Weer loopt vernieuwen om het vernieuwen op een dramatisch fiasco uit

Behoort het zorgkantoor van de zorgverzekeraar dat de sociale verzekeringsbank SVB aanstuurt, en daarvan weer de afdeling PGB, en ook het centraal administratiekantoor CAK aanstuurt, en bovendien ook nog eens het centrum indicatie zorg CIZ, zo heb ik het tenminste altijd begrepen, behoort het alles en iedereen aansturende zorgkantoor tot de boven ons gestelden? Niet zo maar een vraag. Ik denk het, ik vermoed het, ik weet het eigenlijk wel zeker: het zorgkantoor behoort tot de boven ons gestelden. Dat zorgkantoor weet wat goed is voor chronisch zieken en hun mantelzorgers, en aan wat goed voor ons is, daaraan hebben we maar gewoonweg te gehoorzamen. Meestal gaat het prima met het zorgkantoor in Zwolle, maar niet altijd. Dat leidt dan tot schermutselingen. Zoals toen er wat formulieren moesten worden ingevuld voor het één of ander en ik niet alleen voor mezelf als mantelzorger en echtgenoot tekende maar ook in een ander vakje voor Ellen. Dat mocht niet, en dat  kon niet, en het zorgkantoor stuurde de formulieren onverbiddelijk terug. Streng doch rechtvaardig noemen ze dat. Gods doorgrondelijke wegen. Als een kleine jongen betrapt op een ongehoorzaamheid. Ongehoorzaam aan de overheid nota bene. Meestal ontvang je zulke berispende post op zaterdag, dat is echt ongelogen, meestal op zaterdag, dat geldt ook voor de andere zorginstanties, en het doet vermoeden dat ze op het weekend gokken om de verontwaardigde belanghebbende eerstens stoom te laten afblazen in eigen kring. Scheelt in toonhoogte bij een reactie van de klant.

Op maandag gebeld. Daar moet je een vrije dag voor opnemen, dat weet je van te voren, want bij het zorgkantoor zijn alle medewerkers dag en nacht in gesprek en doen ze hun behoefte op een klein emmertje onder hun bureau. Ze werken zich het snot voor de ogen. Eindelijk iemand te pakken. Kon mijn vrouw door de parkinson geen pen meer vasthouden en dus zelf nog onmogelijk een handtekening zetten? Dat had ik op het formulier inderdaad aangegeven, ze hadden het gelezen, maar dat kon zó maar niet. Op het formulier werd om de handtekening van de zieke persoon gevraagd en dus moest die handtekening er komen ook. Maar ik fraudeerde toch niet? Ik liep de kluit toch niet te belazeren? Waarom zou ik voor mijn vrouw tekenen als ze het zelf nog wél kon? Waarom die achterdocht? Onder het nieuws van de kindertoeslagenaffaire nog wel eens teruggedacht aan het zorgkantoor en die verdomde handtekening. Als dat niet meer lukte dan moest ik mijn vrouw ontoerekeningsvatbaar laten verklaren en door de rechtbank onder curatele laten stellen. Zo waren de regels in een beschaafd land als Nederland. Wat een geluk had de ambtenares dat ze zich helemaal over de IJssel in Zwolle bevond. En als haar man nu eens blind was en het hokje voor een handtekening niet kon vinden, blind en bij zijn volle verstand, dan ook ontoerekeningsvatbaar laten verklaren door een rechter? Dat het met die vaccinaties en coronatests en die zorgbonussen en nog veel meer allemaal ellendig langzaam gaat in Nederland mag niet verwonderlijk zijn.

De mevrouw van het zorgkantoor schoof vanuit de verdediging voorzichtig op naar het middenveld en zag wel in dat er vanuit de rechten van de mens, zeg maar de fatsoenhumaniteit, zelfs in de Nederlandse bureaucratie grenzen zijn aan ontoerekeningsvatbaar verklaren en onder curatele stelling. Ze wilde even naar haar chef lopen. Ondertussen een muziekje door de telefoon. Waar Bach en Beethoven tegenwoordig al niet goed voor zijn. De zorgkantoormevrouw was opmerkelijk snel terug. Wie parkinson had, en dat al tien jaar, kon geen pen meer vasthouden, en dus zelf niet tekenen, en dus mocht de mantelzorger dat doen, van wie alle antecedenten op het zorgkantoor ruimschoots voorradig en genoegzaam bekend waren. Ook een blinde is voor de Nederlandse zorginstanties niet automatisch ontoerekeningsvatbaar, vond ook de chef van het zorgkantoor.

De schrik sloeg ons om het hart toen als een Sinterklaasverrassing eind november/ begin december van het afgelopen jaar er weer eens post uit Zwolle door de brievenbus kwam. Het zorgkantoor liet weten dat per 1 januari alles anders werd met de verstrekking van de medische hulpmiddelen. En het zorgkantoor maakte dit royale gebaar (vonden ze zelf) in het belang van de zieke medemens en de mantelzorger (vonden ze zelf). Alles werd nog beter dan het al was (vonden ze zelf). Het zorgkantoor kon zich voorstellen dat de mantelzorger nauwelijks kon wachten. En ja, kom daar maar eens om in een ander land! Niet langer de medische hulpmiddelen op de dag van aanvraag via de apotheek in huis maar in het vervolg op de dag van aanvraag via een bij het zorgkantoor aangesloten, en door het zorgkantoor aangewezen, en door het zorgkantoor van de zorgverzekeraar nauwlettend in de gaten gehouden, gemakkelijk bereikbare zorgmachinerie met bevlogen verpleegkundigen die natuurlijk volstrekt onafhankelijk van de zorgverzekeraar hun stinkende best deden. Een verpleegkundige zou ook een intakegesprek komen voeren om na te gaan of we door moesten gaan met de huidige kwaliteit medische hulpmiddelen, of niet. Maar waren wij niet zeer tevreden?! We hadden het beste van het beste. Hadden ze bij TENA ook niet zulke onafhankelijke verpleegkundigen rondlopen? In de brief uit Zwolle vlogen de voordelen van die zegenrijke vernieuwing de zieke en haar mantelzorger in foldertaal om de rode oren. Moest je toch eens lezen! Moest je toch eens horen Ellen! En dat op een regenachtige zaterdagmiddag in aanloop naar de feestdagen. Wat een verwennerij! De zorgwinkel zou volgens de brief even snel werken als de Overtoom, en daar kon geen apotheek tegenop. Nog een trap na ook de apotheek. Bellen voor medische hulpmiddelen en dezelfde dag nog met een grote container in huis. Maar was dat met onze verschrikkelijk goeie apotheek in Vleuten ook al niet het geval? Die verzaakte nooit. Die blonk uit in accuratesse en in klantvriendelijkheid. Altijd een praatje. Apotheek met een uitmuntende reputatie. Die apotheek behoorde al jaren tot de sterrenformatie van Ellen. Wat er in de brief van het zorgkantoor nog aan ontbrak was het advies thuis een camera te installeren zodat de zorgverzekeraar vanuit eigen kantoor zelf onze voorraad medische hulpmiddelen kon bijhouden. Dan zouden we helemaal niets meer hoeven doen.

We lieten het even bezinken.

Een mail naar het zorgkantoor dat we liever bij de vertrouwde apotheek en de speciale buddy van Ellen bleven. Geen reactie uit Zwolle. Daaroverheen een mail naar Zwolle om ons voor die zorgwinkel twee maanden uitstel te gunnen. Geen antwoord uit Zwolle. Een verzoek om meer uitleg en duidelijkheid. Geen sjoege. Daar moeten ze ons ondankbaar hebben gevonden, dat kan gewoon niet anders. De gedachten hier aan onderwijsvernieuwingen waarbij alles in de soep liep. Onderwijsvernieuwingen en die weer terugdraaien voor andere onderwijsvernieuwingen, en daarop weer volgende onderwijsvernieuwingen die de jongeren tot ongeletterden maakten. Proef op de som in de eerste week van januari. Een bericht naar de zorgwinkel voor een bestelling van medische hulpmiddelen, speciale Nutri-drank en -crème in verband met slikproblemen, voor een vrouw die de tien jaar de ziekte van Parkinson al ruimschoots voorbij was. Geen reactie. Nog eens proberen. Weer geen reactie van die door het zorgkantoor van de zorgverzekeraar zo bewierookte zorgwinkel. De STER-reclames waren er niks bij. Het neoliberalisme en de markt voor al onze zaligheden.

Een telefoontje naar de zorgwinkel. Alle medewerkers in gesprek en of de beller een ogenblik geduld kon opbrengen. Dat geduld werd zwaar op de proef gesteld, want het duurde zowat een uur. Via de apotheek zou alles al hoog en breed geregeld zijn geweest. Maar ja, waarom zou je iets dat goed loopt niet de nek omdraaien! Dingen die goed marcheren maken nerveus aan het ambtelijk bureau. Veranderen om het veranderen, daar zijn we in het door een permanente onrust voortgedreven Nederland verduveld goed in. Tien jaar Rutte-kabinetten: hoe onpersoonlijker de omgang met de instanties hoe beter, we praten bezorgd over eenzaamheid en moedigen die eenzaamheid tegelijkertijd beleidsmatig steeds verder aan, we kunnen nog alleen communiceren in computertaal en met appjes. Voor ouderen het zoveelste loket op afstand als dwangbuis naar een met een valse liturgie aangeprezen Hof van Eden: het niet of nauwelijks bereikbare zorgwinkelconglomeraat als bedacht aan tekentafels van zorgverzekeraars die de normale communicatie nog verder uit onze samenleving willen bannen.

Eindelijk iemand van het zorgwinkelconglomeraat aan de telefoon. Het was erg druk. De zorgwinkel had er ineens heel veel klanten bij gekregen en het liep ze over de schoenen. Ook nog eens net de feestdagen achter de rug, lastig opstarten weer, en die corona en die wat allemaal nog meer…. Aanloopproblemen. Daar moesten zieke mensen toch begrip voor kunnen opbrengen. Nee? Toch niet? Waar de zorgwinkel gevestigd was? Op een industrieterrein in Sittard-Geleen. Oh daar? Aanloopproblemen. Maar alsof de zieken en mantelzorgers om deze verandering naar verdere maatschappelijke onpersoonlijkheid met de afstandsbediener hadden gevraagd, niet dus. Of de mantelzorger er desondanks begrip voor wilde opbrengen. Welnee! Die mantelzorger sprak overigens met de verkeerde afdeling, foutje in Sittard-Geleen, maar hij zou worden doorverbonden. En weer geselden Bach en Beethoven zijn gehoor. Nu voor een halfuur. Het zou de Nederlandse zorginstanties eigenlijk verboden moeten worden klassieke muziek te misbruiken voor het opvullen van wachttijden aan de telefoon. Zo ga je niet met ’s werelds beste componisten om. Moet een narrige boodschap hebben achtergelaten voor Sittard-Geleen, maar daar geen herinnering meer aan, zoals een doorgewinterde politicus placht te zeggen. De volgende dag belde de zorgwinkel zelf. Weer een mevrouw en die zat ergens in Brabant, dus al een stukje dichter bij huis. Dat schoot op. Het regende klachten, gaf ze toe, en ze schaamde zich. Onbehoorlijk dit alles, hoorde ik haar zeggen. Er werd wel hard gewerkt maar niet door iedereen. Sommigen hadden er niks mee. Of we de zorgwinkel geen tweede kans wilden geven. Nee. Hoe vriendelijk we haar ook vonden, nee. Ze kon heel goed begrijpen dat wij bij onze apotheek en buddy bleven, al zouden we de medische hulpmiddelen nu zelf moeten gaan betalen. Maar liever een lege portemonnee dan een hartaandoening. Of iets met hoge bloeddruk. Dan maar ergens op bezuinigen maar niet die asgrauwe energievretende ellende van de zoveelste vernieuwingsdrift in het paradijselijke Nederland. Het is flauw, en meer dan dat, zelfs niet helemaal gepast, de excuusmail van die Brabantse zorgwinkelmevrouw te plaatsen, doen we daarom ook niet, laat staan haar naam noemen, maar ze verontschuldigde zich wel degelijk voor alle rampspoed die door de zorgverzekeraar en het zorgkantoor bij het ingaan van 2021 over de mensheid was uitgestort. En we waren de enigen niet die van de kook geraakten. Mantelzorgers kunnen dit er niet bij hebben.

Leve de apotheek. Afgelopen zaterdagavond 13 februari mailde één van de verzorgenden van Ellen ons, Trudy. Of we toevallig de tv hadden aanstaan? Nee dat hadden we niet. We lazen in NRC hoe PVV-Kamerlid Dion Graus zijn vrouw weinig vrijwillig seks liet hebben met zijn bodyguards teneinde zo de beveiligingsrekeningen te kunnen vereffenen. In het programma Kassa ging het over de apotheken en de medische hulpmiddelen en mantelzorgers die stapelgek van de zorgverzekeraar, het zorgkantoor en de zorgwinkel geworden waren. Alle ongein daaromtrent. De zogenaamde verwennerij van het zorgkantoor was al meteen uitgedraaid op kommer en kwel voor degenen die helemaal niet op die verwennerij hadden zitten wachten. Het was een zooitje, zoals bij veel vernieuwingen in de zorg, en in het onderwijs, en in het openbaar vervoer, en ga zo maar door. De boven ons geselden houden zichzelf graag aan het werk en zichzelf belangrijk. Dus als alles anders is geworden, wordt het al gauw wéér anders, en daarna wéér anders, en wel zó anders dat we uiteindelijk weer bij het begin terug zijn. Een zooitje.

Gelukkig zagen we al meteen in januari dat ze in Zwolle de pot op konden en waren we voor de bui binnen. Ze willen in Den Haag dat we onze zieke familie zo lang mogelijk zelf thuis blijven verzorgen. Maar de ambtenarij doet er alles aan om bij mantelzorgers de moed in hun schoenen te laten wegzakken. Stop de verandering! Roep de onzalige veranderaars een halt toe. Maak de zaken niet nodeloos ingewikkeld voor mensen die met de mantelzorg zelf al genoeg aan hun hoofd hebben en omhanden. Rutte zou het moeten begrijpen. Die heeft nog een oude kolengestookte Nokia. Die vroegen ze deel te nemen aan een groepsapp en hij wist niet waar ze het over hadden. Over de corona app liet hij de uitleg graag over aan zijn vriend Hugo de Jonge. Rutte heeft nog gewoon een telefoon om te bellen en teruggebeld te worden, en verder geen poespas. Deze Rutte, die over Nederland spreekt als een diep-socialistisch land, wat vreemd is maar dit terzijde, deze Rutte gaat ons hopelijk in zijn vierde kabinet na maart verlossen van het kwaad dat de vernieuwers aanrichten als al zo vaak bewezen in de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer en overal elders waar regels gelden, loketten zijn, formulieren worden gepoept, richtlijnen worden uitgevaardigd, daaroverheen weer nieuwe richtlijnen, om ze vervolgens weer terug te draaien, oeverloos wordt vergaderd door de talentlozen met het hoogste woord, en een zorgkantoor dat in tegenstelling tot zieken en hun mantelzorgers van zijn gezond niet weet.

Jaren geleden liet Ellen haar paspoort op de gemeentedependance van Vleuten verlengen. Ze had toen al behoorlijk parkinson. Aan het loket tegenover ons een vriendelijke jongeman. Ellen moest haar handtekening zetten. Ze zat al in een rolstoel en ze hield de gemeentelijke ballpoint krampachtig vast. Moest dat echt die handtekening? Mocht ik hem niet nabootsen? Neenee, de vriendelijke jongeman was van het allerstrengste ambtenarengeloof en wilde graag carrière maken op het stadhuis van Utrecht. We hielpen hem geduldig in zijn loopbaanbegeleiding. Er verscheen steeds een leuk lijnenspel op het papier maar een handtekening was het niet. Nog eens proberen, en nog eens, en nog eens. Er was nog steeds geen handtekening bij. De jonge gemeenteambtenaar bleef vriendelijk. Super vriendelijk zelfs. Hij had alle tijd. Zoals het een goed ambtenaar betaamt. Nog eens een poging. Nog steeds geen handtekening. Hij had de tijd, de vriendelijke jonge gemeenteambtenaar, totdat hij naar de klok boven zijn hoofd keek. Ojee, het liep tegen vijven. Ojee zijn vrouw, de kinderen, het avondeten, de sportvereniging straks. De jonge vriendelijke gemeenteambtenaar keek naar de twintig pogingen voor een handtekening en pakte er één willekeurig uit. Die deden we voor het nieuwe parpoort van Ellen. Baas boven baas, zeg ik als vergoeilijking tegen het zorgkantoor met zijn zorgwinkel voor medische hulpmiddelen.

Afgelopen zaterdagavond bij Kassa een mevrouw met een wondje aan haar been, zoals Trudy ons bijpraatten. De bejaarde woonde nog thuis en werd daar verzorgd. Ze kreeg een wondje op haar been dat van een wondje een wond werd. Contact met haar vaste apotheek voor verbandmiddelen. Die mocht de apotheek sinds 1 januari van dit gelukzalige jaar niet meer leveren van de zorgverzekeraar. De bejaarde met wond aan haar been moest bij de zorgwinkel zijn. Dat was toch zo afgesproken. Ook deze mevrouw had toch die prachtige brief van het zorgkantoor ontvangen? Dus de bejaarde naar de zorgwinkel. Bellen en nog eens bellen. Na vijf dagen nog geen verbandmiddelen. Leve de zorgverzekeraar en zijn zorgkantoor en hun zorgwinkel. We zijn in Nederland moreel failliet verneoliberaliseerd.

****

Charles!

Is hij één van die hardwerkende vaderlandslievende Henkies over wie geblondeerde Geertje het altijd zo graag heeft en van wie Nederland hún Nederland is? Ik vrees het. Hoe hoog opgeleid ook de migranten, en hoe beschaafd ook, ze komen natuurlijk niet tot de enkels van de PVV- parlementariërs. Las gisteravond, buiten -12, over de parlementariër Graus, lees steeds Gruis, die zijn vrouw uitbesteedde aan zijn particuliere bewaking voor wat seksuele hiphop in nota bene ook de vertrekken van de Tweede Kamer. Was ik verrast? Nee, eigenlijk niet. Maar het is niet waar, beweert Gruis. Toch was het allemaal verduveld goed gedocumenteerd wat NRC bracht. Misschien is het wel heel sympathiek van Gruis om zijn vrouw uit te lenen teneinde zijn bodyguards  in conditie te houden met buikspieroefeningen en zo meer. Ben benieuwd wat straks advocaten ervan bakken in hun verdediging. Verbaasde me erover dat er nog steeds mensen koortsachtig over een Elfstedentocht beginnen bij strenge vorst. Als verslaggever in de jaren negentig van de vorige eeuw heb ik de laatste aflevering meegemaakt. In het huidige Nederland kun je geen Elfstedentocht meer organiseren, los van de corona. Zie wat er afgelopen week weer gebeurde. Als automobilisten voor hun eigen veiligheid in Loosdrecht of elders van het schaatsijs worden weggehouden rijden ze van woede en teleurstelling de verkeersregelaars voor hun donder. Daar zit Friesland niet op te wachten. En de Randstad-debielen gaan gerust met duizend man tegelijk op een wankel houten bruggetje in Franeker of Hindeloopen staan. Hulpdiensten worden in het huidige Nederland belemmerd in hun werkzaamheden en gemolesteerd. Ambulancepersoneel dat niet heelhuids thuiskomt. Toch heb ik enkele mensen vorige week bloedserieus over de Elfstedentocht horen praten. Het verenigingsbestuur zal zijn hoofd hebben geschud over zoveel onnozelheid. Schitterend was het gister op het water bij winkelcentrum Vleuterweide. Maar geef mij maar de zon en een maandenlange hittegolf. Tussen komende zaterdag en afgelopen zaterdag een temperatuurverschil van 23 graden als ik het KNMI mag geloven. Mooi stukje televisie afgelopen week bij M met vier vrouwelijke lijsttrekkers. Mooiste seconde: het bijna terloopse handgebaar van Sigrid Kaag naar Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren. Er werd niets gezegd alleen die ene seconde die rechter hand. Zo van: ‘Esther, je bent te bescheiden en te weinig aan het woord, nu jij eens.’

Zo nu en dan de kop in het zand, er weer uit dan schrik ik me rot

Even de auto uit voor een winters stilleven.

Een plaatje. Als er vanuit Nederlands-Indië heimwee was naar Holland dan waren het vermoedelijk ook deze beelden op het netvlies geëtst die voor dat terugverlangen zorgden. Kamerik, niet ver van huis. Een verstilde februariochtend. Gewoon even de auto uit.

Hallo Jeannette,

De tuinen van Buitenzorg’. Onder die naar welriekende kersenbloesem van de Sakuribomen verlangende, exotische titel is van Jan Brokken een boek verschenen over zijn moeder, een domineesvrouw, en haar jaren, veertien, in voormalig Nederlands-Indië. Hebben jullie ‘De tuinen van Buitenzorg’ al? Ik weet dat Nederlands-Indië jullie net zo fascineert als ons. Nergens zoveel geleden, nergens zo intens geleefd, placht Olga, de moeder van Jan Brokken, te zeggen als later in Holland Java en Celebes ter sprake kwamen. Ellen hoorde haar vader dat ook vaak zeggen: nergens zoveel geleden, nergens zo intens geleefd. De ouders van Jan Brokken waren zendelingen, net als die van Ellen. Naar Nederlands-Indië gekomen om vanuit hun diepgewortelde geloof de ‘inlanders’ met de christelijke normen en waarden beschaving bij te brengen. Het pakte anders uit. Al gauw de vraag bij de moeder van Jan Brokken wie er over de meeste beschaving beschikte, de ‘inlanders’ , meestal moslim, of de Europeanen, christelijk van allerlei pluimage, in geval van Ellen haar ouders het Leger des Heils. Een vraag ook die de repatrianten later altijd is blijven achtervolgen. Ik ben reuze benieuwd naar het boek. In het tegenwoordige Bogor – na de onafhankelijkheid de residentie van Soekarno – werd Olga Brokken verliefd op de hortus botanicus en op de tropen, niet alleen gevoelsmatig maar ook zintuiglijk, door alle geuren. Jan Brokken laat volgens de recensie een wereld zien zoals die door een jong en onbedorven Hollands echtpaar werd ervaren. Een wereld vol schoonheid maar tijdens de Japanse bezetting ook een wereld zonder gerechtigheid en vol wreedheden. Kopen dit boek, lijkt me. Volgende week bestellen. ‘De tuinen van Buitenzorg’ leert mij misschien ook iets meer over de mijn schoonouders die ik helaas niet heb gekend. Ik ga proberen er ’s avonds Ellen uit voor te lezen. Elke avond een paar bladzijden. Ben benieuwd of ze reageert, en hoe. En dat dan beschrijven. Want schrijven is de therapie die me bij de therapeut weghoudt. Met schrijven ben ik mijn eigen therapeut in het verdriet om de vrouw van wie ik zo verschrikkelijk veel houd. Schrijven als een soort pièce de résistance. Denk nu te weten naar wie de straat is vernoemd waar mijn oude hbs staat: naar Jacob Christiaan Koningsberger, van 1911 – 1917 directeur van de tuinen van Buitenzorg, nu kebun raya van Bogor, ’s werelds meest geprezen hortus botanicus. De partijloze Koningsberger uit Hazerswoude schijnt ook nog een poosje minister van Koloniën te zijn geweest. We zijn in de jaren negentig nog eens in Buitenzorg geweest. De ouders van twee meisjes die bij Ellen in de klas hadden gezeten woonden er inmiddels. Paradijselijke plek op een uurtje rijden ten zuiden van Jakarta met het mooiste weer van de wereld. Hemelse klimatologische omstandigheden. Je zou er eeuwig voor willen blijven leven.

