frankrijk maar verre van de Nederlandse politiek. Blijf maar zo lang mogelijk in jullie ‘plaggenhut’. Vandaag maakte een idioot van de PVV Kaag in de Tweede Kamer uit voor sponsor van terroristen. En de waarnemend Kamervoorzitter, ook van de PVV, vond dat zulk zwaar geschut paste in de vrije meningsuiting en tradities van ons beschaafde land. Hopelijk herinnert Sigrid Kaag zich de belediging aan haar adres vanavond al niet meer. Het ligt in de lijn der verwachtingen, Nogmaals lieve groet van hier, uiteraard ook voor Marc! Geen Fransen meer op het podium en ook Nederland af geserveerd op het EK. Door modale Tsjechen. Las dat een groot deel van de bevolking hier terugverlangt naar de ‘vergaalde glorie’ van weleer. Vergaalde glorie, mooi gevonden. Hebben jullie daar trouwens nog herinnering aan? Aan wie? Nou aan de man die bóven God staat.

Het panorama aan de voordeur. Genieten zolang het kan. Ondertussen peinzen over een gedetailleerde mail naar aanleiding van onze blogs van een onbekende mevrouw uit Brabant die een heel gevecht met instanties is aangegaan omdat een alleenstaand familielid dement zou zijn verklaard terwijl ze dat niet was. De meeste afschuw zou uitgaan naar een onbetrouwbaar genoemde bewindvoerder ‘die tante opborg en haar kaal plukte’. Voorzichtige plannen om weer eens terug te gaan naar De Panne na een mail van Bruno van hotel Cajou hoe het toch met ons is en of hij en zijn vrouw ons weer eens kunnen boeken voor een paar dagen. Het begint te kriebelen.


Memphis Depay kan thuis weer voor Elvis Presley spelen

Toen we ons nog onoverwinnelijk waanden. Zilvervloot en zo. Nederland van een hoog André Hazes junior gehalte. Galmflarden van wijlen senior ook. Zelf op het nippertje geschrokken de oranje korte broek te ruilen voor de gele. Een volle supermarkt zondag om half zes voor nog even snel een paar blikjes bier. Nee niet alcohol vrij. We zouden de Tsjechen wel even pakken natuurlijk, en daarna de Denen ook. Als een springconcours met betrekkelijk lage oxers. Te doen in elk geval voor elk modaal elftal. Jacinta (foto): ‘Voetbal kijken? Ik heb helemaal geen tv. Wel gehad maar nu niet meer. Ik werk zeven dagen in de week en studeer er nog bij voor verpleegkundige. Nederland wint zonder mij ook wel.’ Niet dus. In de twee uurtjes na het eten geven aan Ellen liep De Ligt als een gorilla over het veld in Budapest en bleek door een te veel aan pasta’s bij zijn werkgever Juventus in Turijn niet zo heel erg wendbaar meer. De biertjes smaakten naar niks. De Ligt draaide voor iemand van 23, of hoe jong is hij nog, bepaald niet meer soepel om zijn as. Hij struikelde en graaide naar de bal met een inhaligheid die naar een rood stoplicht leidde. Wat Oranje met elf man al niet lukte, ging met tien spelers natuurlijk al helemaal niet meer. De slaapverwekkende coach Frank de Boer (ongeschikt aan de microfoon en ook in de dug-out) legde nog maar wat extra crematorium in zijn stem. Mieke Telkamp keek toe bij de cornervlag. Waarom is het toch niemand gelukt die boerse Boer te leren dat het in de communicatie naar een groot publiek aankomt op drie zaken. In volgorde: beeld, geluid en tekst. Zonder een goede performance komt geen enkele boodschap binnen. Elk normaal mens haakt af zodra Frank de Boer één zinnetje heeft uitgesproken. Je verwacht elk moment de opmerking dat hij net van de dokter komt en terminaal is. Als trainer lijkt daar trouwens ook sprake van. Zijn zoveelste ontslag duurt niet lang meer. Kwestie van dagen, uren misschien wel. De meest opvallende invalbeurt was voor iemand die helemaal niet in Oranje thuishoorde goddomme maar op de rechtbank hoort te zitten. Heel verstandig van Jacinta om de tv de deur uit te doen. De Belgen lachen. Ontheemd vragen we bij hun politiek asiel aan. Zij hebben vedetten, wij ten onrechte opgehemelde filmsterren, meer nog kermisklanten, uit het repertoire van John en Linda de Mol. Memphis Depay kan thuis weer voor Elvis Presley spelen. Maar het kan altijd nog erger: zie de Fransen. De waarde van politieke en economie analisten is duidelijk. Het nut van voetbalanalisten is natuurlijk nul komma nul. . Het ziet er heel indrukwekkend uit, maar dat is de verpakking. Ze vullen zendtijd op. Dat die studiogasten het potje voetbal zitten te analyseren is natuurlijk klinkklare onzin. Een analyse is één van de moeilijkste genres in de journalistiek. Een analyse werkt diepgravend naar een conclusie toe. Voetbalanalisten kletsmajoren van een conclusie af. Zo bezien telt Nederland zeventien miljoen voetbalanalisten. Uitgezonderd Jacinta die haar tv de deur uit heeft gedaan. En ook uitgezonderd Diana die vanwege haar verhuizing haar tv nog niet heeft aangesloten. Ondertussen – inderdaad Gijp – vraagt Messi van Barcelona zich hoofdschuddend af hoelang Memphis Depay eigenlijk pas voetbalt. Of beter: hoe kort nog maar. Maar die spullen uit zijn verkleedkast staan hem prachtig, vooral die vilten hoed.

