Vakantiegangers kunnen gerust zijn: metershoge betonnen muren rond de Griekse vluchtelingenkampen

Voor ijs met slagroom kun je haar wakker maken. En dat doen we dan ook. Ellen ontwaakt uit een diepe middagslaap zoals de foto laat zien. Ondertussen onbedaarlijk moeten lachen om de koning die zijn jarige vrouw een onderscheiding toekende die het Grootkruis wordt genoemd…. Je vrouw het Grootkruis toekennen, je moet er maar opkomen… Hoe kinderachtig. Giechelende onderdanen. Hoe aandoenlijk ook. Eigenlijk heel lief. De koning en zijn jarige vrouw heel ontwapenend in hun eenvoudige huiskamer tegenover elkaar op een half versleten Perzisch tapijtje van de Kringloop. De monarch die zijn gade een zelf verzonnen blikken medaille van de Avondvierdaagse op spelt. Die vond hij nog in een schoenendoos. Daarna draait hij voor hun beiden het Wilhelmus. De drie tienerdochters kijken van een afstand toe. Getuigen van een vreemde ceremonie achter gesloten deuren en gordijnen. Klein huiselijk geluk van minder bedelden. De RVD verspreidt een serieus persbericht. Zit een dure ambtenaar een paar uur op te zweten. Want hoe vertel je dit zonder tikfouten en bloedserieus aan een nuchter volk. Een persbericht dus van de Rijksvoorlichtingsdienst. Zo kwam ook het kabinet het Grootkruis ter ore. Het Grootkruis van de Huisorde van Oranje? Jazeker, het Grootkruis van de Huisorde van Oranje, naar verluidt intussen het derde Grootkruis op de boezem van de voorover hellende Argentijnse. Wie had daar ooit eerder van gehoord, van het Grootkruis van de Huisorde van Oranje. Rutte, Kaag? Nee, ook zij niet. Waarom ben ik nooit met Ellen op zo’n idee gekomen. Hoe zou zoiets eigenlijk gaan? Ligt er dan ineens een brief van de koning over een Grootkruis op het versierde hoofdkussen van zijn vrouw? Dit alles verdient gevierd met ijs en slagroom. Leve de Middeleeuwen. Leve de poppenkast.

Soms voel je de klitten in je ongekamde zenuwen. Met een bekende advocaat aan een kop koffie bij hem thuis, riant optrekje. Woonkamer als een half voetbalveld. Woonkamer één grote raampartij. Elkaar in jaren niet meer gezien en gesproken. Hij vraagt naar Ellen. Die kent hij nog van vroeger. Hij schudt zijn hoofd. Zijn handen rusten op een buik die de komst van een vierling doet vermoeden. Een Bourgondiër.

‘Maar zoals je jullie situatie beschrijft, dat is toch een voltooid leven, waarom er geen eind aan gemaakt? En jij, jij kan geen kant uit, ik snap dit niet. Heb je een vriendin?’

‘Vriendin? Ik heb er meerdere, maar niet zoals jij het bedoelt.’

Er valt een korte stilte. Hoe hier op te reageren?

Geen vaste relatie naast Ellen nee. Er is iemand met wie ik zo’n beetje om de dag een paar minuten bel. Meestal belt ze mij. Ze is me dierbaar. Ik heb altijd veel energie gehad, maar de mantelzorg heeft die opgeslurpt. Mijn ‘soort van relatie’ geeft me energie. Ze stuurde me laatst nog naar de kapper. In mijn nek werd het te lang, zei ze. De volgende dag zat ik bij de kapper, een Irakees in Houten. Ik moest beslist dezelfde kapper nemen als de vorige keer. Ik luister naar haar. Doe ik niet zo gauw. Pas geleden samen naar Noordwijk aan Zee geweest. We regenden er weg. In Scheveningen geen regen maar hartstikke koud. Visje aan de haven bij Simonis en daarna in de ellende bij het Malieveld waar het zwart zag van de opstandelingen tegen de coronaregels. Een hele politiemacht op de been. Ben ik weg dan is Ellen niet alleen. Dat is hooguit zo als ik even een boodschap doe. Er komt niemand tussen haar en mij.

Probeerde iets uit te leggen wat misschien niet uit te leggen was.Ik voel nog dagelijks de stroom die Ellen door mijn lichaam jaagt. Omgekeerd ook zo, dat weet ik zeker. Maar ik mis de conversatie. Ik mis en mis. Zou zo graag weer eens van Ellen op mijn donder krijgen. Of horen dat het tijd werd voor de kapper. Samen voor een nieuwe broek naar C & A. Voor velen nog steeds van die vanzelfsprekende dingen. Voor mij al jaren niet meer. Het leven heeft tot een andere invulling gedwongen. Zuur. Verdwenen glans. Zo’n acht jaar geleden ging Ellen naar het eerste verpleeghuis van de twee. De directrice vond dat ik de eerste weken niet te vaak op bezoek kon komen. Anders zou Ellen nooit aan het verpleeghuis wennen. Ze moest met de andere bewoners leren omgaan. Ik hield me er aanvankelijk aan. Hoe heb ik ooit zo maf kunnen zijn geweest. Ik luisterde naar een valse tackel. Liep op een zaterdagmiddag met mijn ziel onder mijn arm tussen het vrolijke winkelende publiek in de Burgemeester Reigerstraat in Utrecht. Belde Ellen. Wanhopig. Waar ik bleef en waarom ik niet kwam. Ze hield het in Nederhorst zonder mij niet uit. Of ik een ander had.? Meteen naar mijn auto. Meteen naar het verpleeghuis. het gaspedaal. Heb vanaf die zaterdag nooit meer naar die directrice geluisterd. Het enige waar ze goed in was: roken. De ene na de andere. Voor het overige een druiloor in vale jeans. Zoveel bouwstenen voor een trauma. Is dit liefde? Wederzijds. Lotsverbondenheid. De keer dat ze op Oudjaarsochtend 2013 of 2014 in het verpleeghuis van Nederhorst zoek was. Vonden we haar diep weggedoken in een gang ver weg op een bankje. “Ik zocht je. Waar was je toch al die tijd?” Ze leek in trance. Ze was me gaan zoeken. Ik nam haar mee en hield haar tot na de jaarwisseling thuis. Een paar dagen later bij de dokter wist Ellen hem nog verschillende dingen van de tv op Oudjaaravond te vertellen. Ze klopten. “Gooi het maar in mijn pet”, riep de dokter uit, “die vrouw is niet dement, maar wat ze wel is weet ik niet, ze hoort niet tussen die mensen met Alzheimer”. Dementie is zó genadeloos. Zó onbarmhartig. En komt in zó veel gedaanten voor. Ik ken mijn dips. Ik zie ze aankomen. Ga ik gauw vrienden in Leeuwarden helpen met onkruid wieden. Sta ik ’s morgens om vijf uur voor op. Rationeel kan ik je nog wel een beetje volgen, maar emotioneel niet. Ik zou er zelfs mijn eigen leven voor riskeren om Ellen weer gezond te krijgen. Tussen jou en mij gaapt een gat in beleving. Noem het voor mijn part ervaring, levenservaring. Liefde, ik weet wat liefde is. Daarin ben ik een geluksvogel. Veel mensen die er van een afstand naar kijken, redeneren precies zoals jij. Zou ik voorheen zelf ook vermoedelijk hebben gedaan. Maar in de praktijk werkt het anders dan jij suggereert. Als jij te horen zou krijgen dat je parkinson hebt, stop jij ook niet meteen met leven. Je zegt ook niet: twee jaar met parkinson en vervolgens een rouwadvertentie dat je er, weliswaar volgens planning maar desondanks met frisse tegenzin, niet meer bent. Ook jij zult dat niet doen. Daar durf ik alles om te verwedden. En het moment waarop je dat wél doet, de stekker eruit trekken, is tevoren heel moeilijk te bepalen. Je gaat het gevecht aan. Je hecht. Je hoopt op een wonder. Het ziekteproces is ook heel moeilijk tevoren vast te stellen. Je wordt overvallen. Je past je aan. Dat gaat zo maar door. Het verloop verschilt van persoon tot persoon.’

‘Ik zou dit niet willen. Weet je wat het is? We worden te oud. Ik zou naar de pil van Drion grijpen.’

‘O zo makkelijk gezegd. Zo heb ik er meer gehoord. Maar als puntje bij paaltje komt wordt slechts naar één ding gegrepen: naar het leven. Ik sprak ook eens met iemand die net zo stellig was als jij. Zei toen: “En als jouw dochter nou eens van plan was met een paar maanden te trouwen?” Daar zou die persoon dan wel even op willen wachten. En als daarna zijn eerste kleinkind op komst was? Die gelegenheid zou hij ook niet willen missen. “Zullen we hierover maar stoppen?” besloot ik. Het leek die persoon maar het beste. Zoals hij en jij de geslaagde jurist, zo ben ik een compleet peloton uiterst verstandige lieden tegengekomen. Nee, het heeft niets met geloof of zo te maken, ik ben atheïst. Mensen blijken veel meer aan het leven te hechten dan jij veronderstelt. Ellen heeft geen pijn. Ze herkent mij nog steeds, en het kleine vaste team aan verzorgenden eveneens. Kijk eens naar de vele foto’s van Ellen in de afgelopen jaren. Kijk eens naar foto’s aan de strand van De Panne. Bruin, nog behoorlijk rechtop in haar rolstoel en genietend van de zon en het strand. Praten gaat inmiddels niet meer zo makkelijk. Maar ze geniet nog heel erg van haar eten en van muziek. Ik krijg haar geregeld aan het lachen. Het is meer glimlachen en grijnzen, maar toch. Je oordeelt vanaf de achterlijn. Ik ga niet met mee de tijdgeest dat zodra het niet meer leuk is, en het allemaal niet meer voor het grijpen ligt, het dan ook maar meteen niet meer hoeft en voorbij moet zijn. Ik ben keihard met de schaduwzijden geconfronteerd. Dat gezeik over de openstelling van de terrassen, en vervolgens de tijden waarbinnen, dat vind ik heel illustratief voor onze decadentie. Overigens: het argument dat de terrasjes belangrijk zijn voor de luitjes van drie hoog achter met een piepklein balkonnetje klopt niet. Die mensen kunnen zich geen drankjes en een hapje op een terrasje financieel permitteren. Die lopen met vijf euro in hun zak en kunnen daar twee dagen van eten thuis. Die mensen zitten op een handdoek in het gras van een stadspark. En daar worden ze verjaagd. Er bevindt zich nog een hele wereld tussen leuk en niet-leuk.

‘Je verhaal is duidelijk en toch snap ik er niks van. Ellen ligt voornamelijk nog in bed, jij zit vast aan allerlei beperkingen. Dat is toch geen leven, man.’

‘Ja, beperkingen. Die werkelijkheid klopt. En mijn werkelijkheid schuift daar overheen.’

Het leek het ene oor in het andere oor uit, dat hele gesprek over voltooid leven. Maar nee, niet dus. ’s Nachts in bed liggen malen en het gesprek met de advocaat nog duizend keer overgedaan. Moest ik mezelf verwijten maken omdat Ellen nog steeds leefde? Was ik egoïstisch? Het tegenovergestelde misschien? Dacht aan huisarts Erik. Die zou hebben gezegd dat ik mezelf niet zo moest kwellen. Het was gegaan zoals het was gegaan en zo ging het nog steeds. En klampte Ellen zich immers niet aan het leven vast? Een mantelzorger twijfelt voortdurend. Een jojo in emotionele zin. Een onzekere verschijning die alles ook maar over zich heen heeft gekregen. Hij komt in de westerse wedloop naar voorspoed steeds meer alleen te staan, die mantelzorger. Weinigen in zijn omgeving vormen nog prettige gesprekspartners. Het zijn ook de verhalen die je terug hoort bij het mantelzorgcafé. Het is de levensloop. Intense levenservaringen kunnen vriendschap en zo in de weg gaan zitten.

Ik steel van A.F. Th van der Heijden de uitdrukking dat het gesprek met de advocaat voelde als klitten in mijn ongekamde zenuwen.

Met een omweg terug naar het ijs en de slagroom. Verse slagroom! Je kunt er Ellen voor wakker maken. Het leven is niet zwart-wit, hoe goed we de bekende jurust uit Utrecht ook kunnen volgen, maar hij komt er misschien nog wel achter, of niet. We verloren Trudy aan een schouderblessure en Jacinta wordt sindsdien meer ingezet dan daarvoor. Van de reservelijst naar de basis zogezegd. Ellen hecht zich heus niet aan iedereen, maar wél aan haar verzorgenden, en met de veel en vrolijk zingende Nigeriaanse heeft ze duidelijk een click. Ineens deze vrijdag namiddag ontlokt Ellen aan Jacinta een vreugdekreet. Die: ‘ Ik zei tegen Ellen: ,,Lekker hè dat ijs met vla en slagroom”. Antwoordde Ellen: ,,Dat kun je wel zeggen ja”. Toen zei ik: ,, Geniet er maar van hoor”. ,,Doe ik toch!” Jacinta begint enthousiasme nog harder te zingen. Gouwe momenten. geluk dat door de huiskamer dwarrelt. Het zijn de kostbaarste kostbaarheden in een door parkinson en Lewy Body gekanteld bestaan. We blijven met blogs chroniqueur van onze geharnaste aanpassing aan twee met elkaar verbonden chronische ziekten. Die mogen ons ook niet nog eens geestelijk verlammen. We blijven dagboekaantekeningen maken. De hagel geselt intussen het verse groen in de tuin en het dak van de Skoda. Rutte, daar heb je hem weer, die op zijn vingers wordt getikt omdat hij in een tweet wél Hamas veroordeelt en niet Israël, een oude blinde partijdigheid in Nederland die allang niet meer opgaat. IJs voor Ellen dus. Lekker? ‘Dat kun je wel zeggen ja!’ Net als Diana, Elly en Esmé, en eerder Trudy, laten we haar niet vergeten, weet ook Jacinta bij ons in huis de juiste toonhoogte te pakken. Een schitterend orkest. Een zegen om dagelijks te kunnen blijven volbrengen wat we bijna vijf jaar geleden begonnen zijn. Hun aanwezigheid voelt niet als een inbreuk op onze privacy. En dat wil wat zeggen voor ons als mensen die zich vroeger terugtrokken in de bossen van Gasselte in Drenthe om in hun vrije tijd zo min mogelijk met anderen te maken hoeven hebben. Begrijp steeds beter dat thuisverzorging voor veel mantelzorgers geregeld een martelgang is. Je wilt zelf de regie in handen houden. Het is niet alleen de ziekte zonder enig perspectief van een geliefde. Ook niet daarbovenop de moedeloosheid in contact met de bureaucratische oompjes en tantes bij de diverse instanties. Evenmin de obscure bestuurscultuur. Het is het idee een vreemde te worden in eigen huis. Wat dat betreft voelt het zorgteam het waarborgen van de privacy van de zieke en haar mantelzorger voortreffelijk aan. Misschien wel het grootste compliment dat we ze kunnen geven. Afgezien natuurlijk van de manier waarop Ellen dagelijks wordt gewassen en gestreken. Het stoomstrijkijzer is er niks bij. Ellen mag op een waardige wijze haar parkinsonjaren beleven. Er heerst in Nederland een zeker dedain over ouderdom, zieke mensen en hun mantelzorgers. Betutteling ligt op de loer. Praten tegen de patiënt alsof die nog met speen en rammelaar in bed ligt. Ergerlijk. Grensoverschrijdende bemoeizucht van onervaren buitenstaanders die goed bedoeld is, naar men zegt, maar toch de nekharen recht overeind doen staan. Soms boos over dingen waar ik als mantelzorger geen controle over heb. Soms méér dan soms. Ook daar hebben de verzorgenden oog voor. Ik realiseer me dat ik ze in de etalage zet met vele tienduizenden vacatures in de zorg. Zelf deze vrijdag in mei voor een halve dag op en neer naar het uiterste zuiden van Nederland. Ontbijten in hotel Janssen in Valkenburg dat als een warme sprei over je heen valt. Ontbijten met een gebakken ei, dooier heel, knapperig korstje, bovendien de best denkbare Franse boerenbrie, croissants en veel koffie. Ondertussen een paar bladzijden verder in ‘De boekhandelaar van Kaboel’ van de Noorse schrijfster Asne Seierstad die in Nederland bekend werd met haar oorlogsreportages uit Irak ten tijde van de Amerikaanse inval voor Trouw en NOVA. Een boeiend beschreven geschiedenis vol zeden en gewoonten van een Afghaanse familie na de val van de Taliban. Leerzaam boek. Het verbreedt de kijk op het leven. Gastvrouw Moni die in het hotel even aanschuift aan de ontbijttafel voor een praatje en die een kop koffie meedrinkt. Moni volgt vanuit Zuid-Limburg de blogs en de malle hippie Sjakie, die als drukker vooral veel stress opleverde, wordt besproken als steeds meer een aangename en legendarische cultheld, hoe vaker we het over hem hebben. En daarna een wandeling, niet over de Cauberg maar er omheen en langs de Geul. Op een bankje met de NRC. Verderop een bloemenzaak die wel eens wat aan zijn prijzen mag doen. Veel te duur. Bij Intratuin betaal je de helft. Twee uur heen, iets meer dan twee uur Valkenburg, en twee uur terug. Schraal en toeschietelijk zonnetje. Het is de drive. Vroege dood van mijn vader, mijn moeder stierf mee. Hopeloze omzwervingen met haar langs specialisten die hun heil zochten in het vastbinden van verwarde patiënten die achteraf ‘slechts’ manisch-depressief bleken. Jezelf maar zien te redden, en arrogante artsen in de jaren ’70 hun hersens inslaan, ik heb er mijn drive aan overgehouden. Ik heb de plicht mijn leven niet te verkwanselen. Mijn moeder als voorbeeld van hoe het niet moet, ze ging bij de pakken neerzitten. Ik niet dus. Nooit. Een kort vakantiegevoel dus in Valkenburg. Je gunt het iedereen. Vooral de ontevredenen. Terug naar huis bericht dat onze nieuwe buren, nou ja nieuwe, zo nieuw zijn ze ook weer niet, het bericht dat ze ons hebben laten delen in hun Suikerfeest met een trommeltje vol lekkers. Beiden aan de deur en Diana ontving ze, corona verantwoord, met open armen. Onderweg terug op de radio een ratel die verschrikkelijk blij was toen ze hoorde dat de terrassen weer open mochten. Had ze nachtenlang van liggen dromen. Een terras-loos leven was voor haar geen leven geweest. Ze had een terras gevonden waar ze ’s middags ook een schaaltje met bitterballen van Grieks rundvlees serveerden. Maar toch, ze kon de weerman wel zijn hersens inslaan met al die regen dagelijks. Want met wijn en bitterballen onder een luifel schuilen was ook niet alles. Inderdaad, de stakker. Moest soms ook nog eens de terrasverwarming aan. (Maar, even heel eerlijk, waren we zelf tot voor twaalf jaar anders?) Gelukkig dat de openingstijden voor de terrassen werden verruimd, halleluja. Had ze erg op gehoopt. Maar eigenlijk snakte ze naar iets heel anders. Naar Griekenland, naar een terrasje op Lesbos of zo. Mevrouw had voor de zomer in Nederland een hotel geboekt en bovendien ook één in Griekenland. Als Griekenland doorging zou ze het hotel in Nederland afzeggen. Onbeleefd? Flauw? Welnee! Griekenland kwam haar toch toe! Ze had door de pandemie lang genoeg moeten inleveren. Ze had nachtenlang van Griekenland liggen dromen. Toeval of niet, niet veel later op de autoradio een correspondent over de duizenden en duizenden vluchtelingen op Lesbos en elders in Griekenland. Er kwamen nu hoge betonnen muren rond de vluchtelingen en hun paradijselijke kampen, zodat de in alles uitgehongerde vakantiegangers uit Nederland niet jaloers hoefden te worden op de aan bitterballen en rijsttafels verslaafde en volgevreten Syriërs en Irakezen. Ook de vrouw van de koning hoeft zich met het Grootkruis op het topje van haar bikini deze zomer in Griekenland niet te vergapen aan de vluchtelingen. Afgunst vanuit de speedboot van twee miljoen zal haar geen goed doen.