Ach ja die rouwadvertentie, je refereert eraan in je mail, te onzinnig voor woorden. Diep trieste vrouw die zich verveelt. Te veel sherry rond het middaguur waarschijnlijk. Verveelt zich en gaat rare telefoontjes plegen. Afschminken mag gelukkig nog steeds in Nederland. We blijven een domineesland. We weten het een ander heel goed te vertellen. Ik werd vandaag aangesproken door iemand die ik maar heel oppervlakkig kende, met wie ik het had over het piepkuiken van de rouwadvertentie en die vertelde mijn blogs te lezen. Hij vond herkenning. Zijn oude en altijd zo sprankelende moeder was met Alzheimer sinds kort opgenomen in een verpleeghuis. Zijn vader had thuis heel lang voor zijn moeder gezorgd, maar was óp, hij trok het niet meer, en kreeg nu van een buitenstaander het verwijt dat hij het langer had moeten volhouden thuis. Met welk recht zo’n uit banditisme ontsproten uitspraak?! Eigenlijk zou je met zulke mensen naar de Alzheimerpolitie moeten kunnen. Openbare geestelijke geweldpleging. Het is net zo kwaadaardig als het opzettelijk met de auto verkeersregelaars voor hun donder rijden als bezeten schaatsliefhebbers voor hun eigen veiligheid niet worden toegelaten tot het ijs van de Loosdrechtse Plassen, of waar elders in het verloederende Nederland. Laten we ons daar maar drukker over maken dan over de nieuwe bijbelvertaling en de overbodige vraag of god moet worden aangeduid met Hij of hij. Aandoenlijke fijnzinnige theologe die daarover via de tv even bij ons in de huiskamer verscheen. Hij of hij, nee nee niet Zij of zij – het was toch een buitengewoon serieus te nemen levenskwestie voor ons allemaal. Vond de theologe die ik ongezien ‘De tuinen van Buitenzorg’ aanraad. Probeer me een voorstelling te maken van maandenlange vergaderingen over de vraag Hij of hij. Het lukt niet.

Inderdaad, af en toe maar de kop in het zand steken, maar eenmaal er weer boven dan de schrik, en niet zo’n heel klein beetje ook. Baudet blijkt steeds bruiner. Niet van de zonnebank maar in zijn groezelige opvattingen. Dank voor je uitgebreide mail als gezegd die voor een belangrijk deel hebis overgenomen op onze website. Hoorde net van de nieuwslezeres dat het met de Nederlandse Spoorwegen behelpen blijft, mede doordat ze reserve treinstellen op de verkeerde plek in ons land hadden neergezet. Nou strekt ons land zich uit tot ver voorbij de Oeral, dus dat is wel een excuus. Je schreef over het Moskou van vlak voor de val van de Muur in november 1989. Daar in de USSR van Gorbatsjov konden ze dus het openbaar vervoer nog wel laten rijden met nog veel strengere vorst dan nu bij ons. Rutte gaat in een volgend kabinet niet regeren met Forum. Het is hem geraden ook. Maar ik dacht dat hij al lang geleden volop reden had voor een dergelijke uitsluiting. Nu nog de hypocrieten van het christendemocratische CDA die net als de VVD vrolijk in het provinciebestuur van Brabant zitten met de griezelsekte van het ongeleide boreale projectiel. Racistisch, antisemitisch, vrouwonvriendelijk, en wat nog niet meer. Die man is ziek. Het is zorgwekkender dan een bijbelvertaling en Hij of hij. Dat is voornamelijk sneue energieverspilling en geld over de balk gooien. Baudet is een neurotische gek. Pillen helpen niet. Een psycholoog evenmin. Hooguit de kiezer en de stembus. Hoe kom je zo? Hij is nog gevaarlijker dan een sneeuwstorm met een afdaling op de spekgladde Limburgse Cauberg. Hij zou in de media volledig genegeerd moeten worden.

Gisteren eindelijk weer eens echt geïnteresseerd geluisterd en tot het eind gekeken naar een praatprogramma op tv. Vier vrouwelijke lijstaanvoerders namens hun partij bij M aan tafel. Prachtige non-verbale communicatie. Schitterend lesmateriaal voor mediatrainingen. Er was respect. Mooi taalgebruik en articuleren ook. Maar vooral die component respect! Het kan dus toch. En het kan dus nóg. Wat een verademing vergeleken bij Hoekstra, Klaver en Wilders. Het kost me te veel energie er nog meer te noemen. Geen hanengevecht. Niet van hoe kunnen we elkaar de loef afsteken maar hoe kunnen we elkaar constructief en in gezamenlijkheid vinden. Die mannen zijn niet met ons bezig maar met hun eigen ego. Baudet noem ik niet, want dat is een narcistische neppoliticus. Meer een onevenwichtige en geestelijk verdwaalde circusacrobaat zonder vangnet. Mooie aflevering van M. De pragmatische Kaag leek me het meest premier waardig. Mist ze de warme uitstraling? Ploumen en Marijnissen waren voor mij het meest ideologisch bevlogen. Ouwehand won de avond met voor mij de beste visionaire boodschap. Klimaat en veestapel. De vooruitziende blik in optima forma. Mooi het gebaar van hooguit twee seconden met de rechter hand van Sigrid Kaag richting Ouwehand. Waarmee Kaag aangaf: jij Esther bent te bescheiden, kom jij nu ook maar eens goed aan het woord. Ongekend onder rivaliserende politici. Dit moment zou D66 in zijn verkiezingscampagne moeten gebruiken. Goed beschouwd zou bij een volgende bijbelvertaling god moeten worden aangeduid met Zij of zij. God is een vrouw als er al een god is. Als je dit pallet aan keuzemogelijkheden zo op tv zag, en hoorde, dan kan ik me toch niet voorstellen dat we niet over links gaan regeren en evenmin kan ik me voorstellen dat dwaallicht Baudet überhaupt nog de kiesdrempel haalt. Inpakken en wegwezen met die ongewenste politieke vreemdeling en met dat erbarmelijke Forum, zou ik zeggen.

Moest aan de huiveringwekkende Baudet en zijn eigen IQ denken toen ik gisteravond na het 6 uur-Journaal bij 1 Vandaag weer eens de Nieuws Trend -presentatrice Hila Noorzai zag met haar iPad in d’r hand. Ze zit in een groep met ene Vanessa en een zekere Rob op zijn vertrouwde witte gympen. Had ik iets te zeggen bij Goede Morgen Nederland, ik had haar allang weggekaapt. Bij Het Journaal idem dito. Baudet komt nog niet tot haar schoenzool. Het ging ditmaal over de Amerikaanse popzangeres en actrice Britney Speers. Die schijnt ooit eens getrouwd te zijn en na 55 uur weer gescheiden. Nu was er weer iets met het ouderlijk gezag en onder curatelestelling. Hila Noorzai: op de mediatraining zou ze bij mij met een 10 vroegtijdig de deur zijn uitgestuurd. Zo van: ‘Meisje, niets veranderen’. En: ‘Alles wat ik nog zeg maakt je minder’. Ik zou haar na de eerste oefening niet eens verder hebben getraind. Ze spat van het beeld. Een vroegere dj, begreep ik. Buitengewoon goede stem. Heel veel dictie en expressie. Uitstekende balans tussen verbale en non-verbale communicatie. En kennis van zaken. Als extra ook nog eens bloedmooi. Een Afghaanse, begreep ik van Diana. Uit Schiedam. Daar tenminste opgegroeid. Diana kende Hila wel. Een landgenote. Afkomstig uit een bekende Afghaanse familie. Zag de trots bij Diana. Haar breng ik jouw groeten over zoals je vroeg.

Inderdaad, zoveel aanleiding als velen in het winterse weer zien om te verzaken, zo onverdroten gaan de zorgdames van Ellen door in hun werk. Ondanks de gladheid op tijd ook. En dan brengt Trudy nog boodschappen mee als hoeslakens en laat Elly ons komend weekend, ondanks dat ze vrijaf heeft, meegenieten van haar erwtensoeppret. Zij zorgen er mede voor dat dit in alle opzichten heel bijzondere jaren zijn. Weer zeg ik: ik merk wie leest en wie niet leest. De lezers van kranten en boeken hebben het inlevingsvermogen dat wij in onze situatie zo hard nodig hebben. Ik tref te veel mensen aan die lui zijn van geest. Ik merk het vaak al heel snel. Dat mevrouwtje van die rouwadvertentie woont bepaald niet in een achterstandswijk maar haar hersenpan wekt die indruk. Je bent beslist niet de enige die vol ongeloof en afschuw op mijn blog over dat portret reageert. Het waren mensen die stuk voor stuk ook zelf al het nodige voor hun kiezen hadden gehad in het leven. Ik hoop trouwens dat de dames van gisteravond bij M de kans krijgen na de verkiezingen de daad bij het woord te voegen. We snakken naar linkse activistische politiek. Liefst zonder CDA. VVD onontkoombaar. Als Rutte maar wel die dame uit de polder thuislaat die migratie in haar portefeuille heeft. Griezeltje. Kwam ze niet uit de Noordoostpolder? Ze wil behalve een hek om Schengen ook prikkeldraad midden in Schengen. VVD met D66, ChristenUnie, PvdA en Partij voor de Dieren die wat mij betreft hun naam mogen veranderen in iets met milieu. En Hugo de Jonge als partijloze verlengde coronaminister. Of Jaap Goudsmit natuurlijk. Want Hij of hij is nu toch echt de Man of man van de Blijde Boodschap.

****

Lieve Johan,

Goed te horen dat je heelhuids uit Limburg bent teruggekomen, zij het vervroegd. Maak jezelf geen verwijten dat je gegaan bent, je neemt altijd voldoende marges om nagenoeg alle tegenslagen de baas te worden. Ik zat me, denkend aan iedereen uit onze omgeving die op één of ander manier de weg op moest, ook al af te vragen of jullie team de Zonzijde wel zou halen bij dit Siberische weer waarvan driekwart Nederland doorgaans meteen in katzwijm ligt. Ik ben met je blogs weer bijgelezen.


Ik was met studenten en een paar collega’s uit Tilburg vijf dagen vóor de Muur viel (ik houd eigenlijk niet van die term, hij viel niet, hij brokkelde langzaam af en werd half per ongeluk opengezet – maar goed) een weekje in Moskou. Erg interessant allemaal, vooral de ontmoetingen met jonge dissidenten dankzij een neefje van mij dat Ruslandkunde aan de UvA studeerde. Er was toen bijna niets te krijgen. Het befaamde warenhuis GOEM was leeg op een klein raspje na dat ik toen maar via een ongelogen 5-stappen-plan heb aangeschaft: aanwijzen, naar de inpakafdeling laten brengen, laten inpakken, afrekenen, bonnetje krijgen en met het bonnetje weer elders afhalen. Maar de stadsbussen reden! En dat zag je niet alleen, ik heb nog in mijn eentje een Russische vriendin van een DDR-vriendin van mij opgezocht. Per metro en bussen met grauwe beslagen ramen, klapperende deuren en smerige uitlaatgassen. Maar reden deden ze! Hoe het met de de USSR-Spoorwegen stond, weet ik niet, ook niet of ze bevroren wissels konden omleggen, maar ons Aeroflot-vliegtuig vloog op 4 november1989 bij strenge vorst keurig op tijd weer terug naar Schiphol!

Terug naar De Meern anno domini 2021: jouw team is een paar dagen deels door jou vervangen en verder zijn de dames allemaal zo bekwaam dat ze ook bij sneeuw, ijs en ijzel jullie weten te halen. Fantastisch! Je schrijft dat de ziekte van Parkinson Ellen steeds meer uitput. Maar tegelijk was ze wel opgetogen over sneeuw, getuige haar “Jaaaa” en “Ik wel!” Dat vind ik echt fantastisch. Fantastisch voor jou als haar man en maatje, fantastisch voor het team, maar ook voor haar zelf. Oók al plaatst het iedereen natuurlijk ook voor raadselen omdat het zo onverklaarbaar lijkt of (nog) is. Hopelijk voor actief onderzoekende neurologen binnenkort wel te verklaren en laten ze er dan alsjeblieft iets mee doen waar anderen ook nog wat aan hebben!

Je hebt al lang (relatief lang) geleden verteld dat een oude honkbalvriend van jou en van jullie overleden is, ik meen dat hij dementie/Alzheimer had. Ik heb je nooit met dit verlies gecondoleerd en werd daaraan herinnerd toen ik in je blog las dat iemand “aanstoot” had genomen aan het feit dat Ellen en jij samen een advertentie voor deze vriend hadden geplaatst. Ook de naam van Ellen “nog” onder de advertentie. Waar bemoeien zulke mensen die kennelijk helemaal niets, laat staan iets beters, te doen hebben zich toch allemaal mee?!

Over corona-beleid en -politiek ben ook ik, net als jij, enigszins uitgediscussieerd. Er zijn onvergeeflijke fouten gemaakt en daar liggen óók stommiteiten in maatschappelijke structuren en ouder politiek beleid aan ten grondslag. Het tekort aan vaccins is onvergeeflijk, maar heus, het gaat elders niet zoveel beter. We zijn nummer 2 na Bulgarije, maar nummer 3 volgt helaas snel na ons. En zie Von der Leyen, een akelig streberige ambitieuze tante, die van haar CDU-vader al één en ander met de paplepel (als hij daarvoor op tijd thuis was) naar binnen geforceerd kreeg. Zie de stommiteiten die ze de EU wilde laten uithalen om aan vaccins te komen én om het VK op z’n nummer te zetten, waarmee het Ierse vuurtje lekker opgepookt zou zijn geworden. Waaraan overigens Barnier ook meedeed, steeds volgens de NRC, de alom geprezen onderhandelaar. Er zijn volgens mij bijna nooit ergens politici die een waarlijke vooruitziende blik hebben en die dat wat ze doorzagen ook nog in uitvoerbare compromissen en praktisch beleid met behulp van geschikte mensen (!) wisten om te zetten. Churchill was goed na Hitlers overval en dankzij Chamberlains geblunder, maar dat geblunder zagen toen weinigen (Ter Braak bijvoorbeeld wel). Ik praat niks goed, maar ik geloof niet dat Nederland nu zo uitzonderlijk knullig is, het gedrag is vaak infantiel en de debattenstellen weinig voor. Maar goede debatten, zoals in de Bondsdag (althans toen ik die nog volgde), leiden ook niet altijd tot goede politiek.

Met je kritiek op Lanoye ben ik het eens. “De Belgen/Vlamingen nemen wraak”, zeggen wij hier wel eens tegen elkaar. Wraak waarop eigenlijk? Op Nederlandse arrogantie en zelf ingenomenheid over onze vermeende moderniteit etc? Belg Vandermeersch, ex-NRC hoofdredacteur, soms? Belg Van Reybrouck misschien ook? Hoe dan ook, ik vind dit kabinet ook vreselijk, maar de Nederlandse kiezers vind ik misschien nog wel vreselijker. Hoe dat allemaal komt? Ongetwijfeld een oeroude sneeuwbal van ongunstige ontwikkelingen: een soort onwereldsheid tot aan1940, gek genoeg in een machtig koloniaal rijk waarin de afgrijselijkste dingen gebeurden buiten de openbaarheid en met medeweten en meedoen van christelijke politici. Een koloniaal rijk dat ook de sociaaldemocraten niet wilden zien verdwijnen! Dat zegt toch genoeg over de grote tegenstrijdigheden in dit land. Ik geloof nog steeds dat Nederland de schok van ontkerkelijking en ontzuiling niet goed heeft doorstaan. Er is mede door de “jolige” acties van de generatie 68, waaraan ook ik heb meegedaan, deels met spijt, deels nog met tevredenheid over het opfriseffect, bijv. aan de universiteit, van alles in gang gezet wat nu door plattere geesten voor heel andere doelen al decennia wordt overgenomen. “Jullie rechtsstaat is niet onze rechtsstaat”, riepen linkse demonstranten in 1969. Niet beseffend hoe link dat kon zijn. Nu is het “pleur op elite met je lockdown en avondklok”. “Wat nou corona, ik heb recht op mijn vrijheid”. Die toeslagenaffaire heeft natuurlijk nog eens kolen op het vuur gegooid enz enz enz. Om moedeloos van te worden.

Ik schreef je geloof ik al eens dat ik steeds vaker de neiging heb, en er ook aan toegeef, de kop even in het zand te steken. Als ik hem er dan toch vrij snel weer uithaal, schrik ik me natuurlijk helemaal rot. Zoals gister toen ik die weerzinwekkende Baudet weer de gladiator zag uithangen, toen een groepje journalisten hem helaas niet aankon, waar hij dus weer van kon profiteren. Nou Carbo… [censuur] want je houdt niet van verkleinwoorden, las ik: je hebt op een knopje gedrukt en ik ga spuien zo je ziet!

Marc hoopt nog een beetje op mooi ijs: hard en glad meteen zonnetje erbij. Dan gaat hij schaatsen in Broek in Waterland met een vriend van ons.  Een oude, nou ja, net zo jong als ik, 73, Fries die twee Elfstedentochten heeft uitgereden en er eentje net niet gehaald. Door een kapotte schaats, dat snap je! Ik las in de krant dat de honkballer Urbanus is overleden, ik zag dat jij hem in een blog noemde, natuurlijk! Misschien ken ik hem alleen van naam, omdat die zo mooi en bijzonder is. Maar het verbaasde me dat ik als meisje, thuis noodgedwongen Het Vaderland lezend, dat opgepikt en decennia onthouden had. Stond ik toch niet voor niets op het eerste honk van het meisjes Softbal [sorry] Team van het Haags Montessori Lyceum. En we wonnen altijd!

Johan, houd je goed, wind je niet al te veel op over de Overheid die de Here boven ons heeft gesteld [sic…] en zaai je vruchtbare zaadjes op het vruchtbare kleine maar belangrijke veld van Ellen en jou en van jullie team! Wees beiden hartelijk omhelsd door Marc en mij. Tot weer eens hier bij ons in Amsterdam. Groet ook Diana heel hartelijk van mij.

Jeannette.

Zo verschrikkelijk dicht bij huis, zo mooi, ons winkelcentrum met misschien wel het meest geweldige schouwspel van 2021.

Nu nog graag van de GGD een stempel op het voorhoofd met: ‘Meneer is nagenoeg ongevaarlijk’

Hallo Thom en Yvonne.

Welnu, dat bleek alras verstandig om afgelopen zaterdagmiddag onder een grijs en sneeuwzwanger wolkendek en toenemende zijwind jullie vervaarlijke in nevel gehulde Cauberg af te dalen en tijdig terug te gaan naar het al even weerkundig onrustige Utrechtse. Hoefde niet te slalommen. Grip op de weg. Er viel nog goed te rijden, maar dat was na mijn thuiskomst niet meer voor lang. Met Ellen dicht tegen me aan naar de neerdwarrelde zaterdagavondsneeuw in de almaar idyllisch paradijselijker achtertuin gekeken. De eigen ansichtkaart. Een aantal waxinelichtjes aan. Geen tv, geen praatprogramma’s, geen talking heads uit de ongezellige vijver van zeventien Nederlandse experts in van alles en nog wat. Overdaad schaadt, zeggen ze, welnu. Jammer dat ik enkele dagen eerder mijn kerstverlichting uit de den van de voortuin had gehaald. Het sprookje zou compleet zijn geweest. Welk een verkeersellende is deze romanticus op glibberzondag bespaard gebleven. Alleen al het beeld van die auto ergens in de sloot. Dat ik even mail is vooral om jullie te vragen aan Moni mijn deelneming over te brengen met het verlies van haar vader. Bij terugkeer zal ik dat nog persoonlijk doen. Ik heb met haar nog altijd een eetafspraak staan. Idee eens samen bij die voortreffelijke Indonesische toko iets af te halen? Alleen al die rijst in kokos! Afgelopen vrijdagavond kreeg ik de nasi ajam mee met een slap houten vorkje en een al even buigzaam houten mesje. Dat mesje leek wel op de turner Epke Zonderland aan de rekstok. Die klapt even gemakkelijk dicht en weer open van zijn middenrif. Vorkje en mesje – ik spreek niet graag in verkleinwoorden maar nu ontkom ik er niet aan – afkomstig uit de poppenhoek van de kleuterschool. Bij mijn eerste poging om wat kipsaté van het stokje te roetsjen brak meteen al het houten mesje in tweeën. Heet dit coronapret? Gelukkig bevond de pindasaus zich op veilige afstand. Mijn trui immers en C & A dicht. Houten kleuterschoolmesje in tweeën. Kwam ook dit door Hugo de Jonge? Want die geven we toch overál de schuld van? Gelukkig hadden jullie normaal bestek binnen handbereik. Voor nu een lieve groet uit een hagelwitte wereld die steeds helderder wordt. Maar je ziet nog steeds geen kip op straat. Veel basisscholen toch dicht. Schuld van Hugo de Jonge natuurlijk die sneeuw. En die andere sneeuw voor de kinderpret danken we uiteraard aan Jesse Klaver. En zo weet ik er nog wel een paar.

Tot gauw weer. Johan.

****

Beste Jan.