****

Ha die Johan, dank voor je uitzwaai per mail. Nu zijn we alweer bijna twee weken in ons huis, de tijd vliegt met leuke dingen en mensen, en ook wel met de bekende beslommeringen die bij een huis in den vreemde horen. Er moeten weer bomen bij gesnoeid en zelfs neergehaald worden en wie vraag je daarvoor, enz enz. En gaan we de burgemeester weer vragen ons gras te maaien of willen we niks met die man te maken hebben die heeft toegestaan dat er op ca 500 meter achter ons twee enorme paardenhangars verschijnen, eentje als stal, naar men zegt, en de andere als station d’insémination. Daarvoor heb je toch niet zo’n enorme ruimte nodig, zou je zeggen. Tenzij je er een animalisch erotisch centrum van maakt. Ik heb het niet zo op al dat dure en milieuonvriendelijke paardengedoe en nu heeft ook nog een arbeider een val van meer dan 7 meter gemaakt uit de nok van het gevaarte in wording op de rotsige grond. Nu ligt het werk stil en lijkt de burgemeester wat terug te krabbelen. Gruwelijk voor de man in kwestie, naar men zegt hield de aannemer zich niet aan de voorschriften, en moest er zonder vangnet gewerkt worden. Wat een schoften heb je toch. Geld willen verdienen ten koste van anderen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Leuk dat je zo enthousiast was over Eijsden. Wij komen er al jaren, zo niet decennia. De laatste jaren vaak op de terugweg uit Frankrijk, om even op verhaal te komen en indien mogelijk buiten te eten. Helaas wordt het steeds drukker, ook met een beetje poenig publiek waar we niet zo dol op zijn. In mijn herinnering is het stationnetje vernieuwd, terwijl je vroeger kon fantaseren hoe keizer Wilhelm II daar in 1918 uit zijn hoofdkwartier in Spa kwam aanzetten en mét zijn enorme staf verwelkomd werd door een aantal stijve Nederlandse ministers, nadat hem door Wilhelmina asiel was aangeboden, terwijl de geallieerden hem geheel terecht als oorlogsmisdadiger wilden hebben. Ja, die Oranjes deugden toen ook al niet erg.

Maar dit terzijde. Ik begrijp geloof ik heel goed dat je Ellen daar in Eijsden heel erg miste. Het besef dat je zoveel niet meer met haar kunt delen terwijl ze er nog wel is, moet je vaak, ook op onverwachte momenten denk ik, naar de keel grijpen. Ik blijf het een grote zegen vinden dat je de zon in het water kunt zien schijnen en zo te horen ook niet weemoedig wordt als je jullie mooie tuin staat te sproeien. En je bovendien Diana nog inwijdt in de Hollandse tuinkunst! Wij genieten hier zeer, vooral van de rust, de fantastische wilde bloemen en de aardige dorpsgenoten die we af en toe zien en die doorgaans niet zeuren over onbenullige zaken. Zo’n stil en enigszins wild gebleven landschap trekt kennelijk een aardig soort mensen aan.