****

‘Zegt u het maar, meneer.’ Mevrouw zit aan de telefoon bij vervoersbedrijf Connexxion. Kort en zakelijk. Een opwindend beroep. Er kan geen lachje af.

‘Graag een taxi, een rolstoeltaxi, een rolstoeltaxi dus, en solotransport, we willen niet eerst half Utrecht zien en ook nog eens Wijk bij Duurstede, een rolstoeltaxi naar Houten, voor de tweede vaccinatie met Pfizer van mijn vrouw.’

‘U hebt als eens eerder van ons gebruik gemaakt?’

‘Zeker, en toen zat er in uw rolstoeltaxi een Iraanse ingenieur achter het stuur met wie onze verzorgende uit Afghanistan heel gezellig onderweg kon babbelen in het Dari. Zowel heen als terug namen ze de wereld door al verstond ik er geen klap van. Spreekt u Dari? U ook niet? Als het kan ook het liefst weer die Iraanse ingenieur als chauffeur. Wel zo leuk in deze veel te ernstige tijden’

‘Nou dat kan ik u niet beloven hoor. Daar gaan weer anderen over. Ik plan alleen ritten in. Ik ken geeneens een Iraanse chauffeur bij ons. Maar ik pak uw gegevens er even bij. En dan nu de dag waarop u naar Houten wilt, de tijd waarop u gehaald wilt worden, en de tijd van terug naar huis. Waar precies in Houten is het? Ik moet niet alleen een straat hebben maar ook een huisnummer.’

‘De Meidoornkade en ik zoek het nummer even op. Het is in de Expo waar ze vaccineren.’

‘Meneer, dat is 35 euro heen en 37 euro en 12 eurocent terug.’

‘Maar we gaan toch dezelfde weg terug als heen?’

‘Dat is wel de bedoeling ja. Maar de computer zegt dat het terug iets duurder is. Daar heb ik me dan aan te houden natuurlijk. Terug zal de rolstoeltaxi een extra bochtje moeten nemen, vermoed ik.’

‘Vertelt uw computer ook waar dat bochtje van 2 euro 12 precies zit?’

‘Nu vraagt u wel erg veel, meneer.’

De tuin komt er weer aan! Paars en wit – dat zijn de kleuren. Potten met bloeiende planten aan de voordeur. Ellen die op de iPad haar voortuin bekijkt. ‘Ja mooi’. Veel regen, en het jonge groen zo groen als groen kan zijn! Een dagelijkse aanval op het schier onuitroeibare zevenblad. Het krijgt zo min mogelijk de kans de andere planten te overwoekeren.

De plicht het leven niet te verkwanselen en niet bij de pakken te gaan neerzitten. Voorbeelden te over van nog betrekkelijk jonge mensen met een migratieachtergrond die zich er in toevluchtsoord Nederland geweldig doorheen slaan. Met een smalle beurs en zonder gezeik waarvan steeds meer over-verwende autochtone Hollanders zich van bedienen. Die met meer nog afschuw en verbazing kennis nemen van agressie tegen vaccinatiemedewerkers van de GGD. In wat voor een ploertig land leven we trouwens tegenwoordig? Agressie tegen vaccinatiemedewerkers van de GGD die niet meer, en niet minder, doen dan hun stinkende best in het belang van de volksgezondheid. Ellen sinds deze wek voor de tweede keer gevaccineerd. Wat er precies in die Pfizer zat mag Joost weten, maar ze reageerde later thuis net zo olijk en jolig op de tweede prik als haar echtgenoot ooit op zijn tweede cafékelkje jonge jenever van Lucas Bols, aan de toog bij Job Gademans, stopperspil van Elinkwijk, in de Utrechtse Damstraat schuin tegenover moeder en zoon ‘Eet Vis van Vos’. De voorbereidingen in de voor- en achtertuin op hopelijk weer een lange warme zomer. Op het moment van schrijven komt de hagel met bakken tegelijk uit de hemel.


Sjakie van de hoek – Ellen wat deed ik je aan

Soms denk ik wel eens: waar heb ik Ellen in onze eerste jaren wel niet allemaal naartoe gesleept. Ze vond het prachtig, maar was dat echt zo? Vond ze het echt zo leuk om hele dwaze middagen en halve onwezenlijke avonden door te brengen bij een halfgare drukker en zijn chick die stoned leek en voor zijn vrouw en moeder van zijn snottebel van drie moest doorgaan? Die halfgare drukker heette Sjakie en was een exegetisch persoon. Al twijfel ik of hij wel werkelijk zo Bijbelvast was.  Hij leefde er eigenlijk maar een beetje op los. Hij was een Zeeuw met, hoe kon het ook anders, een strenge Godvrezende achtergrond. Maar eenmaal in Amsterdam dook hij op zijn vlucht voor het calvinisme en het Oude & Nieuwe Testament alle kroegen in en draaide hij de ene hasjsigaret na de andere. Sjakie hield van hallucineren en Mappie, de naam alleen al, die zijn levensgezellin was hallucineerde mee in hun woonschuit met een gedeeltelijk open dak omdat de pijp van de geïmproviseerde open haard erdoorheen moest. Bij regen zaten Ajakie en Mappie onder hun paraplu aan de hasj of wiet in hun woonschuit. Die lag in een uitloper van een van de Amsterdamse grachten. Moest aan hem terugdenken toen ik met wandelmaatje Annelies laatst door de Sparendammerbuurt van Amsterdam kuierde. Daar ergens vlakbij woonde Sjakie beginjaren tachtig van de vorige eeuw. Daar werkte Sjakie ook als hij fit genoeg was. Vaak was hij aan de dunne en lag hij op een baal stro in zijn garage. Was dat niet in de Zeeheldenbuurt? Of in de Staatsliedenbuurt? Enfin, daar ergens in Amsterdam moet het geweest zijn. De koninklijke bond van honkballers en softballsters – softballende heren werden toen nog voor mietjes en erger gehouden, ten onrechte, ik haast me dat nu te schrijven, ik toon me een spijtoptant – de KNBSB ging bezuinigen. En ook het maandblad Inside moest eraan geloven. De vaste drukker uit de Jordaan werd ingeruild voor een nieuwe en veel goedkoperer: Sjakie. De vaste drukker in de jaren zeventig kan ik me met geen mogelijkheid meer voor de geest halen, Sjakie daarentegen wel, zo gaat dat met zwevers en types die op z’n minst apartelingen genoemd kunnen worden, je vergeet ze nooit meer. Sjakie als nieuwe drukker. Dat hebben we geweten. Het was wennen. En we wenden er nooit aan. Eigenlijk was hij vreselijk goed. Ongelofelijk creatief ook. Sjakie wilde wel creatief zijn, maar op momenten dat lichaam en geest daar rijp voor waren, goed of niet goed vond hij totaal onbelangrijk. Het mag nog steeds een wonder heten dat Inside de knotsgekke periode Sjakie heeft overleefd, en andersom hetzelfde verhaal. Hoe vaak we niet op het punt stonden Sjakie de hersens in te slaan. Maar altijd weer vielen we voor zijn charmes. Zoals het ook, maar net even anders, voor Mappie moet hebben gegolden. Mappie werkte ergens op een afdeling van de gemeente Amsterdam. Daar begrepen we niets van. Nu begrijp ik het wel, daar moet je eerst mantelzorger voor worden. Of een nieuwe kliko nodig hebben waarbij het bij de eerste vier afspraken van de kant van de gemeente Utrecht om de meest onbenullige redenen (de oude kliko komen ophalen maar een nieuwe vergeten mee te nemen) misgaat. We hadden Sjakie graag een paar keer uit woedende onmacht de gracht in geflikkerd. Riep hij dat hij niet kon zwemmen. Werden we nog bozer. Ook dat al niet. Zwemmen kon hij ook al niet. En dat kwam uit Zeeland. Sas van Gent of iets dergelijks. Maar dan werd de verwarde Zeeuw ineens heel toegeeflijk en lief. Ging hij hele belangrijke Franse schrijvers en dichters citeren. Zachte stem. Tien minuten adempauze tussen twee zinnen. Onderwijl hadden we hem bij zijn strot. Of hij ons in al die jaren ooit gezien heeft, waag ik te betwijfelen. Zijn dikke brillenglazen waren zo vet als een heel potje vaseline. Van het oppoetsen van die brillenglazen had hij nog nooit gehoord. Zijn drukpers stond in een oude en vochtige garage. Daar stond ook de auto van Sjakie en Mappie, een of andere roestige bak van vlak na de oorlog en uit de tijd dat we nog vrome stramme politici hadden als Colijn en Tilanus en de tijd dat bij de KVP van Romme al helemaal niemand deugde. De garage van Sjakie, je wilde er nog niet dood gevonden worden. Hoe heb ik daar Ellen in onze begintijd ooit mee naartoe kunnen nemen. We gingen er de nieuwe editie van Inside ophalen die helemaal gevuld was met voorbeschouwingen op een Haarlemse Honkbalweek. Het was krap aan maar we waren nog net binnen de uiterste deadline gebleven. De hoofdredacteur was met zijn gein op vakantie in Italië. Op Ellen en mij rustte derhalve de zeer verantwoordelijke taak Sjakie achter zijn vodden te zitten en te zorgen dat Inside bij de start van de Haarlemse Honkbalweek in de stands van het Pim Mulierstadion lag. Naar Sjakie dus voor de nieuwe Insides die volgens afspraak net van zijn pers zouden zijn gerold en in overzichtelijke pakketten gereed moesten staan. Het was weer het oude liedje met Sjakie. Het blad was nog niet eens opgemaakt. De plakstroken slingerden door zijn garage. En al had Sjakie Inside wel opgemaakt dan nog had hij niet kunnen drukken. Want voor de pers stond zijn auto of wat dat nog te betekenen had. Het was meer een geraamte. Sjakie had wat pech gehad met zijn auto en had besloten het kreng maar eens helemaal uit elkaar te halen. Toen hij zijn auto vervolgens weer in elkaar wilde zetten, lukte dat niet en hield hij niet-onbelangrijke onderdelen over. Dus had hij zijn auto maar wéér uit elkaar gehaald. En de onderdelen blokkeerden de gang naar zijn drukpers. Op zulke momenten steeg het bloed naar je hoofd en stroomde de energie uit je lichaam. Je knieën leken het te begeven. De veters sprongen vanzelf uit je schoenen. Minder dan een dag nog en het Pim Mulierstadion zou met achtduizend honkballiefhebbers barstensvol zitten. Maar geen Inside. En de hoofdredacteur lag niets vermoedend in zijn lange broek op het strand van Rimini, want hij kon niet tegen de zon, zijn vrouw wel. Hemel en aarde bewogen om die lakse Sjakie tot het opmaken en drukken van de speciale editie van Inside te bewegen. Gedreigd met boetes en zelfs de politie. Gedreigd zijn garage in brand te steken. ‘Lieve Johan, nou nou nou, doe me dat niet aan alsjeblieft.’ Ellen die niet wist in wat voor een clowneske wereld ze terecht was gekomen. ‘Meneer, kijk nou eens wat u mijn vriendje aandoet.’ ‘Val mij niet te hard lief mensje.’ Eerst het kadaver van een auto weg bij de pers. Mappie die moest meehelpen. Ze kamde haar wilde haren. ‘Ik heb al een hele werkdag achter de rug op het stadhuis, moet dit écht?’ Sjakie die met beide armen stond te molenwieken want waar moest hij in deze chaos beginnen. En hij was aan de diarree van slecht eten en angst voor de KNBSB en de politie. Ellen kreeg het kind op schoot voor de fles maar liet weten dat zo’n kind toch echt minstens één keer per dag een schone luier behoefde. De volgende dag zou met achtduizend toeschouwers een nieuwe aflevering van de prestigieuze Haarlemse Honkbalweek geopend worden. Hoe in godsnaam kregen we Inside daar. Sjakie wilde er toch wel eerst even overleg over. Konden we er niet maar niet beter bij gaan zitten met z’n allen? Tot mijn ontsteltenis zag ik een plakstrook aan de zool van de schoen van Sjakie kleven. Het bleek het gezaghebbende commentaar van de hoofdredacteur dat hij vlak voor zijn vakantie had achtergelaten. Pagina 3. Pagina 3 zat vastgekleefd aan de schoen van de drukker. We weekten het commentaar los. Ellen, denk ik nu, het Leger des Heils van jou was een gestroomlijnde organisatie vergeleken bij al deze onzin en ongein. Nu ik dit allemaal optik, word ik weer nerveus van die vrijdagmiddag en -avond in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt of Zeeheldenbuurt. En we hadden Sjakie eigenlijk maar beter in de gracht kunnen gooien. Het is toen allemaal met veel kunst- en vliegwerk toch nog gelukt met Inside. Bij de opening van de Honkbalweek lagen de exemplaren te gloriëren (lees: Sjakie) in de stands, Ellen en ik lagen onder de paracetamols thuis in Amstelveen op bed. Daarvandaan kwam ook mijn verslag voor Het Parool. Een live honkbalverslag maar wel vanuit bed. Dit soort ellende maakten we voortdurend met Sjakie mee. Nog een andere keer verving ik de hoofdredacteur van Inside. En weer was Sjakie niet op tijd. Weer regende het smoesjes. En weer smeekte hij ons om het honkbal te relativeren zoals hij het gehele leven relativeerde. En weer citeerde (en declameerde) hij Victor Hugo en anderen. Op vrijdagavond kwam hij veel te laat met Inside naar mijn training met de jeugdploeg van HMS in Utrecht, na uit Amsterdam onderweg drie keer panne te hebben gehad. Tenminste, dat zei hij. We waren net met de slagtraining bezig. De volkomen a-sportieve en wereldvreemde drukker bestond het om met een dik pak verse maandbladen onder zijn arm als schietschijf dwars het honkbalveld over te steken. Mijn spelers vroegen wie dat was die thuis- en dakloze in de vuurlinie. Een vriend uit Amsterdam. De ballen vlogen hem als kogels om de oren. Hij slenterde dwars door de vuurlinie met het maandblad van de KNBSB. Ik vond het veld van HMS wel een mooie plek voor de dood van Sjakie. Het kwam er niet van. Net als een kat bleek ook hij diverse levens te hebben. Op een gegeven moment brulde hij met Inside onder zijn arm of hij zich nu op het tweede of derde honk bevond. We lieten de drukker weten dat als hij nog even doorliep hij Daalwijk bereikte, het crematorium van de stad Utrecht. Het was nog waar ook. Maar Sjakie beschouwde het als een geweldige grap en besloot vervolgens naast de dug-out te gaan staan pissen. Ellen, wat heb ik je toen in onze beginjaren met die honkballerij allemaal aangedaan! Vergeef me. Vergeef me mijn honkbalzonden en onbezonnenheid. Niet Sjakie maar ik van een junkie.

Een terrasleven zonder bitterbal: uitzichtloos lijden heet dat in Nederland

Hi Annelies!