Hier ging gisteravond behoorlijk vroeg het licht uit, vroeger nog dan anders altijd al wel. En deze zondagochtend weer reuze vroeg de lamp aan. Het was half zes vanmorgen. Twee geweldige mantelzorg loze uurtjes voor mezelf. Eén en al stilte om me heen. Hooguit het gepruttel van het koffiezetapparaat. Nergens anders maak ik reclame voor, behalve voor Lavazza. Je proeft Italië – Milaan en Parma – op de tong en tegen het verhemelte. Natuurlijk Parma. In Parma bijna veertig jaar geleden onderscheiden als honkbalambassadeur, één keer per jaar help ik jou daaraan herinneren. Volgend jaar februari dus weer bij leven en welzijn. Van jou vooral ook, want volgens mij ben je stug blijven door roken. We hadden het over de koffie van Lavazza. Mijn dagelijkse gids naar het volle leven. Met elk kopje Lavazza zie ik steeds beter de contouren van het ingewikkelde bestaan dat maar door één persoon wordt gedomineerd: Hugo de Jonge. Volledig uitgeslapen en vanochtend wakker geworden in een compleet huiveringwekkend koude en maagdelijk hagelwitte wereld met windvlagen en sneeuwjachten die nog steeds op de raamkozijnen beuken. Eerst weer een slokje Lavazza. Goudmerk.

Winter dus. Serene rust. Elk geluid buiten wordt sacraal gedempt door een witte vloer zonder nog voetstappen. Ik schat het tapijt op een centimeter of tien. Geen sterveling te bekennen nog buiten. Zou Hugo de Jonge thuis ook even tot rust komen? Is het hem vergund? Of heeft hij de eerste zeikerds alweer aan de telefoon? Zou onze vriend Rutte al een frisse neus zijn wezen halen met een fietstocht door Den Haag? Naar het Catshuis en terug waar de voor vanmiddag geplande avondklokvergadering tot zijn spijt niet doorgaat? De sneeuwpret danken we natuurlijk aan Jesse Klaver. Alle ongemakken op de weg zijn uiteraard Hugo de Jonge te verwijten. Een paar dagen oud-Hollandse winter. Code Rood. Voor Nederland de Apocalyps. Was gisteravond vergeten mijn dakraampje op zolder hermetisch dicht te doen. Krabben in eigen huis. Oude theedoeken tussen een paar tochtkieren. In quarantaine. Maar dan wel een andere dan voor corona. Genoeg in huis om er tot zeker woensdag in te blijven schuilen. We zingen het wel uit hier. Verheug me min of meer op het quasi kluizenaarsbestaan. Boeken en kranten tijdig ingeslagen. Straks voor een huiselijk sfeertje wat eieren bakken. Soms denk ik: hoe ben ik zo dankbaar geworden, zijn het de ziektejaren van Ellen? De diensten van de zorgzusters heb ik aanpast. Geen tropenrooster maar een rooster dat daar diametraal op staat.

Kwam gistermiddag vervroegd terug van mijn tweedaagse mantelzorgverlof in Limburgs Valkenburg. Meteen Diana met code Rood voor de rest van het weekend vrijaf gegeven. Elly valt in, die laat zich straks bij het ochtendgloren op een sleetje door Ber voorttrekken naar Ellen. Had ik überhaupt naar Limburg moeten gaan? Misschien wel niet. Aan de voet van de in nevel gehulde majestueuze Cauberg in Valkenburg kreeg ik mijn ontbijt in een papieren bruine zak mee om in een rustig hoekje op te eten. Rare gewaarwording. Vond ook hotelier Thom. Bijna beschaamd reikte hij me die papieren bruine zak aan. Hij baalde van het hele gedoe. Maar hij moet zich aan de coronaregels houden. Dat begreep ik ook wel.  Het was net zo’n papieren zak als waarin mijn verzoolde schoenen zaten. Toen ik er een paar veters bij wilde, mocht dat niet. De schoenmaker mocht wel verzolen maar het verkopen van veters was met de corona te gevaarlijk en ten strengste verboden. Het leek me heel logisch. Supermarkt Plus verkoopt, nooit eerder gedaan, wel kwasten en rollers maar geen verf. Allemaal heel goed te volgen. Maar als ik er goed over nadenk: het zou voor de super meer voor de hand liggen om verf te verkopen dan kwasten en rollers. Want van verf zou je met enige overdrijving een vrolijk sausje kunnen maken over de ijsbergsla. Waarom anders mag wel de slijter open van het kabinet en niet de boekhandel? Omdat je in de visie van Rutte van een boek niet kunt leven? Verf kun je eten of drinken, een harige blokkwast niet. Ik dwaal weer eens af. Die ontbijtzak in Valkenburg. Af en toe ging mijn hand in die papieren zak om er een broodje uit te graaien en een plakje jonge kaas. Moest even zoeken naar de boter. Die lag onderop. Dit hadden we ons toch een jaar geleden niet kunnen voorstellen! Vrijdagavond haalde ik in Valkenburg mijn nasi ajam op en kreeg ik houten bestek mee naar mijn hotelkamer. Toen ik mijn saté van het stokje probeerde te roetsjen brak meteen mijn houten mesje. Ik dacht aan Ellen, haar klas vroeger en de poppenhoek. In het hotel droeg ik geen mondkapje. Gevaccineerd namelijk. Maar je had enkele andere hotelgasten eens naar me moeten zien kijken. Ze zagen me aan voor hun moordenaar. In het hotel dachten die paar medegasten aan een loslopende losbol. In het hotel zat een man aan een pilsje die bij elk slokje even heel voorzichtig zijn mondkapje opschoof. Misschien heeft hij me ondertussen wel bij Grapperhaus aangegeven. Ik kan bij de tweede prik moeilijk aan de GGD gaan vragen of ze een stempel op mijn voorhoofd willen zetten. Zo’n stempel met ‘Meneer is nagenoeg ongevaarlijk’.

Maar niet om al die redenen van twee overnachtingen er één gemaakt zaterdagochtend. Want om die eet flauwekul en dat mondkapje kon ik nog wel lachen. Nee, het lag anders. Een onrustige nacht na de laatste berichten van de weerman. Moest er niet aan denken door de ijzel in een ziekenhuis terecht te komen. Zag het al helemaal voor me: een slippartij en een kettingbotsing. Of in een sloot. In een ziekenhuis in Geleen, Susteren of Roosteren met ook nog eens onderkoeling. En wat en hoe dan met Ellen! Ik draag met een zieke vrouw thuis een enorme verantwoordelijkheid met me mee. Ik besef dat alle uren van de dag, en nacht. Geen ziekenhuis voor mij dus. In godsnaam niet nee. Of blikschade aan die mooie auto van ons die niet duur is maar wel duur oogt. Hij begint mijn paradepaardje te worden. Ben zó verschrikkelijk zuinig op dat ding. Heb ik mezelf cadeau gedaan voor tien jaar mantelzorg. En dan zelfs buiten je schuld tegen de vangrail. Even vergeten hoe het ook alweer moest met tegensturen, dát werk. Het gaat je altijd geld kosten. Welk vaccin alle leden van het zorgteam van Ellen in hun arm gespoten hebben gekregen, vroeg je me deze week. Ik weet het niet. Maar om je vraag toch zo goed mogelijk te beantwoorden: Diana en ik kregen vorige week zaterdag Pfizer. En ik ga ervan uit dat we zaterdag 20 februari ook weer op dat merk kunnen rekenen. Maar ik las ook dat Hugo de Jonge prik 2 wil uitstellen, om eerst zoveel mogelijk mensen van prik 1 te voorzien. Ik zie wel. Ik vind alles goed. Ik blijf achter Hugo staan. Hij is authentiek. Wat ik ook van Grapperhaus vind. Maar niet van Hoekstra en van Rutte. Weet als mantelzorger hoe irritant het is, al die betweters om je heen. Ik heb de afgelopen jaren flink lopen saneren. Geeft een gevoel van opluchting.

Mijn waardering voor Hugo de Jonge staat als een huis, wat ze ook allemaal van hem zeggen en van hem vinden. Het is onbegonnen werk wat hij dagelijks op zijn schouders meetorst. Ik geneer me voor de mensen die De Jonge bespotten. En ik moet lachen om de Jesse Kavertjes. Om de klipklap roepen ze De Jonge naar de Tweede Kamer. Laat die man toch met rust! Laat die man zijn werk doen! Houd Hugo heel. We hebben het aan Bruins gezien. Laat die Hugo de GGD achter haar vodden zitten. Hij wil wel, onze Hugo, maar de Tweede Kamer ouwehoert veel te graag. Camerageil. Microfoonopwinding. Had meer op die toeslagenaffaire gelet als Tweede Kamer. Had eerder de hele belastingdienst naar huis gestuurd. Had Wiebes naar een onbewoond eiland verbannen. Had die topambtenaren hun Nederlanderschap ontnomen. Slechts twee Kamerleden maakten zich er druk om. Niet Hugo de Jonge is ons probleem maar de Tweede Kamer – en dat zeker met de verkiezingen in aantocht. Canada heeft vijf keer zoveel aan vaccins ingeslagen als nodig voor zijn bevolking. Ik begreep dat vijf keer zoveel als nodig voor de Canadezen nog niet voldoende was deze week. Nog een nabestelling erbij. Schande. Egoïstisch. Geld speelt voor de Canadezen geen rol. In Zuid-Afrika worden de vaccins tegen corona gemaakt en uitgetest op de straatarme bevolking uit de townships. Pas als er niet te veel doden vallen kan het spul naar Canada. Zuid-Afrika maakt het vaccin, test het uit en moet het veilig bevonden vaccin vervolgens aan de rijke landen afstaan. Zelf kan Zuid-Afrika, net als heel Afrika, nog niet of slechts heel mondjesmaat met vaccineren beginnen. Het is er niet. Ik begin een steeds grotere aversie tegen die mentaliteit te krijgen.

Het is de marktwerking. Het neoliberalisme. De Chicago School van wijlen de eens zo bejubelde econoom Milton Friedman. Vaccineren tegen corona is nog steeds voorbehouden aan de rijke landen in de wereld. Alsof dat de oplossing is tegen het verdrijven van het virus uit de totale wereld. Alleen dus de rijke landen. Daar doet Nederland net zo goed binnen de EU aan mee. Hebben wij niet een minister voor Ontwikkelingssamenwerking? Die hoor ik hier totaal niet over. Is die minister niet mevrouw Kaag van D66? Begrijp je waar ik naartoe wil. Dat mens houdt haar mond als het gaat om de verdeling van de beschikbare vaccins en de arme landen in de wereld die weer eens het nakijken hebben. Maar ja, moeilijk onderwerp voor Kaag, ontwikkelingssamenwerking en internationale handel, met de verkiezingen van 17 maart voor de deur. Het partijbestuur van D66 zal wel tegen haar hebben gezegd: houd je mond over die vaccins Sigrid, denk nu maar aan één ding en dat is D66. Het is trouwens net alsof die Kaag niet van vlees en bloed is. Het praat, dat klopt, maar wel ijzig. Als het weer van nu. Zie steeds weer die ingewikkelde keuze tussen de duurste Britse universiteiten voor me die het jonge meisje Kaag op haar eenvoudige en onverwarmde zolderkamertje te maken had. Verdrietige jeugd. Moet bij haar altijd weer aan multinationals denken. Aan Shell. Aan de Nigerdelta in Nigeria. Aan dat verloren juridische gevecht van Shell met vier Nigeriaanse boeren. Aan die miljardenstrop voor Shell. Net goed. Kaag is niet bevlogen. Vind ik ook van die gladde lantaarnpaal Hoekstra. Technocraten. Dan spreekt zo’n Hugo de Jonge me meer aan. Voor de beste stuurlui is hij de nationale zondebok. Ik begrijp dat zijn ministerie voor gezondheidszorg, welzijn en sport vooral een beleidsdepartement is en onhandig met uitvoering. Ga er maar aan staan als coronaminister.

Voor vandaag is de vaccinatie door de GGD volledig stilgelegd. Ik herhaal: volledig stilgelegd. Daarin zouden we ook wel eens uniek in de wereld kunnen zijn. Verstoort vaccineren de zondagsrust? De GGD wordt immers geleid door de gereformeerde oud-minister en kerkkoorzanger André Rouvoet van de ChristenUnie. Maar toegegeven: er is onder Balkenende en Rutte ook zwaar bezuinigd op de GGD. Dat eist zijn tol. Ik wilde het eerst niet geloven toen ik het las; volledig stilgelegde vaccinatie. Het is de sneeuw. Zou in Europa met ons alleen Bulgarije de vaccinatie vanwege de sneeuw en kans op sneeuwduinen hebben opgeschort? Land van regels, loketten en fetisjisme dat vergeten is hoe te improviseren. We wisten afgelopen woensdag al wat ons aan winterweer te wachten stond. Waarom daar met de vaccinatie niet op gepreludeerd? Bijvoorbeeld afgelopen donderdagnacht en vrijdagnacht doorprikken?! Of kwam daarmee de cao van de GGD in gevaar? Ik moet weer even aan Jesse Klavertje denken, de snotneus met zijn roep om een assistent voor Hugo de Jonge. Zou hij dat zelf gedaan hebben als hij minister was geweest? Nooit heeft Klavertje enige regeringsverantwoordelijkheid gedragen, maar hij zal het ons wel even zeggen in pyjama.

Zou Klaver als hij in de modieuze schoenen van Hugo de Jonge stond een vaccinatieminister naast zich accepteren? En daarna een coronazorgbonusminister? En daarna een coronaroutekaartminister? Om van een avondklokminister nog maar te zwijgen? Natuurlijk niet. Avondklokminister, dat had wel iets voor Jules Deelder geweest. Klaver houdt De Jonge alleen maar van zijn werk. Allemaal verkiezingsretoriek. Laat de Tweede Kamer zich maar druk maken over die schimmige mevrouw rond de doofpot koninklijke familie die de zaak-Poch probeerde te beïnvloeden. Pijnlijk of niet voor Maxima, en Poch schuldig of niet, in het Argentinië van de junta-Videla gooiden ze boven zee politieke gevangenen levend uit vliegtuigen. Daar wordt Maxima natuurlijk niet graag aan herinnerd. Laat de Tweede Kamer zijn tanden maar eens zetten in die schimmige mevrouw binnen onze bananenmonarchie (naar H.J.A. Hofland) en De Jonge met rust laten. Maar ik snap niet dat er niet dag en nacht wordt door gevaccineerd in Nederland. Blote armen en de lopende band. Maar wat ik al van diverse kanten heb gehoord is dat de GGD een hopeloze over-verbureaucratiseerde organisatie is. Die blijkt zo stroperig dat zelfs de fabriek van Rinze appelstroop zich schaamt.

Kom ik aan Loevendie en Urbanus. Allebei nu overleden, schrijf je. Dat waren misschien wel de grootste honkbalcoryfeeën die nog in leven waren. Han Urbanus was met afstand de grootste honkballegende van Nederland. Er komt nooit meer een grotere dan Han Urbanus. Nu ben jij alleen nog over Jan. Houd nog even vol. Ik dol je. Overigens heeft Han Urbanus zijn broer Charles een halve eeuw overleefd! Dat is wat hè! Uit hetzelfde nest. Twee broers. De één leeft vijftig jaar langer dan de ander. Jij gaat op de Partij voor de Dieren stemmen, vertelde je me eens. Toen moest ik erg om je lachen. Ik vond je wezensvreemd. Ik wilde de wijkzuster op je af sturen. Maar gisteren terug uit Valkenburg beoordeelde de schrijver René Appel de fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren op haar spreekvaardigheid en consistentie in het betoog en René Appel was ronduit lovend. Ook over haar dictie. Eyeopener voor mij die mevrouw Ouwehand. Buitengewoon interessant hoe Appel over taal en expressie mensen onder het vergrootglas legt. Ik beluister hem vaker op zaterdag op de radio. Hoge score bij René Appel voor mevrouw Ouwehand. Glasheldere opvattingen ook van haar over de veestapel. Zij zag de corona al in 2017 aankomen getuige een Kamerdebat zonder dat corona toen al bestond en laat staan toen al corona heette. Stip aan de horizon voor mij. Gert-Jan Segers heeft haar als concurrent gekregen voor mijn stem op 17 maart. De PvdA is afgevallen. Had met Arib als lijsttrekker anders gelegen.

Je hart klopt links Jan, laat het spreken. Maar ik ga wel voor Hugo de Jonge en niet voor de overige zeventien miljoen zijlijnroepers. Gegroet, zeg ik maar weer, van deze in 1984 in Parma onderscheiden internationale honkbalambassadeur. Volgend jaar februari memoreer ik dat weer.

****

Heey Johan,

Leuk stuk heb je geschreven over o.a. jouw verblijf in Limburg, een mooie vervanging voor de NRC die natuurlijk niet op de mat lag vanochtend. Heb jij gisteren Buitenhof nog gezien? Viroloog Jaap Goudsmit vertelde dat het langzamerhand tot de wetenschap doordringt dat het vaccin weinig bijdraagt aan de overdraagbaarheid/besmettelijkheid. Maar, net zoals de griepprik, vooral de hevige ziekteverschijnselen en derhalve een eventuele IC opname voorkomt. Derhalve vindt hij alle vaccins even efficiënt. Terecht had hij het in dat kader over falend overheidsbeleid daar de ziekteverschijnselen bij jonge verzorgenden per definitie minder zijn dan bij 60 plussers.  Ook het interview met de Rusland kenner vond ik leerzaam.

Goede beslissing van je om eerder uit Valkenburg terug te komen. Ik ben gisteren naar Nanny gaan lopen en wat een snijdende kou zeg. Het is idd appels met peren vergelijken wat Lanoye in zijn NRC-stuk deed, eens dus, en nooit te rechtvaardigen wat de hooligans hebben gedaan. Wat zij hebben gedaan is trouwens idd grotendeels niet te herleiden tot de Rutte -doctrine die de afgelopen jaren zoveel schade heeft gebracht. Men wilde gewoon rellen! Rutte stelde dat de staat nu velen financieel kan ondersteunen dankzij zijn beleid. Flauwekul! Door bezuinigingen staan we er beroerd voor. Feitelijk blijkt dat de afgelopen jaren heel veel gesneden is in belangrijke zaken voor het welzijn van de Nederlanders zoals ouderen- en gezondheidszorg maar ook in infrastructuur. Slecht onderhouden bruggen, een zeer kwetsbaar elektriciteitsnet en het spoor waar o.a. de wissels al jaren geleden vervangen hadden moeten worden door te verwarmen wissels, en ga zo maar door. En het meest erge is nog wel de kloof tussen rijk en arm die ook bij ons alleen maar groter is geworden. Overigens is dit wereldwijd zo.

Deze Rutte verdient feitelijk een electorale afstraffing. Maar we leven nu eenmaal in een tijd dat meningen en gevoelens belangrijker gevonden worden dan feiten. Dus deze aardige Rutte (wie wil er nou geen biertje met hem drinken?) doet het goed bij het grote publiek. Lanoye vindt, zoals menig buitenlander, dat wij en als exponent onze overheid arrogant zijn. En dat buit hij erg uit, hij geniet ervan! Slimme lockdown/ buurlanden zo stom als het achtereind van een varken. De hele toeslagen affaire: ‘The Dutchbat Carnage’ afgezet tegen het Nederlandse belastingparadijs waardoor andere landen 30 miljard aan fiscale inkomsten zouden zijn misgelopen in combinatie met Jeroen Dijsselbloem die andere landen z.i. (en m.i) onterecht de les heeft gelezen. Ergens geniet Lanoye ervan dat Nederland het zo slecht doet nu (zelfs Bulgarije heeft ons qua vaccinaties ingehaald, datalek GGD ter grootte van de Oosterscheldekering). Premier i.c. land zonder visie. Ergens heb ik wel begrip voor Lanoye. Denk alleen dat België en menig ander land het niet veel beter doen. Het kapitalisme is duidelijk aan een zeer grote onderhoudsbeurt toe!!!

We zien elkaar gauw. Lieve groet aan Ellen.

Charles.

****

Dag Johan,

Ik heb zojuist geamuseerd je blog gelezen en ook verder gekeken naar foto’s die ik via je blog heb kunnen zien. Ik ben geraakt door een lieve, maar ook o zo kwetsbare Ellen. De foto die mij het meest heeft geraakt is foto item 8 van 28 toen jullie met de fotografe Annelies Verhelst in Vlissingen waren. Trix en ik brachten onze korte vakanties aan de overkant van de Westerschelde door. In Zeeuws Vlaanderen. In mijn grijze hersencellen zijn vergelijkbare foto’s en gebeurtenissen uit mijn verleden met Trix verankerd. En soms valt het wat minder mee om daarmee om te gaan. Ik kijk de laatste tijd weinig televisie meer, ik word een beetje te moe van het eenzijdige nieuws. Ik erger me ook steeds meer aan de onbenulligheid van veel programma’s. Heeft dat iets met de leeftijd te maken? Misschien heb jij daar een antwoord op. Maar bewaar dat tot we, onder het genot van een mooie witte wijn, daarover kunnen praten. We hebben geen haast Johan, maar je weet dat je hier in Tilburg altijd van harte welkom bent en blijft. Je hebt in deze stad veel herinneringen liggen. Groet,

Jan van den Heuvel.

Ministerie erkent: misbruik bonussen in verpleeghuizen

‘U heeft gelijk in uw boze brief aan ons’, zei het gezondheidsministerie me deze maandagochtend 1 februari 2021 door de telefoon bij monde van een vriendelijke mevrouw. Ze verontschuldigde zich ook. Het was met die coronazorgbonussen in december helemaal niet goed gegaan. Oplichterspraktijken. De ambtenaar van het ministerie zei het zo niet maar ze bedoelde het zo wel. Ik kreeg gelijk dat diverse verpleeghuizen de coronabonussen voor zorgmedewerkers misbruikt hadden en die op een schandalige manier ook hadden toegespeeld naar personeel waarvoor de bonussen helemaal niet bedoeld waren geweest. Met de kerstdagen niet en thans nog steeds niet. Ze was het met me eens en wilde dat even persoonlijk laten weten. ‘Maar lieve mevrouw, afgaande op de lange personeelslijsten die verpleeghuizen naar het ministerie stuurden voor een bonus had u toch meteen op uw klompen kunnen aanvoelen dat u besodemieterd werd? Of niet soms? Gezien die lijsten kon er toch immers geen sprake zijn van een hopeloos tekort aan eerstelijns verzorgenden in de verpleeginstellingen! Eerder een overschot. Maar we horen niet anders dan van vele tienduizenden en nog eens tienduizenden vacatures. Heeft u bij het toekennen van die bonussen zitten slapen?’ Te goed van vertrouwen, zullen we maar zeggen. Uilskuikens. En verpleeghuizen die daar flagrant misbruik van maakten. Een zucht door mijn nieuwe iPhone. Het ministerie voelt zich bedrogen. Zouden sommige verpleeghuizen ook hun schaap buiten en het konijn in de recreatiezaal voor een coronabonus hebben opgegeven? Meestal luisteren die naar hele lieve namen. Maar het goede nieuws is dat nu met vereende krachten gewerkt wordt aan een bonus voor de thuiszorg. Eindelijk. Het werd tijd. Gerechtigheid.