Ons grootste probleem hier is voorlopig dat de internetkabel van de buurman naar ons dit jaar niet werkt en het geklooi met een van de smart af te tappen hot spot (hear hear!) ook lang niet altijd lukt. Vertraging in de communicatie, want alles per smartphone kost veel giga bites en is ook maar geklungel. Je begrijpt dat het ons goed gaat als dit ons grootste probleem is. Uitgeschakeld oranje deert ons ook al niet, ook al vinden we het allebei wel leuk om in een café naar een finale te kijken met hetzij een Frans hetzij een Nederlands team. En de Fransen ook al uitgeschakeld!  Het CDA ook al, wat ik zo opvang. Tjonge jonge, die formatie laat ik voor wat hij of zij is, maar treurig is het wel. Ook treurig dat hier maar 30 % kwam opdagen voor de regionale verkiezingen, zij het dat we op de radio hoorden dat dit bij de presidentsverkiezingen zeker niet het geval zou zijn, omdat de mensen heel goed weten dat het daarbij ergens om gaat, terwijl men van die regio’s niet veel verwacht of vreest. Ik hoop dat het waar is en ben in ieder geval blij dat Le Pen niet gewonnen heeft.

Johan, volgende keer stuur ik een plaatje mee. Dat kost nu teveel giga’s vanuit onze plaggenhut naar de Zonzijde! Ik wens je een rustig gemoed en een harmonieuze zomer met veel geode momenten met Ellen en met je mooie team! Houd je goed, hartelijke groeten en liefs, Jeannette en ook Marc