Stel met mij deze droeve vroege donderdagochtend vast dat de Nederlandse bevolking anno nu veel tekort komt. En geheel en al reeds een jaar aan de antidepressiva begrijpelijk de zin van het leven niet meer ziet. In elk geval raakt een dartel bestaan steeds verder uit het zicht. De lol in het leven verloren. Daar kunnen de volle ziekenhuizen en het intrekken van de personeelsverloven voor mei in de hospitalen niet tegenop. Zorgpersoneel is er nu eenmaal om zich het snot voor de ogen te werken en binnenkort kan er heus wel weer een meewarig balkonapplausje voor die stumpers van af. Er zijn ergere dingen! Het regent momenteel op de sociale media verontwaardigde en gepijnigde jammerklachten van ambtenaren en andere luxe paarden in de niet-essentiële beroepen aangaande de bitterbal. Inderdaad, ons (samen met de stroopwafel) belangrijkste erfgoed, de bitterbal, een hoofdbestanddeel in ons dagelijkse hemelse westerse geluk. De bitterbal, en die hoeft nog niet eens krokant van Dobben of van Kwekkeboom te zijn. De paradijselijke terrassen mogen godlof vanaf volgende week woensdag weer open maar de bitterbal, de bitterbal waar heel Nederland zo naar snakt, de natte droom van menigeen, de bitterbal moet (als het aan Rutte ligt) nog niet doorkomen tussen 12 en 6. Vreselijk, misdadig van het demissionaire kabinet. En juist dát is waar heel Nederland naar snakt: een bitterbal op het terras om 3 uur ’s middag, al is het in de stromende regen. Wel een pilsje maar geen bitterbal erbij – er wordt al door wappies met een gang naar de rechter gedreigd, het bitterbalproces  – op social media wordt de altijd zo rechtschapen Rutte ervan beticht niet van deze wereld te zijn met zijn bitterbalverbod. Nou, Rutte is wel degelijk van deze wereld. Dat bleek gisteren weer eens dankzij (vermoedelijk) een klokkenluider die via RTL kond deed van notulen van het Alzheimer schemerkabinet om de Tweede Kamer met een uitgestreken smoelwerk doelbewust (en niet voor het eerst) te besodemieteren in de toeslagenaffaire. Steeds meer puzzelstukjes naar een verloederd en moreel failliet landschap. Hoekstra zou als rechtgeaard en kerkelijk christendemocraat zijn thans overspannen partijgenoot Omtzigt met de gebruikelijke Judaskussen sensibiliseren, nooit eerder van dat werkwoord gehoord trouwens, en temperen in diens staatsgevaarlijke pogingen een echte parlementariër naar de geest van Thorbecke te zijn. Het parlement als controle van de macht? Macht en tegenmacht? Ojee nee! Inbinden die Omtzigt, in huichelachtige protestantse en paapse CDA-kringen ook wel knuffelend ‘Onze Pieter’ genoemd. Het kabinet behoeft klapvee in de Kamer. En dat moet niet met samengeknepen billen op het pluche hoeven zitten. Kaag schijnt ook niet helemaal okselfris te zijn. Ze blijkt een snelle leerling van Rutte. Geheugenverlies. De besmettelijke variant. Even de draad kwijt. Zat zij tijdens die vermeende politieke malversaties van hoe belazeren we de Tweede Kamer niet toevallig in een ver buitenland? In Niger bijvoorbeeld? Er woei tijdens het interview voor de deur van de Trèveszaal een pluk haar voor haar stalen ogen. Waarschijnlijk zal dit de meeste Nederlanders worst wezen. Die hele toeslagenaffaire trouwens. Veel belangrijker: dat de bitterbal van heerlijk rundvlees en met zijn krokante knapperige paneelmeelkorstje volgende week nog niet mag doorkomen op de heilig verklaarde Terrassen die we voortaan met hoofdletters schrijven. TERRAS. Het woord heeft een mythische betekenis gekregen met Bijbelse fantasieën. De klank alleen al! Eerst nog even een terrasje en dan sterven. De bitterbal. Nog niet mag doorkomen godverdomme ?! Uitzichtloos lijden, heet dat tegenwoordig in Nederland. Zonder bitterbal heeft een heropend terras ook geen enkele zin. Zie de beelden van Moria alweer voor me met uitgelaten en dolgelukkige vluchtelingen die al rond het middaguur op hun zonnige en sprookjesachtige terrassen aan een gekoelde Heineken zitten met grote schalen gloeiendhete bitterballen van Grieks rundvlees voor zich. Het leven kan soms erg onrechtvaardig zijn. Het ondraaglijk lijden van de doorsnee Nederlander. Droomwereld Moria, om werkelijk jaloers op te worden. Oh was ik maar in Moria, in Moria, in Moria, oh was ik maar in Moria….

Het genoegen. Annelies, was gisteren geheel wederzijds. Het was geweldig om na al die jaren de Amsterdamse Spaarndammerbuurt weer eens terug te zien. Kon het niet helpen met je over DWS te beginnen, kampioen van Nederland in 1964. Je moet hebben gedacht: hij wordt oud, mijn vroegere docent, hij leeft in het verleden. De Spaarndammerbuurt van Jan Jongbloed, Rinus Israël, Frits Flinkevleugel, Jos Vonhof, Rob Rensenbrink en zo meer. De Zaanstraat en de Oostzaanstraat. De profvoetballers en hun sigarenwinkel. De Hembrugstraat. Daar omheen als een liaan de Spaarndammerdijk. Een oase van rust en architectuur die je er niet zou verwachten. Het leek of de tijd er had stilgestaan. Dat was in werkelijkheid ook zo. Beetje het Oost-Berlijn van voor de val van de Muur. Vogelgekwetter en verder een volkomen sereniteit. Een met weinig in Nederland te vergelijken parkwijk. Het was geweldig en je was, Annelies, er een fantastische gids. Rondje begraafplaats ging er ook goed in. Gelachen bij die steen met opschrift: ‘Hier hoor ik eigenlijk niet’. We konden het met de afzender eens zijn. Dit doen we in mei weer en dan door naar de Staatsliedenbuurt en zo verder. Ergens daar, in die Staatsliedenbuurt, nam ik Ellen – nu ook gepfizerd – in onze begintijd mee naar de drukker van het honkbalblad Inside. Terwijl het blad door de wereldvreemde drukker Sjakie persklaar werd gemaakt, en een alternatief wezen dat zijn vrouw moest voorstellen in een hoekje schijnbaar stoned zal te mummificeren, paste Ellen op hun snottebel van een kind. Sjakie en zijn vrouw bewoonden een ouwe schuit in een uitloper van één van de grachten en om de rook van zijn open haard kwijt te raken had Sjakie een gat in het dak van zijn woonvertrek gezaagd. Bij regen stak Sjakie niet alleen een joint maar ook een paraplu op in zijn woonkamer. Je zult het niet willen geloven maar het was écht zo.

Een abdij die zijn hotelgast een gevangenisleven opdringt

Beste mevrouw Houben, algemeen-directeur abdij-hotel Rolduc.

Ik wil U nog even bedanken voor het zakje met chocola in de vorm van vriendelijke paaseitjes en voor Uw kaart met excuses. Ik schrijf U even omdat ook na het aanbieden van de excuus eitjes zich nog dingen voordeden waarop ik als gast de algemeen directeur, U dus, met de beste intenties wil attenderen. Ik weet dat we in een pandemie leven maar dat hoeft mijns inziens niet automatisch te betekenen dat een hotel ook maar meteen in armzaligheid (en wegkijken) verandert. U mag mijn mail nu al deleten, maar misschien is het beter dat U nog even door leest. Kijk, die wijn hebben we besproken en uitgesproken. Je stuurt een gast daarvoor niet gastvrij-loos van het kastje naar de muur, en weer terug en weer richting de muur. Een elementaire hotelfout. Maar waarom op mijn kamer geen plastic bekertjes zoals elk fatsoenlijk en zichzelf respecterend hotel standaard heeft. Nu dronk ik water door me in een U-bocht met mijn mond onder de kraan te wurmen. En ik maakte voor water bij het tandenpoetsen een kommetje met beide handen. Als ik daarover later de receptie informeer dan krijg ik als dooddoener te horen dat alle kamers van twee plastic wegwerpbekertjes zijn voorzien en dan kennelijk helaas de mijne even niet. Ook weer afgepoeierd. Een gotspe. Het kon Uw receptioniste geen barst schelen. Zo ook een afwezige prullenbak naast het bureautje op de kamer. Nee, liet de receptie weten, alle kamers hadden een prullenbak. Ze bedoelde wellicht in mijn geval dat gammele onsmakelijke goor-witte ding met disfunctionerende deksel naast de douche. Zo gaat U het niet redden met Rolduc, beste mevrouw Houben. Kijk voor de aardigheid eens naar het briefje (zie hieronder) dat ik over de mail afgelopen week ontving. Ik ken de afzender helemaal niet en de afzender kent mij niet. Vanwaar dan toch dat vrijpostige ge-je en ge-jou? U bent geen Hilton maar niettemin. En dan het eten. Tuurlijk, corona restricties. Maar waarom geen fatsoenlijk bord bij het avondeten? Dat is toch het minste dat je als hotelgast mag verwachten? Was het de bedoeling dat ik mijn vlees op de vloer ging leggen en er zo met een bot mes doorheen probeerde te komen? Het werd wrikken op een stuk schoenzool dat vlees moest voorstellen. Het eten zat in een soort eierdoosje en na een paar pogingen het vlees te snijden ging ik al door de bodem. Armoe natuurlijk. Overal pijlen in de gangen van wel vier meter breed en waarschuwingsborden dat de hotelgasten op het punt stonden om de coronadood te ontmoeten. Eén en al horror. Maar waarom dan wel in een rij dicht op elkaar om bij de gaarkeuken op het eten te wachten? Zo tegenstrijdig. U hanteert de regels naar believen, zo lijkt het. Ik stond op het punt voortijdig naar huis te gaan. Waar was de etiquette? Waar was Uw gastvrijheid? Dit was antireclame voor Uw heropende hotel. U heeft geluk dat ik niet beroepshalve in het nieuwe Rolduc was en geen recensie hoefde te schrijven, maar anders zou ik toch écht een paar zeer kritische noten hebben gekraakt en aan het papier hebben toevertrouwd. Nu zullen we dit alles maar gezellig onder ons houden. U lijkt – ik fluister nu – onvoldoende te beseffen dat gasten de moeite nemen om naar Limburg te komen en ondanks alle beperkingen in verband met corona toch hopen van hun uitstapje een klein feestje te maken. Het was volkomen sfeerloos allemaal. Gisteren was ik alweer om acht uur ’s morgens terug naar huis en gaf ik U in de auto ter hoogte van Sittard een cijfer. Een 3. Vooruit, een 3, ik wilde ook weer niet de beroerdste zijn. Ook als docent op de hogeschool gaf ik de studenten met Pasen soms een net even hoger cijfer dan ze feitelijk verdienden. Zo ook U. Misschien zou U toch enkele mensen van de oude hotelbrigade van Rolduc moeten terughalen. Die verstonden wel hun vak. Het heeft onmiskenbaar ook met uitstraling te maken. En ik zou me zo kunnen voorstellen dat U ook op een bepaald publiek mikt. Niet louter sukkels die zich alles laten aanleunen omdat ze toch niks gewend zijn. Probeer van verdere kritiek als het bovenstaande gevrijwaard te blijven.

Met niettemin vriendelijke groet, Johan Carbo.

Beste heer Carbo,

Bedankt voor het kiezen van ons hotel. Een gedetailleerde reserveringsbevestiging is bij deze e-mail gevoegd. Deze bevestiging bevat alle relevante informatie over jouw reserverings- of annuleringsvoorwaarden. Mocht je nog vragen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

Met vriendelijke groet, Abdij Hotel Rolduc.

Ellen door Lale Gül misschien wel in gedachten terug naar haar migrantenschool

De vrouw die me leert waar het écht om draait in het leven. Die me dagelijks voorgaat in wat in het leven belangrijk is, en wat minder, of totaal niet. We gaan weer samen een Pasen tegemoet. Hoe kostbaar is de tijd. Twee fantastische tuindagen net achter de rug. De twee laatste dagen van maart naar meer dan twintig graden. De Pinot Gris op het eigen terras. Gekwetter van speelse vogels. Het verse groen dat aan alle kanten tevoorschijn komt. Het luisterend oor. Ellen in de vroege avonduren voorgelezen uit IK GA LEVEN, de spraakmakende en tot onderduiken geleide debuutroman van de bedreigde Nederlands-Turkse jonge vrouw Lale Gül (23). Zouden de gedachten van Ellen teruggaan naar haar school aan de Marco Pololaan in de Utrechtse migrantenwijk Kanaleneiland en naar haar ontwapenende kleuters van toen met hun roots overal elders in de wereld van China, de Magreb, diep in Afrika met Angola en Mozambique tot de Caraïben? Als we dat toch eens met zekerheid konden zeggen. Zelf ook in gedachten een terugkeer naar de weekendschool voor migrantenkinderen uit de achterstandswijken in het noorden van Tilburg. Vijftig acht- tot elfjarigen voor mijn neus op zondagen aan de hogeschool van wie ik me vooral hun glinsterogen herinner. Stoere jongens en bedeesde meisjes, maar het zou fout zijn geweest hun opmerkingsgave te onderschatten. Het is trouwens een regelrechte pageturner, het boek van Lale Gül die in opstand kwam tegen de extreme orthodoxie. We dachten al heel veel van de streng gelovigen af te weten maar het bleek slechts een fractie te zijn geweest. Lale Gül wil geen Ayaan Hirshi Ali worden van wie wij alweer jaren terug veel boeken lazen en die wij bewonderden om haar overtuigingsmoed. Een Somalische politica die in haar strijd tegen onder meer vrouwenbesnijdenis, maar nog veel meer ongelijkheid en vrouwen-achterstelling en -pijniging, zowel geestelijk als lichamelijk, de barricaden beklom. Nederland had haar nooit mogen verliezen, maar het gebeurde wel. Nederland bleek geestelijk te klein. Lale Gül wil geen Ayaan worden, ze wil zonder bodyguards leven, vérder leven, onbevangen, aanbiedingen bij de vleet intussen, voor columniste her en der en zo meer, maar diep in haar hart lijkt ze vooral eerst een verzoening met haar onthutste familie te willen op basis van wederzijds begrip. Ze vreest dat het er nooit meer van zal komen. Er komt een volgend boek van de studente Nederlands maar niet over de islam. Ze wil er haar vingers niet meer aan branden. Het ligt immers allemaal te gevoelig en de standpunten liggen te ver uiteen. Een boek dat tot nadenken stemt. Het generatieconflict in niet alleen Bos en Lommer in Amsterdam maar ook elders in Nederland in migrantengezinnen met streng gelovige ouders.

Nee, geen bloemen in paars tinten voor de paars getinte penseur namens de berouwvolle GGD regio Utrecht voor alle oxers en verdere hindernissen die Ellen over moet om uiteindelijk, ruim na veel gezonde leeftijdgenoten, tegen de sluipschutter Covid-19 gevaccineerd te worden. Maar gelukkig nog wel een vriendelijke mail van de klachtencommissie van de GGD en na veel vijven en zessen een al even keurig telefoontje van hun toezichthouder. Maar het blijft een mijl op zeven Ellen van een paar druppels tegen het coronavirus beschermende Pfizer te voorzien. Onvoorstelbaar eigenlijk in een welvaartsstaat als Nederland. Alsof ze bij de GGD nooit gehoord hebben van het bestaan van burgers die zo zwaar door ziekte zijn getroffen dat ze eigenlijk al bijna niet meer van bed komen. Het tekent de egoïstische en egocentrische maatschappij waarin we terecht gekomen zijn. Mede op grond hiervan heeft Nederland geen enkele reden meer, als het al zo was, voor borstklopperij. Nu na veel turbulentie een vaccinatiebezoek gepland in een sportschool in Breukelen medio april. Nee, geen bloemen van de GGD, die van hier op de foto, maar van zorgverlener Jacinta die Ellen wilde verrassen en dat natuurlijk ook zeer beslist deed.

En ach ja, de GGD. Een verpleegkundige afgelopen week die heel in het begin van Ellen in De Ingelanden daar de leiding had en nu elders in de zorg werkzaam is: ‘De GGD? Praat me er niet van. Ik moest met een club tachtig plussers voor vaccinatie in Houten zijn. Het was in die week afgelopen februari met veel sneeuw en gladheid. We konden de ingang van de Expo niet zonder struikelpartijen bereiken. Ze hadden verzuimd een looppad sneeuwvrij te maken. Toen we erover begonnen keken ze ons glazig aan. Dat was niet de verantwoordelijkheid van de GGD. Uitgepraat was je. Er zou veel meer aandacht voor dit soort nalatigheden moeten zijn. Het zijn excessen.’ Wat ook geldt voor een toezichthouder die zeven keer werd teruggebeld en geen enkele keer de kleine moeite nam te reageren op een ingesproken boodschap over Ellen. Het is een tendens. Vroeger was het een grap over kelners op een terras: ‘Mijn collega komt zo.’ Nu tref je deze afschuiffiguren in allerhande zorginstanties van VWS.

Zie Ellen maar eens gevaccineerd te krijgen waarbij rekening wordt gehouden met haar ziekte en conditie. Het wordt een speciale taxi voor rolstoelhouders die heen en terug Breukelen 130 euro gaat kosten. Voor al het geld dat de zorg ons kost kan een gezond mens in een jaar vier keer heel luxe op vakantie. Toch maar liever niet klagen.

Beste meneer Carbo,                 

Middels deze mail bevestig ik u de ontvangst van uw klacht. U geeft aan dat u ondanks diverse keren bellen niet teruggebeld bent door een medewerker van onze vaccinatie-straat.  GGDrU hecht veel waarde aan de mening van onze klanten en wij stellen uw reactie dan ook erg op prijs. Wij werken er hard aan om onze dienstverlening rondom de bestrijding van Corona zo goed mogelijk te laten verlopen. Ik heb inmiddels mevrouw R. gesproken. Zij heeft per ongeluk u gebeld met een belletje dat niet voor u bestemd was. Maar naar aanleiding hiervan heeft u haar wel telkens opnieuw proberen terug te bellen. Ik begrijp uw ongenoegen. Ik bied u hiervoor onze welgemeende excuses aan.

Mevrouw R. zal u vandaag nog even bellen om dit uit te leggen. Ik ga ervan uit dat ik u zo, met excuses, voldoende informatie heb gegeven.