Nederland is het land van andere landen dominee-matig de les lezen. Van de crapuleuze hardvochtigheid en bureaucratische haarkloverij in de toeslagenaffaire. Van regels en van onbedaarlijk regelfetisjisme. Van de ambtelijk schijnheilig prachtig aangeharkte tuintjes. Hoe meer loketjes hoe meer levensvreugd. Het is voor velen een houvast, net als kerkbezoek. Heel lang waren we daar nog trots op ook, neurotisch trots. Maar o wee. Wat vallen we door de mand. De teloorgang van Nederland, schreef deze week Tom Lanoye vanuit Vlaanderen. Niet eens leedvermaak. Eerder medelijden. Vlaams medelijden. Regels en nog eens regels. Vraag het elke willekeurige mantelzorger. Maar zodra het in een pandemie aankomt op improvisatietalent valt Nederland als eerste met schaamte door de mand. Het lachertje van Europa dat vooral uitblonk in vergaderen en in ‘Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft’. Je kunt er niet alleen Hugo de Jonge de schuld van geven. Het zit in onze genen. Het liefst vordert het ministerie die ten onrechte verkregen bonussen aan zijlijnfiguren in de verpleeghuizen terug. Maar hoe? Voor wie wel kan organiseren maar niet improviseren is dat nog een heel werk. Maar de intentie zou er wél zijn. Eigenlijk kwam het er in het gesprek van gisteren met die vriendelijke ministeriemevrouw op neer dat de overheid door veel besturen en directies van verpleeghuizen afgelopen november en december op z’n Hollands gezegd grofweg is belazerd bij de toekenning binnen de verpleegzorg van de coronabonussen. Oplichterspraktijden dus eigenlijk. Valsheid in geschrifte? Mooi weer spelen bij het voltallige verpleeghuispersoneel met behulp van bedrog. Bonusfraude? En de daders weten natuurlijk van de prinsjes en prinsesjes geen kwaad. Zo gaat dat meestal. Er zal altijd wel een gewiekste advocaat gevonden kunnen worden als ze zich voor hun malversaties moeten verantwoorden. De smoezen kunnen we nu al bedenken: onduidelijke brief van het ministerie over opgave voor coronabonussen, brief voor meerdere uitleg vatbaar, te ingewikkeld Haags taalgebruik, werkdruk in coronatijd, van alles wat, behalve kwade opzet. Maar hoeveel huilverhalen ook, het is en blijft gemeen en onverantwoord naar de samenleving toe die toch al zo onder druk staat.

Die bonussen waren exclusief voor de handen aan het bed in coronatijd, niet voor anderen. En al helemaal niet voor de raad van bestuur en de directeur, als ook die in de prijzen zijn gevallen. Niets verbaast ons meer. Zie de gretig opgestroopte mouwen van de misselijk makende ziekenhuismanagers voor de eerste coronaprikken. Vuige egoïsten. En maar schelden op een Donald Trump. In vele opzichten geen spat beter. Diverse verpleeghuizen, achteraf dus toegegeven door het ministerie, hadden voor het gemak maar iedereen voor een bonus in aanmerking laten komen onder het motto ‘Pluk de dag’. Ook de kantinejuffrouw, de glazenwasser en de administratie. De administratie die van huis uit werkte. Het was groot feest in de verpleeghuizen. Een wel heel uitbundig kerstpakket in 2020. Nooit in deze tijden van corona een verpleeghuisbed van dichtbij gezien, nooit een washandje hoeven gebruiken, niet eens op de afdelingen geweest, maar vooruit: ook maar een bonus voor zijlijnfiguren als de tuinman om de onderlinge sfeer op de werkvloer plezierig te houden. Een dubbele of zelfs drievoudige bonus voor uitzendkrachten die in meerdere verpleeghuizen eventjes rondgelopen hadden, naar mij door iemand werd verteld.. Welja! Toe maar. Mee-eten uit de ruif.

En de thuiszorgmedewerkers hadden het nakijken. Het dreamteam van Ellen bijvoorbeeld. Om razend van te worden. Geen bonus voor ónze dames die bij nacht en ontij hier de straat in kwamen rijden om voor Ellen te zorgen, ook met de feestdagen. Maar wel een douceurtje van duizend euro voor de juffrouw in de kantine die vanwege de corona op slot zat. Die telde elke dag haar gevulde koeken en kwam steeds weer op hetzelfde aantal uit. Daarvoor een bonus. Dat ging het ministerie snel rechtzetten, beloofde mevrouw S. Ze kende iemand van wie de moeder als thuiszorgmedewerker een bonus verdiende maar niet had gekregen. En bij de zus van die moeder was het net andersom geweest. Die had er helemaal geen recht op gehad maar wel een coronabonus met de feestdagen in haar zak kunnen steken. Rondje van de zaak! De directrice van de verpleeginstelling trok bij de bar nog maar weer eens aan de bel. Immers rondje van de zaak! Hoge populariteitscijfers voor bestuur en directie van verpleeginstellingen. Met behulp van maatschappelijk onrecht en gesjoemel met personeelslijsten. Er wordt nu alles op alles gezet dit binnen een maand te corrigeren. Eerste prioriteit: de thuiszorgmedewerkers. Aldus de ministeriemevrouw. Wie had het eigenlijk eind vorig jaar over de thuiszorg gehad? Bestond de thuiszorg wel in het verhaal over een coronazorgbonus? En dat terwijl het overheidsbeleid erop gericht is zieken en ouderen zolang mogelijk thuis te houden (vergrijzing, kosten). En waar was diezelfde hypocriete overheid de afgelopen feestdagen? Voor de thuiszorg was die overheid in geen velden of wegen te bekennen.

‘U heeft gelijk in uw brief aan ons’, benadrukte de ambtenaar van het departement voor de gezondheidszorg opnieuw. De thuiszorg was zelfs niet eens stiefmoederlijk bedeeld geweest. Zelfs dat nog niet eens. Ze voegde eraan toe dat het ministerie zich kapot geschrokken was van hoe diverse verpleeginstellingen met overheidsgeld de afgelopen feestdagen intern voor Sinterklaas en Kerstman tegelijk hadden gespeeld. Daar wordt nu tegen opgetreden, voegde de ambtenaar toe. Maar eerst zal recht worden gedaan aan de thuiszorg. ‘Binnen een maand hopen wij met onder meer de computeruitdraaien van de Sociale Verzekeringsbank afdeling PGB ook de thuiszorg van een bonus van duizend euro te hebben voorzien en daarna van een tweede bonus van vijfhonderd euro.Hadden ze dat niet eerder kunnen bedenken? Mevrouw S. wees er nogmaals op dat de aangehaalde voorbeelden in mijn boze brief ook bij het ministerie intussen genoegzaam bekend waren. Wat de overheidsambtenaren kennelijk eind vorig jaar over het hoofd zagen was dat je niet alle besturen en directies van verpleeghuizen kunt vertrouwen. Ze geven valse info door. De overheidsambtenaren waren te goed gelovig geweest. Hadden ze zich maar zo in het toeslagenschandaal opgesteld.

Een tip aan het ministerie van Hugo de Jonge: misschien een aardig idee om ook nog eens uit te zoeken op welke andere terreinen de besturen en directies van verpleegorganisaties eveneens misbruik maken van vertrouwen. Een tweede suggestie: schrijf als ministerie eens alle verpleeghuizen aan met de mededeling dat er een zwaar gesubsidieerde wervingscampagne voor handen aan het bed zit aan te komen en stel aan de verpleeghuizen in diezelfde brief eens de vraag hoeveel mensen er daadwerkelijk persoonlijke verzorging verrichten en hoeveel ze er tekort komen. Vergelijk daarna de opgave eens met die voor de bonussen. Wedden dat het heel verschillende lijstjes zullen zijn. De linkmichels.

Twee verpleeghuizen de afgelopen tien jaar meegemaakt. Ik ken het povere leidinggeven in de verpleeghuizen. Dat is misschien wel net zo’n groot probleem als de zoektocht naar bekwame mensen voor persoonlijke verzorging. Het één kan beslist niet helemaal los worden gezien van het ander. Al wil ik niet generaliseren. Nee, ik scheer niet alle verpleeghuizen over één kam. Het zal niet overal verkeerd gaan. De meeste mensen deugen? Welnee! Daar klopt geen donder van. Kolder. We deugen bijna geen van allen. Dat wordt nog wat met het bedrijfsleven en het coronasteunfonds als het straks op uitbetalen aankomt. En wie is dan de klos? De kleine krabbelaar natuurlijk. Hoekstra zet je schrap! Je gaat dezelfde rampzalige weg als je partijgenoot De Jonge. Die is geen minkukel. We verliezen tijdens de pandemie van onszelf. Van onze regelzucht. We verliezen van het feit dat we met al onze regels niet meer onze hersens hoefden te gebruiken en niet kunnen improviseren. Land van calvinistisch ingestelde regelneven. Een volgende regering mag zijn borst natmaken. De meest gehaaiden zullen wel vooraan blijven staan en hun hand op houden. Mag ik even vangen? Ellen (met een thans volledig gevaccineerd team om haar heen, ook een verhaal apart) kan het helaas niet meer zelf zeggen, maar als we haar naar het jappenkamp hadden kunnen vragen dan zou ze gezegd hebben: In oorlogstijd en dus nu ook in coronatijd veranderen mensen in ongelofelijke inhalige niets en niemand ontziende hebbers.

‘U heeft gelijk in uw boze brief’. Ja, en was dat maar niet zo. Helaas, uilskuikens, heb ik gelijk. Maar als we de departementale ambtenares mogen geloven wordt nu – uitgesteld – recht gedaan aan de thuiszorgmedewerkers. Ze zijn net als hun directe collega’s in de verpleeghuizen de KURK waarop de Nederlandse verpleegzorg draait. Bij die categorie behoorde allang een coronazorgbonus te zijn gearriveerd. Dat leger handen aan het bed immers voldoet in àlle opzichten, ik herhaal: in àlle opzichten, aan de spelregels. Niet de kantinejuffrouw van het verpleeghuis en de onderhoudsmonteur. Mocht het begin maart niet in orde zijn dan kon ik mevrouw de ambtenaar daarop aanspreken. Ik kreeg haar rechtstreekse nummer. We zullen zien. Ze zal zeker nog van me horen.

PS.

Nee Jan, de rellen, plunderingen en brandstichtingen in diverse steden bij de invoering van de avondklok klein bier noemen, vergeleken bij tien jaar Rutte-doctrine met alle afbraak in onder meer de zorgsector, dat vind ik van de zo bewierookte Vlaamse schrijver Tom Lanoye in NRC een onzinnige vergelijking. Een gevaarlijke ook. Een vergoelijking bijna. Alsof tien jaar Rutte-doctrine het avondklok-hooliganisme zou kunnen rechtvaardigen. Kom op zeg! Ze zijn beide heel erg. Op de radio vanuit zijn woonplaats Kaapstad nuanceerde Lanoye zijn uitspraak overigens. Ik vind dat ook een columnist niet totaal vrij van journalistieke ethiek moet willen opereren. Ik wijs je op de straatklinkers die naar ziekenhuizen werden gegooid. Ziekenhuispersoneel dat de stuipen op het lijf werd gejaagd. Ziekenhuismedewerkers vluchtten radeloos naar huis. Winkeliers en anders die hun pand uit angst barricadeerden. Een traumatische ervaring. De beelden gingen de hele wereld over. Noem dat maar klein bier. Het was appels met peren vergelijken. Op de School voor Journalistiek zou ik met mijn gevreesde rode viltstift een streep door die onzin hebben gehaald. Het las leuk weg maar daar had je dan ook alles mee gezegd. Door zijn verder voortreffelijke stuk zo te eindigen beet Lanoye op de opiniepagina van NRC in zijn eigen staart. Het deed afbreuk aan het voorafgaande. Zijn opinieartikel verloor met die krankzinnige vergelijking aan waarde. Je moet jezelf als schrijven niet overschreeuwen. De avonden en nachten van straatanarchie die politiemensen met bebloede hoofden en verdere verwondingen weer terugbrachten in hun gezin waren in geen enkel opzicht klein bier. Ook niet vergeleken bij tien jaar Rutte-doctrine. Je legt toch niet voor berekening van de kosten eerst de Rutte-doctrine en daarna de avondklokrellen op een weegschaal? Het lijkt de groetenboer wel. Ik was als NRC voor publicatie met Lanoye gaan praten om die laatste alinea geschrapt te krijgen. Misschien is dat ook wel gebeurd, maar weigerde de Vlaamse auteur. Overigens: niet jij stemt in maart weer op Rutte, niet jij nee, niet ik, en niet diverse anderen om ons heen. Maar half Nederland laat zich door de Rutte-doctrine niet van de wijs brengen en bezorgt de acrobaat uit Den Haag opnieuw zijn premiersbonus. Om maar in de sfeer van bonussen te blijven. Voor velen blijft kinderloze Rutte voelen als hun gezinshoofd. Zijn we hardleers? Zeg het zelf maar. Wat doet de Nederlandse kiezer met de spiegel die Lanoye ons als een J’Accuse van de Franse schrijver en journalist van weleer Emile Zola voorhoudt? Zweren we het neoliberalisme van de Chicago School van de econoom Milton Friedman ook écht af in het stemlokaal? Welnee. VVD en CDA gaan triomferen. Dat zegt genoeg. Ik las in diezelfde NRC, en ik hoor ook niet anders, dat de basisscholen zijn overvallen door de regels die aan openstelling komende maandag verbonden zijn. Overvallen? Hoezo? Te laat duidelijkheid over de regels? Maar daar kan toch niet eerst vier weken over worden vergaderd? We leven in een pandemie, in een totale crisis. Dit heeft niets met de Rutte-doctrine te maken maar alles met het geringe improvisatietalent in het verkleuterde Nederland. We zijn verslaafd geraakt aan praatprogramma’s en waar we in uitblinken is piepen en zeuren. Wat Youp van ’t Hek zo mooi aangaf in zijn column: van alles geven we Hugo de Jonge schuld, Als bij Youp thuis de pindakaas op is of de jam dan is dat de schuld van Hugo de Jonge. Neem toch je eigen verantwoordelijkheid als basisscholen! Toon iets van zelfredzaamheid. Kom toch uit je kinderstoel. Het is in Nederland nooit goed of het deugt niet. Als het even tegenzit dan vallen we om. Waar is de rechte rug! Op dat punt geef ik Tom Lanoye helemaal gelijk. We zijn de dominee van Europa maar reageren bij crises alsof we net uit een ei zijn gekropen. Een minder grote mond in Europa, zou ik zeggen.

In zes minuten een wereldster voor hoop en energie. Maar toch

Hallo Hans in het verre Indonesië:

Old memories never die:

Een oud-collega aan de academie voor journalistiek wenste ons vorige week woensdag 20 januari een (naar omstandigheden) gelukkig nieuwjaar toe, en niet op 1 januari. Waarom toen niet? Ze verbond haar hartelijke nieuwjaarsgroet aan de beëdiging op 20 januari van Joe Biden als nieuwe president van de Verenigde Staten. Vond dat Jeannette Klusman, want over haar heb ik het, dit prachtig had verwoord. Meer overigens nog dan door Biden, en de eerste vrouwelijke (en bovendien donkere) vicepresident Harris, was ik 20 januari gefascineerd en ontroerd geraakt door de geel gemantelde Amanda Gorman, 22 nog maar, dichteres en activiste en binnenkort ook nog model. Een jonge vrouw uit Californië, Afro-Amerikaans, die in in amper zes minuten spreektijd een wereldster werd en met heel haar inspiratie niet meer van ons netvlies zou verdwijnen. Zij bleek een toonbeeld van hoop en energie. En ze was de temperamentvolle personificatie van een naar verdraagzaamheid en medemenselijkheid hunkerende wereld. Die na de ontgoochelende Capitoolbestorming door trumpistische heethoofden even eerder in Washington, ook in een verbijsterend ontwricht Nederland zijn fatsoen verloor met schaamteloos opruiende oproepen via de sociale media tot vernielingen en intimidatie, tot straatrellen en winkelplunderingen. De ME en het waterkanon. Niet eerder zo heftig als tijdens de krakersrellen van veertig jaar geleden. En waarom. Weet even niet of ik hierachter een vraagteken moet zetten of een uitroepteken, of beide. Waarom. De lockdown? De avondklok? Het zich moeten aanpassen aan veranderde omstandigheden? Welnee. Rellen om de sensatie? Waarschijnlijk. Hooligans en hooliganisme hebben geen aanleiding nodig. Het zijn al veertien- en vijftienjarigen. Misschien nog wel jonger. Ik schaam me voor Nederland Hans, zo schrijf ik jou in het verre Indonesië. Dat wat Nederland de afgelopen dagen te zien gaf, zou dat passen in het vreedzame boeddhisme van Bali? Ik ga Bali niet romantiseren maar zou bij jou mogelijk zijn wat hier aan narigheid op straat plaatsvond? Zinloos geweld wordt bijna altijd voorafgegaan door zin in geweld, las ik in een gedicht.

Zijn wij in Nederland met onze tolerantie veel te ver doorgeschoten? Waren we ziende blind? Missen we politieke zwaargewichten? Missen we politieke en bestuurlijke geloofwaardigheden met die toeslagenaffaire als een extra kletsnatte ijskoude handdoek in de nek? Missen we ouderlijk gezag? Hangen we journalistiek nog vooral van op niets uitlopende praatprogramma’s aan elkaar? Bazelprogramma’s die steeds weer aantonen dat onze opinieleiders heel goed kunnen praten maar totaal niet naar anderen kunnen (en willen) luisteren? Programma’s die aantonen dat het een zwaktebod is je door een ander van diens gelijk te laten overtuigen? Zijn wij in Nederland een land geworden van welzijnswerkers en zielenknijpers, van polderen, van pappen en nathouden, en van onmacht? Zouden we in Nederland niet het operetteachtige toneelgezelschap van het koningshuis moeten afschaffen, wat ik overigens al vijftig jaar om heel andere (staatsrechtelijke) redenen vind, en zouden we daarvoor in de plaats niet beter af zijn met een milde dictator boven een premier met hooguit twee ambtstermijnen – een milde uitvoering van een dictator die een einde maakt aan het dagelijkse gelul en alle schijn gezelligheid in ons land? Na twee dagen komt onze koning ceremonieel een kijkje in Den Bosch nemen om er te schade te taxeren. Geen sterveling die daar iets aan heeft. Laat die klus wat geld doorschuiven naar de gedupeerde winkeliers of liever nog: de slachtoffers van de toeslagenmisdaad. Ik schaam me diep voor Nederland, Hans, als ik op de tv de Nederlandse binnensteden in oorlogsgebied zie veranderen en ondertussen een blik werp op Ellen die van dit alles gelukkig geen besef heeft. De doortastende burgemeester Jorritsma van Eindhoven zag deze week zijn binnenstad her en der als een fakkel branden en voorvoelde iets van een burgeroorlog. Hij zei het uit emotie. Begrijpelijke emotie. Onmiddellijk doken sommige zwakke journalisten op dat begrip burgeroorlog, gingen het ‘framen’, tot Jorritsma daar begrijpelijkerwijs gek van werd. En Wilders wilde het leger de straten insturen maar vergat even gemakshalve dat zijn debattechniek meermaals olie op het vuur is. Bij de GGD is het een beestenbende. Die wordt geleid door André Rouvoet, nu met baardje, in een vorig leven minister. Van gereformeerde huize, van de ChristenUnie. Bij Rouvoet zie je meteen een Zeeuws kerkkoor voor je. Niet de GGD en een gestroomlijnd prikbeleid. Daarin staan we op degraderen in Europa. Voor demonstraties tegen de coronarestricties inclusief de avondklok heeft de burgemeester van Apeldoorn het fabrieksterrein van Zwitsal vrijgegeven. Dat is dan wel weer humor. Moet trouwens voor Ellen Zwitsal kopen, realiseer ik me. De voorraad aanvullen. Land in de afgrond. Ja, ik schaam me. Wil het liefste weg uit Nederland. Ik schaam me. Ook tegenover bijvoorbeeld mijn vroegere adjunct en redactiechef Hans Goessens die een hele hoge standaard van beschaving had en die zich als journalist ook heel veel door ethiek liet leiden. Hans Goessens? Ja, over hem gaat deze bijdrage in de blogserie. Je voornaamgenoot leeft allang niet meer. Maar gisteren werd ik ineens weer met hem geconfronteerd. Ik schrok. Het deed me veel. Even verderop politiesirenes. Het gaat in deze aflevering gedeeltelijk over hem. Lees maar.