Vanwege zijn zuurgraad zou het CDA een milieuvergunning moeten aanvragen

Ach ja Charles:
Ik he b begrepen dat er door neurologen het mogelijke verband wetenschappelijk wordt nagegaan tussen het overdadig gebruik van bestrijdingsmiddelen als insecticiden en de ziekte van Parkinson. In Frankrijk blijkt parkinson het meest voor te komen in de wijn streken en die voor fruit zoals Bordeaux en de Provence. Ik ben benieuwd naar het verdere verloop van het onderzoek. Maar eerst het EK-voetbal. Veruit het leukste tot dusver vind ik de Oranjezomer ’s avonds bij Veronica om acht uur. Zal met een hoogst enkele uitzondering (Portugal-Duitsland) wel zo blijven. Moet vreselijk lachen als Johan Derksen een sneer uitdeelt naar de Libelle en de hoofdredacteur van dat blad dan meteen boos in de hoogste boom zit en om zich heen begint te slaan. Lieve vrouw, denk ik dan, pak je breipennen en laat het verder over je heen komen. Voed de lachlust niet als je niet tegen de lachlust kan. Terecht voelen mensen als Kieft, Advocaat en Boskamp zich bij Derksen en Gijp als een vis in het water. Er wordt gelachen, de spot gedreven mét, er wordt gerelativeerd. Het opgeklopte chauvinisme als melk voor een cappuccino laat men terecht aan de NOS. Veronica Inside is een echt voetbalcafé, de regie is vaak ver te zoeken, en dat maakt het allemaal zo leuk. Grandioze formule als frisse en humoristische tegenhanger van die meestal veel te serieuze televisie waarop men in die overdaad aan talkshows veel te belangrijk zit te doen. Dit kan alleen maar in ons land. Zie graag dominee Gremdaat als volgende gast bij Derksen en Gijp. Dat de spelers van het Nederlands elftal Derksen en Gijp boycotten zegt meer over die omhoog geschreven voetballers dan over Veronica Inside. Vergeleken bij Veronica Inside verzorgen Van Hooijdonk en anderen bij de NOS zo’n beetje een receptie vol geneuzel met vaste plichtplegingen na afloop van een slaapverwekkende crematie. En het is bij de NOS vooral zaak de bondscoach en zijn selectie niet voor de gevoelige schenen te schoppen. Dus krijg je gebakken lucht en meelstuiverij. Ze vergeten bij de NOS dat voetbal bijzaak is. Weliswaar de belangrijkste bijzaak in het leven, zoals hoofdredacteur Herman Sandberg vanonder zijn snor liet horen zonder zijn pijp uit zijn mond te nemen, maar toch: bijzaak. Voetbal als de gewichtigste onzin in de wereld welke onzin een andere toon en benadering vereist dan een kernoorlog. Rinus Derksen en Van der Gijp voelen dat aan. De meesten bij de NOS niet. Niet voor niets zei Joop van den Ende eens in een interview dat Veronica Inside het enige programma was waarvoor hij thuis bleef en op zijn horloge keek om op tijd de tv te laten opwarmen. In De Panne kijken ze al jaren graag naar Derksen en Gijp met de woorden: ‘Hadden wij in België maar zo’n uitzending, maar wij zijn er te schijterig en bleu voor.’ Dank voor je overpeinzing Charles. En zeker, we nemen binnenkort de wereld weer door bij jou op je tuinterras. Lekker bitterballetje erbij. Ik ben het met Ilja Pfeijffer vanuit Genua eens dat we na anderhalf jaar stilstand door dat virus verdomd weinig hebben bijgeleerd. Hij heeft ‘Grand Hotel Europa’ voor niets geschreven. Geen bezinning. Geen reflectie. Weer net zo hijgerig als voorheen. We keren terug naar het oude normaal. En na alle noodzakelijke aanpassingen met anderhalve meter en een mondkapje nu ‘zo verschrikkelijk toe aan vakantie’. ‘Even eruit.’ Het massatoerisme komt weer op gang. Twee jaar geleden was het op warme zomeravonden steeds raak in de Belgische kustplaats Knokke. Gooise kakkers van 16 en 17 waren er op vakantie en gooiden avond aan avond met hun dronken kop met terrasstoelen en – tafels. Ze grepen onder rokken van bedienend barpersoneel. Pa was internist dus wie deed ze wat. Ze plasten de ene keer binnen hun onderbroek en de andere keer erbuiten. De politie werd gemolesteerd. Er was begrip vanuit Nederland en ik overdrijf niet: had die badplaats maar niet Knokke moeten heten. Dan vroeg je erom. Je denkt dat ik een grapje maakt? Nee dus. De dure Gooise ouders van die jongeren, en die uit Amsterdam-Zuid, hadden maar voor één ding belangstelling: of zoonlief het er zelf heelhuids vanaf had gebracht in Knokke en of hij niet de nacht had doorgebracht met bloedspatten in een droeve Belgische politiecel. Want in dat geval zouden ze hun advocaat inschakelen. Ik denk ook zelf dat het wel erg onbezonnen en provocatief is geweest van die luitjes van de winkelboulevard Lippenslaan en omgeving om hun dorp de naam Knokke mee te geven. Een rivier die ze de Vecht hebben genoemd? Op het randje. Het is vragen om narigheid. Ook begrijp ik heel goed dat onze jongeren na zoveel corona ontberingen, met dagelijkse retraite op zolder, bij terugkeer op school mentaal niet in staat zijn mbo- of hbo-onderwijs of havo, of mbo, of wat dan ook te volgen. Wachten tot september/ oktober. Eerst leuke dingen als balsem voor de ziel. Gezellige praatgroepen. Of nazorgactiviteiten vanwege gemiste wintersportvakanties door Covid. Daar had die spinnenwieltante van de Onderwijsinspectie vorige week op tv groot gelijk in. Waren de tieners zelf nog niet eens opgekomen. Leve tante. Halleluja, zou Ellen er aan hebben toegevoegd. En ze zou haar tamboerijn uit het blije Leger des Heils erbij hebben gepakt. Ze heeft het momenteel heel zwaar met die hoge temperaturen. En dat terwijl we het tot dusver behoorlijk koel