Met vriendelijke groet,
N. Scholten (Nanny)
Klachtenfunctionaris
GGD regio Utrecht

Krijg Ellen maar eens gevaccineerd, het is een goed gezondheidsdepartement onwaardig

Beste Johan,

Wederom dank voor je duidelijke verhaal (in je mail en blogs). Het voelt steeds weer dat je weergeeft waar de schoen wringt. En ja, dat is een van de moeilijke opgaves die jij hebt in jouw leven en die ik ervaar om de ratio van hoe zorgen we dat wat we willen bereiken ook echt in de samenleving mogelijk is. En ja dan leer ik opnieuw van hoeveel factoren dat afhankelijk is. Sommige te beïnvloeden en andere weer veel minder.

We delen daarnaast onze compassie en grote waardering voor alle zorgmedewerkers. De bonus voor zorgmedewerkers is daarom een mooie en terechte gift, waarbij we ook erg blij zijn dat het loket voor PGB nu geopend is. Waarom dan toch zolang wachten? Er is gekozen om eerst de aanvragen te verwerken en dan over te gaan tot betaling. Deze keuze is gemaakt om het proces overzichtelijk te houden en ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk fouten worden gemaakt (lerend van eerdere ervaringen). Er is zeker geen sprake van veranderende spelregels of lotingen; iedere PGB-zorgverlener die recht heeft op de bonus op basis van de voorwaarden, krijgt deze ook! Het is wat het is, het komt goed waarbij wij hetzelfde doel voor ogen hebben!

Heb het goed,

Ronnie.

(Mevr. Dr. Ronnie van Diemen-Steenvoorde, directeur-generaal ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

****

Dag Ronnie.

Als de overheid er niet meer is voor zijn burgers maar de burgers worden geacht er voor de overheid te zijn dan gebeuren er dingen zoals hieronder. Je hebt als overheidssoldate alle reden je te schamen. Laat dit mijn intro zijn.

Ellen gevaccineerd krijgen, het weet wat, het heeft heel veel voeten in de aarde, en het gaat gewoon in het zich nog steeds tenonrechte beschaafd voelende Nederland domweg niet lukken. Dat mag het ministerie van Volksgezondheid zich aantrekken en het departement kan zich in gemoede afvragen of het niet mede de veroorzaker is van alle burgerlijke ongehoorzaamheid en dwarsliggerij (Museumplein, Malieveld en nog ontiegelijk veel meer) die zich momenteel als een olievlek over het land uitspreiden. De wapenstok en het waterkanon hebben hun overheidseffectiviteit intussen verloren. Het gezag is zijn gezag kwijt. De voorheen brave burgers en buitenlui zijn het zoetjesaan zat zich te moeten schikken naar starre technocratische overheids- en gemeenteambtenaren met het opgestoken waarschuwende vingertje terwijl die linkmichels er ondertussen voor zorgen dat ze zelf niets tekort komen.

Nederland is zijn sociale context kwijt. Er is veel onvrede en je kunt je afvragen of de overheid het er niet zelf naar heeft gemaakt. We zijn een land in morele ontbinding. De kont tegen de krib. We zijn zwaar geïndividualiseerd met alle narigheid van dien. Als je gezond bent valt het misschien nog wel mee. Maar o wee als ziekte om de hoek komt kijken, of het nu parkinson en Lewy Body is of wat dan ook. Hier passen geen mooie zalvende woorden, hier is cynisme op zijn plaats. De ironie voorbij. En weer schrijf ik je dat ik respect heb voor jou in persoon, maar niet voor het departement waarbinnen je een voorname functie bekleedt. Het departement laat teveel steken vallen. Ik kom tot de kern. En die kern gaat verder dan de zorgbonus van duizend euro waarvan ik hoop dat die geen afkoopsom is, maar de start van een verbeterde maandelijkse betaling van zorgmedewerkers die het coronavirus die nog hadden moeten hebben om hun onmisbaarheid aan te tonen in onze door en door verwende westerse maatschappij. Ellen thuis vaccineren zoals het eigenlijk zou moeten in haar conditie en met heel haar lichamelijke beperkingen? Vergeet het maar. De GGD zou niet weten hoe. Door de huisarts? De huisarts zou niet weten hoe. Hij heeft geen vaccins en wordt net als wij stapelgek van de GGD. Het is daar één en al stroperigheid.

Morgen kan ik met Ellen in Driebergen voor een vaccinatie terecht. Het voelde heel even als het winnen van de staatsloterij, totdat ik weer bij zinnen kwam. Had ik ook wel een beetje Diana en Trudy voor nodig. Ik voer al gauw op hun kompas. Probeerde vanmiddag Driebergen veranderd te krijgen in de locatie Houten. Dichterbij voor Ellen. Scheelt de helft in reistijd en daarbij heb ik maar één ding voor ogen: de vermoeienissen voor Ellen. Van Driebergen naar Houten verhuizen voor de Pfizerprik? De GGD zou niet weten hoe. Berusting van mijn kant. Mijn vraag vervolgens aan de GGD of Ellen dan morgen in Driebergen in de auto tot vlak bij het gebouw gereden kon worden en in de auto kon blijven voor de vaccinatie van dertig seconden. Gewoon even het portier open en de al opgestroopte mouw. De GGD keek me vanmiddag aan alsof ik van een andere planeet kwam. Maar Ellen kan niet meer zoveel transfers maken, ze heeft al twaalf jaar parkinson. De GGD van Nederland anno 2021 stond de molenwieken alsof het net uit een paasei kwam. De huisarts was (en blijft) graag bereid Ellen buiten in de auto te vaccineren, of naar ons toe te komen, maar hij heeft geen vaccins voor zijn zwaarste patiënten. Wat is dit voor een beschamende vertoning! Schaam je! Hoezo twijfel bij de GGD om met het spuitje even vijf stappen naar buiten te zetten om een mensenleven tegemoet te komen?!

Vind je het gek dat steeds meer burgers in Nederland compleet maling aan hun overheid hebben? De toeslagenaffaire, het UWV, de belastingdienst, Groningen en er is nog veel meer dat Nederland demoraliseert. We hebben alles technocratisch dichtgetimmerd in Nederland en verstaan niet meer de kunst te improviseren. Het merendeel van de ambtenaren verschuilt zich achter regels en durft zelf geen enkele verantwoordelijkheid te nemen. Lafheid troef. Daar zit ‘m volgens mij de crux. Jullie selecteren op herseninhoud en hoe minder de inhoud hoe beter. Ik zeg Driebergen voor morgenmiddag af. Ik laat op de condities die nu vanuit de GGD voorliggen Ellen niet vaccineren. Ik bespaar haar de reis naar Driebergen. Mijn vraag is of jouw ministerie Ellen deze week kan komen ophalen en verder voor haar kan zorgen. Ik sluit het mantelzorgboek. Ik heb gevochten maar vaak wel tegen de bierkaai. Windmolens. Dit overgeorganiseerde welvaartsland heeft geen oog meer voor welzijn en de medemens. Het is vreselijk om thans in het zicht van een vaccin voor Ellen te stranden op een GGD die niet kan garanderen dat even naar buiten gelopen wordt om Ellen in de auto een prikje te geven. Nederland anno 2021. Maar ja, de verkiezingen zouden een les moeten zijn en zijn dat kennelijk nog altijd niet. Zeer verontrustend. We gaan door met ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken. We gaan door met de individualisering en het eigen belang. Vaarwel overheid.

Johan.

****

Hallo Johan,

Ik heb je brief gelezen. Wat een afgrijselijk gedoe zeg!!! Niet normaal.
Ik heb nog een punt voor de GGD. Ellen kan bijna niet meer staan. Diana en ik halen haar met de tillift uit bed. Vanuit bed in de rolstoel is dat geen enkel probleem. Maar van rolstoel in de auto gaat niet of amper lukken. Dit betekent dat we Ellen  4 x moeten tillen……(als de GGD niet naar de auto komt). Met alle risico’s voor Ellen maar ook voor jou, voor Diana en mij.

Tot vanmiddag, Trudy.

****

Hallo Johan!

Net je blog gelezen over de vaccinatie van Ellen. Wat een ellende! Schande. Gisteren kreeg ik een hoogst onduidelijke brief van het RIVM. Er staat niet in waar ik geprikt moet worden. Ook niet met welk vaccin. En nog meer vreemde dingen. Ik vertelde de dame van het RIVM dat ik het vaccin van Janssen wilde hebben. Want, maar één prik. Toen vertelde die mevrouw dat het vaccin van Janssen is afgekeurd door het EMA. (?) Vanochtend een mail van het RIVM dat ze het te druk hebben om mijn persoonlijke vraag te beantwoorden. Ze verwijzen naar diverse websites. Maar mijn vraag staat er niet bij. Vanochtend ook een ingezonden brief gezonden naar de Volkskrant. Zeer kort: “Waarom liet Kamervoorzitter Khadija Arib afgelopen maandag (bij het kiezen van de verkenners) Thierry Baudet niet uit enig gebouw van de Tweede Kamer verwijderen, toen hij daar zonder mondkapje verscheen? Alle andere zestien lijsttrekkers droegen wel een mondkapje.”

Om contact te krijgen met het RIVM moet ik een ‘referentienummer’ invullen. Dat staat nergens. Wel een ‘kenmerknummer’. Belde net het RIVM met een vriendelijke dame die daar allemaal niks van wist. Wat een klote zooi!

Groet aan allen, Jan.

****

Volgens het ministerie van VWS wordt daar met veel toewijding gewerkt, ook bij de GGD en het RIVM. Als dat zo is dan is het allemaal geen onwil maar incompetentie. Binnen enkele uren al zes reacties op dit blog. Van Wil ook en van Charles. Reacties aangaande een overheid die keihard in het gezicht wordt uitgelachen. Die niet meer serieus wordt genomen. Wie onverschilligheid zaait bij de burger zal van die burger onverschilligheid oogsten. Het is de bittere waarheid in het Nederland van nu. Het is eigenlijk nog veel erger, zie de maffe mevrouw Ollongren van D66, die blonde akela die ze eigenlijk zouden moeten verbieden voortaan nog in de buurt van het Binnenhof te komen. Hoezo diepe kloof tussen politiek en burger? Kijk trouwens eens naar die foto van mevrouw de verkenner die verkend werd: het is er met die laarzen over de knie en strakke rok tot vlak voorbij haar kruis toch net één van de Wallen die met spoed naar een sjeik in een duur Amsterdams hotel is gecommandeerd !!! De kledij van een verkenner…. Verkenner waarvan? Ik zou ze wel eens horen gieren van het lachen in andere EU-landen en overal elders in de wereld.

Koffie of thee Ellen? ‘Nee wijn.’ Die wijn voor je verjaardag? ‘Ja die’

Namens de Sociale Verzekeringsbank:

Als alle aanvragen voor een PGB-zorgbonus bij ons binnen zijn, kunnen we besluiten welke aanvragen voor thuiszorgmedewerkers goedgekeurd worden. Daarom duurt het langer dan normaal alvorens u bericht van ons ontvangt.

Het staat er toch echt.

Kunnen we besluiten welke…. Hoe dat zo? Even slikken. Dit slaat toch als een tang op een varken? Wat een idiotie! Hangt goedkeurig ineens mede, of misschien wel meer dan mede, af van het aantal aanvragen? Welke dienstklopper tikt met droge ogen deze onzin op? Je voldoet toch wél of je voldoet niét? Wat is dit voor raar overheidsgemanoeuvreer? En om wiens geld gaat het hier? Toch immers dat van de gemeenschap, we hebben het over gemeenschapsgeld. Gaat de overheid straks kwartetten met de aanvragen? De afhandeling hoeft niet langer te duren dan we van de Sociale Verzekeringsbank gewend zijn laat het ook niet nodeloos lang duren.

De overheid heeft voor zo’n PGB-zorgbonus de spelregels toch al tevoren vastgesteld? Die spelregels staan op de eigen website vet afgedrukt. Ze zijn duidelijk, geen woord Spaans bij. Afgaande op die voorwaarden is onze aanvraag ingediend. We moesten aan een aantal punten voldoen en dat doen we. Waarom dan nu eerst alle aanvragen binnen om te kunnen besluiten, te kúnnen?, hoezo dán pas te kunnen besluiten?, welke aanvragen gehonoreerd gaan worden? Worden de spelregels eenzijdig tussendoor veranderd als het aantal aanvragen meer is dan de overheid verwachtte, of beter nog: hoopte? Een overheid die zich in de vingers heeft gesneden? Moet de overheid eerst bankbiljetten laten bij drukken? Teveel beloftes zoetjesaan gedaan aan Jan en Allenman om de bevolking rustig te houden? Beetje overheidsspijt inmiddels van die zorgbonus? Meer dan we nog weten belazerd met die kantinejuffrouwen, onderhoudsmonteurs, dienstroostermakers en dames personeelszaken in verpleeghuizen? Is daardoor de pot eigenlijk al zowat leeg voordat de handen aan het bed in de thuis- en wijkzorg nog überhaupt een kans krijgen?

Het moet niet gekker worden. Het blijft een merkwaardige gang van zaken rond die bonus voor de thuiszorg. Dit snapt alleen de rijksoverheid zelf. En heel misschien de FNV. Die wil naar het schijnt een bronzen standbeeld ergens in Nederland oprichten voor de zorg. Ik hoor ze braljuichen de leden van de Tweede Kamer met de mond vol toewijding aangaande de zorg en ik zie ze een sprintje trekken van een veel te zwaarlijvig hobbelpaard om aan hoofdelijke stemming over loonsverhoging voor het zorgpersoneel te ontkomen. Eigenlijk zouden die gênante beelden elke avond in de aanloop naar de verkiezingen een keer of tien bij de NPO of RTL vertoond moeten worden. En thuis bij zo’n onsportieve politicus: ‘Papa, ben jij dat, zat je achter een dief aan die je portemonnee had gejat?’

En maar weer eens, zonder enig eigenbelang: behandel de zorgverleners niet als kleine kinderen of als bedelaars. Geef ze een fatsoenlijk salaris. Overheid je verdient een draai om je oren. Verbeter in veel gevallen de arbeidsomstandigheden in de zorg. Verhoog niet alleen in woord maar ook in daad de status van het grondpersoneel, de handen aan het bed. Doe wezenlijk iets aan het wegwerken van de 80.000 vacatures . Lul niet alleen maar. Stop overheid met je huichelachtigheden. Neem niet letterlijk de benen in de Tweede Kamer. Maak met je prietpraat het populisme en radicalisme niet groot in Nederland, het is al zo beangstigend. Was nooit over bonussen begonnen als zoenoffer. Ik hoef hier maar om me heen te kijken om vast te stellen wie een (corona of geen corona) onmisbaar beroep uitoefent in heel zijn essentie, en wie niet. Kijk als rijksoverheid de beelden terug van de leden van de Tweede Kamer die zonder ook maar een greintje zelfrespect zo hard ze konden met hun dikke schommelbuik het gebouw uit stiefelden teneinde aan een stemming over een betere zorgbeloning te ontsnappen. Loop niet langer te klootviolen overheid met die bijna beledigende zorgbonus van 1000 euro.

Het vertrouwen in de overheid is blijkens onderzoek bij 71 procent van de bevolking geschaad. Dat is nogal wat. Niet alleen de toeslagenaffaire, UWV, Groningen en zo meer. Daar hebben ook gevalletjes als met de vaccinaties en de zorgbonussen mee te maken. Duidelijk iets om van wakker te liggen. De afgelopen jaren kregen politici en beleidsmakers een steeds wantrouwender mensbeeld. Maar als er echt reden was tot wantouwen dan vergaten ze te wantrouwen. Zie de verpleeghuizen en ziekenhuismanagers.

****

Ellen bedankt iedereen voor hoe ze werd gefêteerd op haar verjaardag

Hoezo een overzichtelijk ziektebeeld? Niets van dit alles. Het is één langgerekte verrassingsoperatie. Donderdagmiddag deed Trudy voor de avond en nacht de verzorging als gebruikelijk aan mij over – de dienstoverdracht zogezegd – en dat gebeurde met een kort en juichend mailtje. We kijken allang nergens meer van op, het moge duidelijk zijn in dit wonderbaarlijke proces van vallen en opstaan, van licht en duisternis, van vertwijfeling en opgetogenheid. Sommigen begrijpen de gang van zaken hier, anderen zal dat nooit lukken. Het heeft geen donder met intellectualiteit te maken. Wel met wijsheid. Met levenservaring. Met diepzinnigheid en interesse. Drie jaar lagere school met plat Utrechts praten maar desondanks een ongelofelijk goed compassievol inzicht is meer waard dan die hele racistische bende van het fossiele Buckingham Palace bij elkaar.

Of ze koffie of thee wilde, had Trudy aan Ellen gevraagd. ‘Nee wijn!!!’ Het klonk met heel veel uitroeptekens luid en duidelijk, en zeer gedecideerd. Wijn! Trudy bevond zich aan de andere kant van de woonkamer ter hoogte van de keuken. Wijn? Dan kreeg ze wijn, maar hoe dát zo ineens. Ellen dronk al maanden geen wijn meer en taalde er ook niet naar (leek het). Maar wacht eens even: dinsdagnamiddag had ze van haar zorgteam in een plastic afwasbak van de Blokker, ook onderdeel van de presentjes, haar cadeautjes gekregen: een zalfje, een glazen pot met stoofperen en nog meer waaronder een klein flesje chardonnay. Voor je verjaardag Ellen’, had Trudy erbij geroepen. Zou Ellen haar verzorgende op donderdagmiddag hebben herinnerd aan de witte wijn die ze op dinsdagmiddag in dat rode afwasteiltje van de Blokker aan lekkernij had gekregen? Het zou zo maar kunnen, zeggen we als groepsleden die Ellen meerdere tot heel veel uren per week meemaken, het zou zo maar kunnen. Het is zo anders telkens dan Alzheimer. Niet voor niets keert ‘Mooie Madam’ als een bijna vast ritueel terug in de cursussen die dementieconsulent Albert geeft aan verpleegkundigen en artsen in de ouderenzorg. Diezelfde donderdag at Ellen een bord vol zuurkool op. Haar reactie: ‘het was weer lekker hoor’. Misschien moet men erbij zijn om dit te begrijpen. Alhoewel: wij zijn erbij en staan voortdurend versteld.