Maar eerst: mij trof als zeer plezierig dat je op Bali af en toe de moeite neemt, of meer dan dat, naar mijn blogs te kijken. En die te lezen. Fijn dat je me zo’n sterk geheugen toedicht. Want ojee, geheugenverlies, de ziekte van Alzheimer, ik heb er in het verpleeghuis te veel van gezien. Begrijp uit je mails dat je nog altijd enige interesse hebt behouden voor het honkbalverleden en aanverwanten. Er passeerden in je laatste mail veel namen. Veel namen van mensen die bij Ajax gehonkbald hadden, zoals ook jij. Ach ja Ajax: Martin Bremer ook. Kick Geudeker van de krant Sport en Sportwereld die later opging in het AD. Ik las als jochie elke maandag op weg naar school hun verslagen in de vitrines van een kiosk op de Vleutenseweg. Het waren korte lijntjes van de journalistiek naar het honkbal in de jaren ’60. Honkbal was populair bij journalisten. Denk ook aan Bob Spaak. Guus van der Heijden van het ANP en Blauw Wit die bondsvoorzitter werd. En een hele goeie. Theo Vleeshhouwer van het Vrije Volk en bondssecretaris. Journalisten en honkbal. Vooral in het Amsterdamse. Met name als het ging om clubs als Ajax en Blauw Wit. En VVGA met Hugo Walker. Voor mij waren de drie beste honkballers van Ajax de rijksgenoten Ruben Leysner, Ben Richardson en Roy Balinge. Die Balinge sloeg ooit eens in zijn eentje UVV helemaal de vernieling in. Elke hem toegeworpen bal veranderde in een homerun. Beangstigend als hij weer in het slagperk verscheen. Moet onze catcher Robbie Rijnders zich nog wel kunnen herinneren. En Jan van Ewijk ook. Die stond op het derde honk. Dat Ruben Leysner UVV verliet voor Ajax na afloop van het seizoen 1963 heb ik nooit kunnen verdragen. Daarom hem persoonlijk in 1972 teruggehaald. Noemden ze destijds ronselen. Heerlijke vrije tijdsbesteding was dat. Zat inmiddels bij UVV in het bestuur. Van heel vroeger bij Ajax herinner ik me ook nog vaag de Antilliaanse honkballer Hubert Naar. Zegt jou misschien wel niks. De grijze oudheid inderdaad. De duivel met een slaghout. Je noemde van mijn jeugdteam bij HMS Bernard Flohr. Je treft hem op facebook en hij is nu honkbalscheidsrechter op het hoogste niveau? Vertel me er meer over! Hij was mijn pitcher. Een Indische jongen. Ondoorgrondelijk en ook weer niet. Zijn vader reed nog wel eens met zijn roestige Volkswagen bestelbus mee naar uitwedstrijden. Totdat het minder verantwoord werd. Pa Flohr leek nog wel eens op goed geluk een kruising over te steken. Weet nog goed hoe bezorgd Ellen daarover was. En wie niet! Eigenlijk reed Bernard de bestelbus die naast zijn onzekere vader op de bijrijdersstoel zat. ‘Pappie, let op, van rechts komt een fietser.’ En: ‘Je moet de koppeling indrukken pappie’. Daar werden weleens grappen over gemaakt. Maar wat een fantastische mensen waren dat. Met het hele team hebben we eens bij de familie Flohr aan een rijsttafel gezeten. Bernard had een paar zussen, de ene nog mooier dan de andere. Doe Bernard Flohr mijn hartelijke groeten als je wilt. Hij had een streepje voor. Net als Theo Deuning en Etienne Rijnbergen. Ik vermoed dat ik dat nooit heb laten merken. Ik hoop dat eigenlijk ook. Het waren stille jongens, maar echte honkballiefhebbers. Ik kan al die namen van die jeugdspelers van veertig jaar geleden nog steeds opdreunen met hun rugnummer erbij. Bernard Flohr speelde onder nummer 12. Etienne onder 22. Theo Deuning onder 24. Een onvergetelijke tijd was dat. Met die jonge gasten in Parma. De schoolmeisjes van veertien stonden mijn spelers al ’s morgens bij het hotel op te wachten. Onvergetelijke tijd. Ellen zou het beamen. Ze was erbij als teammanager. Jij trouwens ook, realiseer ik me. Heb sinds mijn eigen website in 2016 diverse honkbalverhalen geschreven waarvan sommige ook in mijn boeken werden vervat. En via mijn boeken op de toonbank van drie filialen van de plaatselijke boekhandel hier belandden en vandaar weer bij een nog wat groter lezerspubliek. We hadden hier gedurende een paar jaar een krant die ‘De Oud-Utrechter’ heette. Een krant voor de nostalgisch ingestelde mens, zeg maar. Die krant nam met medeweten van mij sommige verhalen en mijmeringen integraal over. Soms opende de krant met een honkbalverhaal over vroeger en ging het artikel van de voorpagina door naar een pagina binnenin. Vriend en eindredacteur van mijn boekenreeks Jan van Ewijk weet er alles van.

Toen Ellen nog maar net écht ziek was geworden, zo’n twee/ drie jaar na de diagnoses zeg maar, toen waagde ik me aan een psycholoog. Ik wist me een emotionele jojo. Mijn levensgeluk glipte me als rul (of mul) zand door de vingers. Een psycholoog dus. Mijn huisarts was op voorhand benieuwd hoe dat zou uitpakken. Wat hij vermoedde, gebeurde ook. De rollen waren al in de tweede sessie omgedraaid. De psychologe lag op de bank te vertellen hoe zwaar haar leven was, en hoe opofferingsgezind ze zich telkenmale aan de natie toonde, en ik was voor haar het luisterend oor. Overdrijf ik? Nee Hans, ik overdrijf niet. Gekkenwerk natuurlijk. Ze had ook een hele rare opvatting over verantwoordelijkheid nemen, die psychologe. Dat moest je nooit van je medemens eisen, vond ze. Haar kinderen zaten op een sportvereniging. Ik weet even niet meer of het voetbal of hockey was. Doet er ook niet toe. Het merkwaardige schepsel, dat voor mijn psychologe moest doorgaan, vertelde dat in het team van haar kinderen niet alle ouders gehoor gaven aan de dringende oproep ook eens een enkele keer hun auto beschikbaar te stellen voor de uitwedstrijden. Ik moest vader Flohr afremmen, letterlijk zelfs, maar mijn psychologe daarentegen kwam bijna blijmoedig elke veertien dagen vervoer tekort voor uitwedstrijden. Daardoor was het strijk en zet dat mevrouw de psychologe altijd zelf met andermans kinderen en een volle tank benzine kriskras door de provincie Utrecht toerde. Ik tikte mijn voorhoofd aan. Verklaarde haar voor gek. Zei dat ik de kinderen niet meer mee zou nemen van ouders die alles aan een ander overlieten. Zei mijn psychologe dat je niet voor de consequenties moest weglopen als je je kinderen op een teamsport deed. De psychologe liet zich als sloof behandelen en leek daar nog trots op ook. Het gevoel dat ik zat aan te praten tegen het Oude en Nieuwe Testament bij elkaar. Al te goed is buurmans gek. Daar was ze het helemaal niet mee eens. Ze probeerde me op de mouw te spelden dat je niet mensen moest veroordelen die voortdurend hun snor drukten als je de helpende hand verwachtte en ook verdiende. En dat was nu juist waarover ik zoveel verdriet had. Ik ben toen gestopt met die flauwekul. Ik ben veel te zelfstandig en eigengereid. Nee, ik schrap het woord eigengereid. Het is zelfbewust.

Ik denk nog heel af en toe aan die maffe psychologe terug. Zoals deze dagen als ik straattuig de Nederlandse steden kort en klein zie slaan omdat ze tegen een avondklok zeggen te zijn. Het zou me niet verbazen als die psychologe uit 2014, of wanneer was het precies, nu urenlang zou kunnen psychologiseren over de psyche van jongeren die je Covid-19 nu eenmaal niet kunt aandoen. Laat staan een lockdown. Laat staan beperkingen om van een dodelijk virus af te komen als een avondklok. In elk geval bracht die ervaring met die psychologe me terug bij de werkelijkheid en bij mijn eigen innerlijke kracht: mijn karakter en drang naar zelfredzaamheid. Ik pakte de draad met schrijven weer op en begon aan mijn boeken en blogs. Met een omweg met dit alles naar je vraag hoe het ermee staat. Nou zo. Roerige tijden. Niet zozeer door Ellen maar de atmosfeer in Nederland. Moet ineens denken aan het nieuws van gisteren op mijn autoradio. Er tekende zich meteen weer een nieuw blog af vol verontwaardiging. Ergens in Nederland werd een jongen van 17 tot twee jaar jeugddetentie en tbs veroordeeld wegens het doodsteken van zijn ex-vriendinnetje van 15. De advocaat van die jongen van 17 had de rechter proberen wijs te maken dat zijn cliënt uit zelfverdediging had gehandeld. De rechter geloofde daar geen barst van. Natuurlijk niet. Eigenlijk vind ik dat een advocaat die met zulke lulkoek op de proppen komt een berisping van de Deken der Advocatuur verdient. Plus een aantekening dat, bij herhaling van dit soort ondermijnende verdedigingstactiek, hij wordt geschorst. Hoe kom ik van die psychologe op die advocaat? Simpel: dingen recht praten die zo krom zijn als een hoepel. Je zal als ouders maar eens je dochter van 15 verliezen omdat ze door messteken naar een andere wereld is geholpen. Ik zat me in de auto te verbijten om die advocaat. Ik had het er even later met een zekere Annelies van 33 over. Zij en haar toenmalige vriendje Ivo hielp ik als hun docent journalistiek aan werk op de redactie van de Surinaamse krant De Ware Tijd waarvan ik toen mentor was. Ze waren toen beiden 21, dus dat is alweer even geleden. Annelies is altijd contact blijven houden. Ze is heel artistiek. Ze is een heel goeie fotografe. Eén keer per maand maken we een wandeling door Amsterdam. Onze nieuwe hobby is over een begraafplaats dwalen. Ik zou er nooit opgekomen zijn om dit als verzetje te kiezen maar ineens stonden wij vorig jaar bij het graf van Annie M.G. Schmidt en Wubbo Ockels en dat smaakte naar meer. Ook gisteren voorbij de Amsterdamse rechtbank aan de Jan Roeskestraat, vernoemd naar een dirigent en koorleider, liepen we over een begraafplaats. We waren net de Van Rossems. Maarten van Rossem en zijn broer en zijn zus. Maar dan wij met z’n tweeën. Als de Van Rossems dus. Zeggen die mensen jou iets op Bali? Net buiten de begraafplaats politiesurveillance om de rechtbank nog wat extra scherp in de gaten te houden. Nooit geweten hoe apart het is de tekst op grafstenen te bestuderen. Iemand werd op zijn grafsteen bedankt dat hij af en toe hulp had verleend. Ik dacht meteen: dus meestal niet. Dat wordt hem nog even aangewreven. Want waarom anders zo benadrukt. We hadden het ook over die advocaat van de jongen van 17 en het dodelijke slachtoffer van 15. Het zal je dochter maar zijn. Annelies reageerde heel pragmatisch. Ze vond het maar wát gelukkig dat er nog rechters bestonden die niet in prietpraat geloofden. Het kwam erop neer dat we lang genoeg meer oog hadden gehad voor de daders dan voor hun slachtoffers en de nabestaanden. Inderdaad: achter elke dader een aan zijn portemonnee verslaafde advocaat en een hele batterij welzijnswerkers. Bah. Als je als advocaat maar bekend bent, hoe doet er kennelijk niet toe.

En toen ineens stond ik stil bij een graf met daarop de naam Goessens. In een bochtje van de begraafplaats dat graf. Onder een bladerloze zwijgende boom. Goessens? Het was een echtpaar met daaronder een aparte steen voor hun overleden zoon. En verdomme: dat was Hans Goessens, die zoon, in 1948 geboren, en in februari 2002 overleden, negentien jaar geleden alweer. Op de dag van zijn begrafenis stond ik met Taco Slagter (ook UN) les te geven aan de Erasmus. Ik herinner het me als de dag van gisteren. En gisteren is inmiddels negentien jaar geleden. Negentien jaar alweer! Ik heb Hans Goessens heel goed gekend. Dat gold ook voor Ellen. Ook zij kon goed opschieten met deze van huis uit historicus. Hans Goessens is een paar keer bij ons thuis geweest in ons vorige huis in Vleuten. Haring aten we, veel haring met zuur en ui. Samen met hem eens bij een boekpresentatie (boek over prins Claus) dronken geworden van buitengewoon onschuldige bubbelwijn uit Spanje. Dat was de eerste keer dat Ellen mij zag in het schemergebied van aangeschoten en bezopen, en ook meteen de laatste keer. Want ze sprak mij zeer vermanend toe. Om haar te bewijzen dat ik helemaal niet dronken was klauterde ik op een smal gemeentelijk ijzeren hekje bij ons huis. Viel met mijn zatte kop in een rozenstruik met vlijmscherpe doorns en ze – mijn wettige echtgenote! – liep door en liet me gewoon liggen. Begreep later dat Hans Goessens al niet anders was thuisgekomen. Hij was mijn adjunct-hoofdredacteur in misschien wel mijn mooiste episode in de dagbladjournalistiek. Namelijk de jaren negentig toen ik van Het Parool naar het Utrechts Nieuwsblad van prof. drs. Max Snijders verhuisde en daar chef buitenland werd. Hans Goessens was als adjunct ook tevens redactiechef. Hij leidde de dagelijkse vergaderingen, deelde de krant in, en had de finale stem in de nieuwskeuzes. Chef van de parlementaire redactie van de Volkskrant was hij geweest. Met hem, Hans Goessens, opgegroeid bij de Volkskrant, ooit in het onderwijs begonnen, zoon van een winkelier als ik me niet vergis, heb ik vele jaren, dag in dag uit, geweldig samengewerkt. We hadden dezelfde instelling. De opgestroopte mouwen. Liefde voor het vak. We botsten ook wel eens, meer dan eens, maar nooit voor lang.

Ineens werd alles anders bij het UN. Alsof er een pikzwart gordijn om ons heen werd dichtgetrokken met een geraffineerd koord. Een koord dat vervolgens strak om ons nek werd gesnoerd. Max Snijders ging na 27 jaar hoofdredacteur te zijn geweest met pensioen. Het UN kwam in handen van Wegener dat heel andere ideeën over de journalistiek en de lezer had dan ik met Snijders en daarvoor altijd gewend was geweest. Er kwam een fusie met de Amersfoortse Courant. De lezer heette geen lezer meer maar voortaan consument naar het woordgebruik van een bierbrouwerij en supermarkt. Ik was ook niet langer meer chef buitenland maar chef verwegistan. Goessens verhuisde naar Limburg. Hij werd in Heerlen hoofdredacteur van het Limburgs Dagblad. Hij zocht een chef voor de redactie binnenland en buitenland. Hij wilde me graag hebben. Ik onderging een medische keuring in Heerlen. Ellen was erbij. We zaten het aansluitende weekend in een hotel in Landgraaf. De herenboerderij Winselerhof, ik weet het weer. Prachtig gelegen te midden van natuurschoon. In het weekend gingen Ellen en ik op huizenjacht. We zochten een huis in de buurt van de spoorlijn naar de Randstad. Want Ellen wilde niet volledig weg uit het onderwijs in Utrecht. Ik zie ons nog door Sittard dwalen. En door Geleen. Het liep tegen Kerst. Het viel ons op dat we niets van Hans Goessens hoorden. Hij wist toch immers dat we voor meerdere dagen in de buurt waren. En hij wilde me zo graag op zijn redactie. In Landgraaf besloten we ’s nachts om drie uur dat we niet naar Zuid-Limburg zouden gaan verhuizen. We zouden de boel afblazen. Een paar dagen later werden we door iemand van de redactie van het Limburgs Dagblad gebeld. Hans Goessens was ziek, hij had darmkanker, hij meed elk contact, met nagenoeg iedereen. Het moment van die mededeling staat me nog glashelder voor ogen. Ik heb Hans Goessens daarna nog twee keer bezocht bij hem thuis in Nuth. Europalaan of zoiets, een witte bungalow. Een leeftijdgenoot, doodziek, en beroofd van zijn illusies en van alle verdere perspectieven. En toen ineens gisteren stond ik aan zijn graf. De koude rillingen liepen over mijn rug. Alle chefs van de deelredacties van het UN vielen rechtstreeks onder de hoofdredactie en hadden in adjunct Hans Goessens hun eigen chef. Met hem beleefde ik de val van de Berlijnse Muur, de verdere omwentelingen in Europa zoals in Praag met Dubcek en Havel, de executie in Boekarest van Ceausescu en zijn ongeletterde vrouw met twintig of meer eredoctoraten, de eerste Golfoorlog tussen Bush sr. en Saddam Hoessein, de puisterige generaal Noriega in Panama die de VS uitdaagde, de Balkanoorlog, enzovoorts en zo verder. Dag en nacht op de krant. Werken en nog eens werken. Van die tijd had het UN later in de jaren negentig moeten leren dat je nooit een redacties buitenland en economie hun zelfstandigheid moest ontnemen. Het gebeurde wel. Een kantelpunt.

Als gezegd Hans, erg leuk dat je af en toe een greep doet naar mijn blogs. Die over de sport en het honkbal zullen je het meest interesseren. Ondertussen is het een fiks aantal, die blogs. Voor het honkbal verwijs ik je naar de verhalen van juli 2018 en van september-november 2018. En mei 2016. Als een vlammenwerper haalde hij zijn gram. Dat artikel gaat over Peter Terstall die net als Hans Goessens, en mijn vader, maar 53 werd. Geen leeftijd om dood te gaan. Aan Peter Terstall van UVV bewaar ik hele mooie herinneringen zoals ik die ook ten aanzien van Hans Goessens heb proberen te beschrijven. Ik mis ze als ik aan ze terugdenk. Ik weet niet of het door mijn eigen persoonlijke omstandigheden komt dat ik snel ontroerd raak. Ik begon mijn mail met Joe Biden. En met Amanda Gorman. Schreef je al eerder over ouders van een buurjongen die ons hun familiehuis aanboden voor de verjaardag in maart van Ellen. En de verzorgenden Diana en Trudy die voorstelden samen mee te gaan naar Mussel in Groningen om Ellen met iets van een vakantiegevoel een verjaardag te laten vieren waarvan we niet hadden gedacht, en durfden dromen, dat ze die zou halen. Het is nog steeds afwachten, maar toch. Creëer je eigen perspectieven! Na afloop van mijn wandeling over de begraafplaats gister en nog een bezichtiging van de vele architectuur van de Fred Roeskestraat in Amsterdam-Buitenveldert reed ik terug naar huis. Verlangde alweer naar Ellen. Wist dat ik niet in een leeg huis terecht zou komen. En dacht: hoe bestaat het dat straattuig de boel kort en klein slaat en overgaat tot het plunderen van winkels. Moeten we ons niet schamen tegenover al die mensen die ziek zijn geworden en nog zo graag een beetje meer dan weinig van het leven zouden willen genieten. Of hadden willen genieten maar iets meer dan een half leven vergund was. Moeten we ons niet schamen voor mensen die nog maar 52 waren en toen stierven. Schamen voor de rechtschapen en immer hulpvaardige Peter Terstall die vocht voor zijn leven met Ria en zijn drie puberdochters en Hans Goessens die vocht voor zijn leven met Mimi Scholten en hun twee puberzoons. En mijn vader ook die mijn arme moeder in ontsteltenis achterliet. Moeten we ons ook niet schamen tegenover al die gezinnen die vader of moeder ’s avonds de deur uit zien gaan omdat die bij de politie werkt en zich de bange vraag stellen of vader of moeder wel weer heelhuids terugkomt?!

Nee, zo’n gelukkig jaar 2021 is het helaas niet. Maar als ik mijn oud-collega aan de academie voor journalistiek Jeannette Klusman volg dan rekenen we vanaf 20 januari en zijn we nog maar een week bezig. Dat biedt hoop.

Waar blijven die bonussen voor de thuiszorg? Wel de kantinejuffrouw uit het verpleeghuis?

Ach waar maken we ons druk over. Maar we doen het wel. En het zal moeten. Na tien jaar Rutte en de VVD met vooral de steun van het CDA zijn we in Nederland moreel failliet. Een overheid die zijn burgers niet vertrouwt. Maar die de ladelichters in bescherming neemt en van voordeeltjes voorziet. Land in de afgrond. Nu is iedereen geschokt, het overbekende politieke afweermechanisme. Rutte eiste van zijn coalitiegenoten dat hun fracties in de Tweede Kamer voltallig tegen een motie van wantrouwen zouden stemmen. Dus ook Omtzigt en Van Dam van het CDA. Krankzinnig. Een egomane regeringsleider. Maar waar maken we ons eigenlijk druk. ‘Ellen, geef me eens een knipoog.’ En ik kreeg een knipoog. En daarna nog één. De mengeling van Grace Kelly en Ingrid Bergman en ik lag aan haar voeten. Ze lachte van oor tot oor. Vraag het Diana. ‘En nu Ellen alsof je naar me lonkt.’ En ze kon het lonken niet laten. Daar doen we het voor. Daarvoor slijpen we ook voortdurend de pen. Ellen en haar zorgentourage verdienen dat. Lees maar weer. En ja, we moeten ons maar vrolijk blijven maken over Trump, de man van tussen de 20.000 en 30.000 onwaarheden naar men zegt, die zijn haarverfadvocaat het hongerloontje op bijstandsniveau van 16.000 dollar per dag niet uitbetaalt omdat de heer Giuliani alleen maar rechtszaken verliest. Als dat geen humor is. Schwarzkopf en Syoss zetten zich al schrap. Giuliani met ongeverfd haar naar de voedselbank. En de wat krap behuisde dochter van Trump weigert haar persoonlijke bewaking een plasje te laten doen op één van haar zes wc’s . Omdat die bewaking toch af en toe moest poepen en piesen werd even verderop een woning gehuurd voor 100.000 dollar. We gaan die Trump nog missen aan onze ontbijttafel.

****

Ministerie voor de gezondheidszorg, directoraat-generaal.

Zilveren Kruis Zorgkantoor, serviceteam langdurige zorg.

Sociale Verzekeringsbank afdeling pgb.

Gemeente Utrecht afdeling Wmo.

Landelijke Vereniging voor Thuiszorgmedewerkers poh-ggz

Lectori salutem! 

Ik hoop dat ik verkeerd geïnformeerd ben, maar misschien ben ik dat ook wel niet. Ik leg met uw welnemen even iets aan u voor. Van verschillende kanten bereiken mij verhalen over die 1000 euro zorgbonus die in verpleeghuizen ook is aangevraagd en met de feestdagen verkregen voor de kantinejuffrouw, de glazenwasser, de onderhoudsmonteur en andere gelukkigen voor wie volgens mij in de kern die bonus nooit bedoeld kan zijn geweest. De argumentatie daarachter zou zijn dat men geen onderlinge jaloezie zou willen veroorzaken in de verpleeginstellingen die dit aangaat. Dan ook maar een bonus voor personeel dat nog nooit een washandje over het gezicht van een oudje had gehaald. Hoe vreemd. Nogmaals: dit zijn verhalen die mij als mantelzorger in de thuissituatie bereiken. Gelet op de staat van ontbinding waarin bestuurlijk Nederland zich niet alleen door de toeslagenaffaire is gaan bevinden, houd ik inmiddels alles voor mogelijk.

Hoe zit het eigenlijk met de mensen in de thuiszorg? Hoe zit het met de mensen met daadwerkelijk de handen aan het bed in de thuissituatie tijdens de pandemie? Is het geen overheidsbeleid chronisch zieken zo lang mogelijk in de thuissituatie te verplegen in verband met de vergrijzing en de torenhoge zorgkosten die onze maatschappij zo langzamerhand niet meer kan ophoesten? is dit de dank voor het anticiperen op overheidsbeleid dat bij ons al een aantal jaren geleden effectief een aanvang nam? Waarom geen bonus voor de thuiszorg maar wel voor een kantinejuffrouw?