houden in huis. Een moeilijke ademhaling. Slaperig. ’s Avonds komt ze bij. De jongeren dus niet mentaal in staat om nu onderwijs te volgen. Nergens staat trouwens geschreven dat mensen met teleurstellingen moeten leren omgaan. Behalve dan als het om asielzoekers gaat. Dat zijn andere mensen met andere ontberingen, geen échte ontberingen, en bij relletjes in een AZC moet er natuurlijk vanuit onze veelgeprezen westerse normen en waarden hard worden opgetreden. Dat de vluchtelingen uit Syrië en Afghanistan hun o zo paradijselijke Griekse vakantiepark Moria in de fik staken is natuurlijk van een ongekende ondankbaarheid en schande waartegen desnoods met doodvonnissen had moeten worden opgetreden. Vluchtelingen lijden aan verwording, ze zijn er het symbool van, niet de zuipende en snuivende rijkeluisjongeren die de boel kort en klein slaan en mentaal nog niet aan onderwijs toe zijn. Vooral het CDA is graag van de normen en waarden. Opstaan met het Wilhelmus, zoals Buma zei. Er valt bij het Nederlands elftal in dat opzicht nog heel wat zendingswerk voor het CDA en Buma te verrichten. Het CDA en de normen en waarden. Het Christen Democratisch Appèl van de fijnzinnigheid en nette omgangsvormen. Van fatsoen. Van naastenliefde vooral ook. Daarom heeft die vervelende Pieter Omtzigt (een echte politicus in de confessionele sociaaldemocratische traditie van predikant Abraham Kuyper en Willem Aantjes – ARP) dat van die scheldpartijen met ’teringhond’ en zo natuurlijk uit zijn duim gezogen. Het suggereert een zuurgraad waarvoor zo’n partij een milieuvergunning zou moeten aanvragen. Maar nee, christenen schelden niet iemand voor ’teringhond’ uit, hooguit voor ‘onze teringhond’. En dat is dan liefkozend bedoeld. De Judaskus is niet door christenen uitgevonden maar door heidenen. Het CDA is van de transparantie. Daarom ook met het mes op de keel openheid van zaken over schenkingen van een miljoen door één idioot voor de clubkas. Het CDA is van de verbondenheid en het geloof in een God. Zeker Marnix van Rij. Tackelde hij ook al niet eens eerder Jaap de Hoop Scheffer? Jazeker wel. Nu is Omtzigt aan de beurt. Allemaal buitengewoon integere mensen daar bij het CDA. Een integriteitscommissie is er volstrekt overbodig. Ieder is zijn eigen integriteitscommissie. Je hoort het Mona Keijzer zeggen vanaf de dijk in Volendam. Vraag het onze mondkapjeszwendelaar die nu in ‘goed overleg’ met Marnix van Rij het CDA heeft verlaten. De Partij voor de Dieren is het CDA al voorbij gestreefd in de peilingen. Mevrouw Van der Plas van Triple B is onderweg in haar jeans. Hoekstra heeft zijn werkloosheidsuitkering al aangevraagd. Als ik het CDA was zou het mij niet meer uitmaken met wie ik in een nieuw kabinet kwam, als ik maar tussentijdse verkiezingen kon ontlopen. Mijn bevriende oud-collega Jeannette uit Amsterdam heeft zich voor even teruggetrokken uit onze maatschappijkritische bespiegelingen. Ze tilt ze over de zomer heen. Te warm nu, ze is naar haar huis in Zuid-Frankrijk bij Montpellier en wroet daar bij zonsopgang in rotsige aarde. Jeannette wordt verdrietig als ze de tv aanzet. Ze keek toch al bijna niet meer, net als wij. Haar man Marc schildert graag, en veel. En goed, heel goed zelfs. Moest aan hem denken in Eijsden vorige week. Prachtige plaats net onder Maastricht, waar wij, Charles, inderdaad bij Oan ’t Bat moeten gaan eten als jij daar eens in de buurt bent vanwege Lanakense vrienden. Ik was er met Moni, een kennis van mij uit Limburg. Eetcafé Oan ’t Bat is een idyllische uitspanning op vlonders aan een zijtak van de Maas, met aan de overkant België op een afstand van niks. Je kunt België bijna aanraken. Pontje om de hoek. Belgen die via de pont even bij Oan ’t Bat een glaasje en salade komen doen. Overtocht vijf minuten, niet eens zelfs. In Eijsden trof ik op mijn meest recente mantelzorgverlof een fantastisch lome atmosfeer aan. Wim Sonneveld. De gemeente leek ook zo weggelopen uit de boeken van Georges Simenon en zijn commissaris Maigret. Schitterend wonen daar in veelal prachtige huizen. Ik waande me er in Frankrijk. Aan de Loire en bij Mâcon. Kon ik ook dat nog maar eens herbeleven met Ellen. Jij Charles had het over jongeren die Zandvoort vanaf het strand op stelten hebben gezet. Politie erbij en maar vechten. Die ene vrouw op tv had gelijk: de lockdown vanwege de corona heeft er bij de jongeren flink ingehakt. Die moeten zich nu kunnen ontspannen. Daar moet meer begrip voor zijn vanuit onze hedendaagse maatschappij. Dat een vrouw van een politieman haar echtgenoot met angst en beven naar zijn werk ziet gaan doet er niet toe. Had hij maar een ander vak moeten kiezen. Wat doen die politiegezinnen ertoe. Voor de jongeren zijn de bibliotheken en theaters lang genoeg gesloten gebleven, ik blijf ze erover horen klagen, over de bibliotheken vooral, nu even rossen om op prettig verhaal te komen. Misgun het ze niet. Je hoort erbij als je het begrijpt. En wie wil er vandaag de dag nou niet bij horen?! Nergens gelezen dat de Nederlandse militairen, die boerenkinkels liever gezegd, die terugkwamen van de politionele acties, nergens gelezen dat ze in Nederland ook maar uit verveling en balorigheid kampongs bij Assen en Meppel in brand staken en slaags raakten met mariniers. Andere Tijden. Andere Tijden? Terecht niet meer geschikt voor de hedendaagse Nederlandse televisie.
Laat staan de jappenkampen. De documentaire De Oost gezien?