Ellen bedankt de vaste getrouwen allemaal voor de lieve woorden, én bloemen, én zo verschrikkelijk meer als parfum en champagne, bij haar verjaardag van gisteren. De wind raast deze vroege donderdagochtend om ons huis, de wind houdt huis als metaforische herinnering aan een stormachtige verjaardag met felicitaties overal vandaan. Bij de ontvangst van het gezamenlijke cadeau van het haar zo toegewijde dreamteam begon Ellen spontaan te huilen. Het was een plastic afwasteil, met van alles en nog wat aan feestelijkheden daarin, wat dikke tranen deed opwellen. Heel symbolisch deze dagen die rode plastic afwasbak van Blokker waarvoor je momenteel een afspraak moet maken, om vervolgens als een razende Roeland met het snot voor je ogen langs de schappen te sjezen, teneinde binnen je streng bemeten tijd te blijven. Lang leve het ministerie van Volksgezondheid. Het ontroerde Ellen. Ik stond erbij en dacht: wat moet ik nu? In heel mijn onhandigheid bood ik Ellen aan om óok te gaan huilen. Om er zogezegd een duet van te maken. Haar reactie: ‘Nee jij niet, niet huilen jij.’ Trudy is in dezen mijn getuige. Ineens weer haar stem. En met kracht. En met al gauw een gulle lach.

Het blijft een onnavolgbaar proces, het verloop van de ziekte van Parkinson met daarmee in samenhang het syndroom van Lewy Body. Syndroom ja want over dementie wil ik eigenlijk allang niet meer spreken. Het is anders, het is zó anders. Op de website staan jullie felicitaties als bloemlezing verzameld. Niet alleen de hulde in woord maar ook in beeld, zoals ook bij deze mail met huiskameridylle. In het laatste blog de open brief aan het ministerie voor onze gezondheidszorg dat weer eens in woord en gebaar onze helaas tot technocratie verworden samenleving kracht bij zet en symboliseert. Het blijft vechten, maar hopelijk niet tegen de bierkaai, om de thuis- en wijkzorg de plek te helpen krijgen die ze verdient. Jaren en jaren geleden zei de psychologe in verpleeghuis De Ingelanden tegen mij dat je zelfs van de situatie waarin we terecht waren gekomen een mooie tijd kon maken. Ik vond het in eerste instantie wartaal. Daar denk ik nu anders over.

Dit is een andere tijd maar zeker geen slechte. En ik betast deze vroege ochtend mijn oksel waarin elke avond voor het slapen gaan haar hoofd rust in geborgenheid. ‘Dankjewel voor je liefde’, hoor ik Ellen nog zeggen op de dag in 2014 in De Ingelanden dat ik er de brui aan wilde geven. Voelde Ellen haarscherp aan dat ik terug wilde naar het oude leven, en desnoods zonder haar? Dankjewel voor je liefde – het werd de titel van ons eerste boek over het andere leven dat ook geleefd bleek te kunnen worden. Soms met vallen en opstaan, met veel leermomenten in alle opzichten, maar niettemin. ‘Leeft Ellen nog steeds? Néeeee! Ik geloof je niet. Ze leeft nog steeds?! En verder gezond? Onvoorstelbaar. Het is de goeie zorg hè.’ Lees hier de reactie in supermarkt PLUS met beide handen bliksemsnel naar de wangen van een spontaan opgetogen mevrouw wier moeder op de kamer naast Ellen in De Ingelanden woonde. Ja Ellen leeft nog steeds. Mede door de betekenis die jullie voor ons hebben – voor haar, voor mij, voor ons. Ellen leeft nog immer omdat ze afgezien van die verdomde parkinson nog altijd kerngezond is. Wat zou ze zich als deels Britse ongelofelijk boos hebben gemaakt op die enge verdorven stokoude Queen in Londen en haar racistische over het paard getilde familie. Het hele volkomen wereldvreemde spul verdient een worp in de Theems. Medemensen wegzetten op grond van hun huiskleur, het ligt bij ons heel gevoelig. En dat zal altijd zo blijven. De ontboezemingen van Meghan en Harry waren een schok. En zouden niet zonder gevolgen voor monarchieën moeten blijven. Hebben we WA er al over gehoord?

Ellen bedankt jullie voor alle attenties met haar verjaardag. En ze feliciteert Taco alvast met zijn verjaardag morgen.

Maak van mijn mensen geen bonusbedelaars overheid, het is trouwens hun eer te na

Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport. Directoraat-generaal. Mevrouw dr. Ronnie van Diemen-Steenvoorde.

Dag Ronnie. Ter inleiding:

Jij als directeur-generaal op ons gezondheidsministerie: zou jij deze brief op jouw departement per omgaande bespreekbaar kunnen en willen maken? Zonder enig eigenbelang van mijn kant, want ook al zou ik voor een bonus in aanmerking zijn gekomen, ik zou hem net zo geweigerd hebben c.q. weigeren als eerder een lintje. Maar ik weet hoezeer ons huwelijk en de broze gezondheid van Ellen zijn gered (nog steeds) met haar thuis te laten verzorgen door excellente mensen (nul procent ziekteverzuim) die veel meer een bonus verdienen dan de kantinejuffrouw en de medewerkster personeelszaken van vals spelende verpleeghuizen. Zulks is een gotspe. Ik kan hier zo boos om worden. Door mijn boeken over het omgaan met parkinson en Lewy Body word ik nog wel eens om advies gevraagd over hoe een familielid thuis te houden en te behoeden voor de fatale drempel des doods van een verpleeghuis. Steeds meer mijn antwoord er nog maar eens goed over na te denken. Niet doen. Toch maar verpleeghuis. De overheid laat je in de steek als puntje bij paaltje komt. Voor de overheid besta je niet als mantelzorger. Ik zeg het steeds vaker. Waarom? Jullie honoreren de mantelzorg niet. Jullie werken hem tegen. Jullie stoten hem voor het hoofd. Hij ligt aan de achterste tiet, zouden we op de redactievloer van mijn vroegere krant met veel verbeeldingskracht zeggen. Ik denk dat jullie in het belang van de vergrijzing en het kostenplaatje, sorry voor dit afschuwelijke cliché, de thuis- en wijkzorg veel serieuzer zouden moeten nemen. Niet alleen met woorden. Nooit meer die beledigende balkonapplausjes graag. Zo grievend naar de zorgmedewerkers toe. Daden. Overheidsdaden. Niet weglopen uit de Tweede Kamer als er over de salarissen in de zorg moet worden gestemd. Kamerleden van wie je zag dat ze in geen tien jaar meer een drafje hadden gemaakt. Daden. Ook als het om een bonus gaat. Met wat nu gebeurt, zie mijn brief aan jouw departement, is het paard achter de wagen gespannen. Het komt voor mij als heel onnadenkend van jullie over. Maak haast met die bonussen voor de thuis- en wijkzorg. Het gebeurt niet. En dat is zó jammer. Je kunt de burger ook van je willen vervreemden.

DE OPEN BRIEF:

Maak vanuit het ministerie voor de gezondheid van de medewerkers in de thuis- en wijkzorg geen corona-bonus-bedelaars. Het balkonapplausje voor ze was al zo pijnlijk.

Beste Ronnie:

Dank voor je attente mail over die zorgbonus. Hij is aangevraagd. Nu al een zeer beladen en verfoeilijk onderwerp die zorgbonus vanwege meerdere verpleeghuizen die – afgaande op diverse berichten en bevestiging door jouw departement – gemakshalve maar de hele tent in november voor een zorgbonus opgaven, ook de kantinejuffrouw en de glazenwasser voor wie de zorgbonus helemaal niet bedoeld was. Ach ja, het is niet elke dag feest niet waar! Schandelijk. Ook voor de mensen van personeelszaken maar 1000 euro terwijl het spul thuis werkte en al niet meer wist hoe een verpleeghuisoudje eruit zag. Zo kwamen de verhalen tot mij, van verschillende kanten. Ze lijken te kloppen. Ze zijn op jouw ministerie bekend. Voor de vaccinatie stonden proleten van managers ten onrechte als eersten met een opgestroopte mouw in de rij. Wat is dit voor een verdorven mentaliteit? Dit gezegd hebbende. Ik heb op 1 maart mijn aanvraag voor de bonussen ingediend. Vandaag heb ik de SVB afdeling PGB voor de aardigheid eens gebeld over hoe het nu verder gaat met die aanvraag. Ik kreeg te horen dat ze eerst de gehele termijn van indienen afwachten. Maar één van onze zorgmedewerkers was al in behandeling genomen. Geen beletsels. Uiteraard geen afwijzing. Me dunkt zeg. Moest er nog eens bijkomen. Maar…. Als de termijn van het indienen voor eenieder verstreken is dan gaat er een commissie verder op de aanvragen zitten broeden. De overheid die dus niet alleen zijn individuele burgers wantrouwt maar nu ook zijn eigen uitvoeringsapparaat. Want ja, welke burger en welke uitvoeringsinstantie kun je als overheid heden nog vertrouwen! En dan… Het waren de protocollen waarbinnen de procedures met richtlijnen werden uitgevoerd aan de hand van regels die weer door andere regels werden gecontroleerd teneinde de aanvragen na veel bureaucratische soesa bij het juiste loket te doen belanden in de hoop dat dat loket open is en er dan nog een technocraat niet zit te tukken. Kun je me nog volgen? Ik herhaal: protocollen, procedures, regels, weer regels om de regels te controleren, op die controlevoorschriften weer een check, en een commissie voor vergaderingen en daar weer overleg over. Afschuwelijk voor een normaal en weldenkend mens. Inmiddels is de aanvrager voor een bonus overleden natuurlijk. Ik haat die ivoren toren barstensvol hovaardij. Maar ondertussen beginnersfouten met die verpleeghuizen. Uitbetalingen later in mei. Op z’n vroegst. De kantinejuffrouw van het verpleeghuis heeft dan al een half jaar haar bonus (ten onrechte) op zak en mijn ‘unieke mensen’, zoals jij ze omschrijft, jij hebt het over ‘unieke mensen’, volkomen terecht trouwens, ‘mijn unieke mensen’ in de wachtkamer. Dat is onrecht. Dat is onrechtvaardig. Ze  factureren. Ik teken die facturen. De SVB kan met één druk op de knop zien in welke maanden van vorig jaar mijn mensen hebben gewerkt, hoeveel uur exact en tegen welk tarief. Alle info ligt voor het grijpen. Hoe moeilijk kun je het maken! De SVB zegt dat ze de richtlijnen van jullie volgt. Ik hoop dat jullie die richtlijnen een beetje logischer maken. Menselijker ook, ja dat vooral, naar personen toe die hun stinkende best doen naar kabinetsbeleid de zieke zo lang mogelijk thuis te houden. Maar wat is de dank? Stank is de dank. En steeds meer ontevreden burgers die hun kont tegen de krib gooien. Populisten in de politiek die opstaan. Je kunt het als overheid ook over jezelf afroepen die onvrede. De dank voor mantelzorg? Dat je achteraan mag aanschuiven in de rij. Bonussen en vaccinaties, de thuis- en wijkzorg werden finaal over het hoofd gezien, ze mogen hun beurt afwachten tot iedereen uit het verpleeghuis inclusief de kantinejuffrouw een prik heeft gekregen en pot heeft lopen verteren met de bonus. Is de afstand tussen ministerie en instanties ten opzichte van de burger al niet groot genoeg? Moet die nog groter? Moet er een revolutie komen? Met andere woorden: een budgethouder of budgetbeheerder die een verzoek voor een bonus voor een medewerker indient welke op ALLE (!) punten WEL (!) ruimschoots aan de voorwaarden voldoet zou voor zijn of haar verzorgende niet tot juni moeten hoeven wachten. Die bonus kun je ook in april al uitkeren. Of zelfs eind van deze maand. En nadrukkelijk: ik spreek hier niet voor mezelf. Maar wel voor mijn mensen. Ja, zei men bij de SVB nog: dat het in verpleeghuizen soms behoorlijk flagrant mis is gegaan heeft geleid tot een zwaardere procedure ten aanzien van de medewerkers in de thuiszorg. Nou vraag ik je…. Dat is de wereld op zijn kop. Haal die onterecht verstrekte bonussen terug uit de verpleeghuizen! Laat de thuis- en wijkzorg daar niet voor bloeden. Uiteraard is weer eens vertrouwen in de overheid en zijn instanties geschaad. Toeslagenaffaire, ik laat het maar even vallen. Een belastingdienst die alweer naar een volgend schandaal sloft. Kort en goed: de SVB lijkt de bonusaanvragen gewoon op volgorde van binnenkomst te kunnen afhandelen maar het ministerie voor de gezondheidszorg maakt er de lange adem van. Maak geen bedelaars van ons, het is onze eer te na. Dat de overheid met die vals spelende verpleeghuizen zo het schip is ingegaan en dat alles zo houtje touwtje wordt georganiseerd vind ik van de overheid de zoveelste corona afgang tegenover de samenleving. De overheid creëert zijn eigen vijand. Vind je het gek dat ik dit jaar niet ga stemmen of heel misschien Arib? De overheid is hardleers.

Met niettemin een hartelijke groet, ook van Ellen, Johan Carbo.

Onversaagd en ongebroken al laat vijand Parkinson steeds meer zijn sporen na

Lieve Ellen, hierbij mijn bijdrage, zoals Johan ons per mail vroeg, aan jouw verjaardag. Het draait in het leven om liefde. Die is meer waard dan ontelbaar veel goudstaven. Jij weet er alles van. En zó mee eens over het aanpraten van depressies bij met name jongeren – hoe anders verliep jouw jeugd – in deze tijd van noodzakelijke restricties door corona. En zó eens met de onderwijspassages. We hebben wat af geleden door onderwijsvernieuwingen die al meteen verslechteringen bleken. Je bent een voorbeeld van wilskracht en doorzettingsvermogen. Een druppel liefde is alles waard. We gunnen je een oceaan aan druppels liefde en omringen je daar graag mee. Altijd weer fijn op een zondagmiddag jou te bezoeken en tegelijkertijd ‘op café’ te gaan. Van harte gefeliciteerd. Carpe diem. Tot gauw weer, Wil.

****

Een huis vol bloemen. Een huis vol kaarten. Parfum en champagne. Ellen, je bent verwend. Telefoontjes en de felicitatiemails als hieronder. Bij het cadeau van de verzorgenden begint Ellen te huilen. We zetten de cd zachter. ‘Ellen, niet huilen, of zal ik ook een beetje huilen?’ En we hoorden het toch echt, Trudy en ik: ‘Nee, jij niet’. ‘Ik niet niet huilen?’ Ze schudt heel lichtjes haar hoofd. De belangstelling voor haar verjaardag ontroerden haar.

Bij de verjaardag van Ellen:

‘Niet zeuren maar pas je aan’, zou ze in deze corona episode zeggen als ze dat nog kon. En ook: ‘Er zijn ergere dingen dan even, al is het meer dan een jaar, een pas op de plaats.’ Ze leed zoveel honger in haar eerste levensjaren dat ze ratten at.

‘Moet je daar nu nog op terugkomen, op die ratten en zo, dat heb je toch al eens geschreven’, merkte een oud-collega uit Brabant hier thuis dezer dagen wat dommig op. Daar moet ik inderdaad op terugkomen, op die ratten. ‘Het kwam wel binnen hoor, zo heftig’. Maar wat is het bezwaar daartegen? We staan stil bij zaken die het verdienen om jaar in jaar uit bij stil te staan. Er is meer onder de zon dan een televisie die zijn programma’s vult met, tussen alle hedonistische reclameboodschappen door, een aldoor klagende medemens voor wie sommige dingen nu eens even niét direct en op commando bereikbaar en beschikbaar zijn. ‘Een mens niet tot inleveren in staat? De mens zal soms wel moeten. We lezen te weinig en we leren te weinig van de geschiedenis.

Niet piepen, hoorde ik Ellen destijds tegen haar piepende kleuters op school zeggen. En de kleuters stopten met piepen. Ze was een onvoorstelbaar goeie leerkracht, mijn Ellen. De gemeente Utrecht gunde haar een speciale afscheidsreceptie aan de voet van een kasteel in een bocht van de Vecht en bij die receptie een reproductie van de vermaarde Cobra’s. Sommige kinderen kregen pas op hun zevende hun eerste cadeautje. Zoals Ellen toen ze zeven werd. Speelgoed? Nooit in handen gehad. Wel mieren en zandkorrels. Van hun eerste levensjaren geen enkele foto. Niets, niets, niets. De oorlog, de kampen. We zijn momenteel alleen nog maar met die kampen bezig als ze uit machteloze frustratie en woede door het bijeengedreven menselijke vee in brand worden gestoken. Moria. Het beeld van Moria. Het zou hartverscheurend op ons moeten inwerken. Zeg nooit dat je honger hebt maar trek. Zo kan ik nog wel even doorgaan over Ellen, ik ben nog maar net begonnen. Volgende week is ze jarig. Lees over toenemende corona depressies onder jongeren, en ik geloof het graag. Ik geloof het maar àl te graag. Als je er maar veel aandacht aan besteedt op alle nieuwszenders, en dat doen we hijgerig en naar harte lust, dan stijgt het aantal gevallen van corona depressies met de duizelingwekkende snelheid van een supersonische raket. Het is heerlijk toeven met toegeven aan een modetrend.