Ik vraag zulks niet voor mijzelf, maar wel voor harde werkers – ZZP’ers -als de leden van het zorgteam van mijn gade. Aan wie (die thuiszorg) mijn dierbare en onvervangbare echtgenote Ellen (Carbo-Palstra) en ik in niet geringe mate te danken hebben dat we ondanks de ziekte van Parkinson en de dementie van Lewy Body (parallelle aandoeningen in een verder gevorderd stadium) nog altijd onder één dak wonen en het gevoel hebben nog steeds getrouwd te zijn. Tal van vergelijkbare situaties in ons land. Ellen wordt al  4,5 jaar dagelijks door een paar zorgdames verpleegd. En hoe! Met liefde, toewijding en met professionaliteit. Vakvrouwschap. Ook met de door zoveel gezonde mensen bijna hysterisch omarmde kerstdagen en jaarwisseling zag ik de dames weer in het pikkedonker onze straat in komen voor hun werk als verzorgende. Klasse! Hoe essentieel maar weer eens gebleken die thuiszorg in onze door corona gekapseisde samenleving. Hoe essentiëler wil men het feitelijk nog meer hebben, zeg het me!

Maar zij een bonus? Welnee, de kantinejuffrouw van een zorginstelling! De liftboy. Nogmaals: het zijn verhalen die me bereiken en ik ben na tien jaar omgaan met zorginstanties en -instellingen zover dat ik nergens meer van opkijk. Zo krachtdadig vond ik het management niet in de twee verpleeghuizen waar mijn echtgenote eertijds verbleef. Veel draaide om de lieve vrede. Vanwaar deze ongelijkheid? Hoe ook: de thuiszorg nog immer overgeslagen. Vanwaar deze achterstelling? Sterker nog: vanwaar deze onrechtvaardigheid? Vanwaar dat meten met twee maten: verpleeghuizen en thuiszorg. Waarom lijken (nadruk op lijken) er ook (nadruk op ook) mensen met een bonus vandoor te zijn gegaan die zulks helemaal niet verdienen en waarom gaat zo’n bonus voorbij aan de neus van personen die nadrukkelijk als kroonjuwelen in de eerstelijns zorg kunnen worden beschouwd?

Waarom, waarom blijft de thuiszorg overgeslagen? En als er voor mij als mantelzorger een termijn bestond voor het aanvragen van een bonus, waarom mij als mantelzorger daar niet per brief op gewezen? U weet me anders ook te vinden. 

Is dit een voorbode van wat we ons met de afwikkeling van het steunpakket voor het bedrijfsleven nog te wachten staat? Bevinden we ons in de graaicultuur? Hebben we al niet genoeg verwarring en onduidelijkheid gehad (en nog steeds) rond de coronatests en de vaccinatie? Nu ook alweer het gesodemieter met vaccinatievoordringers (mooi scrabblewoord) onder het administratie- en kantinepersoneel in verpleeghuizen. Wat is dit voor flagrante ongein! We kennen de hedendaagse mentaliteit toch zoetjesaan! En toch houden we van Hugo de Jonge. Niet van het CDA maar wel van Hugo. Hij mag nooit een schietschijf worden. Niet de onze althans. Doch desalniettemin. Onze minister heeft toch een heel leger aan uitvoerende ambtenaren achter zich staan voor het tijdig aanwijzen van welke winkels tijdens een lockdown wel mogen openblijvende en welke niet, voor de bonussen aan daadwerkelijk zorgpersoneel, en om de tests en de vaccinaties in deze pandemie langs de juiste banen te leiden! Wat spoken die lui uit, die ambtenaren?! Thuiswerkers vooral in hun keuken en met hun kroost vooral uitbundig appeltaart bakken? Het is toch telkens weer hetzelfde liedje met Den Haag.

Nee, ik vraag geen bonus aan voor mezelf. Ik hoef geen bonus. Het gaat niet om mijzelf. Het gaat om mijn mensen. Waarom die ongelijkheid? Wie kan mij daar het antwoord op geven? Wie kan mij dit uitleggen? probeert het kabinet weer in het gevlij te komen bij de verpleeghuizen?

Ik hoop van u te horen. Ik pleegde al enkele telefoontjes en uit de reacties van uw medewerkers op de werkvloer maakte ik op dat wat zich heden voltrekt voor hun allemaal net zo merkwaardig en duister is als voor mij. Het geeft te denken.

Op de valreep. Hoorde bij het schrijven aan deze brandbrief dat hiphoppende uitzendkrachten, die zes uurtjes in verschillende verpleeghuizen hadden gewerkt tijdens de pandemie, vanuit elk van die verpleeghuizen meedeelden in de bonusoperette. Soms vier bonussen. Kassa. Het zal toch hopelijk niet waar zijn.

Ik lees momenteel nog volop in het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman, bekroond met de NS Publieksprijs 2020. Ben eerder geneigd te zeggen dat we geen van allen deugen. We kruipen voor – zie ook maar weer eens die thuiswerkende managers van de ziekenhuizen bij de vaccinatie – en we laten anderen barsten. Ik vind momenteel in de Nederlandse samenleving maar weinig terug van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau.

Ik eindig de brief zoals ik die begon. Ik hoop dat ik over die bonussen verkeerd geïnformeerd ben maar misschien ben ik dat ook wel niet. Ik hoop dat de bonussen beperkt bleven tot de juiste personen en dat niet ook hele bataljons zijlijnfiguren mee profiteerden. Het zou weer eens een droef stemmend verkeerd signaal naar onze samenleving zijn van mee-eten uit de ruif.

Met mantelzorggroet.

PS. Zo maar een fragment uit mijn krant van heden. Ter illustratie. De joodse Sonja Pos (1936-2020) was dichteres en schrijver en promoveerde op het werk van W.F. Hermans. Voorjaar 2020 viel ze en kwam ze – geen andere keus – in een verpleeghuis terecht. Ze had veel levenskracht maar eenmaal in het verpleeghuis liet ze het leven los. Ze wilde naar huis maar dat kon niet. Ze bewoog tevergeefs hemel en aarde. Toen zei ze: ‘Ik ben langzaam aan het verdwijnen.’ En ze verdween. Weer eens toont dit aan hoe belangrijk het is om zo lang mogelijk thuis te kunnen worden verzorgd. Weer eens het bewijs van de onmisbare waarde van de thuiszorg welke waarde zeker ook in een bonus mag worden uitgedrukt. De thuiszorg voorkomt veel, eenzaamheid bijvoorbeeld. Misschien wel een van de belangrijkste doodsoorzaken van deze tijd. Laten we ons daarvan bewust zijn.

****

Hallo Johan!

Prachtige blog over opnieuw ongerechtigheid in deze barre tijden. Was het niet Balkenende die de ‘participatiemaatschappij’ invoerde? En de jaren erna bijna alles wat met zorg te maken heeft (andere onderdelen van onze oh zo bejubelde maatschappij ook) over het Haagse hek flikkerde en de gemeenten opzadelde om -met minder geld- hetzelfde te doen als de rijksoverheid voorheen?

In je blog heb je het ook over de financiën. Hoeveel zou het nu kosten om Ellen -slecht- te laten verzorgen in een verpleeghuis? Ik denk meer dan de hoogte van jouw PGB. Natuurlijk verdienen medewerkers in de thuiszorg een bonus. En dan alle thuiszorgers. Ik ken alleen jouw Dream Team. Jij behoort ook daartoe. Hebben de verpleeghuismensen met ‘handen aan het bed’ overigens die bonus al gehad?

Ik geloof dat het werd overgelaten aan de directies van verpleeghuizen om te bepalen wie in aanmerking kwam voor die bonus. Daar zal best mee gesjoemeld zijn. Schoonmakers kwamen daar -trecht- ook voor in aanmerking. En nu weer het geklooi met die vaccinaties: jouw scrabblewoord ‘vaccinatievoordringers’. En -dat ben ik vergeten- zou bij de belastingaangifte de ontvangen bonus ook niet ten koste gaan van eventueel ontvangen toeslagen?

Tenslotte: ik vind Hugo de Jonge (hoe hij zich ook inspant) totaal ongeschikt als coronaminister. Al zijn informatie was tot heden veel te optimistisch. Op die positie is een realist nodig, niet een (Rotterdamse) rasoptimist. Was Van Rijn maar op die plaats gekomen (gebleven). Nou ja, het kabinet valt toch. Kon je al enigszins opmaken uit de woorden van Rutte tijdens de persconferentie gisteren.

Groet aan allen en een dikke kus voor onze Ellen,

Jan.

Ha Jan,

Ik ben somber, los van of het kabinet nu valt of niet. Maar vallen moeten ze natuurlijk. Als je de mens, de menselijke waardigheid en alles wat daarmee samenhangt naar de donder helpt dan moet je uit het politieke spectrum verdwijnen. De Rutte-doctrine, een schandaal. Het gaat om het morele geweten tot aan de laagste uitvoerende ambtenaar. Het draait om slaafse volgzaamheid in bestuurlijk wangedrag. In die hele kinderopvangsmeerboel zit ook een belangrijke component van discriminatie. Achterstelling op een kleurtje. Nu ineens moeten we de zegeningen tellen van Lodewijk Asscher, van de politiek doden niets dan goed, wat een flauwekul. De PvdA kon zich met de toeslagenaffaire domweg geen leider als Asscher meer veroorloven. Was zo’n aardige man die Asscher. Maar waar was die man als minister van sociale zaken voor de 20.000 gezinnen, of hoeveel waren het er, die in de hel terecht kwamen. Ik ben niet alleen somber, ik ben ook moe. Daar kan de humor niet tegenop over Trump die zijn haarverfadvocaat Giuliani diens loon op bijstandsniveau van 16.000 dollar per dag niet betaalt omdat er over vermeende fraude met stemmen geen enkele zaak is gewonnen. Maar laten we in Nederland maar naar onszelf kijken. Het is ieder voor zich en god voor ons allen. Ellenbogenwerk. En tegelijkertijd steeds meer onverschilligheid voor anderen. Ineens kreeg ik een paar weken geleden van de zorgverzekeraar te horen dat de hulpmiddelen voor Ellen per 2021 niet meer via de apotheek gingen maar door speciale grote zorgfabrieken zouden worden aangeleverd. Voor ons vanuit Sittard-Geleen. Daar gaan we godverdomme weer, dacht ik. Maar ik wist dat ik geen keus had ook al stribbelde ik tegen. Ook ik moest eraan geloven. Ik zag de afgelopen feestdagen de bui al hangen. De eerste kennismaking met die marktgerichte neoliberale fabriek bleek al een fiasco. Niet reageren op mijn bestelling. Telefonisch onbereikbaar. Alle lijnen continu bezet. Uiteindelijk een stem. Afdelingen die van elkaar niet wisten wat ze uitspookten. De vraag aan mij of ik genoegen wilde nemen met aanloopproblemen. Hoelang die aanloopproblemen gingen duren? Konden ze me niet vertellen. Misschien wel langer dan sommige patiënten nog te leven hadden. Welja joh. Vertelde de overigens vriendelijke vrouw met haar zachte g dat ik mantelzorger in continudienst was en onder rotzooiomstandigheden dat werk niet langer kon doen. Realiseer me dat het geen pretje is mij boos aan de telefoon te krijgen. Maar de zorgfabriekmedewerkster wist zelf iets van mantelzorg af en gaf me gelijk. We leven in een moreel failliet land. We zijn naar de kloten. Ons land mist de juiste aansturing. Je ziet het aan de bonussen en de vaccinaties. Het lijkt één grote chaos. Regie ontbreekt. Een ballon lek geprikt met een speld. Zal het voor de afwisseling eens kort houden. Ik verhuis voor die hulpmiddelen niet mee naar dat industrieterrein in Sittard-Geleen. Ik verander niet van koers. Ik blijf ook voor de hulpmiddelen bij onze vertrouwde en excellente apotheek. De prijs daarvoor is dat ik de hulpmiddelen zelf moet gaan betalen. Welnu, dat is dan maar zo. Maar liever dat dan een maagzweer of een herseninfarct. Ga wel in gesprek met de zorgverzekeraar. Maar waarom iets veranderen dat goed is? Ziekelijk. Een verslaving aan vernielzucht. Ik maakte het in het hogeschoolonderwijs mee. Ineens werd dat idiote competentiegerichte onderwijssysteem ingevoerd. De studenten van school verbannen. De docenten goeddeels overbodig. Die zaten hooguit nog thuis aan hun computer onzin af te vinken. Het schoolboord verdween en daarmee ook het krijtje. Bedacht door onderwijsdeskundigen die in een vorig leven als lesgever ongeschikt waren gebleken. Dat ze in de klas geen orde konden houden was nog maar het minste. Ouders uit de grensstreek die het konden betalen vluchtten met hun kinderen naar België. Belgische onderwijsexperts die de Nederlandse revolutie hoofdschuddend bezagen. Nog maar vijftien jaar geleden. Onze argumenten dat je fysiek moet lesgeven werden in Den Haag en Zoetermeer met minachting weggewoven. De mislukte lesgevers wisten immers beter. Het competentiegerichte onderwijs zou een doorbraak vormen. Jaja. En hoor nu met die lockdown eens. Onze argumenten van toen gelden nu als belangrijk bezwaar tegen de (corona) sluiting van de scholen. Mij irriteert het veranderen om het veranderen omdat de bedenkers van die veranderingen niks beters te doen hebben en bang zijn zonder werk te komen. In de zorg is het al niet anders. Waarom accepteert zo’n hulpmiddelenfabriek via de zorgverzekeraar een toestroom aan extra chronisch patiënten als men er logistiek niet klaar voor is? Onverantwoordelijk. En straks zie je de stuntelaars weer voor een of andere onderzoekscommissie zitten op zoek naar hun geheugen. Ik verlang naar het einde van het tijdperk Rutte. O ja, die avondklok nog even om aan te geven in wat voor een krankzinnig land we ondertussen leven. Vroegen ze op de tv aan een jongetje van acht hoe hij over de invoering van een avondklok dacht. Ik zweer het je, een jongetje van acht gevraagd naar zijn mening over een avondklok. Het jongetje van acht had zijn bedenkingen.

Let it snow! En wie Driekoningen overslaat (en nog wat bewaart) heeft enkele dagen erna met zijn tuinverlichting een verschrikkelijk fraai panorama. Die kijkt uit op de ware romantiek vanuit zijn keukenraam. Een sfeervolle zaterdagavond. Sneeuw die alle geluiden buiten dempt. Een fles chianti (een Burdizzo riserva van 2015) op kamertemperatuur open, een kop niet te versmaden Javaanse pindasoep binnen handbereik en luisteren naar Nessun Dorma van Placido Domingo, Il Propio Fine van Erna Flemming, naar Curuso van Pavarotti en naar nog zoveel meer. Ik zie bij Ellen vers gelakte nagels. Kanariegeel. Welja! Mijn eerste herinnering van toen ze bij me binnenstapte en nooit meer wegging (gelukkig): die vele kleuren nagellak van Douglas ineens op dat hardplastic witte plankje in de douche in Amstelveen. Nederland ondertussen één groot praatprogramma over de pandemie. Iedereen expert in een land met de meest roekenlozen van Europa. Het land ook met de traagste veiligheidsbewegingen. We kijken niet meer naar al die praatprogramma’s. We hebben genoeg aan de aankondigingen. Uitzonderingen M en Buitenhof. De meningen buitelen over elkaar heen. Ondertussen zijn we het lachertje van Europa. In de degradatiezone weten we alleen Bulgarije nog voor te blijven. We polderen ons naar volgend onheil. En buiten sneeuwt het nog steeds. De Burzizzo glijdt naar binnen als Gods woord in een doorgeschoten ouderling en de pindasoep al niet minder. Buiten oogt het koud. Binnen verwarmen we ons aan elkaar, aan elkaars kacheltje.

In gebakken lucht kun je niet leven

‘Wat ik je altijd nog eens vragen wilde, Johan, die verzorgenden van Ellen, maken die ook jullie huis schoon?’

‘Ons huis schoon? Hoe bedoel je?’

‘Nou, stofzuigen ze ook en doen ze ook de ramen en de was?’

‘Hoe dat zo? Is het niet schoon genoeg bij ons thuis?’

‘Juist wel. Hartstikke schoon. Daarom juist.’

‘Maar wat bedoel je dan?’

‘Ze maken toch behoorlijk wat uren bij jullie en de keren dat ik bij jullie was heb ik Ellen voornamelijk op bed zien liggen slapen.’

‘En omdat jij Ellen voornamelijk op bed hebt zien liggen slapen vraag jij je af of ik de zorgzusters ook het huis laat schoonmaken, de keukenkastjes laat soppen en me bij wijze van spreken laat helpen bij het onderhouden van de tuin?’

‘Nou nee, nou ja, zoiets ja. Ik weet het ook niet hoor. Het is maar een vraag.’

‘Weet je er zo weinig van? Weet je zo weinig van het leven? Je vroeg me ook al eens hoe ik dit allemaal kon opbrengen door de jaren heen.’

Ik moet haar vorig jaar zomer secondelang sprakeloos hebben aangestaard. En dat lag ook aan mij. We zaten tussen twee lockdowns heel gezellig aan een Indonesisch hapje in een innemend kerkdorp. En ik wist het, ze bedoelde het goed, verduveld goed, de vraag kwam voort uit onwetendheid en weinig levenservaring op dit punt, ook al was ook zij de 65 intussen al ruimschoots gepasseerd. Misschien was ik diep vanbinnen wel jaloers op haar niet-weten.

‘Je hebt geen idee hè? Voor jou is de thuiszorg klaarblijkelijk een abstractie. Je snapt het niet hè?’

‘Nee kennelijk niet nee. Iemand die zoveel slaapt…’

‘En wat ik nu zeg bedoel ik niet persoonlijk hoor, maar luister: hier ligt volgens mij een groot maatschappelijk probleem. Een baan in de zorg wordt zwaar onderschat. Mensen zoals jij realiseren zich kennelijk niet, of onvoldoende, wat zorgmedewerkers allemaal op hun bordje krijgen. Dat beschouw ik als een maatschappelijk probleem. Ik wil je niet kwetsen, maar ik ga het je wel uitleggen. Misschien ben je bevoorrecht. Jij verkeert waarschijnlijk in de gezegende situatie van niet-weten. Houden zo. Maar ik zeg je dat het een ongelofelijk zware klus is, elke dag opnieuw, om Ellen te douchen, aan te kleden, het eten met een blender klaar te maken, haar eten te geven, iemand eten geven met een slikprobleem, vergis je niet dat vergt heel veel geduld, en daarna koffie, op de medicijnen te letten, Ellen als parkinsonpatiënte te masseren, tijdens een lockdown ook voor kapster en pedicure en zo verder te spelen, luister je nog?, het bed te verschonen en de was te strijken, Ellen met de tillift in de rolstoel te zetten voor een blokje om buiten bij enigszins redelijk en verantwoord weer. Het is een stortvloed hè? Het is één lange zin waar geen end aan komt. Een hele mond vol. Moet ik doorgaan? Ellen reageert nog steeds redelijk, maar wel als een vertraagde film. Heeft met haar aandoening te maken. Moet je engelengeduld voor hebben. Dit alles vergt waanzinnig veel van de nurses. Dit is werk dat we niet alleen maar even met een balkonapplausje mogen afdoen hoor.’

Ik liet het financiële gedeelte maar achterwege. Ik legde maar niet uit dat de vergoedingen op basis van persoonlijke verzorging aan Ellen op de balans stonden. Wat zou ik haar nog verder in mijn privébestaan halen. Er zat een andere wereld tegenover me. Een andere wereld die dat eigenlijk ook niet kon helpen.

Ze knikte. Staarde in haar glas. Wapperde even geruststellend met een hand. Ze zei me te begrijpen. Wat wisten zij en heel veel anderen eigenlijk van de verpleegzorg af, bijna niets. Ze reageerde later op de avond bijna euforisch op een bonbon bij de koffie maar durfde niet om een tweede te vragen. Dat deed je in haar kringen niet. Nou in de onze wel hoor. Vooruit dan maar, of ik dan ook voor haar om een tweede bonbon wilde vragen. Ze zal het zeker niet kwaad bedoeld hebben. Nee, ze bedoelde het zeker niet kwaad. Er zat dus veel meer werk aan de zorg voor Ellen vast dan ze vermoedde. Ze had een keer toegekeken maar niet gezien. Dan bleef er natuurlijk geen tijd meer over om ook nog eens keukenkastjes uit te soppen en die lap tuin van ons om te spitten. Dat deed ik zelf. Maar, zou dat bijna vergeten: een paar maanden terug hielp Trudy met een bezem en met stoffer en blik bij het scheren van de coniferen. Geen idee hoeveel zorg Ellen nodig had. Maar er ook niet in geïnteresseerd zijn tijdens bezoek op z’n paasbest in een knalgeel baljurkje aan ons. Hoe dom kun je ze hebben, dacht ik in dat kerkdorp onwillekeurig, en pakte mijn derde en laatste stokje saté. Ik kon het niet helpen, maar ik begon toch met andere ogen naar deze goeie kennis te kijken, of ik nu wilde of niet. Want ja, dat wilde ik eigenlijk niet. Ik wilde niet met andere ogen naar haar kijken, maar het gebeurde toch. Ze was niet van deze wereld, ze was niet van mijn wereld. Het leven kon zich toch niet alleen maar op de golfbaan afspelen?

Moest woensdagavond 23 december jongstleden terugdenken aan die lieve goeie kennis in dat buitengewoon leuke Indonesische restaurantje en dat beminnelijke feeërieke kerkdorp. Ze kwam op mijn netvlies toen er door een omhoog gevallen buitenstaander haast kinderlijk bemoeizuchtig gereageerd werd op de advertentie die Ellen en ik hadden laten plaatsen bij de dood van de honkballer Bill Froberg. Een vrouw, nieuwsgierig Aagje?, die wij helemaal niet kenden, maar die wel wist van onze zwaar vergrendelde lockdown door parkinson en Lewy Body waarmee we al tien jaar zo intelligent mogelijk proberen om te gaan. De vrouw van de aberratie zal het niet kwaad bedoeld hebben. Gebakken lucht, niet meer dan dat. Een overdosis bloody hoera. Ze vroeg zich vanachter haar geestelijke vitrage af of het niet raar was dat ook een dementerende onder een rouwadvertentie werd genoemd.

We lieten het even bezinken. Je bent bij dementie niet meer wie je bent, maar je bent geworden tot wat anderen (nog) in je zien en hoe anderen over je praten. De omgeving bepaalt. Die trekt aan of stoot af. Heel eng. Zieken die gaan behoren tot schepsels uit het verleden. Maar we leven niet louter in de tunnel van het verleden, we leven ook in de tijd van het heden en die van straks. Een landhuis in een privépark aangeboden gekregen voor wanneer we maar willen, de viering van Ellen haar volgende verjaardag bijvoorbeeld. Ook Ellen heeft haar identiteit behouden. Maar gebrek aan levenservaring van hun kant doet sommigen daar nog wel eens aan twijfelen. Is dát nu juist de gevreesde seriemoordenaar in de verpleeghuizen, namelijk het identiteitsverlies? Chronisch zieken en hun mantelzorgers leren de breedte van het leven kennen, niet de lengte, die kent niemand, maar wel de breedte, ze moeten wel. Daarin zit ‘m dikwijls het verlies van als onverbrekelijk veronderstelde vriendschap: de bandbreedte van het leven.