Toch een beetje Vaderdag met bloemenpracht en buiten onder de parasol kokkerellen voor de niet-biologische vader. De tefalbakplaat van wijlen wijlen Cas Spijkers. De tuin en het verlengsnoer naar het stopcontact. Eieren, tomaten en lasagne. De blender voor Ellen die blij is dat het al te warme weer zijn rug naar Nederland heeft toegekeerd.

Weinig kan nog verbazen, ook de mondkapjes poets niet, alleen Ellen nog: ‘Goede middag’ en ‘Hoe is het ermee?’

De zomer is begonnen, en hoe nog wel! Je leert vanzelf van de natuur houden. Klein huiselijk geluk op een paar vierkante meters. Liep er vroeger gemakkelijk aan voorbij, maar nu niet meer. Wanneer er zoveel niet meer bereikbaar is, kan er nog altijd gehouden worden van sereniteit en een poëtische lichtval onder een strak blauwe lucht. De geur van bloesem. Zon, windstil, van zwoel naar klam en broeierig, na weken van troosteloos veel regen tot aan hagel toe. De sluizen stonden open, wagenwijd, herfst in mei, dag in dag uit. Soms kwam er geen hagel uit de lucht maar leken het eerder wel bakstenen. In luidruchtig verlangen, wekenlang, naar de zonnebank die oom Hugo tot verboden gebied bleef verklaren. De terrasjes mochten weer voorzichtig voor een paar uur open, maar je liep er alleen maar een doorweekt pak op. Of je zat te vernikkelen onder een straalkachel. De bitterballen smaakten naar niks. Plots veel zon en warmte. In sneltreinvaart oplopende temperaturen. Binnen twee, drie dagen van 11 naar wel 27 graden. Binnen enkele dagen ook veel onkruid onder aanvoering van het opdringerige en niet uit te roeien zevenblad. Knoepers van artistieke wilde varens op hun allermooist. De bijzondere groenblauwe hosta al lichtelijk aangevreten door de eerste slakken. Ook de kiwi en de peer hebben de winter overleefd. ‘Nagelstudio Diana’ tussen het overweldigende lover van de voortuin op de vroege en verstilde zondagochtend van de voorlaatste dag van mei. Potplanten met de petunia en geranium in alle schakeringen paars. Spaanse Margrieten ook. Daarvoor de grote terracotta Zuid-Amerikaanse pot na vijf jaar speciaal onbeschadigd laten terugkomen uit verpleeghuis De Ingelanden. De wilde aardbei, de wilde geranium in roze en blauw en het longkruid, alle als bodembedekkers. De lavendel is in de verdrukking komen te staan. Vorig jaar achteloos wat papaverzaad gestrooid en zie het resultaat. Dokter Pulder zogezegd. Jeugdsentiment. Dokter Pulder zaait papavers, naar de film uit 1975 van Bert Haanstra met Kees Brusse en Ton Lensink. ‘Nagelstudio Diana’. Voor manicure en pedicure. Ze is van alle markten thuis, de captain van ‘Team Ellen’. Kapster bovendien ook. En Ellen? Die begint zowaar weer iets meer te praten. Ze probeert het althans. Dat alleen al. En het praten lukt bovendien ook soms weer. Een enkel woordje, een klein zinnetje, maar toch. Op zaterdagavond bij terugkeer van het strand van Scheveningen verbaast ze. Nee, verbazing is niet het goede woord, ze doet versteld staan! Buig me over Ellen heen voor een begroetingskus en dan met een wat slaperige glimlach deze door parkinson eigenlijk nauwelijks nog pratende schoonheid: ‘Hoe is het met je liefje?’ Hoe het ermee is? Nog altijd iemands liefje. Een kostbaar iets. De zaterdagavond kan al niet meer stuk. Op zulke momenten ben je geneigd in polonaise door de woonkamer en de achtertuin te gaan. En maar lopen. Desnoods met de handen op je eigen schouders. De muziekkeuze maakt niet uit. Manke Nelis? Ook prima. Hazes junior maar liever niet. Die Angela de Jong greep in haar column als een boze tackel de broekspijpen van de familie Hazes. Het bloed spatte alle kanten op. Het wegwerpartikel verliefdheid. De pedaalemmer als slotakkoord voor de zoveelste vlinderbuik. De Jong had het ook nog over een barbiepop met alles opgespoten wat er aan een vrouw maar op te spuiten valt. Het las lekker weg. Polonaise dus. De hamburgers van de keurslager weer op de plaat. Een salade erbij van macaroni, bieslook, ei en tomaten. Tomaten van de Lidl zo groot als een softbal. Nou ja, bijna zo groot als een softbal. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Blijkt telkens weer. Jacinta zou zich later in de week melden voor haar eindemiddag- en avonddienst. ‘Goeie middag’, hoorden we Ellen de Nigeriaanse begroeten. Goede middag? Het was voor de duvel nog waar ook. Het was inderdaad middag, even na vieren. We keken vol ongeloof naar Ellen die meteen werd getrakteerd op ijs met aardbeien. Is het dan toch de verzorging thuis met tegen Ellen blijven praten, haar overal bij blijven betrekken, niet opgeven, ook al zegt ze meestal helemaal niks terug? Hier kan geen verpleeghuis tegen op. Ook geen peperduur particulier verpleeghuis met kroonluchters en dikke tapijten voor de Upper Ten. Parkinsonpatiënten horen niet op een gesloten afdeling van een verpleeghuis thuis. Je zou bijna spreken van moord. Ze horen bij somatiek. Maar eigenlijk in een speciale voorziening voor slachtoffers van parkinson. Het is behoorlijk specifiek. Hoe heb ik ooit kunnen accepteren dat Ellen tussen zwaar dementerenden werd geplaatst! Maar wist ik veel, heb alles moeten leren. Werkelijk alles. Het overkwam me. Dacht: de directie en medische staf van De Ingelanden zullen het wel weten. Maar met de kennis van nu… Puntje, puntje, puntje. Selfmade mantelzorger. Niet voor niets excelleren Jacinta, Elly en Esmé in het verpleeghuis waar ze (bovendien) werken. Diana zou in ongeacht welk verpleeghuis ook een Messi zijn. Of een Ronaldo. Goede wijn behoeft geen krans. Soms valt ze even stil. Zodra haar moederland Afghanistan ter sprake komt. ‘Weer doden bij een aanslag’, huilt ze dan diep vanbinnen. Gelukkig worden de Afghaanse tolken voor hun veiligheid naar Nederland gehaald. Zoals het hoort. Parkinson, het blijft één groot mysterie. Raadselziekte. Onnavolgbaar. Ja dat is het: onnavolgbaar. Voltooid leven? Hadden we pas geleden niet iemand (en dat niet voor het eerst) horen zeggen dat bij Ellen toch eigenlijk sprake was van een voltooid leven? Afgezien van de impertinentie: er bevindt zich een niemandland van een paar kilometer tussen de wereld van de gezonde mensen en die van de zieken. Het is een levenservaring waarvan je hoopt dat het de gezonde mensen (desnoods zo lang mogelijk) bespaard blijft. Verbaasd over de gewiekste mondkapjeskoning Sywert? Nee. De media maakten hem groot. Als je maar vaak genoeg op de buis bent. Verbaasd dat het kankerfonds de miljoenen weigert van die oplichter? Niet in het minst natuurlijk. Uitstekend interview van Twan Huys met dat schijnheilige individu. Iedereen ruikt geld met een regering, demissionair of niet, die één groot steunfonds blijkt. Hoe moeten alle beloftes ooit waargemaakt worden, en wie gaat dat betalen? De zonnebankindustrie zal ook wel schadeloos gesteld willen worden omdat de studio’s open mochten toen de regen ophield en Nederland het beeld van de Côte d’ Azur liet zien. Ondertussen wel verbazing over een handbalster van de nationale ploeg die zich voor de Olympische Spelen in Japan niet wil laten inenten tegen corona. Mevrouw wenst baas te blijven over haar eigen lichaam. En over haar eigen gezondheid. Die van anderen doet er kennelijk niet toe. Over maatschappelijke betrokkenheid gesproken. Ook die verdediger van Juventus in het Nederlands elftal wil geen vaccinatie. Omdat hij baas wenst te blijven over zijn eigen lichaam. Maar dat lichaam had hij allang ooit aan Ajax verkocht dat het daarna doorverkocht aan de Italianen in Turijn. Straalbezopen moeten die twee tijdens hun interview zijn geweest. Het is te hopen. Hebben ze iets meegekregen van India en Brazilië? Beiden zijn wel heel nadrukkelijk exemplaren van de wereld die de gezonde mens scheidt van de zieken en hun mantelzorgers. Een zieke grijpt alle mogelijke middelen aan om nog iets uit het leven het halen. Te slepen eerder. Mocht er een vaccin tegen parkinson bestaan, of vermindering van deze rot aandoening alvast, we zouden er meteen de hele aardkloot voor over vliegen, of het vaccin nu officieel zou zijn goedgekeurd of niet. Goede middag, handbalster en voetballer van Juventus. Succes jullie. Ik zeg het mét Ellen. Die mondkapjesoplichter noemen we niet eens. Die verdient eigenlijk de gevangenis voor een paar jaar. En het confisqueren van zijn portemonnee.