In Nederland hebben we zeventien miljoen experts in van alles en nog wat. En zeker als het om een pandemie gaat. Tegelijkertijd zijn de psychologen, psychiaters en andere therapeuten, bedenk ze maar, niet aan te slepen. Dat zijn er ook zeventien miljoen. Zouden we ons óók bezig kunnen gaan houden met het wérkelijk dramatische leven van honderdduizenden oorlogsslachtoffers in draconisch mensonterende vluchtelingenkampen als bijvoorbeeld Moria op het vergeten Lesbos! De van huis en haard verdreven, verweesde, getraumatiseerde kinderen van wie een handje vol naar Nederland mocht, jawel hoor, hand over het gewetensvolle hart, maar over wier (geringe) aantal ook de christendemocraten van het CDA nog durfden te steggelen. Dit mag ons niet onverschillig laten. Als we eens begonnen met tegen de mondaine rijke westerse jongeren te zeggen dat ook tegenslag en aanpassing bij het leven behoren. Ze zullen in veel gevallen niet weten waar we het over hebben. Aanpassen? Hoezo?

Ik schrijf dit alles en denk in opperste dankbaarheid aan de vrouwen aan wie Ellen in belangrijke mate te danken heeft dat ze over een paar dagen in huiselijke sfeer andermaal haar verjaardag kan vieren. Ik denk aan Diana, Trudy, Elly, Esmé en de als nieuweling aangetreden Jacy-Jacy: ‘unieke mensen’ met een unieke prestatie, zoals directeur-generaal Ronnie van Diemen naar Ellen schreef vanuit het zorgministerie van Hugo de Jonge. Nul procent ziekteverzuim, de dames in 2020. Altijd nog een stapje meer dan waarvoor ze werden gevraagd. Ik denk ook aan de huisarts, de buddy bij de apotheek, de fysiotherapeuten, ik denk aan het volledige dreamteam, een hecht collectief. Dat orkest met de loepzuivere noot hoor ik niet klagen, nooit. Het is de betrokkenheid, de passie, de liefde voor het vak, de identiteit die niet alleen uit de hobby’s maar wel degelijk ook uit het werk wordt gehaald. Het werk als mede bouwsteen voor de eigen identiteit.

Er is meer onder de zon dan vakantie en het stimuleren van de vrije tijds-economie. Als het leven even niet meer leuk is, ja wat dan?! Dan geven we er de brui aan. Er lijkt maar één perspectief voor de ingedeukte jongeren van nu: aanschuiven voor de rest van hun leven bij het mummificerende leger van gemeenteambtenaren en verdere allerhande duffe en op toeslagenaffaires en dergelijke aansturende overheidsinstellingen. Een baan van negen tot vijf met zo min mogelijk verantwoordelijkheid en ruggengraat. Broedplaats voor mentale schade. Belde vrijdagmiddag naar de gemeente Utrecht omdat die een abacadabra brief had gestuurd over de eigen zorgbijdrage. Het bekende bandje van alle medewerkers en andere technocraten in gesprek en een ogenblik geduld alstublieft. Eindelijk een mevrouw die de telefoon opnam en die vertelde dat het gebouw leeg was en dat de ambtenaren na 12.00 uur vrijdagmiddag niet meer te bereiken waren. De ambtenaren van de gemeente Utrecht werkten vrijdagmiddag thuis heel druk – ze had het over ‘snoeihard’ – hun dossiers af. Ik zag het voor me. De gemeente bleef het bandje afspelen met alle medewerkers die in gesprek waren en met even geduld alstublieft. Onze vakantie- en vrije tijds-economie kortom. Aanpassen? Hoezo? Aan wie?

Ik citeer fragmenten uit het NRC-interview van zaterdag 6 maart met Tahmina Mitra Ashraf (30): ‘Mijn vader werkte als apotheker, mijn moeder voor Unicef. We hadden het goed in Mazar-i-Sharif in het noorden van Afghanistan. We hadden een mooi huis, geen gebrek aan geld. Mijn ouders hebben gewacht met vertrekken tot we echt niet meer konden blijven. Het werd te gevaarlijk door de taliban. Ik was zeven in 1998 toen we vluchtten. Ik herinner me alleen nog momenten. Onderweg werd mijn jongste broertje geboren. De reis duurde een aantal maanden. We gingen via Oost-Europa. Steeds weer een andere auto of vrachtwagen. We zijn niet opgepakt, niet verdronken, we hebben wel veel moeten lopen maar niet dagen achtereen. Mijn moeder was net bevallen, die had het zwaar. We kwamen uiteindelijk in Ommen terecht. Mijn ouders hadden nog de droom dat ze hetzelfde konden doen als in Afghanistan. Dat ging niet, de diploma’s van mijn vader werden niet geaccepteerd. Mijn vader legde zich daar gemakkelijker bij neer dan mijn moeder. Hij ging in een restaurant werken. Mijn moeder had in Afghanistan twee hulpen gehad voor de huishouding en de kinderen. Ze had een auto met chauffeur. Nu moest ze alles zelf doen en zat ze met vier kinderen. Aanvankelijk raakte ze in een isolement. Ze richtte zich op ons. Ze legde de lat hoog. Wij moesten allemaal hard werken. We moesten tevreden zijn. We hebben alle vier gestudeerd, ik deed rechten, mijn zusje geneeskunde, mijn broertje ging naar de TU Delft en de jongste deed business. Ik heb twee masters gedaan. Soms was de aandacht van mijn moeder een beetje veel, maar het was ook positief.’ Vandaag de dag is Tachmina Mitra Ashraf directeur van een stichting die opkomt voor de rechten van vrouwen met een vluchtelingen- en/ of migratie-achtergrond. Die stichting is opgezet door haar moeder. 

Ik probeer te begrijpen dat jongeren spontaan in een zware burn-out schieten als ze nu zelfs in maart nog steeds perspectiefloos ronddwalen omdat ze niet zeker weten of er in juni of juli wel op een strand in Spanje gefeest kan worden. Ik scheer ze over één kam, ik realiseer me dat, maar toch, de vooruitzichten op de arbeidsmarkt en de woningmarkt zijn aanmerkelijk wezenlijker problemen dan een avondklok en lockdown. Het is vreselijk dat de jongeren een poosje niet naar school konden voor fysiek onderwijs, terwijl ze tot voor een jaar geleden voor geen enkel college uit hun bed te rammen waren. Ik spreek uit ervaring. Op de academie in Tilburg dacht het management er dienaangaande serieus over na de eerste colleges niet ’s morgens om half tien maar een uur later te laten beginnen. We hadden de verontruste Ad Verbrugge met Beter Onderwijs Nederland. Maar ik besef terdege te generaliseren. Beter geformuleerd: het zijn de verkeerden die de toon zetten en het beeld bepalen. Heeft de journalistiek daarmee te maken? Is het de pers die depressief maakt? De televisie vooral? De vele zwamprogramma’s? De over elkaar heen tuimelende talkshows met hun vaste bataljon aan wijsneuzen? Gelukkig zijn er in Nederland overal deskundigen voor te vinden om ons te vertellen hoeveel psychische schade, mentale vernieling, hoeveel destructie de lockdown met avondklok toebrengt aan vooral de jongeren. Aan wie nu al in praatprogramma’s wordt verteld dat, als zij over twintig jaar in hun werk niet goed functioneren, en dat zit er dik in – dat als ze tegen die tijd niet goed functioneren ze Mark Rutte en Hugo de Jonge daarvan de schuld mogen geven. Omdat die twee in het verleden weigerden naar het danswonder Willem Engel te luisteren en naar het onbegrepen genie Thierry Baudet, een dwaallicht, ondanks de stank om hem heen gastpresentator van een zich serieus nemende talkshow bij de zich al even op goede zeden beroepende NPO. We leven anno 2021. We stappen klaarblijkelijk nog steeds gemakkelijk omwille van de kijkcijfers over Jodenhaat en racisme en homofobie heen. 


Ik probeer me een voorstelling te maken van de peuter Ellen in het jappenkamp van het riool Ambarawa waar geen eten was en waar het ongedierte vrij spel had. Waar ook jonge kinderen, onder de bulten van insecten, de dag begonnen met buigen en nog eens buigen voor de Japanse vlag en keizer. Waar jongeren zagen hoe hun ouders in het openbaar werden afgeranseld voor ook maar het minste vergrijp, en zelfs dát nog niet eens. Waar volwassenen voor straf voor dagen achtereen in een hondenhok in de brandende zon werden gefrommeld en opgesloten. Letterlijk beestachtig. De ooit zo lieflijk idyllische tropen. Het is fout geweest van Rutte en de anderen om bij de lockdown ook de boekhandel een winkelsluiting op te leggen, en niet bijvoorbeeld de slijter. Niet alleen fout maar ook oer stom. De lockdown had kunnen worden aangegrepen om de jongeren op hun zolderkamer tot lezen te dwingen en een groter historisch besef bij te brengen van hoeveel er geleden is door de nu oudste generatie in Nederland. Een generatie die op jonge leeftijd leerde wat het leven betekent in een maatschappij vol discriminatie, racisme, antisemitisme, homohaat, vrouwonvriendelijkheid, trumpisme al bestond dat woord nog niet, rechteloosheid, complottheorieën en normverlies. Een maatschappij van onrecht en angst met brallende woestelingen aan het roer. Was voor de jongeren een leescampagne begonnen. Had de schrijfachterstand van middelbare scholieren aangepakt. Onzichtbare sof Arie Slob waar was je? Had enige creativiteit aan de dag gelegd. Had met de boekhandel en met tot de verbeelding sprekende schrijvers als Adriaan van Dis en Geert Mak voor een tegenwicht gezorgd in de ongewenste opkomst van steeds meer populisten en andere valse profeten. Een campagne met de thuiszittende scholieren om hun spreek-, lees- en schrijfvaardigheid op een beter niveau te brengen. In de buurt van hun Vlaamse leeftijdgenoten net over de grens.

Als Ellen het nog zelf zou kunnen zeggen dan zou ze met afschuw spreken over de toenemende klaagcultuur in ons nog steeds verwende land met de journalistiek als een opvallende katalysator. Leve het zeurverhaal vol misère van de neuzelende zich achtergesteld voelenden! Kom daar eens om bij iemand die het jappenkamp wist te overleven. Met postuum een hulde voor haar moeder Bé. ‘Wist je dat je ratten eet als je radeloos bent van de honger’, citeerde ik in 2010 mijn lief in het boek ‘Mam, kijk naar de sterren’. Elke dag maagkramp. Elke dag diarree. Elke dag de racekak. Uitdroging. Misselijk makende hoofdpijn. Kapotte voet door het verlies van een schoentje, een kostbaarheid in de tropen. En toen de oorlog over was begon er een andere oorlog, de Bersiap. Het boekje ‘Mam, kijk naar de sterren’ was een ode aan de vrouw die mijn leven glans gaf, en dat nog steeds doet, een vrouw die nog élke dag alles, maar dan ook werkelijk alles, voor mij betekent. Volgende week is ze weer jarig. We hadden niet kunnen denken dat ze het zou halen, maar daar lijkt het wel op. Het is een onnavolgbaar proces, het proces van parkinson en Lewy Body. Ik weiger steeds meer over dementie te spreken. Het is een syndroom. Ellen is niet dement. Ze weet wat haar is overkomen. Ze beseft dat het leven haar een streek heeft geleverd. Ons leven, ons een streek. Het leven dat ons een poets heeft gebakken. Dan huilt ze. Dan huilt ze in mijn vertrouwde oksel. Maar net als in haar vroegste jeugd weet ze ook nu van geen opgeven.

De overlevingsdrang. Iemand uit onze directe woonomgeving schamperde tijdens de lockdown eens over de ouderen die in deze corona crisis met al zijn veiligheidsrestricties te dikwijls (naar haar zin) over de oorlog begonnen. Het kwam haar de keel uit, die oorlog. We moesten er eens over ophouden, over die oorlog. Anders dan anders wist ik mijn mond te houden. Soms kun je jezelf overtreffen en jezelf versteld doen staan. Maar ik dacht: pak eens een boek, lees eens ‘De tolk van Java’, of ‘Revolusie’, of ‘De tuinen van Buitenzorg’, of…. Indrukwekkend, en zo op de actualiteit toegesneden, ook de toespraak van Geert Mak pas geleden bij de herdenking in Amsterdam van de Februaristaking. En natuurlijk was er weer zo’n populist die de volgende dag bij Goede Morgen Nederland mocht opmerken – een niet geheel onomstreden oud-wethouder van Den Haag – wat Mak niét had moeten zeggen en wat wél, en het kwam er vooral op neer dat we geen parallellen moesten trekken, vond die omstreden oud-wethouder, tussen toen en nu. Maar gelukkig deed Mak dat wel, hij trok wél parallellen. Ik weet dat het in de geest van mijn lieve Ellen is als ik schrijf over het aanpraten van depressies bij jongeren en over een oorlog in Nederland en in de koloniën die we in deze tijdsspanne juist niét moeten vergeten.

En ook Moria mogen we niet vergeten. Nee zeker niet. De jongeren van nu hoeven geen ratten te eten om hun honger te stillen. Ze hoeven niet tussen het ongedierte te leven. Ze hoeven niet voor een Japanse vlag en keizer te buigen. Ze hoeven hun moeder niet achter spijlen opgesloten in een hondenhok te zien zitten. Ik weet nagenoeg zeker dat de moeder van Ellen meermaals gemarteld is geweest waar Ellen als dreumes bij stond. Ik weet het nagenoeg zeker. Opdat wij nimmer vergeten, zoals met het eenvoudig prachtige monument op het landgoed Bronbeek in Arnhem de miserabele en deerniswekkende Japanse kampen voor vrouwen en meisjes worden herdacht. Er zaten er 100.000 opgesloten. Ja 100.000. Onversaagd en ongebroken, naar de tekst bij het door Frank Nix ontworpen monument met bronzen beeld van een moeder die haar dochtertje beschermt, het nog zo onschuldige kind beschermt tegen alle gevaren, los van alle bombardementen, waaronder het kind werd geboren en haar eerste vijf jaren van haar leven doorbracht.

Ellen is volgende week woensdag jarig. We vieren het samen en samen in stilte. Met een eresaluut, wederom, naar de moeder van Ellen die door haar dochtertje van drie, het cherubijntje, ja van drie jaar nog maar – de moeder die tijdens een lange voetmars door de jungle van bloedheet Java werd aangespoord vooral de moed niet op te geven en naar de sterren te kijken. Een Britse krant maakte er in 1947 melding van met een ooggetuige verslag van een Britse Heilssoldate. Lopen tot je er dood of nagenoeg dood bij neerviel. Ellen op de arm van haar moeder of anders zelf lopen door de bush bush op één schoentje. Niet piepen, placht Ellen nadien te zeggen. Met haar zie ik uit naar een herhaling van het voorjaar en de zomer van 2020, lockdown of niet. De zon en de zonnebril en de zonnebrand. De zon als weldaad.

Ter gelegenheid van de verjaardag van Ellen de persoonlijke uitnodiging aan enkele getrouwen om als gastschrijver iets op papier te zetten wat ik volgende week als bloemlezing aan Ellen wil gaan voorlezen. Ze beseft meer dan we veronderstellen. Het zal haar goed doen die bloemlezing. We lezen te weinig, het wordt ook misschien te weinig gestimuleerd, we weten te weinig van de geschiedenis en deze corona episode kan nog steeds mede worden aangegrepen om de achterstand in kennis van de geschiedenis te gaan inhalen. Ja, ze at als kind van drie ratten in gevangenschap omdat ze rammelde van de honger.

****

Kom in de supermarkt de dochter tegen van een mevrouw die destijds op de kamer naast Ellen in De Ingelanden woonde. ‘Neeeee !!!! Ik geloof je niet. Ik geloof je werkelijk niet. Leeft Ellen nog steeds? Dat is toch werkelijk onvoorstelbaar! Dat ga ik mijn man vertellen. Ellen die nog steeds leeft. Ze is thuis hè, alweer een paar jaar, dat is het verschil met het verpleeghuis hè, dus Ellen leeft nog steeds en ook nog jarig vandaag. Ik weet niet wat ik hoor.’

****

De bijdragen voor de jarige Ellen mogen met recht als een panacee worden gezien. Een wondermiddel in tijden die niet de gemakkelijkste zijn. Na Wil het woord aan Trudy en zo verder:

Mijn bloemenhulde voor Ellen.

Van harte gefeliciteerd met je verjaardag. Speciaal voor jou dit mooie boeket van woorden.

De AKELEI is een prachtige opvallende bloem die exotisch overkomt. Zo zie jij er ook uit met je zoekende mooie ogen en je stralende lach. Elke dag zoekt Johan met de grootste zorg kleding voor je uit.

Net als VIOLEN ben je een kleurrijke en vrolijke verschijning.

De KLAPROOS, ze zien er zo kwetsbaar uit maar ze zijn echte doorzetters……net als jij Ellen. Wat een krachtige, dappere en sterke vrouw ben jij. Bewonderenswaardig.

De ZONNEBLOEM houdt van de zon. Staat symbool voor betrokkenheid, geluk, toewijding, bewondering en een lang leven. Jij Ellen houdt ook van de zon. Je blijft ondanks alles betrokken bij het leven. Soms ver weg, en dan weer heel dichtbij, met een gebaar of met woorden. Iedereen bewondert  jou om wie je bent . Ik in ieder geval zeker! Pluk de dag lieve Ellen. Geniet er samen met Johan van.

Liefdevolle bloemengroet (en -hulde) van Trudy.

****

Leeuwarden, 10 maart 2021

Ik had je weer gevonden, na al die jaren.

Lieve Ellen,

Vandaag , op je 79e verjaardag , schrijf ik je wat herinneringen die ons aan elkaar verbindt. Samen in de vijftiger jaren, op de middelbare Van  Loonschool in Amsterdam,  met allemaal meiden , onder andere Caroline Baan, Marianne Toonen , Ellen Palstra, Ikzelf, en natuurlijk juf Balhuyzen. We hebben er veel plezier gemaakt! Ook was ik, samen met jou , op de Reinier Vinkeleskade in je ouderlijk huis. Samen liepen wij de Trouw Mars, en wachtte bij de finish jouw vader je op, hij was zo trots op je!