Ellen nog niet doodgezwegen. Ook haar naam onder een rouwadvertentie. Ja, dat was raar, dat was in de perceptie van sommigen natuurlijk raar. Heel raar! Zou de onbenul zelf nooit doen zo. Het is voor mantelzorgers op hún beurt van een bijna jaloersmakend onbegrip, zo’n wauwelaartje. Hoe neerbuigend en onfatsoenlijk jegens Ellen. Naar de zeventig lopen of daar misschien al overheen zijn en je dan nog zulke dingen afvragen. Dan moet je nog veel meemaken. Het is onwetendheid. Verontwaardiging maakte al snel plaats voor meelij. ‘Heer vergeef het haar want ze weet niet wat ze uit haar sherrymondje liet rollen.’ En de vergevingsgezinde Heer vergaf het haar. Ach ja, het pimpelende Bosch en Duin meesje denkt iets te zijn omdat haar man iets is, chirurg of zo. Zelf heeft de zielenpoot kennelijk niet zoveel in huis. Kan ze weinig aan doen. Verzachtende omstandigheden zullen we maar zeggen.

Zoals ook vergiffenis van de Heer voor de kerstkaart die we van een verdwaald echtpaar ontvingen en die alleen was gericht aan mij, aan de mantelzorger alleen, en niet aan Ellen en mij samen. Verscheurd op de deurmat, die kerstkaart. Die kwam niet verder dan de gang. Die haalde niet eens de drempel van de huiskamer. Ook hier streek de Heer de hand over zijn hart. Het zal zeker niet kwaad bedoeld zijn geweest. De afzenders (over de zeventig) wisten niet wat ze deden. Je probeert je een voorstelling te maken van het schrijven van zo’n kerskaart. Dat echtpaar aan hun keukentafel. Het beduimelde adressenboekje en de verjaardagskalender bij de hand. Ellen? Bestond die dan nog? Kon die dan niet worden afgeschreven? Verbaasd echtpaar, verbaasd dat het als abnormaal werd beschouwd dat de abnormale kerstkaart zo abnormaal en onfatsoenlijk mogelijk nog slechts alleen werd gericht aan de mantelzorger en niet meer bovendien aan zijn zieke vrouw.

Dan moet er iets vastgelopen zijn in je hersenpan. Het had ze zelf eens moeten overkomen. Het echtpaar laten weten in het vervolg het sturen van abnormale kerstkaarten achterwege te laten. Gelukkig hadden ze geen postzegel hoeven gebruiken. ‘Aan Johan, prettige kerstdagen en een heel gelukkig nieuwjaar.’ Het stond er toch écht. Nergens iets over en voor Ellen. Nee, het zal niet kwaad bedoeld zijn geweest. Maar wat moet je met zulke mensen en zulke post? Niets. Volgend jaar geen kerstwens naar hun in de hoop dat we dan van hun adressenlijstje verdwijnen. We trekken een muur op. Wat moet je met een man die zei heel goed te kunnen begrijpen dat we niet voor een feestje waren uitgenodigd dat we overigens konden missen als kiespijn. Niet meer van de partij om ons tegen onszelf te beschermen met nog heel vers de diagnose Lewy Body. Een stigma? Welnee! De man vond het allemaal van een buitengewoon logische logica. Dan deed je niet meer mee. Mocht hij Lewy Body krijgen, hij zou onmiddellijk vrede hebben met uitsluiting. Begin over dat voorval en ik wijs de traptrede aan waar Ellen naderhand op dat te huilen. Die traptrede sla ik sindsdien het liefst over. Heer vergeef ze, ze weten niet wat ze doen.

De weerman van het 8 uur Journaal van gisteren sprak over te verwachten natte sneeuw in de oostelijke helft van Nederland. ‘Ahaaa!!!’, hoorden we Ellen zich verheugen. Trudy als getuige. Ellen luisterde dus mee met de weerman. ‘Heb je zin in sneeuw Ellen?’ ‘Ik wel.’ Wie aan Ellen komt die komt aan mij. En dat zullen ze ondervinden ook. Nog geen sneeuw gezien ondertussen. ‘Als mij overkwam wat er met Ellen is gebeurd dan zou ik er meteen een eind aan laten maken’, hoorde ik eens iemand stoer kletsmajoren. Moet je doen! Toen de vrouw later haar woorden in de praktijk mocht brengen, werd het ineens een heel ander verhaal. Details? Laat maar. Gebakken lucht.

Hugo de Jonge moet ook wel eens hoofdschuddend denken, zeker deze dagen, dat heel Nederland vóór hem al eens coronaminister was. Nooit geregeerd maar de beste stuurlui. Retoriek. Gezwollen taalgebruik als incompetentie en in de trant van zwalkende zwabberaar. Het gemakkelijke kamerorkest Wilders. Je zal thuis maar naar je man of vader zitten kijken en incompetentie wordt hem toegebeten in de Tweede Kamer. Niet alleen Wilders en Klaver, heel Nederland vanaf de wal een mening. Iedereen vol zogenaamde levenservaring. Iedereen aan de scheepstoeter. De politiek commentator van De Telegraaf merkte over het coronadebat van 5 januari op dat het De Jonge moeilijk viel om nederig te blijven. Nederig? Hoezo?! Flikker toch op wijsneus van De Telegraaf! Je krast met een houten pen buiten de lijntjes en je had het zelf nog geen drie weken als coronabewindsman volgehouden. Wij hier zullen de laatsten zijn om de integere harde werker De Jonge te laten vallen. Kwestie van levenservaring? Kwestie van weten wat het is je verantwoordelijkheid te nemen? Weten hoe verantwoordelijkheid voelt? Beseffen je grote mond te houden als je zelf nog niet de barricaden hebt hoeven beklimmen? Weten wat twijfel is? Nog altijd is het de twijfel die aan de mantelzorger knaagt. En bij twijfel…

Gisteren benaderd voor een mini-interview over mantelzorg. Had met onze boekenreeks van doen. Wat het zwaarste was aan mantelzorg? Met welke gedachte over mantelzorg ging ik het nieuwe jaar in? Het contact met domme mensen. Het antwoord kwam prompt. Nog erger dan regelfetisjisme de domme mensen. En in het mini-interview gaarne bereid even enkele praktijkvoorbeelden te geven. Twee of drie maar, niet meer. En bereid om parallellen te trekken. Het zit ‘m niet in opleiding. Maar dikwijls wel in milieu. De blinde vlek. Het leunt vaak tegen egomanie aan.

Domme mensen. Bord voor hun kop. De achilleshiel van elke mantelzorger. Niet het contact met jongeren, maar wel dat met bemoeizuchtige ouderen met een beperkte levenservaring die de achilleshiel vormen. Onvolgroeide senioren. De zijlijnroepers. De megafonisten. Die lopen qua intelligentie bij veel jongeren achter. Jongeren die veel verder zijn in hun gedachtegang. Die ouderen kunnen vreemd-dom uit de hoek komen. Hebben ze het zelf in de gaten? Aan veel keukentafels niet. Ook niet in de supermarkt. Het beste is maar het ouderenuurtje in de supermarkt af te schaffen, corona of niet. Tijdens het ouderenuurtje heb je ze allemaal bij elkaar als in een reservaat. Geen pretje. Er is geen souplesse.

‘U staat in mijn nek te hijgen, meneer’. Ze doet snel een paar stappen naar voren richting de winkelwagentjes. Boze ogen vlak boven het witte mondkapje dat wel eens de Miele verdiende.

‘In uw nek te hijgen, mevrouw? Kan niet waar zijn. Ik verzeker u, daar ben ik heel kieskeurig in.’

Achter me hoor ik gegrinnik vanachter mondkapjes. Ik hoor iets over anderhalve meter wat misschien wel even 1 meter 40 kon zijn geweest. In de Jumbo komt een andere klant me achterna. ‘Meneer, u heeft ons laten lachen. U moet maar zo denken: de wereld zit vol domme mensen.

‘Domme mensen? Dat kunt u niet menen.’

‘Met knoepers van letters staat er om alleen naar de winkel te komen. Maar gewoon haar man mee. Ieder een eigen winkelwagentje. Maar bij hem zit er nog steeds niks in, kijk maar. En u mag niet in haar nek blazen.

‘Ze had het buiten zelfs over hijgen.’


Château Bélingard roept in Ellen de Heilsoldaat op – en het kabinet van de vale versleten spijkerbroek

Een klein eindejaarsfeestje. Een heel bescheiden fuifje. Waarom eigenlijk? Ja waarom? Maar waarom ook niet. Inderdaad, waarom ook niet. Nog steeds vrij van corona, we zijn er nog steeds doorheen gerold, we zien het vooral als mazzel hebben. Mag best even een beetje gevierd. Buiten is het stil en nevelig, een lege straat, koude sterren aan de hemel. Een aangeklede borrel. Met hamburgers van gemarineerd lamsgehakt van de islamitische slager op Overvecht vlakbij het veld waar we vroeger met HMS honkbalden. Totaal veranderd dat winkelcentrumpje daar. Heel andere populatie, maar wat gezellig! Allemaal allochtonen die we tegenwoordig migranten noemen. Hamburgers van lamsgehakt en daarbij een salade. Vooraf exquise witte wijn Viognier in ranke glazen van Baron Philippe de Rothschild: de stoere Cadet d’Oc van 2019. En daarna het ‘presentje’ van Diana: de al even uitverkoren dessertwijn Château Bélingard Réserve Monbazillac uit 2014, Comte de Bosredon. Als iedereen weg is, en niemand het me kan ontraden, een kwart glaasje Château Bélingard Réserve voor Ellen. Ze tuit haar lippen verwachtingsvol. Ze nipt. Ze proeft. Ze slikt. ‘Hal-le-lu-ja’, jubelt ze, dat hoor ik toch verdraaid goed. Daar is ook geen woord Spaans bij. Halleluja! We gingen dikwijls voor minder, niet waar schat?! Nog een slokje van die goddelijke dessertwijn Ellen? Ze glundert. Ze knikt. Ze doet haar mond alvast open als een trechter. Gieten maar. Nee, niet zo inhalig, een teug hoor. Ze slikt. En? ‘Heerlijk’. Ellen, eigenlijk mag het niet zo vlak na je avondmedicijnen, maar we vertellen het gewoon aan niemand. Ik schrijf er ook niet over. Ze kijkt me strak aan. Ze gaapt en is vertrokken.

****

Lieve Jeannette en Marc,

(en met jullie ook de andere lieve vrienden en vriendinnen)

Dank voor jullie nieuwjaarsgroet met prachtige illustraties van eigen hand uit eigen atelier. Wensen ook jullie een goed, of tenminste beter, 2021 toe. Een jaar waarin we hopelijk iets, of liever nog meer dan iets, terugkrijgen van ons allen door Covid-19 zo radicaal geradbraakte sociale leven. In stil verlangen naar een bioscoop, een restaurantje en een boekwinkel zonder rolluiken. Niet bepaald in stil verlangen naar een voortzetting van bijvoorbeeld de baldadige autobranden in Veen, waar dat ook liggen mag. Raar dat de burgemeester uit zo’n gat daar geen greep op krijgt. Kan op internet Veen helemaal niet vinden. Hier opgeschrikt vorige week door de dood van een honkballer die ik uit Amerika liet overkomen en die een kameraad werd. Alzheimer. Corona de nekslag. Nog maar 63. Geen leeftijd om al boven te gaan zitten klaverjassen. Laten we nu maar gauw dat vaccin krijgen. Nee, niet het Russische. Weinig fijnzinnige naam. Spoetnik. Met dat vaccin word je als een kunstmatige satelliet met hoge koorts met een krankzinnige vaart in een baan om de aarde gejaagd. Laten we hopen, dat ook vooral, op een eerlijker verdeling van geld en goederen in onze gekapseisde maatschappij. Eerlijker verdeling ten gunste van de essentieel gebleken beroepen als de zorg en ten koste van de beroepen waarvan we al jaren weten dat ze minder essentieel zijn, of allesbehalve. Met bewondering en onmetelijke waardering zie ik dagelijks de zorgzusters van Ellen hier in het pikkedonker de straat in rijden en besef dan telkens weer dat ik zonder hun liefdevolle handen en grandioze instelling nooit deze foto aan het einde van 2020 had kunnen meesturen. Diana die op een decemberzondagmiddag met Ellen een autorit ging maken om haar kroongetuige te laten zijn van haar pas gekochte huisje met tuin voor en achter in Nieuwegein. Het wonder van 2020 is eigenlijk ook dat Ellen af en toe weer praat. Heel moeizaam, een heel klein beetje maar, gefronst voorhoofd, en denkend hoe dat allemaal ook al weer ging. Maar toch. Kleine woordjes met een gezicht dat op guitig staat. Wat liefdevolle verzorging al niet vermag! Het wonder van 2020 dat we morgenavond om halfelf vieren met Youp die hopelijk de toeslagenaffaire, de bestuurlijke slappe knieën en schijnheiligheid, en de familiepoppenkast van het ‘zeker niet onfeilbare’ karikaturale, belastingvrije en zwaar gesubsidieerde toneelgezelschap der Oranjes niet buiten beschouwing zal laten. Hoorde Youp gisteren al een tipje van de sluier oplichten over zijn tiende en laatste oudejaarsconference. Hij spaart als ervaringsdeskundige niet de mafkezen die corona nog altijd wegwuiven zoals de kudde van dansleraar Engel die met potten en pannen op z’n Zuid-Amerikaans de toespraak van Rutte probeerde te verstoren. Met dit verschil dat de ingedeukte potten en pannen in Chili volgens mij de sociale achterstelling en lege maag symboliseerden. Heb het goed en hopelijk treffen we elkaar, al is het maar digitaal, weer gauw in een aanvaardbaarder of althans veel beter 2021. Al stemmen de ontwikkelingen in de ziekenhuizen en verpleeghuizen ons niet gerust. Maar we blijven optimistisch en positief! We genieten van de kleinste kleinigheid.

Liefs van Ellen en Johan.

We kunnen, bijna. Even de veiligheidsriem nog even controleren. De kennismaking met de nieuwe auto. Mooi eindejaar ook met de blaka bakra Johan Fretz (1985) en zijn boek ‘Onder de Paramariboom’. Herlas zijn kennismaking met Suriname als zoon van een Surinaamse moeder en een Nederlandse vader. Schitterend geschreven met amusante dialogen, rake waarnemingen en typeringen, en een geweldig geestige en soms geestelijk verdwaalde moeder Virginia. Zij was als tiener artistiek en lastig en werd op haar negentiende door haar oudere broers en zussen voor haar havodiploma naar de diepvrieskist De Klomp bij Veenendaal gestuurd. Daar is het gemakkelijk labiel worden, in De Klomp. Van die zich miskend voelende Surinaamse operettevrouw ga je als lezer al heel snel houden. Want ze is meer dan operette, veel meer zelfs. Vanuit haar opvoeding in een groot gezin bleef ze altijd de kleinste, maar ze had meer in huis dan menig ander. Ze bloeit op eenmaal terug in Paramaribo. Ontroerend boek ook over identiteit. Halfbloed? Nee, dubbelbloed. Een aanrader het boek. Het leven krijgt gelukkig weer zijn normale gang.
****
De badslippers ontbraken nog
Ongekend onrecht. Je zou daarvan maar beschuldigd worden en als medeplichtige langs de cameralenzen moeten. Dat doe je dan op z’n vrije tijds mogelijk. Op zondag 4 januari enkele beelden in het 8 uur Journaal van het ingelaste Catshuisoverleg van kabinetsleden over ongekend onrecht, de duizenden zware ongelukken veroorzakende heksenjacht, de gruwelaffaire rond de toeslagen. Gezien? De bedremmelde hoofdrolspelers die onschuldige burgers in het ravijn smeten, ze zullen het allemaal in hun zondagse biecht wel serieus hebben gedoeld, maar ze maakten in elk geval geen serieus plaatje. Daar had een mediatrainer of een spindoctor of weet ik veel moeten ingrijpen. Ongekend onrecht. Het was in het kabinet vooral de strijd om wie er in de meest versleten en vale spijkerbroek zijn opwachting ging maken. Wie kwam het meest nadrukkelijk in vrijetijdskledij zo achter de grasmaaier of uit het timmerhok vandaan. Wiebes deed een serieuze gooi naar de hoofdprijs. Was zelfs op zo casual mogelijke gympies komen aanlopen. Kun je hard mee rennen, en wegrennen. Maar ook Rutte kwam dichtbij. De jeans van Hoekstra leek van een afstand nog redelijk nieuw, niet tot op de laatste draad versleten tenminste. Zijn spijkerbroek was ook nog enigszins op kleur. Ongekend onrecht. Je zal maar medeplichtig zijn. De heren leken op weg naar hun stamkroeg voor borrelpraat met de benen op tafel. Benieuwd of hun slachtoffers, als brutale dieven en oplichters weggezet, smerige fraudeurs voor de politieke en ambtelijke elite in Den Haag, reuze benieuwd of de slachtoffers de campinggarderobe van het clubje partijhalzen, die allang demissionair hadden moeten zijn, konden waarderen. Het is weer een nieuwe trend. Voor op zondagmiddag naar het Catshuis trek je het oudste van het oudste thuis uit de linnenkast. Je propt je beleidsstukken in een onooglijk rugzakje. Gezien? Daar zitten waarschijnlijk ook twee sneetjes krentenbrood verpakt in cellofaan in. Altijd gedacht dat je je niet kleedde voor een bepaalde dag maar voor het onderwerp waar je die dag mee te maken kreeg. Welnu: nee, je kleedt je losjes om iets uit te stralen wat je domweg niet uitstraalt en ook niet kúnt uitstralen. Of wilden de heren het volk tonen dat ze deze zondagse visite aan het Catshuis niet voor honderd procent zouden declareren maar voor aanzienlijk minder of helemaal niet? Dit in het Catshuis stond feitelijk gelijk aan condoleancebezoek. En de overledene was door een ernstig misdrijf om het leven gekomen. Dat had de toon moeten zijn. Het was allemaal erg would be. Je kunt ook overdrijven met je toneelstuk dat je het allemaal onder controle hebt. Van de zomer komen de heren over de toeslagenaffaire natuurlijk naar het Catshuis in hun zwembroek met een opgerolde badhanddoek onder hun arm.