In diep gepeins verzonken. Zondagmiddag aan de Zonzijde. Alleen het geluid van de sproei-installatie achter de coniferen.

Zondagmiddag. Siësta. In de slaapstand. Net als de pc. Je kunt buiten een speld horen vallen. De omstandigheden doen aan Italië en Zuid-Frankrijk denken. Mooie herinneringen aan Toscane en de Provence worden gekoesterd. Bloedhete zondagmiddagen op een stretcher. Herinneringen aan Volterra. Herinneringen aan bijvoorbeeld de tot gastenverblijf omgetoverde schaapskooi van de Zaankanter Jelle van Veen in Fayence op een half uur rijden van de Côte d’Azur en ook niet ver van de parfumindustrie. Fayence, een historisch Frans dorp met een ontspannen dromerige atmosfeer van heb-ik-jou-daar. Dagelijks ’s morgens voor koffie en een croissant naar het dorpscafé. Elk weekend meespelen in de toto. En nooit winnen. We waren er een volle maand. Zondagmiddagen in de buurt op plastic stoelen aan een lange tafel met enkele Franse families onder een nagenoeg geel uitgedroogde en verlepte boom. Beseften we toen wel hoe rijk we waren? Amper in feite. Nou ja, een beetje wel, maar niet voldoende. Het kwik steeg naar de veertig. Dagelijks op het strand en was dat niet in Théoule-sur-Mer? Gek die naam niet meer zeker te weten. We daalden de berg af met de auto en zagen beneden de groenblauwe Middellandse Zee glinsteren. Cagnes-sur-Mer of Théoule-sur-Mer? Die laatste. Konden we er nog maar eens naar teruggaan. Toch wel jaloers op gepensioneerden die bij zo’n verlangen nog altijd wél de daad bij het woord kunnen voegen. We aten er mosselen tussen de middag. Vaste prik. Met de voeten in de vloedstroom. Mosselen op Provençaalse wijze bereid. Het vocht van knoflook en allerlei kruiden en groenten was een soep als nooit eerder zo lekker gegeten. We beleven aan onze Zonzijde de laatste paar jaar veel vaker Zuid-Franse zomers. Hoe toepasselijk het beeld van zondag 6 juni 2021. Ellen luierend en luisterend naar muziek, ik mijn boeken en mijn gieter. Je zou na al die weken regen verwachten dat de grond verzadigd is, maar nee. Boeken. Afghanistan. Onder het zonnescherm met ‘Duizend schitterende zonnen’ , opgedragen aan de vrouwen van Afghanistan, een pageturner van formaat, van Khaled Hosseini van wie eerder ‘De Vliegeraar’. Een boek dat leest vol ongeloof en de ziel doorklieft. Verbazing? Ja. Elk woord roept verbazing op. En meer. Veel meer. Ontsteltenis.