Na de middelbare school gingen onze wegen uiteen. Ik heb vaak aan je teruggedacht En ben rond 2012 gaan zoeken of ik je kon vinden op internet. Helaas een dood spoor! Maar in december 2014 heb ik je toch gevonden! Ik heb de stoute schoenen aangedaan en via Kimberly in De Ingelanden gevraagd of je daar verzorgd werd. Kimberly vroeg zich af of  ik van het programma ‘Opsporing’ was, en beloofde mij ons telefoonnummer aan Johan door te geven.

En zo kon het gebeuren dat Johan mij ‘s avonds belde en zei: ‘ik zit op het randje van het bed bij Ellen , zeg maar wat tegen haar want ze luistert mee.’ Ik was sprakeloos! Dit was een prachtig moment voor mij dat ik nooit zal vergeten! Ik had je weer gevonden! En hoe! Het voelde als ongelofelijk.

Meerdere keren hebben John en ik jullie bezocht op verschillende plekken. De laatste jaren aan de Zonzijde in De Meern , waar je al veel jaren, samen met Johan, woont en door hem , samen met Diana cum suis , wordt verzorgd. Allemaal dierbare herinneringen aan jullie gaan door mijn hoofd.

Vandaag vier jij je 79e verjaardag, samen met Johan en Diana (want zij heeft dienst, begreep ik) als lieve en zo toegewijde verzorgende. Geniet van de lente, de zon, jullie mooie tuin en de liefde van Johan.

Via de mail stuur ik je een dikke verjaardagzoen, en een heel hartelijke groet, ook van John,

Wietske, je oude schoolvriendin in Amsterdam 65 jaar geleden.

****

Lieve Ellen,

Je bent jarig! En je zult het weten ook, want Johan wil je weer in het zonnetje zetten. Niet in de felle tropenzon, die ken je goed genoeg. Helaas niet alleen van zijn warme koesterende kant die zoveel tot leven weet te brengen. Je hebt onder die brandende zonnestralen dingen moeten meemaken waarvoor ieder aardig normaal mens een klein kind altijd zou willen behoeden.  Maar de macht van de kwaadwillenden was groter dan die van je moeder die jou natuurlijk wilde beschermen tegen alle ellende van kinderjaren achter de kawat – zó heb ik het van jouw Johan begrepen.

Ellen het is een wonder, een ander zou zeggen een godsgeschenk, dat je het allemaal hebt overleefd zonder anderen daarmee lastig te vallen. Je bent geen zielepoot of borstklopper geworden die voortdurend wil laten zien wat ze allemaal heeft moeten doorstaan!

In tegendeel, de Ellen die ik een beetje heb leren kennen, de vrouw van Johan – Jopie voor jou! – van mijn collega journalistiek uit Tilburg, is een heel aardig mens dat niet op de voorgrond treedt, voorzichtig met anderen omgaat en zeer meelevend is. Volgens mij heb je altijd liever piano gespeeld dan aan de bel getrokken!

Het is en blijft een rotstreek van het lot dat je op een kwade dag ziek bent geworden en dat je nu voor heel veel dingen zo  afhankelijk van anderen bent.  Maar jij zou Ellen niet zijn, als je ook daar niet op zo’n aardige manier aan zou meewerken: zacht en vriendelijk, nooit mopperend, nimmer lastig, laat staan bozig.  En je maakt Johan zo blij wanneer  je zo tevreden en mooi bent of ineens onverwacht met een treffend woord iedereen verrast!

Ellen, ik wens je toe dat je ook zonder veel woorden weet te genieten van Johans liefde en zorg. En van die van Diana en Trudyen de anderen  die van je houden en daarom zo liefdevol voor je kunnen zorgen!

Ik omhels je in gedachten zonder overbodig gepraat, veel liefs uit Amsterdam voor jou en voor je gekke lieve Jopie!

Jeannette en Marc

Lieve  Johan,

Een heel goed idee om Ellen weer door anderen te laten groeten en omarmen. Ik hoop dat zij je weer ineens onverwacht weet te verrassen met een rake liefkozende opmerking! Dat verdien je en dat geeft moed, anders kan ik me het niet voorstellen.

Houd vol jongen, want zwaar blijft het, gegroet en omhelsd,

Jeannette.

****

Wonderbaarlijk hoor.

Lieve dame, van harte gefeliciteerd met je verjaardag. Ik ken jou nu al langer dan vier jaar, sinds 1 november 2016, de dag dat je weer definitief thuis kwam wonen, en elke dag, elke week, elke maand en elk jaar heb ik weer nieuwe mooie herinnering aan je. Ik bewonder jou als persoon, sterk met veel kracht,  een vechter. Soms word je ook emotioneel, dan vraag ik aan jou ‘Ellen ben je mooie madam?’ en dan begin je weer te lachen en zeg je ‘ja’ met een dikke smile en knipperende ogen ….ik vind het geweldig dat ik jou heb leren kennen, tot woensdag! Je blijft wonderbaarlijk hoor.

Liefs Diana.

****

Lieve Johan,

Vanuit het diepe zuiden, vanuit Valkenburg, van harte gefeliciteerd met de verjaardag van jouw Ellen, ik wens jullie een mooie zonnige dag toe met veel geniet momentjes.

Liefs Moni.

****

Nergens in de wereld een verjaardagskalender op de wc, behalve in Nederland, zo leert Daphne Deckers ons in haar nieuwe boek Uitwaaien. Het schijnt een heel leuk boek te zijn waarin Deckers ook de herkomst van woorden opzocht en uit de doeken doet. Zoals yankee. Dat woord stamt uit de tijd dat New York nog van Nederland was. En yankee blijkt de samenvoeging van Jan en Kees.

Lieve Ellen,

Vandaag ben je jarig. Dat wist ik natuurlijk al. Want als vele Nederlanders heb ik een verjaardagskalender hangen op de wc. 79 jaar. ‘Reeds’, zou Sjef van Oekel zeggen. En -net als ik- het sterrenbeeld Vis. Ik behoor, zoals Johan schreef, tot een ‘klein en select’ gezelschap. Trots. ‘Niet zeuren, maar pas je aan’ zou volgens Johan jouw adagium altijd zijn geweest. Volstrekt terecht. Ik vertaal het maar naar ‘niet lullen, maar poetsen’. Vooral, hartelijk gefeliciteerd! Ik hoop dat vandaag ook die heerlijke zon weer schijnt.

Tot die selecte groep zullen zeker jullie dreamteam van mantelzorgers behoren. Diana was, geloof ik, de eerste. Al meteen vanaf het eerste uur. Die ken ik ook het beste. Ook Elly. Bij mij befaamd om haar erwtensoep. En Trudy. Natuurlijk ook Trudy. De dochter van Elly, Esmé, meerdere keren ontmoet. En er is de nieuwste kracht Jacinta uit Nigeria bijgekomen. Johan slaagt er fantastisch in om de juiste verzorgenden te kiezen. Ook zij verdienen mijn felicitatie bij jouw verjaardag.

Ups en downs kent jouw leven. Ik heb het maar even niet over jouw verleden in Nederlands-Indië. Ook niet over politiek. De ‘down’ begon toen je Parkinson kreeg. Wanneer daar Lewy Body bij kwam kan ik me niet herinneren. In welk jaar ik de eer kreeg om de boeken van Johan te redigeren, weet ik ook niet meer. In ieder geval zat je al niet meer in verpleeghuis De Ingelanden. Het eerste boek dat ik redigeerde, heette ‘Raadselziekte’. En dan doelde Johan met name op de component Lewy Body. Had ik nog nooit van gehoord. Dus eerst daarover me ingelezen. Dementie blijkt het officieel te zijn. Naarmate de tijd vorderde ben ik daarover toch anders gaan denken. Want hoe kon jij mij dan herkennen nadat we elkaar zo lange tijd niet hadden gezien? Terwijl jouw ogen glinsterden. En ik je kuste op je voorhoofd. Dus ik hou het maar op ‘raadselziekte’, zonder dementie. Want je eigen lichaam ten diepste begrijpen is geen enkel mens gegeven. Zelfs niet een arts.

Door corona kan ik helaas niet bij je langskomen. Dat had ik graag gedaan. En dan had ik zeker bonbons van chocolaterie Stam hier in Hoofddorp voor je meegenomen. Plus je een dikke zoen hebben gegeven. Lieverd, op naar de tachtig! Oh, mijn adagium is van Joop den Uyl: ‘Als je over de hoofdlijnen wil spreken, moet je de details kennen’. Dat geldt zeker ook voor jouw raadselziekte. De wetenschap zou er veel meer details over moeten zien te achterhalen.

Jan.

****

Lieve Ellen,
Van harte gefeliciteerd met jouw verjaardag. Alweer een jaar voorbij. De tijd gaat snel. Weet niet hoe jij dat nu ervaart. Vliegt een jaar voorbij of ervaar je dat toch anders? Weet wel dat je, samen met Johan, nog geniet van de vele dingen die nog altijd wél kunnen. Samen ontvangen jullie regelmatig vrienden en kennissen. Je ziet er dan altijd tiptop verzorgd uit. Onder het genot van een goed glas wijn volg jij de conversatie. Als elementen daarvan jou aanspreken laat je dat duidelijk merken. Een muziekliefhebster ben je ook nog steeds. Je luistert er dan ook graag naar. En zit het weer mee? Erop uit hoor! Naar het Maximapark (naam park zal royalty fan Johan zeker aanspreken), naar het nieuwe huis van Diana in Nieuwegein kijken of genieten van de zon in jullie eigen mooie tuin. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Er is nog best veel de moeite waard. Niet zeuren maar pas je aan was jouw motto begreep ik van Johan. Nou dat doe je dan nu ook weer en op een formidabele wijze. 
Lieve Ellen, wens jou een fijne verjaardag toe en nog vele jaren.
Dikke kus! 
Charles



Lieve Ellen, van harte gefeliciteerd met je verjaardag. Hoe bijzonder is het om deze mail voor je te (mogen) maken! Bij een felicitatie horen wensen.  Dit zijn onze wensen voor jou: veel mooie momenten, samen met Johan,  in de aankomende lente en zomer. Dat je heerlijk mag genieten van de geuren uit jullie mooie tuin die binnenkort zal ontwaken. Dat je fijn de zonnestralen op je mag voelen en je heerlijk buiten kunt zijn. Dat je samen met Johan nog vele 'Geef ons ook morgen' (naar de titel van één van jullie boeken) mag beleven. 
Johan, natuurlijk ook van ons felicitaties voor jou. 
Liefs, Ad & Cinta.

Lieve  Ellen,

Allereerst hartelijk gefeliciteerd met jouw verjaardag. Ellen, ik ken jou nog niet zo lang, maar in de korte tijd dat ik jou heb leren kennen, vind ik je een indrukwekkende vrouw. Een vrouw met karakter, met een goede wil. Zo positief. Ongeacht de ziekte die je berooft van zoveel probeer je nog steeds te genieten van het leven, ben je een hele sterke vrouw en ontzettend wijs. Ik vind het super fijn en heel belangrijk hoe je reageert als ik bij je ben. Zo positief en af en toe een lach, of woorden zeggen, of ze proberen te zeggen.  Ik zou nog wel duizenden woorden willen schrijven,

Ik wens je een hele fijne verjaardag.

Groetjes Jacinta (Jacy-Jacy).

****

Lieve Ellen,

Van harte gefeliciteerd met je verjaardag! Ik wens je een prachtige dag vol licht en bloemen. Ik wens je lieve omhelzingen en vrolijkheid. Wat fijn en een eer je te kennen en dat alles mee te mogen vieren vandaag. Ook al is het op afstand. Je kracht, zachtheid en doorzettingsvermogen zijn een inspiratie voor me. Je leert me om het bestaan te vieren, om de ander te zien voor wie zij of hij er is, om te kijken naar wat er wél is, in plaats van wat er niet (meer) is. Ik ben blij dat er mensen om je heen zijn die samen met je jouw leven vieren, die je omarmen, ik hoop dat ze je vandaag extra knuffelen.

Heel veel liefs,

Annelies.

****

Ook reacties van Taco, Albert, Leroy, Max, Elly, Nelly, Hans vanuit Bali, buurman Niels en zijn ouders in het Groningse Musselkanaal in wier familiehuis met park eromheen Ellen haar verjaardag mocht komen vieren maar dat was te zwaar. Ellen werd verwend en zeker niet vergeten.

Van heel vroeger, onze honkbaltijd, melden ze zich om Ellen te knuffelen

Hans en Bernard, ouwe getrouwen,

Van de dansleraar Willem Engel begreep ik dat de uitspraak van het Hof over de avondklok het einde betekende van de rechtsorde in Nederland. Dat idee had ik ook al, precies een week eerder toen die malle voorzieningenrechter uit Den Haag ons land in één klap in een nog verdere chaos dompelde. Ik hoorde dat ze die voorzieningenrechter in een bootje hebben gezet en de Noordzee hebben opgestuurd, ze noemen het vervroegd pensioen en op naar meer vrije tijd. Benieuwd waar die voorzieningenrechter mettertijd aanspoelt. Ik vind dit alles het leukst voor Ferd Grapperhaus. Las over die man een kostelijk verhaal in de NRC van dit weekend. Zat met de krant in het zonnetje voor de deur van mijn gemoedelijke en gastvrije familiehotelletje in Zuid-Limburg. Tijdens het weekberaad van het kabinet maakt Rutte na zijn uitgebreide inleiding altijd een rondje langs de bewindspersonen. Hij begint vooraan links van hem en daar heeft Sander Dekker zijn vaste stoel. Waarom? Omdat Sander Dekker heel braaf de woorden van zijn premier en partijgenoot na echoot. Eenmaal bij de langdradige Hugo de Jonge blijkt dat bij de meeste bewindslieden hun blaas opspeelt of ze gaan ineens hun mails zitten checken. Daarna zou Ferd Grapperhaus met zijn reactie op Rutte en zijn verdere departementale bijzonderheden moeten komen, maar Grapperhaus heeft meer dan drie jaar nauwelijks iets kunnen zeggen. Hij kon niet bij de tafel en zijn microfoon. Zijn buik zat hem in de weg. Het stond er echt, in de krant. Sinds kort heeft Grapperhaus voor het kabinetsberaad een langere microfoon. Kijk, dat soort verhalen is smullen. Maar even nog terug naar het verschijnsel Willem Engel. Ons met pannendeksels lawaai makend paradepaardje in behoud van de democratie en democratische omgangsvormen en de democratische spelregels, laten we die laatste niet vergeten, vindt ook dat het Hof met de avondklok de mensenrechten in Nederland heeft vertrapt. Ik dacht eerder aan de grassprieten van het Vondelpark. Ik heb Amnesty nog niet gehoord. Waar ik het met Willem Engel wel over eens ben dat is dat wij van onze overheid en zijn instanties dingen normaal zijn gaan vinden die helemaal niet normaal zijn als je er goed over nadenkt. De gemeente Utrecht bijvoorbeeld verschaft me herhaaldelijk munitie. Wij zijn er voor de ambtenaren in plaats van andersom. Ambtenaren van wie een aantal sterk de indruk wekt achter zijn bureau te zitten mummificeren. Er lijkt geen donder betrokkenheid bij hun werk. Weerzinwekkende cultuur. Vanaf vrijdag 12.00 uur niet meer bereikbaar. Blijf maar lekker op Bali Hans! Je zit er beter dan hier. Hier adviseer ik Hugo de Jonge na de verkiezingen overschrijving aan te vragen van die christendemocratische huichelende griezels Wopke Hoekstra en Mona Keijzer naar de toch wel iets minder stinkende beerput VVD. De Jonge moet blijven in Rutte IV. Grapperhaus ook. Dat kan in zijn geval misschien via D66. En Chris van Dam van het personele riool CDA naar de PvdA. Om van daaruit straks minister van sociale zaken te worden. Rutte maakt tijdens het wekelijks kabinetsberaad steevast het rondje over links. Straks hopelijk ook in politiek inhoudelijke zin. Zonder Sander Dekker natuurlijk. Ik heb al gestemd. De envelop is dicht. Nu nog op de post. Gestemd op een vrouw met migratieachtergrond. Haar achternaam begint met een A. In haar partij werd de partijleider laatst vervangen. Ook zijn achternaam begint met een A. Ik ga voor de herkansing.

Van jou Hans, en ook van jou Bernard, heb ik aan mijn allerliefste Ellen de hartelijke honkbalgroeten overgebracht en ben daarbij niet vergeten haar namens jullie een knuffel te geven, zoals jullie mij verzochten. Ongelofelijk leuk, en al evenzo gewaardeerd, jullie bericht aan haar en aan mij. Voor alle duidelijkheid Bernard: Ellen heeft geen Alzheimer, maar het is anders, het is een zeer bijzondere en gecompliceerde vorm van dementie die uit parkinson is voortgekomen en die bijna een derde van de parkinsonpatiënten treft. Ellen kan nog verrassend goed uit de hoek komen, ze zit in wezen opgesloten in haar onwillige lichaam. Het zijn de spieren, het is de vermoeidheid. En ja jongen, ik heb alleen maar een simpele telefoon waarop ik kan bellen en gebeld kan worden. Meer niet. Heerlijk rustig. Niet de godganse dag getuur op een schermpje. Die telefoon wordt met kolen gestookt. Voor mij nog geen mijnsluiting van de Emma in Brunssum en in Heerlen en Kerkrade. Ik zat eens tijdens mantelzorgverlof in de kantine van een sauna in Limburg toen mijn telefoon ging. Ik diepte het ding op uit de zak van mijn badjas. Aan mijn tafeltje een professor van de universiteit van Keulen, net als ik aan een broodje gezond. Tegenover die Duitser excuseerde ik me dat ik met mijn telefoon niet met de tijd was meegegaan. De hoogleraar stak zijn hand in de zak van zijn badjas en haalde precies zo’n Middeleeuwse Nokio tevoorschijn. Ik bevond me in goed gezelschap.