Pfff, Bill dood, bijzondere herinneringen doemen in de achteruitspiegel op

We zien hem nog komen, de allereerste honkballer (Boston, prof bij de beloften van de Kansas City Royals) die HMS door ons toedoen rechtstreeks vanuit Amerika naar Utrecht haalde: Bill Froberg. Vrat honkbal met grote porties tegelijk, onverzadigbaar als het om honkbal ging, en bracht rond 1980 bijna in zijn eentje de échte Yankee-baseballsfeer aan de Manitobadreef even voorbij kerkhof en crematirium Daalwijk. Wellicht de beste ooit bij HMS. Welhaast zeker de meest in het oogspringende. Een fanatiekeling met een opmerkelijk stemgeluid die later ook naam zou maken als coach. Legio belevenissen met Bill Froberg. Er zou een hele krant mee gevuld kunnen worden. Alleen al over onze reis naar Parma in Italië. Bijzondere beelden doemen op via de achteruitspiegel. Met zijn biggetjeshuid zat hij in Parma onverantwoord lang in de zon. Dat heeft-ie geweten, Bill. ’s Nachts stond hij op zijn hotelkamer jammerend uren en uren onder een koude douche en zat hij met zijn verbrande voeten in een lavet. Terug in Nederland had hij voortdurend last van opvliegers alsof hij in de overgang was. We gingen aan de Maasboulevard van Rotterdam eten in een pretentieus Indonesisch restaurant. Daar maakte Bill Froberg alle knoopjes van zijn overhemd los en zat hij zowat in zijn blote vuurrooie bast aan tafel. De ober: ‘Kan die meneer tegenover u misschien zijn overhemd weer dichtknopen want dit stellen wij hier niet erg op prijs.’ En tegen Bill: ‘Ze vinden het heel verdrietig voor je dat je er sinds Italië uit ziet als een kreeft in kokend water, maar ze hoeven het hier niet te zien. Probeer hier ook met mes en vork te eten al weet ik dat jullie dat in Amerika niet gewend zijn.’ Met tegenzin maakte hij een eind aan de striptease scène. Met die spierwitte huid van hem was hij in IJsland beter af geweest maar daar hadden ze van honkbal nog nooit gehoord. Bill was een bijzonder aardige jongen, een goedzak op het soms naïeve af, en in Europa ging er een geheel nieuwe wereld voor hem open. Hem was een bijbaantje bezorgd als afwasser in het Oude Tolhuys. Meestal deed zijn brommer het dan niet. Moest er weer een telefoontje naar het restaurant in de buurt van stadion Galgenwaard waar half Utrecht afreed voor zijn rijbewijs. Bill was honkbal, niet meer maar zeker ook niet minder. We leerden te begrijpen dat een auto niet te lang zonder olie kon. Hoe harder die lichtblauwe Peugeot 305 ratelde hoe harder de muziek aan ging. Bill bracht Jackson Browne mee en Van Morrison. Brown Eyed Girl, Steppin’ Out, Bring it on Home to Me, Gloria, Running On Empty en wat voor nummers hadden we nog meer! Ja, er was een nummer bij, van een zanger, ik kan er verdomme na al die jaren niet meer op komen. Aan het eind begon de zanger een paar octaven hoger te zingen, als een vrouw. Het publiek in extase. Godver, welke zanger was dat nou en hoe heette die hit toch! En nu is hij dood, Bill Froberg, zo jong nog, en overleden aan Alzheimer, maar men zegt uiteindelijk als finale klap aan corona, zo verdrietig en moeilijk te bevatten. Zeker onvoorstelbaar dat hij zo verschrikkelijk jong met een vorm van dementie te maken kreeg. Hij werd slechts 63. We waren hem volledig uit het oog verloren. Al dertig jaar geen contact meer. Ieder ging zijn eigen weg, hij, wij. Maar zijn dood is een schok. Lag ervan wakker en tal van herinneringen aan hem kwamen deze sombere dagen weer boven. In de eerste weken bij HMS leek Bill een impulsieve zeurpiet. Hij was met veel te hoge verwachtingen gekomen. Voor hem was HMS eigenlijk aanvankelijk een club van garen en band. Hij was de Kansas City Royals gewend. Weinig Amerikanen meegemaakt die zich zo snel en zo goed aanpasten. Hij werd een vaandeldrager, die eer komt hem toe.
Ik stond op een keukentrap, weet ik nog. Het was rond 1980. Veertig jaar geleden dus alweer. Ik stond op een keukentrap. Dat herinner ik me nog omdat ik eigenlijk nooit op een keukentrap stond. Het was in IJsselstein in die experimentele flat waarin je de tussenwanden zo kon neerzetten als je zelf verkoos. Er moest een muur worden geschilderd. De telefoon ging. Een Amerikaan. Een Amerikaanse honkballer die vroeg of hij bij me kon komen spelen. Hij had mijn telefoonnummer gekregen van Ernie Myers, niet lang daarvoor bondscoach. Met Ernie Myers was ik als journalist bij Het Parool en honkbalmanager bij UVV en later HMS min of meer bevriend. Met hem regelde ik voor UVV, waar ik ondertussen al weg was, de catcher Bill Nardi. Die was overbodig geworden bij Bologna in Italië. Er was in Italië de regel ingevoerd dat de clubs maar een beperkt aantal buitenlanders mochten opstellen. Hij, Bill Nardi, een voltreffer!, en zeker ook Bill Froberg, ik hijs ze maar weer eens op het schild, waren ‘mijn’ Amerikanen. De importspelers die van allemaal het best in het Nederlandse honkbal integreerden. Beter dan zó kan ik het niet uitleggen. Bill Nardi deed zelfs reparatiewerk en andere klusjes in het paviljoen van UVV. Zulk werk was aan Bill Froberg niet besteed. Zijn handen waren nog linkser dan de mijne. Froberg kon niet met een hamer en een zaag overweg. Nardi ging later terug naar de VS, naar Boston als ik het wel heb. Het laatste wat ik van hem vernam, alweer een paar jaar geleden, is dat hij net als Ellen getroffen werd door de ziekte van Parkinson. Maar Lewy Body zou Nardi bespaard zijn gebleven. En na de komst van Nardi dus ook via Ernie Myers op een doordeweekse achternamiddag telefoon van een zekere Bill Froberg. Op beleefde toon de vraag of ook hij in Nederland kon komen honkballen. Froberg belandde aanvankelijk op kamers aan de Rosweydelaan in De Meern bij bestuurslid Wim Klarenbeek en zijn vrouw Ciska. Lieve mensen die Bill als een zoon in huis haalden. Later verhuisde hij naar Overvecht, naar de Tigrisdreef op loopafstand van het veld, naar het gezin van sportzaakeigenaar en sponsor Ton Muyen en zijn vrouw. Hij kreeg verkering met hun dochter Ingrid. Bill was geen stapper, hij had iets huiselijks. Hij droeg soms pantoffeltjes. Om ook een beetje in zijn eigen levensonderhoud te voorzien was er een baantje voor hem gevonden. Maar als gezegd was er maar één ding dat Bill Froberg wilde en dat was sporten van de vroege ochtend tot de late avond. Dat bordenwassen was niks en iets meer plezier beleefde hij als manusje van alles in de sportzaak aan de Voorstraat in Utrecht. Sport Camping Shop, zo heette die winkel, geloof ik. Reed hij ook niet bestellingen rond? Zoiets ja. Ergens gelezen dat we hem over baseball in Amerika iets lieten doen voor ons magazine Inside. Staat me niet meer voor de geest. Het kan zo maar waar zijn. Hij speelde in het eerste van HMS en was eigenlijk ook de schaduwcoach. Bill was de strateeg. Hij trainde en coachte de softbaldames. En wat hij ook deed was individuele training geven aan de jeugdhonkballertjes op Overvecht. Dat moet op woensdagmiddagen zijn geweest. In zijn tijd bij HMS was Bill Froberg eigenlijk heel verlegen. Buiten het veld dan. Hij was ook buitengewoon bescheiden. Allesbehalve een praatjesmaker zoals teveel Amerikaanse honkballers in de Nederlandse competitie die vooral bezig waren met de meiden en met de winstcijfers van de firma Heineken. Verlegen en bescheiden dus die Bill Froberg. Introvert ook. Dat veranderde meteen zodra hij op het veld stond met een bal en een handschoen. Het was een metamorfose, telkens weer. Van introvert naar extravert. Van bescheiden naar gretig en aanwezig. Zijn stem werd ook ineens scheller. En zelfverzekerder. Met zijn komst werd HMS meer en meer een honkbalclub en werden de prestaties beter en beter. De ploeg ging meedoen om het kampioenschap in de tweede klasse en we beleefden het zelfs dat er voor een belangrijke uitwedstrijd tegen de Twins in het Brabantse Oosterhout een touringcar met supporters meereed. Bill Froberg liet zijn Nederlandse medespelers kennismaken met het zo bij het Amerikaanse honkbal horende pruimtabak. En met zwarte houtskoolstrepen onder de ogen tegen de zon. Het gevaar met de Amerikaanse huurlingen school ‘m in de gezelligheid bij HMS. Want gezellig was het er, heel gezellig zelfs. Men hield ook graag van een glas bier of iets sterkers. Niet alles draaide om winnen, al dacht ik daar zelf toen heel anders over. Ik stak niet ook nog eens privégeld in de club om de Amerikanen met dubbele tong te horen brabbelen en aan de toog onderuit te zien glijden. De Amerikaanse spelers werden door de supporters als gasten gezien en zo ook aan de bar behandeld. Betalen hoefden ze nooit. De rondjes vlogen hun om de oren. Ze werden na een training en een wedstrijd met groot genoegen gefêteerd. Ze zouden ook eens heimwee krijgen. Moest als manager ook Bill Froberg voorhouden dat hij aan het eind van het seizoen niet zou worden beoordeeld op het aantal glazen Heineken maar op zijn aantal honkslagen en binnengeslagen punten. Gelukkig was Froberg niet zo’n drinker, verre van dat zelfs, in tegenstelling tot enkele anderen. Cola staat me voor de geest. En koffie, liters koffie. Anders dan de anderen. Die hadden ook een brommer, een brommer die het wél deed, ook als ze naar hun werk moesten, maar ze vielen er na een te lange zit in de kantine nog wel eens van af op weg naar huis. Een bijzondere verstandhouding had Bill met materiaalman Nico Bouwman die overigens geen woord Engels sprak. Maar ze begrepen mekaar in een oogwenk. Bill had een zwak voor Nico die eigenlijk een voetbalman was (Elinkwijk). En Nico een zwak voor Bill die over honkbal dingen zei die hem ondanks een tolk ver boven zijn gleufhoedje gingen. Eigenlijk waren ze samen materiaalman. Zeker nadat Nico eens in zijn onschuld zo’n vijftien ballen bij hem thuis in de wasmachine had gedaan en we er glanzend witte (dat weer wel) loodzware straatklinkers aan overhielden waar geen arm op gebouwd was. Herinner me het echtpaar Van Ettekoven dat Bill Froberg op zijn vrije dagen meenam naar Madurodam en naar de Efteling. En verder, staat me bij. Naar Parijs. Herinner me de familie Meekers. Marcel Meekers, een van de beste eigen talenten ooit bij HMS, werd al gauw het gabbertje van Froberg. De familie Rijnbergen, de familie Hakkenes, Cees Beringen. Het komt plots allemaal terug. ’s Winters vermaakte Bill zich bij het ijshockey van de Hunters op de schaatsbaan vlakbij. Ook een vette klant van de vader van zijn vriendin van toentertijd. Verscheidene ijshockeyers hielden ’s zomers bij HMS met honkbal hun conditie bij. Het was allemaal om de hoek, het speelde zich af in het noorden van de flatwijk Overvecht op een gebied van twee kilometer in de lengte en de breedte. De catcher/ eerste honkman uit Boston was binnen de kortste keren populair bij HMS, heel populair zelfs. Iedereen hield van hem en daar is geen woord overdreven van. Bill Froberg was geliefd. Dat deed geen enkele andere Amerikaan hem na. Aan het eind van zijn eerste seizoen bij HMS werd niet eens gevraagd of hij wilde blijven. Dat was een vanzelfsprekendheid. Trouwens, elke club raad ik aan zijn beste speler verkering te laten krijgen met de dochter van de sponsor. Met wie Froberg overigens niet zou trouwen, dat was een ander, en ook geen onbekende in het honkbal- en softbalwereldje. Lees momenteel de laatste pagina’s van het levensverhaal van Jan Boskamp, de vraatzuchtige mascotte van Feyenoord en Veronica Inside. In één enkel opzicht leek Froberg wel op Boskamp: de liefde voor de sport. Boskamp was hoofdtrainer van het befaamde Anderlecht uit Brussel maar ging in zijn vrije tijd met evenveel plezier, zo niet meer, op een afgegraasd weiland vol paardenvijgen en koeienstront aan de slag met de straatjeugd van Wezembeek-Oppem, Asse, of noem maar een dwarsstraat. Froberg evenzo. En nu is hij dood. Oud werd hij niet, Bill Froberg. Wat is dat nou, 63! Een leeftijd van niks. Nog lang nadat we geen contact meer hadden liep ik nog in zijn blauwe jack met witte opdruk van de Kansas City Royals rond. En in dat T-shirt van de Boston Red Sox.

Hallo Ellen en Johan,

Treffende en zowat hartverscheurende tekst, Johan! Potdomme, 63.  Ik kende Bill eigenlijk alleen als honkbalmedewerker van Het Parool. Met alleen aandacht voor de hoofdklasse en het Nederlands team. Maar, wat een vriendelijke man. Als ik na afloop van een wedstrijd (kort) met hem sprak. Kritische vragen ging hij niet uit de weg. Integendeel. Hij leek het op prijs te stellen om te praten met iemand die ook wat van honkbal wist. Het moet allemaal snel gegaan zijn met Bill. Op 7 november jl. feliciteerde ik hem nog met zijn verjaardag. Met een reactie daarop van hem.

Jan

Hallo Johan & Ellen,

Mooi gebaar man, jullie bericht over Bill in het AD/UN van vandaag! Ik kende Bill slechts oppervlakkig via een aantal gesprekjes dat ik met hem had op het UVV-veld vanaf 2009. Maar jij hebt, en dat herinner ik me nog heel goed, in je HMS-periode heel nauw met hem samengewerkt. En ik kan me voorstellen dat dit meer dan een samenwerking was en misschien zelfs uitgegroeide tot een vriendschap. Tenminste zo leerde ik Bill kennen, een zeer vriendelijk en aimabel persoon, helemaal weg van baseball en Holland. Jammer dat hij helaas zo vroeg gestorven is; heb jij details van zijn overlijden (een rouwkaart) en is er een mogelijkheid tot afscheid nemen? Een voor zover mogelijk heel prettig Kerstfeest voor jou en Ellen, en een hopelijk goed/beter 2021 gewenst.

Veel sterkte en wijsheid voor jullie beiden!

Groetjes, Ton en Hetty Camue.

Hi Johan,

Ik schrok er ook van, man! Zo jong nog inderdaad. Ook ik had al jaren en jaren geen contact meer met Bill Froberg. Ik was hem nog eens tegengekomen bij een benzinepomp op de A27. Ik had net betaald en Bill ging juist afrekenen. Hij vroeg of ik even op hem wilde wachten. Hij coachte toen HCAW en vroeg me of ik hem bij trainingen in Bussum wilde assisteren. Maar ik had het honkbal voorgoed vaarwel gezegd. Ik was weer gaan biljarten en had een vaste avond in de week voor kadertraining. Ik ben door Jan van Ewijk getipt over jouw artikel over Bill op jouw site. Er was ook een advertentie van Ellen en jou in de krant begreep ik van Jan van Maurik, die me dat vertelde. Prachtig verwoord man. Ik heb inderdaad vier seizoenen met Froberg gespeeld. Mooie jaren met een gezellig en goed team. Kerst wordt hier op Bali niet of nauwelijks gevierd. Geen vrije dag ook. Wij hebben wel wat lampjes opgehangen aan het keukenblok, we hebben dus geen kerstboom, en ook geen kerststol. Zo heet dat heerlijke brood toch? Met een lekker laagje roomboter erop en het spijs over de gehele snee uitgesmeerd. Hmmmm – was altijd smullen. Jullie hebben de kerstdagen met rust en huiselijke sfeer beleefd terwijl het buiten behoorlijk tekeer ging, en misschien nog wel. Ik had het gelezen, code geel, ook vandaag begreep ik. Mooie foto stuurde je mee trouwens, lekker huiselijk, met een open haard. Inderdaad wel toevallig dit weertype in Engeland na het eindelijk tot stand komen van de stormachtige en beladen Brexitdeal. Ik wens jullie alle goeds toe voor het nieuwe jaar Johan. Een gezellige jaarwisseling, helaas anders dan alle andere jaren hiervoor. En ja onze Bill, ik blijf aan hem denken. Ik hoop dat jullie snel het vaccin krijgen en dat de situatie van Ellen stabiel blijft. Geweldig dat je een dergelijk betrokken zorgteam om je heen hebt weten te verzamelen voor die lieve en mooie Ellen. Doe haar de groeten en geef haar drie wangkusjes van mij! Mogen er ook vier zijn hoor. 😁 En een knuffel voor jou!

Groet, Hans Walraven.


We zuchten, steunen en klagen ons welvarend naar het volgende jaar

Merkwaardig. Aan geklaag over de strenge lockdown geen gebrek. Ook bij de middenstand niet. Voor het raam van een boekhandel een groot papier met daarop een telefoonnummer voor het geval de klant een boek voor z’n feestdagen zou willen bestellen. En dan bel je op maandagmorgen half twaalf en krijg je een bandje met daarop de mededeling dat er niemand aanwezig is om de telefoon op te nemen. Een uur later nog eens geprobeerd. Van hetzelfde laken een pak. ’s Middags om kwart voor drie een volgende poging. Steeds weer het bandje dat er niemand telefonisch bereikbaar is. Er kan dus geen boek worden besteld. En ondertussen in de pers alle ruimte zo’n middenstander om zijn nood te klagen wegens inkomstenderving. Boos op het kabinet, boos op Jaap van Dissel en consorten, overheidssteun als de normaalste zaak van de wereld beschouwen, maar niet in de winkel om op maandagochtend half twaalf een telefonische bestelling op te nemen. Je zou toch anders mogen verwachten. En maar klagen ondertussen. Het doet aan afgelopen zomer denken toen de lockdown voor de horeca net was opgeheven. Het eethuisje in Zuid-Limburg bleef gewoon op dinsdag dicht omdat het eethuisje nu eenmaal altijd op dinsdag dicht was. En omdat het verschrikkelijk mooi weer was ook maar meteen aansluitend op woensdag dicht. Niet omdat het eethuisje – behalve tijdens de intelligente of weinig-intelligente lockdown – altijd op woensdag gesloten bleef, maar omdat het wel 28 graden kon worden en de toeristen toestroomden. Kunnen we het nog volgen? Nee? En toch is het van een heel logische logica. We zetten in een verzorgingsstaat geen stap meer dan strikt noodzakelijk. En als we op last van Hugo de Jonge dicht moeten schreeuwen we om het hardst dat we gecompenseerd willen worden. Een mens kan van ironisch naar cynisch veranderen. Een remedie is de tv uit te laten. Ondertussen genieten we de ups die we met de parkinson en LB deze donkere dagen voor de kerst meekrijgen. Meer dan één kus waard. En op zondag 21 december maakt Ellen zowaar kennis met de in mei aangeschafte hagelwitte Skoda Rapid. Voor het eerst in iets meer dan een halfjaar op de bijrijdersstoel. De feestelijke bestemming is Vreeswijk dat samen met Jutphaas precies vijftig jaar geleden Nieuwegein werd. Schitterend die Handelskade en directe omgeving met bruggetjes en sluizen in het authentieke Vreeswijk. En ja Jutphaas. Moest meteen aan de begin jaren zeventig denken als piepjonge ambtenaar op rechtspositie bij de universiteit van Utrecht. Net afgezwaaid uit militaire dienst. Door collega Jan Peek, een zwevende vlierenfluiter die zo weggelopen leek uit sketches van Koot & Bie, kwam ik voor mijn eerste auto’s terecht bij een onduidelijke handelaar en sloopbedrijf aan het water in Jutphaas. Het waren de jaren van de diverse Lelijke Eendjes van Citroën. Ze hadden alle kleuren van de regenboog, net als de Trabantjes van Erich Honecker in de Duitse democratische volksrepubliek DDR, zo zou ik later ontdekken. De handelaar in Jutphaas kocht autowrakken op en maakte van drie of vier Citroëns die total loss waren gereden er weer één die met enige fantasie de weg op kon als je niet al te kieskeurig was. Welnu, hoe beroerder de auto hoe meer je bij de tijdgeest paste. Waren we niet van de protestgeneratie? We hadden Vietnam, Lyndon B. Johnson, Bob Dylan, Boudewijn de Groot en de Nieuwmarktrellen, om maar eens wat te noemen. En we hadden de cultuurbarbaren van de gemeente Utrecht die hun eigen stad met hun betonvisie molesteerden voor de bouw van het onpersoonlijke en megalomane Hoog Catharijne waaraan één van de mooiste stations van Nederland met zijn karakteristieke omgeving liefdeloos werd opgeofferd, inclusief het water van de stadssingel bij het hoofdbureau van politie en zo verder naar het oude AZU toe. Hoeveel spijt bij veel rasechte Utrechters achteraf. Ze trokken zich de haren uit het hoofd. Met grote krachtsinspanning, een hoop verkeersoverlast en karrenvrachten geld is het water gelukkig terug aan de Catharijnesingel. Zo’n beetje gelijktijdig met de betonbouw van Hoog Catharijne – de koopzucht en decadentie spatte ervan af – werd met de fusie van Vreeswijk en Jutphaas de groeigemeente Nieuwegein uit de kleigrond gestampt. Jutphaas dus begin jaren zeventig. Bijna een halve eeuw geleden. Bij mankementen aan de Lelijke Eenden was er in Jutphaas de sloop voor afgedankte onderdelen. Het was een stuk weiland met een loods. Reed eens een enorme deuk in de linker achterdeur van een lichtblauw exemplaar. Was onderweg naar iets wat bij Nijkerk een retraite moest voorstellen tijdens de studie aan de sociale academie De Horst. Geen malheur die deuk. De sloop had een knalrooie deur die perfect paste in het geraamte van de lichtblauwe Deux Chevaux. De auto’s brachten zowel Jan Peek als mijzelf zowat maandelijks in Jutphaas. Van goed koop duurkoop hadden we toen nog nooit gehoord. Ach, Jan Peek, hij is niet oud geworden. In zijn vrije tijd hield hij zich destijds bezig met de opvang van dak- en thuislozen. Verslaafden waren het in de regel. En hij was figurant in diverse films. Waren dat geen films van Jos Stelling? Jan Peek deed mee aan de film die de doorbraak van Jos Stelling zou worden. Hij was te zien in Mariken van Nieumeghen. Die film trok volle zalen. Utrecht stond op het punt filmstad van Nederland te worden. Goed idee van Diana om het toch maar weer eens te proberen met Ellen een autoritje te maken. Jutphaas dus en Vreeswijk. In een heel wat betere auto dan destijds. Anderhalf uur blijkt lang genoeg voor Ellen. Meer dan lang genoeg zelfs. Maar al was het minder dan anderhalf uur geweest, het bleef van de eerste minuut tot de laatste zeer de moeite waard. Zo kun je ook naar de kerstdagen toeleven.

Op naar Vreeswijk. Naar Vreeswijk? Ja naar Vreeswijk. Omdat Diana er gaat wonen en Nieuwegein met de nostalgie van Vreeswijk en Jutphaas meer te bieden heeft dan op het eerste gezicht lijkt. Het is verre van verkeerd wonen in het nieuwe centrum rond CityPlaza. Eigenlijk is de nieuwe Skoda nu ingewijd en behoort die tot de familie. Eigenlijk is nu pas echt afscheid genomen van de vorige Skoda. De zwarte met zijn witte dak waaraan iedereen in onze woonomgeving ons direct en al vanaf grote afstand herkende. De zwart-witte die Ellen ondanks haar ziekte overal heen bracht, tot in Frankrijk toe. De zwart-witte waarmee Ellen voorgoed in verpleeghuis De Ingelanden werd opgehaald om te wonen waar ze hoorde, namelijk thuis. Vanaf nu is er ook met de nieuwe witte Skoda een link naar haar. De vorige Skoda, zwart-wit, parmantig, sexy, en nog veel meer, die oude pittige Skoda zien we nog dagelijks door De Meern rijden en bij ons voor de deur staan. Nee, een lot als de Citroëns van de sloophandel uit Jutphaas werd de oude Skoda bespaard. Geen Skoda zo luidkeels bezongen altijd als de Skoda waarin Ellen enkele jaren achtereen elke dag de rit maakte van het verpleeghuis naar huis en van het verpleeghuis naar Limburg en de Belgische zuidkust.

Lieve Johan en Ellen,
Hoe is het bij jullie? De huidige locdown maakt het er voor jou niet makkelijker op Johan, vrees ik. En het weer noopt niet tot wandelen, getverderrie. Ik hoop zeer dat jullie de besmetters, de lichtvaardige, onverantwoordelijke of onschuldige pechhebbers en -verspreiders weten te vermijden. Of beter gezegd: dat zij jullie mijden! Wij blijven voorzichtig en verstandig, vinden we zelf.
Zien af en toe wat mensen en pogen afstand te houden. We lijken de dans te ontspringen, gelukkig maar. De tweede kerstdag naar mijn zus, 81, in Gorssel, waar ook mijn oude viefe broer, 86, de weduwnaar, komt. Wij aarzelen of we met Oud & Nieuw traditioneel naar Walcheren gaan, nu dan met twee in plaats van altijd vier vrienden. Twee hebben afgehaakt wegens risico en regels. Laten we hopen dat we allemaal voor het vaccin in aanmerking komen! Ik neem aan dat jij je meteen aanmeldt Johan, ondanks bijwerkingen in het begin. Voor onze leeftijdsgroep minder trouwens! Eindelijk ook eens mazzel voor die verwende ouwetjes, wat jij. Een echte aanrader vind ik het artikel van Van Veelen in Cultuur, pagina 4 NRC van vandaag. Het had iets korter gekund maar het is intelligent, op serieuze manier lichtvoetig en met scherpe analyses. Ook aan het adres van veel journalisten. Die analyses komen meer naar het einde toe. Gelezen? Johan, blijf rechtop, geef niet op en blijf communiceren! We houden contact, geef Ellen een lieve omhelzing namens mij en wees zelf gegroet en omhelsd door resp. Marc en mij PS vandaag heb ik Trump en Johnson maar eens geprobeerd dood te zwijgen. Slechts ten dele gelukt.

Lieve groet Jeannette.