Het ziektebeeld is bij Ellen heel wisselend. Momenteel gaat het wel weer wat beter na een paar dagen van zorg die mij opnieuw noopte met een kuur te beginnen. De bronchiën speelden weer eens op. Heeft onder meer met de slikproblemen te maken; en die weer met de door parkinson aangetaste spieren. De liefde overwint alles, zeggen ze wel eens. In elk geval is de liefde tussen Ellen en mij zo sterk dat we alweer elf jaar geleden samen de bokshandschoen oppakten in de strijd tegen de parkinson en dat we, door onze liefde, het gevecht weten vol te houden samen. Ze is zo dapper, mijn meisje, zóveel overlevingsdrang. Het is hier vooral ook een kwestie van zeer gedisciplineerd leven. Een vast ritme. En geduld, waarop je vroeger als journalist werd afgetest. Bernie Beckman, schreef jij Bernard – of ik hem kende. Ik herinner me een Bernie Beckman: een Canadees, een lefty, een pitcher, hij speelde voor Giants Diemen. Klopt dat een beetje?

De herinneringen aan het jeugdteam van HMS behoren met al zijn anekdotes tot de mooiste van de vele wapenfeiten uit de jaren dat het honkbal mijn leven voor een niet gering deel beheerste. Ik was sportverslaggever, schnabbelde links en rechts voor bladen, was mantelzorger van mijn manisch-depressieve moeder, studeerde aan de sociale academie in Driebergen, was manager van het eerste team van HMS en deed de jeugd er aanvankelijk nog even gemakshalve bij. Dat laatste omdat ik beloofd had voor de 11- en 12-jarigen een coach te vinden, maar toen ik daar bij herhaling aan werd herinnerd moest ik toegeven dat ik nog geen enkele keer op zoektocht was geweest. Voor mijn goeie fatsoen toen zelf wel als coach van de junioortjes aan de bak. De eerste wedstrijd uit tegen mijn oude club UVV verloren we met 26-2. Ik kwam die ochtend net uit de kroeg. Maar de vriendelijke en bedeesde junioren hadden mijn hart gestolen. Ze bleven enthousiast, ook toen het van 14-2 ineens 18-2 werd en daarna 22-2 en zo verder. Als het Lam Gods en de Slachtbank. Ik had niet eens mijn honkbalkleren bij me. Ik coachte in mijn regenjas en op cowboylaarzen. Maar kon niet vermoeden dat Ellen daar drie jaar later verliefd op zou gaan worden. Het zou me niets verbazen als ik toen onder de wedstrijd ook een sigaartje heb opgestoken. Ik was manager van het eerste en deed de junioren erbij, maar gaandeweg werd het andersom. Weet ook nog dat ik alle junioortjes aan het eind van die afslachting bij UVV hun petje liet afdoen. We stonden in een kring. Iedereen een andere pet. Alle kleuren van de regenboog. En was het nog maar een honkbalpet. Het waren mutsjes, theemutsjes. Daar liep je mee voor lul. De week erna hadden jullie allemaal, Bernard, een echte en op elkaar afgestemde honkbalpet van jullie ouders mogen kopen. Het was zó dankbaar werken met de jeugd. Het gaf zóveel energie. Een jaar later waren we de best geklede honkbalformatie van Midden-Nederland. We trainden met de junioren 2 x per week en in de vakanties 3 x. Tot wel half elf in de avond. Zomertijd. Ouders langs de lijn. Koelboxen mee. De familie Boose was van de hapjes en de drankjes. En met het volle niet te verwaarlozen gewicht van 100 + door een klapstoeltje zakken. Leve de koelbox. De familie Patist ook zo ongeveer. Jij Bernard gaf ondertussen in de kleedkamer seksuele voorlichting aan je ploeggenoten van 13 en 14 want jij was de eerste met verkering. Zat en stond de gehele parochie om je heen te luisteren. Dat ik ook in die kleedkamer rondscharrelde maakte niets uit, maar jouw wijze lessen aan je ploeggenootjes over seks stopten meteen zodra de voorzitter, jonger dan ik, even de kleedkamer binnenstapte. Een buitenstaander die voorzitter, en dat was ook de sfeer in ons team. Je hoorde erbij of je hoorde er niet bij. Jullie weten dat allebei. Ook jij Hans, mee naar Parma als extra trainer en Ellen als chef d’équipe, geen enkel team in Europa had zo’n mooie chef d’équipe als wij.

Na afloop van de training ’s zomers zat ik vaak nog tot ver na middernacht op het terras van die ijssalon Roma aan de Norbruislaan op Zuilen. Daarna naar huis in IJsselstein en later Amstelveen om voor de krant een interview of iets dergelijks uit te werken. Schrijfmachine nog. Glas whisky ernaast. En vijf of zes Wilde Havana’s wegroken. Dat ik inmiddels de 70 heb gehaald, mag eigenlijk onvoorstelbaar heten, een wonder. En geen enkel medicijn voor wat dan ook. Afkloppen. Wat een tijden waren dat. En Ellen begon er ook steeds meer bij te horen. Zoals ook Joke van onze halve Antilliaan Alvin Williams en andere moeders. Theo Deuning moest voor straf van het honkballen af. Slecht rapport. Boze ouders. Ik smeekte die strenge ouders om Theo, in mijn ogen degene die werkelijk alles had voor een goede honkballer, zijn sport niet af te nemen. Het aanbod dat ik die gozer bijles zou gaan geven. Daar stemde zijn vader na veel vijven en zessen mee in. Gelukkig had ik nog niet zoveel hooi op mijn vork. Sliep vaak bij op een parkeerplaats in mijn tweedehands auto waarvan ik het oliepeil nog wel eens vergat. Allemaal dingen waar Ellen later een stokje voor stak. Bijles geven dus. Theo had daarna een even beroerd eindrapport als toen ik met bijles begon. Maar hij hoefde niet van honkbal af. Zijn ouders vonden mij daarvoor een te leuke kerel! Ook die ouders waren tot het honkbalgeloof bekeerd. En wat kon die Indische moeder van Theo lekker koken zeg! Ik stop. Volgende keer weer verder. Ga nu Ellen nogmaals van jullie een knuffel brengen. Ze komt net met verzorgende Trudy onder de douche vandaan.

Ontzettend leuk dat je ben gaan scheidsrechteren Bernard. Die foto’s, had nooit kunnen vermoeden dat je ooit nog umpire zou worden. En wat heb jij ongelofelijk veel werk gemaakt van je mail over vooral ook Jakarta, Hans. Ik wist soms niet wat ik las. Beste groet en ik kom nog eens in een blog op die jaren bij HMS verder terug, want er borrelt zóveel op,

Johan.

****

Hallo Johan en Ellen, met meteen een knuffel voor Ellen!

Eindelijk heb ik jullie te pakken. Dankzij een toevallig contact met Hans Walraven, en ook weer via Etienne Rijnbergen. Heb jullie gezocht op FB en social media maar niet kunnen vinden. Zo zie je maar weer: vanuit een onverwachte hoek. Ik heb gehoord van Ellen, heel triest en het doet mij weer terugdenken aan mijn pappie, zestien jaar dementie, in 1992 overleden, alweer zo lang geleden, maar toch. Ik heb jullie website bekeken, en door Hans werd ik gewezen op een mooi stukje waar jij over mij schrijft Johan. Het maakte me trots, alle herinneringen aan onze jeugdploeg van HMS onder jouw leiding Johan en met Ellen als teamleider, al die herinneringen borrelen weer op. Ik ga nu mijn achtste seizoen in als umpire voor de KNBSB, vorig seizoen mijn debuut in de hoofdklasse. Het volgende doel is international te worden. Nooit gedacht dat ik dit zou doen, maar na drie zware jaren is het de beste plek op het veld, als je niet meer kan spelen, het is een mooie aanvulling. Ik heb nog in diverse technische commissies gezeten, Alphians en Hoofddorp Pioniers, en later ben ik nog assistent-trainer geweest bij Rabbits Academy, samen met Bernie Beckman, wellicht dat je hem kent. Mijn zoon heeft tien jaar op jeugd-topsport gezeten en….als pitcher, net als ik bij jou Johan. Nu heeft hij zijn weg gevonden als personal trainer kracht & conditie in onze plaatselijke sportschool. Mogelijk dat hij nog wel eens een honkbalteam onder zijn hoede gaat nemen. Danu is ook een stille jongen, nog geslotener dan ik was, maar de kenner weet hem te raken. En dit Johan, dit herken ik o zo in jouw schrijven, en vroeger in jouw coachen, het iemand ráken.  Ik kan uren door schrijven nu ik jullie gevonden heb, maar ik hoop je (jullie) liever onder een genot van een bakkie Kopi Tubruk terug te zien en bij te kletsen. Wil je me beloven dat je Ellen een hele dikke knuffel van mij zult geven, want ik ga je bekennen: Ellen is mij altijd bijgebleven: hartelijk, spontaan , zó mooi, energiek. Net als toentertijd de moeder van Giovanni uit ons team, Joke. Ter afsluiting, #12 draag ik nog steeds, nog steeds hetzelfde rugnummer dat jij me bijna veertig jaar geleden gaf, nu ook op mijn scheidsrechter-mouw. 

Hopelijk tot snel. Groeten van Bernard Flohr.

Naschrift:

Erg leuk om weer contact te hebben. Ik heb het blog over ons honkbalteam, over mij en over mijn vader mijn jongste laten lezen, Carlijn, en ze vindt het ook zo mooi, in die paar regels voelde ze direct hoe haar opa pappie Flohr moest zijn geweest. Ze herkende ook mij – mijn karakter, weinig veranderd. Veel dank en laat ons afspreken.

****

Hallo Johan,

vanuit Bali, met allereerst een dikke zoen voor Ellen!

Hier een bericht van mij als reactie op je blog  ‘In zes minuten een wereldster voor hoop en energie’. Ik voel me vereerd dat je dit blog aan mij richt. Je stelt daarin heel wat onderwerpen aan de kaak. Als een rode draad de avondklokrellen van ‘onze jeugd’ die de toekomst heeft of beter: zou moeten hebben. Maar dat betwijfel ik ten zeerste met zulke doldrieste gasten. Een verschrikkelijke periode was dat, ook om daar vanaf Bali mee geconfronteerd te worden. Het greep mij heel erg aan. Ook ik schaamde mij als Nederlander. Door het tijdverschil van + 7 uur in de winter bereikt het meeste nieuws mij pas de volgende dag. Nederland glijdt steeds meer af. Verschrikkelijk om die plunderingen te zien en alle andere hoogst verwerpelijke acties. Ik wilde schrijven ‘baldadigheden’ maar met dat begrip sla je de plank volledig mis. Je schrijft ergens dat het inzetten van het leger niet de juiste actie zou zijn maar ik dacht er op een gegeven moment ook aan, mede omdat dat ook in de media werd geopperd. De ME had immers zijn handen meer dan vol en wist zich geen raad met de in aantal overheersende ‘criminelen’, die op bepaalde momenten alle kanten uiteenstoven en een spoor van vernieling aanrichtten.

Jij zei je af te vragen of dergelijke praktijken zouden passen in het vreedzame Hindoeïsme en Boeddhisme van Bali? Het antwoord is nee Johan, dat kan ik me niet voorstellen. Daar zijn de Balinezen te vredelievend en respectvol voor. En ze hebben momenteel wel iets anders aan hun hoofd. Reeds 1 jaar is de grens door de Covid-19 epidemie gesloten en komen er slechts mondjesmaat alleen Domestic toeristen naar het eiland. Daardoor worden de Balinezen, die voor het grootste deel afhankelijk zijn van het toerisme, economisch zwaar getroffen. Klanten bieden zich niet of nauwelijks meer aan bij restaurants, kleding- en souvenirshops. Taxi’s rijden niet of nauwelijks meer rond en de door 1 persoon vooruit geduwde voedselkarretjes verdwijnen ook uit het straatbeeld. De stranden blijven nagenoeg leeg zodat de strandkledingverkopers, massagedames en fruitverkopers ook werkloos toekijken. Veel bedrijfjes en hotels moesten voorgoed hun deuren sluiten. Het is armoe troef. Het is één en al ellende. Wij gaan nog wel eens ergens lunchen maar dan zijn er maar een paar bezoekers.

En momenteel is de actualiteit dat Indonesië wordt getroffen door hevige regenval, waardoor op diverse eilanden de bewoners opnieuw te kampen hebben met heftige overstromingen en aardverschuivingen. Ook Jakarta staat voor een aanzienlijk gedeelte onder water door de dagenlange regenval. Meer dan tweehonderd wijken zijn erdoor getroffen. En ook voor vandaag en morgen zijn de weersvoorspellingen voornamelijk hevige regenval. Naast de huidige regenval wordt er ook nog eens reeds jarenlang grondwater voor drinkwater onder Jakarta onttrokken waardoor de stad wegzakt. Op sommige plekken 10 tot 25 cm per jaar. Dus het is eigenlijk vechten tegen de bierkaai. Nederlanders hebben een deltaplan bedacht en de kosten daarvan zijn 50 miljard euro. Jakarta is er nog niet mee begonnen, wellicht door het prijskaartje dat eraan hangt, maar de tijd dringt.

Dagelijks worden we via de TV geconfronteerd met heftige beelden. Ongelooflijk eigenlijk. Vooral omdat slechts 10% van de aanwezige pompen in Jakarta functioneert door achterstallig onderhoud. Er zijn hier in dit tropische land zoals je weet twee seizoenen, een natte en droge. Het natte seizoen begint in september/oktober en eindigt in februari/maart. Dus zorg dan dat voorafgaand aan het regenseizoen alles in het werk is gesteld om de pompen te laten functioneren zodat ze kunnen doen waarvoor ze er zijn geplaatst, en stop met het onttrekken van het grondwater onder Jakarta, zou ik zeggen. Maar om de een of andere reden gebeurt dat dan niet met alle gevolgen van dien. Het zijn natuurlijk de lager gelegen gebieden waar voornamelijk de minderbedeelden wonen, die dan met de wateroverlast te maken hebben, want de welgestelden kunnen het zich permitteren om in de hoger gelegen gebieden een huis te kopen of te huren. De overstromingen hebben inmiddels aan meer dan 70 mensen het leven gekost. Door langdurige dagenlange regenval treden de rivieren buiten hun oevers en kunnen her en der de dijken de waterdruk niet aan. Het overtollige water steeg op sommige plaatsen tot meer dan 3 meter. Niet alleen Java maar ook bijvoorbeeld Zuid Kalimantan is zwaar getroffen. Mede door de intensieve houtkap van de afgelopen decennia is de impact van de overstromingen enorm. Door een overstroming in het Javaanse dorp Jenggot bij een batikfabriek werd het water rood doordat er verf van de fabriek in terecht kwam. In januari kleurde het water in een dorp ten zuiden van Jenggot groen.

Omdat in Jakarta en onmiddellijke omgeving 30 miljoen mensen wonen en de stad eigenlijk niet meer te redden is (vandaar wellicht de weigering om 50 miljard te investeren in een zinkende stad) wil Joko Widodo op Kalimantan (Indonesisch Borneo) een nieuwe hoofdstad realiseren. Maar dat stuit weer op protesten van een milieuorganisatie en van de bevolking waar de nieuwe hoofdstad wordt gerealiseerd. Dat zijn merendeels boeren, die leven van de opbrengst van mijnbouw (steenkool) en van rubber en palmolie en wonen in prachtige bossen rondom prachtige dorpen. Maar die dorpen moeten plaatsmaken voor een stad met minstens 1 miljoen inwoners. Aanvang van de bouw van deze stad is 2022 en in 2024 moeten de eerste nieuwe bewoners verhuizen. Doordat de huidige bewoners geen eigendomsrechten hebben van hun huizen en grond die ze bewerken hebben ze geen poot om op te staan. Voor hen en hun kinderen en kleinkinderen ligt er een uiterst onzekere toekomst in het verschiet. Onlangs heeft Nieuwsuur hier ook nog een reportage over gemaakt. Zo wordt het uit ca 17.000 eilanden bestaand land jaarlijks geteisterd door de ene na de andere natuurramp. Is het geen vulkaanuitbarsting, aardbeving of aardverschuiving dan wel weer een overstroming.

Ja Johan, wij bidden dagelijks om ontzien te worden van welke ramp dan ook, en tot nog toe is dat gelukt op 2 lichte bevingen na, die gelukkig geen gevolgen voor ons hadden omdat ze in de zee ten zuiden van Bali plaatsvonden. Hopelijk worden onze gebeden blijvend verhoord. We wonen op ca 500 meter van het strand op Noord Bali dus een tsunami, waardoor wij dan ook getroffen worden, is niet ondenkbeeldig. Deze risico’s zijn we ons bewust en we proberen zoveel mogelijk die angsten los te laten en te genieten van de prachtige flora en fauna van het eiland. Het is en blijft alleen jammer, nee, schandelijk, dat de bevolking zo slecht omgaat met de natuur. Allerlei troep, voornamelijk plastic, beland in de natuur en/of komt door het stromend water uit de bergen uiteindelijk in zee.

Vond deze blog geweldig om te lezen. Leerzaam ook en interessant. Gelachen om de passage over pa Flohr. Ik heb Bernard de groeten namens jou gedaan en je krijgt de hartelijke groeten retour en ik moest je veel sterkte toewensen. Hij vond de situatie waarin jullie verkeren triest. Ik heb hem een beetje over jullie geïnformeerd en hij kende Ellen nog als een energieke en moderne vrouw. Hij kwam vaak bij haar over de vloer in het huis in Overvecht. Hij vertelde ook dat zijn vader 15 jaar ziek was geweest en dementerend. Ik heb hem jouw site link gegeven en hij zou deze gaan bekijken. Ik heb hem geschreven dat jij het leuk vond te weten dat hij arbiter is geworden en dat je daar meer over zou willen weten. Wellicht informeert hij jou daarover.

Johan, ik laat het even hierbij. Wellicht dat ik later nog even terugkom op je prachtige blogs. En ik zal ook de blogs gaan lezen die je mij hebt aangeraden. Geef onze lieve Ellen weer 3 kusjes van mij en breng haar mijn groet over.

Hans Walraven.